Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:2402

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-05-2017
Datum publicatie
17-05-2017
Zaaknummer
16/660017-16; 16/659111-17 (ter terechtzitting gevoegd) (P);
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 39-jarige man uit Amersfoort heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met zijn twee buurmeisjes in 2016. Ook heeft hij zijn dochtertje misbruikt in de periode 2015/2016. Van het misbruik met de jonge meisjes heeft de man foto’s gemaakt. Ook had hij andere kinderpornografische foto’s in zijn bezit. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 3 jaar en legt de maatregel tbs met dwangverpleging op.

Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat de drie slachtoffers veel negatieve gevolgen ondervinden van wat de man met hen heeft gedaan. Om ervoor te zorgen dat de slachtoffers met rust worden gelaten legt de rechtbank een contact- en locatieverbod op. Deze maatregel duurt 5 jaar, en bij overtreding moet de man opnieuw de cel in.

De deskundigen concluderen dat er sprake is van een omvangrijke seksuele stoornis. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en beschouwt de man als verminderd toerekeningsvatbaar. Vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid wijkt de rechtbank enigszins af van de eis van de officier van justitie.

De man is in 2013 en 2015 wegens ontucht met een kind en bezit van kinderporno veroordeeld tot gevangenisstraffen, waarvan een deel voorwaardelijk. Omdat hij nu opnieuw in de fout is gegaan moet hij nog 3 maanden en 28 dagen gevangenisstraf uitzitten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/660017-16; 16/659111-17 (ter terechtzitting gevoegd) (P);

09/827094-14 (vordering tenuitvoerlegging); 09/852104-13 (vordering tenuitvoerlegging)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1977] te [geboorteplaats 1] ,
gedetineerd in PI Nieuwegein, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2016, 8 februari 2017 en 3 mei 2017. De verdachte is telkens in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R.H. Dormeier, advocaat te Leiden.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. De zaken zijn door de rechtbank gevoegd behandeld.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging met parketnummer 16/660017-16 ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

ten aanzien van parketnummer: 16/660017-16

  1. op 14 augustus 2016 te [plaatsnaam] met twee meisjes ontuchtige handelingen heeft gepleegd.

  2. tussen 3 juli 2016 en 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] een gewoonte heeft gemaakt van het in bezit hebben van kinderporno.

ten aanzien van parketnummer: 16/659117-17

  1. tussen 1 januari 2015 en 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] met zijn dochter handelingen heeft gepleegd waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam, althans ontuchtige handelingen heeft gepleegd.

  2. tussen 2 mei 2016 en 14 juni 2016 te [plaatsnaam] kinderporno heeft vervaardigd.

3 Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 16/660017-16 en de feiten 1 primair en 2 onder parketnummer 16/659111-17 en baseert zich op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, met dien verstande dat inzake feit 1 primair onder parketnummer 16/659111-17 de pleegperiode vanaf op 1 juli 2015 in plaats van 1 januari 2015 bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder parketnummer 16/660017-16 feit 1 ten laste gelegde is de officier van justitie van mening dat er, ondanks dat verdachte slechts een deels bekennende verklaring heeft afgelegd, er op grond van de stukken in het dossier ook voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hun broek en onderbroek heeft laten uittrekken en vervolgens hun benen heeft laten spreiden. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verklaren namelijk in grote lijnen consistent en overeenkomstig aan elkaar en vooral de verklaring van [slachtoffer 1] is bijzonder gedetailleerd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het bewijs geen verweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen wat onder parketnummer 16/660017-16 feit 1 en feit 2 en onder parketnummer 16/659111-17 feit 1 primair en feit 2 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van de onder parketnummer 16/660017-16 feit 2 en onder parketnummer 16/659111-17 feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder parketnummer 16/660017-16 feit 1 tenlastegelegde feit zal de rechtbank, gelet op de ontkenning van verdachte van de ten laste gelegde handelingen het doen / laten uittrekken van de broek en onderbroek en het doen / laten spreiden van de benen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , de redengevende feiten en omstandigheden die tot de conclusie dat het feit bewezen is hebben geleid, hierna weergeven.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van parketnummer 16/660017-16 feit 1:

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , d.d. 17 augustus 20161.

