Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4873

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
659426-16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

oplichting en diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16/659426-16 en 16/652186-17 en 16/707043-15 (tul) (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 26 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1972] te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [adres]
verblijvende in [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de laatstelijk gehouden terechtzitting van 12 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. van Luijn en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Almere, alsmede van hetgeen mr. A.P. Hendriks, advocate te Amsterdam, namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 16/659426-16:
1.

in de periode van 31 juli 2015 tot en met 1 augustus 2015 te Almere [slachtoffer 1] heeft opgelicht met betrekking tot een Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] ;

2. primair
in de periode van 19 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te Almere [slachtoffer 2] heeft opgelicht met betrekking tot een BMW, type 325i, kenteken [kenteken] ;

2.
subsidiair
op 22 juni 2015 te Almere een BMW, type 325i, toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft gestolen;

3.

op 13 juli 2015 te Amsterdam [slachtoffer 3] heeft opgelicht met betrekking tot een Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken] ;

4. primair

in de periode van 13 juli 2015 tot en met 14 juli 2015 te Amsterdam [slachtoffer 4] en/of [naam vennootschap onder firma] V.O.F. heeft opgelicht met betrekking tot een personenauto ter waarde van € 1.000,- en/of een geldbedrag (zijnde een bedrag van in totaal € 12.000,-);

4. subsidiair

in de periode van 13 juli 2015 tot en met 14 juli 2015 te Amsterdam een Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken] heeft witgewassen;

5.

in de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Amsterdam [slachtoffer 5] heeft opgelicht met betrekking tot een Volkswagen, type Polo, kenteken [kenteken] .

6.

in de periode van 19 juni 2015 tot en met 1 augustus 2015 te Almere en/of Amsterdam een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Ten aanzien van parketnummer 16/652186-17:

1. hierna: feit 7)

op 11 februari 2017 te Almere , tezamen en in vereniging met een ander of met anderen, lood, dat toebehoort aan [bedrijfsnaam 1] , heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking;

2. ( hierna: feit 8)

op of omstreeks 1 december 2016 te Almere lood, dat toebehoort aan [bedrijfsnaam 2] B.V., heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3. ( hierna: feit 9)

op 10 januari 2017 te Almere heeft gepoogd lood, dat toebehoort aan VVE [naam VVE] , te stelen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van feit 4 primair (oplichting van [slachtoffer 4] en/of [naam vennootschap onder firma] V.O.F.) en subsidiair (witwassen), feit 8 (diefstal van lood van [bedrijfsnaam 2] B.V.) en feit 9 (poging tot diefstal van lood van VVE [naam VVE] ).

Over de onder 4 primair ten laste gelegde oplichting overweegt de rechtbank dat het enkele feit dat verdachte een auto aan een autogarage heeft verkocht terwijl hij wist dat hij deze auto door middel van oplichting verkregen had (waar de rechtbank onder punt 5 nader op zal ingaan) onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van oplichting te kunnen komen.

Voor het onder 4 subsidiair ten laste gelegde witwassen kan niet worden vastgesteld dat verdachte enige verhullingshandeling heeft verricht.

Ten aanzien van de onder 8 ten laste gelegde diefstal is van belang dat blijkens de aangifte namens [bedrijfsnaam 2] van 8 december 2016 en verschillende getuigenverklaringen al vanaf begin november 2016 bij een achttal flats gelegen aan de [straatnaam] en [straatnaam] te [woonplaats] meerdere diefstallen van lood hebben plaatsgevonden. Het sporenonderzoek van de politie is verricht in een flat aan de [straatnaam] en heeft een vingerafdruk en bloedsporen van verdachte opgeleverd, maar het betreffende proces-verbaal vermeldt niet om welke specifieke flat het daarbij gaat. Daarom staat niet vast dat deze sporen zijn aangetroffen in de flat waar door de getuigen over is verklaard. Uit de overige stukken in het dossier kan evenmin bewijs worden afgeleid dat verdachte de ten laste gelegde diefstal heeft begaan.

Voor de onder 9 ten laste gelegde poging tot diefstal bevat het dossier onvoldoende wettig bewijs dat verdachte deze diefstal heeft begaan.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 tot en met 9 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten en daartoe aangevoerd, kort weergegeven, dat niet ieder bedrog oplichting oplevert en het de vraag is of de grens van het civielrecht naar het strafrecht in deze zaken is overschreden. Ook is door de raadsman de vraag opgeworpen of van de slachtoffers, die geen kwetsbare personen zijn, niet meer onderzoek had mogen worden verwacht.

Voor de onder 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. Voor feit 7 heeft hij aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat door verdachte wegnemingshandelingen zijn verricht, omdat verdachte is aangetroffen op een plek die zo’n 200 meter was verwijderd van de plaats waar het weggenomen lood is teruggevonden.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen voor de feiten 1 tot en met 6 1

