Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4778

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
16/659244-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen overvielen vorig jaar een 92-jarige vrouw in haar woonboot. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 42-jarige man tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden. Een 25-jarige medeverdachte is veroordeeld tot een celstraf van 4 jaar, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

De mannen beschikten over een sleutel van de voordeur. Zij droegen bivakmutsen en hadden stokken bij zich. Eenmaal binnen namen ze pinpassen en spullen van waarde mee. Het slachtoffer werd gedwongen om de pincodes af te geven. De planmatige en lafhartige woningoverval is uitermate beangstigend geweest voor het slachtoffer, zo bleek ook uit haar verklaring.

Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank onder andere gekeken naar straffen die worden opgelegd in vergelijkbare zaken. Voor een woningoverval met licht geweld of bedreiging is dat tenminste 3 jaar gevangenisstraf. De rechtbank oordeelt dat er ook sprake is van strafverzwarende omstandigheden zoals hierboven genoemd. Daarnaast hadden beide verdachten verschillende vuurwapens in hun woning, waarvoor ook een deel van de totale gevangenisstraf is opgelegd.

De 42-jarige man heeft geen enkele verantwoording genomen voor zijn daden. De 25-jarige man heeft wel inzicht getoond in zijn handelen en meegewerkt aan onderzoeken. De rechtbank legt meerdere bijzondere voorwaarden aan hem op, waaronder reclasseringstoezicht en een behandeling in een verslavingskliniek voor zijn cocaïneverslaving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659244-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1992] te [geboorteplaats]

gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 juni 2017, 3 augustus 2017 en 5 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. B.C.M. Sprenger, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

Op 21 november 2016 te [woonplaats] , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres] , samen met een ander of anderen, goederen heeft weggenomen toebehorende aan [slachtoffer] , door middel van bedreiging met geweld;

Feit 2

Op 21 november 2016 te Weesp en/of Diemen, samen met een ander of anderen uit een geldautomaat, 1250 euro heeft weggenomen toebehorende aan [slachtoffer] ;

Feit 3

Op 8 maart 2017 te Hilversum vuurwapens en patronen voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 PARTIËLE VRIJSPRAAK

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte munitie en een gas/alarmrevolver voorhanden heeft gehad en zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging ten aanzien van feit 3 vrijspreken. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, gelet op de vindplaats, kon beschikken over het gas/alarmrevolver en de munitie

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde bedreiging met geweld. De verdediging heeft -kort samengevat- aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het eventueel te plegen geweld (bedreiging met geweld dat mogelijk door zijn mededader ingeval van betrapping zal worden gepleegd) van te voren daadwerkelijk als een aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Verdachte heeft geen slagvoorwerp (stok) in de hand bij de mededader gezien. Verder was er geen enkele interactie tussen verdachte zelf en het slachtoffer, louter de mededader had interactie met het slachtoffer. Hiermee heeft verdachte op geen enkele wijze een bijdrage geleverd aan de bedreiging of het mede creëren aan een bedreigende situatie. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging -kort samengevat- aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken aangezien de wetenschap (bewustheid) over de aanwezigheid van de ten laste gelegde voorwerpen ontbreekt.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1 en 2

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 20 november 2016 de voordeur van haar woonboot aan de [adres] te [woonplaats] op het nachtslot had gedaan en omstreeks 22:00 uur was gaan slapen. Zij werd wakker en zag op de klok dat het 04:00 uur was.

Zij liep met haar rollator de gang op2 en kwam in de gang oog in oog te staan met twee mannen.3 Zij had gezien dat de mannen allebei een dikke stok vasthielden. Een man begon gelijk tegen haar te schelden: “Oude rothoer, ga naar je nest, met je gezicht naar de muur”. Dat heeft zij toen gedaan. Zij zag dat de man meeliep naar haar slaapkamer. Aangeefster hoorde hem meerdere malen vragen wat haar pincode was. Zij is toen op haar bed gaan liggen en keek naar de muur. Zij heeft verklaard dat zij heel erg bang was en zich niet durfde te bewegen.4 Aangeefster heeft verklaard dat zij een doosje met sieraden en twee handtassen mist. In een tas zat haar portemonnee met daarin een bankpas van de ING Bank, een bankpas van de Rabobank, haar rijbewijs, identiteitskaart en nog andere pasjes en haar mobiele telefoon. In Weesp is 1000 euro gepind en in Diemen is 250 euro gepind van haar bankrekening.5

Op 21 november 2016 om 04:18 uur wordt de alarmlijn 112 gebeld door mevrouw [slachtoffer] . Blijkens de door de verbalisant uitgeluisterde gesprekken zegt de vrouw dat zij net is overvallen door twee kerels die zijn binnengekomen, zij helemaal gemaskerd waren, haar hebben bedreigd met stokken en dat ze haar pincode moest afgeven.6

Verdachte heeft verklaard dat hij werd opgehaald door een jongen en dat zij toen naar het huis van die jongen zijn gereden.7 Verdachte heeft verklaard dat die jongen er in een keer mee kwam dat hij de sleutel van het huis had en die jongen vroeg of verdachte mee wilde naar binnen.8 In de nacht zijn zij in de richting van een woonboot in [woonplaats] gereden. Hij liep samen met die jongen naar die voordeur en die jongen had een sleutel waarmee ze naar binnen konden. Verdachte heeft verklaard dat ze met zijn tweeën naar binnen zijn geweest. Zij waren in de woonkamer aan het rommelen toen hij zag dat een vrouw aan kwam lopen met een rollator. Die jongen is toen meteen de gang in gerend en heeft die vrouw op een dwingende manier terug naar de kamer gedwongen en op bed gedrongen. Verdachte heeft verklaard dat hij de slaapkamer is ingelopen en dat hij het sieradenkistje heeft gepakt. Hij is teruggelopen de gang in en die jongen bleef schreeuwen om de pincode.9 Verdachte heeft verklaard dat de jongen de tas van die mevrouw in zijn handen had.10 Toen zijn ze bij die jongen thuis gaan zitten en toen deed die jongen de tas open en vond twee of drie pinpasjes en een geel kladblokpapiertje met drie codes erop van vier cijfers. Zij zijn toen gereden naar een bank in Diemen. Die jongen reed in een zwarte BMW.11 Verdachte heeft verklaard dat hij 1.250 euro heeft gepind.12 Verdachte en de jongen hebben het geld verdeeld.13

Verdachte heeft verklaard dat hij vanwege zijn veiligheid, [medeverdachte] zijn naam niet had genoemd.14

Uit onderzoek is gebleken dat medeverdachte de eigenaar en gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer]15 en dat verdachte de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] was.16 Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 21 november 2016

een Whatsapp-gesprek start tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net Baarn Zuid (Vogelwijk) en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net [verdachte] , met onder andere de volgende berichten:

7:21:15 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Heb je de smaak nu te pakken???

7:21:22 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Ja tuurlijk gek

7:21:27 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Wanneer volgende.17

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 22 november 2016

een Whatsapp-gesprek start tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net Baarn Zuid (Vogelwijk) en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net [verdachte] , met onder andere de volgende berichten:

10:28:59 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : En als je had geluisterd en niet para was geweest had je gewoon geld gehad

11:07:17 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Je was aan zoeken naar niets je had mij het denk werk moeten laten doen met je ze slaapt

11:11:53 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Ing=2500,-

11:12:52 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Rabobank=5000,-

13:16:39 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : En weet geeneens hoeveel tijd ik overal in steek om een klus te hebben, geef je van te voren aan helm, panty voor je kop, wanten iedere keer is het wat ik ben er eigenlijk best wel ziek van.

13:27:44 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : En dat gouden kettingtje met hanger zes gram 110,- euro gehad is voor de gemaakte onkosten van te voren

23:14:52 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Voor mij ook de eerste keer

23:15:02 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Volgende gaat beter18

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 23 november 2016

een Whatsapp-gesprek start tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net Baarn Zuid (Vogelwijk) en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net [verdachte] , met onder andere de volgende berichten:

0:15:03 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : Heb al nieuwe op oog weet alleen nog niet hoe binnen moet zonder schades wil geen enkel spoor achter laten

0:15:43 uur: * [telefoonnummer] appt * [telefoonnummer] : En wis je berichten voordat het misgaat19

Verdachte heeft verklaard dat hij briefjes van 50 euro heeft gepind met de pinpas van aangeefster.20

Na de uitzending van Opsporing Verzocht werden de telefoongesprekken van medeverdachte [telefoonnummer] en zijn vriendin [vriendin] + [telefoonnummer] vanaf 3 maart 2017 opgenomen en afgeluisterd.

Sessie 1184: 7 maart 2017 om 21:32 uur

Nnvrouw7214 geeft aan dat zij onderweg naar huis was toen die opbelde en ze moest snel naar huis komen, want dat staat nu op Opsporing Verzocht en die gozer waar die mee was staat vol met zijn bek op de camera bij de pinautomaat. Vol herkenbaar. Hij is nu weg, hij is nu naar die gozer toe. Dus hij is meteen helemaal parra. Hij staat er misschien niet met zijn bek op, maar die andere gozer vol gas.21

Op de taplijn van medeverdachte bleek dat op 7 maart 2017 zijn telefoon verplaatste van [woonplaats] richting Hilversum en weer terug tussen 20:43 uur en 21:22 uur.

Verdachte verbleef in Hilversum ten tijde van de uitzending van Opsporing Verzocht.22

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat in de IPhone van [vriendin] diverse sms-berichten stonden, onder meer van een contact met de naam [medeverdachte] met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Verbalisant zag dat op woensdag 9 november (de rechtbank begrijpt: 9 november 2016) contact [medeverdachte] de volgende berichten stuurde:

‘Aanhouder zal winnen de beste manier erin en eruit’.

‘Heel zachtjes iedere keer naar binnen pasje mee en later weer terug’.

‘Ruk de hele rekening leeg’.

‘Als ze der tasje in de woonkamer en altijd zelfde plek heeft moet het te doen zijn’.

‘Zei slaapt helemaal links achterin’,.

‘Als eenmaal lukt en ze hoort eens wat voordat ze nest uit is benne alweer weg’.

Op de plattegrond van de woonboot van aangeefster is te zien dat de slaapkamer van aangeefster aan de linkerachterzijde ten opzichte van de ingang van de woonboot was gelegen.23

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het te plegen geweld (bedreiging met geweld dat mogelijk door zijn mededader ingeval van betrapping zal worden gepleegd) van te voren daadwerkelijk als een aanmerkelijke kans heeft aanvaard.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank stelt vast dat medeverdachte in het bezit was van een sleutel van de voordeur van de woonboot van aangeefster, dat hij verdachte heeft gevraagd of hij mee wilde gaan naar binnen en dat medeverdachte wist dat de slaapkamer van aangeefster na binnenkomst linksachter in de woonboot was. Verdachte en medeverdachte zijn met stokken naar de woonboot van aangeefster gegaan en zijn de woonboot binnen gegaan met gebruik van de sleutel die in het bezit was van medeverdachte. Toen de daders in de gang oog in oog kwamen te staan met het slachtoffer, heeft medeverdachte het slachtoffer verbaal en met een stok in zijn handen, gedwongen naar de slaapkamer. Tegen het slachtoffer is gezegd dat zij haar gezicht naar de muur moest richten. Verdachte heeft zich toen gevoegd bij zijn mededader door eveneens naar de slaapkamer te lopen en heeft aldaar een sieradenkistje meegenomen. Doordat verdachte is meegelopen naar de slaapkamer en zich niet heeft gedistantieerd van de situatie waarbij de medeverdachte het slachtoffer bedreigde met geweld, heeft hij gebruik gemaakt van de voorgaande geweldshandelingen van zijn mededader, aangezien hij uit de slaapkamer een sieradenkistje heeft weggenomen terwijl het slachtoffer op het bed lag met haar gezicht richting te muur.

Gezien bovengenoemde omstandigheden, de vermomming van verdachte en medeverdachte en de stokken die zij bij zich hadden, staat voor de rechtbank vast dat de opzet van verdachte en medeverdachte was gericht op het (eventueel) toepassen van geweld en bedreiging van geweld jegens aangeefster. Verdachte en medeverdachte hebben aan de hand van een vooropgesteld plan de woninginbraak gepleegd.

Op basis van deze omstandigheden, in combinatie met de verklaringen van aangeefster, concludeert de rechtbank dat verdachte en medeverdachte, door middel van een sleutel, in de nacht in de woonboot van aangeefster zijn geweest, aangeefster hebben bedreigd met stokken, tegen aangeefster hebben geschreeuwd, meerdere malen hebben gevraagd om de pincode van haar pinpas(sen) en vervolgens goederen hebben weggenomen uit de woonboot van aangeefster. Verdachte en medeverdachte hebben vervolgens de buit verdeeld.

Ten aanzien van feit 3

Op 8 maart 2017 werd er een doorzoeking gedaan in de woning van verdachte in Hilversum.

Tijdens de doorzoeking is een geweer in beslag genomen. Het vuurwapen lag in de slaapkamer op de eerste verdieping rechts naast de douche naast het bureau.24

Het wapen is onderzocht en het betrof een vuurwapen, enkelloops kogelgeweer, van het merk DWM, als bedoeld in categorie III sub I, van de Wet wapens en munitie.25

Verdachte heeft verklaard dat de wapens in het huis lagen.26

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een geweer voorhanden heeft gehad. De raadsman heeft aangevoerd dat wetenschap (bewustheid), bij verdachte, over de aanwezigheid van het wapen ontbreekt.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft aangegeven dat zijn overleden vader wapens verzamelde en dat hij wist dat de wapens in het huis lagen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, gelet op de vindplaats van het wapen, en het feit dat de verdachte regelmatig zich in het huis bevond en overnachtte, zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen en dat hij daarover kon beschikken.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1

op 21 november 2016 te [woonplaats] gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres] ), tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen handtassen en een portemonnee en een mobiele telefoon en twee, bankpassen en een rijbewijs en een identiteitskaart en één of meer pasjes en een doosje inclusief sieraden, toebehorende aan

[slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer van voormeld misdrijf hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader

- voornoemde [slachtoffer] meerdere stokken hebben getoond en voorgehouden en in haar richting hebben gehouden en

- ( daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer] hebben gezegd: "oude rothoer, ga naar je nest, met je gezicht naar de muur" en

- ( daarbij) meermalen aan voornoemde [slachtoffer] hebben gevraagd

wat haar pincode was;

Feit 2

hij op 21 november 2016 te Weesp en Diemen, tezamen en in vereniging met een ander, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit gelduitgifte-automaten heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal 1250,- euro, toebehorende aan [slachtoffer] ,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de eerder

van voornoemde [slachtoffer] weggenomen pinpassen;

Feit 3

hij op 08 maart 2017 te Hilversum een vuurwapen van categorie III sub 1, te weten een

geweer, merk DWM, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

Diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

Feit 3

Handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Over verdachte is het volgende rapport opgemaakt:

- een rapport van 15 juli 2017, opgemaakt door mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog.

Het rapport, opgemaakt door psycholoog mr. drs. R.A. Sterk, houdt onder meer het volgende in. Er is bij verdachte sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een cocaïne afhankelijkheid. Voorts is er sprake van persoonlijkheidsproblematiek in de vorm van een overdekking van minderwaardigheidsgevoelens met een krachtige en onverschrokken houding, hetgeen echter niet zover gaat dat er gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstoornis. Van bovengenoemde psychische problematiek was sprake ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte moet verstandelijk in staat worden geacht om de wederrechtelijkheid van het tenlastegelegde in te kunnen zien. Hij kan echter als gevolg van de geconstateerde psychische problematiek niet goed in staat worden geacht om zijn wil overeenkomstig bovengenoemd inzicht geheel in vrijheid te bepalen. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde verdachte in minderde mate toe te rekenen.


De rechtbank is gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Verdachte heeft zijn aandeel in de woninginsluiping en de diefstal bekend. Verdachte heeft spijt betuigd en heeft een brief geschreven voor het slachtoffer. Verdachte verkeerde in een lastige levensfase en hij was verslaafd aan drugs. Uit het pro justitia rapport en het reclasseringsrapport blijkt dat opname in een verslavingskliniek geïndiceerd is. Verdachte is zes jaren niet in aanraking geweest met justitie en verdachte kan op het gebied van vermogensdelicten worden gezien als first offender. De verdediging heeft verzocht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen conform voorarrest in combinatie met een voorwaardelijk deel onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte onder behandeling wordt geplaatst van de FVK Oostvaarderskliniek.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan een zeer lafhartige woningoverval. Verdachte en medeverdachte hebben het slachtoffer, een vrouw van 92 jaar,

in de nacht overvallen in de privacy van haar woning, een plek bij uitstek waar zij zich veilig moet kunnen voelen. De verdachte en zijn medeverdachte zijn planmatig te werk gegaan en beschikten over een sleutel van de voordeur van de woonboot, stokken en hadden bivakmutsen op. Eenmaal binnen hebben zij zich, zonder enige vorm van compassie voor het slachtoffer, gericht op het wegnemen van goederen van waarde. Ook werden de pinpassen meegenomen en werd het slachtoffer gedwongen de pincodes prijs te geven. Dit onderstreept de ernst van de omstandigheden waaraan het slachtoffer is blootgesteld. De woningoverval is uitermate beangstigend geweest voor het slachtoffer, zoals ook blijkt uit de verklaringen van het slachtoffer. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven hiervan doorgaans nog lange tijd de nadelige gevolgen ervaren.

