Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:3332

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
16/992505-15 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:10163, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 62-jarige man uit Apeldoorn heeft zich zes jaar lang schuldig gemaakt aan het opmaken van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting. Hij heeft zichzelf hiermee verrijkt ten koste van de maatschappij. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een taakstraf van 150 uur en een geldboete van 250.000 euro. Hij en een 49-jarige medeverdachte uit Amsterdam worden vrijgesproken van valsheid in geschrift.

De voormalig directeur heeft 500.000 euro aan premies van zijn werkgever ontvangen. Hij wist dat dit loon was, maar heeft er bewust voor gekozen om het op een andere manier uit te laten keren, via huurverhogingen van panden die door hem aan de onderneming werden verhuurd. Vervolgens heeft hij het nagelaten om dit als inkomen op te geven bij de Belastingdienst. Hiermee heeft hij de Nederlandse Staat en daarmee de maatschappij benadeeld voor ruim 250.000 euro.

Een 49-jarige man uit Amsterdam die verdacht werd van valsheid in geschrift is vrijgesproken. Hij zou de 62-jarige medeverdachte via een e-mail toestemming hebben gegeven tot het uitbetalen van de hierboven genoemde huurverhogingen. De rechtbank oordeelt dat de inhoud van die op schrift gestelde huurverhogingen juridisch gezien niet vals is. Ook vindt de rechtbank dat er geen bewijs is dat de 49-jarige man met de e-mail enig opzet heeft gehad om goedkeuring te verlenen aan belastingfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/992505-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 juli 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1967] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. J.W. Bollen en van hetgeen verdachte en mr. D.S. Schreuders, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat

verdachte, al dan niet samen met een ander, opdracht heeft gegeven tot, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan, valsheid in geschrift gepleegd door [bedrijfsnaam] (verder [bedrijfsnaam] ), al dan niet samen met een ander, op 26 juni 2007 in de gemeente Apeldoorn, daaruit bestaand dat:

[bedrijfsnaam] en/of haar medeverdachte(n) een bonusregeling voor medeverdachte [medeverdachte] (een blijf- en presteerpremie) hebben vormgegeven door middel van een verhoging van de huurprijs van een viertal (door [bedrijfsnaam] van [medeverdachte] gehuurde) panden, welke huurverhoging is neergelegd in een viertal allonges (D-026, D-027, D-028 en D-029), teneinde hiermee een voor [medeverdachte] fiscaal gunstige situatie te creëren,

althans

[bedrijfsnaam] in de periode van 26 juni 2007 tot en met 19 augustus 2014 in de gemeente Apeldoorn, al dan niet samen met een ander, deze valselijk opgemaakte allonges in de bedrijfsadministratie en/of boekhouding van [bedrijfsnaam] heeft opgenomen of heeft laten opnemen.

3 VOORVRAGEN

3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte blijkens het vonnis van de kantonrechter in deze rechtbank van 27 juli 2016 geen civielrechtelijke norm heeft geschonden. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het oordeel van de kantonrechter, dat het handelen of nalaten van verdachte niet als ernstig verwijtbaar kan worden gekwalificeerd, betekent dat er in casu geen ruimte meer is voor een strafrechtelijke beoordeling daarvan. Daarom moet de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de kantonrechter niet in de weg staat aan de vervolging van verdachte voor het onderhavige strafbare feit.

3.2.1

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Een civielrechtelijke beoordeling van hetzelfde of een vergelijkbaar feitencomplex door de kantonrechter staat een beoordeling door de strafrechter niet in de weg, nu het toetsingskader van de strafrechter, gebaseerd op het verwijt als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, fundamenteel verschilt van het toetsingskader van de kantonrechter bij de beantwoording van de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van lid 1 van artikel 1:125 van de Wet op het financieel toezicht.

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, gelet op de e-mail van 19 juni 2007 waarin verdachte zijn akkoord geeft voor het uitbetalen van een blijf- en presteerpremie aan medeverdachte [medeverdachte] . Deze uitbetaling gebeurt blijkens de daaraan voorafgaande e-mail van [A] aan verdachte van 14 juni 2007 op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] om fiscaal gunstige redenen via wijzigingen in de huurovereenkomsten (allonges). Het is irrelevant of verdachte zich wellicht niet realiseerde dat hij daarmee toestemming gaf tot valsheid in geschrift. Verdachte gaf toestemming tot het uitbetalen van de bonus (loon) in een vorm die niet overeenkomt met de werkelijkheid, en dat om fiscale redenen. Het goedkeuren daarvan zonder een voorafgaande toets door een interne of externe fiscale adviseur levert voorwaardelijk opzet op, aldus de officier van justitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Er is geen onomstotelijk bewijs is dat beide bovengenoemde e-mails, zoals opgenomen in DOC-38, daadwerkelijk als elektronische berichten hebben bestaan. Zij zijn namelijk alleen in printvorm (onder [A] ) aangetroffen.

Verdachte heeft volgens zijn herinnering alleen toestemming verleend voor een vergoeding aan [medeverdachte] voor de risico’s die hij als projectontwikkelaar liep in het kader van de uitbreiding van het aantal fitness locaties en dus niet voor een blijf- en presteerpremie. Ook heeft verdachte nimmer toestemming gegeven om deze risico-fee uit te betalen door middel van een huurverhoging voor de panden.

Echter ook indien verdachte genoemde e-mail onder ogen heeft gehad en heeft geaccordeerd, dan nog valt daaruit niet af te leiden dat hij daarbij het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op valsheid in geschrift en/of belastingfraude.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat het enkele feit dat de huurverhoging als loon kwalificeert, niet betekent dat de allonges vals zijn.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een vrijspraak van het ten laste gelegde. De rechtbank baseert dit op een tweetal gronden:

1) een formeel-juridische grond en

2) een materieel-inhoudelijke grond.

Vrijspraak – formeel-juridische grond

De rechtbank is van oordeel dat de allonges niet als valse geschriften kunnen worden aangemerkt. De inhoud van allonges stemt namelijk overeen met de werkelijkheid. De allonges zien op bestaande panden die in het bezit waren van medeverdachte [medeverdachte] . Deze panden huurde [bedrijfsnaam] ook daadwerkelijk van [medeverdachte] . De huurpenningen zijn na de in de allonges opgenomen verhogingen betaald. Het nalaten van het vermelden van de achtergrond van de huurverhoging maakt de allonges evenmin vals. Het niet vermelden van gegevens kan onder omstandigheden inderdaad valsheid opleveren. Beslissend is of in dit geval door het achterhouden van gegevens de werkelijkheid geweld is aangedaan. Niet gebleken is dat in de allonges essentiële op de huurovereenkomsten betrekking hebbende informatie is verzwegen. Er bestond geen rechtsplicht om bij deze aanvullingen op de huurovereenkomsten te vermelden waarom tot aanpassing werd overgegaan. Het ontbreken van de toelichting - voor zover al juist- dat het zou gaan om een blijf- en presteerpremie maakt de allonges dus niet vals. Dat met het opmaken van de allonges de mogelijkheid is ontstaan voor medeverdachte [medeverdachte] om met deze allonges onjuiste aangiften inkomstenbelasting te doen, doet hier niet aan af.

Nu de allonges niet vals zijn is de administratie van [bedrijfsnaam] evenmin vals opgemaakt.

Vrijspraak – materieel-inhoudelijke grond

Verdachte wordt verweten dat hij zijn goedkeuring heeft verleend aan een in een e-mail van 14 juni 2007 aan hem door [A] voorgelegde afspraak waarin medeverdachte [medeverdachte] onder voorwaarden een blijf- en presteerpremie van € 500.000 wordt toegekend. In deze e-mail wordt voorts aangegeven dat medeverdachte [medeverdachte] er om fiscale redenen de voorkeur aan heeft gegeven deze premie uitbetaald te krijgen in een aanpassing van de huurtarieven van enkele van zijn aan [bedrijfsnaam] verhuurde panden.

De rechtbank is van oordeel dat ook in het geval verdachte de bewuste e-mail onder ogen heeft gekregen en de inhoud hiervan al eerder mondeling was besproken met [A] , hetgeen verdachte betwist, het voor verdachte niet zonder meer duidelijk moest zijn dat hetgeen werd voorgesteld zou leiden tot een onjuiste belastingaangifte dan wel anderszins ontoelaatbaar was. Van een willens en wetens aanvaarden van een aanmerkelijke kans dat er belastingfraude zou worden gepleegd, is geen sprake.

Samengevat is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan dan wel opdracht geven tot valsheid in geschrift, nu de allonges niet vals zijn en daarenboven geen bewijs voorhanden is voor de stelling dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad om zijn goedkeuring te verlenen aan belastingfraude. De rechtbank zal verdachte daarom vrij spreken van het hem ten laste gelegde.

5 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. N.HJ.M. Veldman-Gielen en G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Völkers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 juli 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

de besloten vennootschap [bedrijfsnaam] op of omstreeks 26 juni 2007 in de gemeente Apeldoorn, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, één of meer Allonges zoals opgenomen onder D-026 en/of D-027 en/of D-028 en/of D-029, zijnde één of meerdere geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt of heeft/hebben vervalst, met het oogmerk om deze Allonges als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken,

bestaande de valsheid hieruit dat [bedrijfsnaam] en/of haar medeverdacht(en) de huurprijs van één of meerdere panden heeft/hebben verhoogd en/of de looptijd van de bestaande huurovereenkomsten van één of meerdere panden heeft/hebben verlengd, om hiermee de aan de heer [medeverdachte] toekomende "blijf en presteerpremie" en/of bonus, bestemd voor zijn (toekomstige) inzet als werknemer van [bedrijfsnaam] , in de vorm van een huurvergoeding in plaats van belastbaar salaris, uit te betalen en hiermee een voor [medeverdachte] fiscaal gunstige situatie te creëren,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

althans

de besloten vennootschap [bedrijfsnaam] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 26 juni 2007 tot en met 19 augustus 2014 in de gemeente Apeldoorn, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen,

de bedrijfsadministratie en/of boekhouding, zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt/laten opmaken of heeft/hebben vervalst/laten vervalsen, zulks met het oogmerk om deze bedrijfsadministratie als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

bestaande de valsheid hieruit dat [bedrijfsnaam] en/of haar mededader(s) in de bedrijfsadministratie en/of boekhouding één of meer valselijk opgemaakte Allongus zoals opgenomen onder D-026 en/of D-027 en/of D-028 en/of D-029, heeft/hebben opgenomen/laten opnemen;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht