Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:3885

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
31-07-2017
Zaaknummer
16.063379.16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor drie maanden voor oplichting, meermalen gepleegd, valsheid in geschrifte en poging tot oplichting, meermalen gepleegd. Vordering benadeelde partij niet betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.063379.16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 februari 2017.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres 6] , te ( [postcode] ) [woonplaats] .

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2016 en 7 februari 2017, waarbij de verdachte niet is verschenen. Ter terechtzitting is verschenen mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, die heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om deze ter terechtzitting te verdedigen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie mr. drs. M. Lousberg en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015

te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam stichting] heeft bewogen

tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag (ter grootte van

20.229,19 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid (zogenoemde) verzoeken tot uitbetalingen onder een

andere naam dan zijn eigen naam opgesteld en/of geaccordeerd;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

Hilversum, althans in Nederland, opzettelijk een geldbedrag (ter grootte van

20.229,19 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

toebehoorde aan [naam stichting] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke

dienstbetrekking van/als medewerker debiteuren afdeling, in elk geval anders

dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,

immers, de verdachte heeft bewerkstelligd dat (een/meerdere) geldbedrag(en) van woningcorporatie [naam stichting] valselijk op een bankrekening zijn gestort welke niet toebehoorde aan een klant van woningcorporatie [naam stichting] , en welk(e) bedrag(en) niet toebehoorde(n) aan die rekeninghouder;

3.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

Hilversum, althans in Nederland, geschriften, die bestemd waren om tot bewijs

van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door

een of meerdere (zogenoemde) verzoeken tot uitbetaling onder een andere naam

dan zijn eigen naam op te stellen en/of te accorderen met het oogmerk om deze

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

Hilversum, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd

waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meerdere

(zogenoemde) verzoeken tot uitbetaling heeft afgeleverd en/of voorhanden

heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die

geschriften bestemd waren om gebruik van te maken als waren deze echt en

onvervalst;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

Hilversum, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of

door een samenweefsel van verdichtsels, [naam stichting] te bewegen tot de

afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag (ter grootte van 20.615,36

euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven

- opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd

met de waarheid één of meerdere e-mailberichten verzonden bevattende een vals

(zogenoemd) verzoek tot uitbetaling onder een andere naam dan zijn eigen naam

opgesteld en/of geaccordeerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 primair en onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd – kort en zakelijk weergegeven – dat op basis van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld wie feitelijk de gegevens in het computersysteem van [naam stichting] heeft veranderd. Direct bewijs dat het verdachte was, ontbreekt. Direct bewijs dat de toegangspassen en accountgegevens waarnaar [naam adviesbureau] ( [naam adviesbureau] ) in haar rapport verwijst, werden gebruikt door verdachte ontbreekt eveneens. Het rapport van [naam adviesbureau] is bovendien onvoldoende betrouwbaar omdat het geen politieonderzoek betreft, het onderzoek zich niet heeft gericht tot alle personen die potentieel betrokken zijn geweest bij de oplichting en niet duidelijk is wat de bron is van bepaalde als feiten gepresenteerde gegevens zoals inloggegevens, pasgebruik en werkroosters.

Het oordeel van de rechtbank 1

Ten aanzien van het onder 1 en 4 ten laste gelegde

Bewijsmiddelen

[A] heeft namens [naam stichting] verklaard dat verdachte in januari 2015 via een uitzendbureau op de afdeling debiteuren bij [naam stichting] is komen werken. Op een gegeven moment viel het op dat er veel ‘terugwerkende kracht mutaties’ gedaan werden. Het totaalbedrag dat is verduisterd is € 20.229,19. Een volgend bedrag van € 20.615,36 stond klaar om overgemaakt te worden. Dit kon worden tegengehouden.2

In het door [naam adviesbureau] in opdracht van [naam stichting] opgestelde rapport is onder meer als volgt gerapporteerd.

Naast het verwerken van binnenkomende gelden (huurontvangsten) voeren de medewerkers van de afdeling debiteuren verzoeken/opdrachten van de regiokantoren uit. Deze verzoeken/opdrachten komen binnen bij de afdeling debiteuren in de e-mailbox ‘SSC debiteurenadministratie’. Het printen en sorteren van deze mails voor afhandeling gebeurde ten tijde van het onderzoek meestal door mevrouw [B] . Nadat de e-mails waren uitgeprint werden zij in het mapje ‘afgehandeld’ opgeslagen.3

Medewerkers van de afdeling debiteuren verzorgen de uitbetalingen aan huurders. Een uitbetaling kan onder andere betrekking hebben op:
- verhuiskostenvergoeding: op basis van een formulier ‘verzoek tot uitbetaling’(verhuiskostenvergoeding) dat door de regiokantoren wordt ondertekend en aan de afdeling debiteuren wordt gestuurd, wordt een creditfactuur aangemaakt.

- voorstand: op basis van een formulier ‘verzoek tot uitbetaling’ (voorstand) dat door de regiokantoren wordt ondertekend en aan de afdeling debiteuren wordt gestuurd, wordt een voorstand uitbetaald aan de betreffende huurder.4

De transacties die hebben geresulteerd in het verwerken van betalingen aan voor [naam stichting] tot op heden onbekende bankrekeningnummers kunnen als volgt worden samengevat:5

Transactie [adres 1]

Met betrekking tot het adres [adres 1] is op 31 maart 2015 een aantal ‘ongebruikelijke’ handelingen in Tobias AX gedaan door gebruiker ‘ [C] ’ ( [C] ). Toegangspas [nummeraanduiding] ( [C] ) is op 31 maart 2015 niet gebruikt. Volgens het werkrooster was [C] op dinsdag 31 maart 2015 (en die hele week) vrij. Desgevraagd bevestigt [C] dat zij deze week vrij was. Toegangspas [nummeraanduiding] ( [verdachte] ) is op 31 maart 2015 voor het eerst gebruikt om 07:09:36 uur. Volgens het werkrooster werkte [verdachte] die dag van 9:00 tot 17:30 uur. Volgens de Citrix logingegevens logt gebruiker ‘ [verdachte] ’ om 07:56:14 uur in op werkstation [werkstation] . Volgens de Citrix logingegevens is op hetzelfde werkstation van 07:11:52 tot 07:55:53 uur ingelogd door gebruiker ‘ [C] ’. Later die dag is op hetzelfde werkstation tegelijk ingelogd door gebruiker ‘ [C] ’ en ‘ [verdachte] ’. In Tobias AX zijn op 31 maart 2015 de volgende handelingen verricht door gebruiker ‘ [C] ’:

  • -

    om 7:18:53 uur, aanmaken nieuwe huurder, naam: [F] ;

  • -

    om 7:18:55 uur, aanmaken nieuw bankrekeningnummer: [rekeningnummer] ;

  • -

    om 15:18:49 uur, aanmaken creditfactuur voor verhuiskostenvergoeding voor een bedrag van € 5.799,-;

  • -

    om 15:24:40 uur, aanmaken correctie met als transactietekst ‘Overboeking bij [F] ’ voor een bedrag van € 2.830,19.6

In de homedirectory van [C] (‘ [C] /Downloads’) wordt een pdf-bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 25 maart 2015 van [D] aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] ’ met het verzoek zo snel mogelijk de aangehechte betaling te verwerken. Het pdf-document is aangemaakt op 1 april 2015 om 6:56:34 uur. Tevens wordt een Excelbestand aangetroffen betreffende een ‘verzoek tot uitbetaling’ genaamd ‘uitbetalings.xls’, gemaakt op 1 april 2015 om 6:56:30 uur.7 Op dit ‘verzoek tot uitbetaling’ staat als opdrachtgever vermeld ‘ [D] ’, voorzien van een paraaf. Voor akkoord is getekend met de naam en een paraaf van [E] .8 [D] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] dit bericht nimmer te hebben verstuurd.9 [E] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] nimmer een verzoek van [D] te hebben geaccordeerd.10

Op 1 april 2015 zijn de bedragen van € 5.799,- en € 2.830,19 klaargezet voor uitbetaling aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [F] .11 [C] was op 1 april 2015 volgens het werkrooster vrij. Volgens de toegangsregistratie was [verdachte] op 1 april 2015 aanwezig vanaf 6:43 uur.12

Transactie [adres 2]

Met betrekking tot het adres [adres 2] is op 7 april 2015 een aantal ‘ongebruikelijke’ handelingen in Tobias AX gedaan door gebruiker ‘ [C] ’. Volgens het werkrooster heeft [C] gewerkt van 9:00 tot 14:45 uur, wat zij desgevraagd heeft bevestigt. Toegangspas [nummeraanduiding] ( [verdachte] ) is op 7 april 2015 voor het eerst gebruikt om 07:39:05 uur. Volgens het werkrooster werkte [verdachte] die dag van 7:00 tot 15:30 uur. Volgens de Citrix logingegevens was gebruiker ‘ [verdachte] ’ van 7:43:24 tot 8:09:06 uur ingelogd op werkstation [werkstation] . Volgens Citrix heeft gebruiker ‘ [verdachte] ’ vervolgens van 8:11:28 tot 15:45:40 uur ingelogd op werkstation [werkstation] . Gebruiker ‘ [C] ’ was ingelogd op werkstation [werkstation] (de vaste werkplek van [C] ) van 10:01:41 tot 14:46:42 uur. Volgens Citrix was gebruiker ‘ [C] ’ vervolgens van 15:46:00 tot 19:17:57 ingelogd op werkstation [werkstation] . [C] werkte die dag volgens het werkrooster van 09:00 tot 14:45 uur en heeft desgevraagd bevestigd die dag inderdaad tot 14:45 uur te hebben gewerkt. 20 seconden nadat gebruiker ‘ [verdachte] ’ heeft uitgelogd op hetzelfde werkstation, wordt ingelogd door gebruiker ‘ [C] ’ (die op het betreffende tijdstip van 15:46:00 volgens het werkrooster al naar huis was).

In Tobias AX zijn op 7 april 2015 de volgende handelingen verricht door gebruiker ‘ [C] ’:

  • -

    om 15:51:34 uur, aanmaken nieuwe huurder, naam: [F] ;

  • -

    om 15:51:39 uur, aanmaken nieuw bankrekeningnummer: [rekeningnummer] ;

  • -

    beëindigen contractnummer [contractnummer] en aanmaken contractnummer [contractnummer] .13

In de homedirectory van [C] (‘ [C] /Downloads’) wordt een pdf-bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 1 april 2015 van [G] aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] , [voornaam van B] ’ met het verzoek de bijlage te verwerken. Het pdf-document is aangemaakt op 8 april 2015 om 7:23:18 uur. Tevens wordt een Excelbestand aangetroffen betreffende een ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 5.800,- genaamd ‘ […] ’, gemaakt op 8 april 2015 om 7:21:59 uur.14 Het bedrag van € 5.800,- is op 8 april 2015 klaargezet voor uitbetaling aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [F] .15 [C] geeft aan (in verband met schooltijden) om 9:00 uur te beginnen. Volgens de toegangsregistratie was de heer [verdachte] op 8 april 2015 aanwezig vanaf 7:17 uur.16 Op het ‘verzoek tot uitbetaling’ staat als opdrachtgever vermeld ‘ [G] ’, voorzien van een paraaf. Voor akkoord is getekend met de naam en een paraaf van [H] .17 [H] verklaart in een e-mailbericht aan [naam adviesbureau] , mede namens [G] , dat dit document niet door hun afdeling of door henzelf is opgesteld en geaccordeerd.18

Transactie [adres 3]

Met betrekking tot adres [adres 3] is op 14 april 2015 een aantal ‘ongebruikelijke’ handelingen in Tobias AX gedaan door gebruiker ‘ [C] ’. [C] werkte volgens het werkrooster op 14 april 2015 van 9:00 tot 14:45 uur en bevestigt dit ook. Gebruiker ‘ [C] ’ was ingelogd op werkstation [werkstation] van 09:24:19 tot 14:44:33 uur. Gebruiker ‘ [verdachte] ’ was op 14 april 2015 op werkstation [werkstation] ingelogd van 07:35:40 uur tot 18:45:09 uur. Op hetzelfde werkstation is van 15:39:17 tot 16:12:07 uur ook ingelogd door gebruiker ‘ [C] ’.

In Tobias AX zijn op 14 april 2015 de volgende handelingen verricht door gebruiker ‘ [C] ’:

  • -

    15:45:17 uur, aanmaken nieuwe huurder, naam: [F] ;

  • -

    15:45:21 uur, aanmaken nieuw bankrekeningnummer: [rekeningnummer] ;

  • -

    beëindigen contractnummer [contractnummer] en aanmaken contractnummer [contractnummer] .19

In de homedirectory van [verdachte] (‘ [verdachte] /Downloads’) wordt een pdf-bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 8 april 2015 aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] , [voornaam van B] ’ met het verzoek ‘volledige vergoeding verwerken’. Het pdf-document is aangemaakt op 15 april 2015 om 9:21:33 uur. Tevens wordt een Excelbestand aangetroffen betreffende een ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 5.800,- genaamd ‘ […] ’, gemaakt op 15 april 2015 om 9:21:30 uur.20 Het bedrag van € 5.800,- is op 15 april 2015 klaargezet voor uitbetaling aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [F] .21 Op het ‘verzoek tot uitbetaling’ staat als opdrachtgever vermeld ‘ [D] ’, voorzien van een paraaf. Voor akkoord is getekend met de naam en een paraaf van [E] .22 [D] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] dit bericht nimmer te hebben verstuurd.23 [E] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] nimmer een verzoek van [D] te hebben geaccordeerd.24

Transactie [adres 4]

Met betrekking tot het adres [adres 4] is op 13 mei 2015 een aantal ‘ongebruikelijke’ handelingen in Tobias AX gedaan door gebruiker ‘ [B] ’. Toegangspas [nummeraanduiding] (van [verdachte] ) is op 13 mei 2015 voor het eerst gebruikt om 6:45:35 uur. Van 6:47:42 uur tot 7:13:06 uur is gebruiker ‘ [B] ’ ingelogd op werkstation [werkstation] . Gebruiker ‘ [verdachte] ’ is van 7:15 tot 12:46 ingelogd op werkstation [werkstation] . Gebruiker ‘ [B] ’ is vervolgens ingelogd op werkstation [werkstation] van 7:57:40 tot 12:18:09 uur.25 Geconfronteerd met deze gegevens laat [B] weten dat dit niet kan; ‘dan zit ik nog in de trein’. In het rapport wordt geconstateerd dat op het moment van inloggen door gebruiker ‘ [B] ’ (6:47:42 uur), [verdachte] (uitgaande van de toegangsregistratie), de enige persoon buiten de beveiliging is die aanwezig is in het pand.26

In Tobias AX zijn op 13 mei 2015 de volgende handelingen verricht door gebruiker ‘ [B] ’:

  • -

    07:01:37 uur, wijzigen naam huurder, naam: [I] ;

  • -

    07:03:44 uur, aanmaken nieuw bankrekeningnummer [rekeningnummer] ;

  • -

    07:00:26 aanmaken correctie met als transactietekst ‘correctie herstel afschrift/ontvangst’ voor een bedrag van € 4.815,36.27

In de homedirectory van [B] (‘ [B] /Downloads’)wordt een pdf-bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 13 mei 2015 aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] , [voornaam van B] ’ met het verzoek ‘dit verzoek’ te verwerken. Het pdf-document is aangemaakt op 13 mei 2015 om 6:51:23 uur. Tevens wordt een .pdf bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 13 mei 2015 aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] , [voornaam van B] ’, met het verzoek ‘graag volledige vergoeding verwerken’. Het pdf-document is aangemaakt op 13 mei 2015 om 06:50:04 uur. Ook wordt een Excelbestand aangetroffen betreffende een ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 4.815,36 genaamd ‘ […] ’, gemaakt op 13 mei 2015 om 6:50:25 uur en een Excel bestand betreffende een ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 6.900,- genaamd ‘ […] ’, gemaakt op 13 mei 2015 om 6:51:36 uur.28 In het rapport wordt opgemerkt dat [B] heeft opgemerkt dat zij altijd om 08:00 uur begint terwijl volgens de toegangsregistratie de [verdachte] op 13 mei 2015 aanwezig was vanaf 6:45 uur. Het bedrag van € 4.815,36 is op 18 mei 2015 klaargezet voor uitbetaling aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [I] en het bedrag van € 6.900,- op 19 mei 2015.29 Op het ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 4.815,38 staat [G] als opdrachtgever vermeld, voorzien van een handtekening. Voor akkoord is getekend met de naam [H] , voorzien van een paraaf. [H] verklaart in een e-mailbericht, mede namens [G] , dat dit document niet door hun afdeling of door henzelf is opgesteld en geaccordeerd.30

Op het ‘verzoek tot uitbetaling’ ad € 6.900,00 staat [D] als opdrachtgever vermeld, voorzien van een handtekening. Voor akkoord is getekend met de naam en paraaf van [E] . [D] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] dit bericht nimmer te hebben verstuurd.31 [E] verklaart in een mailbericht aan [naam adviesbureau] nimmer een verzoek van [D] te hebben geaccordeerd. 32

Transactie [adres 5]
Met betrekking tot het adres [adres 5] is op 20 mei 2015 een aantal ‘ongebruikelijke’ handelingen in Tobias AX gedaan door gebruiker ‘ [B] ’. Toegangspas [nummeraanduiding] (van [verdachte] ) is op 20 mei 2015 voor het eerst gebruikt om 7:07:31 uur. Toegangspas [nummeraanduiding] ( [B] ) is op 20 mei 2015 voor het eerst gebruikt om 7:56:15 uur. Gebruiker ‘ [B] ’ was ingelogd van 7:10:25 tot 8:00:28/8:00:35 uur op werkstation [werkstation] . Gebruiker ‘ [B] ’ was tevens ingelogd van 8:00:07 tot 12:16:48 uur op werkstation [werkstation] . Gebruiker ‘ [verdachte] ’ was ingelogd op werkstation [werkstation] van 7:24:01 tot 13:06:20 uur. Geconfronteerd met deze gegevens laat [B] weten dat dit niet kan (7:10 uur); ‘dan zit zij nog in de trein’.33

In Tobias AX zijn op 20 mei 2015 de volgende handelingen verricht door gebruiker ‘ [B] ’:

  • -

    07:16:14 uur, wijzigen naam huurder, naam: [I] ;

  • -

    07:17:12 uur, aanmaken nieuw bankrekeningnummer [rekeningnummer] ;34

In de homedirectory van [B] (‘ [B] /Downloads’) wordt een pdf-bestand aangetroffen ( […] ) van een e-mailbericht d.d. 19 mei 2015 aan SSC debiteurenadministratie, uitgeprint door ‘ [B] , [voornaam van B] ’, met het verzoek ‘Svp vergoeding overmaken tnv bovenstaand adres/huurster.’ Het pdf-document is aangemaakt op 20 mei 2015 om 7:11:27 uur. Tevens is een Excelbestand ‘verzoek tot uitbetaling’ voor een bedrag van € 8.900,- met de naam ‘ […] ’, gemaakt op 20 mei 2015 om 7:11:40 uur, aangetroffen. Volgens de toegangsregistratie was de heer [verdachte] op 20 mei 2015 aanwezig vanaf 7:07 uur.35 Op dit verzoek tot uitbetaling staat als opdrachtgever [J] vermeld, voorzien van een handtekening. Met dezelfde naam en handtekening is voor akkoord getekend.36 [J] verklaart in een e-mailbericht aan [naam adviesbureau] dit opdrachtformulier nimmer te hebben opgesteld en te hebben geaccordeerd.37

Naast voormelde bevindingen zoals gerapporteerd door [naam adviesbureau] in haar rapport, is uit onderzoek door de politie het volgende gebleken.

Ontvangst gelden

Rekeningnummer [rekeningnummer] behoort toe aan [F] .38 Op 7 april zijn op dit rekeningnummer bedragen van € 2.830,19 en € 5.799,- ontvangen van [naam stichting] . Op 10 april 2015 en 17 april 2015 zijn op dit bankrekeningnummer bedragen van € 5.800,- ontvangen van [naam stichting] . Op 25 april 2015 is een bedrag van € 8.977,20 van dit rekeningnummer overgemaakt naar [naam Z] .com. Op 25 april is een bedrag van € 9.933,- overgemaakt naar [naam X] .nl. Op 26 april 2015 is een bedrag van € 1.100,- gepind op de [adres 11] te [woonplaats] .39

Bij [naam Y] .com is 2 keer een 100 gram goudbaar en 1 keer een 50 gram goudbaar besteld. Als factuuradres werd opgegeven: [F] , [adres 8] , [postcode] , [woonplaats] . Als verzendadres werd opgegeven: [getuige] , [adres 9] , [postcode] , [woonplaats] . De bestelling is op 2 mei 2015 afgeleverd op de [adres 9] te [woonplaats] . De ontvanger heeft getekend met de naam ‘ [voornaam van verdachte] ’.40

Bij [naam X] .nl is 1 keer een 250 gram goudbaar en 1 keer een troy ounce goudbaar besteld. De bestelling is verkocht aan [F] , [straatnaam] [postcode] , [woonplaats] . De bestelling is verzonden naar [getuige] , [adres 9] , [postcode] , [woonplaats] .

Op 14 september 2015 is verdachte door verbalisant [verbalisant] herkend op de [adres 7] te [woonplaats] toen deze verbalisant daar langs ging teneinde te spreken met de heer [getuige] . Verdachte kwam aan de deur en stelde zichzelf voor als ‘ [voornaam van verdachte] ’.41

Getuige [getuige] heeft verklaard gedurende drie maanden op de [adres 7] in [woonplaats] te hebben gewoond. Getuige [getuige] verklaart: Er woonde tegenover mij nog een man, dat was een man uit Marokko. Hij vroeg mij op een gegeven moment om mijn gegevens. Hij zei daarbij dat er een pakketje verstuurd werd, maar dat hij mijn gegevens nodig had voor het geval hij niet thuis was. Hij zei dat er drie pakketjes bezorgd zouden worden. Maar ik heb uiteindelijk maar één pakketje voor hem in ontvangst genomen en dit aan hem gegeven. Dus nogmaals, hij wilde mijn gegevens gebruiken voor het geval hij er niet was, maar feitelijk was hij wel altijd thuis. Dat vond ik raar. Hij zei mij dat ik voor het in ontvangst nemen van het pakketje € 20,- zou krijgen, ik moest dan ook op het pakketje wachten. Maar die jongen was zelf ook gewoon thuis.
Verder heeft getuige [getuige] verklaard: ‘Ja hij heet [voornaam van verdachte] .’ Getuige [getuige] herkent verdachte van een foto en bevestigt dat dat de man is voor wie hij pakketjes moest aannemen.42

Bewijsoverweging

De verdediging heeft aangevoerd dat het [naam adviesbureau] -rapport (de bijlage bij de aangifte) onbetrouwbaar zou zijn en slechts beperkte bewijskracht heeft. De rechtbank overweegt daarover als volgt. Het rapport betreft een ‘ander schriftelijk bescheid’ in de zin van artikel 344 lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafvordering en kan daarom alleen als bewijs gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Het rapport geeft een uitvoerig en gedetailleerd overzicht van de werkwijze en werkzaamheden van de medewerkers van de afdeling debiteuren. In het rapport zijn verschillende gegevens zoals inloggegevens, toegangsregistraties, werkroosters en verklaringen van medewerkers nauwkeurig geanalyseerd en naast elkaar gelegd en betrokkenen zijn daarover gehoord. De aan de analyse ten grondslag liggende gegevens zijn steeds als bijlage aan het rapport toegevoegd. Uit de analyse komt een duidelijk en eenduidig beeld naar voren. De bevindingen uit het rapport vinden steun in het door de politie verrichtte onderzoek zoals opgenomen in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen. Het rapport leent zich daarom niet alleen voor gebruik tot bewijs, maar de rechtbank acht het gelet hierop ook betrouwbaar.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de periode dat verdachte als uitzendkracht in dienst was bij [naam stichting] , met de accounts van twee collega’s van de debiteurenafdeling ( [C] en [B] ) en zonder hun medeweten wijzigingen zijn doorgevoerd in het administratiesysteem Tobias AX, dat bij drie adressen uit dit administratiesysteem de tenaamstelling is gewijzigd in [F] en het geregistreerde bankrekeningnummer is gewijzigd in het aan die [F] toebehorende bankrekeningnummer en dat bij twee adressen de tenaamstelling en het bankrekeningnummer is gewijzigd in die van ene [I] . Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat valse verzoeken/opdrachten van de regiokantoren, te weten nagemaakte e-mails en “verzoeken tot uitbetaling” van deze regiokantoren, zijn gebruikt om gelden (in totaal € 20.229,19) over te laten maken naar het bankrekeningnummer van voornoemde [F] en dat is gepoogd op eenzelfde wijze gelden (in totaal € 20.615,36) over te laten maken naar het bankrekeningnummer van [I] . Vervolgens werden de wijzigingen in het administratiesysteem weer teruggedraaid met het doel de overboekingen/ overboekingsopdrachten en wijzigingen te verhullen. Het totaalbedrag van

€ 20.229,19 is ontvangen op het bankrekeningnummer van [F] . Vanaf dit bankrekeningnummer is vervolgens online goud gekocht en geld gepind voor een totaalbedrag van € 20.010,20. Het goud werd vervolgens geleverd op een adres in [woonplaats] , waarna het bij verdachte terecht kwam.

Deze feiten en omstandigheden schreeuwen om een verklaring van verdachte, welke hij niet heeft gegeven; verdachte heeft niet gereageerd op het conceptrapport van [naam adviesbureau] en heeft zich bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen. Gelet op de frauduleuze handelingen die via de accounts van [C] en [B] werden verricht, de tijdstippen en wijze waarop de accounts van verdachte, [C] en [B] afwisselend op de verschillende werkstations werden gebruikt, in combinatie met de toegangsregistratiegegevens, de werkroosters en de verklaringen van [C] en [B] , alsook de omstandigheid dat het door [naam stichting] overgeboekte geld is omgezet in goud waarvan verdachte de uiteindelijke ontvanger is geweest, acht de rechtbank - een en ander in onderling verband en samenhang bezien - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij [naam stichting] verrichte frauduleuze handelingen heeft verricht.

Weliswaar is voor het onder feit 4 tenlastegelegde niet komen vast te staan dat de over te boeken bedragen zouden worden omgezet in goud dat voor verdachte was bestemd – [naam stichting] heeft immers kunnen voorkomen dat het geld daadwerkelijk werd overgemaakt –, maar de rechtbank is van oordeel dat bij het onder feit 1 en 4 tenlastegelegde sprake is van een dusdanig hoge mate van overeenstemming in de wijze waarop [naam stichting] werd bewogen tot afgifte van het geld, respectievelijk de poging daartoe, dat sprake is van een soortgelijke modus operandi. Volgens vaste jurisprudentie mag, indien uit het geheel van het bewijsmateriaal ter zake van een reeks van delicten een herkenbaar en gelijksoortig (gedrags)patroon kan worden vastgesteld, gebruik worden gemaakt van zogenaamd schakelbewijs: bewijsmiddelen die op zichzelf beschouwd redengevend zijn voor het bewijs van uitsluitend een bepaald strafbaar feit, kunnen bij deze stand van zaken ook de bewezenverklaring van andere strafbare feiten, en met name de betrokkenheid van verdachte daarbij, - bijkomend - ondersteunen. De rechtbank zal de bewijsmiddelen ten aanzien van het bewezenverklaarde feit onder 1, waaruit volgt dat het geld van [naam stichting] werd omgezet in goud en uiteindelijk bij verdachte terecht kwam, gebruiken als steunbewijs voor het onder 4 ten laste gelegde feit.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen [naam stichting] meermalen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal € 20.229,19) en heeft gepoogd [naam stichting] te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal € 20.615,36).

Op basis van het dossier is niet aannemelijk geworden dat verdachte de onder 1 en 4 tenlastegelegde feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft begaan zodat verdachte van dit gedeelte van het onder 1 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken zal worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat verdachte als medewerker debiteuren het geld niet onder zich had in de zin van artikel 321 of 322 van het Wetboek van Strafrecht. Van een toevertrouwen of rechtsverhouding waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat de verdachte het geld onder zich had, was eveneens geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de gelden onder zich heeft gekregen door de oplichting. Verdachte heeft het geld dus uit eigen misdrijf verkregen zodat een veroordeling ter zake van verduistering is uitgesloten.

Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat de hierna te noemen geschriften vals zijn:

- het emailbericht van 25 maart 2015, met als onderwerp ‘uitbetaling verhuisvergoeding project […] voor dhr. [F] ’, opgenomen op pagina 49 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 50 van het proces-verbaal;

- het emailbericht van 1 april 2015 met als onderwerp ‘Verhuiskostenvergoeding [adres 2] ’, opgenomen op pagina 51 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 52 van het proces-verbaal;

- het emailbericht van 8 april 2015 met als onderwerp ‘uitbetaling verhuisvergoeding [adres 3] ’, opgenomen op 53 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 54 van het proces-verbaal;

- het emailbericht van 13 mei 2015 (tijdstip: 09:43 uur) met als onderwerp ‘Uitbetaling voorstand’, opgenomen op 55 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 56 van het proces-verbaal;

- het emailbericht van 13 mei 2015 (tijdstip: 09:21 uur) met als onderwerp ‘uitbetaling verhuisvergoeding’, opgenomen op 57 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 58 van het proces-verbaal;

- het emailbericht van 19 mei 2015 met als onderwerp ‘Vergoeding [adres 5] ’, opgenomen op 59 van het proces-verbaal en het bijhorende ‘Verzoek tot uitbetaling’, opgenomen op pagina 60 van het proces-verbaal.

De rechtbank baseert het oordeel dat deze geschriften vals zijn op het volgende.

De voornoemde e-mailberichten zijn als .pdf bestand opgemaakt met het programma Nitro Pro 8.43 Nitro Pro 8 wordt door [naam stichting] niet gebruikt. Ook zijn deze emailberichten niet aangetroffen in de e-mailbox ‘SSC Debiteurenadministratie’ in de map ‘afgehandeld’, wat wel de gebruikelijke werkwijze is.44

Alle medewerkers van de afdeling debiteuren die voornoemde geschriften zouden hebben opgesteld en ook de managers basisregistratie die voornoemde geschriften zouden hebben geaccordeerd, geven te kennen dat zij deze niet hebben opgesteld of geaccordeerd.

Voorts zou het hiervoor onder het eerste gedachtestreepje genoemde geschrift zijn geprint door [B] .45 De schrijfwijze van deze naam is onjuist. De medewerker die met deze werkzaamheden is belast, is immers ‘ [B] ’ genaamd, zo volgt uit de aangifte.

Hoewel uit de bewijsmiddelen dus volgt dat voornoemde geschriften vals zijn, is naar het oordeel van de rechtbank gelet op de inhoud van het dossier niet komen vast te staan dat verdachte degene is die deze geschriften valselijk heeft opgemaakt, zodat verdachte van het onder 3 primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde

Dat verdachte de hiervoor genoemde valselijk opgemaakte geschriften heeft afgeleverd en heeft voorhanden gehad volgt uit hetgeen hiervoor ten aanzien van het onder 1 en 4 ten laste gelegde is overwogen. Dit, tezamen met de geraffineerde wijze waarop verdachte deze geschriften heeft gebruikt om [naam stichting] te bewegen tot het overboeken van sommen geld, brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze geschriften bestemd waren voor het gebruik als ware deze echt.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015

te [vestigingsplaats] , althans in Nederland , tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en /of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels , [naam stichting] heeft bewogen

tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag (ter grootte van

20.229,19 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en /of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid (zogenoemde) verzoeken tot uitbetalingen onder een

andere naam dan zijn eigen naam opgesteld en /of geaccordeerd;

3.

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

[vestigingsplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd

waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meerdere

(zogenoemde) verzoeken tot uitbetaling heeft afgeleverd en /of voorhanden

heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die

geschriften bestemd waren om gebruik van te maken als waren deze echt en

onvervalst ;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2015 te

[vestigingsplaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en /of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of

door een samenweefsel van verdichtsels , [naam stichting] te bewegen tot de

afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag (ter grootte van 20.615,36

euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven

- opzettelijk valselijk en /of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd

met de waarheid één of meerdere e-mailberichten verzonden bevattende een vals

(zogenoemd) verzoek tot uitbetaling onder een andere naam dan zijn eigen naam

opgesteld en /of geaccordeerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene onder 1, onder 3 subsidiair en onder 4 levert op:

De voortgezette handeling van:

oplichting, meermalen gepleegd;

opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt, meermalen gepleegd;

en

poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van een op te leggen straf.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan oplichting door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen. Verdachte heeft hiermee zijn werkgever weten te bewegen tot uitbetaling van een bedrag van in totaal € 20.229,19. Daarnaast heeft verdachte gepoogd zijn werkgever te bewegen tot uitbetaling van een bedrag van in totaal € 20.615,35. Verdachte heeft in ernstige mate misbreuk gemaakt van zijn positie en het in hem gestelde vertrouwen. Door verdachtes handelen is bovendien getwijfeld aan de integriteit van zijn collega’s en zijn zij onderwerp van onderzoek geweest. Dit alles heeft verdachte gedaan met het oogmerk zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Tegen dergelijk misbruik dient krachtig opgetreden te worden.

Het rechtbank heeft bij de strafbepaling acht geslagen op de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en er rekening mee gehouden dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 9 september 2016 eerder onherroepelijk is veroordeeld, zij het niet voor gelijksoortige feiten. Verder houdt de rechtbank rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, nu aan verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde een strafbeschikking is opgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank staan de bewezen verklaarde feiten in zodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling. De rechtbank zal daarom bij de straftoemeting toepassing geven aan artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Mede gelet op de huidige functie van verdachte als ‘Finance Associate’, zoals blijkt uit de door de raadsman overgelegde stukken, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk ter voorkoming van recidive. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een straf gelijk aan de eis van de officier van justitie passend en geboden is, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 200 uren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

9 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [naam stichting] – daartoe vertegenwoordigd door mr. A.H.J. Saes, advocaat te Amsterdam – zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 69.488,23 voor materiële schade. Dit bedrag bestaat uit een bedrag van € 20.229,19 voor ‘onrechtmatige betalingen’ en € 48.259,04 voor ‘opsporen en uitzoeken verduistering’. Tevens vordert [naam stichting] een bedrag van € 4.028,42 voor kosten van rechtsbijstand. [naam stichting] vordert haar schade te vermeerderen met de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd de vordering integraal toe te wijzen. Tevens dient volgens de officier van justitie vermeerdering met de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht plaats te vinden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de aangevoerde kostenposten niet betwist.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 69.488,23 is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. Nu de vordering van de benadeelde partij niet gemotiveerd is betwist, is verdachte tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

De rechtbank zal dit bedrag als volgt vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente, tot de dag van volledige betaling:

- een bedrag van € 8.629,19 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2015;

- een bedrag van € 5.800,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2015;

- een bedrag van € 5.800,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2015;

- een bedrag van € 48.259,04 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de uiterste betaaldatum van de slotdeclaratie van [naam adviesbureau] , te weten 29 juli 2015.

Verdachte wordt weliswaar vrijgesproken van het ‘medeplegen’, maar uit het dossier volgt dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het rekeningnummer van een ander of anderen, zodat die ander(en) mogelijk mede aansprakelijk kan of kunnen worden gehouden voor de schade van de benadeelde partij. Bepaald zal daarom worden dan verdachte voor deze schade naar burgerlijk recht met zijn (eventuele) mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van voornoemde geldsom en de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is bepaald, ten behoeve van de benadeelde partij.

De benadeelde partij heeft voor kosten voor rechtsbijstand een bedrag van

€ 4.028,42 gevorderd. Voor de gevorderde kosten voor rechtsbijstand zal de rechtbank het liquidatietarief hanteren. Gelet op de hoofdsom worden deze kosten (berekend met inachtneming van tarief IV en toekenning van 3 punten, te weten éen punt voor indiening van de vordering en twee punten voor de behandelingen ter terechtzitting) begroot op een bedrag van € 2.682,-. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij voor de meer gevorderde kosten voor rechtsbijstand niet-ontvankelijk is in haar vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 22c, 22d, 36f, 45, 56, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen onder 2 en onder 3 primair aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, onder 3 subsidiair en onder 4 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- legt aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 200 uren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt daarbij de proeftijd van twee jaren vast;

Benadeelde partij

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam stichting] , gevestigd [adres 10] ( [postcode] ) te [vestigingsplaats] , van een bedrag van € 69.488,23 (zegge: negenenzestigduizend vierhonderdachtentachtig euro en drieëntwintig cent), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, als volgt vermeerderd met de wettelijke rente, tot de dag van de voldoening:

* een bedrag van € 8.629,19 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2015;

* een bedrag van € 5.800,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2015;

* een bedrag van € 5.800,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2015;

* een bedrag van € 48.259,04 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de uiterste betaaldatum van de slotdeclaratie van [naam adviesbureau] , te weten 29 juli 2015;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 69.488,23 ten behoeve van [naam stichting] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 349 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader/mededaders (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot op heden ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt (gebaseerd op het liquidatietarief), te weten € 2.682,-;

- bepaalt dat [naam stichting] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. M.J.A.L. Beljaars en G. van de Beek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal met het nummer PL0900-2015203366, doorgenummerd 01 tot en met 239.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 8 en 9.

3 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 18.

4 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 19.

5 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 22.

6 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 25 en 26.

7 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 27, 49 en 50.

8 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 50.

9 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 72 en 73.

10 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 68 en 69.

11 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 26.

12 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 27.

13 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 27 en 28.

14 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 29, 51 en 52.

15 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 28.

16 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 29.

17 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 52.

18 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 62 en 63.

19 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 29 en 30.

20 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 31.

21 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 30.

22 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 54.

23 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 72 en 73.

24 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 68 en 69.

25 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 31.

26 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 32.

27 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 32.

28 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 33, 56 en 58.

29 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 32.

30 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 62 en 63.

31 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 72 en 73.

32 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 68 en 69.

33 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 34

34 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 35.

35 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 35.

36 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 60.

37 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 75 en 76.

38 Proces-verbaal van bevindingen, p. 137.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 148.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 160

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 205

42 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 207 tot en met p. 209

43 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 24.

44 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 18 en p. 24.

45 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p. 49.