Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4442

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-08-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
C/16/444222 / KG ZA 17-588
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kort geding, merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/444222 / KG ZA 17-588

Vonnis in kort geding van 30 augustus 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WIJ SPECIAL MEDIA B.V.,

gevestigd te Hoorn,

eiseres,

advocaten mr. E.J.C. van Gelderen en mr. E.C. Menkhorst te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. de vereniging

KBO-PCOB,

gevestigd te Utrecht,

2. de vereniging

UNIE KBO,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

3. de vereniging

PROTESTANTS CHRISTELIJKE OUDEREN BOND,

gevestigd te Zwolle,

gedaagden,

advocaat mr. R.M. Sjoerdsma te Eindhoven.

Eiseres zal hierna WSM genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk de Ouderenbond en afzonderlijk respectievelijk KBO-PCOB, KBO en PCOB genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 augustus 2017 met producties 1 tot en met 9,

  • -

    producties 10 en 11 en een proceskostenspecificatie van WSM,

  • -

    producties 1 tot en met 20 van de Ouderenbond,

  • -

    de mondelinge behandeling van 14 augustus 2017,

  • -

    de pleitnota van WSM,

  • -

    de ter zitting door WSM overgelegde kleurenkopieën van covers van tijdschriften,

  • -

    de pleitnota van de Ouderenbond.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

WSM is een mediabedrijf dat diensten verleent op het gebied van consumentendata, advertising, sampling en online media. In dat kader geeft zij onder de naam Wij (al dan niet met subtitel) diverse tijdschriften en (thema)nieuwsbrieven uit op het gebied van baby’s en aanstaande en jonge ouders, onderhoudt zij een Facebookpagina en een online portal met informatie over zwangerschap, bevalling en geboorte, verzorgt zij het Wij cadeaupakket “de blije doos” en de Wij cadeaubox met producten en informatie voor aanstaande ouders, heeft zij een fotoservice (Wijfotoservice.nl) en is zij betrokken bij de organisatie van landelijke evenementen zoals “het Meerlingenevenement” en “de Negenmaandenbeurs”.

2.2.

WSM is houdster van het woordmerk WIJ, dat op 22 mei 1974 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klasse 16 (tijdschriften).

2.3.

WSM is tevens houdster van het woordmerk WIJ, dat op 17 februari 2016 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 16, 35, 39 t/m 42 en 44. Bij de klasse-aanduiding en opgave van de waren en diensten is ten aanzien van deze merkregistratie - voor zover relevant - het volgende opgenomen:

“KL 16 Drukwerken, waaronder nieuwsbrieven, publicaties, boeken, kranten, periodieken, tijdschriften, folders en brochures; foto’s; posters; stickers; postkaarten; wenskaarten; leermiddelen en onderwijsmateriaal (uitgezonderd toestellen); voornoemde waren betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.

KL 35 Verhuur van advertentieruimte; marktonderzoek, -studie en - analyse; advertentiebemiddeling; reclame-ontwerpen met betrekking tot monsters; marketingonderzoek middels enquêtes; marketingonderzoek middels testpanels; reclame; verspreiding van reclame- en promotiemateriaal, waaronder monsters; marketing; marktbewerking, - onderzoek en -analyse; publiciteit en verkooppromotie met betrekking tot goederen en diensten die langs telecommunicatieve of elektronische weg aangeboden of besteld kunnen worden; het opstellen van statistieken, het bijeenbrengen voor derden van diverse producten voor ouders en kinderen, (…); voornoemde diensten betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.

KL 40 Ontwikkelen, bewerken, en afdrukken van foto’s; drukkerijdiensten; voornoemde diensten betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.

KL 41 Schrijven van blogs; schrijven van teksten, anders dan voor reclamedoeleinden, alsmede geluids- en/of visuele productie bij het maken van vlogs; opleiding op het gebied van zwangerschap, geboorte, opvoeding en ouderschap; (elektronische) uitgeverij, waaronder het publiceren, uitgeven, uitlenen en ter beschikking stellen van nieuwsbrieven, boeken, kranten, tijdschriften, periodieken en andere drukwerken; (…) organisatie van beurzen en tentoonstellingen voor educatieve en culturele doeleinden; alle voornoemde diensten onder andere geleverd via elektronische weg, waaronder internet; voornoemde diensten betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.”

2.4.

WSM is ook houdster van het woordmerk WIJ À LA MAMA, dat op 17 februari 2016 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 16, 35, 41, 42 en 44.

2.5.

WSM is daarnaast houdster van de navolgende beeldmerken:

Het beeldmerk WIJ babyinfo, dat op 11 juli 2005 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 35 en 41.

Het beeldmerk WIJ jonge ouders, dat op 23 mei 2006 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16 en 41.

Het beeldmerk WIJ, dat op 30 januari 2009 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 35 en 41.

Het beeldmerk WIJ special media bv, dat op 30 januari 2009 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 35 en 41.

Het beeldmerk WIJ kinderinfo.nl, dat op 30 januari 2009 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 35 en 41.

Het beeldmerk WIJ babyinfo.nl, dat op 30 januari 2009 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 35 en 41.

Het beeldmerk WIJ babywinkel.nl, dat op 30 januari 2009 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 35 en 41.

Het beeldmerk Wij fotoservice, dat op 17 augustus 2010 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 16, 40, 41 en 42.

Het beeldmerk WIJ mediawinkel, dat op 17 augustus 2010 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 9, 35, 38 en 42.

Het beeldmerk WIJ voordeelclub, dat op 17 augustus 2010 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 16, 35, 36 en 41.

Het beeldmerk WIJ jonge ouders, dat op 17 februari 2016 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 16, 35 en 41 en 44.

2.6.

WSM geeft tijdschriften uit met de navolgende titels: Wij (tot december 2016 uitgegeven met de subtitel Jonge Ouders), Wij Zwanger!, Wij geboorte en Wij één jaar! Deze tijdschriften worden op verzoek van consumenten na opgave van hun adresgegevens kosteloos verstrekt door WSM. Hieronder zijn afbeeldingen van covers van deze tijdschriften weergegeven.

2.7.

KBO en PCOB zijn seniorenverenigingen die zich bezighouden met belangenbehartiging en welzijnswerk voor ouderen, zowel landelijk als lokaal. In het kader van de door beide verenigingen voorgenomen fusie is op 11 november 2016 KBO-PCOB opgericht, waarin het (na samenvoeging gezamenlijke) landelijke bureau is ondergebracht.

2.8.

Tot eind juni 2017 ontvingen de leden van KBO 10 maal per jaar het ledenmagazine Nestor en de leden van PCOB 10 maal per jaar het ledenmagazine Perspectief. Vanwege de samenvoeging is besloten tot het uitgeven van één gezamenlijk ledenmagazine door KBO-PCOB met de titel WijSr vanaf augustus 2017. Hieronder is een afbeelding van een (concept)cover van dit tijdschrift weergegeven.

2.9.

Bij brief van 28 juli 2017 heeft mr. Menkhorst PCOB namens WSM bericht dat het door de Ouderenbond uitbrengen van een ledenmagazine onder het teken WijSr inbreuk oplevert op de merkenrechten van WSM, en PCOB onder meer gesommeerd ieder gebruik van het teken WijSr te staken en ter zake een onthoudingsverklaring te tekenen. In reactie daarop heeft mr. Sjoerdsma namens de Ouderenbond bij brief van 1 augustus 2017 betwist dat de merkenrechten van WSM daarmee worden geschonden.

2.10.

Overleg tussen partijen heeft niet geresulteerd in een minnelijke regeling.

3 Het geschil

3.1.

WSM vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB veroordeelt om binnen zes uur na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, iedere inbreuk op de merken van WSM te staken en gestaakt te houden en in ieder geval geen tijdschriften te (doen) drukken, aanbieden, distribueren, verkopen, verhandelen of anderszins verspreiden onder het teken WijSr of enig ander teken waar het element WIJ onderdeel van uitmaakt,

II KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB veroordeelt om binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, alle exemplaren van tijdschriften waar het teken WijSr op of in is gedrukt te laten vernietigen door een professioneel vernietigingsbedrijf en om binnen tien werkdagen na ontvangst van het vernietigingsrapport van dit bedrijf een kopie daarvan aan de advocaten van WSM te sturen,

III KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB hoofdelijk, althans ieder voor zich, veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 25,00 per tijdschrift dan wel, ter keuze van WSM, een dwangsom van € 2.000,00 per keer alsmede van € 500,00 voor iedere dag dat dit voortduurt, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, indien geheel of gedeeltelijk in strijd wordt gehandeld met het onder I en/of II bepaalde,

IV de termijn voor het instellen van de hoofdzaak bepaalt op zes maanden na de betekening van dit vonnis, althans op een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn,

V KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB hoofdelijk, althans ieder voor zich, veroordeelt om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, op grond van artikel 1019h Rv aan WSM de door haar werkelijk gemaakte proceskosten te vergoeden, althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening,

VI KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB hoofdelijk, althans ieder voor zich, veroordeelt in de nakosten,

VII KBO-PCOB en/of KBO en/of PCOB veroordeelt in de (overige) kosten van dit geding.

3.2.

WSM legt aan haar vorderingen ten grondslag dat er sprake is van merkinbreuk als bedoeld in artikel 2.20 lid 1 sub b en sub c BVIE, omdat de Ouderenbond in het economisch verkeer zonder toestemming van WSM en zonder geldige reden gebruik maakt van het teken WijSr, dat overeenstemt met de woord- en beeldmerken van WSM, ter onderscheiding van identieke waren, namelijk tijdschriften, en er gelet op deze overeenstemming sprake is van gevaar voor verwarring bij het publiek tussen het merk en het teken (sub b) en van het door de Ouderenbond ongerechtvaardigd voordeel trekken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van de woord- en beeldmerken van WSM (sub c).

3.3.

De Ouderenbond voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van WSM in de proceskosten ex artikel 1019h Rv en de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit uit de aard van de zaak, de door WSM gestelde voortdurende inbreuk op haar merkenrechten, voldoende voort dat WSM spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, die hoofdzakelijk strekken tot beëindiging van die inbreuk. De houder van een merkrecht hoeft een inbreuk daarop immers niet te dulden en iedere dag dat een inbreuk voortduurt kan leiden tot (meer) schade aan de zijde van de rechthebbende.

4.2.

Ter beoordeling ligt voor of in het kader van dit kort geding voldoende aannemelijk is geworden dat de rechter in een bodemprocedure tot de conclusie zal komen dat sprake is van de gestelde merkinbreuk. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat het geval. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.3.

Op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE heeft de merkhouder het recht het gebruik van een teken door een derde zonder zijn toestemming te verbieden in het geval dat teken gelijk is aan of overeenstemt met zijn merk en in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren als waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk. Van overeenstemming tussen het merk en het teken is sprake indien zij, globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, visueel, auditief en/of begripsmatig zodanige gelijkenis vertonen dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat het relevante publiek waren voorzien van het teken verwart met waren van de merkhouder (directe verwarring), dan wel dat daardoor bij het relevante publiek de indruk wordt gewekt dat er enig economisch verband bestaat tussen de waren voorzien van het teken en het merk van de merkhouder (indirecte verwarring). Daarbij dienen alle relevante omstandigheden in aanmerking te worden genomen, waaronder de onderscheidingskracht en de bekendheid van het merk. Of sprake is van verwarringsgevaar dient globaal te worden beoordeeld volgens de totaalindruk die het teken en het merk bij de gemiddelde consument van de betrokken waren achterlaat, met inachtneming van alle relevante factoren en omstandigheden van het concrete geval, waaronder in ieder geval de onderlinge samenhang tussen de overeenstemming van het merk en het teken, de soortgelijkheid van de waren en het onderscheidend vermogen van het merk.

4.4.

WSM is onder meer houdster van het woordmerk WIJ (hierna tevens: het merk WIJ), dat op 17 februari 2016 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klassen 16, 35, 39 t/m 42 en 44 voor onder andere drukwerk, zoals nieuwsbrieven en tijdschriften, en verhuur van advertentieruimte daarin, waarbij geldt dat de waren en diensten specifiek betrekking hebben op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders. Daarnaast beschikt WSM over het woordmerk WIJ dat op 22 mei 1974 is gedeponeerd bij het Merkenregister van het BBIE voor waren en/of diensten in de klasse 16 (tijdschriften) en is WSM houdster van een serie beeldmerken waarin het element WIJ is opgenomen op de wijze als weergegeven in 2.5. voor waren en/of diensten in de daarbij vermelde klassen.

4.5.

De Ouderenbond heeft (primair) aangevoerd dat moet worden uitgegaan van de nietigheid van het woordmerk WIJ, omdat dat merk volledig beschrijvend is en daardoor onderscheidend vermogen mist. Voor een dergelijk uitgangspunt is in dit kort geding slechts plaats indien in zodanige mate aannemelijk is dat in een bodemprocedure, strekkende tot die nietigverklaring, de bodemrechter de Ouderenbond gelijk zal geven, dat daar thans op mag worden vooruit gelopen. Daarvan is geen sprake. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet ervan worden uitgegaan dat het merk WIJ onderscheidend vermogen bezit om als merk te kunnen dienen, nu het element ‘wij’ niet (volledig) beschrijvend is voor de betreffende waren en diensten, zoals ook blijkt uit de inschrijving daarvan als woordmerk bij het Merkenregister waarbij het door het BBIE op onderscheidend vermogen is getoetst. WSM maakt bovendien al sinds 1974 gebruik van het woordmerk WIJ in de tijdschriftenbranche. Onweersproken staat in dit geding vast dat het door WSM onder dit merk uitgegeven tijdschrift Wij jonge ouders sinds jaar en dag grote bekendheid geniet onder in ieder geval jonge ouders. WSM heeft daarnaast sinds 2005 een scala aan beeldmerken geregistreerd voor waren en diensten die verband houden met online en papieren media en aanverwante zaken, in het bijzonder aangaande zwangerschap, geboorte en (verzorging en opvoeding van) jonge kinderen, waarin het element ‘wij’ als dominant gemeenschappelijk element terugkomt in combinatie met ander element, zie 2.5. Onweersproken staat vast dat ook de onder deze merken aangeboden waren en diensten grote bekendheid genieten onder in ieder geval aanstaande en jonge ouders. Door al dit langdurige gebruik van het element wij, in een serie samenhangende merken, is het van meet af aan bestaande onderscheidende vermogen gaandeweg aanmerkelijk vergroot door inburgering. Dit alles maakt dat het relevante publiek op basis van het teken WIJ de betreffende waren en diensten meer en meer kan identificeren als afkomstig van één bepaalde onderneming. Dat het teken WIJ ook door derden is of wordt gebruikt voor tijdschriften doet hier niet aan af. Uit de door de Ouderenbond aangehaalde voorbeelden blijkt dat de betreffende tijdschriften in een zeer beperkt verspreidingsgebied en/of in beperkte oplage en/of slechts incidenteel en/of pas zeer recent zijn uitgebracht. Op basis daarvan kan niet worden geconcludeerd dat het gebruik van het teken WIJ in de titel/(merk)naam in de tijdschriftenbranche gangbaar gebruik is (geworden) en het onderscheidend vermogen van het teken WIJ daardoor teloor is gegaan (verwatering).

4.6.

Bij de beoordeling van de mate van overeenstemming tussen het merk WIJ en het teken WijSr en het gevaar voor verwarring gaat de voorzieningenrechter voor wat betreft het relevante publiek uit van het algemene publiek, oftewel van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van tijdschriften betrekking hebbende op zwangerschap, jonge kinderen, jonge ouders, jonge gezinnen en jonge grootouders.