Op 17 augustus 2016 werd een minderjarig meisje gehoord, genaamd:

[slachtoffer 1] ,

geboren te [geboorteplaats 2] op [2009] .

Ik hoorde dat het meisje [slachtoffer 1] , samengevat het volgende verklaarde:

Dat zij kwam praten over de buurman, dat zij samen met [slachtoffer 2] op de zolder hun broek uit deden, hun benen wijd gingen doen en dat de buurman haar ging likken en toen bij [slachtoffer 2] . Ze deed zelf haar broek uit en [slachtoffer 2] deed dat ook zelf. De buurman had gevraagd om de broek uit te doen. (De rechtbank begrijpt: zij) Deed gewoon haar broek uit en ook haar onderbroek. De buurman ging op zijn knieën zitten en deed haar benen wijd, dat deed hij met zijn handen.

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , d.d. 17 augustus 20162.

Op 17 augustus 2016, vanaf omstreeks 10:15 uur werd een minderjarig meisje gehoord, genaamd:

[slachtoffer 2] ,

Geboren op [2009] te [geboorteplaats 3] .

[slachtoffer 2] verklaarde kort samengevat dat:

- zij over de buurman van nummer 7 kwam praten.

- het over likken ging.

- het met haar nichtje 1 keer gebeurd was.

- de buurman ging likken bij hun plassertje.

- hij dat ook bij [slachtoffer 1] deed.

- zij een broek aan had.

- de buurman haar broek uit deed.

- de buurman haar onderbroek uit deed.

Ten aanzien van parketnummer 16/660017-16 feit 2:

- de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , d.d. 9 december 20163.

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 mei 20174.

Ten aanzien van parketnummer 16/659111-17 feit 1 primair:

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , d.d. 23 januari 20175.

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 mei 20176.

Ten aanzien van parketnummer 16/659111-17 feit 2:

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , d.d. 31 maart 20177

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 mei 20178.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de zaak met parketnummer 16/660017-16

1.

op 14 augustus 2016 te [plaatsnaam] met [slachtoffer 1] , geboren op [2009] , en [slachtoffer 2] , geboren op [2009] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het

ontuchtig

- doen/laten uittrekken van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en

- vervolgens doen/laten spreiden van de benen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en

- vervolgens het met de tong likken van de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] ;

2.

op tijdstippen in de periode van 3 juli 2016 tot en met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , Nederland telkens afbeeldingen, te weten foto's - en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een laptop, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst

de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto nummer 1 en 5 zoals genoemd in de collectiescan)

en/of

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto nummer 13 zoals genoemd in de collectiescan)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij in opeenvolgende afbeeldingen door de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto nummer 2 en 12 zoals genoemd in de collectiescan)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

In de zaak met parketnummer 16/659111-17

1. Primair

in de periode van 1 juli 2015 tot en met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , telkens met [slachtoffer 3] , geboren op [2010] , zijnde zijn minderjarig kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij (telkens)

- de maillot en/of onderbroek van die [slachtoffer 3] doen/laten uittrekken, en

- vervolgens de benen van die [slachtoffer 3] doen/laten spreiden en die [slachtoffer 3] in kleermakerszit doen/laten zitten, en

- vervolgens de vagina en schaamlippen en schaamstreek van die [slachtoffer 3] met de tong gelikt, en

- vervolgens zijn penis tussen de schaamlippen en tegen de vagina en schaamlippen van die [slachtoffer 3] geduwd en/of gebracht en/of gehouden;

2.

in de periode van 2 mei 2016 tot en met 14 juni 2016 te [plaatsnaam] , meermalen telkens afbeeldingen, te weten in totaal 28 foto's en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een mobiele telefoon) heeft vervaardigd

en

in de periode van 2 mei 2016 tot en met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , meermalen telkens afbeeldingen, te weten een grote hoeveelheid foto's en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een mobiele telefoon) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) (alleen) een onderbroekje aan heeft/hebben en/of poseert/poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) en/of (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen haar onderbroekje opzij houdt en (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en

het vaginaal penetreren (met de penis) van het lichaam van [slachtoffer 3] (geboren op [2010] )

en

het houden van een (stijve) penis in/bij de vagina, althans tussen de schaamlippen, van de vagina van die [slachtoffer 3] ,