Feit 1

Aangever [slachtoffer 1] heeft als volgt verklaard. Op 31 juli 2015 werd hij gebeld door een onbekende man over zijn auto, een Volkswagen type Golf met het kenteken [kenteken] , die hij op Marktplaats te koop had staan. Er is een afspraak gemaakt voor de volgende ochtend 1 augustus 2015. De man, [voornaam van verdachte] genaamd, kwam op het afgesproken tijdstip bij de woning van aangever te [woonplaats] . Zij hebben samen een rondje in de auto gereden en spraken af dat de man de auto voor € 13.700,- mocht hebben. Hij liet [voornaam van verdachte] op zijn – […] – computer bij de Rabobank inloggen om het geld over te maken. [voornaam van verdachte] voerde het rekeningnummer [rekeningnummer] van aangever in en verzond de opdracht. Aangever was gerustgesteld en vertrouwde erop dat het goed was gegaan. Daarna zijn zij samen naar het postkantoor gereden en hebben zij de auto op naam van [voornaam van verdachte] overgeschreven. [voornaam van verdachte] is met de Volkswagen weggereden. Op 3 augustus 2015 bleek aangever echter dat het geld niet op de rekening van aangever was bijgeschreven. Toen aangever [voornaam van verdachte] opbelde, zei [voornaam van verdachte] dat het geld van zijn rekening was afgeschreven. Toen het geld op 5 augustus 2015 nog steeds niet op de rekening van aangever stond, heeft hij [voornaam van verdachte] opnieuw opgebeld, waarna [voornaam van verdachte] zei dat hij zijn bank zou bellen en daarna aangever terug zou bellen. [voornaam van verdachte] belde echter niet terug en toen aangever hem probeerde te bellen, stond de telefoon van [voornaam van verdachte] uit.2

Uit een proces-verbaal van bevindingen van de politie blijkt dat de status van de betaling van € 13.700,- vanaf het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van verdachte naar het rekeningnummer van [slachtoffer 1] op 1 augustus 2015 is: “uitgesteld”.3

Getuige [getuige 1] , eigenaar van [bedrijfsnaam 3] te [vestigingsplaats] , heeft verklaard dat op 4 augustus 2015 verdachte bij zijn bedrijf kwam en hem vertelde dat hij vanwege financiële problemen zijn auto, een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] , moest verkopen. Zij zijn een koopsom overeengekomen van € 3.500,- waarbij verdachte er dan een Ford Focus voor € 1.300,- bij mocht hebben.4

Feit 2

Aangever [slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. Hij had zijn auto, een BMW 325i, kenteken [kenteken] , op Marktplaats en op Autoscout gezet. Op 19 juni 2015 heeft hij telefonisch een afspraak gemaakt met een potentiële koper en op dezelfde dag heeft de man samen met aangever een proefrit gemaakt. Later die dag ontving aangever van de man een sms waarin stond dat hij de auto graag wilde kopen voor € 18.000,-. Aangever heeft daarop gezegd dat hij de auto weg wilde doen voor € 18.500,-. De man verklaarde dat hij daarmee akkoord ging en afgesproken werd om op 22 juni 2015 de financiën en de overschrijving te regelen. Die dag belde de man bij aangever aan en vertelde hem dat hij als ZZP-er in de ICT branche in Zwolle werkte. Hij liet aangever daarvan een pasje zien. Hij vertelde verder dat hij nog in Zwolle woonde, maar dat hij naar de [adres] in [woonplaats] zou verhuizen. Aangever had van tevoren een koopovereenkomst uitgeprint. De man heeft daarop de volgende gegevens ingevuld: “ [verdachte] , [adres] , [postcode] te [woonplaats] . […] . Bankrekeningnummer [rekeningnummer] ”. Ook overhandigde de man hem een identiteitskaart waar aangever een kopie van mocht maken. Op de identiteitskaart stonden de gegevens van [verdachte] , geboren op [1972] te [geboorteplaats] .

De man is bij aangever achter de computer gaan zitten en heeft ingelogd op de site van de Rabobank. Aangever doet nooit aan internetbankieren en is hier niet mee bekend. De man had de overboekingspagina openstaan en aangever moest zijn gegevens geven, wat hij deed. De man heeft toen een ander scherm geopend, waarop hij wilde laten zien dat het geld voor de auto was afgeschreven van zijn rekening. Toen hij dat scherm opende, bracht hij zijn linker duim naar het scherm van de computer en schermde daarmee een klein gedeelte, halverwege linksboven, af, waardoor aangever dat gedeelte van de site niet kon zien. Aangever zag het bedrag van € 18.500,- en hij zag dat daar een ‘minnetje’ voor stond, wat hij herkende als dat het bedrag van de rekening is afgeschreven. Toen hij de man vroeg waarom hij zijn duim op het scherm hield, zei de man: “dat is privé, daar staan privégegevens”. Aangever heeft ingelogd om te kijken of het bedrag al op zijn rekening was bijgeschreven, maar dat bleek niet het geval. Toen hij dit tegen de man zei, reageerde hij daarop heel heftig. Hij zei: “hoe kan dat nou, je hebt het toch gezien”. De man maakte aangever herhaaldelijk duidelijk dat het geld echt was overgemaakt. Hij bleef dit herhalen en zeggen dat de auto nu van hem was en dat zij naar het postkantoor moesten gaan. Toen aangever de Rabobank belde, kreeg hij te horen dat zij over de transactie geen informatie konden geven via de telefoon. Ook kreeg aangever te horen dat er een landelijke storing binnen de Rabobank was geweest. Door de manier waarop de man praatte en op hem overkwam en door de informatie van de bank, voelde aangever zich onder druk gezet om mee te werken aan de overschrijving van de auto. Hij is toen met de man naar het postkantoor gegaan en heeft de overschrijving geregeld. De auto stond toen op naam van [verdachte] , [1972] . Thuis gekomen vroeg de man de sleutel en aangever heeft hem die gegeven. Rond 14.30 uur belde de buurvrouw aan en vertelde dat ze net had gezien dat de BMW was weggereden. Aangever is op 23 juni 2015 nog aan de [adres] te [woonplaats] geweest, maar daar bleek iemand anders te wonen.5

Uit een rekeningafschrift over de maand juni 2015 betreffende het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van verdachte blijkt dat het saldo op 29 mei 2015 credit

€ 0,12 was en op 30 juni 2015 debet € 1,68. In deze periode heeft er op geen enkel moment geld op de rekening gestaan.6

