Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1518

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
5357143 / LC EXPL 16-3527
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Stichting Sportbedrijf Dronten moet de gemeente Dronten een bedrag van ruim 10.000 euro aan huur en boetes betalen. Dat heeft de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland vandaag beslist. De stichting huurt sinds 2013 de grond onder het hoofdveld dat gebruikt wordt door voetbalclub ASV Dronten, waarop de stichting een kunstgrasveld heeft aangelegd. De huur over 2015 en 2016 is niet voldaan.

Voetbalvereniging ASV Dronten wilde een kunstgrasveld op het hoofdveld. De gemeente wilde dit niet aanleggen. Wel was de gemeente bereid om dit te realiseren via een stichting. De besparing van het gemeentelijke onderhoud aan het natuurgrasveld over een periode van 30 jaar is als subsidie verstrekt aan ASV Dronten. De subsidie van ruim 200.000 euro is door ASV Dronten als lening ter beschikking gesteld van de stichting.

Volgens de stichting zijn de kosten van het kunstgrasveld ongeveer 500.000 euro. Naast de subsidie is er ongeveer 200.000 euro aan sponsorgelden opgehaald en zou een bedrag van bijna 90.000 euro gefinancierd worden met aftrek van omzetbelasting. Over die aftrek is een conflict ontstaan, omdat de Belastingdienst stelt dat de stichting dit bedrag niet mag aftrekken.

De stichting stelt dat de gemeente de fiscale constructie bedacht of voorgesteld heeft. De gemeente heeft uitdrukkelijk gemotiveerd dat zij niet betrokken is geweest bij overleg met de Belastingdienst. De stichting heeft ook geen bewijs geleverd dat dit wel zo zou zijn.

De stichting is huurder van de gemeente, en zolang dat de situatie is moet zij de overeengekomen huur betalen, zo oordeelt de kantonrechter. Dat de stichting van het kunstgrasveld af wil, of dat ASV Dronten wil dat de huursom wordt verlaagd, maakt dit niet anders. Dat de stichting stelt dat hun activiteiten zijn beëindigd geeft ook geen aanleiding voor een ander oordeel. De huurovereenkomst is niet beëindigd, dus de verplichtingen tot huurbetaling lopen ook door.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Lelystad

Vonnis van 29 maart 2017

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 5357143 / LC EXPL 16-3527 van

de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE DRONTEN,
zetelend te Dronten,
eiseres, hierna ook te noemen: de gemeente,
gemachtigde mr. W.E.M. Klostermann,

tegen

de stichting
STICHTING SPORTBEDRIJF DRONTEN,
gevestigd te Dronten,
gedaagde, hierna ook te noemen: de stichting,
gemachtigde mr. H. van der Laan.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 7 december 2016

  • -

    de akte van de gemeente met stukken voor de comparitie

  • -

    de akte van de stichting met stukken voor de comparitie

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 februari 2017 met aangehecht de pleitnota van mr. Van der Laan

  • -

    de brief namens de stichting met aanvullingen en commentaar op het proces-verbaal van 6 maart 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen de gemeente als verhuurder en de stichting als huurder is op 26 november 2013 een huurovereenkomst met afhankelijk recht van opstal gesloten betreffende 9.041 m² grond op het sportveldencomplex aan De West / Educalaan te Dronten. Het gehuurde mag uitsluitend worden gebruikt voor het hebben en houden van een kunstgrasveld dat bestemd is voor sportbeoefening. De overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd met een huurperiode van ten minste 30 jaar. De stichting is een jaarlijkse huursom verschuldigd van € 1.000,00, die jaarlijks zal worden geïndexeerd, voor het eerst op 1 januari 2015, bij vooruitbetaling te voldoen uiterlijk op 1 mei van het betreffende jaar.

2.1.1.

In artikel 12 van de huurovereenkomst is overeengekomen dat bij niet-nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit deze overeenkomst, de stichting, na ingebrekestelling en na verloop van de daarin genoemde termijn, ten behoeve van de gemeente een onmiddellijk opeisbare boete verbeurt van € 250,00 per dag met een maximum van € 50.000,00, met daarnaast behoud van de bevoegdheid om in rechte nakoming te vorderen en/of schadevergoeding te vorderen.

2.2.

De huur over 2014 is voldaan.

2.3.

Met toepassing van de overeengekomen indexatie bedraagt de huur over 2015 € 1.070,35 en over 2016 € 1.077,28.

2.4.