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij de ontblote vagina van deze persoon in beeld gebracht wordt, terwijl op die vagina, althans op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van parketnummer 16/660017-16 feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van parketnummer 16/660017-16 feit 2:

een gewoonte maken van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, verwerven en zich daartoe door middel van geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen;

in de zaak met parketnummer 16/659111-17, feit 1 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, zijnde zijn minderjarig kind, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

in de zaak met parketnummer 16/659111-17, feit 2:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en bezitten.

7 Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft zich over de persoon van verdachte laten voorlichten door A.H.A.C. van Bakel, psychiater, die onder meer op 20 april 2017 een rapport heeft uitgebracht en drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, die onder meer op 24 april 2017 een rapport heeft uitgebracht.

De psycholoog rapporteert dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Bij verdachte was ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde sprake van een omvangrijke seksuele stoornis, aan te duiden als een perverse ontwikkeling en in termen van DSM-IV als pedofilie. Daarnaast is sprake van scheefgroei in de persoonlijkheid in een omvang en mate dat er gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstructuur met borderline trekken.

De psychiater rapporteert dat bij verdachte sprake is van een forse oppositie tussen drift en geweten. Dit losgezongen zijn en polymorf pervers zijn van de seksuele drift verdient het om als pathologisch te worden aangemerkt. Verdachte is niet persoonlijkheidsgestoord, maar heeft te kampen met een parafilie in de vorm van polymorf perverse seksuele aanvechtingen, onder andere bestaande in aanvechtingen met een pedoseksueel karakter, aldus de psychiater.

Beide deskundigen adviseren om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt de hiervoor vermelde conclusies van de deskundigen over en concludeert op basis hiervan dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Oplegging van straf en/of maatregel

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest en voorts aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen, ongemaximeerd en dadelijk uitvoerbaar. Tevens heeft de officier van justitie een contact- en locatieverbod gevorderd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht, zo begrijpt de rechtbank, een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, waaronder behandeling in een Forensisch Psychiatrische Kliniek passend, zoals geadviseerd door de reclassering op 16 november 2016. Mocht de rechtbank een vrijheidsstraf geïndiceerd achten, dan mag deze de in voorarrest doorgebrachte tijd niet overschrijden, aldus de verdediging.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Vrijheidsstraf

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met drie zeer jonge meisjes. Eén van die meisjes was zijn eigen dochter. Bij haar was ook sprake van het seksueel binnendringen van het lichaam door verdachte. Voorts heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben en het zich toegang verschaffen tot kinderpornografische foto’s en andere gegevensdragers. De strekking van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie daarvan. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die slachtoffer zijn van ontuchtige handelingen of van kinderporno nog jaren lang, zo niet permanent, de niet alleen psychische, maar ook de vaak lichamelijke gevolgen ondervinden van het (seksueel) misbruik dat zij hebben moeten doorstaan en de daarmee gepaard gaande vernedering. Uit de ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaringen blijkt dat de drie slachtoffers van de ontuchtige handelingen in elk geval tot op heden veel gevolgen ondervinden van wat verdachte met hen heeft gedaan. Bijzonder kwalijk is dat een deel van het kinderpornografische materiaal door verdachte zelf vervaardigd is, bij verschillende gelegenheden en van verschillende slachtoffers, waaronder zijn dochter.

Zoals hiervoor onder “Strafbaarheid van verdachte” overwogen, beschouwt de rechtbank verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar.

Gelet op de aard en frequentie van de handelingen en het justitiële verleden van de verdachte enerzijds en de verminderde toerekeningsvatbaarheid anderzijds, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 3 jaren op zijn plaats is.

Terbeschikkingstelling

Voorts is de rechtbank van oordeel dat oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege noodzakelijk is. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van deze maatregel het volgende laten meewegen.

