Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4562

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
11-09-2017
Zaaknummer
16/707525-16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ivm medeplichtigheid aan afpersing en diefstallen met geweld. Toepassing jeugdstrafrecht. Jeugdetentie 300 dagen, waarvan 191 dagen voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, alg. en bijz. voorwaarden. Taakstraf 60 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707525-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1998] te [geboorteplaats] ,

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 11 april 2017, 16 mei 2017, 19 mei 2017, 30 mei 2017 en 18 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen verdachte en mr. P.G.M. Lodder, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. zich op 23 september 2016 te Utrecht samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op
A: een supermarkt ( [naam supermarkt] ) en/of
B: een klant, aanwezig in die supermarkt,

dan wel aan de medeplichtigheid aan die gewapende overval;

2. zich op 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op een eetsalon (eetsalon [naam eetsalon] ), dan wel aan de medeplichtigheid aan die gewapende overval.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
- de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan:
A: de afpersing in vereniging van [slachtoffer 1] medewerker van de supermarkt [naam supermarkt] , en
B: de diefstal met geweld in vereniging van [slachtoffer 2] , klant van die supermarkt,
allebei gepleegd op 23 september 2016;
- de onder 2 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de diefstal met geweld in vereniging door middel van verbreking in eetsalon [naam eetsalon] op 21 september 2016.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan kan op basis van het dossier uitsluitend tot een medeplichtigheid in beide zaken worden gekomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

bewijsmiddelen feit 1, supermarkt [naam supermarkt] , zaaksdossier [naam]

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Op 23 september 2016 heeft [slachtoffer 1] , mede namens [naam supermarkt] , aangifte gedaan van de gewapende overval op de [naam supermarkt] aan de [straatnaam] te [vestigingsplaats] .

Aangever zag op 23 september 2016 vlak voor sluitingstijd, 20:00 uur2, een man de winkel binnen komen. De man kwam op aangever [slachtoffer 1] aflopen en had een vuurwapen in zijn handen. De man riep tegen aangever [slachtoffer 1] dat hij geld wilde hebben en riep vervolgens tegen een klant dat hij zijn geld wilde hebben. De klant had een briefje van € 50,00 in zijn handen. Aangever [slachtoffer 1] heeft hierop de kassalade geopend. Hij zag dat de man een gele plastic tas van […] vast hield en hoorde de man zeggen dat hij, aangever [slachtoffer 1] , het geld in de tas moest gooien. De man schreeuwde naar aangever [slachtoffer 1] dat al het geld in de tas moest worden gegooid. Aangever [slachtoffer 1] zag dat de man zijn pistool doorlaadde en op aangever [slachtoffer 1] gericht hield. Hij heeft ook heel even het pistool op de klant gericht.

Aangever heeft vervolgens al het papiergeld uit de kassalade gepakt en in de plastic tas gegooid. Daarna is de man de winkel uitgerend.3 De man droeg een zwarte muts en een zwarte jas met capuchon. De man droeg de capuchon van zijn jas over zijn muts en de man droeg een zwarte sjaal voor zijn gezicht. De ogen van de man waren te zien.4

Op 24 september 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever [slachtoffer 2] was op 23 september 2016 omstreeks 19:45 uur in de supermarkt [naam supermarkt] aan de [straatnaam] te [vestigingsplaats] . Het was tegen sluitingstijd en aangever [slachtoffer 2] stond af te rekenen aan de enige kassa die nog niet gesloten was.5 Aangever [slachtoffer 2] had een bankbiljet van
€ 50,00 in zijn handen en wilde dat geld aan de kassamedewerker geven. Op dat moment zag aangever [slachtoffer 2] een man naar de kassa komen die een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand vasthield. Op het moment dat de man bij de kassa was, zag aangever [slachtoffer 2] dat de man het wapen ging doorladen. Aangever [slachtoffer 2] hoorde een soort van ijzer-geluid. Nadat de man het wapen had doorgeladen wees de man met het wapen in de richting van de kassamedewerker en richting aangever [slachtoffer 2] . De man zwaaide met het vuurwapen en bewoog het van links naar rechts. De man pakte met zijn linkerhand het briefje van € 50,00 uit de handen van aangever [slachtoffer 2] . Aangever [slachtoffer 2] hoorde de man tegen de kassamedewerker zeggen: “Kassa open, kassa open, dit is een overval, dit is geen grapje”. De kassamedewerker opende de kassa en pakte daar biljetten uit en legde de biljetten op de kassa. De man pakte het geld en rende de winkel uit.6

