Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:2319

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-05-2017
Zaaknummer
C/16/430737 / HA RK 17-9
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Niet voldaan aan de voorwaarde dat partijen in onderhandeling zijn. Er hebben in het geheel geen onderhandelingen plaatsgevonden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2744
PS-Updates.nl 2017-0504
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/430737 / HA RK 17-9

Beschikking van 29 maart 2017 (bij vervroeging)

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal

en

[verweerder] ,

verblijvend in de penitentiaire inrichting te Ter Apel,

verweerder,

niet verschenen.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    de mondelinge behandeling.

2 De feiten

2.1.

Tegen [verzoeker] is op 30 september 2013 een geweldsmisdrijf gepleegd. Daarbij is hij met een mes in zijn buik gestoken, waarna hij zwaargewond een restaurant binnen is gevlucht. De dader heeft hem met het mes in zijn hand achtervolgd en heeft geprobeerd het restaurant binnen te komen.

2.2.

Bij vonnis van 11 augustus 2014 heeft de rechtbank Midden-Nederland [verweerder] als dader van dit misdrijf veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, wegens poging tot doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Voorts heeft de rechtbank [verweerder] veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 9.813,39, waarvan een bedrag van € 9.000,00 wegens immateriële schade aan [verzoeker] .

Bij arrest van 27 februari 2015 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd, met dien verstande dat het hof [verweerder] heeft veroordeeld tot € 9.813,39 aan schadevergoeding. Het door [verweerder] ingediende cassatieverzoek is op 1 december 2015 afgewezen.

2.3.

[verzoeker] heeft van het Schadefonds geweldsmisdrijven het bedrag van € 9.813,39 ontvangen, dat [verweerder] op grond van het vonnis van de strafrechter aan hem diende te betalen.

2.4.

De advocaat van [verzoeker] heeft [verweerder] bij brieven van 17 oktober 2016 en 8 november 2016 een voorstel gedaan om tot een schaderegeling te komen. [verweerder] heeft hierop niet gereageerd.

3 De beoordeling

3.1.

[verzoeker] verzoekt dat de rechtbank voor recht verklaart dat [verweerder] aansprakelijk is voor de door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade als gevolg van de bedreiging en poging tot doodslag op 30 september 2013 en hem veroordeelt tot vergoeding van die schade, waaronder - kort gezegd - de kosten tot vaststelling van de schade en tot betaling van een voorschot van € 5.000,00 op de schade.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat [verweerder] onherroepelijk is veroordeeld, waarmee zijn aansprakelijkheid vaststaat. De schade die [verzoeker] heeft geleden bedraagt meer dan het bedrag van € 9.813,39 dat hij van het Schadefonds geweldsmisdrijven heeft ontvangen. De toegebrachte steekwonden hebben inwendige perforaties teweeggebracht, waarvoor [verzoeker] een buikoperatie moest ondergaan, waarna een lange periode van revalidatie is gevolgd. Er zijn blijvende littekens van de operatie zichtbaar gebleven, hij heeft nog steeds veel pijn en in de littekens zijn breuken opgetreden waarvoor hij opnieuw geopereerd moet worden. De pees van zijn linkerhand beschadigd, waardoor deze altijd enigszins beperkt zal blijven. Het gebeuren op 30 september 2013 is voor [verzoeker] een ernstig trauma geworden. Hij moest langdurig worden behandeld voor een posttraumatische stressstoornis.

3.3.

De rechtbank overweegt dat het doel van de deelgeschilprocedure is de vereenvoudiging en versnelling van de buitengerechtelijke afhandeling van letsel- en overlijdensschade. De deelgeschilprocedure is bedoeld om het buitengerechtelijk onderhandelingsproces te versnellen, althans een daarin ontstane impasse te doorbreken. De vraag naar de aansprakelijkheid kan in beginsel in de deelgeschilprocedure aan de orde worden gesteld. Uitgangspunt is echter dat de betrokken partijen in onderhandeling zijn.

3.4.

In dit geval is er nog geen begin van onderhandelingen. Integendeel, [verweerder] reageert in het geheel niet en heeft ook nimmer gereageerd op de aansprakelijkstelling door [verzoeker] . Het is begrijpelijk dat [verzoeker] op korte termijn duidelijkheid wil krijgen over zijn situatie. Hij is ernstig gewond geraakt bij de steekpartij en ervaart daar nog dagelijks de ingrijpende gevolgen van. Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat zijn keuze voor het deelgeschil is ingegeven door de hoop dat, in het geval [verweerder] zou verschijnen, hij mogelijk met hem of eventueel met zijn familie tot een oplossing zou komen. Ook een uitspraak van de rechter waarin het [verweerder] duidelijk wordt gemaakt dat hij de schade moet vergoeden kan volgens [verzoeker] meehelpen een regeling tot stand te brengen. Voor deze situatie, waarin er geen enkel contact is tussen de partijen is de deelgeschilprocedure echter niet in het leven geroepen. In de gegeven omstandigheden is het kort geding of de dagvaardingsprocedure de geëigende procedure om een oordeel van de rechter te krijgen over het geschil.

3.5.

Omdat het verzoek gelet op het voorgaande niet voldoet aan de voorwaarden voor een deelgeschilprocedure, zal de kantonrechter [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.

3.6.

Omdat [verzoeker] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn verzoek, is er geen grond met toepassing van artikel 1019aa Rv de kosten van het deelgeschil te begroten.

4 De beslissing

De rechtbank

De kantonrechter verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.1

1 type: SM coll: MH