Wat de persoon van verdachte betreft heeft de rechtbank acht geslagen op voornoemde Pro Justitia-rapportages. Qua mogelijke interventies teneinde een gedragsverandering te kunnen realiseren overweegt de psycholoog dat het recidiverisico onverminderd groot blijft zolang de seksuele problematiek niet afdoende behandeld is. De omvang en hardnekkigheid van betrokkenes seksuele problematiek en de scheefgroei in de persoonlijkheid die daaraan onlosmakelijk verbonden is, tezamen te omschrijven als een perversie bij een man met borderline persoonlijkheidstrekken, vereisen een langdurige en intensieve klinische behandeling in een forensisch psychiatrische setting waarbij niet alleen training maar ook psychotherapie, delictanalyse en delictketen, noodzakelijke ingrediënten dienen te zijn van de behandeling. Daarnaast is langdurig intensief toezicht en monitoring nodig van betrokkene om het risico op terugval in seksueel grensoverschrijdend gedrag te beperken. Betrokkene zegt weliswaar dat hij gemotiveerd is voor behandeling, maar gezien zijn sterke ambivalentie jegens hulpverlening, de kennelijk onvoldoende effectiviteit van eerdere behandeling in een voorwaardelijk kader, de hyperseksualiteit en de gebrekkige regulering van driften en affecten, rijst sterk de vraag of betrokkene inderdaad wel in staat kan worden geacht zich aan de voor waarden te houden. Het juridisch kader dat de meeste garanties biedt op voortduring van de behandeling is terbeschikkingstelling met dwangverpleging en deze maatregel heeft daarom de voorkeur, aldus de psycholoog.

Ook de psychiater ziet een behandeling, die in elk geval begonnen moet worden in een klinische setting, als noodzakelijk. Hij geeft aan dat het bewerkstelligen van veranderingen in het functioneren van verdachte een langdurig proces zal zijn. De psychiater concludeert weliswaar dat de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet per se noodzakelijk is om het risico op seksuele recidive substantieel te drukken, maar overweegt daarbij tevens dat behandeling als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel al eens is geprobeerd en mislukt. Bovendien, zo overweegt de psychiater, heeft zo’n behandeling onvoldoende slagkracht en is deze van onvoldoende lange duur. De psychiater overweegt voorts dat er op dit moment sprake is van een negatieve spiraal richting vergroting van de kans op recidive.

De rechtbank overweegt voor wat betreft het door de verdediging aangevoerde belang van behandeling van verdachte dat gebleken is dat reeds meerdere pogingen tot onderzoek en behandeling van verdachte zijn gedaan, maar dat dit niet heeft geleid tot inperking van het recidiverisico. Verdachte heeft zich, terwijl hij in de proeftijd liep van een eerdere veroordeling voor het bezit van kinderporno (vonnis van de meervoudige kamer van de Rechtbank Den Haag van 16 februari 2015), schuldig gemaakt aan de onderhavige feiten.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan de voorwaarden voor het opleggen van de tbs-maatregel is voldaan. Immers, er bestond ten tijde van het begaan van de bewezen verklaarde feiten bij verdachte een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, zoals door de deskundigen is gerapporteerd. Daarnaast betreffen de bewezenverklaarde feiten, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd, misdrijven als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts eisen de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de terbeschikkingstelling van de verdachte met verpleging van overheidswege. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van de bewezen verklaarde feiten en het gevaar voor herhaling.

De rechtbank neemt daarbij de inhoud van voornoemde rapporten in aanmerking, alsmede de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van zedenmisdrijven met minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht verpleging van overheidswege geboden, nu is gebleken dat verplichte behandeling en toezicht in de vorm van voorwaarden niet hebben kunnen voorkomen dat de verdachte in herhaling is gevallen.

De strafbare feiten ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd, zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Daartoe zijn de aard en de kwalificatie van de bewezen verklaarde feiten redengevend. Dit betekent dat de totale duur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege een periode van vier jaar te boven kan gaan en dus niet gemaximeerd is. De rechtbank zal toewijzing van de door de officier van justitie gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs-maatregel achterwege laten, nu de Wet deze mogelijkheid niet kent.

Locatie- en contactverbod

De rechtbank zal aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, ter voorkoming van strafbare feiten. De maatregel behelst een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en een locatieverbod ten aanzien van de woonadressen van genoemde personen. Met deze verboden beoogt de rechtbank dat genoemde personen door verdachte met rust worden gelaten. De rechtbank zal deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren, aangezien er op grond van de door de voornoemde psycholoog en psychiater beschreven persoonlijkheidsproblematiek van verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen. De maatregel zal worden opgelegd voor de maximale duur van 5 jaren na datum veroordeling. Met toepassing van artikel 38w van het Wetboek van Strafrecht zal worden bepaald dat voor iedere keer dat verdachte de verboden overtreedt, vervangende hechtenis zal worden opgelegd voor de duur van 1 week.

9 Beslag

De officier van justitie is van mening dat de in beslag genomen goederen, voor zover dit gegevensdragers betreffen waarop zich afbeeldingen bevinden die kinderpornografisch zijn, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. De overige in beslaggenomen goederen kunnen worden geretourneerd aan verdachte.

De verdediging heeft hieromtrent geen standpunt ingenomen.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen laptop en telefoon moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat met behulp van de betreffende voorwerpen de feiten zijn begaan of voorbereid en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

10 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] (parketnummer 16/660017-16 feit 1)

Mr. M.A.J. Kubatsch, advocaat te Utrecht, heeft zich namens de benadeelde [slachtoffer 1] in het geding gevoegd en een schadevergoeding gevorderd bestaande uit een bedrag van

€ 2.300,00 voor geleden immateriële schade en een bedrag van € 432,19 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van het bewezen verklaarde strafbare feit.

[slachtoffer 2] (parketnummer 16/660017-16 feit 1)

Mr. M.A.J. Kubatsch, advocaat te Utrecht, heeft zich namens de benadeelde [slachtoffer 2] in het geding gevoegd en een schadevergoeding gevorderd bestaande uit een bedrag van € 2.300,00 voor geleden immateriële schade en een bedrag van € 429,19 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van het bewezen verklaarde strafbare feit.

Mr. P. van der Geest, kantoorgenoot van mr. Kubatsch, heeft ter terechtzitting de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] mondeling nader toegelicht en verzocht de vordering voor wat betreft het deel materiële schade voor een bedrag van € 105,48 – zijnde de begrote reis- en parkeerkosten voor hoger beroep – niet-ontvankelijk te verklaren.

[slachtoffer 3] (parketnummer 16/659111-17, feit 1 primair en feit 2)

Mr. W.J. Vroegindeweij, advocaat te Katwijk aan Zee, heeft zich namens de benadeelde [slachtoffer 3] in het geding gevoegd en een schadevergoeding gevorderd bestaande uit een bedrag van € 2.500,00 voor geleden immateriële schade. Mr. Vroegindeweij heeft ter terechtzitting verzocht laatstgenoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van het bewezen verklaarde strafbare feit.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zullen worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de namens [slachtoffer 1] gevorderde post ‘Reis- en parkeerkosten hoger beroep’, omdat thans niet is te voorzien of er een hoger beroep zal komen in deze zaak en of deze kosten gemaakt zullen worden. De benadeelde partij dient voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Hetzelfde geldt voor de namens [slachtoffer 2] ingediende vordering tot vergoeding van ‘Reis- en parkeerkosten hoger beroep’.

De vordering die is ingediend namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] kan worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

10.2

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is het verweer gevoerd dat, aangezien deze een dag voor de terechtzitting door de verdediging zijn ontvangen, de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen. Voor het overige is door de verdediging geen verweer gevoerd.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het beroep op niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partijen niet kan slagen, nu de voeging nog mag plaatsvinden ter terechtzitting (artikel 51g lid 3 Sv). Het verweer wordt derhalve verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van de vorderingen geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en zal deze vorderingen achtereenvolgens bespreken.

[slachtoffer 1] (parketnummer 16/660017-16, feit 1)

Vast is komen staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering kan dan ook tot een bedrag van

€ 2.300,00 voor geleden immateriële schade en een bedrag van € 326,71 aan materiële schade worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de gevorderde materiële schade – een bedrag van in totaal € 105,48 – niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer 1] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

[slachtoffer 2] (parketnummer 16/660017-16, feit 1)

Vast is komen staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering kan dan ook tot een bedrag van

€ 2.300,00 voor geleden immateriële schade en een bedrag van € 323,71 aan materiële schade worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de gevorderde materiële schade – een bedrag van in totaal € 105,48 – niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer 2] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

[slachtoffer 3] (parketnummer 16/659111-17, feit 1 en 2)

Vast is komen staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering kan dan ook tot een bedrag van

€ 2.500,00 voor geleden immateriële schade worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer 3] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Parketnummer 09/827094-16

Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland, in de zaak met parketnummer 09/827094-16, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 16 februari 2015 van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag, waarbij verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, met bevel dat van deze straf 28 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Parketnummer 09/852104-13

Bij de stukken bevindt zich voorts de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland, in de zaak met parketnummer 09/852104-13, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 28 augustus 2013 van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag, waarbij verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met bevel dat van deze straf 3 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd en zeer kort nadat hij voor deze zaak in vrijheid was gesteld aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van beide voorwaardelijke straffen te gelasten.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 37a, 37b, 38v, 57, 240b, 244, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.

Beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd.

Legt op de maatregel dat de verdachte:

  • -

    voor de duur van 5 jaren na de dag van zijn veroordeling op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en zich niet zal ophouden binnen een afstand van 500 meter van het adres van [slachtoffer 1] waarop zij is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, thans het adres [adres] te [plaatsnaam] ;

  • -

    voor de duur van 5 jaren na de dag van zijn veroordeling op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] en zich niet zal ophouden binnen een afstand van 500 meter van het adres van [slachtoffer 2] waarop zij is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, thans het adres [adres] te [plaatsnaam] ;

  • -

    voor de duur van 5 jaren na de dag van zijn veroordeling op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] en zich niet zal ophouden binnen een afstand van 500 meter van het adres van [slachtoffer 3] waarop zij is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, thans het adres [adres] te [woonplaats] ;

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval door verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, gelet op artikel 38v vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beslag

Verklaart de mobiele telefoon LG, type D320N en de laptop HP Elitebook, KVI goednummer PL 0900-2016250357-1771778 onttrokken aan het verkeer.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.300,00 aan immateriële schade en een bedrag van € 326,71 aan materiële schade, dus in totaal € 2.626,71 (zegge: tweeduizend zeshonderdzesentwintig euro en eenenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.

Verklaart [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.626,71 (zegge: tweeduizend zeshonderdzesentwintig euro en eenenzeventig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te verhalen door hechtenis van 36 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

[slachtoffer 2]

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2.300,00 aan immateriële schade en een bedrag van € 323,71 aan materiële schade, dus in totaal € 2.623,71 (zegge: tweeduizend zeshonderddrieëntwintig euro en eenenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.

Verklaart [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat

€ 2.623,71 (zegge: tweeduizend zeshonderddrieëntwintig euro en eenenzeventig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te verhalen door hechtenis van 36 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

[slachtoffer 3]

Wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 2.500,00 (zegge: vijfentwintighonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2015 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat

€ 2.500,00 (zegge: vijfentwintighonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2015 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te verhalen door hechtenis van 35 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 16 februari 2015 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 28 dagen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 28 augustus 2013 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. Y.N.M. Rijlaarsdam en E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van I.W.H.M. Verheijen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 mei 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 16/660017-16

1.

hij op of omstreeks 14 augustus 2016 te [plaatsnaam] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [2009] , en/of

[slachtoffer 2] , geboren op [2009] , die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande uit het ontuchtig