Op camerabeelden, die opnamen bevatten in de [naam supermarkt] en op en rondom winkelcentrum [naam winkelcentrum] , is te zien dat om 19:51 uur een man met een oranjekleurige jas de [naam supermarkt] binnenkomt. De man houdt in zijn rechterhand een telefoon vast, loopt door de [naam supermarkt] en kijkt regelmatig in de richting van de kassa’ […] . Om 19:53 uur is te zien dat de man met de oranjekleurige jas richting de uitgang van de [naam supermarkt] loopt, nadat hij bij de kassa afgerekend heeft. Te zien is dat hij een witte telefoon bij zijn oor houdt. Om 19:54 uur is te zien dat een in het donker geklede persoon de [naam supermarkt] binnenkomt met een vuurwapen in zijn rechterhand. Opvallend detail is de gesp op de capuchon van de jas. De man loopt naar kassa 3. Omstreeks 19:54 uur verlaat de in het donker geklede persoon de [naam supermarkt] . De persoon draagt zwarte schoenen met een wit Nike logo. Bij het wegrennen van de [naam supermarkt] is te zien dat hij in zijn hand een gele tas draagt.7

Op de camerabeelden van de portiek, kelderbox en lift van een flatgebouw aan de [adres] tot en met [nummeraanduiding] is te zien dat medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) op 23 september 2016 om 19:40 uur de portiek binnengaan en om 19.41 uur de ruimten kelderboxen betreden. Om 19:42 uur komen zij terug en heeft [medeverdachte 1] een donkerkleurige jas onder zijn rechterarm. [medeverdachte 1] gaat vervolgens via het portiek naar buiten en loopt naar geparkeerde, donkerkleurige auto. Een derde persoon, gekleed in een oranje jas, stapt uit. Vervolgens gaat [medeverdachte 1] achter in de auto zitten en de persoon met de oranje jas voorinl. Om 19:47 uur verlaat [medeverdachte 2] de portiekflat. [medeverdachte 2] stapt als bestuurder in de donkerkleurige auto en de auto rijdt weg.

Om 20:02 uur komen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de portiek binnen. [medeverdachte 2] draagt een jas onder zijn linkerarm. [medeverdachte 1] draagt zwarte schoenen met een wit Nike logo. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen richting het trappenhuis.8

Om 20:08 uur komen de vader van [medeverdachte 2] en een andere persoon het flatgebouw binnen. De andere persoon vertoont opvallend veel gelijkenis met de eerdergenoemde persoon met de oranjekleurige jas.9 Omstreeks 20:46 uur lopen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van het portiek naar de kelderboxen. Daarvoor heeft [medeverdachte 2] een zwarte jas met een gesp op de capuchon aan [medeverdachte 1] gegeven. Omstreeks 20:52 uur verlaten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de ruimte met kelderboxen. Te zien is dat de andere persoon, die eerder met de vader van [medeverdachte 2] de flat inkwam, om 20.46 uur in de portiek blijft wachten.10

Bij het insluiten van [medeverdachte 2] in het kader van onderzoek […] is zijn mobiele telefoon van het merk Khocell in beslag genomen. Uit onderzoek van die mobiele telefoon is naar voren gekomen dat een van de twee telefoonnummers waarvan die mobiele telefoon gebruik maakt op 23 september 2016 om 19:53 uur belt naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat telefoonnummer is zowel in de mobiele telefoon van het merk Khocell, die onder [medeverdachte 2] in beslag is genomen als in de Apple iPhone 4, die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen, opgeslagen als contact ‘ [verdachte] ’.Het tijdstip van het telefonisch contact komt overeen met het tijdstip waarop de onbekende derde verdachte omstreeks 19.53 uur met een telefoon aan zijn oor de supermarkt [naam supermarkt] verlaat, zoals waargenomen om de camerabeelden.11

Op 28 november 2016 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij reed en dat [medeverdachte 1] naar binnen ging. [medeverdachte 1] vertelde hem dat er een man achter de kassa zat, en dat hij, [medeverdachte 1] , geld vroeg..12

Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft op 27 december 2016 verklaard dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer] is.13 [verdachte] heeft verklaard dat hij naar de [naam supermarkt] is gegaan, dat hij drinken heeft gehaald 14 en dat hij een oranje jas droeg.15 Toen hij de [naam supermarkt] uitliep had [verdachte] telefonisch contact met [medeverdachte 2] .16 [verdachte] heeft verklaard dat hij de persoon op foto 1 (naar de rechtbank uit het dossier afleidt: een foto van [medeverdachte 1] ) herkent als de andere persoon die erbij was en die in de auto zat met hem en [medeverdachte 2] .17

Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek […] is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er 3 berichten van de overval op de [naam supermarkt] aan de [straatnaam] te [vestigingsplaats] in die telefoon zijn aangetroffen (AD Regio d.d. 24 september 2016 te 1:37:07 uur en 1:37:13 uur en RTVUtrecht.nl d.d. 24 september 2016 te 1:38:30 uur).18

Op 23 mei 2017 heeft [medeverdachte 2] ter terechtzitting verklaard dat [verdachte] binnen ging kijken of het niet te druk was, en dat [verdachte] belde om dat te laten weten.19

Tijdens het verhoor op 4 juli 2017 bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij, [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] , op 23 september 2016 vanaf het huis van [medeverdachte 2] met de auto naar de [naam supermarkt] vertrokken, dat zij achter de [naam supermarkt] hadden besproken wat zij gingen doen, dat hij, [medeverdachte 2] , in de auto bleef zitten, dat [verdachte] de voorverkenning deed en dat [medeverdachte 1] de [naam supermarkt] ging beroven. Toen [verdachte] binnen stond, belde hij naar [medeverdachte 2] . Vervolgens ging [medeverdachte 1] naar binnen en bleef hij, [medeverdachte 2] , in de auto. [medeverdachte 1] kwam terug naar de auto en later kwam [verdachte] naar het huis van [medeverdachte 2] toe, waarna de buit van ongeveer € 700,00 is verdeeld in drieën. [medeverdachte 2] heeft voorts verklaard dat de spullen van de overval, te weten een bijl, een jas, bivakmutsen en een nepwapen in een tas zaten, dat hij in de auto tegen [verdachte] had gezegd “hier, dit zijn de spullen voor de overval op de [naam supermarkt] ” en dat hij, [medeverdachte 2] , tegen [verdachte] had gezegd voordat ze de tas gingen halen dat er een bijl en een wapen in de tas zaten en dat zij die tas gingen halen.20

bewijsmiddelen feit 2, eetsalon [naam eetsalon] , zaaksdossier […]

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.21

Op 21 september 2016 heeft [slachtoffer 3] namens Eetsalon [naam eetsalon] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever heeft verklaard dat toen aangever op 21 september 2016 omstreeks 21.25 uur vanuit de zaak naar huis ging er nog drie medewerksters aanwezig waren, dit waren [getuige 2] , [A] en [getuige 1] . Omstreeks 21.50 uur is aangever gebeld door [getuige 2] . Er waren twee personen de zaak binnen gekomen.22 Een van de personen bleef in de deuropening staan. Deze persoon had een vuurwapen in de hand die hij op de medewerksters had gericht.

De tweede persoon liep door naar de achterzijde van de toonbank en pakte direct de kassalade beet. Deze persoon had een bijl in zijn hand en sloeg met die bijl het snoer kapot waarmee de kassalade aan de kassa was verbonden.

Vervolgens rende de tweede persoon met de kassalade weg naar buiten en beide personen renden de [straatnaam] in en verdwenen uit het zicht.23

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 21 september 2016 omstreeks 21.45 uur in eetsalon [naam eetsalon] te [vestigingsplaats] aanwezig was en de persoon met de bijl hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer”, dat zij verstijfde en dat zij hem nog een keer hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer geef geld”. Deze persoon droeg een bivakmuts met een ovale opening voor de ogen.24 Daarna zag zij dat de persoon met de bijl het snoer van de kassa doorhakte en met de gehele kassalade de zaak uitrende.25

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 21 september 2016 om 21.50 uur zijn overvallen en dat de man in de deuropening een bivakmuts op had met een ovale uitsparing bij de ogen. De andere man zag er hetzelfde uit, aldus getuige.26

Op de camerabeelden van eetsalon [naam eetsalon] is te zien dat omstreeks 21:49 uur twee personen in het donker gekleed en voorzien van bivakmutsen uit de richting van de [straatnaam] in [vestigingsplaats] komen aanrennen en dat zij de snackbar binnen rennen. Op dat moment zijn drie medewerksters en twee klanten aanwezig in de snackbar. Een van de overvallers heeft een vuurwapen bij zich en blijft bij de deur van de ingang van de snackbar staan. Hij heeft het vuurwapen in zijn hand en heeft zijn arm gestrekt voor zich in de richting van de toonbank. De overvaller met het vuurwapen haalt op enig moment de slede van het vuurwapen naar achteren en richt het vuurwapen opnieuw richting toonbank. De andere overvaller heeft een bijl in zijn hand en gaat richting toonbank. De overvaller met de bijl heeft de kassalade en komt achter de toonbank vandaan. Hij hakt tweemaal met zijn bijl en gaat vervolgens met de kassalade in de richting van de deur. Om 21:50 uur rennen de overvallers naar buiten in de richting van de [straatnaam] .27

Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is in het kader van onderzoek […] de woning aan de [adres] te [woonplaats] doorzocht. In de slaapkamer van [medeverdachte 2] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, een zwarte gewatteerde jas voorzien van een capuchon, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.28

Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911.

Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.29

Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek […] is zijn Apple iPhone 4 in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat op 26 augustus 2016 een WhatsApp-gesprek start tussen [bijnaam van medeverdachte 1] [nummer] @ […] .whatsapp.net en [aanduiding voor medeverdachte 2] [nummer] @ […] .whatsapp.net.

Het telefoonnummer van [aanduiding voor medeverdachte 2] is op 19 december 2015 opgegeven door [medeverdachte 2] toen hij melding maakt van een aanrijding. Door de moeder van [medeverdachte 1] is verklaard dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] delen op 26 augustus 2016 onder meer de volgende informatie:

21:12:53 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : […] [medeverdachte 1] ik ga mee.

22:45:22 uur [bijnaam van medeverdachte 1] : Weet je zeker

22:51:06 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : □□□

22:51:51 uur [bijnaam van medeverdachte 1] : Ga je 100% mee

22:52:09 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : Wil die ding

22:52:13 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : […]

22:52:13 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : Eerst zien

22:52:18 uur [bijnaam van medeverdachte 1] : Wat

22:52:20 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : Kan dat?

22:52:32 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : Die ding waar we de oevoe doen

[bijnaam van medeverdachte 1] appt vervolgens 2 foto’ […] van eetsalon [naam eetsalon] .

22:54:25 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : […] Medewerkers

22:54:35 uur [bijnaam van medeverdachte 1] : 3
22:54:46 uur [aanduiding voor medeverdachte 2] : Sluitingstijd

30

De moeder van [medeverdachte 1] , [getuige 3] , heeft verklaard dat zij [medeverdachte 1] op 21 september 2016 tussen 11:00 uur en 12:15 uur op de […] heeft gezien. Later die dag, om 15:30 uur, mocht hij een sigaretje gaan roken. Hij moest om 16:30 uur terug zijn, maar hij kwam niet meer terug. Hij is toen op de telex gezet.

Die woensdag dat [medeverdachte 1] niet terugkeerde kreeg zij via Burgernet te horen dat er een overval was geweest bij snackbar [naam eetsalon] hier vlakbij, aldus getuige [getuige 3] .31

Op de camerabeelden van de hal van de portiekflat [adres] t/m [nummeraanduiding] te [woonplaats] is te zien dat op 21 september 2016 om 16:58:34 uur [medeverdachte 2] de lift uit komt, en de trap naar buiten af rent, waarna een zwarte auto om 16:58:56 wegrijdt. Om 19:20 uur arriveren [medeverdachte 2] en [verdachte] met een zwarte auto bij de portiekflat. Zij betreden de portiekflat en stappen in de lift. Om 19:32 uur komen [medeverdachte 2] en [verdachte] uit de lift en lopen beiden de trap af in de richting van de kelder van de portiekflat. Om 19:38 uur komen zij vanuit de kelder weer in het portiek op de begane grond. [medeverdachte 2] heeft een boodschappentas van de […] met inhoud bij zich. Zij verlaten de portiekflat en lopen naar de zwarte personenauto. Om 19:40 uur is de personenauto niet meer in beeld.

