Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4426

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-08-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
16/702182-12 (ontneming)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mega-zaak [naam]. Geen berekening WVV op basis van 140 SR, maar op basis van betrokkenheid bij individuele hennepkwekerijen. Matiging in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Totaalbedrag € 108.550,-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/702182-12 (ontneming)

Vonnis van de rechtbank van 23 augustus 2017

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

verder ook de veroordeelde te noemen.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering ten bedrage van € 294.764,86 die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

  • -

    het strafdossier onder parketnummer 16/702182-12, waaronder het proces-verbaal van opsporingsonderzoek met nummer PL0950 2013157913 (pagina 1 tot en met 7132);

  • -

    het veroordelend arrest van 4 december 2015 waaruit blijkt dat veroordeelde door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, is veroordeeld tot de in dat arrest vermelde straf ter zake van (voor zover thans relevant):

feit 1:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet alsmede het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

  • -

    het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ (hierna: het rapport) van 20 februari 2015 in het onderzoek […] , met bijlagen (pagina 1 tot en met 688);

  • -

    het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling’ van 9 september 2014, met betrekking tot [medeveroordeelde 1] en [A] , in het onderzoek […] , met bijlagen (2 ordners);

  • -

    de conclusie van eis van het Openbaar Ministerie van 6 december 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord van de raadsvrouw van 19 januari 2017;

  • -

    de conclusie van repliek van het Openbaar Ministerie van 21 april 2017;

  • -

    de conclusie van dupliek van de raadsvrouw van 8 juni 2017;

  • -

    de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de overige stukken in het dossier.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2015, 1 februari 2017 (regiezittingen) en 12 juli 2017 (inhoudelijke behandeling). De officier van justitie en de raadsvrouw, mr. A.T.G. van Wandelen, zijn daarbij aanwezig geweest.

De veroordeelde is op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen en is aanwezig geweest bij de inhoudelijke behandeling op 12 juli 2017.

2 Het wederrechtelijk verkregen voordeel

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform het ontnemingsrapport, geheel toe te wijzen tot een bedrag van € 294.764,86.

De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover relevant voor de beslissing, hierna besproken.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het uitgangspunt bij het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel is dat daadwerkelijk genoten voordeel wordt ontnomen. Op basis van de jurisprudentie kan niet ongemotiveerd worden uitgegaan van de veronderstelling dat een deelnemer aan een criminele organisatie deelt in de winst van die organisatie. De ontneming dient in dit geval gebaseerd te zijn op de hennepkwekerijen waarvoor veroordeelde is veroordeeld. Uitgangspunt daarbij dient te zijn het arrest van het Gerechtshof en niet het vonnis van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft verder verschillende stellingen naar voren gebracht. Deze zullen hierna, voor zover zij van belang zijn voor de beoordeling van de rechtbank, worden besproken.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

2.3.1

De grondslag voor het opleggen van de ontnemingsmaatregel

Het uitgangspunt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel vormt het onder 1 genoemde arrest van 4 december 2015.

Uit dit arrest volgt dat [veroordeelde] is veroordeeld voor het deelnemen aan een criminele organisatie in de periode van 7 februari 2011 tot en met 27 februari (de rechtbank begrijpt: 2013) en het opzettelijk telen van hennepplanten in de kwekerijen te [vestigingsplaats] , [vestigingsplaats] , [vestigingsplaats] en [vestigingsplaats] (zaaksdossiers 5, 6, 7, 8, 9 en 12) in de periode van 18 november 2011 tot en met 27 februari 2013. De vraag is of veroordeelde hieruit voordeel heeft genoten, en zo ja, tot welk bedrag.

Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat veroordeelde, als deelnemer van de criminele organisatie, voordeel heeft genoten van de opbrengsten van alle hennepkwekerijen waarbij de criminele organisatie betrokken is geweest. Conform het rapport dient het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel voor de tien kwekerijen waar sprake is geweest van eerdere oogsten (zaaksdossiers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10 en 13) te worden vastgesteld op € 1.965.099,09. Gelet op de rol van veroordeelde, zoals omschreven in het vonnis van de rechtbank van 3 juni 2014, is het volgens het Openbaar Ministerie aannemelijk dat hij een percentage van 15 procent van deze opbrengst heeft genoten.

Ontnemen op basis van art. 140 Wetboek van Strafrecht?

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of er voldoende aanwijzingen bestaan dat veroordeelde deelde in de opbrengsten van alle kwekerijen waarbij de criminele organisatie betrokken was.

De grondgedachte van de ontnemingsmaatregel is dat bij de veroordeelde het voordeel wordt ontnomen dat hij daadwerkelijk wederrechtelijk heeft verkregen. Dit voordeel kan worden berekend op basis van de strafbare feiten waarbij de veroordeelde feitelijk betrokken is geweest, maar kan ook worden geschat aan de hand van het voordeel dat door de criminele organisatie – waaraan veroordeelde heeft deelgenomen – wederrechtelijk is verkregen.

Wanneer het individuele voordeel wordt berekend aan de hand van het voordeel van de criminele organisatie is het volgende van belang. De omstandigheid dat het door een criminele organisatie wederrechtelijk verkregen voordeel mede afkomstig is uit concrete strafbare feiten waarvan veroordeelde is vrijgesproken, doet in beginsel niet af aan de mogelijkheid van ontneming van het door veroordeelde uit zijn deelneming aan die criminele organisatie verkregen voordeel. Voor deelneming aan een criminele organisatie is namelijk niet vereist dat de deelnemer strafbaar betrokken is geweest bij strafbare feiten waarop het oogmerk van de organisatie is gericht en waarmee die organisatie daadwerkelijk voordeel heeft behaald (Hoge Raad 15 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1580). Verder is ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dat is verkregen door middel van deelneming aan een criminele organisatie, ook wat betreft feiten die door andere leden van de organisatie zijn gepleegd, niet strijdig met het [achternaam] -arrest, voor zover uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat veroordeelde feitelijk deelde in de opbrengst van door andere leden van de organisatie gepleegde misdrijven (Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD6046).

De enkele aanname dat de opbrengst van de criminele organisatie wordt verdeeld over alle deelnemers, ook over degenen die niet bij de feitelijke strafbare feiten betrokken zijn, is echter onvoldoende. De vaststelling dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en de schatting van de omvang daarvan dient daarbij vooraf te gaan aan de vraag welk aandeel van het totale voordeel aan de betrokkene moet worden toegerekend (Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:881). Dat de veroordeelde daadwerkelijk meedeelt in de opbrengst van alle strafbare feiten waarvoor de criminele organisatie verantwoordelijk is, moet kunnen worden afgeleid uit de bewijsmiddelen.

De rechtbank merkt allereerst op dat de rechtbank in het vonnis van de strafzaak van 3 juni 2014 expliciet heeft overwogen dat alle veroordeelden hebben deelgenomen aan één en dezelfde organisatie. Deze organisatie is door de rechtbank verantwoordelijk gehouden voor alle twaalf bewezen verklaarde hennepkwekerijen (zaaksdossiers 1 tot en met 10, 12 en 13).

Het Gerechtshof heeft op 4 december 2015 vier van de acht strafzaken afgedaan. Hoewel alle vier veroordeelden zijn veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie, volgt uit deze arresten niet dat zij hebben deelgenomen aan een organisatie, die verantwoordelijk is voor alle twaalf hennepkwekerijen.