De status van de betaling van € 18.500,- vanaf voornoemde rekening van verdachte naar de rekening van aangever [slachtoffer 2] ( [rekeningnummer] ) op 22 juni 2015 is: “afgekeurd”.7

Uit een proces-verbaal van bevindingen van de politie volgt dat de BMW 325i op 23 juni 2015 door verdachte was ingeruild bij [bedrijfsnaam 4] te [vestigingsplaats] . Verdachte kreeg van de eigenaar van het autobedrijf, [A] , € 1.000,- cash en een Opel Antara. Verdachte had [A] verteld dat hij een leaseauto van zijn baas had gekregen en dat hij die wilde verkopen.8

Feit 3

Aangever [slachtoffer 3] heeft als volgt verklaard. Hij had zijn auto, een Volkswagen, type Passat, voorzien van kenteken [kenteken] , op Marktplaats te koop aangeboden. Hij werd gebeld door [verdachte] die hem vertelde dat hij interesse had in zijn auto. Op 13 juli 2015 is [voornaam van verdachte] bij hem thuis in Amsterdam gekomen en heeft hij de auto bezichtigd. Overeengekomen werd dat de auto voor een bedrag van € 18.500,- zou worden verkocht. De vrouw van aangever heeft vervolgens een contract opgesteld en [voornaam van verdachte] heeft dit contract mede ondertekend. Aangever is samen met [voornaam van verdachte] naar een filiaal van de Rabobank in Amsterdam gegaan. Daar heeft [voornaam van verdachte] door middel van elektronisch bankieren een transactie verricht. Bij de [naam winkel] is de auto op naam van [voornaam van verdachte] overgeschreven. De medewerker van de [naam winkel] vroeg [voornaam van verdachte] of het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] , nog hetzelfde was, waarop [voornaam van verdachte] een andere straatnaam opgaf dan die hij in het koopcontract had genoemd. Hij gaf als reden op dat hij pas geleden naar een ander adres was verhuisd. Samen met [voornaam van verdachte] is aangever naar huis gereden en heeft hij de twee originele autosleutels aan hem overhandigd. [voornaam van verdachte] heeft de sleutels in ontvangst genomen en is met de auto weggereden. Op 14 juli 2015 zag aangever dat het afgesproken bedrag nog niet op zijn rekening was bijgeschreven. Toen hij [voornaam van verdachte] belde, vertelde hij hem dat de transactie vanwege onvoldoende saldo niet was doorgegaan. Later belde [voornaam van verdachte] hem terug en zei hem dat hij geld van zijn spaarrekening naar zijn lopende rekening had overgemaakt en de bank een spoedopdracht had gegeven om het bedrag naar aangevers rekening over te maken. Het geld stond daarna nog niet op de rekening van aangever en toen hij [voornaam van verdachte] belde, nam deze zijn telefoon niet meer op en reageerde hij evenmin op sms-berichten van aangever. Aangever is naar het adres [adres] te [woonplaats] gegaan, maar daar bleek een ander gezin te wonen.9

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 3] verklaard dat verdachte hem tijdens het internetbankieren, nadat hij het rekeningnummer en het afgesproken bedrag had ingevuld, de gegevens heeft laten controleren. Voordat verdachte akkoord gaf op de transactie, vroeg hij [slachtoffer 3] of hij het goed vond dat hij, om privacy-redenen, het saldobedrag afdekte. Aangever vond dat goed en verdachte heeft op akkoord geklikt. [slachtoffer 3] dacht toen dat de betaling daardoor was gedaan. Omdat hij zelf een rekening heeft bij een andere bank heeft hij geen enkele ervaring met de Rabobank.10

Uit een proces-verbaal van bevindingen van de politie blijkt dat de status van de betaling van € 18.500,- vanaf het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van verdachte naar het rekeningnummer van [slachtoffer 3] op 13 juli 2015 is: “afgekeurd”.11

Uit onderzoek van de politie volgt dat deze auto op 14 juli 2015 is overgeschreven op naam van [naam vennootschap onder firma] V.O.F. te [vestigingsplaats] .12 [slachtoffer 4] , één van de eigenaren van de betreffende autogarage, heeft verklaard dat verdachte hem op enig moment vertelde dat hij binnenkort een Volkswagen Passat binnen zou krijgen en hem vroeg of hij interesse had.

Op 13 juli 2015 is verdachte met de Volkswagen Passat langs gekomen en zijn zij overeengekomen dat verdachte € 12.000,- voor de auto zou krijgen en daarnaast een andere auto ter waarde van ongeveer € 1.000,-.13

Feit 5

Aangever [slachtoffer 5] heeft het volgende verklaard. Hij heeft een Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken] op Marktplaats te koop aangeboden. Via de mail van Marktplaats heeft hij contact gehad met een geïnteresseerde koper. Uiteindelijk kwamen zij op een verkoopprijs van € 17.000,- uit. De koper gaf hem twee mobiele telefoonnummers door. Aangever heeft via deze nummers meerdere keren contact met hem gehad. De man stuurde hem via WhatsApp ook een foto van zijn identiteitsbewijs, maar deze was nauwelijks leesbaar. Uiteindelijk spraken zij af om op 21 juli 2015 in Amsterdam Zuid bij de [naam winkel] de auto over te schrijven en de betaling te verrichten. De koper stelde zich aan hem voor als [voornaam van verdachte] . Omdat de auto bij de [naam winkel] niet kon worden overgeschreven, spraken zij af dat aangever de auto aan [voornaam van verdachte] zou meegeven en dat hij dan de auto de dag erna, op 22 juli 2015, op zijn naam zou zetten. Aangever heeft hem alle autopapieren meegegeven en [voornaam van verdachte] heeft de auto meegenomen. Nog in de auto en voordat [voornaam van verdachte] daarmee wegreed heeft hij met de telefoon van aangever € 17.000,- overgemaakt, althans, zo leek het. Hij logde in bij de Rabobank en gebruikte de randomreader om het bedrag over te maken. Aangever zag dat de overboeking van € 17.000,- was verzonden vanaf zijn – [verdachtes] – account. Aangever dacht dat alles goed zat. Later in de middag belde [voornaam van verdachte] hem om te zeggen dat het overschrijven niet door was gegaan en dat hij dat op een later moment op die dag zou gaan doen. Daarna heeft aangever nooit meer iets van hem vernomen. Aangever heeft meerdere keren gekeken of het geld op zijn rekening was bijgeschreven, maar dat is niet gebeurd.

