Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:3238

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
16/659787-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 30-jarige man uit Polen tot een gevangenisstraf van tien jaar voor poging tot moord op meerdere personen. De man schoot met een pistoolmitrailleur op een café in Hilversum op 5 september 2015.

Poging moord

De verdachte was eerder die avond uit het café gezet en is tot tweemaal toe terug gekomen, eerst met een mes en daarna met een pistoolmitrailleur. Toen de verdachte met een geladen automatisch vuurwapen naar het café terugkeerde, had hij volgens de rechtbank het vooropgezette plan om personen in het café van het leven te beroven. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van diverse (vuur)wapens, munitie, cocaïne en hennep.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan hij met een automatisch vuurwapen gericht op het café schoot waar niets vermoedende bezoekers aanwezig waren. Het risico dat de slachtoffers het handelen van verdachte met de dood hadden moeten bekopen was goed mogelijk geweest.

Medeverdachten schietpartij

Een 40-jarige medeverdachte heeft weliswaar erkend dat hij de auto bestuurde die betrokken was bij de schietpartij, maar dit is niet voldoende om te spreken van een dusdanige samenwerking met de schutter dat er sprake is van medeplegen of medeplichtigheid. Uit het dossier blijkt niet dat hij wist van het vuurwapen of dat er daadwerkelijk geschoten zou gaan worden. Deze verdachte wordt daarom vrijgesproken.

Een 22-jarige medeverdachte wordt veroordeelt tot negen maanden gevangenisstraf voor het bezit van een verboden vuurwapen. Kort na het schietincident werd het pistoolmitrailleur bij hem aangetroffen. Uit het dossier is niet af te leiden dat deze verdachte als medepleger of medeplichtige betrokken is geweest bij de schietpartij.

Medeverdachten drugsbezit

Twee mannen van 24 en 26 jaar worden veroordeeld tot gevangenisstraffen van 24 maanden voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezig hield met de productie van en (grensoverschrijdende) handel in drugs en het bezit van 12,5 kilo hennep, ruim een kilo cocaïne en het telen van 152 hennepplanten. Een 40-jarige medeverdachte krijgt een celstraf van 360 dagen voor het bezit van cocaïne en hennep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659787-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 juni 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1991] te [geboorteplaats] (Polen)

wonende te [woonplaats] [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 februari 2016, 10 mei 2016, 26 juli 2016, 6 oktober 2016, 24 januari 2017 en 13 juni 2017. Op 15 juni 2017 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen mr. I. Stas, advocaat te Almere, namens verdachte, naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 10 mei 2016 nader omschreven en vervolgens op de zitting van 6 oktober 2016 gewijzigd. De tenlastelegging, de nadere omschrijving tenlastelegging en de wijziging tenlastelegging zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op of omstreeks 5 november 2015 in Vinkeveen in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad 513 gram cocaïne;

2.op of omstreeks 5 november 2015 in Vinkeveen in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad 3,7 kilo hennep;

3. op of omstreeks 5 november 2015 in Vinkeveen in vereniging voorhanden heeft gehad twee pistolen, twee gas- en/of alarmpistolen, een stroomstootwapen en munitie;

4.op of omstreeks 13 oktober 2015 in Hilversum in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad 1.145 gram cocaïne;

5.op of omstreeks 13 oktober 2015 in Hilversum in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad 12,52 kilo hennep;

6.primair op 13 oktober 2015 in Hilversum in vereniging opzettelijk heeft geteeld/bereid/bewerkt/verwerkt of opzettelijk aanwezig heeft gehad 152 hennepplanten in een woning aan de [adres] heeft gehad ;

6.subsidiair medeplichtig is aan het op 13 oktober 2015 in Hilversum door (een) ander(en) opzettelijk heeft telen/bereiden/bewerken/verwerken of opzettelijk aanwezig hebben in een woning aan de [adres] van 152 hennepplanten;

7.in de periode van 1 juni 2015 tot en met 13 oktober 2015 in Hilversum in vereniging elektriciteit van Liander heeft gestolen;

8.primair in de periode van 6 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 in Hilversum heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met onder andere [medeverdachte 1] met als doel het plegen van strafbare feiten genoemd in de Opiumwet;

8.subsidiair in de periode van 6 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 in Hilversum of in Vinkeveen in vereniging hennep heeft gedeald;

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde (Vinkeveen)

Door zowel de officier van justitie als de raadsvrouw is betoogd dat verdachte van deze ten laste gelegde feiten vrijgesproken dient te worden.

De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, nu er geen bewijs is dat verdachte wetenschap heeft gehad van de op 5 november 2015 in de woning in Vinkeveen aangetroffen verdovende middelen, vuurwapens en munitie.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft gevorderd het onder 7 ten laste gelegde bewezen te verklaren. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit.

De rechtbank heeft op grond van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte de onder 7 ten laste gelegde diefstal heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van elektriciteit van Liander in Hilversum in de periode van 1 juni 2015 tot en met 13 oktober 2015.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 4, 5, 6 primair en 8 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Voor de bewezenverklaring van deze feiten heeft de officier van justitie verwezen naar de tapgesprekken die verdachte, als gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] onder meer met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gevoerd. Uit de tapgesprekken kan afgeleid worden dat:

- verdachte toegang had tot de woning aan de [adres] en wetenschap had van de aangetroffen hennep en cocaïne;

- verdachte gelet ook op de omvang van de hennepkwekerij en het feit dat hij regelmatig in de woning aan de [adres] kwam hennep heeft geteeld;

- verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie dat als doel had de handel in hennep en cocaïne.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 4, 5, 6 en 8 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat er geen bewijs is dat verdachte (als medepleger) wetenschap heeft gehad van de aanwezige hennep en cocaïne in de woning aan de [adres] in Hilversum en dat de drugs zich tevens niet in zijn machtssfeer hebben bevonden. Daarbij heeft de raadsvrouw opgemerkt dat verdachte (blijkens de tapgesprekken) geen sleutel van de woning had, de postcode van de woning niet uit zijn hoofd wist en de verdovende middelen niet in het zicht lagen.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw primair betoogd dat onvoldoende uit het dossier blijkt dat verdachte wist van de hennepkwekerij in de woning aan de [adres] en dat niet is gebleken van een nauw en bewuste samenwerking en/of dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de onder 6 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan het telen van de hennepplanten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 8 primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte na 18 oktober 2015 nog gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ter ondersteuning daarvan heeft zij aangevoerd dat onduidelijk is hoe de stemherkenning van verdachte tot stand is gekomen en dat verdachte heeft verklaard dat hij na 23 oktober 2015 tot 2 november 2015 in Polen heeft verbleven. Concluderend heeft de raadsvrouw opgemerkt dat gedurende de twee weken die resteren van de ten laste gelegde periode geen sprake is van een duurzaam en bestendig samenwerkingsverband. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat er geen sprake is van de benodigde structuur nu er geen organisatiegraad, rolverdeling en hiërarchie was.

Ten aanzien van het onder 8 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er naast de tapgesprekken geen steunbewijs voorhanden is en dat de tapgesprekken zien op het eigen gebruik van drugs.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde

Bewijsmiddelen 1

Medeverdachte [medeverdachte 2] is op 13 oktober 2015 in de woning aan de [adres] in [woonplaats] aangehouden. Tijdens de doorzoeking van deze woning, die om 07:10 uur gestart is, zijn in slaapkamer 2 een plastic tas met daarin vier zakken wit poeder, een emmer met vier ingesealde pakketten wit poeder, een doos met zes ingesealde zakken hennep en een doos met twee vuilniszakken hennep aangetroffen. In slaapkamer 3 is een droogrek met hennepresten, een koolstoffilter, een flexibele filter, een kweektent en een slakkenhuis-box aangetroffen, in de meterkast een plastic zak met henneptoppen en in de woonkamer een vat met een dompelpomp en een weegschaal. In een uitgegraven ruimte onder de woning werd een compleet in bedrijf zijnde hennepplantage met 152 hennepplanten van ongeveer 1 week oud aangetroffen.2

De inbeslaggenomen plantendelen zijn door verbalisant [verbalisant] op 14 oktober 2015 herkend als plantenmateriaal van het soort Cannabis. Uit de aangeboden hoeveelheid, met het totale gewicht van 12,52 kilo, is een representatief monster genomen. De daaropvolgende test geeft een duidelijke positieve kleurreactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish.3

En aantal monsters van het aangetroffen witte poeder (nummers AAIG7698, AAIG7632, AAIG7612 en AAIG7610) wordt na onderzoek door de Forensische Opsporing, - waaruit blijkt dat een hoeveelheid van 1.145 gram een reactie geeft op de indicatieve testen voor onder andere cocaïne - ingestuurd naar het NFI.4 Uit het rapport van het NFI van 6 november 2015 blijkt de desbetreffende ingestuurde monsters, , cocaïne bevatten.5

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft op 9 december 2017 bij de politie verklaard dat hij de hennepkwekerij verzorgde.6 Ook heeft hij verklaard dat de hennep van hem was. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] op 22 september 2016, als hij wordt bevraagd over de aangetroffen drugs en de hennepkwekerij, hierover verklaard dat alles in de woning van hem was.7

In de periode van 6 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 zijn diverse telefoongesprekken opgenomen en afgeluisterd van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat de gebruiker van dit nummer verdachte is. Hij heeft veelvuldig contact met [medeverdachte 1] , die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer] .8

Op 12 oktober om 10:32:06 uur belt NNman8419 naar NNman1065.

NNman: Ben je bij ons?

[verdachte] : Ja

NNman: Hoe is het daar?

[verdachte] : Alles in orde. Er moet vandaag water worden gegeven.9

Op 13 oktober 2015 om 8:51:49 uur belt NNman8419 naar NNman1065.

NNman8419: Sta op. De honden (De Politie) zijn ons huis binnengevallen.

NNman1065: Ga weg!

NNman8419: Maak je gereed. Verdomme. Ik ga me niet meer in die stad laten zien, verdomme.

NNman1065: Maar hoe weet je dat?

NNman8419: [A] heeft me geschreven.

NNman1065: Was [medeverdachte 2] in het huis?

NNman8419: Ja, [medeverdachte 2] , wie anders.10

Op 13 oktober 2015 om 8:56:44 uur belt NNman8419 naar NNman1065. Uit de samenvatting van dit getapte gesprek komt naar voren:

NNman8419: Ik heb met hem gesproken. Hij reeds langs het huis, omdat hij PAROWNIK (een dampapparaat) moest ’s ochtends brengen. Ik had hem erover gebeld: breng het er naartoe. Hij stuurde me een sms: De honden zitten bij jou. Ik heb hem gebeld: hij zei, dat hij door de grote straat daar bij ons reed, hij zag dat de deuren open stonden en de honden stonden daar: een binnen en een buiten….

NNman1065: Nee, ga daar alleen langs rijden.11

Op 13 oktober 2015 om 9:43:24 uur belt NNman2378 met NNman1065.

NNman2378: Als je er naartoe gaat, moet je mij bellen dan gaan we met elkaar praten, want voor het geval dat iemand open doet en dat ze je gaan oppakken, dat kan ik het horen. En als je binnen komt, dan moet je alles in de gat verstoppen.12

Op 13 oktober 2015 om 10:03:27 uur belt NNman8419 naar NNman1065. In dit getapte gesprek wordt er een gesprek over ‘ [medeverdachte 2] ’ gevoerd:

NNman8419: Hij weet het niet, dat het boven ligt.

NNman1065: Hoezo, ik heb het hem laatst verteld. Ik heb hem eergisteren gezegd, dat hij het moest verstoppen, want het lag daarboven.

NNman8419: En dat van gisteren?

NNman1065: Ik weet het niet of hij dat van gisteren heeft verstopt.13

Op 13 oktober 2015 om 10:19:47 uur wordt NNman1065 gebeld door NNman2378.

[verdachte] : De politieauto en de vrachtwagen staan er nog steeds. De politieman is niet te zien.

NNman2378: Het is kut, [verdachte] . Als de deur open staat, dan is het gedaan, [verdachte] . Er ligt daar hasj, wiet, alles.14

Op 13 oktober 2015 om 13:47:48 uur belt NNman1065 BUN [B] (6167).

NNman 1065 vertelt dat [medeverdachte 2] aangehouden is. [B] vraagt of [medeverdachte 2] hier of daar zit. Hier, zegt NNman1065. Dan gaat het maar even duren, zegt [B] . Neem met wat daar lag, wordt het 2 jaar, zegt NNman1065.

NNman1065: Er was iets aan het groeien en er was iets afgesneden, je weet wel….en er lag ook iets anders, een nog andere soort … goed [B] , we bellen nog.15

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor door de politie op 9 november 2015 op de vraag of hij gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] geantwoord dat het best mogelijk is dat hij met dit nummer gebeld heeft. Ook geeft hij aan dat als het nummer bij een Samsung telefoon hoort, hij met dat nummer gebeld heeft. Het telefoonnummer [telefoonnummer] herkent verdachte als het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] , omdat hij de eindcijfers van het telefoonnummer herkent.16

Op de vraag hoe het zit dat hij met verdachte op 13 oktober 2015 telefonisch gesproken heeft over de inval in de woning aan de [adres] , heeft medeverdachte [medeverdachte 1] op 9 november 2015 bij de politie verklaard: “ Wat is daar vreemd aan. Ik heb dat gehoord van [verdachte] ”.17

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat gelet op voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen op 13 oktober 2015 opzettelijk 1.145 gram cocaïne en 12,52 kilo hennep in [woonplaats] voorhanden heeft gehad. Daarnaast acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte op 13 oktober 2015 tezamen en vereniging met anderen in de woning aan de [adres] opzettelijk 152 hennepplanten heeft geteeld.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de aangetroffen cocaïne en hennep alleen aan hem toebehoorde en hij de hennepkwekerij alleen heeft opgezet, maar uit de tapgesprekken gevoerd tussen onder meer verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat ook deze medeverdachte en verdachte wetenschap en beschikkingsmacht hadden over de aangetroffen cocaïne, hennep en de kwekerij. De wijze waarop verdachte en [medeverdachte 1] spreken over de cocaïne en hennep in de woning aan de [adres] geeft aan dat zij kennelijk wisten waar de drugs en de hennepkwekerij zich in de woning bevonden en waar en door wie de drugs verstopt zou moeten worden in verband met de komst van de politie. [medeverdachte 1] spreekt met betrekking tot het huis aan de [adres] ook over ‘ons huis’ en verdachte krijgt een opdracht om ‘alles in de gat’ te verstoppen. Het feit dat verdachte geen sleutel van de woning had, doet daar niet aan af. Voorgaande impliceert tevens dat verdachte en zijn medeverdachten de beschikkingsmacht hadden over de in de woning aangetroffen drugs. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een nauwe en bewuste samenwerking op tussen verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Ten aanzien van het onder 8 primair ten laste gelegde

Bewijsmiddelen

[getuige] heeft op 15 september 2015 verklaard dat hij in het weekend van 29/30 augustus 2015 heeft gezien dat er een doos in het perceel [adres] in [woonplaats] werd gebracht door Poolse mannen. Hierbij heeft hij een indringende henneplucht geroken. Ook heeft [getuige] op 3 september 2015 gezien dat er 7 a 8 vuilniszakken, vanuit de woning, in een busje zijn gezet. Hierbij staken takjes uit de vuilniszakken.18

Op 13 oktober 2015 is in de woning aan de [adres] in [woonplaats] tijdens een doorzoeking 12,52 kilo hennep, 1.145 gram cocaïne en een compleet in bedrijf zijnde hennepplantage met 152 hennepplanten van ongeveer 1 week oud aangetroffen.19

Op 7 oktober 2015 om 9:24:17 uur belt NNman8419 met NNman1065:

NNman8419: Ben je er geweest?

NNman1065: Ik ben er geweest. Maar ik heb het niet meegenomen, het was nog te nat. Ik zei, dat ze het eerst moeten drogen. Het was gewoon nat, wij zouden hier niets mee kunnen.20

Op 7 oktober 2015 om 12:46:24 uur belt NNman1065 met NNman8419:

NNman1065: De kartonnen doos is in de achterbak gebleven. Ik was het vergeten. Ben je al ver? Ga terugkeren, want er zit toch dinges in.

NNman8419: Dan neem ik het verdomme mee naar huis, toch?

NNman1065: Maar kun je wel controleren hoeveel het is? Je hebt wel een weegschaal toch?

NNman8419: Die is er wel, toch?

NNman1065: Ja, die is er wel, ja, zeker. Ga dan controleren en bel me dan. Dan bel ik en ik zal dan met hem afrekenen.21

Op 8 oktober 2015 om 8:08:22 belt NNman1065 met NNMan6385.

NNman6385: Hebben jullie het al gemaakt?

NNman1065: Verdomme, er zij er 2 te weinig.

NNman6385: Kut, jullie moeten dan maar zonder 2 geven.

(…)

NNman6385: Gaan jullie het dan snel maken, zodat jullie om 14:00 uur op dezelfde plek als altijd zijn.22

Op 8 oktober 2015 om 8:09:07 uur belt NNMan1065 met NNman8419:

NNman1065: Wij moeten een bestelling voor 14:00 uur maken, met alles wat we hebben.

NNman8419: Hoe kom je daarbij?

NNman1065: Ze hebben mij uit Oekraïne gebeld.23

Op 8 oktober 2015 om 10:40:55 belt [C] met [verdachte] :

[C] : (…) dat die mannen kennen volgens mij jullie mannen (…)grote auto’s stonden voor de deur, dan [medeverdachte 1] zegt, dat over 20 minuten iemand de deur voor mij zou openen, ik heb een sms naar [medeverdachte 2] gestuurd…..Ik ook, als ik aan jullie zou vertellen voor welke prijs ik het aan jullie kon geven, die amfa, dan zou jullie het niet geloven.

[verdachte] : ik snap het. Wij kunnen er geld mee verdienen. Goed [C] , ga ze dan bellen en probeer iets af te spreken. Wij blijven in contact.

[C] : Luister, vertel me, [A] had z’n Albanees in toppen, ik vroeg waar hij deze vandaan had, maar hij wilde het niet zeggen.

[C] : Weten jullie het niet? Fantastisch bruine toppen, grote toppen.24

Op 9 oktober 2015 om 10:39:30 belt NNman0346 met NNman1065:

NNman0346: [verdachte] luister, alles is perfect verlopen, ik ga 2 keer per week elke keer 40 van je afnemen.

[verdachte] : Goed, dat gaan we later bespreken. Je moet me een adres sturen, waar ik naar je toe moet komen.25

Op 10 oktober 2015 om 00:01:42 uur belt NNman6451 met NNman1065. Uit de samenvatting komt naar voren:

NNman1065 dat ze het van “ze” hebben afgenomen, maar dat het deze keer weinig wiet ervan is geworden. NNman1065 zegt dat ze hebben betaald, wat er afgesproken was en het is bijna 10 geworden. Het is dus bijna 10 geworden en ze hebben betaald als voor ongeveer 5. Ze hebben 22.000 betaald. Nnman1065 vertelt over de leverancier, dat hij bang is dat de politie zou komen.26

Op 12 oktober om 10:32:06 uur belt NNman8419 naar NNman1065.

NNman: Ben je bij ons?

[verdachte] : Ja

NNman: Hoe is het daar?

[verdachte] : Alles in orde. Er moet vandaag water worden gegeven.27

Op 13 oktober 2015 om 8:56:44 uur belt NNman8419 naar NNman1065. Uit de samenvatting van dit getapte gesprek komt naar voren:

NNman8419: Ik heb met hem gesproken. Hij reeds langs het huis, omdat hij PAROWNIK (een dampapparaat) moest ’s ochtends brengen. Ik had hem erover gebeld: breng het er naartoe. Hij stuurde me een sms: De honden zitten bij jou. Ik heb hem gebeld: hij zei, dat hij door de grote straat daar bij ons reed, hij zag dat de deuren open stonden en de honden stonden daar: een binnen en een buiten….

NNman1065: Nee, ga daar alleen langs rijden.28

Op 16 oktober 2015 om 13:19:14 uur belt NNman8419 met NNman1065:

NNman8419: Er is dus in totaal 5000 geweest ja? Voor hoeveel heeft hij toen wiet verkocht?

[verdachte] : Voor 5,4 volgens mij, wat we hebben uitgerekend.

NNman8469: Voor hoeveel, verdomme?

[verdachte] : 5,3 of 5,4

NNman8419: Dat moet je te weten komen, verdomme en het moet opgeschreven worden. Is hij gek? Voor 5,4? Wat voor marge rekent hij, verdomme.

[verdachte] : Het schijnt, dat hij hiervan niets voor zichzelf heeft genomen, en dat die prijs aan hem gevraagd is.

NNman8419: Je moet met hem ruzie gaan maken, dat is toch ons geld.29

Op 18 oktober 2015 om 13:55:29 uur belt NNman1065 met NNman8419:

NNman1065: Het is een idioot, hij begon met de tas te gooien, jullie zouden het nemen, ik was 2 uur aan het wachten. Ik zij dat het een rotzooi is. Dat was een Marocaan. Hij zei, mijn wiet is geen rotzooi. Ik heb een top gepakt en vuurtje aangestoken en het begon te vonken als vuurwerk. En hij zei, nee het is CHC. Hij zei een goede wiet kost 5,3-5,4. Ik wil best 5,3 geven maar niet voor rotzooi, wat moet ik met zoiets in Engeland.30

Op 29 oktober 2015 om 14:16:16 uur belt NNman1065 met NNman0540:

NNman0540: 6 transporten zijn niet doorgegaan, want een keer ontbrak dit en een andere keer ontbrak dat, hij was altijd en overal te laat.31

Juridisch kader

Volgens vaste rechtspraak moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan: een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen verdachte en tenminste één andere persoon. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het bedoelde oogmerk.32

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat er in de periode van 7 oktober 2015 tot en met 29 oktober 2015 sprake is geweest van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr, waaraan in ieder geval verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben deelgenomen. In de woning aan de [adres] in [woonplaats] zijn een hennepkwekerij en handelshoeveelheden hennep en cocaïne aangetroffen en uit de getapte gesprekken komt naar voren dat er gehandeld werd in verschillende soorten drugs. Uit de telefoontaps blijkt dat er in dit verband ook wordt gesproken over Engeland en Oekraïne en transporten. Het verweer van de raadsvrouw dat niet vaststaat dat de gesprekken over drugs gaan, verwerpt de rechtbank nu uit de combinatie van het praten over een weegschaal, bruine toppen, afnemen, amfa, verschillende prijzen en hoeveelheden, het nat zijn en laten drogen en het geven van water, in samenhang met het aantreffen van alle drugs niet anders geconcludeerd kan worden dan dat dit gesprekken zijn die over (de handel in) drugs gaan.

De rechtbank constateert uit de getapte gesprekken dat er - gelet op het begin hiervan, zijnde 7 oktober 2015, tot na de inval in de woning aan de [adres] – sprake is geweest van een samenwerking met een zekere duurzaamheid, waarbij het doel van de organisatie (internationale) handel in drugs was. Voor de inval in de woning aan de [adres] waren er al activiteiten die gericht waren op het plegen van strafbare feiten. Er werd namelijk hennep geteeld en het blijkt dat er afspraken werden gemaakt over wie een dampapparaat moest brengen, wie de hennepplanten water moest geven, over de prijzen van de drugs, over de grootte van afnames en over het controleren met een weegschaal. Ook wordt er door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gesproken over het klaarmaken van een bestelling waarvoor is gebeld uit de Oekraïne. Deze bestelling moet worden afgeleverd op “de zelfde plek als altijd”. Het samenwerkingsverband hield zich zo bezien al enige tijd bezig met de productie van en (grensoverschrijdende) handel in drugs. De rechtbank overweegt dat verdachte gedurende de periode van 7 oktober 2015 tot en met 29 oktober 2015 de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] is geweest en de belastende getapte telefoongesprekken hoofdzakelijk met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gevoerd. Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat de getapte gesprekken van na 18 oktober 2015 niet aan verdachte kunnen worden toegerekend, treft geen doel. Verdachte is tijdens zijn verhoren door de politie inhoudelijk ingegaan op de in deze periode gevoerde tapgesprekken. Dat verdachte in Polen verbleef is mogelijk, maar maakt het gebruik van het telefoonnummer door hem niet onmogelijk. Het is de rechtbank onduidelijk waarom verdachte ten tijde van de periode van de voor het bewijs gebruikte tapgesprekken niet meer over dit telefoonnummer kon beschikken. Zonder meer is er geen aanleiding te veronderstellen dat een ander na 18 oktober 2015 gebruik maakte van dit nummer. De rechtbank ziet ook geen reden om te twijfelen aan de gehanteerde stemherkenning gebruikt voor de tapgesprekken in de periode na 23 oktober 2015.

De activiteiten die in ieder geval verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] blijkens de opgesomde bewijsmiddelen ontplooiden, kunnen zonder meer tot de conclusie leiden dat ieder van hen deelnam aan deze organisatie. Ieder van hen droeg bij aan het verwezenlijken van het gezamenlijke doel om door de handel in verdovende middelen (van lijst I en II Opiumwet) inkomsten te verwerven.

De door de raadsvrouw gevoerde verweren ten aanzien van de criminele organisatie worden voor het overige weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

4.

hij op 13 oktober 2015 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) 1.145 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

5.

hij op 13 oktober 2015 te Hilversum, tezamen en in verenging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12,52 kilo, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

6. primair

hij op 13 oktober 2015 te Hilversum, tezamen en in verenging met anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van 152 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

8. primair

hij in de periode van 6 oktober 2015 tot en met 29 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten o.a. verdachte en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, als bedoeld in de Opiumwet.

Hetgeen onder 4, 5, 6 primair en 8 primair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

4.

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

5.

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

6. primair

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

8. primair

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bij een strafoplegging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, die zich bezig hield met de productie van en (grensoverschrijdende) handel in drugs en aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 12,5 kilo hennep, ruim een kilo cocaïne en het telen van 152 hennepplanten. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan ondermijning en is medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen veroorzaakt. Cocaïne en hennep zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen. De verspreiding van en handel in cocaïne en hennep gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen.

Gelet op deze strafbare feiten kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank naast de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 30 maart 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden. De rechtbank zal bepalen dat de reeds in voorarrest ondergane hechtenis in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    10, 27, 47, 57, 91 en 140 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 7 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 4, 5, 6 primair en 8 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het onder 4, 5, 6 en 8 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 4, 5, 6, en 8 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. R.C.J. Hamming en V.M.A. Sinnige, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juni 2017.

Bijlage: de dagvaarding

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

-(in totaal) ongeveer 513 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- (in totaal) ongeveer 52 gram heroïne, in elke geval een hoeveelheid van een materieel bevattende heroïne

zijnde cocaïne en of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,7 kilo, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

een of meer (doorgeladen) wapens van categorie III onder 1, te weten vier pistolen, en/of bijbehorende munitie

en/of

een wapen van categorie I onder 7˚, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde wapenstokken;

Bijlage: de nadere omschrijving van de tenlastelegging toegestaan op 10 mei 2016

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 513 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,7 kilo, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 5 november 2015 te Vinkeveen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

een of meer (doorgeladen) wapens van categorie III onder 1 en/of II onder 5, te weten

- een pistool van het merk CZ, model 75 b, kaliber 9mm Luger en/of

- een pistool van het merk PS, model 97S, kaliber 9mm Para en/of

- een gas- en/of alarmpistool van het merk Ekol, model Volga, kaliber 9mm, P.A.K. omgebouwd/gewijzigd naar een scherpschietend vuurwapen, kaliber 6,35mm en/of

- een stroomstootwapen in de vorm van een pistool, een zogenaamd taser, merk/model Phazzer Enforcer en/of

-een gas- en/of alarmpistool van het merk Ekol, model Volga, kaliber 9mm P.A.K. omgebouwd/gewijzigd naar een scherpschietend vuurwapen, kaliber 6,35 mm

en/of (bijbehorende) munitie, te weten 44 scherpe patronen, van categorie III

voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 1.145 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in verenging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12,52 kilo, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.

hij op 13 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in verenging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (ongeveer) 152 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair

(een) ander(en) op 13 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (ongeveer) 152 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

bij welk misdrijf hij, verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door het ter beschikking stellen van een ruimte voor het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het aanwezig hebben van vorenbedoelde (ongeveer) 152 hennepplanten

7.

hij, in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 13 oktober 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit (totaal circa 9.692 Kw/H), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan (een) ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

8.

hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten o.a. verdachte en [verdachte] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, althans een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste, 11, derde, en vijfde lid, of 11a van de Opiumwet

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 te Hilversum en/of Vinkeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en / of afgeleverd en /of verstrekt en / of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van

- hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish) en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hashish en/of hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Bijlage: de wijziging van de tenlastelegging toegestaan op 6 oktober 2016

De officier van justitie, van oordeel dat de tenlastelegging als volgt behoort te worden gewijzigd/aangevuld:

In feit 8 dient [verdachte] te worden vervangen door [medeverdachte 1] en

Na de zin “welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, althans een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, 11 derde en vijfde lid of 11a van de Opiumwet”, de volgende tekst te worden ingevoegd:

“Namelijk”

- Het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod als bedoeld in artikel 10, derde lid van de Opiumwet

- Het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, als bedoeld in artikel 10, vierde lid van de Opiumwet

- Het in de uitoefening van een beroep en/of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, als bedoeld in artikel 11 lid 3 van de Opiumwet

- Stoffen en/of voorwerpen, bereiden, bewerken, verwerken, te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of voorhanden hebben dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, en/of betaalmiddelen voorhanden hebben en/of gegevens voorhanden hebben, waarvan hij, verdachte wist, althans ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van één van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2015269829, opgemaakt door politie Midden-Nederland, district Gooi en Vechtstreek, doorgenummerd 01 tot en met 515. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van doorzoeking, pagina’s 36, 38, 39, 73 en 74.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 131.

4 Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pagina’s 466-473 en 523.

5 Het rapport identificatie van drugs en precursoren, pagina’s 464 en 465.

6 Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , pagina 379.

7 Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] door de rechter-commissaris.

8 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 174.

9 Een tapgesprek 5542, pagina 543.

10 Een tapgesprek 627, pagina 196.

11 Een tapgesprek 6728, pagina 197.

12 Een tapgesprek 6736, pagina 198.

13 Een tapgesprek 6742, pagina 200.

14 Een tapgesprek 6747, pagina 201.

15 Een tapgesprek 7036, pagina 206

16 Een proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 254.

17 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 249.

18 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 157.

19 Een proces-verbaal van doorzoeking, pagina’s 36, 38, 39, 73, 74, Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 131 en Een NFI rapport, pagina’s 464 en 465.

20 Een tapgesprek 312, pagina 176.

21 Een tapgesprek 623, pagina 177.

22 Een tapgesprek, 1492, pagina 178.

23 Een tapgesprek 1493, pagina 179.

24 Een tapgesprek 1713, pagina 179.

25 Een tapgesprek 2935, pagina 181

26 Een tapgesprek 3587, pagina 183.

27 Een tapgesprek 5542, pagina 543.

28 Een tapgesprek 6728, pagina 197.

29 Een tapgesprek 10501, pagina 547.

30 Een tapgesprek 12253, pagina 549.

31 Een tapgesprek 19518, pagina 192.

32 HR 18 november 1997, LJN ZD0858, NJ 1998/225.