Verder is van belang dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid wat er gebeurde met de opbrengsten van de verschillende hennepkwekerijen. De rechtbank heeft in het dossier geen aanwijzingen aangetroffen dat alle opbrengsten in de organisatie terecht kwamen en vervolgens werden verdeeld onder de deelnemers. Dat de deelnemers van de criminele organisatie ook daadwerkelijk voordeel genoten van de hennepkwekerijen waarbij zij niet feitelijk betrokken waren, is daarom niet aannemelijk geworden.

Gelet op al het bovenstaande zal de rechtbank niet aansluiten bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een percentage van de totaalopbrengst, zoals dit in het rapport is gedaan.

Verdeling opbrengst

De rechtbank zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het wederrechtelijk verkregen voordeel berekenen aan de hand van de kwekerijen waarbij veroordeelde blijkens het arrest feitelijk betrokken is geweest. De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat de opbrengst van de hennepkwekerijen werd verdeeld over degenen die volgens de bewezenverklaring in de strafzaak bij de specifieke kwekerij betrokken waren. Dat er andere personen deelden in de opbrengst is niet aannemelijk geworden nu hierover door geen van de veroordeelden is verklaard en die betrokkenheid ook anderszins niet is gebleken.

Bij het exploiteren van de hennepkwekerijen werd gebruik gemaakt van personen die in het rapport worden aangeduid als ‘katvangers’ en ‘loopjongens’. Deze personen waren onder meer betrokken bij het huren van panden, het betalen van huurgelden en het op hun naam zetten van panden waarin de hennepkwekerijen zich bevonden.

Door enkele van deze katvangers/loopjongens is verklaard welke vergoeding zij kregen voor de werkzaamheden die zij verrichtten. De bedragen die door hen worden genoemd lopen uiteen van € 37,50 tot € 200,- per week. Slechts drie van de veertien personen hebben daadwerkelijk verklaard welke vergoeding zij kregen, de anderen hebben hierover geen openheid van zaken willen geven. De rechtbank acht deze drie verklaringen echter onvoldoende representatief om daarop de hoogte van deze vergoedingen te baseren. Daarnaast hebben deze personen er belang bij om een lager bedrag te noemen dan zij daadwerkelijk ontvingen voor hun werkzaamheden. Wanneer de rechtbank van de door hen genoemde bedragen uit zou gaan, zou dit mogelijk nadelig zijn voor de berekening van het ontnemingsbedrag van de veroordeelde.

Aan de andere kant acht de rechtbank het niet aannemelijk dat deze personen gelijkelijk met veroordeelde meedeelden in de opbrengst van de kwekerijen. Hun rol was beduidend kleiner en uit het dossier blijkt dat de (veroordeelde) leden van de familie [achternaam van veroordeelde] de regie hadden. Zij zorgden ervoor dat de panden werden gehuurd, dat de kwekerijen werden opgebouwd, dat de oogst werd opgehaald en dat zij werden ingeseind op het moment dat een kwekerij werd ontdekt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank de vergoeding van de katvangers en loopjongens hoger inschatten dan uit hun verklaringen blijkt, maar een aanzienlijk lager percentage aanhouden dan de ‘organisatoren’ ontvingen. De rechtbank schat het bedrag dat per hennepkwekerij werd uitgegeven aan katvangers en loopjongens ten voordele van veroordeelde op 10 procent van de netto opbrengst van de kwekerij.

2.3.2

Prijzen en aftrek kosten (algemeen)

Investeringskosten of afschrijvingskosten

De raadsvrouw heeft betoogd dat bij het berekenen van de kosten per hennepkwekerij moet worden uitgegaan van de investeringskosten en niet van de afschrijvingskosten. Daarnaast dient volgens de raadsvrouw een afschrijvingstermijn te worden gehanteerd van drie jaar.

De rechtbank deelt deze standpunten van de raadsvrouw niet. De opvatting dat een gedeeltelijke afschrijving van de investeringskosten van de kwekerijen in strijd is met het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel is in zijn algemeenheid onjuist. Volgens bestendige jurisprudentie komen investeringskosten, zoals de kosten van aanschaf van apparatuur, in de vorm van afschrijvingskosten voor aftrek in aanmerking, indien en voor zover deze kunnen worden toegerekend aan het feit waarvoor wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen (o.a. Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6972). De raadsvrouw heeft niet onderbouwd waarom hierop in dit geval een uitzondering zou moeten worden gemaakt.

Daarnaast zal de rechtbank in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform het BOOM-rapport van 2010, uitgaan van een afschrijvingstermijn van vier jaar. De raadsvrouw heeft onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval van deze door BOOM onderbouwde termijn moet worden afgeweken en een kortere termijn dient te worden gehanteerd.

Prijzen

De raadsvrouw heeft in haar conclusie van antwoord gesteld dat voor de berekening moet worden uitgegaan van een inkoopprijs van € 3,- per hennepplant en een verkoopprijs van € 3.300,- per kilogram hennep.

De rechtbank acht deze stelling van de raadsvrouw onvoldoende onderbouwd en zal daarom de prijzen aanhouden zoals deze worden genoemd in het BOOM-rapport van 2010, te weten € 2,85 per stek voor de inkoop van hennepstekken en € 3.280,- voor de verkoop van één kilogram hennep.

Voedingsmiddelen

De raadsvrouw heeft verschillende offertes overgelegd, waaruit zou moeten worden afgeleid welke kosten veroordeelde heeft gehad aan de aanschaf van voedingsmiddelen.

De rechtbank merkt allereerst op dat de offertes die zijn overgelegd gedateerd zijn op 6 januari 2017 en dus geen betrekking hebben op de daadwerkelijk aangeschafte goederen. Daarnaast is door de raadsvrouw onvoldoende onderbouwd hoeveel voedingsstoffen nodig zijn om de betreffende hennepkwekerijen te onderhouden. Gelet hierop acht de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat deze kosten zijn gemaakt. De rechtbank zal daarom uitgaan van € 3,33 per hennepplant aan variabele kosten (waarin deze kosten voor voedingsmiddelen zijn begrepen), zoals dit is berekend in het BOOM-rapport van 2010. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat met deze standaardnorm de door de raadsvrouw opgevoerde kosten aan voedingsmiddelen worden overtroffen.

Kosten aanleg elektriciteit

De raadsvrouw heeft gesteld dat bij de aanleg van de kwekerijen van zaaksdossiers 5, 6 ,7 en 8 gebruik werd gemaakt van een persoon die de elektriciteit (buiten de elektriciteitsmeter om) aanlegde. Aan deze persoon werd contant een bedrag van € 500,- betaald.

Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid hoeveel personen er betrokken waren bij de aanleg van de hiervoor genoemde kwekerijen en wat hun specifieke aandeel is geweest. Verder heeft geen van de verdachten of getuigen verklaard dat de elektriciteit zelfstandig door veroordeelde of zijn broer werd aangelegd. Wel blijkt uit zaaksdossier 1, waarbij de neven van veroordeelde, [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] , betrokken zijn geweest, dat voor die kwekerij gebruik werd gemaakt van iemand die speciaal kwam om de elektriciteitsvoorziening aan te leggen. De rechtbank acht het daarom niet onaannemelijk dat dit bij de hiervoor genoemde kwekerijen ook het geval is geweest. Een vergoeding van € 500,- is, mede gelet op de risico’s van een dergelijke klus, niet onredelijk. De rechtbank zal de raadsvrouw volgen en deze kosten in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Overige kosten

Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er voor iedere hennepteelt een simkaart met beltegoed werd aangeschaft van € 20,- ( [straatnaam] [vestigingsplaats] : 1, [straatnaam] [vestigingsplaats] : 1 en [straatnaam] [vestigingsplaats] : 3). Daarnaast zijn er alarmsystemen aangeschaft voor de kwekerijen aan de [straatnaam] [vestigingsplaats] , de [straatnaam] [vestigingsplaats] en de [straatnaam] [vestigingsplaats] . De raadsvrouw heeft een bon toegevoegd waaruit blijkt dat deze alarmsystemen (inclusief verzendkosten) € 233,- per stuk hebben gekost. Ten slotte heeft de raadsvrouw berekend dat veroordeelde en zijn broer € 1.081,66 aan benzinekosten hebben gemaakt (voor het bezoeken van de growshop [bedrijfsnaam] en de hennepkwekerijen) en dat er een bedrag van € 360,55 moet worden aangehouden als afschrijvingskosten van de Volkswagen Transporter, waarin veroordeelde en zijn broer reden. Al deze hiervoor genoemde kosten werden door veroordeelde en zijn broer gedeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raadsvrouw voldoende aannemelijk gemaakt dat veroordeelde de hiervoor genoemde kosten heeft gemaakt met de aanschaf van simkaarten en alarmsystemen en dat deze kosten in een directe relatie staan tot de voltooiing van de delicten. Wat betreft de alarmsystemen zal de rechtbank niet de investeringskosten in mindering brengen, maar alleen de afschrijvingskosten, waarbij (net als bij de andere duurzame goederen) wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van vier jaar. Ook de benzinekosten zijn door de raadsvrouw voldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze kosten dan ook in mindering brengen op het voordeel dat veroordeelde en zijn broer van de betreffende hennepkwekerijen hebben genoten. Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, zal de rechtbank de simkaart voor de [straatnaam] niet in mindering brengen, nu de raadsvrouw heeft gesteld dat voor deze kwekerij geen alarmsysteem is aangeschaft.

De rechtbank zal de afschrijvingskosten van de Volkswagen Transporter niet als aftrekbare kosten aanmerken nu niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde en zijn broer dit vervoermiddel alleen hebben ingezet voor de hennepkwekerijen en het niet ook voor andere (privé)doeleinden werd gebruikt.

2.3.3

Wederrechtelijk verkregen voordeel [medeveroordeelde 1]

Uit het vonnis van 3 juni 2014 in de zaak [medeveroordeelde 1] blijkt dat alleen de hennepkwekerij van zaaksdossier 1 bij hem is ten laste gelegd en bewezen verklaard. De netto opbrengst van deze hennepkwekerij is volgens het rapport € 528.480,96. Deze opbrengst moest worden gedeeld met drie andere personen, te weten [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 4] .

Van de contante inkomsten en uitgaven van [medeveroordeelde 1] en zijn partner [A] is een kasopstelling gemaakt. Uit deze kasopstelling volgt dat [medeveroordeelde 1] een contant bedrag van € 300.703,- voorhanden heeft gehad dat niet kan worden verklaard door legale (contante) inkomsten. De rechtbank constateert dat dit bedrag hoger is dan het bedrag dat [medeveroordeelde 1] heeft kunnen verwerven met zijn aandeel in de opbrengst van zaaksdossier 1. Op basis hiervan acht de rechtbank het aannemelijk dat [medeveroordeelde 1] ook uit andere strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. Dit wordt gesteund door aanwijzingen in het dossier dat [medeveroordeelde 1] bij meerdere hennepkwekerijen betrokken is geweest. Zo zijn bij hem briefjes aangetroffen met huurbedragen en hennepgerelateerde goederen en facturen van [bedrijfsnaam] (een growshop) met een totaalbedrag van € 48.089,40. Daarnaast blijkt uit zaaksdossier 2 dat de simkaart in de alarminstallatie gekoppeld was aan de telefoon die in gebruik was bij [medeveroordeelde 1] . Op basis van deze aanwijzingen acht de rechtbank het aannemelijk dat [medeveroordeelde 1] naast de opbrengst van zaaksdossier 1 ook voordeel heeft genoten van opbrengsten uit andere zaaksdossiers.

In het voordeel van veroordeelde zal de rechtbank het voordeel dat door [medeveroordeelde 1] is verworven naast de opbrengst van zaaksdossier 1 pro rato in mindering brengen op de opbrengst van de andere hennepkwekerijen.

De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel dat [medeveroordeelde 1] heeft verkregen voor zijn aandeel in zaaksdossier 1 vastgesteld op een bedrag van € 142.481,09. Het bedrag dat [medeveroordeelde 1] door middel van andere kwekerijen heeft verworven stelt de rechtbank vast op (€ 300.703,00 - € 142.481,09) € 158.221,91. De rechtbank zal aan de hand van de totale opbrengst van de kwekerijen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 13, afgezet tegen de opbrengst per individuele kwekerij, de breuk berekenen waarlangs het bedrag van

€ 158.221,91 in mindering zal worden gebracht op de opbrengsten per genoemde kwekerij.

De rechtbank hanteert daarbij de volgende formule:

Totaal netto opbrengst kwekerij -/- 10% katvangers x € 158.221,91.

Totaal netto opbrengst kwekerijen 2-13 -/- 10% katvangers

2.3.4

Zaaksdossier 5: hennepkwekerij [adres] in [vestigingsplaats]

Bewijsmiddelen

Op 22 januari 2013 is onderzoek ingesteld naar de woning aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Op de eerste verdieping van de woning wordt een kwekerij aangetroffen, bestaande uit vijf ruimten. In de ruimten worden in totaal 851 planten aangetroffen. De

planten zijn ongeveer zeven weken oud.1

Uit de door verbalisant uitgevoerde test van de monsters afkomstig uit voornoemde kwekerij

blijkt dat het gaat om hennepplanten van het geslacht cannabis.2

Gelet op de vervuiling van de aangetroffen apparatuur heeft in elk van de kweekruimten één eerdere oogst plaatsgevonden. Door Stedin wordt een periode van 119 dagen, te weten vanaf 25 september 2012 tot en met 22 januari 2013, aangehouden; een volledige hennepoogst van 70 dagen en een deel van een hennepoogst van 49 dagen.3

In ruimte 5 van de kwekerij, waarin zich de beregeningsinstallatie bevindt, treft de politie in

een vuilniszak een sigarettenpeuk aan. Deze sigarettenpeuk is veiliggesteld als

[…] .4 Uit onderzoek van het NFI volgt dat het DNA in het sporenmateriaal met

het identiteitszegel […] , afkomstig kan zijn van [veroordeelde] . Voor dit spoor geldt

dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon overeenkomt met het

DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.5

Tevens wordt op de binnenzijde van een assimilatielamp in ruimte 3 van de kwekerij een

dactyloscopisch spoor aangetroffen. Dit spoor wordt veiliggesteld als […] . Uit

onderzoek door dactyloscopisch deskundigen blijkt dat het spoor […]

geïdentificeerd is op [veroordeelde] .6

Onder de schakelborden. die op de gang van de eerste verdieping hangen, wordt een kastje

aangetroffen waarop staat: “GSM wireless intelligent security & protection alarm”. Het

kastje is op dat moment in werking.7 Op voornoemd kastje kunnen meerdere infrarood

bewegings- en deurcontactsensoren worden aangesloten. Deze sensoren kunnen zelfstandig

(middels het simkaartje in voornoemde GSM) naar een of meerdere telefoonnummers een

waarschuwings-sms sturen als één van de sensoren beweging detecteert.8 Het enige contact

op de simkaart van voornoemd kastje blijkt het telefoonnummer [telefoonnummer] te zijn.9 Uit

afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer] in

de periode van 7 november 2012 tot en met 27 februari 2013 blijken er meerdere contacten

te zijn geweest tussen dit nummer en het nummer [telefoonnummer] . Er hebben geen gesprekken

plaatsgevonden en de voicemail is niet ingesproken. Het nummer * [telefoonnummer] is in gebruik bij

[medeveroordeelde 5] .10

Op 22 januari 2013, de dag dat de hennepkwekerij door de politie wordt ontmanteld, is er

telefonisch contact tussen het telefoonnummer * [telefoonnummer] en [telefoonnummer] )11 Door [B]

wordt op 28 januari 2013 verklaard dat hij te bereiken is op het nummer [telefoonnummer] .12

Tussen voornoemde telefoonnummers vindt het volgende gesprek plaats:

* [telefoonnummer] : Alles is gepakt he

[medeveroordeelde 5] : Huh?

* [telefoonnummer] : Alles is eruit

[medeveroordeelde 5] : Meen je dat nou?

* [telefoonnummer] : Politie alles euh op dat dak, alles

[medeveroordeelde 5] : Owww das niet best

* [telefoonnummer] : Moej [medeveroordeelde 6] ff bellen goed?13

[B] heeft op 28 januari 2013 verklaard dat hij de woning aan de [adres] te

[vestigingsplaats] sinds januari 2012 huurt voor € 1.000,- per maand. Vanaf 1 november 2012 heeft [B] de woning verhuurd aan [medeveroordeelde 6] . [medeveroordeelde 6] betaalde hem op de eerste van de maand € 1.150,- contant.14 [B] herkent op een foto verdachte [medeveroordeelde 6] als degene aan wie hij de woning aan de [adres] heeft onderverhuurd.15 [B] heeft [medeveroordeelde 6] geholpen met het sjouwen van dozen, aluminium platen en hout. [B] wist dat [medeveroordeelde 6] een hennepkwekerij wilde opzetten.16

Berekening voordeel zaaksdossier 5

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

  • -

    er is sprake geweest van één eerdere oogst;

  • -

    in de hennepkwekerij hebben in totaal 851 hennepplanten gestaan;

  • -

    de verkoopprijs voor hennep bedraagt € 3.280,- per kilogram;

  • -

    de opbrengst per hennepplant is 28,2 gram (het oppervlak van de kweekruimtes is niet bekend);

  • -

    de inkoopprijs voor een hennepstek bedraagt € 2,85;

  • -

    de variabele kosten bedragen € 3,33 per hennepplant;

  • -

    de knipkosten bedragen € 2,- per hennepplant.17

De hennepkwekerij was opgedeeld in vier verschillende kweekruimtes. Per kweekruimte is de opbrengst als volgt:

- kweekruimte 1: 181 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram = € 16.741,78

- kweekruimte 2: 224 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram = € 20.719,10

- kweekruimte 3: 345 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram = € 31.911,12

- kweekruimte 4: 101 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram = € 9.342,10

De totale opbrengst van de kwekerij komt daarmee op € 78.714,10.

De afschrijvingskosten bedragen per kweekruimte respectievelijk € 150,-, € 200,-, € 250,- en € 150,-.18 Daarnaast zijn kosten gemaakt voor hennepstekken, knipkosten en variabele kosten, zoals hierboven onder de uitgangspunten is weergegeven. De totale kosten komen daarmee uit op € 7.711,18.

De kosten voor het huren van het pand komen, uitgaande van een maandelijkse huur van € 1.000,- en een kweekcyclus van 10 weken, uit op € 2.353,-.19

De rekening van Stedin is niet voldaan, zodat de kosten voor elektriciteit niet in mindering worden gebracht op het voordeel.20

De raadsvrouw heeft verder nog enkele kosten naar voren gebracht die specifiek zien op [veroordeelde] en [medeveroordeelde 5] . Nu deze kosten in het kader van deze zaken naar voren zijn gebracht, en geen betrekking hebben op de zaak [medeveroordeelde 6] , zal de rechtbank deze kosten na verdeling van de opbrengst op het voordeel van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 5] in mindering brengen.

De netto opbrengst van de kwekerij aan de [adres] in [vestigingsplaats] komt neer op een bedrag van (€ 78.714,10 - € 7.711,18 - € 2.353,00) € 68.649,92.

Zoals reeds overwogen zal de rechtbank 10 procent van dit bedrag aanmerken als kosten voor katvangers en loopjongens.

Op dit bedrag brengt de rechtbank een deel van het bij [medeveroordeelde 1] aangetroffen onverklaarbare vermogen in mindering. Dat betreft een bedrag van € 7.683,25.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [medeveroordeelde 6] met [veroordeelde] en [medeveroordeelde 5] in gelijke mate deelde in de opbrengst. [medeveroordeelde 6] wordt in het arrest omschreven als “een uitvoerder zonder veel zeggenschap”. De rechtbank schat zijn aandeel in de opbrengst op 10 procent. De rechtbank gaat ervan uit dat het resterende deel door [veroordeelde] en [medeveroordeelde 5] werd verdeeld, zodat zij dus ieder 45 procent van de opbrengst ontvingen, te weten € 24.345,75.

De rechtbank zal als kosten voor de aanschaf van een simkaart, als door de raadsvrouw bepleit, een bedrag van € 20,- in rekening brengen. Daarnaast is voor deze hennepkwekerij een alarmsysteem aangeschaft. De rechtbank hanteert een afschrijvingstermijn van vier jaar en vijf hennepoogsten per jaar. De afschrijving per oogst bedraagt dan (€ 233,- / 20) € 11,65.

Verder zijn er kilometerkosten gemaakt. De raadsvrouw heeft berekend dat er 5.932,8 kilometer is gereden met betrekking tot de bezoeken aan de [bedrijfsnaam] . In totaal zijn veroordeelde en zijn broer betrokken geweest bij zeven voltooide hennepoogsten. De rechtbank zal daarom eenzevende deel, 847,5 kilometer, als kosten voor deze oogst aanmerken. Dat komt, volgens de berekening van de raadsvrouw, neer op (847,5 x € 0,12 per kilometer) € 101,70. Verder is in totaal 162 kilometer gereden voor de bezoeken aan de kwekerij. De kosten daarvoor zijn (162 x € 0,12) € 19,44.

Daarnaast is een bedrag van € 500,- betaald voor de aanleg van de elektriciteit.

In totaal is sprake van € 652,79 aan individuele kosten, wat neerkomt op € 326,40 per persoon. Het netto voordeel van [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] bedraagt dus € 24.019,36 per persoon.

2.3.5

Zaaksdossier 6: hennepkwekerij [adres] in [vestigingsplaats]

Gedeeld in de opbrengst?

