Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1372

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
21-03-2017
Zaaknummer
C/16/432743 / JE RK 17-307
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens : C/16/432743 / JE RK 17-307

C/16/432744 / JE RK 17-308

Datum uitspraak: 21 februari 2017

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaken van

Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Lelystad,

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] , Bosnië-Herzegovina, hierna te noemen [minderjarige 1] ,

en

[minderjarige 2] , geboren op [2008] te [geboorteplaats] , Bosnië-Herzegovina, hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] , hierna te noemen de moeder,

verblijvende te PI Nieuwersluis.

Het procesverloop

Voor het procesverloop wordt verwezen naar de beschikking van 10 februari 2017.

Nadien is ontvangen:

- de brief d.d. 8 februari 2017 van de officier van justitie, ontvangen op 15 februari 2017.

Op 21 februari 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- mr. P. Drenth, advocaat van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.L van Leer,

- mevrouw [A] en mevrouw [B] , namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op een geheim adres.

Bij beschikking van 15 september 2016 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 22 augustus 2017.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 10 februari 2017 ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 15 februari 2017 tot 24 februari 2017 en het verzoek voor het overige aangehouden.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van verzoeker

De GI heeft ter zitting gesteld dat er nog steeds een risico bestaat dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weglopen of door het netwerk van de moeder worden onttrokken aan de hulpverlening. Volgens de GI zijn dit dan ook de belangrijkste redenen voor een gesloten plaatsing. Wanneer de schoolgang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan worden uitgebreid en zij langer therapie hebben gevolgd, kan voor beide kinderen worden toegewerkt naar een gezinssituatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen graag terug naar de moeder, maar het perspectief is niet dat de kinderen op korte termijn bij de moeder kunnen wonen. De kinderen zijn onder slechte omstandigheden in Spanje aangetroffen en de GI heeft het vermoeden dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een trauma hebben. Om die reden is in eerste instantie vastgesteld dat de moeder eens in de twee maanden contact heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Aanstaande donderdag zal bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] DNA-materiaal worden afgenomen en kan dat materiaal vergeleken worden met het DNA van de moeder, zodat kan worden vastgesteld of de moeder de biologische moeder van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is.

Het standpunt van belanghebbenden

Namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is aangevoerd dat de noodzaak voor geslotenheid ontbreekt. Nu de moeder wegens haar detentie feitelijk geen gezag kan uitoefenen, is een vorm van uithuisplaatsing onoverkomelijk. Echter, er is onvoldoende informatie om te beoordelen of er aanwijzingen zijn dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het risico lopen om aan de hulpverlening te worden onttrokken. Nu de informatie van de officier van justitie als vertrouwelijk is aangemerkt en achter wordt gehouden voor partijen, is er te weinig informatie om te beoordelen of een gesloten plaatsing nodig is.

Door en namens de moeder is aangevoerd dat onduidelijk is om welke reden het verzoek voor een gesloten plaatsing is gedaan en waarom deze maatregel voor de duur van zes maanden noodzakelijk is. Het zou beter voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn dat zij eerder in een normale gezinssituatie kunnen leven. Daarnaast is sprake van zeer weinig contact tussen de kinderen en de moeder, terwijl is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] goed op contact met de moeder reageerden. Meer contact zou wellicht ook ten goede komen aan de gezondheid van de moeder. Ook zou de moeder meer informatie willen ontvangen over het welzijn van [minderjarige 1]

en [minderjarige 2] . Het is van belang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer zo snel mogelijk naar school gaan en meer omgang hebben met hun familieleden.

De beoordeling

De advocaat van de kinderen heeft ter zitting een beroep gedaan op inzage in de door de officier van justitie verstrekte informatie. De officier van justitie heeft in zijn brief aangegeven dat alleen de rechter kennis mag nemen van deze informatie. De kinderrechter is – na kennisneming van de vertrouwelijke informatie van de officier van justitie - van oordeel dat er gegronde reden is om het recht op inzage en afschrift te weigeren op grond van art. 811, tweede lid, Rv juncto artikel 10, tweede lid onder e en g Wet openbaarheid van bestuur. Deze informatie zal daarom niet ter beschikking worden gesteld.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter overweegt dat de situatie op dit moment nog erg zorgwekkend is. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in het verleden dagelijks geconfronteerd met criminaliteit en lopen nog immer het risico om te worden onttrokken aan de hulpverlening. Hiervoor verwijst de kinderrechter ook naar de gedragswetenschappelijke instemmingsverklaringen, waarin de gedragswetenschapper beschrijft dat op basis van een groot onderzoek sterk wordt vermoed dat sprake is van uitbuiting van de kinderen doordat volwassenen (de moeder en diens deviante netwerk) de kinderen aanzetten tot crimineel gedrag. Tevens wordt vermeld dat eveneens wordt vermoed dat, ondanks de detentie van de moeder, zij andere personen uit haar netwerk inzet om de kinderen aan het toezicht te onttrekken om hen opnieuw in te zetten voor deviante activiteiten. Hiervoor zijn blijkens de GI sterke aanwijzingen gekomen uit een groot landelijk onderzoek van onder andere de politie en het ministerie voor Veiligheid en Justitie.

Daarnaast hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zeer weinig onderwijs genoten. Het is van belang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanaf nu aan hun eigen ontwikkeling toe kunnen komen. Omwille van [minderjarige 1] ’s en [minderjarige 2] ’s fysieke en emotionele veiligheid en de noodzaak van een stabiele leefomgeving, wordt de maatregel verlengd. Er moet door de hulpverlening bekeken worden in welk tempo naar een open setting kan worden toegewerkt, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een meer natuurlijke omgeving de schoolgang en de taal verder kunnen oppakken. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de machtiging voor een kortere duur dient te worden verleend dan verzocht, te weten vier maanden, en dat het verzoek voor het overige dient te worden afgewezen.

De kinderrechter overweegt ten overvloede dat ter zitting gesproken is over het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de moeder. Het is aan de gezinsvoogd om te beoordelen in welke frequentie en voor welke duur [minderjarige 1] en [minderjarige 2] contact met hun moeder kunnen hebben.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt een machtiging gesloten jeugdhulp tot uiterlijk 21 juni 2017 betreffende de minderjarige [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. van Es-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van L.E. de Wolf als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden