Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4631

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-08-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
438067
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige ouders, voogdij. Beschikking in 'kindvriendelijke' taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/438067 / FO RK 17-754

Beschikking van 28 augustus 2017

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING MIDDEN-NEDERLAND
locatie Utrecht,

verzoeker,

hierna te noemen: de Raad,

betreffende de minderjarige

[minderjarige] ,

geboren op [2017] te [geboorteplaats]

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

1 [verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,
hierna te noemen: [verweerster] ,

advocaat mr. J. de Haan te Utrecht,

2 de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND,

locatie Utrecht,

hierna te noemen: Samen Veilig.

De rechtbank merkt als informanten aan:

1 [verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,
hierna te noemen: [verweerder] ,

advocaat mr. I.M. van Kuilenburg te ’s-Hertogenbosch.

2 [moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder van [verweerster] ;

3 [vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader van [verweerster] .;

4 mevrouw [oma] ,
wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de oma van [verweerster] ;

5 Stichting NIDOS,

locatie Utrecht.

1 De procedure

1.1.

De rechtbank heeft op 25 april 2017 van de Raad een schriftelijk verzoek gekregen. De Raad heeft daarin aan de rechtbank gevraagd om Samen Veilig als voogd te benoemen over de baby van [verweerster] , die toen nog niet geboren was. De Raad heeft een rapport meegestuurd. In dit rapport legt de Raad uit wat de situatie is en waarom de Raad vindt dat Samen Veilig de voogd over het kind moet worden.

1.2.

Op [2017] is [minderjarige] geboren. Zij is de dochter van [verweerster] en [verweerder] . Kort na de geboorte is [minderjarige] bij [verweerster] weggehaald en naar een pleeggezin gebracht. Daarvoor heeft de kinderrechter op verzoek van de Raad op [2017] de voorlopige voogdij over [minderjarige] aan Samen Veilig gegeven. Op 15 juni 2017 heeft de kinderrechter besloten dat die voorlopige voogdij zo bleef.

1.3.

Op 10 juli 2017 heeft de rechtbank van de advocaat van [verweerster] een schriftelijk verweer gekregen. De advocaat van [verweerster] vindt dat Samen Veilig niet de voogdij moet krijgen als vervolg op de voorlopige voogdij. De advocaat doet ook twee eigen verzoeken namens [verweerster] . Ten eerste vraagt hij de rechtbank om [verweerster] meerderjarig te verklaren. Ook vraagt hij de rechtbank om de beslissing nog even uit te stellen en pas over drie maanden een beslissing te nemen.

1.4.

De rechtbank heeft op 10 juli tijdens een zitting gesproken over de verzoeken.

Daarbij waren aanwezig:

- [verweerster] , met haar advocaat en haar oma;
- [verweerder] , met zijn advocaat, zijn voogd van de stichting Nidos, mevrouw [A] , en zijn tolk, de heer M.D.H. Metry;

- de heer [B] namens de Raad;
- de heer [C] namens Samen Veilig.

De ouders van [verweerster] waren niet bij de zitting. Zij hadden wel een brief gekregen van de rechtbank om aanwezig te zijn bij de zitting.

1.5.

Na de zitting heeft Samen Veilig op 12 juli 2017 een verklaring aan de rechtbank gestuurd waarin Samen Veilig zegt ook voogd over [minderjarige] te willen worden.

1.6.

Op 11 juli 2017 heeft de Raad de geboorteakte van [minderjarige] aan de rechtbank gestuurd. Daaruit blijkt niet dat [verweerder] [minderjarige] heeft erkend als zijn dochter. Daarom is [verweerder] in deze procedure informant.

2
2. Waar gaat het om?

2.1.

Waar het in deze zaak om gaat, is de vraag wie er belangrijke beslissingen kan nemen over [minderjarige] . Het gaat dan bijvoorbeeld om beslissingen over een opname in het ziekenhuis of andere hulp die zij moet krijgen. Zo lang een kind minderjarig is, kan een kind die beslissingen niet zelf nemen. Meestal nemen de ouders, of één van hen, die beslissingen. Dat heet gezag. Maar soms kan dat niet, bijvoorbeeld als de moeder, of allebei de ouders nog geen 18 jaar en dus minderjarig zijn, zoals hier bij [verweerster] en [verweerder] . Dan moet de rechter bekijken wie die beslissingen moet nemen. Als iemand anders dan de moeder en/of de vader die beslissingen neemt, heet dat niet gezag, maar voogdij. Degene die de voogdij uitoefent heet de voogd. Ook kan de rechtbank gevraagd worden [verweerster] meerderjarig verklaren. De advocaat van [verweerster] vraagt de rechtbank om dat te doen. Dan kan zij wel zelf het gezag uitoefenen over [minderjarige] .

3 Standpunt van betrokkenen

3.1.

De Raad heeft gevraagd om Samen Veilig te benoemen als voogd over [minderjarige] . Waarom de Raad dat vraagt staat in het rapport van de Raad. Volgens dit rapport komt [verweerster] uit een gezin met veel problemen. Er is daarom veel hulpverlening. De ouders van [verweerster] hebben hun handen vol aan hun eigen problemen en zij kunnen [verweerster] daardoor niet de steun en opvoeding bieden die zij nodig heeft. [verweerster] staat al heel lang onder toezicht van Samen Veilig. De heer [C] is nu de jeugdbeschermer. Zij is ook vaak uit huis geplaatst. [verweerster] loopt steeds weg als zij in een instelling is geplaatst. Vaak gaat ze dan terug naar haar ouders. Zij is heel hecht met haar ouders en vindt het fijn om bij hen te zijn, maar juist omdat haar ouders zelf al veel problemen hebben, is dat geen goede oplossing. In maart van dit jaar heeft de politie [verweerster] gevonden in een kelderbox. Zij was toen hoogzwanger. Zij lag onder een deken en om haar heen lagen vuilnis en etensresten. Ook stond er een emmer met urine erin. Daarna is geprobeerd [verweerster] te plaatsen in een instelling, maar zij liep steeds weg. Ook toen ze was geplaatst in het moeder-kind huis in Arnhem, ontsnapte ze. Eerder wilde ze daar zelf naar toe.
De Raad heeft met [verweerster] gesproken. Zij heeft verteld dat de zwangerschap goed verloopt en dat zij de baby straks graag samen met [verweerder] wil opvoeden. Hoe dat precies zal gaan, weet [verweerster] niet. Ze vertelt dat het moeder-kind huis zal regelen dat zij weer naar school kan gaan en dat ze woonruimte krijgt. [verweerster] weet niet goed hoe ze school moet combineren met een baby. Hoe ze de kosten voor de baby moet betalen weet [verweerster] ook niet. [verweerster] vindt haar jeugdbeschermer, de heer [C] , een fijn persoon. Ze heeft goed contact met hem. De Raad heeft uit dit gesprek de indruk gekregen dat [verweerster] niet goed weet wat het precies inhoudt om een baby te verzorgen en opvoeden.

De Raad heeft ook gesproken met [verweerder] en zijn voogd. [verweerder] heeft verteld dat hij een verblijfsvergunning voor vijf jaar heeft, omdat hij uit Syrië komt en vluchteling is. Hij heeft eerst drie jaar in Libanon gewoond en is toen naar Nederland gekomen. Eerst woonde hij in een asielzoekerscentrum in Overberg. Uit die periode kent hij [verweerster] . Nu woont hij in [woonplaats] in een kleine wooneenheid met extra voorzieningen. Hij verwacht dat zijn ouders ook binnenkort naar Nederland zullen komen. [verweerder] doet klusjes waarvoor hij betaald krijgt en helpt vrijwillig met tolken bij de gemeente [woonplaats] . [verweerder] zit op school. Eerst heeft hij veel gespijbeld, maar nu gaat dat beter. Hij is heel gemotiveerd. De voogd heeft uitgelegd dat [verweerder] steeds makkelijker praat. Hij krijgt hulp om zijn zelfstandigheid groter te maken en om te leren plannen, organiseren en om hulp te vragen. Toen [verweerster] vertelde dat ze zwanger was, schrok [verweerder] wel, omdat ze allebei zo jong zijn. Hij heeft het toen aan niemand verteld en kreeg daarvan veel stress. Als hij stress heeft, heeft hij last van epilepsie. Hij heeft toen over de zwangerschap verteld aan zijn ouders, voogd en mentor. Nu gaat het met de epilepsie beter. [verweerder] wil graag verantwoordelijkheid nemen als vader, als de baby er is. Ook zijn ouders willen graag voor de baby zorgen en hem helpen. [verweerder] maakt zich zorgen over de baby. Deels omdat [verweerster] tijdens de zwangerschap rookte en alcohol dronk, deels omdat hij niet weet wie de baby gaat verzorgen en hoe hij straks contact met de baby zal hebben.

De Raad heeft verder telefonisch gesproken met de moeder van [verweerster] , met haar verloskundige, mevrouw [D] , en met de heer [C] , de jeugdbeschermer van [verweerster] . Ook heeft de Raad andere rapporten over [verweerster] bekeken, zoals een verslag niveaubepaling van de Rading van 22 november 2016 en een observatieverslag van Driestroomhuis Damaris over de periode 13 januari tot en met 10 februari 2017.

3.2.