De raadsvrouw heeft betoogd dat veroordeelde niet heeft gedeeld in de opbrengst van deze hennepkwekerij. Veroordeelde en zijn broer hebben slechts goederen geleverd voor deze kwekerij, maar de uiteindelijke opbrengst van de oogst werd door [C] niet met hen gedeeld.

De rechtbank deelt dit standpunt van de raadsvrouw niet en acht het voldoende aannemelijk dat de opbrengst van deze kwekerij (ook) naar veroordeelde en zijn broer is gegaan. Het Gerechtshof heeft op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen verklaard dat veroordeelde en zijn broer ook betrokken zijn bij de teelt van de hennep op deze locatie. Dit blijkt met name uit het feit dat [medeveroordeelde 5] op de hoogte was van de grootte van de kwekerij en uit het feit dat hij en [veroordeelde] , volgens de verklaring van [C] , soms wel twee keer per week kwamen. Daaruit kan worden afgeleid dat zij niet slechts betrokken waren bij het leveren van de benodigdheden voor de kwekerij, maar ook de planten verzorgden.

Bewijsmiddelen

Op 29 januari 2013 wordt omstreeks 10.30 uur binnengetreden in de woning aan de [adres] te [vestigingsplaats] , waar op dat moment niemand aanwezig is.21 In de woning wordt een kwekerij met 201 planten aangetroffen van circa 40 cm groot. Een representatieve bemonstering van een aantal planten wordt positief getest op hennep of THC.22 De bewoner van het pand is [C] .23 Er zijn aanwijzingen voor eerdere oogsten.24

Op basis van vervuiling van materialen en hennepresten van eerdere oogsten gaat Stedin uit van twee volledige hennepoogsten en een deel van een hennepoogst van 63 dagen. Als pleegperiode wordt daarom aangehouden: 10 juli 2012 tot en met 29 januari 2013.25

[C] (hierna te noemen: [C] ) verklaart dat hij woont op het adres [adres] te [vestigingsplaats] .26 [C] kocht hennepstekjes van iemand die zich [Y] noemde. Hij kreeg vier dozen, met in iedere doos vijftig planten. Verder kreeg hij spullen van [Y] , waaronder trafo’s, lampen en een kacheltje. [C] verklaart dat hij in september 2012 is begonnen met de hennepkwekerij27 en twee oogsten heeft gehad.28 Later heeft [C] verklaard dat de persoon die hij in zijn vorige verklaring [Y] noemt niet bestaat, maar dat in plaats daarvan gelezen moet worden [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] .29 [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] kwamen soms wel twee keer in de week bij hem thuis op de [straatnaam] . [C] herkent de personen op foto 4 en 5 als de door hem bedoelde [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] .30

Op de aan [C] getoonde politiefoto met nummer 4 staat [medeveroordeelde 5] , geboren [1984] te [geboorteplaats] . Op de aan [C] getoonde politiefoto met nummer 5 staat [veroordeelde] , geboren [1988] te [geboorteplaats] .31

Een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 29 januari 2013 te 11.09 uur houdt -zakelijk weergegeven- onder meer het volgende in:

[medeveroordeelde 5] (* [telefoonnummer] ) belt naar (*7550) [medeveroordeelde 7] , [medeveroordeelde 7] , zijn vader.

[medeveroordeelde 7] : …ik denk ook door die kankersneeuw hoor

[medeveroordeelde 5] : Ja ik weet het niet hoor

[medeveroordeelde 7] : Was ie niet thuis dan?
[medeveroordeelde 5] : Nee, het is maar een kleintje is het

[medeveroordeelde 7] : Ja dat snap ik maar…

[medeveroordeelde 5] : Tsja, maareuh kijk maar hoor.

Voornoemd gesprek van 29 januari 2013 werd gevoerd op de dag dat de hennepkwekerij op de [adres] werd geruimd door de politie. [C] was op het moment van de ruiming niet thuis.32

Berekening voordeel zaaksdossier 6

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

  • -

    er is sprake geweest van twee eerdere oogsten;

  • -

    in de hennepkwekerij hebben in totaal 201 hennepplanten gestaan;

  • -

    de verkoopprijs voor hennep bedraagt € 3.280,- per kilogram;

  • -

    de opbrengst per hennepplant is 29,1 gram (13 planten per m2);

  • -

    de inkoopprijs voor een hennepstek bedraagt € 2,85;

  • -

    de variabele kosten bedragen € 3,33 per hennepplant;

  • -

    de knipkosten bedragen € 2,- per hennepplant.33

De totale bruto opbrengst van deze kwekerij bedraagt (201 planten x 29,1 gram x € 3,28 per gram) € 19.185,05.

De afschrijvingskosten bedragen voor een kwekerij van deze omvang € 200,- per oogst. De variabele kosten, knipkosten en de kosten voor hennepstekken bedragen in totaal € 1.644,18.

De rekening van Stedin is niet voldaan, zodat de kosten voor elektriciteit niet in mindering worden gebracht op het voordeel. Ook de kosten voor huisvesting worden niet meegenomen, aangezien het pand ook regulier werd bewoond.34

De netto opbrengst per oogst komt neer op een bedrag van (€ 19.185,05 - € 1.844,18) € 17.340,87. In totaal heeft de kwekerij aan de [adres] in [vestigingsplaats] met twee oogsten dus een opbrengst gehad van € 34.681,74.

Zoals reeds overwogen zal de rechtbank 10 procent van dit bedrag aanmerken als kosten voor katvangers en loopjongens.

Op dit bedrag brengt de rechtbank een deel van het bij [medeveroordeelde 1] aangetroffen onverklaarbare vermogen in mindering. Dat betreft een bedrag van € 3.881,55.

Uit de bewijsmiddelen en de bewezenverklaring blijkt dat naast [C] , die door de rechtbank als katvanger wordt aangemerkt, alleen [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] bij deze kwekerij betrokken zijn geweest. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat het resterende deel van de opbrengst, € 27.332,01, door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] werd verdeeld en zij dus ieder 50 procent van deze opbrengst hebben ontvangen. Voor beide komt dat neer op een voordeel van € 13.666,-.

Verder zijn de volgende individuele kosten gemaakt door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] .

Voor deze hennepkwekerij is een alarmsysteem aangeschaft. De rechtbank hanteert een afschrijvingstermijn van vier jaar en vijf hennepoogsten per jaar. De afschrijving per oogst bedraagt dan (€ 233,- / 20) € 11,65.

Verder zijn er kilometerkosten gemaakt. De raadsvrouw heeft berekend dat er 5.932,8 kilometer is gereden met betrekking tot de bezoeken aan de [bedrijfsnaam] . In totaal zijn veroordeelde en zijn broer betrokken geweest bij zeven voltooide hennepoogsten. De rechtbank zal daarom eenzevende deel, 847,5 kilometer, als kosten per oogst aanmerken. Dat komt, volgens de berekening van de raadsvrouw, neer op (847,5 x € 0,12 per kilometer) € 101,70. Verder is volgens de raadsvrouw in totaal 24 kilometer gereden voor het bezoeken van deze kwekerij. Dat komt neer op 12 kilometer per oogst; kosten (12 x € 0,12) € 1,44.