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 5] nog verklaard dat hij in het scherm had gezien dat het bedrag was afgeschreven. Hij zag dat het bedrag was betaald, de opdracht daartoe was gegeven. De daadwerkelijke bijschrijving zou 24 uur in beslag nemen. [slachtoffer 5] heeft tijdens de betaling meerdere schermen gezien, zij hebben samen zijn gegevens erin gezet en een paar keer gecontroleerd.14

Door verbalisant is de door aangever via WhatsApp ontvangen afbeelding van een identiteitskaart onderzocht. Verbalisant zag de volgende gegevens op de identiteitskaart staat:

Naam: [verdachte] ;

Voornamen: [voornaam van verdachte] (tweede naam onduidelijk);

Geboortedatum: [cijferaanduiding] (maand onduidelijk) 1972.15

De status van de betaling van € 17.000,- vanaf voornoemde rekening van verdachte naar de rekening van aangever [slachtoffer 5] op 21 juli 2015 is: “afgekeurd”.16

Uit onderzoek is gebleken dat verdachte de auto op 22 juli 2015 aan [B] van [bedrijfsnaam 5] te [vestigingsplaats] heeft verkochtvoor € 2.000,- waarbij aan hem ook een Volkswagen Golf ter waarde van € 13.500,- is meegegeven.17

Feit 6

Voor feit 6 verwijst de rechtbank naar de hierboven genoemde bewijsmiddelen betreffende de feiten 1, 2, 3 en 5.

Bewijsoverweging voor de feiten 1 tot en met 6

De rechtbank stelt op grond van de weergegeven bewijsmiddelen vast dat verdachte naar aanleiding van advertenties op Marktplaats steeds dezelfde handelwijze had voor de koop van een tweedehands auto.

Dit betekent dat verdachte zich in al deze gevallen heeft voorgedaan als een betrouwbare koper terwijl hij dat in feite niet was. Immers, hij maakte een afspraak om de betreffende auto te bezichtigen, bezichtigde die ook daadwerkelijk, maakte al dan niet een proefrit en onderhandelde over de prijs. In een aantal gevallen overhandigde verdachte zelfs een kopie van zijn identiteitsbewijs en ondertekende hij een koopovereenkomst. Ook gaf hij bij twee aangevers een onjuist adres aan [straatnaam] in [woonplaats] op.

Verdachte heeft zich verder ook bediend van listige kunstgrepen door betaling te simuleren. Bij de aangevers was hierdoor het vertrouwen gewekt dat het bedrag ook echt was betaald zodat de auto kon worden overgeschreven en aan verdachte kon worden meegegeven. Echter, het uitblijven van betaling van de koopsom in al deze vier gevallen in een tijdsbestek van anderhalve maand, ook nádat de verkopers daarover contact hadden opgenomen met verdachte die vervolgens niet thuis gaf, maakt dat de rechtbank de overtuiging heeft dat verdachte van meet af aan helemaal niet de intentie had de koopsom te betalen en ook wist dat hij dat niet kon. Hiervoor is ook van belang dat verdachte onvoldoende saldo op zijn rekening had staan en dat hij in twee gevallen het saldo op zijn betaalrekening op het beeldscherm met zijn duim had afgeschermd. Verdachte heeft met zijn bedrieglijk en misleidend handelen bij de betreffende aangevers een onjuiste voorstelling van zaken in het leven willen roepen om daar vervolgens misbruik van te kunnen maken, wat hij ook heeft gedaan.

Met betrekking tot feit 2 primair overweegt de rechtbank dat met dat de overschrijving van de auto op naam van verdachte en overhandiging van de autosleutel door aangever, de afgifte van de auto aan verdachte tot stand kwam, en daarmee sprake is van een voltooide oplichting.

Met betrekking tot feit 6 is van belang dat verdachte’s handelwijze de rechtbank tot het oordeel leidt dat hij er een gewoonte van heeft gemaakt om goederen af te nemen zonder daarvoor te betalen.

De rechtbank acht derhalve de onder 1, 2 primair, 3, 5 en 6 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen voor feit 7 18

Aangever [aangever] , die aangifte heeft gedaan namens de eigenaar van het pand [bedrijfsnaam 1] , heeft als volgt verklaard. Op 11 februari 2017 werd hij gebeld door de servicemeldkamer met de mededeling dat er lood van het dak van het pand [adres] te [vestigingsplaats] was weggehaald. Het lood op een aan hem door de politie getoonde foto herkende hij als het daklood dat op het bedrijfspand aan de [adres] ligt.19

Op 11 februari 2017 om 6.24 uur kregen verbalisanten de opdracht om naar [straatnaam] te [woonplaats] te gaan, waar een melder breekgeluiden hoorde. Eén van de verbalisanten vond in een hoek van de panden aan [straatnaam] naast een papiercontainer een stapel lood.

