Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4311

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-08-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
4240871
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pensioenrecht. Schadevordering ex-werknemers jegens ex-werkgever omdat zij vanaf 2006 geen indexaties meer hebben ontvangen doordat de ex-werkgever van pensioenuitvoerder is gewisseld. De indexaties werden gefinancierd uit overrente. De in enig jaar niet gebruikte overrente behoefde niet beschikbaar te blijven voor financiering van indexaties in volgende jaren. Het recht op indexatie was voorwaardelijk, namelijk afhankelijk van beschikbare overrente. Geen tekortschieten ex-werkgever door wisseling pensioenuitvoerder, omdat de pensioenuitvoerder (en niet de ex-werkgever) de overeenkomst heeft opgezegd. Bij het contracteren met een nieuwe pensioenuitvoerder heeft ex-werkgever voldoende rekening gehouden met belangen ex-werknemers. Ex-werkgever heeft ondernemingsraad de mogelijkheid van instemming niet onthouden. Aannemelijk dat bij de berekening van indexaties fouten zijn gemaakt. Te vroeg voor het benoemen van een deskundige. Partijen worden in de gelegenheid gesteld met elkaar en met de pensioenuitvoerder in overleg te treden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1170

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4240871 UC EXPL 15-9737 PK/1097

Vonnis van 30 augustus 2017

inzake

1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats]

2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats]

3. [eiser sub 3], wonende te [woonplaats]

4. [eiser sub 4], wonende te [woonplaats]

5. [eiser sub 5], wonende te [woonplaats]

6. [eiser sub 6], wonende te [woonplaats]

7. [eiser sub 7], wonende te [woonplaats]

8. [eiser sub 8], wonende te [woonplaats]

9. [eiser sub 9], wonende te [woonplaats]

10. [eiser sub 10], wonende te [woonplaats]

11. [eiser sub 11], wonende te [woonplaats]

12. [eiser sub 12], wonende te [woonplaats]

13. [eiser sub 13], wonende te [woonplaats]

14. [eiser sub 14], wonende te [woonplaats]

15. [eiser sub 15], wonende te [woonplaats]

16. [eiser sub 16], wonende te [woonplaats]

verder ook te noemen eisers,

eisende partij,

gemachtigde: mr. G.J. Knotter,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

T-Systems Nederland B.V.,

gevestigd te Vianen (ZH),

verder ook te noemen T-Systems,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G.R. Derksen.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 januari 2017

  • -

    de conclusie na comparitie van eisers van 22 februari 2017

  • -

    de antwoordakte van gedaagde van 22 maart 2017.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Eisers zijn (ex-)werknemers van T-Systems. Aan hen is een pensioentoezegging gedaan conform het pensioenreglement van de rechtsvoorganger van T-Systems, Volmac Facility Centre B.V. Eisers vorderen schadevergoeding omdat zij vanaf 2002 te weinig indexaties en vanaf 2006 in het geheel geen indexaties meer hebben ontvangen. Zij leggen hieraan kort gezegd ten grondslag dat T-Systems van pensioenuitvoerder is gewisseld door de verzekeringsovereenkomst met Nationale-Nederlanden te beëindigen, en voorts dat T-Systems de beschikbare overrente uit de periode 2001 tot en met 2006 niet geheel voor indexatie heeft aangewend.

Inmiddels is echter duidelijk geworden dat het uitgangspunt van eisers feitelijk onjuist was: het is niet T-Systems geweest maar Nationale-Nederlanden die de verzekeringsovereenkomst met (de rechtsvoorganger van) T-Systems bij brief van 23 juni 2000 per 31 december 2000 heeft opgezegd.

2.2.

Naar aanleiding hiervan hebben eisers hun stellingen bij hun conclusie na comparitie aangepast.

2.3.

Bij de verdere beoordeling stelt de kantonrechter voorop dat partijen het erover eens zijn dat de oorzaak dat onvoldoende middelen voorhanden waren om ook na 2006 te blijven indexeren voor een groot gedeelte veroorzaakt is door de neergaande conjunctuur. Dit relativeert het debat tussen partijen in die zin dat het achterwege blijven van indexatie in ieder geval niet voor vergoeding door T-Systems in aanmerking komt voor zover dat achterwege blijven door de neergaande conjunctuur (de lage rentestand) is veroorzaakt.

2.4.

Voorts is in het tussenvonnis bepaald dat de vorderingen in deze zaak moeten worden beoordeeld aan de hand van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW).

De beschikbare overrente

2.5.

Artikel 17 lid 3 Pensioenreglement bepaalt dat de indexaties zullen worden gefinancierd uit "de beschikbare (overrente) die krachtens de overeenkomst met Nationale-Nederlanden daarvoor beschikbaar komt. Indien de beschikbare (overrente) niet toereikend is om de verhoging te effectueren, zal de beschikbare overrente worden aangewend ter verhoging van genoemde pensioenen met een voor alle betrokkenen gelijk percentage". Volgens eisers moet deze bepaling aldus worden uitgelegd dat er in het geval na indexatie in enig jaar overrente "overblijft" deze niet aan T-Systems toekomt maar beschikbaar dient te blijven voor indexaties in latere jaren. Volgens eisers i) volgt deze uitleg uit de tekst zelf, ii) is er wel een bepaling opgenomen voor het geval de overrente niet toereikend is, maar (a contrario) geen bepaling wat zou moeten gebeuren met een surplus en iii) uitgangspunt is dat beschikbare overrente wordt aangewend voor indexatie (indexatie-ambitie). Voorts beroepen eisers zich op de contra-proferentemregel. Volgens eisers is de overrente die aldus beschikbaar had moeten blijven ten onrechte niet voor indexaties aangewend en zijn zij dus tekortgedaan.

2.6.

T-Systems brengt hiertegen in dat de gerealiseerde overrente geïsoleerd per jaar moet worden benaderd. Wanneer het de bedoeling zou zijn geweest dat er een depot zou worden gevormd met daarin de overrente die in enig jaar "over" was, zou dit in de verzekeringsovereenkomst met Nationale-Nederlanden en in het pensioenreglement tot uitdrukking zijn gebracht. Ter comparitie heeft Nationale-Nederlanden bevestigd dat het gebruikelijk is dat in een dergelijk geval naast de verzekeringsovereenkomst een depotovereenkomst wordt afgesproken. Volgens Nationale-Nederlanden wijst alles erop dat in dit geval tussen T-Systems en Nationale-Nederlanden is overeengekomen dat wat er in enig jaar na indexatie aan overrente overblijft naar de werkgever gaat door middel van boeking in de rekening-courantverhouding.

2.7.

Partijen verschillen van mening over de strekking van artikel 17 Pensioenreglement. Het pensioenreglement dient daarom nader te worden uitgelegd. Zoals reeds in het tussenvonnis is overwogen dient dit te gebeuren aan de hand van de cao-norm die er kort gezegd op neerkomt dat er een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de regeling, van doorslaggevende betekenis zijn.

De kantonrechter overweegt dienaangaande dat artikel 17 lid 1 bepaalt dat de pensioenaanspraken jaarlijks worden verhoogd, dus een benadering per jaar, en dat artikel 17 lid 3 bepaalt dat deze verhoging zal worden gefinancierd uit de overrente die daarvoor beschikbaar komt. Indien die financiering tevens zou plaatsvinden uit de niet gebruikte overrente uit eerdere jaren, had het voor de hand gelegen dat artikel 17 lid 3 bepaalde dat zou worden gefinancierd uit de overrente die daarvoor beschikbaar is (onderstrepingen kantonrechter). Ook de financiering van de verzekeringen geschiedt per jaar (artikel 12 Pensioenreglement: "De verzekeringen worden als volgt gefinancierd: (…) voor zover deze betrekking hebben op toekomstige pensioenjaren: (…) door betaling van periodieke koopsommen, waarbij jaarlijks een evenredig gedeelte van die pensioenen worden ingekocht (…)". Ook Bijlage III bij de verzekeringsovereenkomst gaat uit van een benadering per jaar: "Nationale-Nederlanden zal over elk kalenderjaar j (…) aan de verzekeringnemer overrente uitkeren (…)". Hierbij is tevens van belang dat is bepaald dat negatieve overrente op nul wordt gesteld. Het zou daarom voor de hand hebben gelegen dat indien positieve overrente voor zover niet gebruikt wél voor financiering in komende jaren beschikbaar zou blijven, dit expliciet zou zijn bepaald.

Ten slotte acht de kantonrechter van belang dat eisers de stelling van Nationale-Nederlanden niet hebben weersproken dat het gebruikelijk is een depotovereenkomst aan te gaan indien niet gebruikte overrente voor gebruik in latere jaren wordt gereserveerd. Ook voor het overige bevat het Pensioenreglement geen aanwijzingen voor de door eisers bepleite uitleg.

Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze bepalingen van het Pensioenreglement voldoende duidelijk, zodat het beroep van eisers op de contra‑proferentemregel niet opgaat. De in enig jaar niet gebruikte overrente hoeft dus niet beschikbaar te blijven voor de financiering van indexaties in volgende jaren.

Voorwaardelijke of onvoorwaardelijke indexatie?

2.8.

Volgens eisers is sprake van een onvoorwaardelijke indexatie, volgens T-Systems van een voorwaardelijke indexatie, en wel onder de voorwaarde dat de indexatie uit de overrente kan worden gefinancierd. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een voorwaardelijke indexatie. Weliswaar is in artikel 17 lid 1 Pensioenreglement bepaald dat de pensioenaanspraken "(zullen) worden verhoogd", maar in lid 3 is bepaald dat "(i)ndien de beschikbare (overrente) niet toereikend is om de verhoging te effectueren, (de beschikbare overrente) zal worden aangewend ter verhoging van genoemde pensioenen met een voor alle betrokkenen gelijk percentage". Er is dus sprake van een financieringsvoorbehoud dat gebaseerd is op een onzekere toekomstige gebeurtenis. Deze formulering laat voorts de mogelijkheid open dat in enig jaar in het geheel geen indexatie plaatsvindt, namelijk indien in het geheel geen overrente beschikbaar is.

Voortzetting van de overeenkomst T-Systems-Nationale-Nederlanden

2.9.

Primair eisers zich op het standpunt dat Nationale-Nederlanden zich niet aan de minimale opzegtermijn van een jaar heeft gehouden, en dat T-Systems Nationale-Nederlanden aan verlenging van de overeenkomst met nog eens vijf jaar had moeten houden. Artikel 13.2 van de verzekeringsovereenkomst bepaalt immers dat indien de overeenkomst niet tenminste één jaar voor de datum waarop zij zou eindigen is opgezegd, zij geacht wordt telkens met vijf jaar te zijn verlengd. De hoogte van de schadevergoeding van de na 1 januari 2002 te lage dan wel in het geheel niet toegekende indexaties dient daarom volgens eisers te worden (her)berekend op basis van de tarieven en voorwaarden van de tot 1 januari 2001 geldende overeenkomst.

2.10.

De stelling van eisers impliceert dat er een norm zou bestaan die T-Systems verplichtte om de overeenkomst met Nationale-Nederlanden te continueren. T-Systems brengt hiertegen in dat de rechtsverhouding tussen haar en eisers wordt beheerst door de pensioenovereenkomst (destijds onder de PSW: pensioentoezegging, kantonrechter), en dat zij daarnaast slechts gehouden is de pensioentoezegging extern onder te brengen (artikel 2 PSW). Zij stelt dat zij aan deze twee verplichtingen heeft voldaan.

2.11.

Op zichzelf staat vast dat Nationale-Nederlanden de opzegtermijn niet in aanmerking heeft genomen. De vraag is echter of T-Systems tegenover eisers wel verplicht was om Nationale-Nederlanden te houden aan de opzegtermijn. Naar de kantonrechter begrijpt beroepen eisers zich er in dit verband op dat T-Systems hiertoe op grond van de pensioentoezegging verplicht was. De kantonrechter overweegt hierover dat in artikel 2 Pensioenreglement weliswaar is vermeld dat de pensioenverzekeringen van de deelnemers worden ondergebracht bij Nationale-Nederlanden, maar eisers hebben niet gesteld dat deze bepaling in die mate strikt moet worden uitgelegd dat T-Systems de pensioenverzekeringen uitsluitend bij Nationale-Nederlanden diende onder te brengen, en dat het haar niet vrijstond dit in het voorkomende geval (zoals na opzegging) bij een andere verzekeraar te doen. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat verzekeringsovereenkomsten als deze in het algemeen een beperkte looptijd hebben, zodat de laatstgenoemde uitleg niet bepaald voor de hand ligt, en voorts dat de overeenkomst tussen T-Systems en Nationale-Nederlanden inderdaad een beperkte looptijd had. Dat Nationale-Nederlanden in het pensioenreglement genoemd is, is overigens ook daarom niet onlogisch, omdat het pensioenreglement door Nationale-Nederlanden is opgesteld en de pensioenverzekeringen bij Nationale-Nederlanden zijn ondergebracht. Het primaire standpunt van eisers gaat dus niet op, omdat wisseling van pensioenuitvoerder is toegestaan zolang maar voldaan is aan de pensioentoezegging, hetgeen het geval was.

2.12.

Gelet op het voorgaande is de opstelling van T-Systems op dit punt niet aan te merken als een tekortschieten jegens eisers in de nakoming van de pensioentoezegging en is evenmin sprake van schade die daarmee in causaal verband staat. Naar het oordeel van de kantonrechter mochten eisers daarom slechts van T-Systems verwachten dat zij (toch) bezwaar zou hebben gemaakt tegen deze ontijdige opzegging en aldus zou aansturen op een nieuwe contractperiode van vijf jaar (artikel 13 lid 2 verzekeringsovereenkomst; de overeenkomst zou in dat geval eindigen per 1 januari 2006) in het geval T-Systems door haar opstelling de belangen van eisers ten onrechte zou verwaarlozen (HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069 ( [naam] /Alog)). Hierbij komt het aan op alle andere omstandigheden van het geval.

2.13.

De kantonrechter acht in dit geval de volgende omstandigheden van belang:

  1. het initiatief tot beëindiging van de overeenkomst was niet van T-Systems, maar van Nationale-Nederlanden afkomstig; ter comparitie heeft Nationale-Nederlanden dit aldus toegelicht, dat de opzegging was ingegeven door de voor alle verzekeraars geldende verlaging van de rekenrente van 4% naar 3%;

  2. het recht op indexatie was niet onvoorwaardelijk; deze omstandigheid geeft aan T-Systems een zekere beleidsvrijheid,

  3. eisers hebben het door hen gestelde nadeel onvoldoende onderbouwd; zij hebben weliswaar gesteld dat zij vanaf 2002 lagere indexaties hebben ontvangen dan anders (bij voortzetting van de overeenkomst) het geval zou zijn geweest, maar zij hebben dit standpunt op onjuiste wijze onderbouwd; zij zijn er in hun berekeningen immers ten onrechte van uitgegaan dat niet gebruikte overrente uit voorgaande jaren dient te worden meegeteld; in het voorgaande is reeds geoordeeld dat dit standpunt onjuist is; voor het overige hebben eisers hun standpunt niet onderbouwd; dit had wel op hun weg gelegen; Nationale-Nederlanden heeft in haar brief van 3 november 2016 immers uiteengezet dat het rendement op de door T-Systems (en andere verzekeringnemers) betaalde jaarpremie telkens op 1 januari fictief wordt belegd in een 10‑jarige lening, waarop een rentevergoeding werd gegeven; deze rentevergoeding was gelijk aan het gemiddelde rendement in dat jaar op een pakket door de Nederlandse Staat uitgegeven staatsleningen; tijdens de looptijd van de overeenkomst startte op deze wijze ieder jaar een nieuwe fictieve lening; de overrente was gelijk aan de rentevergoeding op die leningen, verminderd met 4,25% (4% rekenrente + 0,25% kostenvergoeding); voorts geeft Nationale-Nederlanden in deze brief een overzicht van de ontwikkeling van de rentevergoedingen vanaf 2001; uit dit overzicht blijkt dat vanaf 2003 de rentevergoedingen lager zijn geweest dan 4,25%; Nationale-Nederlanden concludeert hieruit dat vanaf 2003 de herbeleggingen die betrekking hebben op de 4%-premiereserve (die bij ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst zou hebben gegolden) verliesgevend zijn geworden; aldus zou er geen recht op indexatie hebben bestaan;

