Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4913

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
16/661752-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 48-jarige man uit Lisse heeft in 2012 een minderjarige aangezet tot het uitvoeren van ontuchtige handelingen. Hij gaf het toen 14-jarige meisje opdrachten om seksueel getinte foto’s van zichzelf te maken en naar hem op te sturen. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De man en het slachtoffer zijn via een chatsite met elkaar in contact gekomen. Hij wist dat zij minderjarig was en heeft misbruik gemaakt van het overwicht dat hij had door het grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer. Met zijn handelen heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het meisje.

Volgens het slachtoffer zou de man haar ook hebben gedwongen door te dreigen om haar ouders te informeren. Ook zou hij geprobeerd hebben om met het meisje af te spreken om ontucht te plegen. De man is vrijgesproken van deze feiten omdat het dossier daarvoor onvoldoende bewijs bevat.

De man heeft onvoldoende laten blijken dat hij is doordrongen van de ernst van de feiten en heeft daardoor onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en de gevolgen daarvan voor het meisje. De rechtbank oordeelt dat voor deze feiten geen andere straf passend is dan een gevangenisstraf. Ook moet hij het slachtoffer ruim 4.000 euro aan schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/661752-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1969] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 november 2016, 3 maart 2017 en 15 september 2017.

Verdachte is op alle genoemde zittingen verschenen, tezamen met zijn raadsvrouw

mr. C.D.W. Herrings, advocaat te Tilburg.

Op 3 maart 2017 is het onderzoek gesloten, maar nadien door de rechtbank heropend bij tussenvonnis van 17 maart 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte, zijn raadsvrouw en de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 18 oktober 2012 tot en met 9 december 2014 te De Meern, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven/in zijn bezit heeft gehad/heeft verspreid;

Feit 2

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2014 te De Meern, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] (geboren [1998] ) door geweld en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen;

Feit 3

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2014 te De Meern, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] (geboren [1998] ) van wie hij wist dat zij de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door middel van giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding opzettelijk heeft bewogen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen;

Feit 4

(primair) in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2014 te De Meern en/of Middelburg aan [slachtoffer] heeft voorgesteld om elkaar te ontmoeten met als doel ontuchtige handelingen met voornoemde [slachtoffer] te plegen, dan wel dit heeft geprobeerd (subsidiair).

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het procesdossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat dwang is uitgeoefend in de zin van de feitelijke omschrijving zoals opgenomen in de tenlastelegging. Weliswaar heeft [slachtoffer] verklaard over ‘anders informeer ik je ouders’, maar hiervoor is geen ondersteunend bewijs in het procesdossier terug te vinden. De rechtbank vindt de enkele verklaring van het slachtoffer een te magere basis voor een veroordeling ter zake van dit feit.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Verdachte heeft ontkend dat hij een afspraak heeft gemaakt of heeft proberen te maken om het slachtoffer te ontmoeten. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het procesdossier niet kan worden bewezen dat verdachte een concreet voorstel heeft gedaan het slachtoffer te ontmoeten dan wel heeft geprobeerd dit te doen – nog afgezien van de vraag of dit laatste een strafbaar feit oplevert.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging -kort samengevat- aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het meisje op de foto’s die op de laptop van verdachte zijn aangetroffen, het slachtoffer betreft.

Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld welke afbeeldingen bij verdachte op de computer en in de ‘deleted items’ zijn aangetroffen, wanneer die bestanden erop zijn gekomen, of verdachte kennis heeft genomen van de foto’s en wanneer ze van de computer zijn verwijderd. Aldus kan niet worden vastgesteld dat er sprake was van bezit zoals bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte dient voorts te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat waaruit blijkt dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer minderjarig was. Verder blijkt niet dat er sprake is geweest van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feiten 1 en 3

In bijlage II – waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd – heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, waarin de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden staan vermeld.

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er sprake was van opzet en dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte kennis heeft genomen van de foto’s, zodat ook niet kan worden vastgesteld dat sprake was van bezit als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is er volgens de raadsvrouw onvoldoende bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer minderjarig was. De rechtbank verwerpt de verweren van de raadsvrouw en overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte en het slachtoffer zijn via een chatsite met elkaar in contact gekomen. Daaropvolgend hebben er verschillende MSN-gesprekken plaatsgevonden tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte en het slachtoffer hebben eveneens contact gehad via de mail en via WhatsApp. Vaststaat dat verdachte en het slachtoffer in de periode van

18 oktober 2012 tot en met 29 december 2012 contact hebben gehad.