De Raad geeft ook een advies. De Raad vindt dat de ouders van [verweerster] niet voogd kunnen worden over [minderjarige] . Daarvoor hebben zij zelf teveel problemen. Over de ouders van [verweerder] is nog weinig bekend. Toen de Raad het rapport schreef waren de ouders nog niet in Nederland en was bijvoorbeeld nog niet duidelijk waar in Nederland zij gaan wonen. De voogdij kan daarom volgens de Raad ook niet naar de ouders van [verweerder] gaan. Ook de oma van [verweerster] kan niet de voogd worden. Zij doet erg haar best voor [verweerster] en [minderjarige] , maar binnen deze familie kunnen dingen snel veranderen. Dat blijkt uit de afgelopen jaren. [verweerster] en [verweerder] zelf kunnen de baby niet de structuur, regelmaat en zorg geven die een baby nodig heeft. De Raad vindt het daarom voor [minderjarige] het beste dat Samen Veilig de voogd wordt. De jeugdbeschermer van Samen Veilig, de heer [C] , heeft goed contact met de familie.

3.3.

De advocaat van [verweerster] heeft een schriftelijk verweer aan de rechtbank gestuurd, waarin hij uitlegt hoe [verweerster] tegen de situatie aankijkt. Hij vertelt dat [minderjarige] vlak na de geboorte bij [verweerster] is weggehaald en dat zij daar erg van is geschrokken. Zij dacht dat ze [minderjarige] zou kunnen houden en haar zelf zou kunnen opvoeden. [verweerster] woont sinds de geboorte van [minderjarige] bij haar oma op de camping in [woonplaats] . Zij voelt zich hier op haar plek. Zij snapt dat zij hulp nodig heeft bij het leren opvoeden en verzorgen van [minderjarige] en wil die hulp graag krijgen. Door de geboorte van [minderjarige] snapt zij dat ze zich anders moet gedragen dan eerst, toen zij steeds wegliep. Zij heeft alleen helemaal geen kans gekregen om te laten zien dat zij het nu anders zal doen. Ook loopt er nog een onderzoek, een beoordelingsboog, door pleegzorginstelling De Rading. De uitkomst daarvan is nu nog niet bekend. De advocaat zegt dat het daarom te vroeg is om zo’n vergaande maatregel te nemen en Samen Veilig voogd te maken. De advocaat vraagt dus om dat verzoek van de Raad af te wijzen. Hij vraagt ook om [verweerster] meerderjarig te verklaren, waardoor zij zelf het gezag over [minderjarige] krijgt, als dat nodig is in combinatie met een ondertoezichtstelling over [minderjarige] , waardoor Samen Veilig betrokken blijft. Ook vraagt hij om de beslissing drie maanden uit te stellen zodat de rechtbank de resultaten van het onderzoek van De Rading mee kan nemen.

3.4.

Op de zitting is alles besproken. [verweerster] heeft verteld dat [minderjarige] in een pleeggezin zit en dat ze haar samen met [verweerder] een keer per week opzoekt. Ze zien [minderjarige] dan een uur. [verweerster] en [verweerder] hebben nog steeds een relatie. De advocaat van [verweerster] heeft gezegd dat [verweerster] de baby graag vaker zou willen zien. Hij heeft ook gezegd dat de videotraining van [verweerster] en [verweerder] nog moet gaan beginnen. Die is volgens de advocaat ook belangrijk bij het nemen van een beslissing. [verweerder] heeft verteld dat zijn ouders intussen in Nederland zijn en dat zij wachten op woonruimte. [verweerder] zal bij hen gaan wonen en zijn ouders willen dan graag helpen zorgen voor [minderjarige] . [verweerster] en [minderjarige] mogen ook bij hen komen wonen. De ouders van [verweerder] vinden het goed hulp te krijgen die daarbij nodig is, ook een ondertoezichtstelling. [verweerster] heeft gezegd dat zij voorlopig bij haar oma wil blijven wonen.

De heer [C] heeft gezegd dat hij de beoordelingsboog die loopt belangrijk vindt. Hij vindt alleen dat de voogdij naar Samen Veilig moet, wat er ook uit dat onderzoek komt. Het is, vindt hij, nu al duidelijk dat [verweerster] geen belangrijke beslissingen kan nemen over [minderjarige] . Hij begrijpt dat [verweerster] nu dingen anders wil doen. Dat is goed, maar hij heeft eerder gemerkt dat dingen in deze familie snel kunnen veranderen en dan toch niet goed gaan. Of [verweerster] echt bij haar oma blijft is bijvoorbeeld niet zeker. De heer [C] vindt dat straks, als het onderzoek klaar is, goed moet worden gekeken naar de rol die [verweerster] en [verweerder] in het leven van [minderjarige] moeten krijgen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank heeft goed naar iedereen geluisterd. Bij de beslissing van de rechtbank is het belang van [minderjarige] het belangrijkste. De drie rechters hebben na afloop van de zitting besproken of ze de beslissing zouden uitstellen tot na het onderzoek van De Rading. Zij hebben besloten dat niet te doen. Vanwege alles wat er hierover is gezegd en geschreven vindt de rechtbank het namelijk voldoende duidelijk dat [verweerster] niet goed genoeg overziet wat het is om een baby te verzorgen en op te voeden en om beslissingen over haar te nemen. Het rapport van De Rading zal dat niet anders maken. De rechtbank vindt vooral de volgende dingen belangrijk. [verweerster] heeft zelf veel problemen. De manier waarop zij dingen de afgelopen tijd heeft gedaan, waren vaak niet goed voor haarzelf en voor [minderjarige] . Als [verweerster] iets beslist, dan kan dat heel snel daarna weer veranderen. Een voorbeeld daarvan is dat ze eerst zei dat ze graag in het moeder kind huis in Arnhem geplaatst wilde worden, maar daarna toch weer wegliep toen ze daar zat. Ze denkt daarbij niet goed na over de gevolgen van haar acties. Zo was de manier waarop zij ontsnapte uit instellingen onveilig voor haarzelf en de baby. De rechtbank vindt het goed dat [verweerster] zegt dat ze de dingen nu anders wil doen. Maar juist omdat [verweerster] de dingen zo lang op een bepaalde manier heeft gedaan, denkt de rechtbank dat zij tijd nodig heeft om te leren hoe ze de dingen anders kan en moet doen. Op dit moment is de kans te groot dat ze toch dingen doet die niet goed zijn voor [minderjarige] . Verder is ook nog onduidelijk hoe serieus de relatie tussen [verweerster] en [verweerder] is. Het is nu nog te vroeg om echt te kijken naar mogelijkheden voor [verweerster] en [minderjarige] bij [verweerder] en zijn ouders. De rechtbank vindt het daarom niet goed voor [minderjarige] dat [verweerster] het gezag over [minderjarige] heeft. De rechtbank zal daarom ook het verzoek van de advocaat van [verweerster] om [verweerster] meerderjarig te verklaren afwijzen. In de wet staat dat de rechtbank [verweerster] meerderjarig kan verklaren, als de rechtbank dat in het belang van de moeder en haar kind wenselijk vindt. Hier vindt de rechtbank dat niet wenselijk.

4.2.

Dit betekent dat iemand anders de voogdij over [minderjarige] moet krijgen. De rechtbank vindt het een goed idee dat Samen Veilig die voogdij krijgt, zoals de Raad heeft gevraagd. Samen Veilig, dat wil zeggen de heer [C] , heeft goed contact met de familie en met [verweerster] . Dat heeft [verweerster] ook op de zitting verteld. Het was voor de rechtbank ook te zien tijdens de zitting. De rechtbank zal dat verzoek van de Raad daarom toewijzen.

4.3.

De rechtbank begrijpt de wens van [verweerster] en [verweerder] goed om zelf voor hun kind te zorgen en om beslissingen over [minderjarige] zelf te nemen. Zij zijn tenslotte de ouders van [minderjarige] . Deze beslissing over het gezag en de voogdij over [minderjarige] betekent niet dat [verweerster] en [verweerder] niet meer de ouders van [minderjarige] zijn. [verweerster] en [verweerder] zullen altijd de ouders blijven. Dat de voogdij nu naar Samen Veilig gaat, betekent dus ook niet dat zij [minderjarige] minder gaan zien en ook niet dat [minderjarige] nooit bij haar ouders zal kunnen wonen. De komende tijd zal iedereen die betrokken is bij [minderjarige] , [verweerster] en [verweerder] moeten bekijken welke rol de ouders en ook hun families in het leven van [minderjarige] kunnen spelen. Daarbij is het heel belangrijk dat [verweerster] en [verweerder] de dingen in hun leven op een manier doen, die goed is voor [minderjarige] . Ook vindt de rechtbank het belangrijk om te zeggen dat de beslissing om de Samen Veilig voogd te maken niet betekent dat dat nooit anders kan worden. [verweerster] kan later, als zij meerderjarig is en vindt dat zij zelf het gezag kan uitoefenen, aan de rechtbank vragen om zelf het gezag te krijgen. Ook [verweerder] kan zo’n verzoek doen nadat hij [minderjarige] heeft erkend.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

belast Samen Veilig Midden-Nederland, locatie Utrecht, met de voogdij over [minderjarige], geboren op [2017] te [geboorteplaats] ;

5.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Dopheide, mr. A.A.T. van Rens en mr. N.J.W.G. Simons, (kinder)rechters, in aanwezigheid van mr. O. Kicken, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2017.1

1 type: TD/4900 coll: