Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4373

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-08-2017
Datum publicatie
13-09-2017
Zaaknummer
C/16/442272 / KG ZA 17-516
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing van het besluit van de Commissie van Beroep van de KNVB vanwege onvoldoende motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/4769
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/442272 / KG ZA 17-516

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2017

in de zaak van

de vereniging

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M. Annink te 's-Gravenhage,

tegen

de vereniging

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Kerkhof te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de KNVB worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de vrijwillige verschijning van partijen;

  • -

    de conceptdagvaarding van 10 juli 2017 met producties 1 tot en met 15;

  • -

    de brief van [eiseres] van 26 juli 2017 met producties 16 tot en met 21;

  • -

    de brief van de KNVB van 26 juli 2017 met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de mondelinge behandeling van 27 juli 2017;

  • -

    de wijziging van eis;

  • -

    de pleitnota van [eiseres] ;

  • -

    de pleitnota van de KNVB.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een amateurvoetbalvereniging uit [vestigingsplaats] , waarvan het eerste elftal uitkomt in district […] , zondag tweede klasse D. [eiseres] is na het doorlopen van de reguliere competitie op plaats elf geëindigd. In de promotie- en degradatieregeling mannen zondag tot en met de tweede klasse is bepaald dat de nummer elf van de reguliere competitie kwalificeert als herkanser. [eiseres] diende in de nacompetitie te spelen met als inzet het voorkomen van degradatie naar de derde klasse. [eiseres] is in de eerste ronde van de nacompetitie gekoppeld aan [naam amateurvoetbalvereniging] , een amateurvoetbalvereniging uit [vestigingsplaats] .

2.2.

De eerste wedstrijd tussen [naam amateurvoetbalvereniging] en [eiseres] is gespeeld op 21 mei 2017 en geëindigd in een 2-2 gelijkspel.

2.3.

De tweede wedstrijd is op 25 mei 2017 bij [eiseres] gespeeld onder leiding van scheidsrechter de heer [A] (hierna ook: [A] ). Na de reguliere speeltijd was de stand 1-1, zodat er een verlenging moest worden gespeeld. [eiseres] stond na de reguliere speeltijd, na het wegzenden van twee spelers, met nog negen spelers op het veld. In de tweede helft van de verlenging, in de 114e minuut van de wedstrijd, heeft een speler van [eiseres] een overtreding begaan waarvoor hij zijn tweede gele kaart ontving en waarvoor [naam amateurvoetbalvereniging] een strafschop toegekend heeft gekregen. Na het wegzenden van de betreffende speler had [eiseres] nog acht spelers op het veld. [naam amateurvoetbalvereniging] heeft uit de strafschop 1-2 gescoord. [naam amateurvoetbalvereniging] had op dat moment nog elf spelers op het veld.

2.4.

De scheidsrechter heeft de wedstrijd in de 118e minuut gestaakt. De wedstrijd is niet uitgespeeld.

2.5.

Artikel 1.6.2. Handleiding Tuchtzaken Amateurvoetbal (hierna: HTA) bepaalt dat vanaf 15 maart tot aan het einde van ieder seizoen de verkorte procedure van kracht is. De verkorte procedure geldt onder meer als een wedstrijd niet is gespeeld of niet is uitgespeeld.

2.6.

In § 2.3.2. HTA is bepaald dat onder collectief wangedrag mede wordt verstaan het weliswaar niet gelijktijdig doch wel binnen dezelfde wedstrijd misdragen van meerdere spelers, functionarissen en/of toeschouwers.

2.7.

In § 2.3.2.3 HTA is de richtlijn “Richtlijnen straftoemeting voor collectief wangedrag van spelers, functionarissen en/of toeschouwers, al dan niet gevolg door het (tijdelijk) staken van de wedstrijd (verenigingsstraffen)” opgenomen. In deze richtlijn is bepaald dat de strafmaat voor het gebruiken van grove of zwaar beledigende taal tegenover (assistent)scheidsrechter(s) en/of KNVB officials 2 winstpunten in mindering en een boete van € 200,00 bedraagt.

2.8.

