Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:418

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
01-02-2017
Zaaknummer
16/659985-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 26-jarige man uit Bunschoten-Spakenburg heeft zich onder invloed van alcohol schuldig gemaakt aan een zware mishandeling van zijn huisgenoot in 2016 in Bunschoten-Spakenburg. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Op basis van het dossier oordeelt de rechtbank dat de verdachte en het slachtoffer ruzie kregen. Bij de vechtpartij die vervolgens ontstond is zwaar lichamelijk letsel toegebracht aan het slachtoffer. Hij heeft in het ziekenhuis gelegen en is aan breuken in zijn gezicht geopereerd.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de strafmaat mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict. Het feit is dusdanig ernstig dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659985-16 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 januari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1990] onbekend waar,

gedetineerd in PI Flevoland, HvB Almere Binnen te Almere

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016 en 17 januari 2017. De verdachte is op beide zittingen in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. mr. G.A.E.M. van Zinnicq Bergmann, advocaat te Soest.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op laatstgenoemde zitting aangepast. De aanpassing als bedoeld in artikel 314a Sv is weliswaar pas daags voor de zitting gedaan, terwijl de rechtbank had verzocht dit eerder te doen, maar nu aan de wettelijke vereisten is voldaan en de aanpassing zeer summier is, is er geen beletsel de aanpassing toe te staan.

De aangepaste tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op of omstreeks 13 augustus 2016 te Bunschoten-Spakenburg zich schuldig heeft gemaakt aan

primair: poging tot doodslag van [slachtoffer] .

subsidiair: zware mishandeling van [slachtoffer] ,

meer-subsidiair: mishandeling van [slachtoffer] met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk, ook wat betreft de aanpassing van de tenlastelegging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het primair ten laste gelegde feit omdat zij van mening is dat niet bewezen kan worden dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer] .

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de bewijsmiddelen in het dossier.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit omdat, aldus de verdediging, ieder bewijs dat verdachte het ten laste gelegde zou hebben begaan, ontbreekt.

Er zijn geen ooggetuigen die verklaren gezien te hebben dat verdachte [slachtoffer] heeft geduwd, geslagen, gestompt en/of geschopt. Het enkele feit dat verdachte is aangetroffen in de nabijheid van [slachtoffer] bewijst niet dat verdachte op enigerlei wijze [slachtoffer] heeft mishandeld. Het kan ook zo zijn dat de verwondingen bij aangever zijn ontstaan door een val van de trap waarbij aangever tegen de radiator aan is gekomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Op 13 augustus 2016, rond 00:50 uur, werd de politie gestuurd naar het adres [adres] te [woonplaats] waar een mishandeling zou hebben plaatsgevonden.

Verbalisant [verbalisant 1] liep naar de voordeur om aan te bellen, zag dat een meisje de deur opendeed, dat zij samen met een jongen was, en hoorde dat zij zei: “Come help, come help, there was a fight”. Verbalisant zag in het gangpad een man op zijn rechterzij liggen, zag dat er bloed aan de linkerzijde van het hoofd van de man zat, hoorde dat de man gorgelde en zag verder dat er braaksel met bloed naast zijn hoofd lag. Verbalisant zag verderop in de woning een man in een T-shirt en onder het bloed staan, hoorde dat haar collega aan het meisje vroeg of dit de man was die geslagen had, en hoorde dat het meisje ‘ja’ zei. Verbalisant hoorde haar collega meerdere malen tegen de man roepen dat hij op zijn knieën moest gaan zitten, wat de man niet deed, zag dat haar collega vervolgens beide handen om de nek van de man klemde en hem zo naar de grond bracht en de man de boeien om deed. Verbalisant hoorde dat de man tegen het meisje en de jongen op een agressieve manier in het Pools riep.2

Verbalisant [verbalisant 2] trof in de woonkamer niemand aan, waarna hij naar achteren is gelopen waar hij na de keuken aan de linkerzijde een gesloten deur zag die hij probeerde te openen. Verbalisant voelde dat deze op slot zat en zag licht branden achter de deur, waarna verbalisant is teruggelopen naar de voordeur en buiten is gaan staan. Korte tijd later zag verbalisant een man vanuit de keuken aan komen lopen. De man was gekleed in een T-shirt, korte broek en sokken en had bloed op zijn handen en polsen.3

Na de aanhouding van de man, zag verbalisant dat de man ook bloed op zijn sokken had.4

De man bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [1990] , hierna: verdachte.5

Op 14 augustus 2016 heeft [slachtoffer] (hierna: aangever) aangifte gedaan van zware mishandeling. Daarbij heeft aangever verklaard dat hij via een uitzendbureau aan het werk is gegaan in Nijkerk, dat het uitzendbureau ook voor huisvesting had gezorgd, dat hij onderdak kreeg in een woning in [woonplaats] op het adres [adres] , dat in die woning nog meer Polen woonden, dat zij in totaal met zijn vijven waren, te weten een stelletje [getuige 1] en [getuige 2] , en verder [A] , verdachte en aangever.6 Aangever heeft voorts verklaard dat hij op 12 augustus 2016 iets na zessen thuis kwam, dat verdachte toen al thuis was en ontzettend boos of zenuwachtig was. Verdachte en aangever zijn boodschappen gaan doen, hebben onder meer een fles Poolse wodka en een krat bier gekocht, zijn thuisgekomen, gaan koken en zijn vervolgens gaan eten met [A] . Later kwamen [getuige 1] en [getuige 2] thuis. Nadat [A] naar boven was gegaan zijn aangever en verdachte blijven drinken, eerst bier en later wodka. Aangever kan zich herinneren dat hij klappen in zijn gezicht heeft gekregen van verdachte.7

Aangever is opgenomen in het UMC Utrecht. Uit de geneeskundige verklaring van 14 augustus 2016 blijkt dat sprake is van een gebroken oogkas links en 50% visus van het linker oog en dat onduidelijk is of de visus van het oog zal genezen.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij samen met zijn vriendin om 21:20 uur thuis kwam, dat zij op enig moment naar bed zijn gegaan, en dat hij tussen de 15 à 20 minuten lang herrie hoorde en dat de kreten waren van de man die met de ambulance was meegegaan.9 Dat hij een hoop geluid en agressiviteit hoorde, dat hij toen hun slaapkamerdeur op slot heeft gedaan, dat hij bang werd, dat hij hierna uit het raam is geklommen en aan de buurman heeft gevraagd om de politie te bellen, en dat hij in het Engels tegen de buurman heeft gezegd: “Help me, Police, Neighbour, fight, agressive”.10

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij en haar vriend [getuige 1] op 12 augustus 2016 om omstreeks 21:30 uur thuis kwamen, dat zij drie mannen in de keuken aan tafel zagen zitten, te weten [A] , aangever en verdachte, en dat zij en haar vriend samen nog één biertje hebben gedronken waarna zij naar bed zijn gegaan. Op enig moment hoorde getuige een tafel draaien en een stoel vallen, zij hoorde iemand huilen, en zij hoorde een gevecht. Om 00:12 uur probeerde getuige de politie te bellen. Zij kreeg het alarmnummer niet te pakken. Zij hoorde dat haar vriend zei dat hij naar de buren ging en zag hem uit het raam klimmen. Omstreeks 00:17 uur liep getuige de trap af tot halverwege en zag zij aangever beneden in de hal liggen, zag dat aangever op zijn rug lag en onder het bloed zat en hoorde dat aangever diep adem haalde. Getuige ging weer naar boven en was bang.11 Getuige heeft voorts verklaard dat toen zij van het gevecht hoorde, [A] al boven was, en dat verdachte, toen hij geboeid buiten lag in de Poolse taal tegen haar zei: “Ik ben boos op je, omdat je de politie hebt gebeld. We zien morgen wat ik met jullie ga doen. Ik ga jullie dood maken.” Hierdoor werd getuige nog banger.12

Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 augustus 2016 op Facebook zag dat zijn vriendin, met wie hij zou gaan trouwen en waarmee het huwelijk uiteindelijk niet is doorgegaan, een kind had, dat hij niet weet of het zijn kind is en dat hij maar naar de winkel is gegaan om wodka te kopen om dit te verwerken.13 De fles wodka hebben verdachte, aangever en [A] helemaal of bijna helemaal leeggedronken. Eerst is het stelletje naar boven gegaan en nog iets later is [A] naar boven gegaan.14

De vloerbedekking van de hal van de woning aan de [adres] te [woonplaats] was op diverse plaatsen besmeurd met bloed; op de radiator in de gang naar de keuken waren bloedsporen zichtbaar en op deze plaats waren bloed en braaksel zichtbaar. Verbalisanten zagen dat het in de keuken een behoorlijke wanorde was, en zagen dat de keukentafel en stoelen waren verschoven en omgevallen. Achter de keuken bevond zich het toilet. Op de vloer van het toilet, de wandtegels, het lichtknopje en de stortbak werden bloedvlekken aangetroffen. op de vloer van het toilet lagen diverse stukken met bloed besmeurd toiletpapier.15

De handen van verdachte zaten onder het bloed. Op de linker pink van verdachte werd een kleine ontvelling op het eerste vingerkootje gezien. Verder werden geen noemenswaardige letsels op de handen waargenomen. Op het bovenlichaam van verdachte werden geen letsels aangetroffen. Op de knieën werden enkele bloedvlekken en schaafwonden aangetroffen.16

Op 14 augustus 2016 is een forensisch onderzoek ingesteld naar het letsel van aangever. Verbalisant [verbalisant 3] heeft verklaard dat aangever in een ziekenhuisbed lag op de afdeling intensive care, dat aangever na het incident bewusteloos naar het ziekenhuis was vervoerd en daar enige tijd slapende was gehouden in verband met mogelijk een hersentrauma. Verbalisant zag dat aangever een bril hematoom (dubbele blauwe ogen) had, dat de zwelling rond de ogen zodanig was dat aangever niet normaal kon kijken, dat de rest van zijn gelaat ook gezwollen was, dat aangever een blauwe plek op/onder het jukbeen had en een schaafwond op de rechterzijde van de schedel met daarachter een streepvormige wond. Tussen de kin en mond zag verbalisant enkele blauwe plekken.17 Voorts zag verbalisant wonden respectievelijk huidbeschadigingen en blauwe plekken zitten op de linkerhand, het bovenlijf en het linker scheenbeen van aangever.18

In het NFI-rapport van 2 januari 2017 heeft forensisch arts B.F.L. Oude Grotebevelsborg geconcludeerd dat gezien de veelvormigheid van de letsels en het voorkomen van letsels op locaties die niet passen bij vallen, het aantreffen van het geheel aan letsels bij aangever veel waarschijnlijker onder een hypothese van toegebracht letsel (intentioneel) dan onder een hypothese van vallen (accidenteel) is.19

In het rapport forensisch radiologisch onderzoek van 21 november 2016 heeft radioloog P.A.M. Hofman geconcludeerd dat er een breuk is van de neuswaartse begrenzing van de linker oogkas met een verplaatsing van de oogkas inhoud neuswaarts en een breuk van de oogkasbodem met een verplaatsing van het botdeel in de kaakholte.20

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft geprobeerd om aangever van het leven te beroven. Niet bewezen kan worden dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had op de dood van aangever. Verdachte zal dan ook van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Op grond van de bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat er op enig moment nadat [getuige 2] , [getuige 1] en [A] naar boven waren gegaan, ruzie is ontstaan tussen aangever en verdachte en dat er een vechtpartij tussen beiden heeft plaatsgevonden die enige tijd heeft geduurd, waarbij verdachte opzettelijk aanzienlijk letsel aan aangever heeft toegebracht.

Het bij aangever geconstateerde en hiervoor beschreven letsel, waarvoor hij in het ziekenhuis heeft moeten verblijven en waaraan hij geopereerd is, is voldoende ernstig en ingrijpend van aard om als zwaar lichamelijk letsel te worden aangeduid conform artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij komt dat aangever op 29 november 2016 aan de politie heeft aangegeven dat iedere dag het verband op zijn hoofd verwisseld moet worden vanwege nog niet herstelde verwondingen, zijn ooglid niet meer over zijn geopereerde oog sluit, hij vaak duizelig is, zijn gezichtsvermogen minder is dan voorheen en hij nog steeds last heeft van oorsuizen.21

Dat de verwondingen bij het slachtoffer zijn ontstaan door een val van de trap tegen de radiator acht de rechtbank niet aannemelijk mede gelet op de hiervoor genoemde conclusie van de forensisch arts. Getuigen verklaren over een gevecht en de sporen in de keuken duiden daar ook op. Daarbij komt dat afstand tussen de trap en de radiator en de situering van beide voorwerpen ten opzichte van elkaar, een val in deze hoek en met deze gevolgen zeer onwaarschijnlijk maakt.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 13 augustus 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken oogkas), heeft toegebracht, door met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (krachtig) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen en/of ten val te brengen en/of krachtig met een (zwaar) voorwerp te raken.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

zware mishandeling

Noodweer-verweer

De verdediging heeft subsidiair een beroep gedaan op noodweer c.q. noodweerexces.

Naar het oordeel van de rechtbank is het op basis van het strafdossier niet aannemelijk dat sprake is geweest van een noodweersituatie. Letsel bij verdachte door het bij de hals grijpen door aangever blijkt niet uit het strafdossier. Een ogenblikkelijke aanranding waartegen verdachte zich moest verdedigen is niet aannemelijk geworden. Het verweer wordt om die reden verworpen.

Dat sprake zou zijn geweest van een black out bij verdachte is evenmin aannemelijk

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is ook overigens niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan is verzocht om verdachte geen straf op te leggen die langer is dan het ondergane voorarrest.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich, onder invloed van alcohol, schuldig gemaakt aan zware mishandeling van een huisgenoot. Verdachte heeft aangever leed toegevoegd, zo blijkt ook uit de ingediende vordering tot schadevergoeding. Bovendien heeft aangever in het ziekenhuis gelegen en is hij aan zijn breuken in zijn gezicht geopereerd, hetgeen voor aangever zonder meer zeer belastend is geweest en waarvan hij langdurig gevolgen heeft ondervonden dan wel ondervindt.

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 november 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict.

De ernst van het bewezen feit, brengt met zich dat niet kan worden afgezien van een gevangenisstraf van na te melden duur en dat niet kan worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich meebrengt.

Dit rechtvaardigt geen andere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van een gedeelte van de vordering van [slachtoffer] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De door de benadeelde partij gestelde materiële schade acht de rechtbank niet onderbouwd en komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 24c en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid van het feit

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

zware mishandeling;

Strafbaarheid van verdachte

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Benadeelde partij [slachtoffer]

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 augustus 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] , € 2000,00 aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 30 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere betalingsverplichting is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter,

mrs. P.J.M. Mol en E. Akkermans, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2017.

De griffier is verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan I. [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 13 augustus 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (krachtig) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 13 augustus 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken oogkas), heeft toegebracht, door met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (krachtig) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen en/of ten val te brengen en/of krachtig met een (zwaar) voorwerp te raken;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Meer-subsidiair

hij op of omstreeks 13 augustus 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, krachtig tegen het hoofd en/of lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen en/of ten val brengen en/of krachtig met een (zwaar) voorwerp te raken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten (een gebroken oogkas) ten gevolge heeft gehad, althans ten gevolge waarvan die [slachtoffer] pijn heeft ondervonden en/of letsel heeft bekomen.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier PL0900-2016248662 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 1 tot en met 125. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2016, pagina 7 en 8, in het bijzonder pagina 7.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2016, pagina 11-12, in het bijzonder pagina 11.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2016, pagina 11-12, in het bijzonder pagina 12.

5 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 13 augustus 2016, pagina 39-40, in het bijzonder pagina 39.

6 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 14 augustus 2016, pagina 29-31, in het bijzonder pagina 29.

7 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 14 augustus 2016, pagina 29-31, in het bijzonder pagina 30.

8 Aanvraag medische informatie d.d. 14 augustus 2016 en geneeskundige verklaring d.d. 14 augustus 2016, pagina 37 en 38.

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2016, pagina 9 en 10, in het bijzonder pagina 9.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 13 augustus 2016, pagina 22 en 23, in het bijzonder pagina 22.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 13 augustus 2016, pagina 24-27, in het bijzonder pagina 25.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 13 augustus 2016, pagina 24-27, in het bijzonder pagina 26.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 augustus 2016, pagina 48-53, in het bijzonder pagina 49 onderaan.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 augustus 2016, pagina 48-53, in het bijzonder pagina 50.

15 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 22 augustus 2016 met als bijlage een fotomap, pagina 79-96, in het bijzonder pagina 80.

16 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 22 augustus 2016 met als bijlage een fotomap, pagina 66-74, in het bijzonder pagina 67.

17 Het proces-verbaal sporenonderzoek – letselfotografie d.d. 22 augustus 2016 met als bijlage een fotomap, pagina 97-111, in het bijzonder pagina 97.

18 Het proces-verbaal sporenonderzoek – letselfotografie d.d. 22 augustus 2016 met als bijlage een fotomap, pagina 97-111, in het bijzonder pagina 98.

19 Het NFI-rapport van 2 januari 2017, met bijlage.

20 Het NFI rapport van 2 januari 2017, pagina 3.van de bijlage “Forensisch radiologisch onderzoek”.

21 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 120.