Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:450

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
07-02-2017
Zaaknummer
C/16/418971 / FO RK 16-22
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Interlandelijke adoptie.

De vrouw en de man beschikken over een verklaring in de zin van artikel 23 van het Haags Adoptie Verdrag 1993.

De adoptie van de minderjarige door de vrouw is in overeenstemming met het Verdrag tot stand gekomen en wordt van rechtswege erkend in Nederland. De vrouw kan de buitenlandse adoptiebeslissing laten inschrijven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De rechtbank hoeft ten aanzien van de adoptie van de minderjarige door de vrouw derhalve geen beslissing meer te nemen.

De adoptie van de minderjarige door de man is niet in overeenstemming met het Verdrag tot stand gekomen. De man beschikt niet over de ingevolge artikel 14 en 15 van het Verdrag vereiste beginseltoestemming. Gelet hierop kan de adoptie van de minderjarige door de man niet (van rechtswege) worden erkend in Nederland, wegens strijd met de openbare orde (artikel 24 van het Verdrag).

De rechtbank wijst het primaire verzoek af en wijst het subsidiaire verzoek toe. De rechtbank spreekt de adoptie uit van de minderjarige door de man naar Nederlands recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5055
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

adoptie

zaaknummer / rekestnummer: C/16/418971 / FO RK 16-22

Beschikking van 2 februari 2017

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

en

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

beiden wonende te [woonplaats] , gemeente Gooise Meren,

echtelieden,

advocaat mr. A.F. Braun.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Verzoekers hebben op 1 juli 2016 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot - onder meer - afgifte door de rechtbank van een verklaring voor recht, waarbij wordt vastgesteld dat aan de voorwaarden voor erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing tot adoptie is voldaan.

1.2.

Nadien heeft de rechtbank kennis genomen van:

  • -

    het faxbericht van 13 juli 2016 van mr. Braun,

  • -

    het rapport van 31 augustus 2016 van de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Haarlem.

2 Vaststaande feiten

2.1.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 15 juli 2013 aan de vrouw toestemming verleend voor het opnemen van een (tweede) buitenlands kind ter adoptie.

2.2.

De minderjarige [minderjarige] . is geboren op [2015] te [geboorteplaats] , Florida, de Verenigde Staten van Amerika. De gegevens van de biologische ouders van de minderjarige zijn onbekend.

2.3.

Blijkens de overgelegde uitspraak van 30 maart 2015 van The Circuit Court of The Thirteenth Judicial Circuit in and for Hillsborough County, Florida, is bepaald dat de minderjarige voor adoptie in aanmerking komt en is de voogdij over de minderjarige aan verzoekers toegekend.

2.4.

Blijkens de overgelegde uitspraak van 24 augustus 2015 van The Circuit Court of The Thirteenth Judicial Circuit in and for Hillsborough County, Florida, is naar het recht van Florida, de Verenigde Staten van Amerika, de adoptie uitgesproken van de minderjarige door verzoekers. Hierbij is de naam van de minderjarige gewijzigd in: [gewijzigde naam].

2.5.

De minderjarige wordt sinds 21 maart 2015 door verzoekers verzorgd en opgevoed.

2.6.

De minderjarige heeft met het doel van adoptie zijn geboorteland mogen verlaten.

De minderjarige had ten tijde van het verzoek tot adoptie naar het recht van Florida, de Verenigde Staten van Amerika, zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten van Amerika. Ten tijde van de beslissing tot adoptie verbleef hij in Nederland. Verzoekers hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.

3 Beoordeling van het verzochte

Erkenning buitenlandse adoptiebeslissing

3.1.

De rechtbank dient (ambtshalve) de vraag te beantwoorden of in de onderhavige zaak sprake is van een buitenlandse adoptiebeslissing ingevolge het Haags Adoptie Verdrag 1993 (hierna: het Verdrag), welke adoptiebeslissingen ingevolge artikel 23 van het Verdrag van rechtswege worden erkend. Indien het Verdrag niet van toepassing is, moet worden beoordeeld – conform artikel 10:107 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – of sprake is van een voor erkenning vatbare buitenlandse adoptiebeslissing zoals bedoeld in de artikelen 10:108 en 10:109 BW.

3.2.

Voor de vraag of het Verdrag van toepassing is, moet worden beoordeeld of de adoptiebeslissing onder het materiële, het formele en het temporele toepassingsgebied van het Verdrag valt. Nu aan de vereisten neergelegd in artikel 2 van het Verdrag is voldaan, valt de adoptiebeslissing onder het materiële en formele toepassingsgebied. De rechtbank is gebleken dat het verzoek tot het verkrijgen van een beginseltoestemming voor de vrouw is ingediend op 23 maart 2012. Op dat moment was het Verdrag voor zowel Nederland als de Verenigde Staten van Amerika in werking getreden, zodat het Verdrag ook temporeel gezien van toepassing is.

3.3.