De totale individuele kosten bedragen dus € 114,79 per persoon per twee oogsten. Het voordeel van de kwekerij aan de [straatnaam] in [vestigingsplaats] komt voor zowel [medeveroordeelde 5] als voor [veroordeelde] uit op € 13.551,21.

2.3.6

Zaaksdossier 7: hennepkwekerij [adres] in [vestigingsplaats]

Aandeel [H]

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat 50 procent van de opbrengst voor veroordeelde en zijn broer was en dat de andere 50 procent voor [H] bestemd was.

De rechtbank volgt de raadsvrouw hierin niet. Het Gerechtshof overweegt in zijn arrest dat, gelet op de aangetroffen sporen in de kwekerij, ervan moet worden uitgegaan dat veroordeelde en zijn broer de hennep teelden aan de [straatnaam] in [vestigingsplaats] . De rol van [H] was het benaderen van de verhuurder van het pand. Gelet op deze beperkte rol acht de rechtbank het onaannemelijk dat [H] 50 procent van de opbrengst ontving. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van haar uitgangspunt dat 10 procent van de opbrengst kan worden aangemerkt als kosten voor katvangers en loopjongens.

Bewijsmiddelen

Op 5 april 2012 wordt op het adres [adres] te [vestigingsplaats] in een loods een kwekerij aangetroffen met 756 volgroeide en oogstrijpe planten.35 Gezien de uiterlijke kenmerken is sprake van hennepplanten van circa 7 weken oud. Een genomen monster van de planten geeft bij het testen een positieve reactie: het gaat om hennepplanten van het geslacht Cannabis, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet.36

Direct na de toegangsdeur is een hal (ruimte I). Vanuit deze hal is rechts een toegangsdeur naar een ruimte (ruimte II) waar een groot aantal hennepplanten staat.37 In ruimte II wordt een aantal sigarettenpeuken aangetroffen en veiliggesteld, waaronder […] .38 Het DNA in het sporenmateriaal van […] , afkomstig van een peuk, kan afkomstig zijn van [veroordeelde] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard. Het betreft een enkelvoudig DNA-profiel.39

In de tweede kweekruimte (ruimte III) wordt op een aluminium kap van een kweeklamp een vingerafdruk aangetroffen ( […] ).40 Het spoor […] is geïdentificeerd op een afdruk, voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [medeveroordeelde 5] .41

Zes à zeven keer heeft [D] een enveloppe in zijn brievenbus gevonden met € 750,- voor de huur met € 20,- extra voor hem. [D] maakte het geld iedere maand via zijn bankrekeningnummer over op het rekeningnummer van [I] .42 [D] herkent de personen op de foto’s 4 en 5 als de jongens op wier verzoek hij woningen, waaronder het adres [straatnaam] , op naam heeft gezet.43

Tijdens het verhoor zijn aan [D] de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeveroordeelde 5] , geboren op [1984] ;

- foto 5: [veroordeelde] , geboren op [1988] .44

[E] van Stedin constateert dat er aanwijzingen zijn voor een eerdere oogst. Als pleegperiode wordt uitgegaan van 18 november 2011 tot en met 5 april 2012.45

Berekening voordeel zaaksdossier 7

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

  • -

    er is sprake geweest van één eerdere oogst;

  • -

    in de hennepkwekerij hebben in totaal 756 hennepplanten gestaan;

  • -

    de verkoopprijs voor hennep bedraagt € 3.280,- per kilogram;

  • -

    de opbrengst per hennepplant is 28,2 gram (het oppervlak van de kweekruimte is niet bekend);

  • -

    de inkoopprijs voor een hennepstek bedraagt € 2,85;

  • -

    de variabele kosten bedragen € 3,33 per hennepplant;

  • -

    de knipkosten bedragen € 2,- per hennepplant.46

De totale bruto opbrengst van deze kwekerij bedraagt (756 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram) € 69.926,98.

De afschrijvingskosten bedragen voor een kwekerij van deze omvang € 450,- per oogst. De variabele kosten, knipkosten en de kosten voor hennepstekken bedragen in totaal € 6.184,08.

De rekening van Stedin is niet voldaan, zodat de kosten voor elektriciteit niet in mindering worden gebracht op het voordeel.47

De huurkosten van het pand worden op het voordeel in mindering gebracht, omdat er geen reguliere bedrijfsactiviteiten plaatsvonden. De huurkosten voor de periode van één volledige hennepteelt bedragen (€ 750,- / 4 weken x 10 weken) € 1.875,-.

De netto opbrengst van de kwekerij aan de [adres] in [vestigingsplaats] komt neer op een bedrag van (€ 69.926,98 - € 8.509,08) € 61.417,90.

Zoals reeds overwogen zal de rechtbank 10 procent van dit bedrag aanmerken als kosten voor katvangers en loopjongens.

Op dit bedrag brengt de rechtbank een deel van het bij [medeveroordeelde 1] aangetroffen onverklaarbare vermogen in mindering. Dat betreft een bedrag van € 6.873,85.

Uit de bewijsmiddelen en de bewezenverklaring blijkt dat naast [D] en [H] , die door de rechtbank als katvangers/loopjongens worden aangemerkt, alleen [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] bij deze kwekerij betrokken zijn geweest. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat het resterende deel van de opbrengst, € 48.402,26, door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] werd verdeeld en zij dus ieder 50 procent van deze opbrengst hebben ontvangen. Voor ieder komt dat neer op een voordeel van € 24.201,13.

Verder zijn de volgende individuele kosten gemaakt door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] .

Er zijn kilometerkosten gemaakt. De raadsvrouw heeft berekend dat er 5.932,8 kilometer is gereden met betrekking tot de bezoeken aan de [bedrijfsnaam] . In totaal zijn veroordeelde en zijn broer betrokken geweest bij zeven voltooide hennepoogsten. De rechtbank zal daarom eenzevende deel, 847,5 kilometer, als kosten voor deze oogst aanmerken. Dat komt, volgens de berekening van de raadsvrouw, neer op (847,5 x € 0,12 per kilometer) € 101,70. Verder is in totaal 690 kilometer gereden voor de bezoeken aan de kwekerij. De kosten daarvoor zijn (690 x € 0,12) € 82,80.

Daarnaast is een bedrag van € 500,- betaald voor de aanleg van de elektriciteit.

De totale individuele kosten bedragen € 684,50, wat neerkomt op € 342,25 per persoon. Het voordeel van de kwekerij aan de [straatnaam] in [vestigingsplaats] komt voor zowel [medeveroordeelde 5] als voor [veroordeelde] uit op € 23.858,88.

2.3.7

Zaaksdossier 8: hennepkwekerij [adres] in [vestigingsplaats]

Aandeel [H]

De rechtbank acht het, evenals bij zaaksdossier 7, niet aannemelijk dat [H] 50 procent van de opbrengst van de kwekerij ontving. Zijn rol bestond uit het benaderen van verhuurders, wat niet in verhouding staat tot het aanzienlijke percentage dat hij volgens de raadsvrouw zou hebben ontvangen. Dat een deel van de huur in dit geval ook door of via hem werd betaald, maakt dat niet anders, gelet op het feit dat veroordeelde en zijn broer deze hennepkwekerij feitelijk runden. De rechtbank schaart de eventuele vergoeding die [H] kreeg voor zijn diensten onder de kosten voor de katvangers en loopjongens, die door de rechtbank wordt geschat op 10 procent van de netto opbrengst.