De huur over 2015 en 2016 is niet voldaan.

2.5.

De stichting heeft op het gehuurde een kunstgrasveld aangelegd, dat als hoofdveld (ten tijde van de comparitie) nog steeds wordt gebruikt door de voetbalvereniging ASV Dronten.

3 Het geschil

3.1.

De gemeente vordert samengevat - veroordeling van de stichting tot betaling van € 2.147,63 wegens huur over 2015 en 2016, € 8.300,00 wegens boete vanaf 15 juni 2016 tot en met 5 september 2016, € 175,07 wegens rente tot 5 september 2015 en € 322,14 wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de boete van € 100,00 per dag na 5 september 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, met primair de verdere wettelijke handelsrente en subsidiair de verdere wettelijke rente over de huurachterstand, en met de proceskosten inclusief nasalaris.

Aan de vordering legt de gemeente ten grondslag dat de stichting is tekort geschoten met de nakoming van haar huurbetalingsverplichtingen en dat zij daarvan nakoming vordert en daarnaast aanspraak maakt op de boete vanaf 15 juni 2016, die zij matigt tot € 100,00 per dag, en op schadevergoeding.

3.2.

De stichting voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het volgende de achtergrond van het geschil vormt.

4.1.1.

De voetbalvereniging ASV Dronten is een gebruiker van het in 2.1 genoemde sportveldencomplex en wenste op haar hoofdveld een kunstgrasveld. De gemeente was niet bereid op dat hoofdveld een kunstgrasveld aan te laten leggen en dit aan ASV Dronten in gebruik te geven. Wel was de gemeente bereid mogelijk te maken dat op dat hoofdveld een kunstgrasveld werd gerealiseerd door een op te richten stichting, de stichting, en daaraan bij te dragen door de gekapitaliseerde besparing van de gemeente omdat het onderhoud van het door haar onderhouden en aan ASV Dronten in gebruik gegeven natuurgrasveld zou vervallen indien de stichting een kunstgrasveld zou aanleggen en onderhouden, als (eenmalige) subsidie aan ASV Dronten ter beschikking te stellen.

4.1.2.

Naast de huurovereenkomst met de stichting heeft de gemeente als eenmalige subsidie een afkoopsom van € 206.345,00 verstrekt aan ASV Dronten ter grootte van de gekapitaliseerde besparing op de onderhoudskosten gedurende 30 jaar van het natuurgrasveld dat ASV Dronten vervangen wilde zien door een kunstgrasveld onder onder meer de voorwaarden dat ASV Dronten met de nieuw op te richten stichting een overeenkomst sluit met betrekking tot het gebruik van een nieuw aan te leggen kunstgrasveld en ASV Dronten de subsidie gebruikt om de gebruikersvergoeding voor het kunstgrasveld over een periode van 30 jaar te betalen.

4.1.3.

Deze subsidie heeft ASV Dronten als geldlening bij overeenkomst van 10 december 2013 aan de stichting ter beschikking gesteld, kennelijk voor onder meer de aanleg van het kunstgrasveld. Dat was niet genoeg om de aanleg te financieren, want daarvoor zijn ook (volgens de stichting door ASV Dronten, ten behoeve van de stichting) sponsorgelden geworven en daarnaast is er bij de financiering van het kunstgrasveld van uit gegaan dat de stichting als ondernemer de omzetbelasting die zij moest betalen aan de aannemer die het kunstgrasveld heeft geleverd en aangelegd, kon ‘aftrekken’.

4.1.4.

Volgens de stichting was met de aanleg van het kunstgrasveld een bedrag van ongeveer € 500.000,00 gemoeid, gefinancierd met de lening van € 206.345,00, sponsorgelden (iets meer dan € 200.000,00) en aftrek van omzetbelasting. Uitgaande van een investering van ongeveer € 500.000,00 gaat het om een aftrekbedrag van omstreeks € 86.777,00 (bij 21% BTW).

4.1.5.

Over die aftrek is vervolgens een conflict ontstaan tussen de stichting en de Belastingdienst.
De Belastingdienst stelde zich op het standpunt dat de stichting geen omzetbelasting in aftrek kan brengen omdat sprake is van een fiscale eenheid omzetbelasting tussen de stichting en ASV Dronten, dan wel dat sprake is van een feitencomplex dat moet worden aangemerkt als misbruik van recht (naar de kantonrechter begrijpt: omdat de constructie met de stichting tussen de gemeente als grondeigenaar en ASV Dronten als gebruiker van het kunstgrasveld alleen is bedacht om de omzetbelasting te kunnen aftrekken en daarmee het kunstgrasveld goedkoper te maken voor ASV Dronten).
Het toenmalige bestuur van de stichting is afgetreden en er is een opvolgend bestuurder aangetreden, die over dit fiscale geschil op 24 april 2015 een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten met de Belastingdienst.

4.1.6.

In de vaststellingsovereenkomst is onder meer tussen de Belastingdienst en de stichting overeengekomen dat de Belastingdienst de aftrek toestaat van 75% van de in rekening gebrachte omzetbelasting die rechtstreeks verband houdt met de aanleg van het kunstgrasveld, uit te betalen aan ASV Dronten, en dat de stichting niet aangemerkt kan worden als btw-ondernemer (zodat verdere aftrek van omzetbelasting wegens de aanleg en aftrek van omzetbelasting in verband met de exploitatie en het onderhoud niet mogelijk is). Verder is daarin opgenomen dat de stichting middels een activa/passivatransactie wenst ‘op te gaan’ in ASV Dronten, welke overgang niet leidt tot belastingheffing mits de overdracht (activa/passiva) plaatsvindt tegen de ‘huidige’ fiscale boekwaarden en er evenmin eventuele verliezen overgaan naar ASV Dronten.

De gemeente noch ASV Dronten zijn partij bij deze vaststellingsovereenkomst.
Of 75% van de in rekening gebrachte omzetbelasting is uitbetaald aan ASV Dronten, is in deze procedure niet besproken.

4.1.7.

Tot een activa/passivatransactie met ASV Dronten is het niet gekomen.

4.1.8.

De stichting heeft gesteld dat ASV Dronten slechts bereid is het kunstgrasveld van de gemeente te huren tegen dezelfde voorwaarden als waaronder ASV Dronten en andere sportverenigingen andere kunstgrasvelden van de gemeente huren.

Of deze stelling de positie van ASV Dronten juist weergeeft, is niet gebleken (de stichting heeft er geen bewijs van overgelegd). Opmerkelijk zou deze positie overigens wel zijn, want aan ASV Dronten is in 2013 onder voorwaarden € 206.345,00 aan eenmalige subsidie toegekend die zij heeft aanvaard, en deze gestelde positie lijkt niet goed te rijmen met die subsidievoorwaarden.

4.1.9.

In deze procedure stelt de stichting zich op het standpunt dat zij het kunstgrasveld moet overdragen aan de gemeente en zichzelf opheffen. De gemeente is niet bereid eigendomsrechten van de kunstgrasmat en alle daarmee samenhangende rechten en (onderhouds)verplichtingen (van de stichting) over te nemen. Wel is de gemeente bereid mee te werken aan overdracht ervan aan ASV Dronten, waarbij de huurovereenkomst met afhankelijk recht van opstal onder dezelfde voorwaarden moet overgaan naar ASV Dronten.

4.1.10.

Zolang de huurovereenkomst niet is overgegaan naar ASV Dronten verlangt de gemeente nakoming van de huurbetalingsverplichtingen door de stichting.

4.2.

De stichting heeft een beroep op dwaling gedaan.

4.2.1.

In artikel 6:228, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is:
a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;
b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;
c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.
In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat vernietiging wegens dwaling niet kan worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

4.2.2.

Ter onderbouwing van het beroep op dwaling heeft de stichting bij antwoord aangevoerd dat de Belastingdienst de constructie die partijen en ASV Dronten wensten, onmogelijk heeft gemaakt en aldus het veld weer aan de gemeente moet worden overgedragen, die dit dan zelf moet verhuren aan ASV Dronten. Volgens de stichting heeft de Belastingdienst opgedragen het veld aan de gemeente over te dragen en heeft de gemeente weet van deze opdracht.

4.2.3.

De gemeente heeft betwist dat de Belastingdienst heeft opgedragen het veld aan de gemeente over te dragen. Deze betwisting slaagt, want in de vaststellingsovereenkomst is sprake van de wens van de stichting tot overdracht aan ASV Dronten. Voor zover ASV Dronten medewerking zou weigeren, zoals door de stichting is gesuggereerd maar niet onderbouwd, komt dat overigens voor risico van de stichting en niet van de gemeente, want de stichting heeft de vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst gesloten.

4.2.4.

Voor zover is gesteld dat de constructie is bedacht door de gemeente omdat de gemeente geen omzetbelasting kan aftrekken en zij dan meer subsidie had moeten verstrekken (onderdeel a van het eerste lid van artikel 6:228), is van belang dat de gemeente dit gemotiveerd heeft betwist.
Namens de gemeente is gesteld dat ASV Dronten een kunstgrasveld wilde en dat de gemeente dat niet nodig vond, maar wel bereid was mee te werken aan de wens van ASV Dronten en de stichting. Uitdrukkelijk is ontkend dat de gemeente de constructie met de stichting heeft bedacht of voorgesteld; de fiscale constructie is volgens de gemeente gewenst door ASV Dronten en/of de stichting. De gemeente heeft uitdrukkelijk betwist dat de gemeente betrokken is geweest bij overleg met de Belastingdienst.

Gezien deze gemotiveerde betwisting staat de stelling van de stichting dat de gemeente de fiscale constructie heeft bedacht, niet vast.
Aangezien de stichting geen bewijsaanbod heeft gedaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.
De kantonrechter ziet overigens geen enkele aanleiding de stichting ambtshalve bewijs op te dragen, omdat het standpunt van de gemeente dat zij een kunstgrasveld niet nodig vond maar de wens van ASV Dronten wel wilde faciliteren, wordt ondersteund door de omstandigheid dat de gemeente alleen een eenmalige subsidie heeft willen verstrekken gelijk aan de kapitalisatie van de besparingen op onderhoud van het natuurgrasveld van iets meer dan € 200.000,00, terwijl met de aanleg, inclusief omzetbelasting, een bedrag van ongeveer € 500.000,00 was gemoeid. Het was dus in het belang (van de realisatie van de wens) van ASV Dronten dat de omzetbelasting kon worden afgetrokken, omdat het door sponsoring te werven bedrag daardoor fors lager werd.

4.2.5.

Voor zover de stichting een beroep heeft gedaan op onderdeel c van het eerste lid van artikel 6:228 omdat ook de gemeente er van uit ging dat de stichting omzetbelasting zou kunnen aftrekken (zoals namens de gemeente ter comparitie is bevestigd), is namens de gemeente aangevoerd dat het van die verwachting afwijkende standpunt van de Belastingdienst een uitsluitend toekomstige omstandigheid betrof, zodat daarop de vernietiging wegens dwaling niet gegrond kan worden. Dit verweer van de gemeente wordt verworpen. Een dwaling omtrent het ten tijde van de totstandkoming van de huurovereenkomst geldende juridische kader waaraan de door de stichting beoogde aftrek van omzetbelasting getoetst zou moeten worden, kan immers een dwaling opleveren als bedoeld in artikel 6:228 BW (HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9398, HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5721).

4.2.6.

Uit de vaststellingsovereenkomst volgt evenwel, dat de Belastingdienst de aftrek toestaat van 75 % van de in rekening gebrachte omzetbelasting die rechtstreeks verband houdt met de aanleg van het kunstgrasveld, uit te betalen aan ASV Dronten. De stichting heeft deze vaststellingsovereenkomst gesloten. Onderdeel daarvan is kennelijk ten tijde van het sluiten van die overeenkomst geweest de wens van de stichting een activa-passiva transactie met ASV Dronten aan te gaan. Omdat de stichting deze vaststellingsovereenkomst (zo) heeft gesloten en daardoor de aftrek van 75% van de omzetbelasting voor ASV Dronten veilig heeft gesteld, waardoor per saldo nog slechts een oplossing gezocht hoefde te worden voor de financiering van 25% van dat aftrekbedrag (uit de in 4.1.4 besproken informatie van de stichting volgt dat een bedrag in de orde van grootte van € 21.694,00), is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende gemotiveerd dat de stichting de huurovereenkomst met de gemeente niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten als zij eerder had geweten dat de Belastingdienst 100 % aftrek niet toe zou staan. Ook met een aftrek van 75 % is het via sponsoring te financieren deel van de financiering van het door ASV Dronten gewenste kunstgrasveld immers substantieel lager dan zonder aftrek.

4.2.7.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep op dwaling moet worden verworpen.

4.3.

Juridisch is deze zaak daarom heel simpel: de stichting is huurder van de gemeente en zolang dat de situatie is, moet zij (jaarlijks) de overeengekomen huur betalen. De contractuele wederpartij heeft recht op nakoming van de overeengekomen verplichtingen. Daarom moet de hoofdsom worden toegewezen.

4.3.1.