Op 22 september 2016 om 00:36 uur arriveren [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij de portiekflat. [medeverdachte 1] heeft een boodschappentas van de […] met inhoud bij zich. Zij gaan beiden met de trap naar beneden naar de bergingen. Om 00:37 uur komen zij weer via de trap bij het portiek op de begane grond. 32

[medeverdachte 2] heeft op 28 november 2016 verklaard dat hij de overval in [vestigingsplaats] met [medeverdachte 1] heeft gepleegd, dat hij degene met de bijl is, dat dit altijd zo is en dat je dat kan zien aan het postuur. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op 21 september 2016 de tas thuis heeft gepakt en [medeverdachte 2] heeft bevestigd dat zij een vaste taakverdeling hadden.33

Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek […] is zijn Apple iPhone 4 in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er twee screenshots van artikelen op die telefoon zijn aangetroffen, van 22 september 2016 om respectievelijk 00:41 uur en 23:16 uur, die zien op de overval op [naam eetsalon] .34

Op de onder [verdachte] in beslag genomen smartphone, een Samsung type GT-19060 Galaxy Grand Neo, is een screenshot aangetroffen van een artikel op RTV Utrecht dat ziet op de overval op [naam eetsalon] . Dat screenshot is gemaakt op 22 september 2016 te 23:39 uur.35

Op de zitting van 23 mei 2017 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij van Utrecht naar Wijk bij Duurstede heeft gereden, dat na de overval [verdachte] reed en dat zij zijn gereden via Doorn en Nieuwegein naar Utrecht. [verdachte] heeft een derde deel van de opbrengst gehad.36

Tijdens het verhoor op 4 juli 2017 bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij met zijn drieën, [verdachte] , [medeverdachte 1] en hij, in de auto zaten, dat [medeverdachte 1] en hij naar binnen gingen en dat [verdachte] in de auto achter het stuur bleef zitten. Tevoren was bedacht dat de buit door drieën zou worden gedeeld. Bij de overval werden dezelfde spullen gebruikt als bij de overval op de [naam supermarkt] . Die spullen zaten in een […] tas. Voorts heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [verdachte] wist dat er bij de overval op ‘ [naam eetsalon] ’ wapens mee waren, dat dit besproken was, en dat [verdachte] had gezien dat [medeverdachte 1] en hij zich aankleden, dat wil zeggen de jassen aantrokken, de wapens pakten en de bivakmutsen meenamen.37

bewijsoverwegingen

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van een strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij beide ten laste gelegde feiten.

Tegenover de consistente verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] , staan de verklaringen van verdachte die, naar de rechtbank opmerkt, steeds een nieuwe lezing geven van de rol van verdachte. Desgevraagd wil verdachte bovendien geen uitleg geven waarom de verklaringen van de medeverdachte niet kloppen.

De rechtbank acht de verklaringen van de medeverdachte gelet op de overige aangehaalde bewijsmiddelen geloofwaardig.

Ten aanzien van de rol van verdachte bij de overval op de [naam supermarkt] (feit 1) staat op basis van de bewijsmiddelen voor de rechtbank vast dat verdachte op de avond van 23 september 2016 samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de auto naar de [naam supermarkt] is vertrokken, dat hij kort voor sluitingstijd de [naam supermarkt] is binnengegaan en daarbij de situatie in de [naam supermarkt] heeft geobserveerd en dat hij vervolgens telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] heeft laten weten dat het niet te druk was. Kort na de overval heeft verdachte zich gemeld bij het huis van [medeverdachte 2] waarna de buit is verdeeld in drieën.

Ten aanzien van de rol van verdachte bij de overval op Eetsalon [naam eetsalon] (feit 2) staat op basis van de bewijsmiddelen voor de rechtbank vast dat verdachte op de avond van 21 september 2016 samen met [medeverdachte 2] uit de kelder van de portiekflat [adres] t/m [nummeraanduiding] de […] tas met daarin de spullen die zijn gebruikt bij de overval is gaan halen, dat hij vervolgens samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar [vestigingsplaats] is gereden, dat verdachte heeft gezien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich aankleden, de wapens en de bivakmutsen pakten, en dat verdachte in de auto heeft gewacht tot [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] terugkeerden van de overval. Na de overval heeft verdachte de auto met daarin ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] teruggereden naar Utrecht en is de buit door drieën gedeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte medeplichtig aan de ten laste gelegde feiten, gelet op de hiervoor beschreven door hem verrichte handelingen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte bij beide ten laste gelegde feiten een ondersteunende rol gehad. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen oordelen dat verdachte een intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd van voldoende gewicht om hem aan te merken als medepleger.

Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Het onder 1 subsidiair en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

Subsidiair

A.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 september 2016 te [vestigingsplaats] ,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging, met

een (nog onbekende ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerker supermarkt [naam supermarkt] ) hebben gedwongen

tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan supermarkt " [naam supermarkt] ", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte 1] en / of diens mededader( […] ) en/of verdachte, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2]

- die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 1] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij/zij geld

wilde(n) hebben en/of dat die [slachtoffer 1] geld in een door die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] meegebrachte tas moest(en) gooien;

en/of

B.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 september 2016 te [vestigingsplaats] ,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met

geweld [slachtoffer 2] (als klant aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ) heeft gedwongen

tot de afgifte van een bankbiljet van 50 euro, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en / of die [medeverdachte 2] en/of verdachte,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] (als klant aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader( […] ),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van /of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die

[medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2]

- die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 2] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat zij/hij

het geld dat die [slachtoffer 2] in zijn hand hield, wilde(n) hebben

tot en/of bij het plegen van welke misdrijf/misdrijven verdachte tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, op of omstreeks 23 september 2016 te

[vestigingsplaats] en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk

- met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] per auto naar de plaats van de

misdrijfs/misdrijven te rijden en/of aldaar, in de omgeving, op die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] te blijven wachten en/of

- ten behoeve van die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] (zeer) kort voor de

misdrijf/misdrijven de betreffende supermarkt te verkennen en/of de

bevindingen met betrekking tot die voorverkenning telefonisch door te geven

aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1];

2.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 21 september 2016 te [vestigingsplaats]

, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening hebben/heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid

geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

eetsalon " [naam eetsalon] " en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte

waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] die kassalade onder zijn/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1]

(medewerksters van eetsalon " [naam eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2]

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of op die [getuige 2]

en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21

september 2016 te [vestigingsplaats] en [vestigingsplaats] en elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] per auto naar de plaats de misdrijfs te vervoeren en/of aldaar op

die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] te blijven wachten en/of die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] weer vanaf de plaats des misdrijfs te vervoeren.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1. subsidiair

medeplichtigheid aan

A

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

B

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. subsidiair

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en waarbij de schuldigen het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd op verdachte het jeugdstrafrecht van toepassing te verklaren en ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- 14 maanden jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelplicht en een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om de op de zitting van 19 mei 2017 door de officier van justitie gevorderde straf te volgen, zodat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdinrichting.

Ook kan gedacht worden aan een aanvullende werkstraf.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich op 21 september 2016 en 23 september 2016 schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij een afpersing en twee diefstallen met geweld. De medeverdachten hebben daarbij steeds een (nabootsing van een) vuurwapen dan wel een bijl in handen gehad, en daarmee gedreigd en deze bij de overval op de [naam supermarkt] en de klant doorgeladen, zij pasten hun kleding aan, maakten gebruik van gezichtsbedekkende kleding en hadden in de nabijheid van de plaats delict steeds een auto met chauffeur klaar staan. Het gebruik van gezichtsbedekkende kleding, een (nabootsing van een) vuurwapen en een bijl, beschouwt de rechtbank als strafverzwarende omstandigheden.

Dit soort misdrijven berokkenen veel leed bij de slachtoffers, zo blijkt ook uit de aangiften en een op de zitting van 19 mei 2017 voorgelezen slachtofferverklaring.

Dergelijke feiten brengen in het algemeen ook bij burgers heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 27 juni 2017;

- reclasseringsadviezen van 18 januari 2017, 15 mei 2017 en 21 juli 2017, uitgebracht door Reclassering Nederland.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf er rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde op 13 december 2016 en op 15 februari 2017 is veroordeeld tot een geldboete van € 200,00 respectievelijk een geldboete van € 250,00 voor handelen in strijd met de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

De rechtbank houdt er ook rekening mee dat verdachte ten aanzien van de onderhavige feiten als een first offender moet worden gezien.

De verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 18 jaren oud.

De rechtbank ziet aanleiding, mede op basis van het advies van de reclassering, om recht te doen overeenkomstig de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen (overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77hh van het Wetboek van Strafrecht). Daarbij is gelet op de persoon van de verdachte.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor jeugdigen gaan voor een winkeloverval uit van een straf vanaf 4 maanden jeugddetentie.

De rechtbank stelt voorop dat, gelet op de ernst van de feiten en de strafmaat in soortgelijke zaken, voor deze feiten in principe geen andere straf passend is dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. In dit geval ziet de rechtbank aanleiding naast jeugddetentie, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, een werkstraf aan verdachte op te leggen. De rechtbank komt hiertoe, gelet op de kleinere rol die verdachte heeft gespeeld bij de delicten omdat hij geen medepleger was maar medeplichtige, het feit dat hij als first offender heeft te gelden voor deze feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de reclasseringsadviezen komt naar voren dat verdachte zich heeft gehouden aan de voorwaarden die hem zijn opgelegd in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Hij doet zijn best, werkt dagelijks en komt zijn afspraken na, aldus de reclassering. Daarnaast zal verdachte naar alle waarschijnlijkheid in september 2017 starten met een opleiding. De rechtbank acht het van belang dat verdachte de kans krijgt deze positieve lijn voort te zetten.

