Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1685

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-03-2017
Datum publicatie
05-04-2017
Zaaknummer
434799 / HA RK 17-54
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer/rekestnummer: 434799 / HA RK 17-54

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

21 maart 2017

op het verzoek van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

(verder te noemen: verzoekers).

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 27 februari 2017 hebben verzoekers (wederom) een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter mr. J.J.M. de Laat in de procedure tussen verzoekers enerzijds en de [bedrijfsnaam] anderzijds bekend onder nummer 5129439 UC EXPL 16-8676. De behandeling van dat wrakingsverzoek stond gepland op 10 maart 2017 en is geregistreerd onder zaaknummer 434134 / HA RK 17-44.

1.2.

Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 10 maart 2017 zijn mrs. R.M. Berendsen en N.E.M. Kranenbroek als leden van de wrakingskamer door verzoekers gewraakt.

1.3.

Van de zitting van de wrakingskamer is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt. [verzoeker 1] is in de gelegenheid gesteld schriftelijke opmerkingen te maken over dit proces-verbaal, van welke gelegenheid [verzoeker 1] gebruik heeft gemaakt. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de opmerkingen van [verzoeker 1] .

1.4.

De betreffende rechters hebben niet in het wrakingsverzoek berust.

1.5.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het wrakingsverzoek

Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking van mrs. Berendsen en Kranenbroek verkort en zakelijk weergegeven ten grondslag gelegd dat hij vermoedt dat de betreffende rechters, gelet op hun voornamen, behoren tot of afkomstig zijn uit de katholieke gemeenschap en om die reden objectief gezien partijdig zijn.

3 De beoordeling van het wrakingsverzoek

3.1.

De wrakingskamer ziet aanleiding om in de onderhavige zaak uitspraak te doen over het door verzoekers ingediende wrakingsverzoek zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Daartoe wordt als volgt overwogen.

3.2.

Het is vaste rechtspraak dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds kan afwijzen indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarvan is in onderhavig wrakingsverzoek tegen de rechters mrs. R.M. Berendsen en N.E.M. Kranenbroek sprake.

3.3.

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit geldt ongeacht diens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht.

3.4.

De wrakingsgrond berust op de uitgangspunten dat rechters met een of meer “katholieke” voornamen behoren tot de katholieke gemeenschap en dat leden van de katholieke gemeenschap elkaar bevoordelen. Verzoekers vermoeden dat mrs. R.M. Berendsen en N.E.M. Kranenbroek, vanwege hun voornamen, behoren tot of afkomstig zijn uit de katholieke gemeenschap. Gelet op de hiervoor vermelde uitgangspunten zal dit gegeven volgens verzoekers van invloed zijn op de door deze rechters te nemen beslissing op het wrakingsverzoek tegen mr. De Laat, die in de ogen van verzoekers eveneens behoort tot de katholieke gemeenschap. De wrakingskamer overweegt dat het verzoek van verzoekers gelet op het voorgaande geen betrekking heeft op het functioneren van deze rechters als zodanig, maar uitsluitend op hun door verzoekers vermoede lidmaatschap van de katholieke gemeenschap.

3.5.

Het enkele gegeven dat een rechter een bepaalde godsdienstige levensovertuiging heeft, kan niet leiden tot de conclusie dat hij niet in staat is tot een onpartijdige beoordeling van een wrakingsverzoek tegen een rechter met dezelfde levensovertuiging en evenmin tot de conclusie dat de vrees objectief gerechtvaardigd is dat hij vooringenomen is. Nu het wrakingsverzoek uitsluitend gegrond is op het vermoede lidmaatschap van de rechters Berendsen, Kranenbroek en De Laat van de katholieke gemeenschap moet het verzoek daarom aanstonds als zijnde kennelijk niet-ontvankelijk worden afgewezen. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.

3.6.

Een volgend wrakingsverzoek van verzoekers tegen één van de leden van de wrakingskamer van de rechtbank Midden-Nederland zal niet in behandeling worden genomen. De reden hiervoor is dat verzoeker [verzoeker 1] tijdens de behandeling van zijn wrakingsverzoek heeft opgemerkt ook volgende rechters waarvan hij vermoedt dat deze katholiek zijn, te zullen wraken. Het voortdurend indienen van wrakingsverzoeken in diverse procedures belemmert de voortgang in deze procedures ernstig.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

4.1.

verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;

4.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekers, de gewraakte rechters, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdelingen Bedrijfsvoering en Civiel recht en bestuursrecht en de president van deze rechtbank;

4.3.

bepaalt dat de behandeling van het wrakingsverzoek van verzoekers tegen mr. J.J.M. de Laat dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

4.4.

bepaalt dat een volgend verzoek om wraking tegen één van de leden van de wrakingskamer niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, en mr. G.J.J.M. Essink en mr. G.L.M. Urbanus als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2017.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.