De rechtbank ziet aanleiding de (ten laste gelegde) periode bij beide feiten hiertoe te beperken. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt dat er al voor 18 oktober 2012 (seksueel getint) contact was tussen verdachte en het slachtoffer. Verder blijkt dat dit contact is gestopt per 30 december 2012. Niet blijkt dat de kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] , die zijn aangetroffen op de computer van verdachte, voor verdachte toegankelijk waren tussen 29 december 2012 en de datum van inbeslagname, te weten 9 december 2014. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de bestanden na het verbreken van het contact met het slachtoffer eind december 2012 heeft verwijderd.

Verdachte maakte in de periode dat hij contact had met het slachtoffer gebruik van het

e-mailadres [e-mailadres] @live.com. De inhoud van de MSN-gesprekken en de e-mailberichten waren seksueel van aard. Uit de MSN-gesprekken en de e-mailberichten blijkt dat verdachte het slachtoffer opdrachten heeft gegeven om foto’s van zichzelf te maken en het slachtoffer moest deze foto’s vervolgens opsturen naar verdachte.

De opdrachten bestonden onder andere uit het (deels) naakt poseren. Tevens moest het slachtoffer seksuele handelingen met zichzelf verrichten, al dan niet met een voorwerp. Het slachtoffer heeft aan het begin van het contact met verdachte aangegeven dat zij minderjarig was. Uit de MSN-gesprekken van 18 oktober 2012 en 3 november 2012 en de e-mail van

10 december 2012, die verdachte heeft verstuurd naar het slachtoffer, blijkt dat verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was. Daarnaast blijkt dat verdachte het slachtoffer in de MSN-gesprekken en de e-mailberichten noemt/begroet met onder andere, ‘ [bijnaam] ’ en hij noemt zichzelf ‘ [bijnaam] ’.

De bescherming van jeugdigen tegen seksuele verleiding staat centraal in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, doordat er een groot leeftijdsverschil is tussen verdachte en het slachtoffer. Enerzijds is sprake van een destijds 14-jarig meisje dat op de middelbare school zat, anderzijds van een volwassen man van toen 43 jaar oud. Het slachtoffer stond aan het begin van haar seksuele ontwikkeling.

De verschillende levensfasen waarin beiden zich bevonden lopen dusdanig uiteen dat niet alleen sprake is van een groot leeftijdsverschil, maar ook van een groot verschil in maatschappelijke positie. Daardoor heeft verdachte misbruik gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voorvloeiend overwicht.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat kan worden bewezen dat de MSN-gesprekken, e-mails en de WhatsApp-gesprekken die verdachte heeft gevoerd met het slachtoffer, erop gericht waren het slachtoffer te bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

Na onderzoek door de politie zijn op de computer van verdachte afbeeldingen aangetroffen die geclassificeerd zijn als kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft verklaard dat deze afbeeldingen op zijn computer terecht zijn gekomen in de periode dat hij contact had met het slachtoffer. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat het slachtoffer hem foto’s heeft gestuurd. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij seksueel getinte foto’s van zichzelf heeft gemaakt en dat zij deze foto’s naar verdachte heeft verstuurd. De verklaring van het slachtoffer wordt onder andere ondersteund door het feit dat de desbetreffende foto’s van het slachtoffer zijn aangetroffen op de in beslag genomen laptop van verdachte.

Verdachte heeft aldus gedurende de periode dat zij contact hadden het slachtoffer opdrachten gegeven om seksueel getinte foto’s van zichzelf te maken en gezegd dat zij deze naar hem moest versturen.

De rechtbank is van oordeel dat hieruit kan worden afgeleid dat verdachte opzet had op het in het bezit hebben van deze afbeeldingen. Nu het slachtoffer op dat moment minderjarig was, betroffen het kinderpornografische afbeeldingen. En hoewel het opzetvereiste zich niet uitstrekt tot de leeftijd van het slachtoffer, kan niet onopgemerkt blijven dat duidelijk blijkt dat verdachte van de minderjarigheid van het slachtoffer op de hoogte was.

Verdachte heeft daarnaast foto’s, waarop het slachtoffer te zien was – en die later door de politie als kinderpornografisch zijn aangemerkt - en die zij had verstuurd naar verdachte, op een A3 formaat papier geplaatst, hier een foto van gemaakt en heeft op 19 december 2012 deze foto gemaild naar het slachtoffer.

De rechtbank is aldus van oordeel dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen heeft ontvangen van het slachtoffer, deze willens en wetens onder zich heeft gehouden, deze op een A3 papier heeft geplaatst, hiervan een foto heeft gemaakt en deze foto, met kinderpornografische afbeeldingen, vervolgens heeft verspreid door deze foto via de mail te versturen naar het slachtoffer.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over de kinderpornografische afbeeldingen, zoals voor het opzettelijk bezit van kinderpornografisch materiaal vereist is. De rechtbank acht het op grond van het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig dat verdachte niet wist dat hij kinderporno had ontvangen en dat hij de afbeeldingen, die hij had ontvangen van het slachtoffer, onmiddellijk heeft verwijderd.

De verklaring van verdachte dat hij na 10 december 2012 geen contact meer heeft gehad met het slachtoffer, acht de rechtbank eveneens ongeloofwaardig. De rechtbank verwijst in dit verband naar de verklaring van het slachtoffer dat er tot eind december 2012 contact is geweest met verdachte en naar de e-mailberichten van 13 en 17 december 2012 en de WhatsApp-berichten van 29 december 2012 tussen verdachte en het slachtoffer. Weliswaar heeft verdachte in een e-mail van 10 december 2012 aan het slachtoffer aangegeven dat hij het contact met haar wilde verminderen, maar uit de inhoud van de e-mails en WhatsApp-berichten die verdachte na 10 december 2012 aan haar heeft verzonden, blijkt niet dat verdachte het contact daadwerkelijk heeft verbroken. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat verdachte het slachtoffer op 29 december 2012 een opdracht heeft gegeven om een foto van zichzelf te maken waarop te zien is dat zij seksuele handelingen met zichzelf verricht en heeft gezegd dat zij de foto naar hem moest e-mailen. De printscreens van de e-mails tussen het e-mailadres, [e-mailadres] @live.com, en het e-mailadres van het slachtoffer wijken, gelet op de inhoud, niet op essentiële punten af van de e-mails die verzonden zijn voor 10 december 2012. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de (inhoud van de) e-mails en hecht daarom geen waarde aan de verklaring van verdachte dat hij deze berichten niet zou hebben verstuurd.

6 BEWEZENVERKLARING

Op grond van bijlage II, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 18 oktober 2012 tot en met 29 december 2012 in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen afbeeldingen, te weten een aantal (digitale) foto’s en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een of meer computers en/of een harddisk, heeft verworven en in bezit heeft gehad en heeft verspreid door het ontvangen en verzenden van een of meer foto's via zijn laptop en GSM terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren op [1998] ), was

betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen

(zakelijk weergegeven) bestonden uit:

het met een vinger en een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail, althans per computer) (bedoeld het proces-verbaal van bevindingen op pagina 159 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

en

het met de hand aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail, althans per computer) (bedoeld het proces-verbaal van bevindingen op pagina 71 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert

in een omgeving en/of in een(erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet

bij haar leeftijd past(minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail,

althans per computer) (bedoeld het proces-verbaal van bevindingen op pagina 72 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling.

Feit 3

omstreeks 18 oktober 2012 tot en met 29 december 2012 in het arrondissement Midden-Nederland, door middel van chat/internetgesprekken [slachtoffer] (geboren op [1998] ), waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht telkens opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, bestaande die ontucht daarin, dat verdachte, die [slachtoffer] (telkens) heeft bewogen tot

- het tonen van haar geslachtsdelen en

- het laten in-/aannemen van posities/houdingen om haar geslachtsdelen (prominent) (voor verdachte) in beeld te laten komen en

- het betasten van haar geslachtsdelen en het masturberen (al dan niet met

behulp van het inbrengen van een voorwerp).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben;

Feit 3

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat nu de verdediging algehele vrijspraak heeft bepleit.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het verleiden van een minderjarige tot ontucht, een zedenmisdrijf. Daarnaast heeft verdachte in een periode van twee maanden kinderpornografisch materiaal van zijn slachtoffer verworven en in zijn bezit gehad en verspreid door deze aan zijn slachtoffer terug te sturen.

Verdachte, een man van destijds 43 jaar, heeft het jonge slachtoffer opdrachten gegeven om seksueel getinte foto’s van zichzelf te maken en hij heeft haar bewogen om ontuchtige handelingen met zichzelf, deels met behulp van een voorwerp, te verrichten. Het slachtoffer heeft deze foto’s vervolgens opgestuurd naar verdachte. Zij is op jonge leeftijd door verdachte geconfronteerd met dergelijke ontuchtige handelingen. Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat zij een druk voelde elke keer als ze een bericht/e-mail had ontvangen van verdachte. De verdachte heeft met zijn handelwijze een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Hij heeft bij het slachtoffer een normale en gezonde seksuele ontwikkeling doorkruist. Het is de verdachte zeer kwalijk te nemen dat hij misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij had door het grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer. De verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens voorop gesteld en heeft zich daarbij onvoldoende bekommerd om de gevolgen die hiervan voor het slachtoffer te verwachten waren. Kinderen behoren onbezorgd en beschermd op te groeien, dat is de verantwoordelijkheid van volwassenen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van ontucht nog geruime tijd de (psychische) gevolgen ondervinden van wat hen is aangedaan. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat hetgeen is gebeurd voor het slachtoffer zeer ingrijpend is geweest en dat het haar leven zeer heeft beïnvloed.

Verdachte heeft onvoldoende blijk gegeven dat hij van de ernst van de feiten is doordrongen en hij heeft daardoor onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelingen.

Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 19 december 2016 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport psychologisch onderzoek van drs. I.M.A.E. van Vlimmeren, GZ-psycholoog, van 31 oktober 2016 en aangevuld op 28 december 2016. Daarin is geconcludeerd dat verdachte niet lijdt aan een ziekelijk stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, dat hij volledig toerekeningsvatbaar is te achten en dat er geen grond is voor een advies voor begeleiding of behandeling in een strafrechtelijk kader.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor het in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal uit van een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk.

De feiten waarvoor verdachte is veroordeeld gaan ook in de richting van het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar.

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van specifieke bijzonderheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling daarvan op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De doorzoeking ter inbeslagneming van de gegevensdragers in de woning van verdachte op

9 december 2014 kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Tussen 9 december 2014 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim twee jaar en negen maanden. In deze zaak moet worden uitgegaan van een redelijke termijn van 2 jaren, zodat er sprake is van een overschrijding van die termijn met negen maanden.

Deze overschrijding is niet toe te rekenen aan de verdachte. De rechtbank heeft hiermee rekening gehouden bij het opleggen van de hierna genoemde gevangenisstraf.

De rechtbank zoekt verder aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht).

De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. Gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen die deze feiten hebben gehad voor het slachtoffer is de rechtbank van oordeel dat op het handelen van verdachte niet anders kan worden gereageerd dan door het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en dus niet mede met het opleggen van een taakstraf. Verder komt de rechtbank, gegeven het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 en 4 tenlastegelegde, per saldo tot een hogere straf dan de officier van justitie heeft geëist.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden is. Het voorwaardelijke deel dient ertoe om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst soortgelijke feiten te plegen.

11 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 12.144,03,-. Dit bedrag bestaat uit € 2.114,03,- materiële schade en € 10.000,- immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten.

11.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de vordering van de benadeelde partij, ten aanzien van de materiële schade, geheel toe te wijzen en, ten aanzien van de immateriële schade, bij wijze van voorschot, een bedrag toe te wijzen van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

11.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze onvoldoende is onderbouwd en een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen nu niet is vast te stellen voor welk deel van de immateriële schade verdachte verantwoordelijk is, nu de benadeelde partij ook via internet gecommuniceerd heeft met andere personen van het mannelijk geslacht.

11.3

Het oordeel van de rechtbank

De schade die betrekking heeft op de posten reiskosten - ter hoogte van in totaal € 1.758,03,- - en immateriële schade - tot een hoogte van € 2.500,- - komen voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 4.258,03 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 oktober 2012 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De rechtbank is van oordeel dat de vordering, ten aanzien van de schadepost die ziet op het eigen risico (€ 386,-), onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank kan zonder een dergelijke onderbouwing niet een schadebedrag schatten.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op (2 x € 384,- =) € 768,-.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 4.258,03,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 oktober 2012 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 52 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

13 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 36f, 57, 240b en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

14 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 2 en 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het onder 1 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 4.258,03,-;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2012 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 768,-;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 4.258,03,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2012 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 52 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.Dit vonnis is gewezen door mr. E. Akkermans, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en

H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Benschop, griffier, en is

uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2017.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2012 tot en met 9 december 2014

te De Meern, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in

Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) een hoeveelheid afbeeldingen, te weten

(een) (aantal) (digitale) foto(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende

(een) afbeelding(en), te weten een of meer computer(s) en/of (een) diskette(s)

en/of (een) harddisk(s) heeft

verworven en/of in bezit gehad en/of heeft verspreid en/of aangeboden (door

het ontvangen en/of verzenden van een of meer foto's via zijn laptop en/of

GSM) en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of

met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren op [1998] ) was

betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en)

(zakelijk weergegeven) (telkens) bestond(en) uit:

het met de (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of vaginaal en/of

anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft bereikt

(minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail, althans per

computer) (bedoeld de aangifte op pagina 53, het proces-verbaal van

bevindingen op pagina 69, 72 en 73 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

en/of

het met de (een) vinger(s)/hand aanraken van de geslachtsdelen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt

(minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail, althans per

computer) (bedoeld de aangifte op pagina 53, het proces-verbaal van

bevindingen op pagina 69, 71, 72 en 73 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert

in een omgeving en/of in een(erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet

bij zijn/haar leeftijd past/passen

(minimaal één foto, ontvangen en/of verstuurd via Hotmail, althans per

computer) (bedoeld de aangifte op pagina 53, het proces-verbaal van

bevindingen op pagina 69, 71, 72 en 73 van het eindprocesverbaal 0913ZEGGE)

waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of

borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding(en)

(aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken

tot seksuele prikkeling

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van

bovengenoemde afbeeldingen/filmfragmenten is samengesteld, maar ter voorkoming

van strafbare feiten en verdere verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet

in het dossier is gevoegd en ook niet in afschrift zal worden verstrekt. De

officier van justitie zal deze collectie als stuk van overtuiging op de

terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan

de terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal worden verleend op afspraak

met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 1 januari 2014 te De Meern, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer] (geboren op [1998] ), door geweld of een andere feitelijkheid

en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten:

- het verzenden van één of meer emailberichten naar het emailaccount van [slachtoffer]

, voorzien van (onder meer) de navolgende (dreigende) woorden:

'als je niet meer foto's van jezelf maakt dan ga ik naar je ouders' en/of 'je

moet nu zeggen waar je woont, anders ga ik helemaal naar je ouders, althans

woorden van gelijkende (dreigende) aard en/of strekking

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, te weten het

- maken van een of meerdere naaktselfies/fotos van haar (volledige)

ontblote/naakte lichaam in verschillende poses, waarbij die [slachtoffer]

seksuele handelingen heeft verricht en/of waarbij die [slachtoffer]

selfies/foto's heeft gemaakt met haar benen wijd en/of een papier (onder haar

ontblote borsten) met daarop de tekst: 'neuk me' en/of 'ik ben een hoertje'

en/of 'ik ben een sletje' en/of

- ( vervolgens) verzenden van deze selfie(s)/fotos naar het emailaccount

[e-mailadres] @live.com en/of [e-mailadres] @hotmail.com, althans het emailaccount in

gebruik bij verdachte

art 246 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 01 januari 2012 tot en met 1 januari 2014 te De Meern,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

(door middel van chat/internetgesprekken) [slachtoffer] (geboren op [1998]

, waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding (te weten

dat verdachte via internet/chat met die [slachtoffer] in contact is gekomen en/of

chatgesprekken heeft gevoerd, bij welk (email)contact en/of welke

chatgesprekken verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als

een minderjarige jongen),

(telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen,

bestaande die ontucht daarin, dat verdachte, die [slachtoffer] (telkens) heeft

bewogen tot

- het tonen van haar geslachtsdelen en/of

- het laten in-/aannemen van één of meer positie(s)/houding(en) om haar

geslachtsdelen (prominent) (voor verdachte) in beeld te laten komen en/of

- het betasten van haar geslachtsdelen en/of het masturberen (al dan niet met

behulp van het inbrengen van een of meer voorwerp(en)) en/of

- het ontvangen van een of meer foto's waarop verdachte, althans een man, met

zijn ontblote geslachtsdeel is afgebeeld en/of waarbij verdachte, althans een

man, aftrekkende bewegingen maakt

art 248a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 1 januari 2014 te De Meern en/of te Middelburg, in elk geval in

Nederland,

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een

communicatiedienst (te weten MSN en/of Twitter en/of SMS en/of GSM) met een

persoon van wie hij, verdachte, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat

deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer]

(geboren op [1998] ),

een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige

handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen, terwijl hij (daarbij)

enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die

ontmoeting, immers heeft hij, verdachte,

- het adres van die [slachtoffer] gevraagd en/of gekregen en/of

- ( vervolgens) concrete voorstellen gedaan wat betreft dag en/of plaats (die

dag in Rilland en/of bij haar thuis) van die ontmoeting, te weten dat hij die

dag naar Rilland zou komen

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 1 januari 2014 te De Meern en/of te Middelburg, in elk geval in

Nederland,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon, te weten [slachtoffer]

(geboren op [1998] ), van wie hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een

ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die

persoon te plegen en/of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die

persoon betrokken is te vervaardigen, waarbij hij, verdachte, enige handeling

heeft ondernomen gericht op de verwezenlijking van die ontmoeting, terwijl de

uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 248e Wetboek van Strafrecht