Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:2828

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
13-06-2017
Zaaknummer
16/652732-16, 16/660574-16 en 16/128925-16 (gev. ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee 17-jarige jongens uit Utrecht en Zeist zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor 5 overvallen in 2016. Een 17-jarige jongen uit Zeist is veroordeeld tot 18 maanden jeugddetentie en de PIJ-maatregel (Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen). De verdachte uit Utrecht is veroordeeld tot 15 maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaar. De jongens hebben in korte tijd zeer ernstige feiten gepleegd. De rechtbank legt daarom hogere straffen op dan geëist door de officier van justitie.

De overvallen vonden plaats in een periode van 6 weken. Tijdens de overvallen werd gedreigd met een nepvuurwapen en in 2 gevallen ook met een bijl. De jongens overvielen een buschauffeur, snackbar en supermarkt in Utrecht. Ook overvielen zij een eetsalon in Wijk bij Duurstede en probeerden zij een coffeeshop in Zeist te overvallen. De 17-jarige jongen uit Zeist heeft zich ook schuldig gemaakt aan heling en openlijk geweld.

De rechtbank realiseert zich dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, in de volksmond ook wel jeugd-tbs genoemd, een zeer zwaar middel is. De 17-jarige jongen uit Zeist ontkent schuldig te zijn en werkt niet mee aan gedragsonderzoeken. Gelet op zijn houding ziet de rechtbank geen mogelijkheden in andere vormen van behandeling en begeleiding.

De 17-jarige jongen uit Utrecht bekent de feiten en is onderzocht door een psychiater en psycholoog. Zij adviseren om hem verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank neemt het advies over en legt een voorwaardelijke PIJ-maatregel op, als stevige stok achter de deur voor de bijzondere voorwaarden die de rechtbank oplegt. De jongen moet behandeld worden voor zijn stoornis en komt door een ITB PLUS-maatregel onder streng toezicht te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/652732-16, 16/660574-16 en 16/128925-16 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 juni 2017

in de strafzaken tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in Intermetzo JJI Lelystad te Lelystad.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2017 en is gesloten op 30 mei 2017. De verdachte is op 19 mei 2017 in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging met parketnummer 16/652732-16 is op de pro forma-zitting van 10 januari 2017 gewijzigd.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16/652732-16

1. op 25 september 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing van de eigenaar ( [slachtoffer 1] ) van een snackbar (snackbar [snackbar] );

2. op 12 augustus 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de gewapende overval op een buschauffeur ( [slachtoffer 2] van [busmaatschappij] ) en/of de afpersing van die buschauffeur;

3. op 25 september 2016 te Zeist zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de poging tot afpersing van een medewerker ( [slachtoffer 3] ) van een coffeeshop (coffeeshop [coffeeshop] );

16/660574-16

1. op 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de gewapende overval op een cafetaria/eetsalon (eetsalon [eetsalon] );

2. op 23 september 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing van een medewerker ( [slachtoffer 4] ) van een supermarkt (supermarkt [supermarkt] ) en/of van een klant ( [slachtoffer 5] ) van die supermarkt en/of het medeplegen van diefstal met geweld ten aanzien van die klant;

3. op 10 juni 2016 te Leersum zich schuldig heeft gemaakt aan een auto-inbraak, dan wel aan heling.

16128925-16

op 7 oktober 2015 te Amersfoort zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

3 Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

16/652732-16

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Op basis van het strafdossier kan worden bewezen, aldus de officier van justitie, dat het verdachte is geweest die zowel bij coffeeshop [coffeeshop] als bij snackbar [snackbar] naar binnen is gegaan en dat medeverdachte [medeverdachte] daarbij als bestuurder van de auto is opgetreden. Voorts is komen vast te staan dat de gebruikte goederen (kleding, bivakmutsen, wapens) voorafgaand aan de feiten door verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] in bewaring waren gegeven en in de woning van medeverdachte werden bewaard. Vervolgens hebben zij deze goederen gezamenlijk opgehaald zodat deze gebruikt konden worden bij de (poging tot) overvallen, waarna de goederen weer werden teruggebracht.

Ten aanzien van de overval op buschauffeur [slachtoffer 2] (feit 2) hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] een bekennende verklaring afgelegd. Gelet op die verklaringen, de beelden die in de bus zijn gemaakt en de aangifte, acht de officier van justitie ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

16/660574-16

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en wijst daarbij op de aangiftes, de camerabeelden in eetsalon [eetsalon] , de chats tussen verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] die over de overval gaan, de beelden van het portiek van de woning van medeverdachte

[medeverdachte] en de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte] .

Op basis van het strafdossier acht de officier van justitie ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangiftes, het ophalen van de overvalspullen bij de woning van medeverdachte [medeverdachte] en het weer terugbrengen van die spullen na de overval, de beelden bij supermarkt [supermarkt] en de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte]

Van het derde feit acht de officier van justitie het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Er is ingebroken tussen 17:00 en 18:20 uur, waarbij een tas met inhoud is weggenomen uit de auto.

Op de telefoon van verdachte worden foto’s van buitgemaakte documenten aangetroffen, welke foto’s onder meer zijn gemaakt op diezelfde dag om 18:28 uur. In de slaapkamer van verdachte zijn diverse weggenomen documenten en goederen aangetroffen. Gelet op het extreem korte tijdsbestek tussen de gepleegde autokraak en het maken van met name de eerste foto van een daarbij weggenomen document, wordt de diefstal bewezen geacht.

16128925-16

Ook de openlijke geweldpleging acht de officier van justitie op basis van het strafdossier wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich - samengevat - op het standpunt gesteld dat zij het ondervragingsrecht niet adequaat heeft kunnen uitoefenen, omdat medeverdachte [medeverdachte] zich bij de rechter-commissaris heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. Omdat zich, buiten de verklaringen van de medeverdachte voor de overvallen op supermarkt [supermarkt] , snackbar [snackbar] , eetsalon [eetsalon] en coffeeshop [coffeeshop] , naar de mening van de verdediging, geen belastende getuigenverklaringen of andere bewijsstukken in het strafdossier bevinden, is verzocht om de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] uit te sluiten van het bewijs, gelet op de jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad ter zake van de zogenoemde ‘sole or decisive’- rule.

Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is voor het medeplegen van de overval op snackbar [snackbar] , zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de overval op buschauffeur [slachtoffer 2] , refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Omdat een eventueel alternatief scenario bij de poging om coffeeshop [coffeeshop] te overvallen niet is uit te sluiten, heeft de verdediging voor dat feit om vrijspraak verzocht.

Ten aanzien van de overval op eetsalon [eetsalon] heeft de verdediging betoogd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor deelname van verdachte aan die overval. Dat geldt naar de mening van de verdediging ook voor de overval op supermarkt [supermarkt] . Voor beide feiten heeft de verdediging om vrijspraak verzocht.

Ten aanzien van de diefstal uit de auto in Leersum is er geen enkel bewijs dat verdachte daarmee te maken heeft. Voorts is uit het dossier niet af te leiden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de goederen van diefstal afkomstig waren. Ook voor dat feit heeft de verdediging om vrijspraak verzocht.

Met betrekking tot de ten laste gelegde openlijke geweldpleging op 9 oktober 2015 te Amersfoort, heeft de verdediging betoogd dat er in het dossier geen aanwijzingen zijn dat het geweld is gepleegd door een van de medeverdachten laat staan dat verdachte daar een bijdrage aan heeft geleverd. Om die reden kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen, aldus de verdediging.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

vrijspraak 16/660574-16, feit 3 primair, auto-inbraak, zaaksdossier LEERSUM

De rechtbank acht onvoldoende wettig bewijs voorhanden dat verdachte de autoruit heeft ingeslagen en vervolgens uit die auto goederen heeft weggenomen. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

4.3.2

Bewijsmiddelen

bewijsmiddelen 16/652732-16, feit 1, snackbar [snackbar] , zaaksdossier 09CUCULUS16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Op 25 september 2016 heeft [slachtoffer 1] , eigenaar van snackbar [snackbar] te [vestigingsplaats] , aangifte gedaan van een gewapende overval op zijn snackbar op diezelfde dag. Daarbij heeft aangever verklaard dat hij omstreeks 21:30 uur een donker geklede persoon de snackbar in zag lopen die een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen had en een bivakmuts over zijn hoofd droeg.2 Aangever hoorde die persoon zeggen dat hij geld wilde hebben. Aangever zag dat de persoon het vuurwapen op ongeveer 40 centimeter van het voorhoofd van aangever hield. Aangever hoorde dat de persoon bleef roepen om geld en zag dat de persoon vervolgens de bovenzijde van het vuurwapen naar achteren trok, hij hoorde dat de persoon briefgeld wilde hebben en zag dat de persoon een tas openhield zodat aangever er het geld in kon doen. Aangever heeft vervolgens de volgende biljetten in de tas gedaan: 2 x € 20,00, 2 of 3 x € 10,00, 4 tot 6 x € 5,00. Daarna is de persoon de snackbar uitgerend.

Aangever is ook naar buiten gerend, zag vervolgens een fietser aankomen en riep “dief, dief”, en zag dat de fietser achter de wegrennende overvaller aan fietste.

De overvaller had een donkerkleurige jas met lange mouwen aan die tot net over de heupen kwam3, en droeg een bivakmuts waar enkel de ogen en de wenkbrauwen zichtbaar waren.4

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 25 september 2016 omstreeks 21:53 uur de Koekoekstraat in fietste, dat hij vanuit snackbar [snackbar] een man zag rennen, dat die man in de richting van de Adelaarstraat rende, dat er in de snackbar een man achter de kassa stond

die “politie” riep, dat hij vermoedde dat er een overval was gepleegd en dat hij achter de man is aangefietst die hij eerder uit Snackbar [snackbar] had zien rennen. Getuige [getuige 1] is de man niet meer uit het oog verloren, zag dat er op de Nieuwe Koekoekstraat ter hoogte van de Kwartelstraat een auto stond waarvan de verlichting brandde, hoorde dat de motor van die auto aanstond en zag dat de man aan de bijrijderskant van de auto instapte.5

Getuige [getuige 1] zag dat het kenteken van de auto [kenteken] was en zag dat de auto met enorme vaart wegreed.6

Op 25 september 2016 omstreeks 21:57 uur hoorde verbalisant [verbalisant 1] van de overval en hoorde dat de vluchtauto kenteken [kenteken] had. Uit het RDW bleek dat het voertuig met dit kenteken op naam stond van [A] , wonende aan de [adres] .7

Verbalisant [verbalisant 2] zag op 25 september 2016 omstreeks 22:05 uur de Seat Ibiza met kenteken [kenteken] op de parkeerplaats aan de achterzijde van de [adres] staan en voelde dat het bumperpaneel aan de rechtervoorzijde van het voertuig gloeiend heet was.8

De portieken die toegang gaven tot de percelen [adres] tot en met [nummer] en [nummer] tot en met [nummer] werden afgezet en de lift werd tegengehouden, waarna verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] de flat, waar de verdachten van perceel [nummer] heen waren gevlucht, verdieping voor verdieping controleerden en uiteindelijk 2 personen aantroffen die voor de lift stonden. Deze personen zijn aangehouden en betroffen [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ), geboren op [2000] , en [verdachte] (hierna: [verdachte] ), geboren [2000] . Verbalisant [verbalisant 1] hoorde [verdachte] tijdens de aanhouding “zwijgrecht” zeggen tegen [medeverdachte] .9

Op de camerabeelden van 25 september 2016 van portiek, lift en overloop van onder meer de woning aan de [adres] , is te zien dat [medeverdachte] om 16.14.13 de lift uit komt. Even later komt [verdachte] de lift uit, hij draagt een boodschappentas van Lidl. Ze gaan naar buiten.10 Om 16:14:51 is te zien dat beiden naar de zwarte personenauto lopen en dat [verdachte] als bijrijder instapt.11 Te zien is dat [medeverdachte] en [verdachte] om 22:07:27 uur het portiek weer binnenkomen, dat [medeverdachte] voorop loopt en een Lidl-tas draagt, en dat achter hem [verdachte] loopt. Om 22:11:49 uur komen politiemedewerkers het portiek binnen.12 Om 22:11:25 uur is te zien dat [medeverdachte] en [verdachte] over de passage op de zevende verdieping van de portiekflat rennen. En om 22:18:07 komen politiemedewerkers uit de tegenovergestelde richting over dezelfde passage aanlopen.13

Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [medeverdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, diverse bankbiljetten (2 x € 20,00, 3 x € 10,00, 1 x € 5,00), een zwarte gewatteerde jas, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat, en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.14

Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.15

Op 13 oktober 2016 is [medeverdachte] in de JJI [naam] te [vestigingsplaats] gehoord. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij met een vriend rondhing in Overvecht, dat zijn vriend geld nodig had en zei dat ze dat (de rechtbank begrijpt: de overval op snackbar [snackbar] ) gingen doen, dat hij van zijn vriend een auto moest regelen, dat hij aan zijn vader heeft gevraagd om hem met zijn taxi naar het station Overvecht te brengen16, dat hij vervolgens in de taxi stiekem de sleutel van de auto uit de schoudertas van zijn vader heeft gepakt.17 Later op de avond is [medeverdachte] met zijn vriend in de auto van zijn vader naar de snackbar gegaan. Zijn vriend heeft de snackbar overvallen en [medeverdachte] heeft in een zijstraat staan wachten.

Na de overval is zijn vriend in de auto gestapt en zijn zij naar [medeverdachte] ’s huis gereden. Daar kwam de politie en zijn zij aangehouden.18

[medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij de auto van zijn vader met kenteken [kenteken] op de Nieuwe Koekoekstraat ter hoogte van de Kwartelstraat heeft gezet, dat hij moest wachten tot zijn vriend weer instapte, dat zijn vriend een zwarte driekwart jas droeg met de capuchon over zijn hoofd en bordeauxrode schoenen met een witte rand. De bivakmuts had hij als een mutsje op zijn hoofd aan. Voorts had hij een nepvuurwapen bij zich. [medeverdachte] bewaarde spullen voor zijn vriend bij hem thuis in de kelder of in zijn kamer. Het ging om 2 jassen, 2 of drie bivakmutsen, een wapen (dat nepwapen wat hij tijdens de overval gebruikte) en een bijl.19

Zijn vriend had eerder een Lidl-tas met die spullen aan [medeverdachte] gegeven. Op 25 september 2016 heeft [medeverdachte] de Lidl-tas van zijn kamer gehaald en die tas in de achterbak van de auto gedaan.

Toen zij op 25 september 2016 thuis kwamen heeft [medeverdachte] de auto achter de flat aan de Centaurusdreef geparkeerd en heeft hij de Lidl-tas uit de achterbak van de auto gepakt. Zijn vriend kleedde zich om en deed de jas, de bivakmuts en het vuurwapen in de Lidl-tas.20

Kort nadat [medeverdachte] en zijn vriend waren teruggekeerd in de woning aan de Centaurusdreef, zag hij overal politie. Hij is toen gaan rennen van 118 naar 158 in de flat er naast. Zijn vriend en hij zijn op dezelfde plek aangehouden.21

Getuige [A] heeft verklaard dat de nacht voor de aanhouding een jongen, te weten [verdachte] , die [medeverdachte] kent uit de [naam] , bij zijn zoon [medeverdachte] is blijven slapen.22 [verdachte] was de tweede persoon die tegelijk met [medeverdachte] is aangehouden, aldus getuige.23

Op 16 oktober 2016 is er een gesprek geïntercepteerd tussen een gedetineerde van het forensisch centrum [naam] met een gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

De gedetineerde zei onder andere:

- Drie OV-tjes op 1 avond. Bi…Woela binnen anderhalf uurtje, drie OV-tjes, bij de derde geklemd.

- (…) eentje coffeeshop, eentje snackbar, eentje restaurant. Bij de snackbar ben ik geklemd.

- Maar die coffeeshop is mislukt.

- Die man wou geen doekoe geven.

- (…) Woela kankerveel dingen in beslag genomen. Bijl, bivakmutsen, jassen, kleding, schoenen, laptop, telefoons, meer dan een doezoe (fon) aan cash in beslag genomen.

- Snackbar was een paar barkies misschien. Drie, vier ofzo. Die restaurant was achttien- negentienhonderd ofzo.

- Als ik buiten ben gelijk, woela ik ben verslaafd aan OV’tje.

- Kankerlekkere gevoel.

- [naam] zit ook vast. Ik ben met hem geklemd.24

Op basis van onderzoek is komen vast te staan dat de gedetineerde die het telefoongesprek voerde [medeverdachte] was.25

De moeder van [verdachte] , [getuige 2] , heeft verklaard dat [verdachte] 2 telefoons heeft en dat de nummers daarvan [telefoonnummer] en [telefoonnummer] zijn, en dat zij met haar zoon appt met het eerste nummer.26

Bij de aanhouding van [verdachte] is een Apple iPhone in beslag genomen. Dit toestel maakt gebruik van een WhatsApp account [Whatsappaccount] @s.whatsapp.net onder de naam [naam] .27

[verdachte] heeft op 28 oktober 2016 verklaard dat het klopt dat hij te maken heeft met de overval op snackbar [snackbar] .28

bewijsmiddelen 16/652732-16, feit 2, buschauffeur [slachtoffer 2] , zaaksdossier 09BOND16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.29

Op 12 augustus 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal onder dreiging van geweld. Aangever heeft verklaard dat hij op 12 augustus 2016 omstreeks 00:34 met lijn 6 vanaf het station Overvecht naar de eerste halte aan de Donaudreef reed, dat zijn bus leeg was, dat hij bij de bushalte 2 jongens zag staan.30 Toen aangever bij de halte kwam en de deur van de bus opende, kwam persoon 1 de bus in lopen. Hij sloeg toen met een bijl op de betaalplank. Dit deed hij meerdere keren. Ook hoorde aangever dat persoon 1 tegen aangever zei: “Ik wil je geld”. Aangever zei toen tegen persoon 1 dat hij het moest pakken en wees in de richting van het geldbakje en persoon 1 heeft het geldbakje er toen zelf uitgetrokken.