  4. indien T-Systems Nationale-Nederlanden op het niet in acht nemen van de opzegtermijn zou hebben aangesproken zou de overeenkomst zijn doorgelopen tot 1 januari 2006; uit eerdergenoemde brief van Nationale-Nederlanden blijkt dat sindsdien de rentevergoeding steeds onder de 4,25% is gebleven (in 2007 4,17%, aflopend naar 0,08% in 2016), zodat zonder nadere onderbouwing - die eisers niet gegeven hebben - niet aannemelijk is dat bij voortzetting van de overeenkomst enige, althans voldoende substantiële, overrente beschikbaar was, hetgeen wel een voorwaarde is voor het recht op indexatie;

  5. T-Systems beroept zich erop (naar de kantonrechter begrijpt) dat de laatste indexatie per 1 januari 2006 veel hoger (4,3%) is geweest dan waartoe de stijging van de loonindex (de maatstaf voor het recht op indexatie) noopte en de beschikbare overrente toestond, omdat zij onverplicht een storting heeft gedaan uit het zogenaamde PPD-depot; dit depot is ontstaan doordat bij de waardeoverdracht van de pensioenaanspraken van een aantal oud-medewerkers van (de rechtsvoorganger van) T-Systems in 1990/1991 een overwaarde is ontstaan; er is vervolgens op 29 november 1997 een overeenkomst gesloten tussen (de rechtsvoorganger van) T-Systems en de ondernemingsraad, waarbij dit depot bij helfte tussen de toenmalige medewerkers en de werkgever is verdeeld; het "werknemersdeel" uit dit depot is reeds in 2001 door hen besteed; het "werkgeversdeel" is door T-Systems (naar de kantonrechter begrijpt volgens haar onverplicht) gebruikt om de indexatie per 1 januari 2006 mede te financieren, welke daardoor (veel) hoger is geworden dan de loonindex aangaf en de beschikbare overrente toeliet.

2.14.

Op grond van deze in onderlinge samenhang te beschouwen omstandigheden heeft T-Systems met betrekking tot haar opstelling naar aanleiding van de opzegging van de verzekeringsovereenkomst door Nationale-Nederlanden voldoende rekening gehouden met de belangen van eisers. Voor zover eisers bedoeld hebben zich te beroepen op opgewekte verwachtingen, gaat dat beroep niet op. Hetzelfde geldt voor de stelling van eisers dat aan hen was toegezegd dat het totaal te verkrijgen ouderdomspensioen gelijk zou zijn aan de situatie bij ongewijzigde voortzetting, zonder wijziging van verzekeraar, hoewel aan eisers kan worden toegegeven dat het op de weg van T-Systems had gelegen hun er volledigheidshalve op te wijzen dat indexaties definitief zouden kunnen stoppen indien in enig jaar sprake zou zijn van negatieve overrente.

Een nieuwe overeenkomst T-Systems-Nationale-Nederlanden

2.15.

Subsidiair stellen eisers dat in het geval T-Systems een nieuwe overeenkomst met Nationale-Nederlanden zou zijn aangegaan, hun vordering dient te worden berekend met inachtneming van de tarieven en voorwaarden van die nieuwe overeenkomst.

2.16.

Ook met betrekking tot deze stelling dient eerst te worden vastgesteld of T-Systems op grond van de pensioentoezegging gehouden was een nieuwe overeenkomst met Nationale-Nederlanden (en niet met een andere verzekeraar) aan te gaan. Zoals in het voorgaande reeds is geoordeeld, verplichtte de pensioentoezegging T-Systems hiertoe niet.

2.17.

Ook hier dient vervolgens te worden beoordeeld of T-Systems de belangen van eisers gelet op alle omstandigheden van het geval ten onrechte heeft verwaarloosd door niet opnieuw met Nationale-Nederlanden te contracteren.

2.18.

Naast de hiervóór onder a, b en e vermelde omstandigheden neemt de kantonrechter in aanmerking dat eisers niet zijn ingegaan op hetgeen Nationale-Nederlanden in haar eerdergenoemde brief van 3 november 2016 schrijft, namelijk dat een nieuwe overeenkomst vanaf 1 januari 2001 in de jaren dat vanwege het positieve rendement nog wel kon worden geïndexeerd geen substantieel hogere indexatie zou hebben opgeleverd en dat het verder aannemelijk is dat de indexatie ook bij een nieuwe overeenkomst zou zijn gestopt; dat eisers nadeel hebben geleden doordat T-Systems niet opnieuw met Nationale-Nederlanden heeft gecontracteerd, hebben zij daarmee onvoldoende gemotiveerd onderbouwd.

Geen instemming ondernemingsraad

2.19.

Eisers stellen nog dat de ondernemingsraad niet met de wijziging van verzekeraar heeft ingestemd respectievelijk dat ten onrechte aan de ondernemingsraad geen instemmingsverzoek is voorgelegd. Daarmee heeft T-Systems volgens eisers de ondernemingsraad de mogelijkheid onthouden om zich daarover uit te spreken. De kantonrechter gaat hieraan voorbij, reeds omdat niet gebleken is dat de ondernemingsraad de nietigheid van het besluit van T-Systems heeft ingeroepen. Voor zover T-Systems haar besluit niet aan de ondernemingsraad heeft meegedeeld, had de ondernemingsraad de nietigheid kunnen inroepen zodra hem was gebleken dat T-Systems uitvoering aan haar besluit gaf (artikel 27 lid 5 WOR). Van het onthouden aan de ondernemingsraad van deze mogelijkheid is dus geen sprake.

Slotsom

2.20.

Uit het voorgaande volgt dat voor zover de vorderingen van eisers berusten op de grondslag dat T-Systems ten onrechte niet heeft aangestuurd op verlenging van de overeenkomst met Nationale-Nederlanden en op de grondslag dat T-Systems ten onrechte geen nieuwe overeenkomst met Nationale-Nederlanden heeft gesloten, deze vorderingen moeten worden afgewezen.

2.21.

Uit de brief van Nationale-Nederlanden van 8 september 2016 (productie 8 bij de akte van T-Systems van 19 september 2016) blijkt echter dat fouten zijn gemaakt bij het doorvoeren van indexaties vanaf 1 januari 2003:

"De indexaties vanaf 1 januari 2003 zijn gegeven aan de gehele ex-Volmac-groep zonder dat nog onderscheid is gemaakt tussen actieve werknemers en gewezen deelnemers/gepensioneerden. Achteraf bezien is het niet juist, dat indexaties zijn gegeven aan actieve werknemers. Gebleken is namelijk, dat voor actieve werknemers na de overstap naar AMEV de eindloonregeling is voortgezet.

Door overrente mede aan te wenden voor indexaties aan actieve werknemers is het waarschijnlijk, dat gewezen deelnemers/gepensioneerden in de jaren 2003, 2004 en 2005 een lagere indexatie hebben gekregen dan de bedoeling was. Op dit moment kan Nationale-Nederlanden dit niet uitrekenen, omdat Nationale-Nederlanden vanaf 1 januari 2001 geen gegevens meer heeft gekregen over het personeelsverloop van de groep die per 31 december 2000 actief werknemer was. Een berekening kan pas worden gemaakt, nadat deze gegevens door T-Systems zijn verstrekt. Dan kan worden gereconstrueerd, welke personen op de 1e januari van de jaren 2001 tot en met 2006 in dienst waren en welke personen gewezen deelnemer.

Mogelijk moet dan ook in sommige gevallen correctie plaatsvinden van de indexatie per 1 januari 2001 en 1 januari 2002. In de groep van wie op die data is aangenomen dat zij in dienst waren, kunnen namelijk personen aanwezig zijn, die met ontslag zijn gegaan.