- ( doen/laten) uittrekken van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- ( vervolgens) (doen/laten) spreiden van de benen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

en/of

- ( vervolgens) het met de tong likken en/of betasten en/of aanraken van de vagina

en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2016 tot en

met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , althans in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten foto's - en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een laptop,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een

geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst

de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger/hand en/of voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam

van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet had bereikt

(foto nummer 1 en 5 zoals genoemd in de collectiescan)

en/of

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de borsten van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de borsten van een

persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt

(foto nummer 13 zoals genoemd in de collectiescan)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon

gekleed is (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto's/films

nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die

persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto nummer 2 en 12 zoals genoemd in de collectiescan)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

in de zaak met parketnummer 16/659111-17

1. Primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015

tot en met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [2010] ,

zijnde zijn minderjarig kind en/of een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige

en/of een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit

het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij (telkens)

- de maillot en/of onderbroek van die [slachtoffer 3] (doen/laten) uittrekken/uitgetrokken

en/of

- ( vervolgens) de benen van die [slachtoffer 3] (doen/laten) spreiden/gespreid en/of die

[slachtoffer 3] in kleermakerszit (doen/laten) zitten en/of

- ( vervolgens) de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer 3]

met de tong gelikt en/of betast en/of aangeraakt en/of

(vervolgens) zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of tegen

de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 3] geduwd en/of gebracht en/of

gehouden en/of (heen en weer) bewogen;

1. Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015

tot en met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, (telkens) met [slachtoffer 3] , geboren op [2010] , zijnde

zijn minderjarig kind en/of een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige en/of een

kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, ontucht heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij (telkens)

- de maillot en/of onderbroek van die [slachtoffer 3] heeft (doen/laten)

uittrekken/uitgetrokken en/of

- ( vervolgens) de benen van die [slachtoffer 3] heeft (doen/laten) spreiden/gespreid en/of

die [slachtoffer 3] in kleermakerszit heeft (doen/laten) zitten en/of

- ( vervolgens) de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer 3]

met de tong heeft gelikt en/of betast en/of aangeraakt en/of

(vervolgens) zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of tegen

de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 3] heeft geduwd en/of gebracht en/of

gehouden en/of (heen en weer) bewogen;

2.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 2 mei 2016 tot en

met 14 juni 2016 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten (in totaal) 28 foto's en/of (een)

gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een mobiele

telefoon) heeft vervaardigd

en/of

(op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 2 mei 2016 tot en

met 18 augustus 2016 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten een (grote) hoeveelheid

foto's en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te

weten een mobiele telefoon) heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich

daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van

een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) (alleen) een onderbroekje aan heeft/hebben en/of poseert/poseren in

een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) en/of (op een wijze) die

niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich

(vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen haar onderbroekje opzij houdt/moet

houden en/of (vervolgens) van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna)

door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden

van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk

de (ontblote) geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de

afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele

prikkeling en/of

het vaginaal penetreren (met de penis) van het lichaam van [slachtoffer 3]

(geboren op [2010] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt en/of

het houden van een (stijve) penis in/bij de vagina, althans tussen de schaamlippen,

van de vagina van die [slachtoffer 3] ), althans een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij de ontblote vagina van deze

persoon in beeld gebracht wordt, terwijl op die vagina, althans op dat lichaam

een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is.

1 het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2016250357, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam bij de politie Midden-Nederland, d.d. 17 augustus 2016, pagina’s 19, 20 en 21.

2 het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2016250357, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam bij de politie Midden-Nederland, d.d. 17 augustus 2016, pagina’s 24, 25 en 26.

3 het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2016250357, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , werkzaam bij de politie Midden-Nederland, d.d. 9 december 2016, pagina’s 168 t/m 172.

4 de verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 mei 2017.

5 het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2016357102-4, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , werkzaam bij de politie Den Haag, d.d. 23 januari 2017, pagina’s 35 t/m 51.

6 de verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 mei 2017.

7 het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2017023880-2, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , werkzaam bij de politie Midden-Nederland, d.d. 31 maart 2017, pagina’s 84 t/m 89.

8 de verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 mei 2017.