Ondertussen was persoon 2 bij persoon 1 komen staan. Persoon 2 hield dreigend een pistool in de richting van aangever. Vervolgens vroeg persoon 1 om de tas van aangever die onder de betaalplank stond. Aangever heeft de tas aan persoon 1 gegeven. Nadat aangever dat had gedaan, bleef persoon 1 vragen naar de tas van aangever. Persoon 2 dreigde met het vuurwapen in de richting van aangever die in de loop van het vuurwapen keek, terwijl de loop zich op een afstand van 20 cm van zijn gezicht bevond. Omdat persoon 2 ongeduldig werd was aangever bang dat persoon 2 zou gaan schieten. Aangever was helemaal verstijfd van angst en was bang voor zijn leven. Ondertussen werd er ook nog gedreigd met de bijl. Nadat aangever meerdere keren had gezegd dat de jongens zijn tas al hadden, zijn de jongens er rennend vandoor gegaan.

Beide jongens hadden een donkerkleurige soort winterjas met capuchon aan. Omdat beide jongens de capuchon helemaal hadden dichtgetrokken kon aangever maar een klein deel van hun gezicht zien.31

Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [medeverdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, diverse bankbiljetten (2 x € 20,00, 3 x € 10,00, 1 x € 5,00), een zwarte gewatteerde jas voorzien van een capuchon, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat, een zilverkleurige langwerpige geldcassette en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.32 Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.33

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat op 17 augustus 2016 een WhatsApp-gesprek start tussen [naam] [Whatsappaccount] @s.whatsapp.net en Vdb [Whatsappaccount] @s.whatsapp.net.

Uit onderzoek is komen vast te staan dat het [naam] -account in gebruik is bij [verdachte] en dat het Vdb-account in gebruik is bij [medeverdachte] .

Op 20 augustus 2016 om 18:23:36 uur stuurt [naam] een filmpje naar Vdb via de WhatsApp. Op dit filmpje is een opname te zien van het programma Bureau Hengeveld. In het programma wordt aandacht besteed aan de overval op de buschauffeur aan de Donaudreef te Utrecht op 12 augustus 2016. Hierop volgen onder andere de volgende berichten:

18:56:13 uur: [naam] appt Vdb: We staan op de hoofdpagina politie nl.

18:56:32 uur: Vdb appt [naam] : Ik weet ik had gister gelezen.

Op de Apple iPhone van [verdachte] worden foto’s aangetroffen van een televisie met daarop de uitzending van Bureau Hengeveld over het bewuste item.34

Op 25 oktober 2016 heeft [medeverdachte] verklaard dat hij degene was met de bijl35, dat hij de chauffeur met de bijl heeft bedreigd, dat hij een paar keer met de bijl op de toonbank heeft geslagen, dat hij een paar keer “Geef geld” heeft geroepen36 en dat hij het geldlaatje heeft gepakt. [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat zijn vriend naast hem stond, dat zijn vriend met het pistool ook op de toonbank sloeg, dat zijn vriend het pistool doorlaadde en dat de buschauffeur hen zijn rugtas gaf.37

Het geld uit de geldlade en uit de portemonnee van de chauffeur hebben [medeverdachte] en zijn vriend verdeeld. De geldlade heeft [medeverdachte] in zijn kamer gelegd.38

Op de camerabeelden van de overval is te zien dat een dader dreigt met de bijl en deze plaatst in de richting van de nek van de chauffeur.39

Op 28 oktober 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij de overval op de buschauffeur samen met [medeverdachte] heeft gepleegd en dat hij degene was met het pistool.40

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij het pistool voor het hoofd van de buschauffeur heeft doorgeladen, dat hij de buschauffeur met het pistool heeft bedreigd en dat hij tegen de buschauffeur heeft geschreeuwd.41

bewijsmiddelen 16/652732-16, feit 3, coffeeshop [coffeeshop] , zaaksdossier 033STEYN16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.42

Op 30 september 2016 heeft [slachtoffer 3] mede namens coffeeshop [coffeeshop] aan de [adres] te [adres] aangifte gedaan ter zake van een poging tot diefstal onder bedreiging van geweld.43

Aangever heeft verklaard dat hij op 25 september 2016 omstreeks 20:47 uur een manspersoon de coffeeshop binnen zag lopen, dat er op dat moment geen klanten in de zaak zaten, dat hij zag dat de man in zijn rechterhand een vuurwapen had, dat de man de loop van het vuurwapen op aangever gericht hield en dat hij hoorde dat de man zei: “Overval, geld geld geld”. Nadat aangever tegen de man had gezegd “Meen je dat nou wat ga je met dat ding doen?”, zag aangever dat de man zijn wapen doorlaadde en dat de man de loop van het vuurwapen in de richting van aangever hield. Terwijl de man het wapen op aangever gericht hield, zei aangever tegen de man “Meen je dit nu serieus?”.44 Aangever zag dat de man zich omdraaide en de coffeeshop verliet. Aangever zag dat de man richting de Action Bergweg rende.45

De man had een zwarte driekwart jas aan, droeg een blauwe spijkerbroek met aan de rechterzijde van de broek een aantal witte plekken, en donkere sportschoenen met een witte zool. De man droeg een zwarte sjaal voor zijn gezicht en droeg een capuchon. Daardoor waren alleen zijn ogen te zien.46

Op camerabeelden van het camerasysteem van coffeeshop [coffeeshop]47 is te zien dat de dader de zaak inkomt met een pistool in zijn rechterhand, dat hij een broek met kenmerkende gaten en schoenen met witte zool draagt48, dat de dader het pistool op de medewerker richt49 en dat de dader de slede van het pistool naar achteren trekt.50 De dader draagt een jas met kenmerkende vlakjes op het rugpand51 en een bivakmuts met 1 opening onder de capuchon52, gelijkend op de jas en de bivakmuts die zijn aangetroffen bij de doorzoeking in de woning aan de [adres] .53 Tijdens deze doorzoeking is ook een zwart handvuurwapen aangetroffen en in beslag genomen.54

De dader, die is te zien op de camerabeelden van de overval, droeg verder een soortgelijke spijkerbroek met gaten/beschadigingen en soortgelijke schoenen als die [verdachte] droeg bij zijn aanhouding.55

Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.56

Op 28 november 2016 heeft [medeverdachte] verklaard dat hij heeft geholpen bij de overval op coffeeshop [coffeeshop] in [vestigingsplaats] . [medeverdachte] heeft verklaard dat hij naar de coffeeshop is gereden, dat hij en [verdachte] erbij betrokken waren, dat ze gingen met de auto van zijn vader, dat hij eerst ook naar binnen zou gaan maar dat hij dat uiteindelijk niet deed, dat [verdachte] zich had omgekleed en dat [verdachte] toen alleen naar binnen is gegaan, en dat [verdachte] tegen hem had gezegd dat de overval mislukt was.57

Op 16 oktober 2016 is er een gesprek onderschept tussen een gedetineerde van het forensisch centrum [naam] met een gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

De gedetineerde zei onder andere:

- Drie OV-tjes op 1 avond. Bi…Woela binnen anderhalf uurtje, drie OV-tjes, bij de derde geklemd.

- (…) eentje coffeeshop, eentje snackbar, eentje restaurant. Bij de snackbar ben ik geklemd.

- (…) Maar die coffeeshop is mislukt.

- Die man wou geen doekoe geven. (…)

- (…) Woela kankerveel dingen in beslag genomen. Bijl, bivakmutsen, jassen, kleding, schoenen, laptop, telefoons, meer dan een doezoe (fon) aan cash in beslag genomen.

- [naam] zit ook vast. Ik ben met hem geklemd.58

Op basis van onderzoek is komen vast te staan dat de gedetineerde die het telefoongesprek voerde [medeverdachte] was.59

Op 13 oktober 2016 heeft [medeverdachte] verklaard dat hij op 25 september 2016 vanaf 14:00 uur samen met zijn vriend is geweest tot zij samen werden aangehouden.60 Voorts heeft [medeverdachte] verklaard dat zijn vriend de hele dag dezelfde kleding heeft aangehad, dat hij alleen die zwarte jas en bivakmuts nog had aangetrokken61, en dat hij bordeauxrode schoenen droeg met een witte zool.62

Op 25 september 2016 omstreeks 23:00 uur is de kleding van [verdachte] in beslag genomen, waaronder bordeauxrode schoenen met een witte zool63 en een blauwe spijkerbroek.64

Op 28 oktober 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij op 25 september 2016 de hele dag met [medeverdachte] is geweest.65

bewijsmiddelen 16/660574-16, feit 1, eetsalon [eetsalon] , zaaksdossier 034KARO16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.66

Op 21 september 2016 heeft [aangever 1] namens Eetsalon [eetsalon] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever heeft verklaard dat ten tijde van de overval op 21 september 2016 omstreeks 21:50 uur drie medewerksters in de eetsalon aanwezig waren, namelijk [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Er waren twee personen de zaak binnen gekomen.67 Een van de personen bleef in de deuropening staan. Deze persoon had een vuurwapen in de hand die hij op de medewerksters had gericht. De tweede persoon liep door naar de achterzijde van de toonbank en pakte direct de kassalade beet. Deze persoon had een bijl in zijn hand en sloeg met die bijl het snoer kapot waarmee de kassalade aan de kassa was verbonden.

Vervolgens rende de tweede persoon met de kassalade weg naar buiten en beide personen renden de Bonifatiusstraat in en verdwenen uit het zicht.68

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij de persoon met de bijl hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer”, dat zij verstijfde en dat zij hem nog een keer hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer geef geld”. Deze persoon droeg een bivakmuts met een ovale opening voor de ogen.69 Daarna zag zij dat de persoon met de bijl het snoer van de kassa doorhakte en met de gehele kassalade de zaak uitrende.70

Getuige [slachtoffer 6] heeft verklaard dat de man in de deuropening een bivakmuts op had met een ovale uitsparing bij de ogen. De andere man zag er hetzelfde uit, aldus getuige.71

Op de camerabeelden van eetsalon [eetsalon] is te zien dat omstreeks 21:49 uur twee personen in het donker gekleed en voorzien van bivakmutsen uit de richting van de Bonifatiusstraat in Wijk bij Duurstede komen aanrennen en dat zij de snackbar binnen rennen. Een van de overvallers heeft een vuurwapen bij zich en blijft bij de deur van de ingang van de snackbar staan. Hij heeft het vuurwapen in zijn hand en heeft zijn arm gestrekt voor zich in de richting van de toonbank. De overvaller met het vuurwapen haalt op enig moment de slede van het vuurwapen naar achteren en richt het vuurwapen opnieuw richting toonbank.

Om 21:50 uur rennen de overvallers naar buiten in de richting van de Bonifatiusstraat.72

Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [medeverdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, een zwarte gewatteerde jas voorzien van een capuchon, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.73

Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.74

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat op 26 augustus 2016 een WhatsApp-gesprek start tussen [naam] [Whatsappaccount] @s.whatsapp.net en Vdb [Whatsappaccount] @s.whatsapp.net.

Uit onderzoek is komen vast te staan dat het [naam] -account in gebruik is bij [verdachte] en dat het Vdb-account in gebruik is bij [medeverdachte] .

[verdachte] en [medeverdachte] delen op 26 augustus 2016 onder meer de volgende informatie:

21:12:53 uur Vdb: Wollah [verdachte] ik ga mee.

22:45:22 uur [naam] : Weet je zeker

22:51:06 uur Vdb: □□□

22:51:51 uur [naam] : Ga je 100% mee

22:52:09 uur Vdb: Wil die ding

22:52:13 uur Vdb: Wollah

22:52:13 uur Vdb: Eerst zien

22:52:18 uur [naam] : Wat

22:52:20 uur Vdb: Kan dat?

22:52:32 uur Vdb: Die ding waar we de oevoe doen

[naam] appt vervolgens 2 foto’s van eetsalon [eetsalon] .

22:54:25 uur Vdb: Hvl Medewerkers

22:54:35 uur [naam] : 375

De moeder van [verdachte] , [getuige 4] , heeft verklaard dat zij [verdachte] op 21 september 2016 tussen 11:00 uur en 12:15 uur op de [naam] heeft gezien. Later die dag, om 15:30 uur, mocht hij een sigaretje gaan roken. Hij moest om 16:30 uur terug zijn, maar hij kwam niet meer terug. Hij is toen op de telex gezet.

Die woensdag dat [verdachte] niet terugkeerde kreeg zij via Burgernet te horen dat er een overval was geweest bij snackbar [eetsalon] hier vlakbij, aldus getuige [getuige 4] .76

Op de camerabeelden van de portiekflat [adres] t/m [nummer] te [woonplaats] is te zien dat op 21 september 2016 om 16:58:34 uur [medeverdachte] de flat via het portiek verlaat, waarna een kleine zwarte auto om 16:58:56 wegrijdt. Om 19:20 uur arriveren [medeverdachte] en medeverdachte [medeverdachte 2] met een zwarte personenauto bij de portiekflat. Zij betreden de portiekflat en stappen in de lift. Om 19:32 uur komen [medeverdachte] en [medeverdachte 2] uit de lift en lopen beiden de trap af in de richting van de kelder van de portiekflat. Om 19:38 uur komen zij vanuit de kelder weer in het portiek op de begane grond. [medeverdachte] heeft een boodschappentas van de Lidl met inhoud bij zich. Zij verlaten de portiekflat en lopen naar de zwarte personenauto. Om 19:40 uur is de personenauto niet meer in beeld.

Op 22 september 2016 om 00:36 uur arriveren [medeverdachte] en [verdachte] bij de portiekflat. [verdachte] heeft een boodschappentas van de Lidl met inhoud bij zich. Zij gaan beiden met de trap naar beneden naar de bergingen. Om 00:37 uur komen zij weer via de trap bij het portiek op de begane grond. [verdachte] heeft geen boodschappentas meer bij zich.77

[medeverdachte] heeft op 28 november 2016 verklaard dat hij de overval in Wijk bij Duurstede met [verdachte] heeft gepleegd, dat hij degene met de bijl is, dat dit altijd zo is en dat je dat kan zien aan het postuur. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 21 september 2016 de tas thuis heeft gepakt en dat zij een vaste taakverdeling hadden.78

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er twee screenshots op die telefoon zijn aangetroffen, van 22 september 2016 om respectievelijk 00:41 uur en 23:16 uur, die zien op de overval op [eetsalon] .79

bewijsmiddelen 16/660574-16, feit 2, supermarkt [supermarkt] , zaaksdossier 09BOEKET16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.80

Op 23 september 2016 heeft [slachtoffer 4] mede namens supermarkt [supermarkt] aangifte gedaan van de gewapende overval op de supermarkt [supermarkt] aan de [adres] te [vestigingsplaats] .

Aangever zag op 23 september 2016 vlak voor sluitingstijd, 20:00 uur81, een man de winkel binnen komen lopen. De man kwam op aangever aflopen en had een vuurwapen in zijn handen. De man riep tegen aangever dat hij geld wilde hebben en riep vervolgens tegen een klant dat hij geld wilde hebben. De klant had een briefje van € 50,00 in zijn handen. Aangever heeft hierop de kassalade geopend. Hij zag dat de man een gele plastic tas van Jumbo vast hield en hoorde de man zeggen dat hij, aangever, het geld in de tas moest gooien. De man schreeuwde naar aangever dat al het geld in de tas moest worden gegooid. Aangever zag dat de man zijn pistool doorlaadde en op aangever gericht hield. Hij heeft ook heel even het pistool op de klant gericht. Aangever heeft vervolgens al het papiergeld uit de kassalade gepakt en in de tas gegooid. Daarna is de man de winkel uitgerend.82 De man droeg een zwarte muts en een zwarte jas met capuchon. De man droeg de capuchon van zijn jas over zijn muts en droeg een zwarte sjaal voor zijn gezicht. De ogen van de man waren te zien.83

Op 24 september 2016 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever was op 23 september 2016 in de [supermarkt] -supermarkt aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Het was tegen sluitingstijd en aangever stond af te rekenen aan de enige kassa die nog niet gesloten was.84 Aangever had een bankbiljet van € 50,00 in zijn handen en wilde dat geld aan de kassamedewerker geven. Op dat moment zag aangever een man naar de kassa komen die een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen had. Op het moment dat de man bij de kassa was, zag aangever dat de man het wapen ging doorladen. Nadat de man het wapen had doorgeladen wees de man met het wapen in de richting van de kassamedewerker en richting aangever. De man zwaaide met het vuurwapen en bewoog het van links naar rechts. De man pakte met zijn linker hand het briefje van € 50,00 uit de handen van aangever. Aangever hoorde de man tegen de kassamedewerker zeggen: “kassa open, kassa open, dit is een overval, dit is geen grapje”.

De kassamedewerker opende de kassa en pakte daar biljetten uit en legde de biljetten op de kassa. De man pakte het geld en rende de winkel uit.85

Op de camerabeelden van de [supermarkt] is te zien dat om 19:51 uur een man met een oranje jas de [supermarkt] binnen loopt. De man houdt in zijn rechter hand een witte telefoon vast, loopt door de [supermarkt] en kijkt regelmatig in de richting van de kassa’s. Om 19:53 uur verlaat de man de [supermarkt] . Om 19:54 uur loopt een man met een zwarte jas en een capuchon over zijn hoofd de [supermarkt] binnen met een vuurwapen in zijn rechter hand. De man loopt naar kassa 3. Omstreeks 19:54 uur komt de man de [supermarkt] weer uit met een gele Jumbo tas.86

Op de camerabeelden van de portiekflat aan de Centaurusdreef is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte] op 23 september 2016 om 19:40 uur de portiekflat betreden en in de richting van de kelderbox gaan. Om 19:42 uur komen zij terug en heeft [verdachte] een donkerkleurige jas onder zijn rechterarm. [verdachte] gaat vervolgens via het portiek naar buiten en loopt naar een kleine zwarte auto. Bij de auto stapt een derde persoon, gekleed in een oranje jas, uit. Vervolgens gaat [verdachte] achter in de auto zitten en de persoon met de oranje jas op de passagiersstoel. Om 19:47 verlaat [medeverdachte] de portiekflat. [medeverdachte] stapt als bestuurder in de kleine zwarte auto en de auto rijdt weg.

Om 20:02 uur komen [verdachte] en [medeverdachte] de portiekflat weer binnen. [medeverdachte] draagt een jas onder zijn linkerarm. [verdachte] draagt zwarte schoenen met een wit Nike logo. [verdachte] en [medeverdachte] lopen richting het trappenhuis.87

Om 20:08 uur komen de vader van [medeverdachte] en een ander persoon het flatgebouw binnen. De andere persoon toont opvallend veel gelijkenis met de eerder genoemde persoon met de oranjekleurige jas.88 Omstreeks 20:46 uur gaan [medeverdachte] en [verdachte] de trap af in het portiek richting de kelderboxen. Daarvoor heeft [medeverdachte] een donkerkleurige jas aan [verdachte] gegeven. Omstreeks 20:52 uur verlaten [medeverdachte] en [verdachte] de kelderbox. De donkerkleurige jas heeft geen van beiden bij zich. Te zien is dat de andere persoon die eerder met de vader van [medeverdachte] de flat inkwam in de portiek blijft wachten.89

Bij het insluiten van [medeverdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Khocell in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat [medeverdachte] op 23 september 2016 om 19:53 uur [D] naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat telefoonnummer is zowel in de Khocell van [medeverdachte] als in de Apple iPhone van [verdachte] opgeslagen als contact ‘ [medeverdachte 2] ’.90

Dat is hetzelfde tijdstip als het tijdstip waarop de man met de oranje jas de [supermarkt] verlaat en hij zijn witte telefoon bij zijn rechteroor houdt.91

Op 28 november 2016 heeft [medeverdachte] verklaard dat hij reed en dat [verdachte] naar binnen ging. [verdachte] vertelde hem dat er een man achter de kassa zat, dat hij geld vroeg, en dat hij ook een klant geld afhandig had gemaakt.92

[medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft op 27 december 2016 verklaard dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer] is.93 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij naar de [supermarkt] is gegaan, dat hij drinken is gaan halen94 en dat hij een oranje jas droeg.95 Toen hij de [supermarkt] uitliep had [medeverdachte 2] telefonisch contact met [medeverdachte] .96 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de persoon op foto 1 (een foto waarop [verdachte] staat) herkent als de andere persoon die erbij was en die in de auto zat met hem en [medeverdachte] .97

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er 3 berichten van de overval op de [supermarkt] aan de [adres] te [vestigingsplaats] in die telefoon zijn aangetroffen (AD Regio d.d. 24 september 2016 te 1:37:07 uur en 1:37:13 uur en RTVUtrecht.nl d.d. 24 september 2016 te 1:38:30 uur).98

bewijsmiddelen 16/660574-16, feit 3 subsidiair, heling, zaaksdossier LEERSUM

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.99

Op 14 juni 2016 heeft [aangever 2] aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit een auto. Aangever deed mede aangifte namens [C] . De diefstal heeft plaatsgevonden op 11 juni 2016 tussen 17:00 uur en 18:20 uur. Er is een ruit ingeslagen van een Ford C-Max100 met een Belgisch kenteken. Uit de auto is een damestas weggenomen met daarin (betaal)kaarten en sleutels.101

De moeder van [verdachte] , [getuige 4] , heeft verklaard dat op de slaapkamer van [verdachte] een doos is gevonden waarin een rijbewijs, bankpas, bibliotheekpas, een Ford autosleutel en 2 andere sleutels zaten, en dat zij die spullen heeft afgegeven bij de [naam] .102

Op 22 september 2016 heeft een begeleider van de [naam] op het politiebureau te Zeist een envelop afgegeven, die eerder door de moeder van [verdachte] was afgegeven bij de [naam] .

In deze envelop bevonden zich een Ford autosleutel, een Belgische identiteitskaart op naam van [C] , een Belgische bankpas op naam van [C] , een Belgische bibliotheekpas op naam van [C] en een winkelpasje.103

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat in de telefoon foto’s zijn aangetroffen van de uit de weggenomen damestas afkomstige spullen, waaronder een foto van de identiteitskaart van [C] , welke foto op 12 juni 2016 om 10:30 uur is gemaakt, en een foto van een bankpas, welke foto op 11 juni 2016 om 18:28 uur is gemaakt. Deze foto’s zijn genomen met de betreffende Apple iPhone.104

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de spullen op straat in Wijk bij Duurstede heeft gevonden.105

bewijsmiddelen 16/128925-16, openlijke geweldpleging te Amersfoort.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.106

Op 9 oktober 2015 omstreeks 22:20 uur kreeg verbalisant [verbalisant 4] samen met een collega [verbalisant 5] een melding om te gaan naar de Dollardstraat te Amersfoort. Daar zouden 3 jongens met een hamer een autoruit hebben ingeslagen. Zij zouden alle 3 op een eigen fiets rijden, 2 jongens hadden een blanke huidskleur en 1 jongen had een donkere huidskleur en een zwarte muts op. Omstreeks 22:22 uur was verbalisant ter plaatse en zag 3 jongens rijden vanaf de Dollardstraat, die voldeden aan het signalement. De 3 jongens zijn aangehouden. De 2 blanke jongens bleken te zijn: [D] en [verdachte] .107 De derde, donkere jongen was [E] .108

Verbalisant [verbalisant 4] zag dat verdachte [D] een voorwerp van ijzer onder een personenauto schopte, en zag even later dat het een hamer was.109

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2015 op het Vreeland liep en doffe klappen hoorde. Zij zag drie jongens fietsen die met een voorwerp aan het overgooien waren.110 Zij zag dat dit voorwerp een hamer was. Zij zag dat jongen 2 met een hamer een aantal keren op een auto sloeg, Daarna gooide jongen 2 de hamer in de richting van de andere jongens. Jongen 1 pakte de hamer op en sloeg op een auto. Op dat moment hoorde getuige [getuige 5] glas rinkelen.111

Jongen 1 had een negroïde uiterlijk en had een zwarte muts op. Jongen 2 had langer haar tot onder de oren en droeg een spijkerbroek.112 Jongen 3 had een grijze capuchon op zijn hoofd.113

[verdachte] heeft verklaard dat hij jongen 2 was.114 [E] heeft verklaard dat hij eigenlijk niet meer zo goed weet wat er is gebeurd omdat hij dronken was, dat het wel zou kunnen dat hij een muts op had en dat hij met een hamer heeft gegooid.115 [D] heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] en [E] was, dat hij een hamer bij zich had116, en dat hij een doffe klap heeft gehoord.117

Door [aangever 3] is aangifte gedaan van vernieling van haar autoruit op 9 oktober 2015 na 22:00 uur, terwijl haar auto op de Dollardstraat geparkeerd stond.118

Door [aangever 4] is aangifte gedaan van schade aan de buitenspiegel van haar auto, die aan de Dollardstraat geparkeerd stond in de nacht van 9 op 10 oktober 2015.119

4.3.3

Bewijsoverwegingen

bewijsoverwegingen 16/652732-16, feiten 1 tot en met 3, en 16/660574-16, feiten 1 en 2

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, zoals hierna onder 5 weergegeven.

Er is bij de (poging tot) overvallen op snackbar [snackbar] , coffeeshop [coffeeshop] , eetsalon [eetsalon] , supermarkt [supermarkt] en de overval op de buschauffeur sprake van een vergelijkbare modus operandi. Telkens is [verdachte] met een nepvuurwapen naar binnen gegaan en heeft hij tijdens de overval het wapen op het slachtoffer gericht en deze doorgeladen. Bij de overval op eetsalon [eetsalon] en op de buschauffeur is [medeverdachte] mee naar binnen gegaan met een bijl. Bij de andere overvallen is [medeverdachte] in een auto blijven wachten. De te gebruiken goederen (kleding, bivakmutsen, vuurwapen en bijl) zijn voorafgaand aan het plegen van de feiten door [verdachte] in bewaring gegeven aan [medeverdachte] en door [medeverdachte] in zijn woning bewaard. Vervolgens werden de te gebruiken goederen voorafgaand aan het plegen van de feiten al dan niet gezamenlijk opgehaald en daarna weer teruggelegd.

Uit de aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat het verweer van de verdediging dat alleen [medeverdachte] belastend heeft verklaard en dat er zich geen belastende getuigenissen of andere belastende stukken in het strafdossier bevinden, feitelijke grondslag mist. Het verweer dat de verklaringen van [medeverdachte] in het onderliggende strafdossier “sole and decisive” zijn, is de rechtbank op grond van het strafdossier niet gebleken. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen aanleiding om de verklaringen van [medeverdachte] uit te sluiten van het bewijs. Het verweer wordt derhalve verworpen.

bewijsoverwegingen 16/660574-16, feit 3, subsidiair

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 5 weergegeven. Gelet op de aard van de aangetroffen goederen, waaronder een identiteitsbewijs en een bankpas, en de omstandigheid dat verdachte die goederen niet terstond naar de politie heeft gebracht maar op zijn kamer heeft bewaard, acht de rechtbank bewezen dat verdachte ten tijde van het verwerven van de goederen wist of in elk geval de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door een misdrijf verkregen goederen betrof.

bewijsoverwegingen 16/128925-16

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

16/652732-16

1.

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 75 euro, althans een geldbedrag, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of (een van) diens mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen, althans gezegd, (zakelijk weergegeven)

dat hij/zij geld wilde(n), en/of

- die [slachtoffer 1] een tas heeft/hebben gegeven en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd

(zakelijk weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen;

2.

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldlade met inhoud en/of een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan " [busmaatschappij] " en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of " [busmaatschappij] ", in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s)

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

en/of zijn medeverdachte:

- die [slachtoffer 2] dreigend een bijl hebben/heeft getoond en/of daarmee in/op

de (zogenaamde) betaalplank hebben/heeft/heeft geslagen en/of die bijl dreigend

op/tegen, althans in de richting van de nek van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft geplaatst en/of gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd: "Ik wil je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 2] hebben/heeft gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen, althans dat

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren hebben/heeft getrokken en/of dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op (ongeveer) 20 centimeter,

althans korte afstand, van het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft gehouden;

3.

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Zeist, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn

medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]

te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "coffeeshop [coffeeshop] " en/of die

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of

(één of meer van) zijn mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[slachtoffer 3] getoond en/of op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren getrokken en/of

- ( daarbij) (op luidde en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 3] gezegd:

" overval, geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

16/660574-16

1.

hij op of omstreeks 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid geld), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "

en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededaders die kassalade onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt;

2.

A.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewerker

supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

" [supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] heeft gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij geld

wilde hebben en/of dat die [slachtoffer 4] geld in een door verdachte en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;

en/of

B.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (als klant

aanwezig in supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een bankbiljet

van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 5] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 5] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij het

geld dat die [slachtoffer 5] in zijn hand hield, wilde hebben

3.

Subsidiair

hij op of omstreeks 10 juni 2016 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug

en/of te Wijk bij Duurstede en/of elders in Nederland, een of meer goederen

te weten een Belgische Identiteitskaart en/of een bankpasje en/of een

winkelpasjes en/of een bibliotheekpas (alles op naam van [C] ) en/of

een Ford-autosleutel heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

16/128925-16

hij op 9 oktober 2015 te Amersfoort openlijk, te weten op of aan de openbare weg, Dollardstraat, in elk geval op of aan een openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere auto('s), welk geweld bestond uit het slaan met een hamer op/tegen de auto;

Waar in het ten laste gelegde feit 7 oktober 2015 is vermeld, merkt de rechtbank dit aan als een kennelijke verschrijving en leest dit verbeterd als 9 oktober 2015.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

16/652732-16

1. medeplegen van afpersing;

2. diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van afpersing;

3. poging tot het medeplegen van afpersing;

16/660574-16

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. medeplegen van afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. opzetheling;

16/128925-16

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het Pro Justitia Rapport d.d. 11 november 2016, opgemaakt door drs. R.J.B. Metze, Gz-psycholoog.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het psychologisch onderzoek. Verdachte wil mogelijk wel behandeld worden voor zijn agressie, maar hij vindt een persoonlijkheidsonderzoek te risicovol gezien het mogelijk hieruit voortvloeiende advies, waarbij verdachte verwijst naar de PIJ-maatregel.

Gelet op de houding van verdachte tegenover een forensisch persoonlijkheidsonderzoek heeft de deskundige de vraag over de doorwerking van een eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte op de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, niet kunnen beantwoorden.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het Pro Justitia Rapport d.d. 8 november 2016, opgemaakt door G.C.G.M. Broekman, kinder- en jeugdpsychiater.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het psychiatrisch onderzoek.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het Pro Justitia Rapport d.d. 13 april 2017 betreffende een klinisch multidisciplinair onderzoek op de observatieafdeling van het Forensisch centrum [naam] , opgemaakt door drs. M. Hulshof, Gz-psycholoog, en drs. N.J.M. Beuk, kinder- en jeugdpsychiater.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat verdachte slechts zeer beperkt heeft meegewerkt aan het onderzoek. Zo heeft hij het dagprogramma en een deel van de schoolgang gevolgd. Met de overige disciplines is het niet tot een verdiepend contact gekomen. Daarnaast heeft verdachte geen toestemmingsverklaringen ondertekend voor het verstrekken van informatie, heeft de familie grotendeels geweigerd medewerking te verlenen en is er om die redenen beperkte collaterale informatie beschikbaar. Hierdoor is het onderzoek zeer gefragmenteerd gebleven. Vanuit de beperkte gespreksindrukken en observaties wordt geconcludeerd dat deze weigering voortkomt uit een procespositie. Desondanks heeft verdachte veel gedrag vertoond waarin psychopathologie tot uiting komt en komen onderzoekers tot diagnostische conclusies. In het onderhavige onderzoek komt naar voren dat er sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een gedragsstoornis (die zich zowel antisociaal als oppositioneel uit). Daarnaast is er sprake van gezinsproblematiek (te classificeren als ouder-kindproblematiek). Er is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. De hiervoor genoemde problematiek speelt reeds gedurende langere tijd en was ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.

Onderzoekers hebben te weinig informatie om zich een mening te kunnen vormen over de eventuele doorwerking van de problematiek in de ten laste gelegde feiten en derhalve is het niet mogelijk om een uitspraak te doen over het toerekenen, mits en voor zover de ten laste gelegde feiten worden bewezen.

De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundigen tot de hare.

Aangezien er geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot 12 maanden jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie de PIJ-maatregel gevorderd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor 6 van de 7 ten laste gelegde feiten. Gelet op de duur van het voorarrest, ten tijde van de zitting van 19 mei 2017 bijna acht maanden, heeft de verdediging een straf gelijk aan het voorarrest bepleit, met daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie of een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Verdachte zal meewerken aan de alsdan op te leggen (bijzondere) voorwaarden ook als dat het meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek inhoudt.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen geachte feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich tussen 12 augustus 2016 en 25 september 2016 samen met anderen schuldig gemaakt aan vijf afpersingen dan wel diefstallen met geweld en één poging tot afpersing. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling en openlijke geweldpleging.

Verdachte heeft bij de afpersingen en overvallen steeds een (nabootsing van een) vuurwapen in zijn hand gehad, met dat vuurwapen gedreigd en ten overstaan van zijn slachtoffers dat vuurwapen doorgeladen. Het planmatige karakter blijkt uit het feit dat de daders steeds hun kleding aanpasten, hun gezichten (deels) hadden bedekt, en in de nabijheid van de plaats delict een auto met chauffeur hadden klaar staan. Het gebruik van gezichts-bedekkende kleding, een vuurwapen en in twee gevallen ook een bijl, beschouwt de rechtbank als strafverzwarende omstandigheden. Dit soort misdrijven berokkenen veel leed bij de slachtoffers, zo blijkt ook uit de aangiften en een verklaring ter zitting voorgelezen door de moeder van één van de slachtoffers. De slachtoffers hebben soms letterlijk de dood in de ogen gekeken, met name toen het vuurwapen werd doorgeladen en opnieuw op hen werd gericht.

Dergelijke feiten brengen in het algemeen ook bij burgers heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Verdachte heeft blijk gegeven van een volledig gebrek aan respect voor de eigendommen van anderen en hun angstgevoelens door in een tijdsbestek van 6 weken steeds weer te handelen zoals hij heeft gedaan.

Uit het strafblad van verdachte van 26 januari 2017 blijkt dat verdachte eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld. Op 31 mei 2016 is verdachte door de kinderrechter veroordeeld voor mishandelingen en afpersing tot een werkstraf voor de duur van 60 uren.

De rechtbank is van oordeel dat, alles overwegende en gelet op de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en de strafmaat in soortgelijke zaken, voor deze feiten geen andere straf passend is dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek door gedragsdeskundigen.

De rechtbank heeft ten aanzien van de vraag naar de wenselijkheid of noodzakelijkheid van het opleggen van een PIJ-maatregel, acht geslagen op het volgende.

Uit het Pro Justitia Rapport van 13 april 2017, opgemaakt door drs. M. Hulshof, Gz-psycholoog, en drs. N.J.M. Beuk, kinder- en jeugdpsychiater, volgt dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een gedragsstoornis (die zich zowel antisociaal als oppositioneel uit). Daarnaast is er sprake van gezinsproblematiek (te classificeren als ouder-kindproblematiek). Er is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling.

De onderzoekers hebben te weinig informatie om zich een mening te kunnen vormen over eventuele doorwerking van de problematiek in de ten laste gelegde feiten. Het is niet mogelijk gebleken om een risicotaxatie-instrument in te vullen.

Eerdere interventies die er op gericht waren om zijn ontwikkeling in gunstige zin om te buigen, zoals ondertoezichtstellingen en meerdere (al dan niet gesloten) uithuisplaatsingen hebben tot onvoldoende effect geleid.

Onderzoekers onthouden zich van een advies ter preventie van recidive vanwege de onvolledigheid van het onderzoek, waardoor de beeldvorming omtrent de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet volledig is en waardoor de daaruit mogelijk voortvloeiende relatie tussen eventuele psychopathologie en delictgedrag evenmin duidelijk is, net als de invloed van derden daarop.

Aangezien verdachte nog een onrijpe en onderliggend kwetsbare indruk maakt, er sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en verdachte geen blijk heeft gegeven van een adequate manier van leven, zien onderzoekers geen reden om af te wijken van zijn kalenderleeftijd en adviseren zij derhalve niet tot toepassing van het volwassenstrafrecht.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft in het rapport van 12 mei 2017 aangegeven

- samengevat - grote zorgen te hebben over de ontwikkeling van verdachte en het feit dat hij niet openstaat voor onderzoek gericht op het bieden van de juiste behandeling. Door zijn houding is er de afgelopen periode beperkt zicht gekomen op hoe het met hem gaat en wat er nodig is om herhaling te voorkomen. De Raad is wel van mening dat er intensieve behandeling moet komen voor verdachte om de kans op herhaling terug te dringen. De afgelopen jaren heeft verdachte weinig geprofiteerd van de geboden hulpverlening, zoals plaatsing binnen de Gesloten Jeugdzorg, gezinsvoogd en open plaatsing bij Timon. De Raad is van mening dat een verblijf in een gesloten residentiële instelling op dit moment noodzakelijk is en dat verdachte niet klaar is voor het verblijf op een open groep, aangezien er veel zorgen zijn over het gedrag van verdachte en hij zich eerder niet aan de afspraken in een open setting heeft gehouden.

Ten aanzien van de optie om verdachte een PIJ-maatregel op te leggen, waarbij een langdurige behandeling voor verdachte gewaarborgd wordt, overweegt de Raad het volgende. Middels het bieden van behandeling kan er gewerkt worden aan het terugdringen van de kans op herhaling en tevens kan er binnen behandeling gewerkt worden aan het vormgeven van een positieve ontwikkeling. De Raad kan zich voorstellen dat dit een optie is voor verdachte gezien de grote en langdurige zorgen die er zijn over het delict-gedrag dat hij heeft vertoond en zijn ontwikkeling. Echter door het weigeren van medewerking aan de ForCa plaatsing is er zeer beperkt zicht op het functioneren van verdachte en is de diagnostiek mogelijk niet compleet. De Raad ziet zich genoodzaakt om zich te onthouden van het geven van een strafadvies en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Uit het rapport van Samen Veilig Midden-Nederland (SaVe) van 16 mei 2017 komt naar voren - samengevat - dat men zich grote zorgen maakt over de veiligheid van verdachte en van zijn omgeving. De inzet van hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling en zelfs het verblijf in een gesloten jeugdzorg heeft niet kunnen voorkomen dat verdachte verdacht wordt van het plegen van ernstige delicten en al lange tijd in voorarrest verblijft.

Tot op heden heeft verdachte geweigerd mee te werken aan een grondig psychologisch en psychiatrisch onderzoek, zowel in het civiele als in het strafrechtelijke traject.

Evenals de Raad heeft SaVe grote zorgen omtrent de ontwikkeling van verdachte.

Indien verdachte niet de behandeling krijgt die hij nodig heeft, is verdachte niet in staat tot het vormgeven van zijn leven als een zelfstandige volwassene die uit de problemen kan blijven. Hij zal dan verder in de criminaliteit komen en slachtoffers maken, mocht hij schuldig worden bevonden aan de ten laste gelegde feiten.

De kans op recidive wordt als onverminderd aanwezig ingeschat.

Indien verdachte schuldig wordt bevonden aan één of meer van de hem ten laste gelegde feiten, is een vorm van residentiële plaatsing op dit moment nodig, waarbij uitvoerig nagedacht en gekeken dient te worden aan welke voorwaarden er voldaan dient te worden voordat verdachte zich op een veilige manier buiten kan begeven. Er dient zicht te komen op de factoren die de kans op recidive verminderen en wat er nodig is om hieraan te werken.

Over een PIJ-maatregel doen de geraadpleegde gedragsdeskundigen geen uitspraak, omdat zij onvoldoende zicht op verdachte hebben gekregen van weg zijn weigering om aan de onderzoeken mee te werken.

Ook SaVe heeft zich ter terechtzitting onthouden van een strafadvies.

De rechtbank heeft nadrukkelijk overwogen of behandeling en begeleiding van verdachte als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf of een voorwaardelijke PIJ zou kunnen worden opgelegd.

De rechtbank heeft er evenwel geen vertrouwen in dat verdachte, gelet op zijn opstelling, op enig moment wel bereid zal zijn medewerking aan onderzoek door een gedragsdeskundige, behandeling en begeleiding te verlenen en is derhalve van oordeel dat een dergelijk kader niet haalbaar is. Hierbij betrekt de rechtbank ook dat verdachte al veel hulpverlening heeft gehad, zowel ambulant als in een gesloten setting. Ten tijde van het plegen van een aantal van de delicten was verdachte in een gesloten kader geplaatst, waaraan hij zich had onttrokken. De geboden hulpverlening heeft niet kunnen voorkomen dat verdachte deze ernstige delicten heeft gepleegd. De rechtbank realiseert zich dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel een zeer zwaar middel is. De rechtbank is echter, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en hetgeen ter terechtzitting is besproken, van oordeel dat gedragsdeskundig onderzoek, behandeling en begeleiding van verdachte noodzakelijk is, voor een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte en de veiligheid van anderen.

Gelet op de houding van verdachte is behandeling in een ambulant kader niet haalbaar en is een PIJ-maatregel de enige manier om het als noodzakelijk gewenste effect te bewerkstelligen.

De rechtbank constateert op basis van de hiervoor weergegeven informatie dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Op grond van het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel in een inrichting voor jeugdigen (de zogenoemde PIJ-maatregel) eisen. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte. Deze maatregel geldt voor de tijd van drie jaren. Na twee jaren eindigt de maatregel voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze als bedoeld in artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Nu de maatregel wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, behoort verlenging tot de mogelijkheden. De maatregel kan de duur van zeven jaren niet te boven gaan als bedoeld in artikel 77t, tweede lid Sr.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

16/652732-16, feit 1, benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert in een in februari 2017 ingediende vordering een schadevergoeding van € 1.950,00. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.750,00 aan immateriële schade en € 200,00 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.950,00 (negentienhonderd en vijftig euro), te weten € 1.750,00 aan immateriële schade en € 200,00 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

16/652732-16, feit 3, benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 1.500,00. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.500,00 (vijftienhonderd euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

16/652732-16, feit 3, benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop]

De benadeelde partij coffeshop [coffeeshop] vordert een schadevergoeding van € 10.500,00. Voormeld bedrag bestaat uit € 10.000,00 aan immateriële schade en € 500,00 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat [slachtoffer 3] een eigen vordering heeft ingediend ter zake van immateriële schade, de gestelde omzetdaling niet onderbouwd is en de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

De vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard zodat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als geen van beiden in het gelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding, tot op heden begroot op nihil.

16/660574-16, feit 1, benadeelde partij [getuige 3]

De benadeelde partij [getuige 3] vordert een schadevergoeding van € 3.901,64. Voormeld bedrag bestaat uit € 3.000,00 aan immateriële schade en € 901,64 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 3.301,64. Ten aanzien van de opgevoerde schadepost van € 600,00, te weten het verlies aan arbeidsvermogen van de vader van de benadeelde partij, heeft de officier van justitie haar twijfel geuit over het causaal verband tussen deze schade en het bewezen geachte feit.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.301,64, te weten € 3.000,00 aan immateriële schade en € 301,64 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

16/660574-16, feit 2, benadeelde partij [supermarkt]

De benadeelde partij [supermarkt] vordert een schadevergoeding van € 4.446,58. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 2.252,35, te weten de kosten voor de Stichting Doen (€ 1.252,35) en de kosten van het weggenomen geld uit de kassalade (€ 1.000,00). Daarbij is de officier van justitie uitgegaan van het in de aangifte genoemde laagste bedrag dat uit de kassalade is weggenomen. De officier van justitie heeft voorts de niet-ontvankelijkheid gevorderd ten aanzien van post ’36,5 uur voor leidinggevende’ en de post ’40 uur ziekte slachtoffer’ omdat deze posten niet nader onderbouwd zijn en vragen oproepen. Ten aanzien van de post ‘presentje’ heeft de officier van justitie de afwijzing van de vordering gevorderd omdat naar haar mening het causaal verband ontbreekt tussen de gestelde schade en het bewezen geachte feit.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2.252,35 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

16/660574-16, feit 3, benadeelde partij [C]

De benadeelde partij [C] vordert een schadevergoeding van € 699,00. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit, te weten heling, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 50,00 (vijftig euro) aan materiële schade, betreffende de schade in verband met het vervangen van persoonlijke documenten. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 10 juni 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het restant van de vordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van de ten laste gelegde diefstal zal worden vrijgesproken, en de door de benadeelde partij opgevoerde kosten (vervanging van weggenomen handtas, bril en portefeuille) rechtstreeks voortvloeien uit die diefstal. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

16/660574-16, feit 3, benadeelde partij [aangever 2]

De benadeelde partij [aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 537,61. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

De rechtbank zal de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van de ten laste gelegde diefstal zal worden vrijgesproken en de door de benadeelde partij opgevoerde kosten rechtstreeks voortvloeien uit de diefstal.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als geen van beiden in het gelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding, tot op heden begroot op nihil.

16/128925-16, benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij [aangever 3] vordert een schadevergoeding van € 154,67. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 154,67 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77gg, 141, 310, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van hetgeen hem onder 3 primair van parketnummer 16/660574-16 ten laste is gelegd;

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders ten laste is gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

16/652732-16

1. medeplegen van afpersing;

2. diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van afpersing;

3. poging tot het medeplegen van afpersing;

16/660574-16

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. medeplegen van afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. opzetheling;

16/128925-16

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de ten uitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

Maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen;

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1, 16/652732-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot € 1.950,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.950,00 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3, 16/652732-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot € 1.500,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.500,00 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop] (feit 3, 16/652732-16)

- verklaart de benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [getuige 3] (feit 1, 16/660574-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [getuige 3] toe tot € 3.301,64;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [getuige 3] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [getuige 3] . voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [getuige 3] aan de Staat € 3.301,64 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij [supermarkt] (feit 2, 16/660574-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [supermarkt] toe tot € 2.252,35;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [supermarkt] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [supermarkt] voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [supermarkt] aan de Staat € 2.252,35 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij [C] (feit 3, 16/660574-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [C] toe tot € 50,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Van Egten voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 juni 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- verklaart de vordering van [C] voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [C] aan de Staat € 50,00 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 juni 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

Benadeelde partij [aangever 2] (feit 3, 16/660574-16)

- verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [aangever 3] , 16/128925-16

- wijst de vordering van benadeelde partij [aangever 3] toe tot € 154,67;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Bauwens voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 3] aan de Staat € 154,67 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.P. Glerum, voorzitter en tevens kinderrechter,

mrs. H.A. Gerritse en H.F. Koenis, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 juni 2017.

De griffier is verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlasteleggingen

16/652732-16

Aan [verdachte] wordt, na wijziging, ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 75 euro, althans een geldbedrag, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of (een van) diens mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen, althans gezegd, (zakelijk weergegeven)

dat hij/zij geld wilde(n), en/of

- die [slachtoffer 1] een tas heeft/hebben gegeven en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd

(zakelijk weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

geldlade met inhoud en/of een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan " [busmaatschappij] " en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of " [busmaatschappij] ", in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s)

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

en/of zijn medeverdachte:

- die [slachtoffer 2] dreigend een bijl hebben/heeft getoond en/of daarmee in/op

de (zogenaamde) betaalplank hebben/heeft geslagen en/of die bijl dreigend

op/tegen, althans in de richting, van de nek van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft geplaatst en/of gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd: "Ik wil je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 2] hebben/heeft gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen, althans dat

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren hebben/heeft getrokken en/of dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op (ongeveer) 20 centimeter,

althans korte afstand, van het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft gehouden;

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Zeist, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn

medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]

te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "coffeeshop [coffeeshop] " en/of die

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of

(één of meer van) zijn mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[slachtoffer 3] getoond en/of op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren getrokken en/of

- ( daarbij) ( op luidde en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 3] gezegd:

" overval, geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

16/660574-16

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid geld), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "

en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededaders die kassalade onder zijn/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

A.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewerker

supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

" [supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij geld

wilde hebben en/of dat die [slachtoffer 4] geld in een door verdachte en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;

en/of

B.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (als klant

aanwezig in supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een bankbiljet

van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 5] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 5] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij het

geld dat die [slachtoffer 5] in zijn hand hield, wilde hebben

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij op of omstreeks 10 juni 2016 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug,,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening (in/uit een personenauto Ford C-Max met Belgisch

kenteken) heeft weggenomen een of meer sleutels en/of een portefeuille (met

daarin [onder andere] een Belgische indentiteitskaart en/of een bankpasje

en/of winkelpasjes en/of een bibliotheekpas), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [aangever 2] en/of [C] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 10 juni 2016 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug

en/of te Wijk bij Duurstede en/of elders in Nederland, een of meer goederen

te weten een Belgische Identiteitskaart en/of een bankpasje en/of

winkelpasjes en/of een bibliotheekpas (alles op naam van [C] ) en/of

een Ford-autosleutel heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

16/128925-16

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 7 oktober 2015 te Amersfoort

openlijk, te weten op of aan de openbare weg, Dollardstraat, in elk geval op of

aan een openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of

meerdere auto('s), welk geweld bestond uit het slaan met een hamer op/tegen

de auto;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09CUCULUS16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 1000 tot en met 1224. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1012.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1013.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1014.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 1025-1026, in het bijzonder pagina 1025.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 1025-1026, in het bijzonder pagina 1026.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1050-1052, in het bijzonder pagina 1050.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1053.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1050-1052, in het bijzonder pagina 1051.

10 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1055.

11 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1056.

12 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1057.

13 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder de pagina na pagina 1057.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1149.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1151.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1149.

19 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1151 en 1152.

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1153.

21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1154.

22 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [A] , pagina 1090-1100, in het bijzonder pagina 1092.

23 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [A] , pagina 1090-1100, in het bijzonder pagina 1092 en pagina 1100.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1143-1147, in het bijzonder pagina 1143 en 1146.

25 Het proces-verbaal relaas 09CUCULUS16, pagina 1000-1011, in het bijzonder pagina 1008.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1177-1180, in het bijzonder pagina 1179.

27 Het proces-verbaal relaas 09CUCULUS16, pagina 1000-1011, in het bijzonder pagina 1008.

28 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1189-1199, in het bijzonder pagina 1196.

29 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09BOND16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 2000 tot en met 2235. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

30 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 2020-2025, in het bijzonder pagina 2020.

31 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 2020-2025, in het bijzonder pagina 2021.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

33 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

34 Het proces-verbaal relaas 09BOND16, pagina 2000-2016, in het bijzonder pagina 2011.

35 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2207.

36 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2208.

37 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2209.

38 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2210.

39 Het proces-verbaal, pagina 2049-2052, in het bijzonder pagina 2050.

40 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 2122-2132, in het bijzonder pagina 2129.

41 Het proces-verbaal van de zitting van 19 mei 2017.

42 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 033STEYN16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 5000 tot en met 5227. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

43 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5023.

44 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5024.

45 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5025.

46 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5024.

47 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5036.

48 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5037.

49 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5038.

50 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5040.

51 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5046.

52 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5051.

53 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5005 en 5006.

54 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

55 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5005.

56 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

57 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 5130-5138, in het bijzonder pagina 5133.

58 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 5124-5125, in het bijzonder pagina 5124.

59 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5011.

60 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5063.

61 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5067.

62 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5065.

63 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 197-198 van het persoonsdossier van [verdachte] , in het bijzonder pagina 197.

64 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 197-198 van het persoonsdossier van [verdachte] , in het bijzonder pagina 198.

65 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 5197-5207, in het bijzonder pagina 5204.

66 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 034KARO16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 3000 tot en met 3330. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

67 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3019.

68 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3020.

69 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3048.

70 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3049.

71 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , pagina 3050-3051, in het bijzonder pagina 3051.

72 Het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3000, en het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden, pagina 3024-3047.

73 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

74 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.

75 Het proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [eetsalon] , pagina 3211-3225

76 Het proces-verbaal van bevindingen verhoor [getuige 4] , pagina 3205-3208, in het bijzonder pagina 3207.

77 Het proces-verbaal bevindingen camerabeelden, pagina 3227-3240 en het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3012.

78 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 3314-3322, in het bijzonder pagina 3321.

79 Het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3014.

80 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09BOEKET16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 4000 tot en met 4283. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

81 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4017.

82 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4018 en 4020.

83 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4019.

84 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4023.

85 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4024.

86 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4035-4044.

87 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4028-4035 en pagina 4048.

88 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4028-4035 en pagina 4049.

89 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4050-4056.

90 Het proces-verbaal relaas 09BOEKET16, pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4009.

91 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4039.

92 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , pagina 4225-4233, in het bijzonder pagina 4231.

93 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4241.

94 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250.

95 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4251.

96 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4252.

97 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250 en 4251 en het fotoblad op pagina 4266.

98 Het proces-verbaal relaas 09BOEKET16, pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4007, en proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [supermarkt] , pagina 4198-4203, in het bijzonder pagina 4202 en 4203.

99 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier LEERSUM bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 6000 tot en met 6014. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

100 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] , pagina 6002-6004, in het bijzonder pagina 6002.

101 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] , pagina 6002-6004, in het bijzonder pagina 6003.

102 Het proces-verbaal van bevindingen van verhoor [getuige 4] , pagina 6005-6008, in het bijzonder pagina 6007.

103 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 6009.

104 Het proces-verbaal relaas Leersum, pagina 6000-6001, in het bijzonder pagina 6001, en het proces-verbaal van bevindingen, pagina 6010-6014, in het bijzonder pagina 6012, 6013 en 6014.

105 Het proces-verbaal van de zitting van 19 mei 2017.

106 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier PL0900-2015346963 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 1 tot en met 71. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

107 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 13-14, in het bijzonder pagina 13.

108 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 15-17, in het bijzonder pagina 15.

109 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 13-14, in het bijzonder pagina 13.

110 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , pagina 23-24, in het bijzonder pagina 23.

111 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , pagina 23-24, in het bijzonder pagina 24.

112 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , pagina 23-24, in het bijzonder pagina 23.

113 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] , pagina 23-24, in het bijzonder pagina 24.

114 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 46-56, in het bijzonder pagina 52.

115 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [E] , pagina 57-60, in het bijzonder pagina 59.

116 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [D] , pagina 61-66, in het bijzonder pagina 63.

117 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [D] , pagina 61-66, in het bijzonder pagina 65.

118 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , pagina 7-8, in het bijzonder pagina 8.

119 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] , pagina 9-10, in het bijzonder pagina 9.