Bij een eventuele correctie van de indexaties over de periode 2001-2006 geldt volgens het pensioenreglement dat nooit recht bestaat op een hogere indexatie dan de loonindex. Op 1 januari 2006 is echter een indexatie gegeven die veel hoger is dan de loonindex. Deze laatste indexatie is namelijk (grotendeels) gefinancierd door aanwending van het restant van het zogenaamde 'Premium Pension Depot'. Nationale-Nederlanden vindt, dat bij een eventuele correctie 'verrekening' kan plaatsvinden, met het deel van de indexatie per 1 januari 2006, dat hoger was dan het reglementaire maximum (loonindex)".

2.22.

Naar aanleiding hiervan stellen eisers dat "zoals gevorderd" een herberekening dient plaats te vinden vanaf 2002. Zij verzoeken de kantonrechter daartoe een rekenkundige te benoemen. Naar aanleiding hiervan stelt T-Systems dat voor zover de kantonrechter mocht oordelen dat eisers in de jaren vóór 2006 te weinig aan indexaties hebben ontvangen, dit dient te worden verrekend met hetgeen zij in 2006 teveel aan indexaties hebben ontvangen.

2.23.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de hierboven weergegeven brief van Nationale-Nederlanden dat het niet onaannemelijk is dat eisers - indien de storting uit het PPD-depot buiten beschouwing wordt gelaten - minder aan indexaties hebben ontvangen dan waar zij krachtens het pensioenreglement recht op hadden.

Om te kunnen beoordelen of eisers om die reden recht hebben op schadevergoeding dient een vergelijking gemaakt te worden tussen de situatie dat indexaties zouden zijn toegekend conform het pensioenreglement en de indexaties zoals deze daadwerkelijk zijn toegekend. Uit de brief van Nationale-Nederlanden blijkt dat op dit moment de benodigde (persoons)gegevens ontbreken om een en ander na te gaan. Partijen hebben in dit verband gediscussieerd over de vraag of ook de eisers die op 1 januari 2001 nog bij T-Systems in dienst waren zijn aan te merken als gewezen deelnemers zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 Pensioenreglement. De kantonrechter vraagt zich af of de beëindiging van de pensioenverzekering bij Nationale-Nederlanden niet met zich brengt dat alle werknemers als gewezen deelnemers zouden moeten worden aangemerkt: de pensioenverzekering bij Nationale-Nederland is immers geëindigd. Hierbij is onder meer van belang hoe Nationale-Nederlanden hier tegenaan kijkt.

Indien tot herberekening van de verschuldigde indexaties zou moeten worden overgegaan beroept T-Systems zich op verrekening met hetgeen zij als extra storting uit het PPD-depot heeft gedaan. Een dergelijke verrekening is volgens eisers niet mogelijk omdat reeds een bewijs van aanspraken is verstrekt. Naar de kantonrechter begrijpt beroepen eisers zich er aldus op dat sprake is van opgewekt vertrouwen. Wie van partijen op dit punt gelijk heeft hangt naar het oordeel van de kantonrechter af van de omstandigheden van het geval, waaronder de wijze waarop deze extra storting destijds met eisers is gecommuniceerd alsmede van de inhoud van eventueel verstrekte bewijzen van aanspraken.

2.24.

Gelet op het voorgaande is het op dit moment te vroeg om een deskundige te benoemen. De kantonrechter zal partijen daarom in de gelegenheid stellen in overleg met elkaar en met Nationale-Nederlanden te treden omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop tot aanpassing van de verstrekt indexaties zou moeten worden overgegaan en/of eisers in dat verband recht hebben op schadevergoeding.

2.25.

De kantonrechter zal de zaak naar onderstaande roldatum verwijzen zodat eisers zich kunnen uitlaten over de uitkomst van het overleg. Mocht het overleg niet tot overeenstemming hebben geleid, dan dienen partijen zich uit te laten over de in het voorgaande genoemde omstandigheden. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 11 oktober 2017 te 9.30 uur voor het nemen van een akte aan de zijde van eisers;

T-Systems zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld daarop te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2017.