Voorts geldt dat misdrijven als het onderhavige leiden tot een toename van gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank neemt het de verdachte en zijn medeverdachte kwalijk dat zij, in hun zucht naar materieel gewin, volledig voorbij zijn gegaan aan de gevolgen van hun daad voor het slachtoffer.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 26 juni 2017;

- een reclasseringsadvies van 28 juli 2017, uitgebracht door Reclassering Nederland;

- een psychologisch rapport van 15 juli 2017, opgemaakt door mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 26 juni 2017 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.

Uit het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 28 juli 2017 blijkt dat verdachte praktische hulpvragen heeft ten aanzien van huisvesting, schulden en werk. Hij wil een nieuwe start maken in zijn leven. Daarnaast heeft verdachte zelf verzocht om opname in een verslavingskliniek, hetgeen door de reclassering en het NIFP eveneens geïndiceerd wordt geacht om de kans op recidive te verminderen. Vanuit de klinische behandelsetting kan verdachte middels ambulante behandeling en begeleiding een stabiele en zelfstandige basis opbouwen. Het recidiverisico wordt, indien verdachte niet klinisch wordt behandeld, ingeschat als gemiddeld tot hoog. Ingeschat wordt dat er een laag risico is op onttrekken aan voorwaarden. Verdachte is gemotiveerd om mee te werken aan (bijzondere) voorwaarden.

Geadviseerd wordt om een (gedeeltelijke) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: een meldplicht, opname in een zorginstelling – klinische behandeling, een drugsverbod, contactverbod, locatieverbod en andere voorwaarden het gedrag betreffende.

Uit het pro justitia rapport van 15 juli 2017, opgemaakt door mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog

blijkt dat er een verband is geconstateerd tussen de gediagnostiseerde psychische

problematiek en het ten laste gelegde feit. Tezamen met het feit dat verdachte niet goed in staat kan worden geacht om zelfstandig verandering te kunnen brengen in de geconstateerde psychische problematiek, wordt de kans op herhaling vanuit psychopathologisch perspectief als matig verhoogd ingeschat. Centraal in deze matig verhoogde kans op herhaling staat de geconstateerde cocaïne afhankelijkheid. De kans op herhaling bestaat vooral in situaties waarbij er sprake is van een hoge zucht naar cocaïne in combinatie met geldgebrek.

Het geheel overziend wordt de kans op herhaling als matig verhoogd ingeschat indien verdachte niet wordt behandeld. Gezien de ernst van de verslaving wordt een ambulant traject als ontoereikend ingeschat. Geadviseerd wordt om de behandeling plaats te laten vinden in een forensische verslavingskliniek. Om verdachte optimaal te motiveren voor een dergelijke behandeling zou deze als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel opgelegd kunnen worden.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. Gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen die de woninginbraak heeft gehad voor het slachtoffer is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat op het handelen van verdachte niet anders kan worden gereageerd dan door het opleggen van een lange vrijheidsbenemende straf. De rechtbank zoekt aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) waarin voor een woningoverval met licht geweld/bedreiging als uitgangspunt 3 jaren gevangenisstraf wordt geformuleerd. De rechtbank stelt vast dat er in het onderhavige geval, sprake is van diverse strafverzwarende omstandigheden die door de rechtbank reeds hiervoor zijn aangehaald. Daarnaast heeft verdachte een geweer voorhanden gehad.

Verdachte heeft bekend dat hij samen met medeverdachte heeft ingebroken in de woonboot van aangever en dat hij een 1.250 euro heeft gepind met de gestolen pinpassen van aangeefster. In positieve zin weegt de rechtbank deze open proceshouding van verdachte mee. Verdachte heeft daarmee immers inzicht getoond in de strafwaardigheid van zijn handelen en daarvoor verantwoordelijkheid getoond. De rechtbank acht het van belang dat verdachte wordt geholpen om van zijn cocaïneverslaving af te komen en dat de reclassering hem begeleidt. De rechtbank zal daarom een deels voorwaardelijke straf opleggen met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering (en de psycholoog).

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 6 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport passend en geboden is.

10 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier heeft verzocht om de vordering hoofdelijk toe te wijzen en de vordering voor het overige gedeelte niet- ontvankelijk te verklaren.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte bereid is om de schade te vergoeden ten aanzien van het pinbedrag van € 1.250. Ten aanzien van de overige schade heeft de verdediging verzocht om de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De schade voor zover die betrekking heeft op de materiële schade ter hoogte van in totaal

€ 1.250,- komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.250,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf

21 november 2016 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd aan materiële schade dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De rechtbank is van oordeel dat de vordering, ten aanzien van de schadeposten die zien op de tas en de sieraden, onvoldoende is onderbouwd, aangezien uit de vordering niet blijkt hoe oud deze goederen waren en welke waarde deze hadden. De rechtbank kan zonder een dergelijke onderbouwing van de waarde van de goederen van aangeefster niet een schadebedrag schatten.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 22 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    26, 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

Strafbaarheid

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten

uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de

verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft

nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bij Reclassering Nederland, locatie Meent 4 in Lelystad zal melden, en daarna zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling zal laten opnemen in de Forensische Verslavingskliniek (FVK) van de Oostvaarderskliniek te Almere of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

* zich zal onthouden van het gebruik van drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] geboren op [1923] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich niet zal bevinden in [woonplaats] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* verplicht mee zal werken aan het verkrijgen en behouden van een dagbesteding in de vorm van werk/opleiding;

* verplicht zijn medewerking zal verlenen aan schuldhulpverlening, indien geïndiceerd, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.250,-;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.250,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 22 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Glerum, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Benschop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 november 2016 te [woonplaats] , gemeente Stichtse

Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, gedurende de voor de

nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één of meer

handtas(sen) en/of een portemonnee en/of een mobiele telefoon en/of twee,

althans één of meer bankpas(sen) en/of een rijbewijs en/of een

identiteitskaart en/of één of meer pasje(s) en/of een doosje (inclusief één

of meer siera(a)d(en) en/of één of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] één of meerdere stok(ken) heeft/hebben getoond en/of

voorgehouden en/of in haar richting heeft/hebben gehouden en/of

- ( daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "oude rothoer, ga

naar je nest, met je gezicht naar de muur" en/of

- ( daarbij) eenmaal of meermalen aan voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd

wat haar pincode was;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 21 november 2016 te Weesp en/of Diemen, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening uit één of meer gelduitgifte-automa(a)t(en) heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal 1250,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de eerder

van voornoemde [slachtoffer] weggenomen pinpas(sen);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 08 maart 2017 te Hilversum, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, een of meer vuurwapens van categorie III sub 1, te weten een

geweer, merk DWM, en/of een gas/alarmrevolver, merk Smith & Wesson, en/of

munitie van categorie III, te weten 4, althans één of meer scherpe patronen

en/of 3, althans één of meer scherpe knalpatronen en/of 24, althans één of

meer scherpe gaspatronen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 juni 2017, genummerd PL0900-2016360404F, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 939. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , met goederenbijlage, d.d. 27 november 2016, p. 434.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 november 2016, p. 428.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , met goederenbijlage, d.d. 27 november 2016, p. 434.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , met goederenbijlage, d.d. 27 november 2016, p. 435.

6 Het proces-verbaal 112 gesprek aangeefster, d.d. 30 november 2016, p. 431.

7 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte] , d.d. 25 mei 2017, p. 343.

8 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte] , d.d. 25 mei 2017, p. 346.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 mei 2017, p. 343.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 mei 2017, p. 348.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 mei 2017, p. 344.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 mei 2017, p. 349.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 mei 2017, p. 351.

14 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 juni 2017 van verdachte [verdachte] .

15 Het proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, d.d. 21 juni 2017, p. 747.

16 Het proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, d.d. 21 juni 2017, p. 748.

17 Het proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, d.d. 21 juni 2017, p. 754.

18 Het proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, d.d. 21 juni 2017, p. 748 en 758.

19 Het proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, d.d. 21 juni 2017, p. 748 en 759.

20 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 september 2017.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 6 april 2017, p. 545 en 551.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 april 2017, p. 555.

23 Het proces-verbaal eerste onderzoek Iphone [vriendin] , met bijlagen, d.d. 24 april 2017, p. 677.

24 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met bijlagen, d.d. 13 maart 2017, p. 608 en 609.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, d.d. 24 maart 2017, p. 818.

26 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 september 2017.