Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1267

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-03-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
5627999 AT VERZ 17-12 MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Bewind, procesrecht, hoor- en wederhoor

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummer: 5627999 AT VERZ 17-12 MV

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling d.d. 21 maart 2017

Ingediend door:

[verzoeker 1]

wonende [adres]

[woonplaats]

en

[verzoeker 2]

wonende [adres]

[woonplaats]

hierna te noemen: verzoeker(s).

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 23 december 2016;

  • -

    een bereidverklaring van [verzoeker 1] om tot bewindvoerder te worden benoemd;

  • -

    het verweerschrift van mr. M.R. Vossen, ter griffie ingekomen op 3 maart 2017;

  • -

    een bereidverklaring van [C] van [bewindvoerderskantoor] om tot bewindvoerder te worden benoemd.

Het verzoek is behandeld ter zitting op 8 maart 2017. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    mevrouw [rechthebbende] , rechthebbende;

  • -

    mr M.R. Vossen, advocaat te Houten, gemachtigde van rechthebbende;

  • -

    de heer [A] , zwager van rechthebbende;

  • -

    mevrouw [B] , buurvrouw van rechthebbende.

Verzoekers zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende [rechthebbende], geboren te [geboorteplaats] op [1943] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

Door en namens rechthebbende is verweer gevoerd tegen dit verzoek. Het verweer komt er – zakelijk weergegeven – op neer dat verzoekster nog wel in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te waar te nemen. Mocht de kantonrechter van oordeel zijn dat verzoekster daar niet meer toe in staat kan worden geacht dan wil verzoekster niet dat één van haar kinderen of een kennis van de kinderen bewindvoerder wordt. Zij wil dat er in dat geval een professionele bewindvoerder wordt benoemd, te weten de heer [C] .

De kantonrechter oordeelt als volgt.

In het verzoekschrift is niet nader onderbouwd uit welke feiten en omstandigheden kan blijken dat rechthebbende niet meer in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De behandeling ter zitting is onder meer bedoeld om aan alle belanghebbenden de gelegenheid te geven om het verzoek toe te lichten en te bespreken. Verzoekers zijn zonder berichtgeving van verhindering niet verschenen. In het algemeen wordt, in het geval een verzoeker niet verschijnt, een nieuwe zitting gepland om een verzoeker alsnog in de gelegenheid te stellen het verzoek toe te lichten. Echter, in het onderhavige geval is er naar het oordeel van de kantonrechter reden om van deze algemene regel af te wijken.

De advocaat van rechthebbende heeft ter zitting gemeld dat hij verzoekers vlak voor de zitting in de gang van de rechtbank heeft gesproken. Hij had zijn verweerschrift niet aan verzoekers toegestuurd en heeft hen kort willen vertellen wat het standpunt van zijn cliënte was. Verzoekers voelden zich, aldus de advocaat, overvallen door het standpunt van de advocaat en zijn cliënte. In plaats van dit punt in de zittingszaal aan de kantonrechter voor te leggen hebben verzoekers er kennelijk voor gekozen om de rechtbank te verlaten zonder in de zittingszaal te verschijnen. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen de advocaat van rechthebbende heeft verklaard.

Uit het voorstaande blijkt, naar het oordeel van de kantonrechter, dat verzoekers er bewust voor hebben gekozen niet ter zitting te verschijnen. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter een beslissing zal nemen zonder verzoekers in de gelegenheid te stellen alsnog gehoord te worden. Het feit dat het wellicht op de weg van de advocaat van rechthebbende had gelegen om het verweerschrift in een eerder stadium aan verzoekers toe te sturen maakt dat oordeel, gezien de geringe omvang van het verweerschrift, niet anders.

Uit de stukken en de behandeling ter zitting is naar het oordeel van de kantonrechter aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk of duurzaam) niet meer in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Dat betekent dat de kantonrechter een bewindvoerder zal benoemen en daarbij, conform artikel 1:435 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, de uitdrukkelijke wens van rechthebbende zal volgen, nu er geen gegronde redenen zijn die zich tegen de benoeming van de door haar voorgestelde bewindvoerder verzetten.

Op basis van de stukken en de behandeling ter zitting is vastgesteld dat rechthebbende niet in staat is om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter zal de jaarbeloning van de te benoemen bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 519,40.

De beslissing

De kantonrechter:

- stelt de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [rechthebbende] voornoemd onder bewind wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand;

- benoemt tot bewindvoerder(s):

[bewindvoerderskantoor] , correspondentieadres: [correspondentieadres] ;

- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.