Bewijsmiddelen

Op 11 februari 2013 wordt in een bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] in [vestigingsplaats] een in werking zijnde kwekerij aangetroffen met twee kweekruimten en (in totaal) 629 planten.48 In ruimte 1 zijn de planten ongeveer 9 weken oud, in ruimte 2 ongeveer 7 weken oud. Monsters van de planten geven bij het testen een positieve reactie: het gaat om hennepplanten van het geslacht Cannabis, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet.49 De eigenaar van het pand is [F] .50

In ruimte 1 van de hennepkwekerij wordt een boodschappentas veiliggesteld. Op deze tas worden dactyloscopische sporen aangetroffen51, waaronder […] .52 Het spoor […] is geïdentificeerd op een afdruk, voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [veroordeelde] .53

[F] verklaart dat hij het achterste deel van het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] heeft verhuurd.54 [H] huurde dat deel voor

€ 2.500,- vanaf 1 juni 2011.55 [F] herkent de persoon op foto 4 als iemand die wel eens mee kwam met [veroordeelde] . De persoon op foto 5 herkent [F] als de [veroordeelde] waarover hij heeft verklaard. Deze [veroordeelde] heeft de verhuurde ruimte verbouwd en kwam ongeveer één keer in de veertien dagen.56

Tijdens het verhoor zijn aan [F] onder meer de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeveroordeelde 5] , geboren op [1984] ;

- foto 5: [veroordeelde] , geboren op [1988] .57

[D] verklaart dat hij het pand aan de [adres] op zijn naam heeft gehad, omdat hij is benaderd door jongens die hem vroegen of hij dat pand op zijn naam wilde zetten.58 [D] herkent de personen op de foto’s 4 en 5 als de jongens op wiens verzoek hij adressen op naam heeft gezet.59

Tijdens het verhoor zijn aan [D] de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeveroordeelde 5] , geboren op [1984] ;

- foto 5: [veroordeelde] , geboren op [1988] .60

[G] heeft namens Stedin BV aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit betreffende het adres [adres] te [vestigingsplaats] . Er zijn aanwijzingen voor drie eerdere oogsten. Als pleegperiode wordt uitgegaan van 14 mei 2012 tot en met 11 februari 2013.61

Berekening voordeel zaaksdossier 8

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

  • -

    er is sprake geweest van drie eerdere oogsten;

  • -

    in de hennepkwekerij hebben in totaal 629 hennepplanten gestaan;

  • -

    de verkoopprijs voor hennep bedraagt € 3.280,- per kilogram;

  • -

    de inkoopprijs voor een hennepstek bedraagt € 2,85;

  • -

    de variabele kosten bedragen € 3,33 per hennepplant;

  • -

    de knipkosten bedragen € 2,- per hennepplant.62

De kwekerij was opgedeeld in twee kweekruimtes.

In kweekruimte 1 bevonden zich 350 planten. Gelet op de oppervlakte van de kweekruimte wordt uitgegaan van een opbrengst van 27,2 gram per hennepplant. De totale bruto opbrengst van deze kweekruimte bedraagt (350 planten x 27,2 gram x € 3,28 per gram) € 31.225,60.63 Voor een kweekruimte van deze omvang wordt uitgegaan van afschrijvingskosten van € 250,- per oogst.64

In kweekruimte 2 bevonden zich 279 planten. Gelet op de oppervlakte van deze kweekruimte wordt uitgegaan van een opbrengst van 28,2 gram per hennepplant. De totale bruto opbrengst van deze kweekruimte bedraagt (279 planten x 28,2 gram x € 3,28 per gram) € 25.806,38.65 Voor een kweekruimte van deze omvang wordt uitgegaan van afschrijvingskosten van € 200,- per oogst.66

De variabele kosten, de knipkosten en de kosten voor hennepstekken bedragen voor beide kweekruimtes in totaal € 5.145,22.

De rekening van Stedin is niet voldaan, zodat de kosten voor elektriciteit niet in mindering worden gebracht op het voordeel.67

De huurkosten van het pand worden op het voordeel in mindering gebracht. De rechtbank zal de raadsvrouw volgen en, anders dan in het rapport is berekend, het gehele huurbedrag van € 2.500,- per maand als kosten beschouwen. Hoewel slechts een deel van het pand als kwekerij was ingericht, werd het pand uitsluitend gehuurd voor het exploiteren van een hennepkwekerij en blijkt uit het dossier niet dat er in het pand ook andere (legale) activiteiten plaatsvonden. De huurkosten voor de periode van één volledige hennepteelt bedragen (€ 2.500,- / 4 weken x 10 weken) € 6.250,-.

De netto opbrengst van één oogst komt neer op een bedrag van (€ 57.031,98 -

€ 11.845,22) € 45.186,76. De totale netto opbrengst van de drie oogsten op de [adres] in [vestigingsplaats] bedraagt dus: € 135.560,29.

Zoals reeds overwogen zal de rechtbank 10 procent van dit bedrag aanmerken als kosten voor katvangers en loopjongens.

Op dit bedrag brengt de rechtbank een deel van het bij [medeveroordeelde 1] aangetroffen onverklaarbare vermogen in mindering. Dat betreft een bedrag van € 15.171,81.

Uit de bewijsmiddelen en de bewezenverklaring blijkt dat naast [D] en [H] , die door de rechtbank als katvangers/loopjongens worden aangemerkt, alleen [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] bij deze kwekerij betrokken zijn geweest. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat het resterende deel van de opbrengst, € 106.832,45, door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] werd verdeeld en zij dus ieder 50 procent van deze opbrengst hebben ontvangen. Voor ieder komt dat neer op een voordeel van

€ 53.416,23.

Verder zijn de volgende individuele kosten gemaakt door [medeveroordeelde 5] en [veroordeelde] .

De rechtbank zal als kosten voor de aanschaf van een simkaart, als door de raadsvrouw bepleit, een bedrag van € 20,- per oogst in rekening brengen. Daarnaast is voor deze hennepkwekerij een alarmsysteem aangeschaft. De rechtbank hanteert een afschrijvingstermijn van vier jaar en vijf hennepoogsten per jaar. De afschrijving per oogst bedraagt dan (€ 233,- / 20) € 11,65.

Verder zijn er kilometerkosten gemaakt. De raadsvrouw heeft berekend dat er 5.932,8 kilometer is gereden met betrekking tot de bezoeken aan de [bedrijfsnaam] . In totaal zijn veroordeelde en zijn broer betrokken geweest bij zeven voltooide hennepoogsten. De rechtbank zal daarom eenzevende deel, 847,5 kilometer, als kosten per oogst aanmerken. Dat komt, volgens de berekening van de raadsvrouw, neer op (847,5 x € 0,12 per kilometer) € 101,70. Verder is in totaal 735 kilometer per oogst gemaakt voor de bezoeken aan de kwekerij. De kosten daarvoor zijn (735 x € 0,12) € 88,20.

Daarnaast is er eenmalig een bedrag van € 500,- betaald voor de aanleg van de elektriciteit.

De totale individuele kosten bedragen per drie oogsten in totaal € 1.164,65 (€ 582,33 per persoon). Het voordeel van de kwekerij aan de [straatnaam] in [vestigingsplaats] komt voor zowel [medeveroordeelde 5] als voor [veroordeelde] uit op € 52.833,90.

