Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:307

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
26-04-2017
Zaaknummer
16/659952-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een oplichting, twee inbraken en diefstal van een auto. De RB veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16/659952-14 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 januari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte ] ,

geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 11 januari 2017 waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.J.M. Pater, advocaat te Emmeloord.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kamper en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 juni 2014 te Emmeloord, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s) van) [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van een snoerloze boor-schroefmachine (merk Hitachi, type DS14DSFL(2LRK)) en/of een haakse slijpmachine (merk Hitachi, type G23SS LA) en/of een of meer haakse slijpmachine(s) (merk Hitachi, type G13SR3) en/of een of meer paar werkhandschoenen (merk Safe Worker), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide klant en/of zich voorgedaan als medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of bovengenoemde goederen op rekening van [bedrijf] laten zetten, waardoor (een of meer medewerker(s) van) [benadeelde 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op of omstreeks 4 juni 2014 te Nagele, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto (merk Renault, kenteken [kenteken] ), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een benzine over de auto gegooid en vervolgens deze benzine aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voertuig(en) in de nabije omgeving van voornoemde auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

3.

hij in of omstreeks de periode 19 mei 2014 tot en met 13 juni 2014 te Nagele, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een of meer blik(ken) en/of flesje(s) bier en/of een of meer fles(sen) (sterke) drank en/of een (dummy) camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

4.

hij in of omstreeks de periode 13 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Emmeloord, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een bedrijventerrein (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (beveilgings-)camera (merk Speed Dome) en/of een printer (merk Brother) en/of een (blauw metalen) gereedschapskist met sleutels en/of een of meer mokers en/of een of meer spanbanden en/of een ontvanger van een laser, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode 13 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Nagele, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk lampen van een of meer drainagefre(es)(zen), en/of een Gator, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk lampen kapot te maken en/of met witte (wegen)verf voornoemde Gator te bekladden;

6.

hij in of omstreeks de periode 14 juni tot en met 15 juni 2014 te Nagele, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (merk Citroën, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zaken van de feiten 1, 2, 3, 4 en 6.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, kort weergegeven, aangegeven dat verdachte ter terechtzitting zijn verklaringen heeft gewijzigd omdat hij voor de verhoren bij de politie met de medeverdachte had afgesproken om een deel van de schuld op zich te nemen. Dit heeft verdachte gedaan omdat hij een beperkt bevattingsvermogen heeft en beïnvloedbaar is.

Voorts heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De auto van [benadeelde 5] heeft verdachte niet in brand gestoken maar medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte wist ook niet dat [medeverdachte] dit van plan was. De raadsvrouw heeft daarom verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte alleen goederen heeft vervoerd maar dat hij zelf niet heeft ingebroken.

Aan de vernielingen op het bouwterrein heeft verdachte zich niet schuldig gemaakt. Hij is nooit op het bouwterrein geweest. Verdachte dient van het onder 5 ten laste gelegde derhalve te worden vrijgesproken.

Vrijspraak dient eveneens te volgen voor het onder 6 ten laste gelegde. Verdachte heeft geen opdracht gegeven om de auto weg te nemen en hij was niet op de hoogte van de herkomst van de auto.

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde, gelet op de aangifte2 en de bekennende verklaring van verdachte3.

Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opgave van voornoemde bewijsmiddelen.

Feit 2

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting is de betrokkenheid van verdachte bij de autobrand op 4 juni 2014, alleen of met (een) ander(en), naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan. In het dossier bevindt zich alleen een verklaring van medeverdachte [medeverdachte] die heeft verklaard dat verdachte de auto heeft aangewezen die in brand gestoken moest worden en dat verdachte op de uitkijk stond toen hij een fles met benzine leeggooide over de auto en de benzine aanstak met een aansteker. Deze verklaring van [medeverdachte] vindt echter onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

Feit 3

In het dossier bevinden zich twee aangiftes van [A] . Op 20 mei 2014 verklaarde hij onder meer het volgende:

Gisteren, maandag 19 mei 2014, omstreeks tussen 19.15 uur ene 19.30 uur heb ik mijn bedrijfspand in afgesloten en ongeschonden toestand achter gelaten. (…) Vanmiddag, dinsdag 20 mei 2014, omstreeks tussen 13.00 uur en 14.00 uur ging ik via de voorzijde mijn pand weer in. (…) Vervolgens zag ik dat de twee (2) schuifdeuren aan de achterzijde van mijn pand (….) niet meer goed sloot. Toen ik verder ging kijken, zag ik dat die twee (2) schuifdeuren niet meer goed in de rails liepen en ik zag braakschade in de sluitnaad van deze twee (2) schuifdeuren.

Ik ben toen verder in mijn pand gaan kijken en ik zag in de ruimte, grenzende aan die twee (2) schuifdeuren, de entree, dat ik nu in mijn witkleurige winkelvoorraadkast drank miste. (…) Ik zag dat in het onderste vak aan die rechterzijde, waar Hongaars bier stond, nu vijf (5) setjes van vier (4) halve liters blik bier van het merk Arany Aszok bier miste van twee Euro vijftig (euro 2,50) per blijk. Verder zag ik dat er ongeveer twintig (20) halve liters blik bier van het merk Dreher van twee Euro vijftig (Euro 2,50) miste.

In het vak daarboven waar Pools bier stond, zag ik dat ik twee (2) maal twintig (20) halve liters blik bier van het merk Tyskie van twee Euro vijftig (Euro 2,50) nu miste.

En in het vak daarboven, het zogenaamde derde (3e) vak zag ik dat ik Pools bier van het merk Soproni, de zogenaamde halve liters bier van ongeveer twaalf (12) stuks miste, alsmede meerdere, ongeveer drie (3) verschillende onbekende Poolse halve liters bier van vier (4) maal vier (4), van allen twee Euro vijftig (euro 2,50), per stuk miste. (…)

Aan het eind van dit proeflokaal staat een bar en achter deze bar zag ik dat ik nu meerdere flessen sterke drank miste. Ik mis vermoedelijk zo’n achttien (18) flessen met sterke drank van verschillende merken, zoals het merk Tia Maria van ongeveer twintig Euro (Euro 20,-) per stuk. (…)

Toen ik naar buiten liep aan de achterzijde van mijn pand, zag ik dat het houten afscheidingshek met deurtje nu open stond. (…) Ook mis ik nu contant geld van ongeveer zes a zeven Euro (…) 4

Uit sporenonderzoek bleek dat aan de twee schuifdeuren aan de achterzijde van het pand was gewrikt in de sluitnaad en dat de schuifdeuren uit de ophanging waren geschoten.5

Op 3 juni 2014 deed [A] opnieuw aangifte. Hij verklaarde toen onder meer het volgende:

Op maandag 2 juni 2014, omstreeks 21:45 uur heb ik de zaak afgesloten en geheel intact en onbeschadigd achtergelaten. (…) Op dinsdag 3 juni 2014, omstreeks 14:45 zag ik dat de draad van het hekwerk, links naast de toegangspoort, naar beneden gebogen was. Ik zag dat de onderste ruit van de toegangsdeur, aan de voorzijde van het pand, gebroken was. (…)

Ik zag dat getracht was om, aan de linkerbuitenzijde van het pand, het bovenlicht van het achterste raam te verbreken. Ik zag dat een deel van het houten kozijn verbroken was. (…)

In het café is een bar met daarop een zogenaamde drankdispenser. Ik zag dat uit voornoemde dispenser een 1 liter fles Bacardi en een 0,75 centiliter Wodka weggenomen waren. 6

Door de politie werd vervolgens een sporenonderzoek gedaan. Vermoedelijk werd een ruit ingeslagen met een breekwerktuig.7

In het dossier bevindt zich tevens een verklaring van medeverdachte [medeverdachte] . Hij verklaarde onder meer – op vragen van de politie – het volgende.

V: Hebben jullie ingebroken in het bedrijf van [benadeelde 2] (…) in Nagele.

A: Dat klopt, daar hebben [verdachte ] en ik 2 keer ingebroken. Daar hebben we toen drank gestolen. 8 (…)

Inbraak [benadeelde 2] op 19 mei 2014 (…) [verdachte ] en ik zijn toen op pad gegaan en zijn toen via de schuifdeuren naar binnen gegaan. De schuifdeuren hebben wij opengebroken met scheppen welke bij de Bierbrouwerij stonden. (…) Uit het pand hebben wij weggenomen drank een hele tas vol. (…) De drank bestond uit veel bier in flesjes en blikjes verder hadden wij wodka. (…)

Twee dagen later hebben wij weer ingebroken bij de Bierbrouwerij. Nu zijn wij niet via de schuifdeuren gegaan. Maar heb ik een raampje ingeslagen met een hamertje, (…) hebben wij een dummy-camera meegenomen. 9

Bij de politie verklaarde verdachte onder meer het volgende:

[benadeelde 2] , twee keer ingebroken. De eerste keer door [medeverdachte] en mij. De tweede keer door [medeverdachte] en ik kwam er later ook nog bij. 10 (…)

inbraak Kasparus Bierbrouwerij op 19 mei 2014. (…)

A: dat is waar. Dat was de alle eerste inbraak die ik in mijn hele leven heb gedaan. Dit was samen met [medeverdachte] . Wij hebben de schuifdeuren geforceerd met een paar scheppen die daar stonden.

V: Wat hebben jullie toen meegenomen?

A: 1 fles beerenburg, 3 flessen poolse wodka, 2 flessen whiskey van het merk: Glenn Mancion en Glen Teloch, 1 fles Amaretto, 1 fles Sherry, 8 blikjes beerenburg cola, 3 sixpack met Tyskie bier, 1 sixpack Leg bier, 8 redbull blikjes.

3 zaak (…) betreft inbraak [benadeelde 2] op 2 juni 2014 Verbreking onderste ruit toegangsdeur voor zijde pand. (…)

De tweede keer was ik er wel bij maar [medeverdachte] heeft toen een raam geforceerd met een Life hammer. Ik stond buiten bij een kade op de uitkijk. [medeverdachte] piepte mij met een gratis 8008 sms’je dat ik er ook bij moest komen. Ik heb hem toen geholpen met dragen. (…) Voor dat we alles mee hebben genomen heb ik de camera die binnen geplaatst was meegenomen. Het bleek later een dummy te zijn. We hebben 1 fles whiskey, 1 fles Bacardy en 2 flessen wijn en zes blikken halve liters Hongaars bier meegenomen. 11

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte bij de politie bruikbaar is voor het bewijs, aangezien deze niet alleen wordt ondersteund door de verklaring van de medeverdachte maar ook door de aangiftes van [A] . Dat verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2017 heeft verklaard dat hij alleen op de uitkijk heeft gestaan en de goederen naar zijn woning heeft gebracht, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

De rechtbank is, op grond van het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander in de periode 19 mei 2014 tot en met 13 juni 2014 tweemaal heeft ingebroken bij [benadeelde 2] .

Het onder 3 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Feiten 4 en 5

In het dossier bevindt zich een aangifte van [B] namens [benadeelde 3] Hij verklaarde onder meer het volgende.

Hierbij doe ik aangifte namens [benadeelde 3] van diefstal van diverse goederen vanaf het bouwterrein gelegen aan de [adres] te Emmeloord. Ook zijn er opzettelijk en wederrechtelijk goederen vernield en beschadigd. (…) Deze goederen zijn eigendom van [benadeelde 3] . (…)

Op vrijdag 13 juni 2014 is het bouwterrein afgesloten omstreeks 16:30 uur. (…) Zaterdagmorgen omstreeks 08:45 uur kwam er een medewerker van TenneT op het terrein (…) en zag dat de bouwkeet (…) opengebroken was en dat het raam aan de achterzijde van de keet helemaal stuk was er eruit lag. Ook het rolluik welke voor het raam bevestigd was geforceerd en beschadigd. Naast de bouwkeet stond een zeecontainer en [C] zag dat het slot hiervan geforceerd was en de deur stond geopend. Bij de container lagen goederen op de grond die uit de container kwamen en binnen in de container lag alles overhoop. (…) [C] zag dat de Gator wit gespoten was met wegenwerf (…) Op het werkterrein stond een drainagefrees. Daarvan is het raam opengebroken, uit de cabine mist een ontvanger van een laser. Aan de drainagefrees hangen gereedschapskisten. [C] zag dat deze ook opengebroken waren en er lag wat gereedschap onder de drainagefrees. Ook waren alle lampen op de drainagefrees opzettelijk kapot geslagen. In de bouwkeet is een deur van een metalen archiefkast geforceerd en vernield. Daar was niets uit weggenomen. [C] zag dat de kabels van Bouwwatch waren doorgeknipt. De Bouwwatch is een camerabeveiliging die bevestigd is op een paal. 12

Medeverdachte [medeverdachte] verklaarde hierover onder meer – op vragen van de politie – het volgende.

V: Er is een blauwe spanband gevonden in de woning (…)

A: (..) die komt bij een bedrijf vandaan waar we ook de grote camera hebben meegenomen. (…)

V: Even terug op de grote witte camera, heb je die bij een bouwbedrijf in Nagele weggenomen?

A: Nee net buiten Nagele aan de weg naar Emmeloord. (…) We hebben daar meer spullen weggenomen. (…)

Twee spanbanden, twee mokers en nog een gereedschapskist vol met gereedschap meegenomen. (…) Oh ja wat nog wel bij die spullen van het bouwterrein was nog een printer van, maar die hebben we al meteen doorverkocht. (…)

V: Wat hebben jullie met de bouwkeet gedaan?

A: We hebben het raam helemaal kapot gemaakt. (…) Dat hebben we met de moker kapot gemaakt. We hebben ook de rolluik vernield. (…)

V: Wat heb je in die container gedaan.

A: De twee blauwe spanbanden en de twee mokers gepakt en de gereedschapskist. (…)

V: Hebben jullie witte verf gespoten?

A: Ja een karretje, iets wat lijkt op een golf karretje. (…)

V: Er stond een grote machine is dat een drainagefrees, hebben jullie daar een ruit van vernield?

A: Ja dat klopt. (…)

V: Aangever verklaart dat er een ontvanger van een laser is weggenomen.

A: Ja dat klopt. (…)

V: Aan die drainagefrees hing ook gereedschapskisten en er lag gereedschap eronder, klopt dat?

A: Ja dat klopt.

V: Hebben jullie hiervan gereedschap meegenomen?

A: Ja een paar sleutels.

V: Hebben jullie ook lampen vernield van die frees?

A: Ja dat klopt. 13

Bij de politie verklaarde verdachte onder meer het volgende.

Ik zag bij de brug richting Nagele een beveiligingscamera hangen op een bouwbedrijf. (…) Samen met [medeverdachte] Dam ben ik naar dat bouwterrein gegaan. [medeverdachte] is in de paal, waar de camera bovenin hing, geklommen. Maar het lukte hem niet om de camera boven in die paal los te maken, dus is hij naar beneden gegaan. Onderaan die paal is een soort blok en [medeverdachte] liet zich daar dus invallen. Daar kon [medeverdachte] met een soort draaimolentje aan een kabeltje de camera naar beneden draaien. Toen is [medeverdachte] eruit geklommen en hebben we die camera meegenomen.

Daar van dat bouwbedrijf hebben we ook 2 spanbanden, 2 mokers van 10 kilo en een blauwe metalen gereedschapskist met sleutels (gereedschap) meegenomen. (…)

Ik weet niet wanneer het precies was dat we de spullen van het bouwbedrijf hebben weggenomen, het is ongeveer anderhalve week geleden. De spullen hebben we rond een (1) uur ’s nachts weggenomen. De camera was een soort Fair beveiligingscamera. (…) Kijk [medeverdachte] gaat er dan mee bezig en ik ben echt een meeloper. (…)

U vraagt of we ook nog in de bouwkeet op het bouwterrein zijn geweest? De spanbanden heb ik uit de zeecontainer die op het terrein stond weggenomen. [medeverdachte] heeft met de sloophamer de twee sloten van de zeecontainer geforceerd. Hierna heb ik de deuren van de zeecontainer geopend.

U vraagt waar de mokers dan vandaan komen. Die stonden ook ergens op dat bouwterrein. Die had [medeverdachte] gejat. (…) Hij heeft met een moker het raam ingeslagen van de bouwkeet. Hij heeft ook met een spuitbus dingen wit gespoten. Hij heeft een printer uit de bouwkeet meegenomen en aan mij gegeven. 14 (…)

V: (…) diefstal vanaf het bouwterrein [benadeelde 3] te Emmeloord (…)

Daar hebben [medeverdachte] en ik goederen weggenomen. [medeverdachte] breekt dan in en ik doe voornamelijk het tilwerk.

V: Wat hebben jullie daar weggenomen.

A: Een blauwe gereedschapskist met steeksleutels, 2 grote bouw mokers, 2 sjorbanden, een printer van het merk Brother en een Speeddome Camera die gebruikt wordt voor de beveiliging van een bouwterrein. [medeverdachte] heeft met de moker een ruit vernield van de schaftkeet waar hij een printer uit heeft weggenomen.

Bij een bouwcontainer heeft [medeverdachte] met behulp van een moker twee sloten geforceerd. Hierop heb ik de deuren geopend. We zijn toen naar binnen gegaan. Binnen heeft [medeverdachte] met een witte spuitbus een golfkarretje wit gespoten. Hieruit hebben we sjorbanden weggenomen. Op het bouwterrein stond ook een kraan. [medeverdachte] heeft deze kraan opengebroken en ik heb de gereedschapskist eruit gehaald. 15

Ter terechtzitting van 11 januari 2017 heeft verdachte zijn verklaring gewijzigd in die zin dat hij alleen op de uitkijk heeft gestaan. Zijn politieverklaring is onjuist omdat de medeverdachte hem voor het verhoor bij de politie had gevraagd om een deel van de schuld op zich te nemen. De rechtbank acht de verklaring ter zitting ongeloofwaardig gelet op de mate van detaillering van de verklaring, zoals die ten overstaan van de politie is afgelegd en gelet op de mate waarin de politieverklaring strookt met de overige bewijsmiddelen. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat verdachte niet ten aanzien van alle aan hem tenlastegelegde feiten bij de politie een deel van de schuld op zich heeft genomen. De rechtbank zal daarom uit gaan van de verklaring van verdachte zoals afgelegd bij de politie.

De rechtbank is, op grond van het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander in de periode 13 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Emmeloord goederen heeft weggenomen van een bedrijventerrein. Het onder 4 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde zal de rechtbank verdachte vrijspreken. Bij de politie heeft verdachte elke betrokkenheid ontkend en in het dossier bevindt zich alleen een verklaring van medeverdachte [medeverdachte] die heeft verklaard dat verdachte de vernielingen samen met hem heeft gepleegd. Deze verklaring van [medeverdachte] vindt echter onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen.

Feit 6

Aangeefster [benadeelde 4] heeft onder meer verklaard:

Op zaterdag 14 juni 2014, omstreeks 20.00 uur, heb ik mijn personenauto, te weten een zwart Citroen Xsara Brak 2.0 HDI met kenteken [kenteken] , geparkeerd op de parkeerplaats voor mijn woning aan de [adres] te Nagele. (…) Vandaag zondag 15 juni 2014, omstreeks 06.30 uur, kwam ik tot de ontdekking dat mijn auto weg was. (…) 16

Haar partner [D] verklaarde op vragen van de politie.

V: Op zondag 15 juni 2014, is er door [benadeelde 4] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto (…) Weet jij wie deze auto heeft weggenomen en waarom?

A: Ik vermoed het wel. Op zaterdag avond lagen de sleutels nog op tafel. Die avond is er niemand anders bij ons geweest behalve [medeverdachte] . Daarom heb ik het vermoeden dat [medeverdachte] deze auto heeft gestolen. 17

Medeverdachte [medeverdachte] is door de politie verhoord en verklaarde over deze zaak onder meer het volgende.

Op een zaterdag, in de maand juni 2014, moest ik van [verdachte ] geld ophalen bij een man die bij hem in de straat woont. (…) Ik ben er alleen naar toe gegaan. Toen ik binnen was heb ik geld gekregen en zag de autosleutels bij de televisie liggen.. Ik heb de sleutels gepakt. (…) Ik moest van [verdachte ] die sleutels wegnemen. [verdachte ] wilde die auto van de pool hebben en de auto verkopen. [verdachte ] heeft de auto met sleutels open gemaakt. [verdachte ] ging achter het stuur zitten en we zijn naar Lemmer gereden. (…) We hebben de auto achter gelaten achter ‘Het Goed’ hier in Emmeloord. (…) Het betrof een soort stationwagen. De kleur was zwart. 18

Verdachte verklaarde onder meer het volgende.

Auto gejat in Nagele. Dit heb ik samen met [medeverdachte] gedaan. Ik kreeg namelijk nog 20 euro van [D] en toen ging [medeverdachte] daarheen om dat op te halen, maar [medeverdachte] heeft het geld en de autosleutels meegenomen. 19 (…)

’s Avonds laat zij we toch gaan rijden met zijn auto. [medeverdachte] zei dat hij een nieuwe auto had. (…) dit was een Blauw zwarte Citroen Xara. 20

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat medeverdachte [medeverdachte] de autosleutels en de auto van [benadeelde 4] had weggenomen. ’s Avonds was [medeverdachte] bij hem gekomen met een auto. Hij herkende de auto niet. Hij wist dat [medeverdachte] zelf niet over een dergelijke auto beschikte maar stelde er geen vragen over en heeft toen met [medeverdachte] in het geheel niet over de auto gesproken.. Samen zijn ze in eerste instantie naar Lemmer gereden. Later heeft hij zelf ook nog in de auto gereden.

De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig en zal daarom uitgaan van de verklaring van verdachte zoals afgelegd bij de politie.

De rechtbank is, op grond van het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander in de periode 14 juni tot en met 15 juni 2014 te Nagele tezamen en in vereniging met een ander de auto van [benadeelde 4] heeft wegenomen. Het onder 6 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 16 juni 2014 te Emmeloord, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, medewerker(s) van [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van een snoerloze boor-schroefmachine (merk Hitachi, type DS14DSFL(2LRK)) en een haakse slijpmachine (merk Hitachi, type G23SS LA) en een of meer haakse slijpmachine(s) (merk Hitachi, type G13SR3) en een of meer paar werkhandschoenen (merk Safe Worker), hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk zich voorgedaan als medewerker van het bedrijf [bedrijf] en bovengenoemde goederen op rekening van [bedrijf] laten zetten, waardoor (een of meer medewerker(s) van) [benadeelde 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode 19 mei 2014 tot en met 13 juni 2014 te Nagele, tezamen en in vereniging met een ander (meermalen) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een of meer blik(ken) en flesje(s) bier en een of meer fles(sen) (sterke) drank en een (dummy) camera, toebehorende aan [benadeelde 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

4.

hij in de periode 13 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Emmeloord, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een bedrijventerrein (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (beveilgings-)camera (merk Speed Dome) en een printer (merk Brother) en een (blauw metalen) gereedschapskist met sleutels en een of meer mokers en een of meer spanbanden en een ontvanger van een laser, toebehorende aan [benadeelde 3] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door braak;

6.

hij in de periode 14 juni tot en met 15 juni 2014 te Nagele, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (merk Citroën, kenteken [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 4] .

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1

Medeplegen van oplichting

Feit 3

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd

Feit 4

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Feit 6

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis en daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en subsidiair een geheel voorwaardelijke straf.

Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is niet passend gelet op het tijdsverloop in deze strafzaak en het gegeven dat verdachte een vrouw en een kind heeft, een baan in het verschiet heeft en zijn financiën met behulp van een bewindvoerder op orde heeft, hetgeen door een gevangenisstraf doorkruist zal worden.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een oplichting, twee inbraken en diefstal van een auto. Dergelijke vermogensdelicten veroorzaken naast financiële schade, vaak veel hinder voor de benadeelden en zorgen voor onrustgevoelens in de maatschappij. Voorgaande heeft verdachte kennelijk ondergeschikt gemaakt aan zijn drang naar geldelijk gewin. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een de verdachte betreffende reclasseringsrapportage d.d. 3 februari 2016 waaruit blijkt dat verdachte is gediagnostiseerd met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Verdachte is als kind naar een pleeggezin gegaan omdat zijn ouders in verband met heroïneverslaving en prostitutie niet bij machte waren om voor hem te zorgen. Hij heeft een hecht contact met het pleeggezin en ziet hen als zijn biologische familie. Verdachte kan slecht situaties inschatten vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek en is daardoor op meerdere gebieden fors in de problemen gekomen. Verdachte heeft een sterke wens om een rustig en stabiel leven op te bouwen en dat is een motivatie voor hem om mee te werken aan externe steunmiddelen als bewindvoering, woonbegeleiding en behandeling.

Verdachte is arbeidsongeschikt, hij heeft momenteel geen dagbesteding, wel heeft hij allerhande activiteiten waar hij de dag mee vult. Hij gaat deelnemen aan een re-integratietraject dat hem vanuit UWV wordt aangeboden. Verdachte ontvangt woonbegeleiding in verband met zijn persoonlijkheidsproblematiek. Met deze woonbegeleiding is hij in staat om zijn leven dusdanig te structuren, dat het mogelijk is voor hem om zelfstandig te wonen. Geadviseerd wordt een voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld, onder andere voor vermogensdelicten.

De rechtbank houdt als aanknopingspunt voor de op te leggen straf voor deze feiten onder meer rekening met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (verder te noemen: LOVS). Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een bedrijfsinbraak en de diefstal van een auto 120 uur werkstraf per delict en als er sprake is van recidive 10 weken gevangenisstraf onvoorwaardelijk.

Naast de bewezen verklaarde feiten, heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan twee diefstallen welke ad informandum op de dagvaarding staan vermeld. Verdachte heeft deze feiten tegenover de politie bekend en ter terechtzitting bevestigd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van deze feiten. Verdachte heeft overigens ter zitting geen volledige openheid van zaken willen geven en aldus nagelaten verantwoordelijkheid voor zijn fouten te nemen.

De rechtbank is - anders dan de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat voor de veelheid aan feiten, gepleegd in korte tijd, het gegeven dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, er geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Ook rekening houdend met het tijdsverloop van 3 jaar tussen het plegen van de feiten en de berechting, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden.

Deze straf is in overeenstemming is met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

9 DE BENADEELDE PARTIJEN

Feit 2

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [benadeelde 5] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 1.900,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering hoofdelijk te toe wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen primair gelet op de door haar bepleite vrijspraak en subsidiair vanwege het gegeven dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde 5] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de verdachte van het hem onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Feit 3

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [benadeelde 2] – daartoe vertegenwoordigd door [A] – zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 650,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering hoofdelijk te toe wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft zij verzocht de vordering te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de raadsvrouw de stelling van de benadeelde partij, dat hij zijn bedrijf twee dagen heeft moeten sluiten en hij daarmee een bedrag van € 500,00 aan inkomensschade heeft geleden, niet heeft betwist. Daarnaast heeft de raadsvrouw de (hoogte van de) gevorderde vergoeding van het eigen risico van de verzekering niet bestreden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is daarmee gebleken dat de behandeling van de vordering van [A] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de toelichting van de benadeelde partij ter zitting, voldoende aannemelijk is geworden dat er als gevolg van het onder 3 bewezen geachte rechtstreeks schade is geleden en dat de vordering ter zake van die schade zich leent voor toewijzing tot een bedrag van € 650,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f, 47, 57, 310, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen onder 2 en 5 aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 1, 3, 4 en 6 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partijen

Feit 2

- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 5] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Feit 3

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [A] , van een bedrag van € 650,00, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2014, tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 650,00 ten behoeve van het slachtoffer [A] , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [A] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [A] , daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en

mr. H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2014159656, doorgenummerd 1 tot en met 401.

2 Pagina 55 en 56

3 Pagina 87

4 Pagina 141 en 142

5 Pagina 158 en 159

6 Pagina 176 en 177

7 Pagina 184 en 185

8 Pagina 169

9 Pagina 172

10 Pagina 162

11 Pagina 164

12 Pagina 231 tot en met 233

13 Pagina 250

14 Pagina 238

15 Pagina 244

16 Pagina 295 en 296

17 Pagina 230

18 Pagina 307

19 Pagina 305

20 Pagina 311