Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4768

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
5960319 en 5960320
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ondanks levenstestament, toch bewind en mentorschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2017-0278

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummers: 5960319 UT 17-7520 en 5960320 UT 17-7521

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en instelling van mentorschap van 14 september 2017

ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende [adres] ,

[postcode] [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 1 maart 2017;

  • -

    de tussenbeschikking van de kantonrechter te Utrecht van 19 juni 2017, hierna te noemen: de tussenbeschikking;

  • -

    de reactie op het verzoekschrift van [A] , ter griffie ingekomen op 20 augustus 2017;

  • -

    de e-mail van [bedrijfsnaam] B.V., ter griffie ingekomen op 24 augustus 2017, met als bijlage een overzicht van een aantal opvallende mutaties op de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] in de periode van16 januari 2012 tot en met 6 april 2017, hierna te noemen: het overzicht.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift vond plaats op 29 augustus 2017. Verschenen zijn:

  1. verzoeker met zijn echtgenote;

  2. [B] , hierna te noemen: [voornaam van B] ;

  3. [A] , hierna te noemen: [voornaam van A] ;

  4. [C] , hierna te noemen: [voornaam van C] , met zijn echtgenote;

  5. [D] , hierna te noemen: [voornaam van D] , met zijn echtgenote;

  6. [E] , hierna te noemen: [voornaam van E] ;

  7. [F] en [G] , beiden werkzaam bij [bedrijfsnaam] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] .

De overwegingen van de kantonrechter

1. Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan, alsmede tot instelling van een mentorschap ten behoeve van [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [1925] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] (hierna te noemen: betrokkene), wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand waardoor betrokkene niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen en haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Verzocht wordt om verzoeker te benoemen tot bewindvoerder en [voornaam van B] te benoemen tot mentor.

Betrokkene was gehuwd met [verzoeker] . Hij is overleden op [2000] . Verzoeker, [voornaam van B] , [voornaam van A] , [voornaam van C] , [voornaam van D] en [voornaam van E] zijn de zes kinderen van betrokkene en [verzoeker] .

2. In de tussenbeschikking heeft de kantonrechter te Utrecht de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld voor de duur van drie maanden wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand met benoeming van [bedrijfsnaam] B.V. tot bewindvoerder. Verder heeft de kantonrechter te Utrecht in de tussenbeschikking een mentorschap ingesteld voor de duur van drie maanden ten behoeve van betrokkene met benoeming van [bedrijfsnaam] B.V. tot mentor. De kantonrechter heeft iedere verdere beslissing aangehouden. De kantonrechter verwijst voor een samenvatting van de onderbouwing van het verzoek en voor de motivering van de beslissing naar de tussenbeschikking.

3. Overgelegd is het levenstestament van betrokkene, opgemaakt op 9 oktober 2012. Daarin heeft betrokkene volmacht verleend aan [voornaam van A] om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen in geval van tijdelijke of langdurige onbekwaamheid. Sprake is van een algemene, onbeperkte volmacht tot beheren en beschikken met inbegrip van het verrichten van schenkingen. Verder heeft betrokkene in het levenstestament een volmacht verleend aan [voornaam van A] om haar niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen voor het geval zij zelf niet meer in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen.

4. Alle kinderen van betrokkene hebben ter zitting aangegeven dat betrokkene niet meer in staat is om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen als gevolg van haar geestelijke en lichamelijke toestand. Dit blijkt ook uit de bij het verzoekschrift overgelegde rapportage van een psychologisch onderzoek op 31 januari 2013 en 4 februari 2013 en een omgangsadvies van 14 juli 2014 van mevrouw M. Winterman , psycholoog. Sprake is van een dementieel proces. Iemand anders moet dus de belangen van betrokkene op zowel vermogensrechtelijk als op niet-vermogensrechtelijk gebied behartigen.

5. Verzocht is ook het levenstestament ongeldig te verklaren. De kantonrechter gaat echter uit van de geldigheid van het levenstestament, omdat niet in rechte is vast komen te staan dat het levenstestament niet geldig is en de kantonrechter niet bevoegd is te oordelen over de geldigheid van het levenstestament.

Gelet op het levenstestament is er in beginsel geen reden om bewind en mentorschap in te stellen. Er zijn omstandigheden denkbaar waaronder het, ondanks een volledige volmacht, wel aangewezen is om bewind en mentorschap in te stellen. De vraag is of de specifieke omstandigheden van dit geval ertoe nopen om bewind en mentorschap in te stellen, ondanks het levenstestament.

6. Voor wat betreft de relevante omstandigheden op het gebied van de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene, overweegt de kantonrechter als volgt.

[voornaam van A] is nu de gevolmachtigde van betrokkene. Hij woont in Australië sinds januari 2012, dus voordat betrokkene haar levenstestament opstelde. Betrokkene woont in haar eigen woning in Driebergen-Rijsenburg.

[voornaam van A] heeft aangegeven dat hij in het verleden veel voor betrokkene heeft geregeld, zoals hulp, schoonmaak, online maaltijden en faciliteiten die erop gericht zijn om, conform de wens van betrokkene, thuis te blijven wonen. Bovendien is het volgens [voornaam van A] mogelijk om al het nodige betreffende de zorg voor betrokkene te regelen, ook al woont hij in Australië. Daarbij is hij goed bereikbaar. [voornaam van A] is zich ervan bewust dat [voornaam van B] betrokkene meestal begeleidt naar afspraken en dat [voornaam van B] veel voor betrokkene doet, maar hij vindt dat hij op hoofdlijnen de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene goed kan behartigen.

De kantonrechter overweegt dat [voornaam van A] de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene feitelijk overlaat aan [voornaam van B] . [voornaam van B] voert grotendeels de zorg uit voor betrokkene. Daarbij is zij het eerste aanspreekpunt voor de verzorgenden van [naam instelling] , die betrokkene vier maal per dag thuis verzorgen en vergezelt zij betrokkene meestal naar afspraken. Bovendien is [voornaam van A] niet in staat snel en adequaat te reageren op zorgvragen, noch om snel aanwezig te zijn bij betrokkene en medische hulpverleners, omdat hij in Australië woont. Gelet op de huidige kwetsbare gezondheidssituatie van betrokkene is dat wel vereist.

Omdat [voornaam van A] de zorg voor betrokkene feitelijk overlaat aan anderen en hij niet in staat is snel en adequaat te reageren en aanwezig te zijn, is [voornaam van A] naar het oordeel van de kantonrechter niet in staat invulling te geven aan de rol van niet-vermogensrechtelijke belangenbehartiger zoals bedoeld in het levenstestament. Ondanks de volledige volmacht, kunnen de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene met het levenstestament niet voldoende behartigd worden. Daarom zal de kantonrechter, aansluitend aan het tijdelijke mentorschap, een (voortdurend) mentorschap instellen.

7. In het levenstestament heeft betrokkene bepaald dat als een mentorschap wordt ingesteld, zij [voornaam van A] tot mentor wil benoemen. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter van oordeel is dat [voornaam van A] daartoe niet geschikt is. Daarom zal de kantonrechter aan de wens van betrokkene voorbij gaan.

Verzocht is [voornaam van B] tot mentor te benoemen, omdat zij de zorg voor betrokkene op zich heeft genomen. De kantonrechter overweegt dat uit de stukken en uit het besprokene ter zitting blijkt dat [voornaam van B] en [voornaam van A] op bepaalde punten verschillen van mening over wat het beste is voor betrokkene, bijvoorbeeld over de beste woonsituatie voor betrokkene en over eventuele reanimatie van betrokkene. Uit het verhandelde ter zitting is ook gebleken dat sprake is van verstoorde familieverhoudingen. Daarom geeft de kantonrechter de voorkeur aan een onafhankelijke professionele mentor, niet zijnde een familielid. De heer [F] heeft namens [bedrijfsnaam] B.V. ter zitting aangegeven bereid te zijn het (voortdurende) mentorschap op zich te willen nemen. Tegen benoeming van [bedrijfsnaam] B.V. tot mentor zijn geen bezwaren gerezen. Daarom zal de kantonrechter [bedrijfsnaam] B.V. tot mentor benoemen.

8. Voor wat betreft de relevante omstandigheden op het gebied van de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene, overweegt de kantonrechter als volgt.

Uit het overzicht blijkt dat [voornaam van A] op 23 december 2016 een bedrag van € 27.670,17 heeft overgeschreven naar een rekening op zijn eigen naam in Australië, met de opmerking “please invest”. Dit bedrag heeft hij zelf belegd in Australisch property management, met als doel ervoor te zorgen dat betrokkene lange tijd financieel onafhankelijk kan blijven. Het rendement van een dergelijke investering zou volgens [voornaam van A] namelijk hoger zijn dan de te ontvangen rente op een Nederlandse bankrekening, terwijl geen sprake zou zijn van risico’s.

De kantonrechter overweegt dat [voornaam van A] voor deze belegging ongeveer de helft van het totale spaarsaldo van betrokkene heeft gebruikt. [voornaam van A] heeft de stelling dat geen sprake is van risico’s en het gestelde rendement niet met stukken onderbouwd en ook is niet met stukken onderbouwd waarin het bedrag van € 27.670,17 precies is geïnvesteerd. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat betrokkene in het verleden zelf dergelijke investeringen deed. Dat maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat [voornaam van A] niet op juiste wijze gebruik heeft gemaakt van de volmacht van betrokkene.

Daarbij heeft [voornaam van A] op 5 september 2016 ten laste van zijn bankrekening € 9.000,- op de bankrekening van betrokkene laten bijschrijven en op 6 september 2016 € 9.973,18 van de rekening van de betrokkene afgeschreven ten bate van zijn eigen rekening. [voornaam van A] heeft ter zitting aangegeven dat hij dit bedrag van betrokkene had geleend, omdat hij een huis wilde huren in Australië en een half jaar huur vooruit diende te betalen. Op het terug te betalen bedrag heeft hij de kosten van een ticket met goedkeuring van betrokkene in mindering gebracht. Met deze toelichting is het voor de kantonrechter onbegrijpelijk waarom de transacties in deze, schijnbaar omgekeerde, volgorde en zo kort na elkaar hebben plaatsgevonden. [voornaam van A] kon dit ook niet verklaren. Deze gang van zaken bevestigt de kantonrechter in het oordeel dat [voornaam van A] niet op juiste wijze gebruik heeft gemaakt van de volmacht van betrokkene.

9. Nu de kantonrechter van oordeel is dat [voornaam van A] niet op juiste wijze gebruik heeft gemaakt van de volmacht van betrokkene, ziet de kantonrechter aanleiding om een bewind in te stellen.

In het levenstestament heeft betrokkene bepaald dat als een bewind wordt ingesteld, zij [voornaam van A] tot bewindvoerder wil benoemen. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter van oordeel is dat [voornaam van A] daartoe niet geschikt is. Daarom zal de kantonrechter aan de wens van betrokkene voorbij gaan.

Verzocht is verzoeker tot bewindvoerder te benoemen. Gelet op de verstoorde familieverhoudingen, geeft de kantonrechter de voorkeur aan een onafhankelijke professionele bewindvoerder, niet zijnde een familielid. De heer [F] heeft namens [bedrijfsnaam] B.V. ter zitting aangegeven bereid te zijn om de taak van (voortdurend) bewindvoerder op zich te willen nemen. Tegen benoeming van [bedrijfsnaam] B.V. tot bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen. Daarom zal de kantonrechter [bedrijfsnaam] B.V. tot bewindvoerder benoemen.

10. [voornaam van A] heeft verzocht al zijn kosten gerelateerd aan deze zaak volledig voor rekening te laten komen van verzoeker. Voor zover [voornaam van A] hiermee doelt op een veroordeling van verzoeker in de kosten van de procedure, ziet de kantonrechter daar geen aanleiding toe gelet op de aard van de procedure. Voor zover [voornaam van A] hiermee doelt op een vergoeding voor andere kosten, is de kantonrechter van oordeel dat voor een dergelijk verzoek in het kader van deze procedure geen wettelijke grondslag bestaat. Dit verzoek van [voornaam van A] zal dus worden afgewezen.

11. Op grond van het bepaalde op pagina 6 onder c van het levenstestament, eindigt de volmacht aan [voornaam van A] als het vermogen van betrokkene onder bewind wordt gesteld. In het midden kan blijven of de volmacht aan [voornaam van A] reeds is geëindigd door de tijdelijke onderbewindstelling van het vermogen van betrokkene.

12. De kantonrechter zal de jaarbeloning van [bedrijfsnaam] B.V., inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 5 juncto artikel 2 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

De kantonrechter zal de beloning van [bedrijfsnaam] B.V. voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 934,90.

De beslissing

De kantonrechter:

- stelt de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] voornoemd onder bewind vanaf 19 september 2017 wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand;

- benoemt tot bewindvoerder:

[bedrijfsnaam] B.V., correspondentieadres: postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] ;

- stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene] voornoemd vanaf 19 september 2017;

- benoemt tot mentor:

[bedrijfsnaam] B.V., correspondentieadres: postbus 1073, 1200 BB Hilversum;

- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald;

- wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.