2.3.8

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Op basis van de hiervoor weergegeven berekeningen stelt de rechtbank het bedrag dat veroordeelde aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten van de hennepkwekerijen van zaaksdossiers 5, 6, 7 en 8 vast op een bedrag van € 114.263,36.

2.3.9

Redelijke termijn

De raadsvrouw heeft betoogd dat er in verband met de overschrijding van de redelijke termijn een matiging van het ontnemingsbedrag dient plaats te vinden. Deze termijn is volgens de raadsvrouw aangevangen op het moment dat conservatoir beslag is gelegd op diverse goederen, te weten op 18 september 2013.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 17 juni 2008 enkele uitgangspunten gegeven voor het berekenen van de redelijke termijn in ontnemingszaken (ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Als moment van aanvang van deze termijn wordt het volgende genoemd:

  1. het moment waarop de ontnemingsvordering wordt aangekondigd;

  2. het moment dat veroordeelde op de hoogte raakt dat tegen hem een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld;

  3. het moment waarop de ontnemingsvordering aan veroordeelde is betekend.

In bepaalde omstandigheden kan ook het leggen van conservatoir beslag als aanvangsmoment worden aangemerkt, als de positie van veroordeelde daardoor in belangrijke mate wordt beïnvloed. Dat van dit laatste geval sprake is, is niet door de raadsvrouw onderbouwd.

Nu van een stafrechtelijk financieel onderzoek geen sprake is, zal de rechtbank als aanvangsmoment uitgaan van de datum waarop de ontnemingsvordering is aangekondigd, te weten 14 mei 2014. Sinds die datum tot de uitspraak is een periode van ruim 3 jaar en 3 maanden verstreken. De redelijke termijn is daarmee met ruim een jaar overschreden. De rechtbank ziet hierin aanleiding om het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te verminderen met een percentage van 5 procent.

2.3.10

Conclusie

De rechtbank stelt het bedrag dat veroordeelde aan wederrechtelijk heeft verkregen vast op een bedrag van € 108.550,-.

3 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 108.550,-;

- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 108.550,- ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 augustus 2017.

1 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 15 februari 2013, pagina 2227-2236, in het bijzonder pagina’s 2227 en 2229.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2013, pagina 2271.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [G] d.d. 23 januari 2013 met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pag. 2275.

4 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 23 januari 2013, pagina 2340.

5 Het rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een verdachte, en de daarbij horende bijlage DNA-profielcluster 20829, van 26 maart 2013, pagina 2350-2353.

6 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 11 februari 2014, pagina 7090.

7 Het proces-verbaal SMS ALERT van 29 januari 2013, pagina 2356.

8 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2013, pagina 2354 en 2355.

9 Het proces-verbaal van bevindingen betreffende simkaart uit SMS Alert [straatnaam] van 22 januari 2013, dossierpagina 2362, met daarbij in het bijzonder de bijlage ‘contacten’ op dossierpagina 2366.

10 Het relaasproces-verbaal van onderzoek [adres] [vestigingsplaats] van 26 juni 2013, pagina 2159-2167, in het bijzonder pagina 2162 en 2163. Zie ook de tapgesprekken op dossierpagina 2370-2373.

11 Tapgesprek genummerd […] , gedateerd 22 januari 2013 te 19:27:45 uur, pagina 2413.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [B] van 28 januari 2013, pagina 2414.

13 Tapgesprek genummerd […] , gedateerd 22 januari 2013 te 19:27:45 uur, pagina 2413.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [B] van 28 januari 2013, pagina 2419.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [B] van 29 januari 2013, pagina 2423.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [B] van 30 januari 2013, pagina 2427.

17 Het rapport, bijlage 7, pagina 65.

18 Het rapport, bijlage 7, pagina 66 en 67.

19 Het rapport, bijlage 7, pagina 67.

20 Het rapport, bijlage 7, pagina 67.

21 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 20 februari 2013, pagina 2483.

22 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 20 februari 2013, pagina 2485 en het proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2013, pagina 2493.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2013, pagina 2486.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2013, pagina 2489 en 2490.

25 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 2495 en 2496, met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pagina 2498.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [C] van 30 januari 2013, pagina 2536.

27 Het proces-verbaal van verhoor van [C] van 30 januari 2013, pagina 2540.

28 Het proces-verbaal van verhoor van [C] van 31 januari 2013, pagina 2543.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [C] van 7 maart 2013, pagina 2557.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [C] van 7 maart 2013, pagina 2558.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 maart 2013, pagina 2560.

32 Het proces-verbaal van 21 februari 2013, pagina 2472 met bijlage BVO registratie, pagina 2476.

33 Het rapport, bijlage 8, pagina 73.

34 Het rapport, bijlage 8, pagina 74.

35 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 april 2012, pagina 2595 en 2596.

36 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 april 2012 pagina 2607.

37 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 1 mei 2012, pagina 2647.

38 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 1 mei 2012, pagina 2648 en 2649.

39 Het deskundigenrapport van 26 maart 2013, pagina 2654 en 2656.

40 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 1 mei 2012, pagina 2648.

41 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 7 mei 2012, pagina 2653, met als bijlage het rapport dactyloscopisch sporenonderzoek, pagina 2651 en 2652.

42 Het proces-verbaal verhoor [D] van 15 januari 2013, pagina 2682.

43 Het proces-verbaal verhoor [D] van 7 maart 2013, pagina 2715.

44 Het proces-verbaal van 7 maart 2013, pagina 2717.

45 Het proces-verbaal van aangifte door [E] , (mede) namens Stedin, van 20 april 2012, pagina 2609, met de daaraan gehechte Rapportage diefstal energie, pagina 2612.

46 Het rapport, bijlage 9, pagina 80.

47 Het rapport, bijlage 9, pagina 81.

48 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 25 februari 2013, pagina 2764 en 2765.

49 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 februari 2013, pagina 2860.

50 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 25 februari 2013, pagina 2765.

51 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 21 februari 2013, pagina 2862.

52 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 21 februari 2013, pagina 2863.

53 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 8 maart 2013, pagina 2865, met als bijlage het rapport dactyloscopisch sporenonderzoek, pagina 2866 en 2867.

54 Het proces-verbaal van verhoor van [F] van 11 februari 2013, pagina 2872.

55 Het proces-verbaal van verhoor van [F] van 12 februari 2013, pagina 2893.

56 Het proces-verbaal van verhoor van [F] van 13 maart 2013, pagina 2901.

57 Het proces-verbaal van 7 maart 2013, pagina 2903.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [D] van 6 maart 2013, pagina 2911 en 2912.

59 Het proces-verbaal van verhoor van [D] van 7 maart 2013, pagina 2917.

60 Het proces-verbaal van 7 maart 2013, pagina 2919.

61 Het proces-verbaal van aangifte door [G] , (mede) namens Stedin van 25 februari 2013, pagina 2814, met de daaraan gehechte Rapportage diefstal energie, pagina 2817.

62 Het rapport, bijlage 10, pagina 87.

63 Het rapport, bijlage 10, pagina 87.

64 Het rapport, bijlage 10, pagina 88.

65 Het rapport, bijlage 10, pagina 87.

66 Het rapport, bijlage 10, pagina 88.

67 Het rapport, bijlage 10, pagina 88.