De andere verbalisant zag verdachte op het dak van een, naar de rechtbank begrijpt, naastgelegen appartementencomplex staan.20

De beller, getuige [getuige 2] , heeft verklaard dat hij op 11 februari 2017 omstreeks 6.15 uur lag te slapen in zijn woning aan [straatnaam] te [woonplaats] en wakker werd van een bonkend geluid. Hij keek via het raampje in zijn voordeur naar [straatnaam] en zag aan de overzijde van de parkeerplaats op het dak van het gebouw twee mannen lopen. Eén van de mannen klom via de brandtrap het dak van het flatgebouw van [getuige 2] op en werd daar door politieagenten vanaf gehaald. [getuige 2] keek de man toen recht in het gezicht en herkende hem als degene die hij over het dak had zien lopen en daarna via de brandtrap zijn flatgebouw op was geklommen.21

Verbalisanten zijn even later het platte dak tussen [straatnaam] en [straatnaam] , waar verdachte eerder op had gestaan, opgeklommen. Zij troffen daar een paar werkhandschoenen en een combinatietang aan. Het dak was bedekt met een laagje verse sneeuw waar schoenafdrukken in stonden. De werkhandschoenen en de combinatietang waren niet bedekt met een laagje sneeuw. Gezien de locatie waar het lood was aangetroffen – zo’n 200 meter vanaf de plek waar verdachte is aangetroffen – is ook het platte dak tussen [straatnaam] en [straatnaam] beklommen en onderzocht. Ook dit dak was bedekt met een laagje verse sneeuw waar schoenafdrukken in stonden, afkomstig van één paar schoenen. Verbalisant heeft de schoenafdrukken gevolgd en zag dat deze ophielden bij de dakrand. Precies onder die locatie lag het lood. Kennelijk is het lood vanaf het platte dak naar beneden gegooid. Verbalisant heeft hierop de schoenafdrukken verder gevolgd en zag dat hij uitkwam bij een dakrand waar het lood verwijderd was. Het weggenomen lood bevond zich oorspronkelijk aan de panden aan [straatnaam] . Nadat verdachte was ingesloten, heeft verbalisant een onderzoek ingesteld naar de schoenen van verdachte. Hij zag dat het profiel van de schoenen van verdachte overeenkwam met de schoenafdrukken in de verse sneeuw op het platte dak.22

Bewijsoverweging voor feit 7

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het onder 7 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Dat niet is gezien dat verdachte wegnemingshandelingen heeft verricht en dat verdachte is aangetroffen op een plek die zo’n 200 meter verwijderd is van de plaats waar het lood is aangetroffen, doet hier niet aan af. Op het dak, waar het lood is weggenomen, zijn immers de schoenafdrukken van verdachte aangetroffen en de getuige heeft gezien dat verdachte zich vanaf dit dak naar het andere dak heeft verplaatst Voor het ten laste gelegde bestanddeel ‘in vereniging’ bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 31 juli 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, zijnde een personenauto, merk: Volkswagen, type: Golf, kenteken [kenteken] , hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin voornoemde personenauto te koop werd aangeboden, contact opgenomen met deze [slachtoffer 1] , teneinde een afspraak te maken om de auto te bezichtigen;

en

- vervolgens een proefrit met voornoemde personenauto gemaakt, waarna hij, verdachte, aan voornoemde [slachtoffer 1] heeft laten weten dat hij deze van hem wilde kopen;

en

- vervolgens met voornoemde [slachtoffer 1] een verkoopprijs afgesproken van 13.700,00 euro;

en

- vervolgens op de computer van voornoemde [slachtoffer 1] middels internetbankieren een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [slachtoffer 1] ingevuld;

en

- vervolgens deze overboekingsopdracht verzonden

in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekening had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. Primair

in de periode van 19 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te Almere, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, zijnde een personenauto, merk: BMW, type: 325i, kenteken: [kenteken] , hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin voornoemde personenauto te koop werd aangeboden, een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] om deze te komen bezichtigen;

en

- vervolgens samen met voornoemde [slachtoffer 2] een proefrit gemaakt met voornoemde auto,

en

- vervolgens met die [slachtoffer 2] overeengekomen waarbij hij, verdachte, de auto zou overnemen voor 18.500,00 euro;

en

- vervolgens afgesproken om de financiën en de overschrijving te regelen;

en

- vervolgens die [slachtoffer 2] gezegd dat hij zzp-er was en hem hier documenten van getoond en die [slachtoffer 2] gezegd dat hij in Zwolle zou wonen en die [slachtoffer 2] gezegd dat hij in [woonplaats] zou gaan wonen op de [adres] terwijl hij, verdachte, op dat moment elders woonachtig was;

en

- vervolgens op 22 juni 2015 een koopovereenkomst ondertekend;

en

- vervolgens op de computer van voornoemde [slachtoffer 2] middels internetbankieren middels een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer ingevuld;

en

- vervolgens deze overboekingsopdracht verzonden, in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

en

- vervolgens aan die [slachtoffer 2] laten zien dat de afgesproken geldsom afgeboekt was, waarbij hij, verdachte, ter maskering van een niet gelukte overboeking, zijn duim op een deel van het scherm heeft gezet en die [slachtoffer 2] gezegd dat hij niet mocht zien wat er op dat gedeelte van het scherm zichtbaar was, omdat dat privé was;

en

- vervolgens toen die [slachtoffer 2] hem zei dat het geld niet was overgemaakt, hem de woorden toevoegde 'hoe kan dat nou, je hebt het toch gezien' en 'je hebt zelf gezien dat ik heb betaald';

waardoor voornoemde [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

op 13 juli 2015 te Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, zijnde een personenauto, merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken [kenteken] , hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin een de personenauto voornoemd te koop werd aangeboden, contact opgenomen met die [slachtoffer 3] , teneinde een afspraak te maken om de auto te bezichtigen