Om de ernst van de feiten te benadrukken en als fikse stok achter de deur, zal de rechtbank daarnaast een aanzienlijk gedeelte van de jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden als door de reclassering geadviseerd. De rechtbank acht een locatiegebod met elektronisch toezicht daarbij noodzakelijk, omdat verdachte geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie wordt opgelegd dan het reeds ondergane voorarrest. Nu verdachte in het kader van zijn schorsing al een periode een locatiegebod heeft gehad en zich daaraan goed heeft gehouden, zal dit gebod worden opgelegd voor een beperkte periode, te weten drie maanden.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan een termijn van 191 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden, passend en geboden is.

Daarnaast wordt een werkstraf opgelegd voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie als verdachte deze niet naar behoren verricht.

9 BENADEELDE PARTIJEN

feit 1, benadeelde partij [naam supermarkt]

De benadeelde partij [naam supermarkt] vordert een schadevergoeding van € 4.446,58. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 2.252,35, te weten de kosten voor de [naam stichting] (€ 1.252,35) en de kosten van het weggenomen geld uit de kassalade (€ 1.000,00). Daarbij is de officier van justitie uitgegaan van het in de aangifte genoemde laagste bedrag dat uit de kassalade is weggenomen. De officier van justitie heeft voorts de niet-ontvankelijkheid gevorderd ten aanzien van de post ’36,5 uur voor leidinggevende’ en de post ’40 uur ziekte slachtoffer’ omdat deze posten niet nader onderbouwd zijn en vragen oproepen. Ten aanzien van de post ‘presentje’ heeft de officier van justitie de afwijzing van de vordering gevorderd omdat naar haar mening het causaal verband ontbreekt tussen de gestelde schade en het bewezen geachte feit.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2.252,35 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

feit 2, benadeelde partij [getuige 1]

De benadeelde partij [getuige 1] vordert een schadevergoeding van € 3.901,64. Voormeld bedrag bestaat uit € 3.000,00 aan immateriële schade en € 901,64 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 3.301,64. Ten aanzien van de opgevoerde schadepost van € 600,00, te weten het verlies aan arbeidsvermogen van de vader van de benadeelde partij, heeft de officier van justitie haar twijfel geuit over het causaal verband tussen deze schade en het bewezen geachte feit.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.301,64, te weten € 3.000,00 aan immateriële schade en € 301,64 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 48, 63, 77a, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1. primair en het onder 2. primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1. subsidiair en het onder 2. subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie van 300 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 191 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden zal naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis zal melden bij Reclassering Nederland (jongvolwassenenteam), Vivaldiplantsoen 200, 3533 JE Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit gedurende de proeftijd noodzakelijk acht. Verdachte zal zich tijdens de proeftijd houden aan de aanwijzingen van de reclassering;

* zal meewerken aan een diagnostisch onderzoek naar zijn beïnvloedbaarheid en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij een forensische polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven;

* gedurende de eerste drie maanden van de proeftijd op door de reclassering vastgestelde tijdstippen aanwezig zal zijn op het adres [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] . Het locatiegebod zal worden gecontroleerd door middel van elektronisch toezicht.

* op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstaf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen jeugddetentie;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij [naam supermarkt] (feit 1)

- wijst de vordering van benadeelde partij [naam supermarkt] toe tot € 2.252,35;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam supermarkt] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [naam supermarkt] voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [naam supermarkt] aan de Staat € 2.252,35 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij [getuige 1] (feit 2)

- wijst de vordering van benadeelde partij [getuige 1] toe tot € 3.301,64;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [getuige 1] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [getuige 1] voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [getuige 1] aan de Staat € 3.301,64 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F. Koenis, voorzitter, mr. L.E. Verschoor-Bergsma, rechter en tevens kinderrechter, en mr. […] .C.A. van Kuijeren, rechter, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

A.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerker

supermarkt [naam supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

" [naam supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader( […] ), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader( […] )

- die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 1] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat zij/hij geld

wilde(n) hebben en/of dat die [slachtoffer 1] geld in een door verdachte en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;

en/of

B.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (als klant

aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een bankbiljet

van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader( […] ),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] (als klant aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( […] ),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader( […] )

- die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 2] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat zij/hij

het geld dat die [slachtoffer 2] in zijn hand hield, wilde(n) hebben;

art. 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

A.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een (nog onbekende ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerker supermarkt [naam supermarkt] ) heeft gedwongen

tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan supermarkt " [naam supermarkt] ", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte 1] en / of diens mededader( […] ) en/of verdachte, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2]

- die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 1] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij/zij geld

wilde(n) hebben en/of dat die [slachtoffer 1] geld in een door die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] meegebrachte tas moest(en) gooien;

en/of

B.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met

geweld [slachtoffer 2] (als klant aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ) heeft gedwongen

tot de afgifte van een bankbiljet van 50 euro, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en / of die [medeverdachte 2] en/of verdachte,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] (als klant aanwezig in supermarkt [naam supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader( […] ),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2]

- die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 2] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat zij/hij

het geld dat die [slachtoffer 2] in zijn hand hield, wilde(n) hebben

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf/misdrijven verdachte tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, op of omstreeks 23 september 2016 te

Utrecht en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk

- met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] per auto naar de plaats des

misdrijfs/misdrijven te rijden en/of aldaar, in de omgeving, op die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] te blijven wachten en/of

- ten behoeve van die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] (zeer) kort voor het

misdrijf/misdrijven de betreffende supermarkt te verkennen en/of de

bevindingen met betrekking tot die voorverkenning telefonisch door te geven

aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] ;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 21 september 2016 te [vestigingsplaats] , althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid geld), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria/eetsalon " [naam eetsalon] "

en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader( […] ),

waarbij verdachte en/of zijn mededaders die kassalade onder zijn/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [naam eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader( […] )

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen, gelijkend voorwerp aan die

[getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of op die [getuige 2]

en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 21 september 2016 te Wijk bij

Duurstede, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening hebben/heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid

geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

cafetaria/eetsalon " [naam eetsalon] " en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte

waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] die kassalade onder zijn/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [naam eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer( […] ) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2]

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of op die [getuige 2]

en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [getuige 2] en/of [A] en/of [getuige 1] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21

september 2016 te Wijk bij Duurstede en/of Utrecht en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] per auto naar de plaats de misdrijfs te vervoeren en/of aldaar op

die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] te blijven wachten en/of die [medeverdachte 1] en/of die

[medeverdachte 2] weer vanaf de plaats des misdrijfs te vervoeren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier [naam] bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 4000 tot en met 4283. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4017.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4018 en 4020.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4019.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4023.

6 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4024.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4027 en 4035-4044.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4027-4035 en pagina 4048.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4028-4035 en pagina 4049.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4050-4056.

11 Het proces-verbaal relaas [naam] , pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4004 en 4009.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4225-4233, in het bijzonder pagina 4231.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4241.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4251.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4252.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250 en 4251 en het fotoblad op pagina 4266.

18 Het proces-verbaal relaas [naam] , pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4007, en proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [naam supermarkt] , pagina 4198-4203, in het bijzonder pagina 4202 en 4203.

19 Het proces-verbaal van de zitting van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 23 mei 2017, parketnummers 16/652731-16 en 16/660571-16 .

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 2] door de rechter-commissaris op 4 juli 2017.

21 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier […] bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 3000 tot en met 3330. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

22 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3019.

23 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3020.

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3048.

25 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3049.

26 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pagina 3050-3051, in het bijzonder pagina 3051.

27 Het proces-verbaal relaas […] , pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3000, en het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden, pagina 3024-3047.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 3111-3114, in het bijzonder pagina 3111.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 3196-3205 met foto’ […] , in het bijzonder pagina 3196.

30 Het proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [naam eetsalon] , pagina 3211-3225

31 Het proces-verbaal van bevindingen verhoor [getuige 3] , pagina 3205-3208, in het bijzonder pagina 3207.

32 Het proces-verbaal bevindingen camerabeelden, pagina 3227-3240 en het proces-verbaal relaas […] , pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3012.

33 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 3314-3322, in het bijzonder pagina 3321.

34 Het proces-verbaal relaas […] , pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3014 en het proces-verbaal van bevindingen IPhone type 4, pagina 3256.

35 Het proces-verbaal van bevindingen van 14 maart 2017, pagina 3258-3261, in het bijzonder pagina 3258 en 3259.

36 Het proces-verbaal van de zitting van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 23 mei 2017.

37 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 2] door de rechter-commissaris op 4 juli 2017.