Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:3712

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-07-2017
Datum publicatie
15-08-2017
Zaaknummer
5715443 UE VERZ 17-68
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Prejudicieel verzoek
Beschikking
Inhoudsindicatie

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met betrekking tot mogelijke strijdigheid (vanwege leeftijdsdiscriminatie) van het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW met richtlijn 2000/78 EG

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1028
AR 2017/4267
RAR 2017/152
PJ 2017/155
JAR 2017/232
TvPP 2017, afl. 6, p. 239
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5715443 UE VERZ 17-68 M/30364

Beschikking van 19 juli 2017

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. H. Aydemir,

tegen:

de stichting

Stichting Diakonessenhuis,

gevestigd te Utrecht,

verweerster,

gemachtigde: mr. A.E. Bos.

Partijen worden hierna [verzoeker] en het Diakonessenhuis genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van 30 juni 2017;

  • -

    de brief van het Diakonessenhuis van 12 juli 2017;

  • -

    de brief van [verzoeker] van 13 juli 2017.

1.2.

Tenslotte is uitspraak bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

In de beschikking van 30 juni 2017 heeft de kantonrechter geoordeeld voornemens te zijn prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen.

2.2.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgestelde vragen.

2.3.

Partijen hebben bij brieven van 12 en 13 juli 2017 op de voorgestelde vragen gereageerd. Naar aanleiding daarvan ziet de kantonrechter aanleiding om de in de beschikking van 30 juni 2017 geformuleerde vragen 5, 6 en 9 aan te passen, althans aan te vullen. Voorts heeft de kantonrechter een aanvullende vraag geformuleerd, vraag 10. De kantonrechter ziet, onder verwijzing naar rechtsoverweging 5.12. van de beschikking van 30 juni 2017, geen aanleiding om in die beschikking geformuleerde vragen niet aan de Hoge Raad te stellen.

2.4.

De kantonrechter zal de Hoge Raad de in het dictum vermelde rechtsvragen stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing.

2.5.

De griffier zal onverwijld een afschrift van deze beslissing tezamen met een afschrift van de beschikking van 30 juni 2017 aan de Hoge Raad zenden.

2.6.

Overeenkomstig artikel 392 lid 5 Rv houdt de kantonrechter iedere verdere beslissing aan totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

stelt de Hoge Raad de volgende rechtsvragen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing:

  1. Is artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW in strijd met richtlijn 2000/78 EG?

  2. Indien artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW in strijd is met richtlijn 2000/78/EG, moet de kantonrechter deze bepaling dan buiten toepassing laten?

  3. Kan of dient een individuele toetsing plaats (te) vinden?

  4. Welke criteria dient de kantonrechter bij deze (eventuele) individuele toetsing te hanteren?

  5. Dient bij de beoordeling onderscheid te worden gemaakt naar werknemers wiens arbeidsovereenkomst op of na de AOW-gerechtigde leeftijd eindigt en werknemers die bij de beëindiging die leeftijd nog niet hebben bereikt, maar wel recht op pensioen hebben?

  6. Dient bij de beoordeling onderscheid te worden gemaakt naar werknemers wiens arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van hun pensioen- of AOW-gerechtigde leeftijd wordt beëindigd en werknemers (die genoemde leeftijd hebben maar) bij wie er een andere reden aan de beëindiging ten grondslag ligt?

  7. Moet, indien individuele toetsing dient plaats te vinden, de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of de transitievergoeding moet worden betaald, de inkomenssituatie van de werknemer na beëindiging van de arbeidsovereenkomst vergelijken met de inkomenssituatie daarvóór? Dient daarbij ook rekening te worden gehouden met inkomen anders dan uit (pensioen)uitkeringen (bijvoorbeeld uit vermogen)?

  8. Moet de kantonrechter bij de beoordeling van de vraag of de transitievergoeding moet worden betaald dan als norm (voor afwijzing) nemen dat het inkomen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan of hoger is dan het inkomen daarvóór?

  9. Indien de transitievergoeding moet worden betaald, dient deze dan te worden berekend op de in artikel 7:673 lid 2 tot en met 6 BW bepaalde wijze? Indien van deze berekeningswijze dient te worden afgeweken, hoe dient de transitievergoeding dan te worden berekend? Dient daarbij nog rekening te worden gehouden met bijvoorbeeld een vanwege het pensioen ontvangen gratificatie?

  10. Dient voor werknemers wiens arbeidsovereenkomst eindigt op of na de pensioen- of AOW-gerechtigde leeftijd tevens artikel 7:673a BW te worden toegepast?

3.2.

bepaalt dat de griffier onverwijld een afschrift van deze beschikking tezamen met de beschikking van 30 juni 2017 zendt aan de civiele griffie van de Hoge Raad;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Charbon, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017.