Verzoekers hebben een verklaring in de zin van artikel 23 van het Verdrag overgelegd. Gebleken is dat de adoptie van de minderjarige door de vrouw in overeenstemming met het Verdrag tot stand is gekomen en van rechtswege wordt erkend in Nederland. De vrouw kan de buitenlandse adoptiebeslissing laten inschrijven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De rechtbank hoeft ten aanzien van de adoptie van de minderjarige door de vrouw derhalve geen beslissing meer te nemen.

De adoptie van de minderjarige door de man is echter niet in overeenstemming met het Verdrag tot stand gekomen. De man beschikt niet over de ingevolge artikel 14 en 15 van het Verdrag vereiste beginseltoestemming, hetgeen betekent dat de Nederlandse autoriteiten de geschiktheid van de man om (deze minderjarige) te adopteren niet uitdrukkelijk hebben getoetst. Gelet hierop kan de adoptie van de minderjarige door de man niet (van rechtswege) worden erkend in Nederland, wegens strijd met de openbare orde (artikel 24 van het Verdrag). De rechtbank ziet in hetgeen verzoekers hebben gesteld en in de door hen aangehaalde jurisprudentie geen aanleiding om toch voor recht te verklaren dat de buitenlandse adoptiebeslissing ten aanzien van de man wordt erkend. Het primaire verzoek zal derhalve worden afgewezen.

Adoptie naar Nederlands recht

3.4.

Nu de buitenlandse adoptiebeslissing ten aanzien van de man niet vatbaar is voor erkenning in Nederland, komt de rechtbank toe aan het subsidiaire verzoek om de adoptie van de minderjarige door de man naar Nederlands recht uit te spreken.

3.5.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de biologische ouders hebben ingestemd met de adoptie van de minderjarige. De rechtbank gaat ervan uit dat de belangen van de biologische ouders hierbij voldoende zijn behartigd.

3.6.

De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 31 augustus 2016, dat er geen bezwaren bestaan tegen de verzochte adoptie van de minderjarige door de man naar Nederlands recht. De adoptie wordt in het kennelijke belang van de minderjarige geacht en ook overigens is voldaan aan de voorwaarden welke zijn gesteld in de artikelen 1:227 en 1:228 BW. De rechtbank zal dit verzoek dan ook toewijzen.

Naam

3.7.

De rechtbank is van oordeel dat de buitenlandse beslissing tot naamswijziging van de minderjarige niet voor erkenning op grond van artikel 10:24 BW in aanmerking komt. Hiertoe wordt overwogen dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man heeft verkregen, terwijl rechtsfeiten die betrekking hebben op de man niet kunnen worden erkend nu de buitenlandse adoptiebeslissing ten aanzien van de man niet wordt erkend.

De rechtbank zal het verzoek tevens beschouwen als een verzoek om te bepalen dat de minderjarige de naam [gewijzigde naam] zal dragen. Op dit verzoek zijn – vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door de minderjarige – de artikelen 10:22 BW jo. 1:5 BW en 1:4 BW van toepassing.

De minderjarige zal, gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW, de geslachtsnaam [geslachtsnaam] dragen. Een beslissing hierover van de rechtbank kan achterwege blijven.

Gelet op het bepaalde in artikel 1:4 lid 4 BW zal de rechtbank de wijziging van de voornamen van de minderjarige in [gewijzigde voornamen minderjarige] als op de wet gegrond toewijzen.

Geboortegegevens

3.8.

Verzoekers hebben verzocht om de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen, aangezien het overgelegde Certification of Birth (nr. 109-2015-042963) niet voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand vatbaar is. De rechtbank zal de geboortegegevens van de minderjarige, op grond van artikel 1:25c lid 1 en lid 3 BW, voor zoveel mogelijk vaststellen zoals hierna staat vermeld.

De rechtbank gaat daarbij uit van voornoemd Certification of Birth en de beslissingen van 30 maart 2015 en 24 augustus 2015 van The Circuit Court of The Thirteenth Judicial Circuit in and for Hillsborough County, Florida.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt uit de adoptie naar Nederlands recht van de minderjarige van het mannelijk geslacht, genaamd:

[gewijzigde naam] (oorspronkelijk genaamd: [minderjarige] .), geboren op [2015] te [geboorteplaats] , Florida, de Verenigde Staten van Amerika, door:

[de man] , geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,

en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen,

4.2.

stelt als geboortegegevens van de minderjarige vast:

- voornamen : [voornamen]

- geslachtsnaam : [geslachtsnaam]

- plaats van geboorte : [geboorteplaats] , Florida, de Verenigde Staten van Amerika

- datum van geboorte : [2015]

- geslacht : mannelijk

en gelast de inschrijving daarvan in het register van geboorten van de gemeente Den Haag,

4.3.

gelast de voornaamswijziging van de minderjarige in: [gewijzigde voornamen minderjarige], zodat de minderjarige zal zijn geheten: [gewijzigde naam],

4.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.G. de Beer, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2017.