Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4105

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
18-08-2017
Zaaknummer
16/659334-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ivm een woninginbraak, een poging woninginbraak en diefstal van een auto. Gevangenisstraf van 10 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659334-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 8 augustus 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1991] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juli 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen mr. W.A.J.A. Welten, advocaat te Breda, namens verdachte naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. in de periode 29 februari 2016 tot en met 1 maart 2016 te Wijk bij Duurstede samen met anderen een woninginbraak heeft gepleegd;

2. in de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te Wijk bij Duurstede samen met anderen een auto heeft weggenomen door middel van een valse sleutel;

3. in de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te Wijk bij Duurstede samen met anderen heeft geprobeerd een woninginbraak te plegen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Op 1 maart 2016 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van een woninginbraak aan de [adres] te [woonplaats] . Aangever heeft daarbij verklaard dat hij op 29 februari 2016, omstreeks 23:00 uur, met zijn auto, een Volvo, type XC60, kenteken [kenteken] thuis is gekomen en dat hij deze auto afgesloten heeft geparkeerd op de oprit van de woning.2 Op 1 maart 2016, omstreeks 09:30 uur, ontdekte aangever dat in het kozijn van het uitzetraam in de keuken twee gaten waren geboord, en dat in de keuken en de woonkamer diverse kastdeurtjes geopend stonden. Weggenomen waren een spaarvarken met ongeveer € 300,00, een sleutelbos uit de voordeur en de autosleutels van de Volvo. Ook zag aangever dat zijn Volvo, die was voorzien van een track en trace systeem, ontvreemd was.3

Via het track en trace systeem werd vastgesteld dat de Volvo op 1 maart 2016, omstreeks 10:30 uur, op de [adres] in [woonplaats] stond. Het voertuig werd voorzien van een peilbaken.4 Op 1 maart 2016 omstreeks 20:35 werd een alarmmelding van het peilbaken ontvangen, omdat het peilbaken in beweging kwam. Na een achtervolging zagen verbalisanten dat de Volvo een industrieterrein te Druten opreed.5 De bestuurder van de Volvo, genaamd [medeverdachte] , geboren op [1986] , werd vervolgens aangehouden.6

Op 2 maart 2016 heeft [aangever 2] aangifte gedaan van een poging tot een woninginbraak aan de [adres] te [woonplaats] . Aangeefster heeft daarbij verklaard dat zij op 29 februari 2016 omstreeks 20:00 uur zag dat het raamkozijn aan de voorzijde van de woning vrij van schade was. Op 2 maart 2016 omstreeks 09:55 uur zag aangeefster ter hoogte van eerdergenoemd raamkozijn zaagsel op de vensterbank liggen. Ter hoogte van de onderste hefboom van het raam zag zij een boorgat in het kozijn.7

Op 1 maart 2016 vond een sporenonderzoek plaats in de woning aan de [adres] . Daarbij zag verbalisant dat er onder elke raamboom van het draairaam een gat van 15,5 mm was geboord en dat er zowel binnen als buiten spanen van hout lagen. Via de boorgaten zijn de raambomen bediend en kon het raam worden ontsloten.8

De boorgaten zijn met een wattenstaafje bemonsterd en een speekselmonster is veiliggesteld onder SIN AAJM2211NL.9

Op 2 maart 2016 vond een sporenonderzoek plaats in de woning aan de [adres] .10 Daarbij zag verbalisant dat er ter hoogte van het onderste raamhefboompje een gat van tussen de 15 mm en 16 mm was geboord. Rondom en in het gat is met een wattenstaafje bemonsterd op speeksel. Het monster is veiliggesteld onder SIN AAJM2210NL.11

Bij het boren van gaatjes in onder andere een raamkozijn wordt gebruik gemaakt van een boor. De boorkrullen in en om het gat worden vaak weggeblazen door de dader(s). Bij het wegblazen komt er DNA vrij van de dader(s) in en om het gat. De plek in en om het gat wordt door Forensische Opsporing Midden-Nederland bemonsterd door middel van een wattenstaafje.12

Bij het vergelijkend DNA-onderzoek zijn de DNA-profielen van onder meer [verdachte] en [medeverdachte] betrokken. Het monster met SIN AAJM2211NL en het monster met SIN AAJM2210NL bevatten een DNA-mengprofiel van [verdachte] en minimaal één onbekende persoon. Onder de aanname dat de beide bemonsteringen celmateriaal bevatten van twee personen en dat deze personen onderling niet verwant zijn, heeft het NFI de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder de volgende hypotheseparen:

Hypothese I: de bemonstering AAJM2210NL#01 bevat celmateriaal van de verdachte [verdachte] en één willekeurige onbekende persoon.

Hypothese II: de bemonstering bevat celmateriaal van twee willekeurige onbekende personen.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste één miljard keer waarschijnlijker als hypothese I waar is, dan als hypothese II waar is.13

Hypothese III: de bemonstering (de rechtbank neemt aan: AAJM2211NL#01) bevat celmateriaal van de verdachte [verdachte] en één willekeurige onbekende persoon.

Hypothese IV: de bemonstering bevat celmateriaal van twee willekeurige onbekende personen.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste één miljard keer waarschijnlijker als hypothese III waar is, dan als hypothese IV waar is.14

Op camerabeelden vanuit [adres] is te zien dat er op 1 maart 2016 om 02:59:14 uur een auto de doodlopende straat van de [adres] in komt rijden.15 Om 02:59:47 uur rijdt de auto stapvoets achteruit. Om 04:01:07 uur zijn er twee personen te zien die vanaf de oprit de straat oplopen.16 Op camerabeelden vanuit [adres] is te zien dat op 1 maart 2016 om 04:42 uur twee personen in de richting van [adres] lopen. Beide personen lopen in versnelde looppas.17

Bij de rechter-commissaris is verdachte op 3 april 2017 geconfronteerd met enkele resultaten uit het opsporingsonderzoek, waaronder het aantreffen van [medeverdachte] in de weggenomen Volvo. Daarop heeft verdachte gezegd dat hij niets te maken heeft met de dingen die zijn broer doet.18

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de woninginbraak op [adres] en aan het wegnemen van de Volvo XC60 (feiten 1 en 2).

Voorts acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot een woninginbraak aan de [adres] (feit 3).

Daarbij overweegt de rechtbank dat bij feit 1 en bij feit 3 sprake is van dezelfde modus operandi en dat in de boorgaten DNA van verdachte is aangetroffen. Voorts zijn op de camerabeelden op 1 maart 2016 twee personen te zien die in de nachtelijke uren over de [adres] lopen in de richting van [adres] en is de broer van verdachte op 1 maart 2016 aangetroffen in de van het perceel [adres] weggenomen Volvo.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde acht de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden om te kunnen vaststellen dat dit feit samen met een ander of samen met anderen is gepleegd omdat aangeefster eerst op 2 maart 2017 heeft geconstateerd dat er zaagsel op de vensterbank lag en niet is komen vast te staan wanneer precies het gat is geboord in de periode van 29 februari 2017 tot en met 2 maart 2017.

De verdediging heeft betoogd, onder verwijzing naar een tweetal arresten van het gerechtshof Leeuwarden, te weten GHLEE:2011:BP4646 en GHLEE: 2011:BQ6234, dat het aantreffen van het DNA onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen.

Naar het oordeel van de rechtbank zien genoemde arresten op andere omstandigheden, namelijk het aantreffen van een bloedspoor op de plaats delict, dan in de onderhavige zaken. Gelet op de plaats waar het speeksel van verdachte is aangetroffen, namelijk in de boorgaten en rondom het boorgat, is sprake van een daderspoor, dat wil zeggen een spoor dat door de pleger tijdens het plegen van het feit is achtergelaten. Verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn speeksel op die plaatsen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte het speekselspoor heeft achtergelaten bij het plegen van de ten laste gelegde feiten 1 en 3.

Dat, zoals de verdediging heeft betoogd, niet uit te sluiten is dat wat bemonsterd is geen speeksel maar zweet is, acht de rechtbank op grond van het dossier niet aannemelijk.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 1 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede, althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres]

heeft weggenomen een spaarvarken/spaarpot en/of contant geld, zijnde een

bedrag van ongeveer 300 euro en/of sleutels en/of (een) autosleutel(s), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede, althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto

(merk Volvo, type XC60, gekentekend [kenteken] ) in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers door gebruik

te maken van (een) gestolen autosleutel(s);

3.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres]

weg te nemen goederen en/of geld geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met zijn mededader(s), althans alleen, naar de woning aan de [adres] is gegaan en/of

een gat in het raamkozijn, ter hoogte van de raamafsluiting van die woning aan

de [adres] heeft geboord,

waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

3. poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie de onmiddellijke opheffing van de schorsing van de

voorlopige hechtenis gevorderd wegens overtreding van de voorwaarde dat hij op elke

oproep van justitie moest verschijnen en hij nu niet ter terechtzitting is verschenen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan dient te worden opgemerkt, aldus de verdediging, dat op de documentatie veel oude feiten staan en dat geen rekening mag worden gehouden met veroordelingen die nog niet onherroepelijk zijn.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan een woninginbraak en aan het wegnemen van een personenauto met de bij de inbraak buitgemaakte autosleutel. Voorts heeft verdachte geprobeerd in dezelfde straat in te breken bij een woning.

Woninginbraken zijn ernstige feiten. Zij veroorzaken niet alleen de nodige materiële en emotionele schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de slachtoffers.

Het is voor hen bijzonder beangstigend om te leven met de wetenschap dat, terwijl men zelf in de woning lag te slapen, vreemden in die woning zijn geweest en hun persoonlijke bezittingen hebben doorzocht en weggenomen. Juist in de eigen woning moet men zich veilig kunnen voelen. Het handelen van verdachte draagt dan ook bij aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank betrekt in haar oordeel over de strafmaat tevens dat verdachte zich alleen heeft laten leiden door financiële motieven en dat hij geen enkel teken geeft enig berouw van zijn daden te hebben, of daarvoor verantwoordelijkheid te willen nemen.

Gelet op het voorgaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een woninginbraak uit van een gevangenisstraf van 3 maanden, dan wel, indien sprake is van recidive of frequente recidive, 5 maanden respectievelijk 7 maanden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 16 mei 2017.

Uit die omvangrijke documentatie blijkt dat verdachte tegen veroordelingen van 17 januari 2017 en 21 september 2016 in respectievelijk appel en cassatie is gegaan. Het gaat daarbij om vermogensdelicten, waaronder een woninginbraak. Bij onherroepelijk vonnis van 23 december 2013 is verdachte door een meervoudige strafkamer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden onder meer vanwege vermogensdelicten en een brandstichting en bij onherroepelijk arrest van het hof van 8 november 2012 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaren voor een straatroof.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf er rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde op 17 januari 2017 is veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 10 maanden passend en geboden is.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie.

Bij separate beslissing heeft de rechtbank op 25 juli 2017 de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van 25 juli 2017 bevolen.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Akkermans, voorzitter, mrs. A.C. van den Boogaard en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2017.

Mr. E. Akkermans is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 1 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede, althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning aan de [adres]

heeft weggenomen een spaarvarken/spaarpot en/of contant geld, zijnde een

bedrag van ongeveer 300 euro en/of sleutels en/of (een) autosleutel(s), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede, althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto

(merk Volvo, type XC60, gekentekend [kenteken] ) in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers door gebruik

te maken van (een) gestolen autosleutel(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode 29 februari 2016 tot en met 2 maart 2016 te

Wijk bij Duurstede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres]

weg te nemen goederen en/of geld geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met zijn mededader(s), althans alleen, naar de woning aan de [adres] is gegaan en/of

een gat in het raamkozijn, ter hoogte van de raamafsluiting van die woning aan

de [adres] heeft geboord,

waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genaamd Dossier VGL Onderzoek [onderzoeksnaam] , opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 218. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van 1 maart 2016, pagina 9-17, in het bijzonder pagina 9.

3 Het proces-verbaal van aangifte van 1 maart 2016, pagina 9-17, in het bijzonder pagina 10.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2016, pagina 19-20, in het bijzonder pagina 19.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 maart 2016, pagina 100-105, in het bijzonder pagina 100.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 maart 2016, pagina 100-105, in het bijzonder pagina 102.

7 Het proces-verbaal van aangifte van 2 maart 2016, pagina 28-33, in het bijzonder pagina 28.

8 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 5 maart 2016, pagina 22-23, in het bijzonder pagina 22.

9 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 5 maart 2016, pagina 22-23, in het bijzonder pagina 23.

10 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 2 maart 2016, pagina 35-36, in het bijzonder pagina 35.

11 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 2 maart 2016, pagina 35-36, in het bijzonder pagina 36.

12 Het aanvullend proces-verbaal sporenonderzoek van 2 april 2017, pagina 218.

13 NFI-rapport van 23 augustus 2016, pagina 37-40, in het bijzonder pagina 38.

14 NFI-rapport van 23 augustus 2016, pagina 37-40, in het bijzonder pagina 39.

15 Het proces-verbaal camerabeelden, pagina 70-92, in het bijzonder pagina 70.

16 Het proces-verbaal camerabeelden, pagina 70-92, in het bijzonder pagina 71.

17 Het proces-verbaal camerabeelden, pagina 70-92, in het bijzonder pagina 73.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte door de rechter-commissaris op 3 april 2017.