Artikel 43 lid 1 sub c Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal (hierna: RTA) bepaalt dat een overtreding bij de tuchtcommissie aanhangig wordt gemaakt door een aantekening op het wedstrijdformulier door de scheidsrechter wanneer het het staken van de wedstrijd betreft.

2.9.

De scheidsrechter heeft de overtreding, het staken van de wedstrijd, gemeld op het wedstrijdformulier en, op een later moment, aanvullend als volgt verklaard:

[eiseres] – [naam amateurvoetbalvereniging] , donderdag 25 mei aanvang 17.00 uur:

(…)

Strafschop werd gemist, duel werd nog feller, ook vanaf de bank van [eiseres] werd steeds meer geroepen en geschreeuwd, nou moet je in zo’n beladen pot soms een oogje dicht knijpen vind ik dus alleen een “rustig”gebaar vond ik voldoende. Overtreding nummer […] , geel, ook zijn tweede, dus rood, toen begon het echt heet te worden vanaf de kant.

(…)

Tweede helft verlenging, weer een 100% kans voor de thuisclub, weer werd er niet gescoord, tot het moment van de wedstrijd in minuut 114, aanvaller [naam amateurvoetbalvereniging] wordt in het strafschopgebied van [eiseres] door speler nummer […] zeer duidelijk aan zijn shirt naar de grond getrokken, strafschop en geel, ook dit was de tweede gele dus rood, hij begreep het nog wel vond dat een strafschop wel genoeg was, waarom nou die kaart zei hij, hij reageerde gewoon ontzettend teleurgesteld maar correct! Strafschop werd benut 1-2!

Toen hield [C] mijn collega die 1e assistent was het niet meer uit, hij werd voor alles wat je kan bestempelen als “niet beschaafd” uitgemaakt, ik snelde hem te hulp, toen kreeg ik ook de volle laag van de trainer/leiders/verzorger en wisselspelers van de bank van de thuisclub, tyfusscheids, pleurishond, enz…., ik verzocht drie “heren” het speelveld te verlaten, waarop zij dit compleet negeerde en verder gingen met beledigen naar mij en [C] toe, ook kwamen er allerlei mensen over de boarding heen waarop ik niets anders kon dat de wedstrijd in de 118e minuut staken.

Bij het verlaten van het veld werd ik door een speler die een trainingspak droeg met nummer […] zwaar beledigd( vuile tering mongool )en werd ik nog aangevallen door twee toeschouwers die wel direct werden weggehaald door twee collega’s die er waren, onder de nodige scheldwoorden zochten we de kleedkamer, het schelden en doodsverwensingen ging in de kleedkamer nog even door.

(…)”.

2.10.

Bij e-mail van 26 mei 2017 heeft de heer [D] , bestuurslid van [eiseres] , namens [eiseres] een verweer aan de KNVB gezonden.

2.11.

Bij brief van 30 mei 2017 heeft de tuchtcommissie van de KNVB District […] (hierna: de tuchtcommissie) [eiseres] bericht dat zij, naar aanleiding van een schriftelijke rapportage van de scheidsrechter, besloten heeft de kwestie tuchtrechtelijk in behandeling te nemen. In deze brief heeft de KNVB eveneens de tenlastelegging geformuleerd, die luidt als volgt:

Aan uw vereniging wordt tenlastegelegd

dat een of meer spelers en functionarissen van uw vereniging zich ter gelegenheid van de wedstrijd [eiseres] – [naam amateurvoetbalvereniging] 1, gespeeld op 25 mei 2017 te [vestigingsplaats] tijdens of na de wedstrijd niet behoorlijk hebben gedragen door

a. Het gebruiken van zwaar beledigende taal tegenover de scheidsrechter en assistent scheidsrechter met bewoordingen t.w. tyfusscheids, pleurishond, althans woorden van gelijke strekking.

(artikel 2, lid 2, sub b Algemeen Reglement jo. art. 21, lid 3 Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal)

U bent, op grond van artikel 53 van het Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal, in de gelegenheid schriftelijk verweer te voeren tegen deze in staat van beschuldiging.

Het schriftelijke verweer dient uiterlijk donderdag 1 juni 2017 in ons bezit te zijn. U kan dit verweerschrift e-mailen naar [e-mailadres] .nl Indien op genoemde datum het verweerschrift niet is ontvangen, nemen wij aan dat u van het recht op verweer afziet.”.

2.12.

Bij e-mail van 31 mei 2017 heeft [eiseres] haar verweer nogmaals aan de KNVB gezonden.

2.13.

Bij e-mail van 31 mei 2017 heeft de heer [B] , medewerker tuchtzaken, namens de KNVB een verklaring van de assistent-scheidsrechter, de heer [C] (hierna: [C] ), opgevraagd. [C] heeft, bij e-mail van 1 juni 2017, als volgt verklaard:

“Ten tijde van de te nemen penalty en de gegeven kaart door de S werden begeleiding en spelers in de dug out “door het dolle heen” en schreeuwden, tierden en riepen van alles wat niet op een voetbalveld thuis hoort, richting arbitrage. Ik bleef stoïcijns mijn werk doen (alhoewel ik mij natuurlijk vreselijk hieraan stoorde. Ik dacht: “kalm blijven, de klok is mijn beste vriend en het is zo afgelopen”.) Na de penalty en bij het teruglopen van de S naar de middenstip klommen vele “onbevoegden” over de boarding en ik sprak hierover de trainer aan. In plaats van mij te steunen riep dit juist enorme weerstand op en ging “iedereen” binnen de boarding zich ermee bemoeien. Dé-escalatie was niet meer te stoppen. Ik seinde mijn S in en toen begon het getier naar de S. De S sommeerde hierdoor 3 personen van de begeleiding achter de boarding en deze gaven aan dit niet te zullen doen met het antwoord van de trainer: “wie denk jij wel die je bent”. Pas nadat S gesommeerd had om het speelveld te verlaten, gingen zij over tot het beledigen van ons beiden. Doordat sfeer was op dat moment zeer grimmig was, besloot de S daarop de wedstrijd voor alle veiligheid (geheel terecht) te staken in de 118e minuut.

Voordien ben ik niet grof beledigd maar pas in de fase toen de S kwam toegesneld.”.

2.14.

Bij e-mail van 31 mei 2017 heeft de heer [E] , Competitieleider […] / senioren, veteranen en 35+/45+, [eiseres] en [naam amateurvoetbalvereniging] bericht dat, indien [eiseres] niet schuldig zal worden bevonden, het restant van de wedstrijd uitgespeeld dient te worden op zaterdag 3 juni 2017.

2.15.

De tuchtcommissie heeft op 1 juni 2017 uitspraak gedaan. De tuchtcommissie heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard en [eiseres] , bij wijze van straf een boete van € 200,00 opgelegd en, bij wijze van maatregel, de tussenstand van 1-2 als eindstand bepaald. De tuchtcommissie heeft de bewezenverklaring en opgelegde straf als volgt gemotiveerd:

MOTIVERING VAN DE BEWEZENVERKLARING

De tuchtcommissie acht het voldoende bewezen dat spelers (waaronder horend wisselspelers) en functionarissen zich schuldig hebben gemaakt aan het gebruiken van zwaar beledigende taal tegenover de scheidsrechter en assistent scheidsrechter.

(…)

STRAFMOTIVERING

De richtlijn voor het gebruiken van zwaar beledigende taal tegenover de (assistent-)scheidsrechter(s) is conform paragraaf 2.3.2.3 van de Handleiding tuchtzaken amateurvoetbal – seizoen 2016/’17 een boete van € 200,- en twee (2) winstpunten in mindering.

De tuchtcommissie ziet reden om van de ondergrens van de strafmaat af te wijken. Omdat het een wedstrijd betreft in de nacompetitie zullen er geen winstpunten in mindering worden opgelegd.

Wel heeft de tuchtcommissie besloten om de tussenstand als eindstand te bepalen. Dit omdat het uit competitietechnisch oogpunt onmogelijk is om de wedstrijd uit te spelen. Daarnaast staat het team wat schuldig is bevonden aan het tenlastegelegde achter met een 1-2 tussenstand.

2.16.

[eiseres] heeft op 5 juni 2017 beroep in gesteld tegen het besluit van 31 mei 2017 van de tuchtcommissie.

2.17.

De commissie van beroep heeft op 8 juni 2017 uitspraak gedaan. Het beroep van [eiseres] is ongegrond verklaard en de uitspraak van de tuchtcommissie van 31 mei 2017 is bevestigd, zowel ten aanzien van de opgelegde straf als ten aanzien van de opgelegde maatregel.

2.18.

Bij brief van 21 juli 2017 heeft de heer [F] , directeur-bestuurder amateurvoetbal van de KNVB, overeenkomstig artikel 89A lid 1 sub b RTA, de commissie van beroep verzocht haar besluit van 8 juni 2017 te herzien wegens ernstige procedurefouten.

2.19.

De commissie van beroep heeft op 25 juli 2017 uitspraak gedaan. De commissie van beroep heeft het herzieningsverzoek toegewezen, de uitspraak van 8 juni 2017 vernietigd en [eiseres] , bij wijze van straf, een boete van € 200,00 opgelegd en uit de nacompetitie genomen. De commissie van beroep heeft haar beslissing als volgt gemotiveerd:

Voor de op te leggen straf wordt aansluiting gezocht bij de Handleiding Tuchtzaken Amateurvoetbal (hierna: HTA). In § 2.3.2.2 HTA is ten aanzien van het bewezenverklaarde de volgende straf vermeld: 2 winstpunten in mindering en € 200,- boete.

De commissie ziet, evenals de TC, aanleiding van deze straf af te wijken, nu naast de geldboete het opleggen van 2 winstpunten in mindering in een play-off ronde in de nacompetitie geen, dan wel een ongewenst effect heeft.

Oordelend vanuit de aanname dat wedstrijd nog zou kunnen worden uitgespeeld acht de Commissie gezien de omstandigheden van het geval het uit de nacompetitie nemen van [eiseres] een gepaste alternatieve straf, die de Commissie binnen haar straffencatalogus (artikel 26 lid 2 sub h RTA) heeft.

(…)

Daarnaast weegt de Commissie mee dat het uit de nacompetitie nemen in beginsel een minder zware straf behelst dan het uit een reguliere competitie nemen van een elftal.”.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vordert [eiseres] dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de uitvoering van het bestreden besluit van 25 juli 2017 van de KNVB, zal schorsen en zal bepalen dat deze schorsing van het besluit zal gelden voor de periode totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist over vernietiging van het besluit van de KNVB;

II. de KNVB zal bevelen het duel tussen [eiseres] en [naam amateurvoetbalvereniging] 1 binnen 7 dagen na datum vonnis over, althans uit te laten spelen vanaf de 114e minuut met een stand van 1-2 in het voordeel van [naam amateurvoetbalvereniging] , dit onder oplegging van een dwangsom van € 1.500,00 per dag, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie vast te stellen, of een gedeelte hiervan, indien de KNVB in gebreke blijft aan het te dezer zake te wijzen vonnis te voldoen;

III. de KNVB zal bevelen dat zij dient te wachten met het vaststellen van een nieuwe competitie indeling voor het seizoen 2017/2018, althans [eiseres] niet te laten degraderen uit zondag 2e klasse D of als gedegradeerd te beschouwen, althans de KNVB zal bevelen dat [eiseres] in voormelde klasse gehandhaafd zal blijven danwel zal bepalen dat [eiseres] bij het maken van een (definitieve) competitie indeling voor het seizoen 2017/2018 [eiseres] moet indelen in de hiervoor genoemde zondag 2e Klasse D, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is geooordeeld over de rechtsgeldigheid van het Besluit van de KNVB;

IV. KNVB te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke (handels)rente vanaf de dag dat de KNVB na betekening van het in dezen te wijzen vonnis met de voldoening van deze kosten in verzuim is, althans een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

KNVB voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] heeft een voldoende spoedeisend belang gesteld om in kort geding te worden ontvangen.

4.2.

Op grond van artikel 2:15 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar:

a. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van het besluit regelen;

b. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist;

c. wegens strijd met een reglement.

4.3.

Beoordeeld dient te worden of het voldoende aannemelijk is dat

de bodemrechter het besluit van de commissie van beroep van de KNVB van 25 juli 2017 zal vernietigen. In dit verband ligt de vraag voor of de commissie van beroep in redelijkheid tot haar besluit - strekkende tot het opleggen van een boete van € 200,00 en het uit de nacompetitie halen van [eiseres] - heeft kunnen komen.

4.4.

[eiseres] heeft zich, samengevat, op het standpunt gesteld dat de KNVB de onregelmatigheden tijdens de wedstrijd gebeurtenissen ten onrechte heeft beoordeeld als collectief wangedrag en dat, indien de onregelmatigheden als collectief wangedrag kwalificeren, de KNVB ten onrechte van de strafmaat zoals opgenomen in § 2.3.2.3 HTA is afgeweken en zij deze afwijking niet, althans onvoldoende heeft gemotiveerd.

4.5.

De KNVB heeft verweer gevoerd. Dat de onregelmatigheden kwalificeren als collectief wangedrag volgt uit § 2.3.2. HTA. Daarin is bepaald dat onder collectief wangedrag mede wordt verstaan het weliswaar niet gelijktijdig doch wel binnen dezelfde wedstrijd misdragen van meerdere spelers, functionarissen en/of toeschouwers. Hetgeen [eiseres] ten laste is gelegd, valt binnen deze beschrijving. De commissie van beroep heeft, ten aanzien van de strafoplegging, vervolgens de mogelijkheid af te wijken van de strafmaten zoals die zijn opgenomen in de HTA, nu deze strafmaten slechts richtlijnen zijn. Afwijking van de richtlijn is mogelijk indien de afwijking deugdelijk wordt gemotiveerd, hetgeen de commissie van beroep in het besluit van 25 juli 2017 heeft gedaan.

4.6.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de commissie van beroep terecht geoordeeld dat er sprake is van grove of zwaar beledigende taal en het ten laste gelegde terecht gekwalificeerd als collectief wangedrag als bedoeld in § 2.3.2. HTA. Uit de verklaringen van de scheidsrechter en de assistent scheidsrechter volgt voldoende eenduidig dat zij tijdens de wedstrijd ernstig zijn beledigd door de staf en spelers van [eiseres] . De commissie van beroep heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter vervolgens terecht aansluiting gezocht bij de richtlijn “Richtlijnen straftoemeting voor collectief wangedrag van spelers, functionarissen en/of toeschouwers, al dan niet gevolg door het (tijdelijk) staken van de wedstrijd (verenigingsstraffen)” zoals vastgelegd in § 2.3.2.3 HTA (hierna: de richtlijn).

4.7.

Vervolgens ligt de vraag voor of de commissie van beroep in de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot het besluit van 25 juli 2017 heeft kunnen komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. In de richtlijn is, ingeval van het gebruiken van grove of zwaar beledigende taal tegenover (assistent)scheidsrechter(s), als strafmaat 2 winstpunten in mindering en een boete van € 200,00 opgenomen. De commissie van beroep heeft [eiseres] een boete van € 200,00 opgelegd en haar uit de nacompetitie genomen. Blijkens de richtlijn wordt een vereniging pas onvoorwaardelijk uit de competitie genomen ingeval van recidive van het gebruiken van buitensporig verbaal geweld tegenover (assistent)scheidsrechter(s) en/of KNVB officials. [eiseres] is geen buitensporig verbaal geweld ten laste gelegd, noch recidive daarvan. Weliswaar heeft de commissie van beroep de mogelijkheid om van de richtlijn af te wijken, indien zij daartoe overgaat, zal zij die afwijking naar het oordeel van de voorzieningenrechter goed en deugdelijk moeten motiveren. De KNVB hanteert immers diverse landelijke richtlijnen om gelijke situaties op gelijke wijze te kunnen behandelen. Verenigingen dienen daarop te kunnen vertrouwen. De commissie van beroep motiveert onderhavig besluit door te overwegen dat het opleggen van 2 winstpunten in mindering in een play-off wedstrijd geen, dan wel een ongewenst effect heeft en dat het uit de nacompetitie in beginsel een minder zware straf behelst dan het uit een reguliere competitie nemen van een elftal. Een verdere motivering wordt door de commissie van beroep ten onrechte niet gegeven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de commissie van beroep, gelet op het voorgaande, haar besluit, waarin zij verregaand afwijkt van de richtlijn, onvoldoende gemotiveerd. De voorzieningenrechter zal om die reden het besluit van 25 juli 2017 schorsen totdat in de bodemprocedure in eerste aanleg is beslist over de gevorderde vernietiging van de uitspraak.

4.8.

Ter zitting hebben partijen, gelet op de vordering van [eiseres] om het duel over, althans uit te laten spelen vanaf de 114e minuut (vordering onder II), eensluidend bevestigd dat het over/uitspelen van de wedstrijd feitelijk onmogelijk is. De nacompetitie is reeds uitgespeeld, diverse spelers van [eiseres] en [naam amateurvoetbalvereniging] , maar ook van andere verenigingen die actief waren in de nacompetitie, spelen niet langer voor die vereniging. De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiseres] vanwege deze feitelijke onmogelijkheid afwijzen.

4.9.

[eiseres] heeft onder III, samengevat, gevorderd dat de KNVB wordt veroordeeld dat zij wacht met het vaststellen van een nieuwe competitie indeling voor komend seizoen, althans dat zij [eiseres] niet laat degraderen of als gedegradeerd beschouwd en dus dat zij [eiseres] , totdat in de bodemprocedure in eerste aanleg is beslist over de gevorderde vernietiging van het besluit van 25 juli 2017, indeelt in district […] , zondag tweede klasse D. Ter zitting heeft de KNVB gesteld dat de competitie indeling voor komend seizoen reeds is vastgesteld en is gepubliceerd. Daarbij is de KNVB uitgegaan van de degradatie van [eiseres] . Indien [eiseres] niet zou degraderen zou dat betekenen dat er twee competities (zondag 2e en 3e klasse) met een oneven aantal verenigingen spelen en de competitie indeling opnieuw moeten worden vastgesteld.

4.10.

De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiseres] , dat de KNVB wacht met het vaststellen van een nieuwe competitie indeling, afwijzen nu de KNVB gemotiveerd heeft aangevoerd dat de competitie indeling reeds is vastgesteld en is gepubliceerd en [eiseres] geen, althans onvoldoende belang heeft bij de vordering. De vraag ligt thans voor of [eiseres] , totdat in de bodemprocedure in eerste aanleg is beslist over de gevorderde vernietiging van het besluit van 25 juli 2017, dient te worden ingedeeld in de tweede klasse (in dat geval degradeert [eiseres] niet) of in derde klasse (in dat geval degradeert [eiseres] wel). De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande als volgt. In de 114e minuut van de wedstrijd heeft [naam amateurvoetbalvereniging] vanuit een strafschop gescoord en was de tussenstand 1-2. [eiseres] stond op dat moment met nog slechts 8 spelers op het veld. De wedstrijd is in de 118e minuut gestaakt, zodat er nog twee minuten reguliere speeltijd waren. Deze reguliere speeltijd zou naar alle waarschijnlijkheid worden verlengd met enkele minuten, te weten vanaf de gescoorde strafschop, 114e minuut, tot het moment van staken van de wedstrijd, 118e minuut. De, naar alle waarschijnlijkheid, resterende speeltijd zou zodoende 6 minuten bedragen. [eiseres] diende, om een strafschoppenserie af te dwingen, gelijk te spelen en dus in ieder geval eenmaal te scoren. Gelet op de geringe speeltijd en de omstandigheid dat [eiseres] nog slechts de beschikking had over acht spelers tegenover elf spelers van [naam amateurvoetbalvereniging] , is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat [eiseres] 2-2 zou scoren en vervolgens als winnaar de strafschoppenserie zou afsluiten. De voorzieningenrechter zal om die reden de vordering van [eiseres] zoals geformuleerd onder III in rechtsoverweging 3.1. afwijzen.

4.11.

De KNVB zal, nu het besluit van 25 juli 2017 zal worden geschorst, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- vast recht € 619,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

schorst het besluit van de commissie van beroep van 25 juli 2017 van de KNVB totdat in de bodemprocedure in eerste aanleg is beslist over de gevorderde vernietiging van de uitspraak;

5.2.

veroordeelt de KNVB in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.435,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken door

mr. A.M. Loots in aanwezigheid van de griffier op 10 augustus 2017