en

- vervolgens met die [slachtoffer 3] overeengekomen dat verdachte die personenauto voor 18.500,00 euro zou kopen;

en

- vervolgens een koopovereenkomst met die [slachtoffer 3] getekend, waarin hij, verdachte, een ander adres op liet nemen dan waar hij feitelijk woonde, het andere adres zijnde [adres] , postcode [postcode] te [woonplaats] terwijl hij, verdachte, op dat moment elders woonachtig was;

en

- vervolgens in een filiaal van de Rabobank te Amsterdam middels elektronisch bankieren een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar het rekeningnummer ten name van [slachtoffer 3] ingevuld;

en

- vervolgens deze overboekingsopdracht verzonden, in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor voornoemde [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

op of omstreeks de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, zijnde een personenauto, merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken] , hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een op Marktplaats te koop aangeboden personenauto contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 5] ;

en

- vervolgens met die [slachtoffer 5] overeengekomen dat hij, verdachte, de personenauto zou kopen voor 17.000,00 euro;

en

- vervolgens met [slachtoffer 5] afgesproken om de personenauto over te laten schrijven en de koopsom te betalen;

en

- vervolgens met de mobiele telefoon van die [slachtoffer 5] ingelogd op de (mobiele) site van de Rabobank om middels elektronisch bankieren een overboekingsopdracht, na invulling van voornoemde afgesproken geldsom, van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar het rekeningnummer ten name van [slachtoffer 5] te verzenden;

in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven aangifte;

6.

in de periode van 19 juni 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere en/of te Amsterdam, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende/zijnde verdachte toen aldaar

- in de periode van 31 juli 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere, een personenauto, merk: Volkswagen, type: Golf, kenteken: [kenteken] , gekocht van [slachtoffer 1] en

- in de periode van 19 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te Almere een personenauto, merk: BMW, type: 325i, kenteken: [kenteken] , gekocht van [slachtoffer 2] en

- op 13 juli 2015 te Amsterdam, een personenauto, merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken: [kenteken] , gekocht van [slachtoffer 3] en

- in of omstreeks de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Amsterdam, een personenauto, merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken] , gekocht van [slachtoffer 5]

en daarbij (telkens) met die personenauto weggereden en/of (ook) vervolgens niet betaald.

7.

op 11 februari 2017 te Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen lood, toebehorende aan [bedrijfsnaam 1] en/of de eigenaar van een (appartementen)complex aan de [adres] , waarbij verdachte dat weg te nemen lood onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1, 2 primair, 3 en 5: oplichting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 6: een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Ten aanzien van feit 7: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat in de strafoplegging in sterke mate rekening moet worden gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De tijd die verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in een klinische setting heeft doorgebracht, dient in mindering te worden gebracht op de op te leggen vrijheidsstraf.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier oplichtingsgevallen en dat is zo vaak dat hierover kan worden gezegd dat hij er een gewoonte van heeft gemaakt om zaken te kopen zonder deze te betalen. Met zijn handelen heeft hij de verkopers financieel fors benadeeld en schade toegebracht aan het vertrouwen dat in het economisch verkeer moet kunnen worden gesteld in de wijze waarop (via Marktplaats) goederen worden verkocht en gekocht. Dit alles heeft verdachte gedaan om er zelf financieel beter van te worden. Dat verdachte geen respect heeft voor andermans goederen en eigendom blijkt eveneens uit het feit dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan diefstal van lood van het dak van een pand.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft ten nadele van verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 4 augustus 2017 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 1 september 2017, opgemaakt door [C] , dat onder meer het volgende inhoudt.

Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis is verdachte in [verblijfplaats] geplaatst teneinde te onderzoeken welke behandelmogelijkheden er nog zijn, nu er bij verdachte sprake is van hardnekkige verslavingsproblematiek, van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek en het verdachte tot op heden niet is gelukt om op langere termijn te profiteren van hulpverlening binnen het forensisch kader. Verdachte wordt namelijk sinds 2004 behandeld voor deze problematiek, maar dit heeft niet geleid tot (blijvende) gedragsverandering. Na observatieplaatsing is door [verblijfplaats] geconcludeerd dat een nieuwe klinische behandelpoging hier geen verandering in zal brengen. Aangezien verdachte over onvoldoende (coping)vaardigheden beschikt om zichzelf staande te kunnen houden wordt stevige begeleiding in de resocialisatie wel noodzakelijk geacht. De reclassering verwacht dat verdachte van een voorwaardelijk strafdeel niet onder de indruk zal zijn, nu de strafrechtelijke consequenties onvoldoende afschrikwekkend zijn gebleken om hem te weerhouden van middelengebruik en daaruit volgende criminele activiteiten.

De responsiviteit voor een begeleidings- en resocialisatietraject zal volgens de inschatting van de reclassering het hoogst zijn in het kader van een TBS met voorwaarden en zij adviseert ten behoeve daarvan een maatregelenrapport aan te vragen.

De straf

Anders dan de reclassering, en met de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat een TBS met voorwaarden, die alleen ter zake van de bewezenverklaarde diefstal kan worden opgelegd, niet passend is. De rechtbank ziet, mede gelet op het rapport van de reclassering, evenmin aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel, zodat zij verdachte een geheel onvoorwaardelijke straf zal opleggen.

Alles afwegende en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in aanmerking nemend, is een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Er is geen aanleiding om de tijd die verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in [verblijfplaats] heeft doorgebracht in mindering te brengen op de op te leggen straf.

10 BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 18.700. Dit bedrag bestaat uit € 18.500,- materiele schade en € 200,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 primair ten laste gelegde feit. Daarnaast vordert de benadeelde partij een bedrag van € 3.346,96 aan kosten voor rechtsbijstand.

[slachtoffer 5] heeft zich eveneens als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 17.000,-, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 5 ten laste gelegde feit.

[bedrijfsnaam 2] heeft zich ten slotte ook als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.094,36 aan materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 8 ten laste gelegde feit.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van alle vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat ten behoeve van [bedrijfsnaam 2] aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd voor een bedrag van € 603,- in verband met de schade aan de deur van het appartementencomplex aan [straatnaam] .

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair, in verband met de door hem bepleite vrijspraken, de niet-ontvankelijkheid van de vorderingen bepleit. Subsidiair heeft hij met betrekking tot de vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] geen verweer gevoerd. In de vordering van [bedrijfsnaam 2] is de schade aan meerdere appartementencomplexen opgevoerd en aangezien dit geen rechtstreekse schade is, moet de vordering ook op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van [slachtoffer 2]

Vaststaat dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het hiervoor onder 2 primair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 18.700,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juni 2015 tot de dag van volledige betaling

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op € 3.346,96.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 18.700,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juni 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 128 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

De vordering van [slachtoffer 5]

Vaststaat dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op

€ 17.000,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juli 2015 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 5] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 17.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juli 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 120 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

De vordering van [bedrijfsnaam 2]

De rechtbank zal de benadeelde partij [bedrijfsnaam 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 8 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

11 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 9 december 2015 (parketnummer 16/707043-15) is verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

12 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14g, 27, 36f, 57, 63, 311, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 4 primair en subsidiair (parketnummer 16/659426-16) en het onder 8 en 9 (parketnummer 16/652186-17) ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 (parketnummer 16/659426-16) en 7 (parketnummer 16/652186-17) ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 (parketnummer 16/659426-16) en 7 (parketnummer 16/652186-17) meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 (parketnummer 16/659426-16) en 7 (parketnummer 16/652186-17) bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij [slachtoffer 2] (parketnummer 16/659426-16)

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag van € 18.700,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2015 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 3.346,96;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 18.700,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 128 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 5] (parketnummer 16/659426-16)

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag van
    € 17.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2015 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 17.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 120 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijfsnaam 2] (parketnummer 16/652186-17)

- verklaart [bedrijfsnaam 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/707043-15

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 9 december 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. van de Streek, voorzitter, mr. drs. H. Vegter en mr. R.C.J. Hamming, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 16/659426-16:

1.

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere, althans elders in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, zijnde een personenauto (merk: Volkswagen, type: Golf, kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin voornoemde personenauto te koop werd aangeboden, contact opgenomen met deze [slachtoffer 1] , teneinde een afspraak te maken om de auto te bezichtigen;

en/of

- ( vervolgens) een proefrit met voornoemde personenauto gemaakt, waarna hij, verdachte, aan voornoemde [slachtoffer 1] heeft laten weten dat hij deze van hem wilde kopen;

en/of

- ( vervolgens) met voornoemde [slachtoffer 1] een verkoopprijs afgesproken van 13.700,00 euro;

en/of

- ( vervolgens) op de computer van voornoemde [slachtoffer 1] middels internetbankieren een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [slachtoffer 1] ingevuld;

en/of

- ( vervolgens) deze overboekingsopdracht verzonden;

in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. Primair

hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te Almere, althans elders in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een goed (zijnde een personenauto, merk: BMW, type: 325i, kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin voornoemde personenauto te koop werd aangeboden, een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] om deze te komen bezichtigen;

en/of

- ( vervolgens) samen met voornoemde [slachtoffer 2] een proefrit gemaakt met voornoemde auto,

en/of

- ( vervolgens) met die [slachtoffer 2] overeengekomen waarbij hij, verdachte, de auto zou overnemen voor 18.500,00 euro;

en/of

- ( vervolgens) afgesproken om de financiën en de overschrijving te regelen;

en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] gezegd dat hij zzp-er was en hem hier documenten van getoond en/of die [slachtoffer 2] gezegd dat hij in Zwolle zou wonen en/of die [slachtoffer 2] gezegd dat hij in [woonplaats] zou gaan wonen op de [adres] terwijl hij, verdachte, op dat moment elders woonachtig was;

en/of

- ( vervolgens) (met die [slachtoffer 2] ) op 22 juni 2015 een koopovereenkomst opgesteld en ondertekend;

en/of

- ( vervolgens) op de computer van voornoemde [slachtoffer 2] middels internetbankieren middels een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar rekeningnummer [rekeningnummer] ingevuld;

en/of

- ( vervolgens) deze overboekingsopdracht verzonden, in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 2] laten zien dat de afgesproken geldsom afgeboekt was, waarbij hij, verdachte, (ter maskering van een niet gelukte overboeking) zijn duim op (een deel van) het scherm heeft gezet en die [slachtoffer 2] gezegd dat hij niet mocht zien wat er op dat gedeelte van het scherm zichtbaar was, omdat dat prive was;

en/of

- ( vervolgens) toen die [slachtoffer 2] hem zei dat het geld niet was overgemaakt, hem de woorden toevoegde 'hoe kan dat nou, je hebt het toch gezien' en/of 'je hebt zelf gezien dat ik heb betaald';

waardoor voornoemde [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. Subsidiair

hij op of omstreeks 22 juni 2015 te Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk: BMW, type: 325i), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 13 juli 2015 te Amsterdam, althans elders in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgrep(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een goed (zijnde een personenauto, merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een Marktplaatsadvertentie waarin een de personenauto voornoemd te koop werd aangeboden, contact opgenomen met die [slachtoffer 3] , teneinde een afspraak te maken om de auto te bezichtigen