4.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het teken WijSr, zoals dat door de Ouderenbond wordt gebruikt en door het publiek wordt waargenomen, niet gelijk is aan het gedeponeerde woordmerk WIJ, maar daarmee wel in visueel, auditief en begripsmatig opzicht overeenstemt. Visueel gezien bevatten zowel het merk als het teken het element wij. In het algemeen geldt dat het eerste deel van een teken meer aandacht krijgt van het publiek en dus meer bepalend is voor het totaalbeeld van het teken dan het daaropvolgende deel. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geldt dat in dit geval ook, temeer nu niet alleen het element wij, maar ook het element sr met een hoofdletter is geschreven. Daardoor zal het publiek het teken zien als een toevoeging van het element sr (als afkorting van senior) aan het dominante element wij. Het teken WijSr kan weliswaar op verschillende wijzen worden uitgesproken, maar zal gelet op het gebruik van het element sr met een hoofdletter vooral worden gelezen als wij senior en in mindere mate of pas in tweede instantie als wijzer, zodat er ook auditief sprake is van overeenstemming.

4.8.

De Ouderenbond gebruikt het teken WijSr voor haar ledenmagazine, dat niet dezelfde waar betreft als waarvoor WSM haar merk bezigt, maar wel moet worden aangemerkt als soortgelijke waar, zeker wanneer acht wordt geslagen op de waren en diensten waarop de inschrijving uit februari 2016 betrekking heeft, zie 2.3. Het ledenmagazine is immers ook een tijdschrift en gericht op mensen in een specifieke levensfase en vertoont bovendien enige overlap qua doelgroep en inhoud met de tijdschriften die WSM onder haar merk uitgeeft, gelet op de groep grootouders en de voor hen interessante informatie. Aldus resteert de vraag of het gebruik van het teken WijSr door de Ouderenbond gevaar voor verwarring meebrengt in de onder 4.3 genoemde directe of indirecte zin.

4.9.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de mate van overeenstemming tussen met het merk WIJ en het teken WijSr in de gegeven omstandigheden niet dusdanig dat daardoor direct verwarringsgevaar te duchten is bij het relevante publiek. Daarbij is met name van belang dat het teken WijSr wordt gebruikt voor het ledenmagazine van de Ouderenbond, zijnde een tijdschrift voor senioren met voor hen in het algemeen interessante onderwerpen, terwijl de tijdschriften die WSM onder haar merknaam uitgeeft, als centraal thema hebben (kort gezegd) alles wat met zwangerschap, vroege jeugd en vroeg (groot)ouderschap te maken heeft. Dat degene die kennis neemt van het magazine van de Ouderenbond met het teken WijSr dat blad met één van de door WSM uitgegeven tijdschriften zal verwarren, ligt daarom geenszins voor de hand. Ook telt hier dat het ledenmagazine alleen onder de leden van de Ouderbond wordt verspreid en de tijdschriften die onder de merknaam WIJ worden uitgebracht uitsluitend op verzoek van consumenten na opgave van adresgegevens (gratis) worden verstrekt en niet openbaar worden verkocht. Ook gelet daarop zal het relevante publiek in staat zijn de producten van elkaar te onderscheiden.

4.10.

Gezien echter de soortgelijkheid van de betrokken waren, alsmede de mate van overeenstemming tussen het merk en het teken en de sterke onderscheidingskracht en bekendheid van het merk WIJ acht de voorzieningenrechter wel indirect verwarringsgevaar aanwezig. Het in aanmerking komende publiek (zoals onder 4.6 omschreven) zal vanwege die omstandigheden kunnen denken dat (ook) het tijdschrift WijSr afkomstig is van (WSM als) de houder van het merk WIJ, dan wel dat de uitgever van WijSr op enige wijze met haar is verbonden. Dat op de cover bij het teken WijSr als bijschrift vermeld staat “het magazine van KBO-PCOB” maakt dit niet anders. Dit omdat het bijschrift niet duidelijk in het oog springt en in relatief kleine letters is vermeld, maar ook omdat voor het relevante publiek niet zonder meer duidelijk zal zijn waar de afkorting KBO-PCOB voor staat. Bovendien neemt die vermelding niet zonder meer de mogelijke gedachte weg dat er sprake is van een economisch verband tussen de partijen achter de tijdschriften.

4.11.

Uit het vorenstaande volgt dat er sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Op grond daarvan komen de vorderingen van WSM in beginsel voor toewijzing in aanmerking. De vraag of WSM daarnaast een geslaagd beroep kan doen op artikel 2.20 lid 1 sub c BVIE behoeft daarom geen bespreking meer.

4.12.

Het onder I gevorderde verbod tot het staken van de merkinbreuk is toewijsbaar voor zover dit betrekking heeft op het gebruik van het teken WijSr door de Ouderbond aangaande zijn ledenmagazine, een en ander op de wijze zoals in het dictum is vermeld. Het gevorderde verbod voert voor het overige te ver, nu de (on)toelaatbaarheid van eventueel ander gebruik van enig teken waar het element Wij in voorkomt, op zichzelf moet worden beoordeeld en dit niet in deze procedure ter beoordeling is voorgelegd.

4.13.

De onder II gevorderde voorziening strekt tot vernietiging van de reeds bestaande ledenmagazines van de Ouderenbond met het teken WijSr. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is deze voorziening te verstrekkend. Ter zitting is gebleken dat de eerste uitgave van het ledenmagazine onder de naam WijSr (het augustusnummer) ten tijde van het wijzen van dit vonnis al via een netwerk van vrijwilligers onder de ruim 250.000 leden zal zijn verspreid. De Ouderenbond heeft gemotiveerd gesteld dat het terughalen en vernietigen van deze tijdschriften grote financiële gevolgen zal hebben voor de Ouderenbond. WSM heeft onvoldoende gesteld welk belang zij gegeven de reeds gemaakte inbreuk heeft dat - afgewogen tegen de betrokken belangen van de Ouderenbond - toewijzing van deze ingrijpende voorziening rechtvaardigt. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat er in schadeverband minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn om de eventuele uit de inbreuk voortvloeiende schade voor WSM te beperken of te compenseren. Ook telt hier dat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien tot welke schade(omvang) het uitbrengen van het WijSr-augustusnummer voor WSM heeft geleid, gezien de onderling afwijkende wijzen van verspreiding: zo ligt een verlaging van het aantal afgenomen tijdschriften van WSM daarbij niet zonder meer voor de hand.

4.14.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd op de wijze als in het dictum is vermeld.

4.15.

De Ouderenbond zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. WSM vordert op de voet van artikel 1019h Rv veroordeling van de Ouderenbond in de volledige proceskosten, welke kosten voor wat betreft de advocaatkosten volgens de door haar overgelegde specificatie tot op heden

€ 11.861,40 exclusief btw bedragen. Nu het ingediende kostenoverzicht niet is betwist door de Ouderenbond en de opgegeven kosten in lijn zijn met het indicatietarief voor een normaal kort geding in een IE-zaak ad maximaal € 15.000,00, gaat de voorzieningenrechter uit van de redelijkheid en evenredigheid van de opgegeven kosten. De totale kosten aan de zijde van WSM worden dan ook begroot op:

- dagvaarding € 94,79

- griffierecht 816,00

- salaris advocaat 11.861,40

Totaal € 12.772,19

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

4.16.

De nakosten, waarvan WSM betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

4.17.

De voorzieningenrechter zal de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv bepalen op zes maanden na de datum van dit vonnis.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de Ouderenbond om binnen zes uur na betekening van dit vonnis het (doen) drukken, aanbieden, distribueren, verkopen, verhandelen of anderszins verspreiden van het ledenmagazine onder het teken WijSr te staken en gestaakt te houden,

5.2.

veroordeelt de Ouderenbond hoofdelijk om ingeval hij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet aan WSM een dwangsom te betalen van € 25,00 per tijdschrift met een maximum van € 250.000,00,

5.3.

veroordeelt de Ouderenbond hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van WSM tot op heden begroot op € 12.772,19, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt de Ouderenbond hoofdelijk, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door WSM volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.5.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2017.1

1 type: ID/4198 coll: RS/4234