Dat (de bestuurder van) de stichting van het kunstgrasveld af wil, dat de stichting dan wel ASV Dronten willen dat de huursom wordt verlaagd en de gemeente dat weigert, dat een lagere huurprijs volgens de stichting niet in strijd is met de Wet Markt en Overheid, dat de gemeente daar anders over denkt en dat er geen transactie tot stand komt met ASV Dronten of de gemeente maakt het voorgaande niet anders. Ook is niet van belang of de constructie met de stichting ten behoeve van aftrek van omzetbelasting is bedacht in het belang van de gemeente of van ASV Dronten.

4.3.2.

Overigens heeft de stichting in deze procedure steeds gesteld dat in de vaststellingsovereenkomst is vastgelegd dat het kunstgrasveld aan de gemeente moet worden overgedragen, terwijl uit de tekst juist blijkt dat de stichting dat wilde overdragen aan ASV Dronten. Wat daar van te zeggen valt: voor de vraag of de stichting jegens de gemeente haar verplichtingen moet nakomen zolang zij huurder is, maakt dat ook niet uit.

4.3.3.

Het voorgaande zou anders kunnen liggen als het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als de gemeente de stichting aan haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst houdt. Daargelaten dat dit niet is gesteld, is de achtergrond van dit geschil en de met de Belastingdienst gesloten vaststellingsovereenkomst daar ook volstrekt onvoldoende voor.

4.3.4.

Voor zover de activiteiten van de stichting zijn beëindigd, zoals zij heeft gesteld, geeft dat ook geen aanleiding voor een ander oordeel. De huurovereenkomst is niet beëindigd, dus lopen de verplichtingen tot huurbetaling van de stichting door. Daar komt bij dat deze stelling niet te rijmen valt met de omstandigheid dat het kunstgrasveld nog steeds door ASV Dronten wordt gebruikt, zodat het er voor moet worden gehouden, dat de stichting, als eigenaar, dat nog steeds aan ASV Dronten ter beschikking stelt en aanspraak kan maken op de gebruikersvergoeding. Voor zover dat zonder gebruikersvergoeding geschied (namens de stichting is gesteld dat de stichting niets ontvangt), roept dat overigens vragen op van bestuurdersaansprakelijke aard.

4.4.

De stichting heeft bezwaar gemaakt tegen overlegging door de gemeente van de vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en de stichting omdat voor die vaststellingsovereenkomst voor de stichting (en ASV Dronten) de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geldt. Daargelaten dat niet is aangegeven welk rechtsgevolg de stichting ermee beoogt, is het de stichting geweest die bij antwoord over de vaststellingsovereenkomst is begonnen en, anders dan in de tekst van de overeenkomst is opgenomen, heeft gesteld dat in de overeenkomst is opgenomen dat de velden in eigendom terug moeten gaan naar de gemeente, zodat niet valt in te zien waarom de gemeente, die bij de vaststellingsovereenkomst geen partij was en in de overeenkomst niet als geheimhouder is benoemd, de overeenkomst niet mocht overleggen ten betoge dat de stichting die in deze procedure onjuist weergeeft.

4.5.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke handelsrente en boete is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat zij als niet-betwist en op de wet en de overeenkomst gebaseerd, moeten worden toegewezen. Met betrekking tot de rente wordt overwogen dat de overeenkomst een overeenkomst om baat is die is gesloten tussen twee rechtspersonen, terwijl ter zake de huursom de crediteur van de geldvordering een publieke rechtspersoon is, zodat de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW van toepassing is. Met betrekking tot de boete wordt overwogen dat geen beroep op matiging is gedaan en de rechter daar niet ambtshalve toe mag overgaan.

4.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij moet de stichting in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt de stichting tegen bewijs van kwijting aan de gemeente te betalen een bedrag van € 10.944,84, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 2.147,63 vanaf 5 september 2016 tot de dag van algehele voldoening en vermeerderd met € 100,00 per dag na 5 september 2016 tot aan de dag van algehele voldoening wegens contractuele boete;

5.2.

veroordeelt de stichting in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 600,00 voor salaris gemachtigde, € 82,54 voor kosten van de dagvaarding en € 471,00 voor griffierecht;

5.3.

begroot de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van de gemeente op € 100,00 aan salaris gemachtigde indien de stichting niet binnen 14 dagen na aanschrijving door de gemeente volledig aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen, indien na aanschrijving betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van die betekening;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.M. van Hoof en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.