en/of

- ( vervolgens) met die [slachtoffer 3] overeengekomen dat verdachte die personenauto voor 18.500,00 euro zou kopen;

en/of

- ( vervolgens) een koopovereenkomst met die [slachtoffer 3] getekend, waarin hij, verdachte, een ander adres op liet nemen dan waar hij feitelijk woonde, het andere adres zijnde [adres] , postcode [postcode] te [woonplaats] terwijl hij, verdachte, op dat moment elders woonachtig was;

en/of

- ( vervolgens) in een filiaal van de Rabobank te Amsterdam middels elektronisch bankieren een overboekingsopdracht van voornoemde afgesproken geldsom van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar het rekeningnummer ten name van [slachtoffer 3] ingevuld;

en/of

- ( vervolgens) deze overboekingsopdracht verzonden, in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor voornoemde [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4. Primair

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2015 tot en met 14 juli 2015 te Amsterdam, althans elders in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgrep(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] en/of [naam vennootschap onder firma] v.o.f. heeft bewogen tot de afgifte van een goed (zijnde

een personenauto ter waarde van 1.000 euro en/of een geldbedrag (zijnde een bedrag van in totaal 12.000 euro), in elk geval enig goed, hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- contact opgenomen met die [slachtoffer 4] , teneinde een afspraak te maken om een personenauto (merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken: [kenteken] ) aan die [slachtoffer 4] te tonen

en/of

- ( vervolgens) met die [slachtoffer 4] overeengekomen dat verdachte die personenauto voor 12.000 euro aan die [slachtoffer 4] zou verkopen en dat die [slachtoffer 4] aan hem, verdachte, daarbij nog een personenauto ter waarde van ongeveer 1.000 euro ter beschikking zou stellen;

en/of

- ( vervolgens) een koopovereenkomst met die [slachtoffer 4] getekend;

in de wetenschap dat hij, verdachte, die personenauto door oplichting van [slachtoffer 3] had verkregen en hij (dus) geen eigenaar was van die personenauto, althans in de wetenschap dat [slachtoffer 3] die personenauto op enig moment zou (kunnen) komen terugvorderen,

waardoor voornoemde [slachtoffer 4] en/of [naam vennootschap onder firma] v.o.f. werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

4. Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2015 tot en met 14 juli 2015, te Amsterdam, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten een personenauto (merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken: [kenteken] ), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp, was, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Amsterdam, althans elders in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een goed (zijnde een personenauto, merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken] ), in elk geval van enig goed, hebbende en/of zijnde verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- naar aanleiding van een op Marktplaats te koop aangeboden personenenauto contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 5] ;

en/of

- ( vervolgens) met die [slachtoffer 5] overeengekomen dat hij, verdachte, de personenauto zou kopen voor 17.000,00 euro

en/of

- ( vervolgens) met [slachtoffer 5] afgesproken om de personenauto over te laten schrijven en de koopsom te betalen;

en/of

- ( vervolgens) met de mobiele telefoon van die [slachtoffer 5] ingelogd op de (mobiele) site van de Rabobank om middels elektronisch bankieren een overboekingsopdracht (na invulling van voornoemde afgesproken geldsom) van zijn, verdachtes, rekeningnummer naar het rekeningnummer ten name van [slachtoffer 5] ingevuld te verzenden;

in de wetenschap dat hij, verdachte, te weinig geld op zijn rekeningnummer had om de overboeking van voornoemde geldsom daadwerkelijk te kunnen doen of effectueren;

waardoor [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven aangifte;

6.

hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere en/of te Amsterdam, althans elders in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende/zijnde verdachte toen aldaar

- in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 01 augustus 2015 te Almere, een personenauto (merk: Volkswagen, type: Golf, kenteken: [kenteken] ) gekocht van [slachtoffer 1] en

- in of omstreeks de periode van 19 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te

Almere een personenauto (merk: BMW, type: 325i, kenteken: [kenteken] ) gekocht van

[slachtoffer 2] en

- op of omstreeks 13 juli 2015 te Amsterdam, een personenauto (merk: Volkswagen, type: Passat, kenteken: [kenteken] ) gekocht van [slachtoffer 3] en

- in of omstreeks de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Amsterdam, een personenenauto (merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken] ) gekocht van [slachtoffer 5]

en daarbij (telkens) met die personenauto weggereden en/of (ook) vervolgens niet betaald.

Ten aanzien van parketnummer 16/652186-17:

1.

hij op of omstreeks 11 februari 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen lood, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1] en/of de eigena(a)r(en) van een (appartementen)complex aan de [adres] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen lood onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 01 december 2016 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

lood, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te

nemen lood onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 10 januari 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen lood, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan VVE [naam VVE] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen lood onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

- een (slot van een) deur te hebben geforceerd/verbroken en/of

- ( vervolgens) het dak te betreden;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 11 februari 2016, genummerd 2015243316, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd p. 1 t/m 39, 100 t/m 129, 1000 t/m 1088, 2000 t/m 2043, 3000 t/m 3072, 4000 t/m 4034. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 1009 t/m 1010.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 24.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 1027.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 2004 t/m 2008.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2027.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2015.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 3005 t/m 3006.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris d.d. 4 januari 2017, p. 2.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3012.

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 3043.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] bij de rechter-commissaris d.d. 4 januari 2017, p. 1 t/m 2.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4007.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4010.

18 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 februari 2017, genummerd 2017043668, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd p. 1 t/m 132. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

19 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] , p. 8 t/m 9.

20 Proces-verbaal van aanhouding, p. 12 t/m 13.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 16 t/m 17.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 18 t/m 19.