Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1189

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
16/701617-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 8, 6 en 2 maanden. Een vierde 42-jarige man uit Waardenburg is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701617-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1973] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 7 juli 2016, 7 december 2016, 13 februari 2017 en 14 februari 2017. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 13 en 14 februari 2017. Ter zitting van 23 februari 2017 is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie en van hetgeen mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht, namens verdachte naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 13 februari 2017 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt, kort en feitelijk weergegeven, neer op het volgende:

1. Primair, medeplegen van afpersing in de periode van 1 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg/Hilversum/Utrecht/Vianen/Berlicum van [A] ;

Subsidiair, medeplegen van dwang;

2. Primair, medeplegen van afpersing in de periode van 1 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg/Hilversum/Utrecht/Vianen/Berlicum van [B] ;

Subsidiair, medeplegen van dwang;

3. Primair, bedreiging van [C] in de periode van 14 augustus 2014 tot en met 4 september 2014 te Utrecht/Maarn/Nederland/België;

Subsidiair, poging dwang;

4. Medeplegen van het in voorraad hebben en/of te koop aanbieden en/of verkopen van circa 436 emmers met valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken Sigma verf, in de periode van 28 augustus 2014 tot en met 4 november 2014 te Utrecht;

5. Voorhanden hebben van een werpster (categorie I onder 3) op 4 november 2014 te Utrecht;

6. Voorhanden hebben van 3 stroomstootwapens (categorie II) in de periode van 4 november 2014 tot en met 12 mei 2015 te Utrecht.

3 Voorvragen

3.1

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman primair bepleit dat het Openbaar Ministerie (het OM) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het OM heeft niet als prioriteit om reguliere inbreuken op te sporen en te vervolgen en vervolgt in beginsel enkel op grond van artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht wanneer het algemeen belang in het geding is. In de Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude van het college van procureurs-generaal, in werking getreden op 1 februari 2006 (de Aanwijzing) worden enkele niet-cumulatieve gevallen opgesomd waarbij het algemeen belang in het geding is. Nu volgens de raadsman aan geen van de in deze Aanwijzing genoemde gevallen wordt voldaan, heeft het OM het vervolgingsrecht verloren.

De officieren van justitie hebben betoogd dat bij dit soort kwesties terughoudendheid wordt betracht bij de vervolging, maar dat dit niet geldt voor zaken waarbij op grote schaal in strijd met artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht gehandeld is. Daarnaast was er een indicatie van betrokkenheid van een criminele organisatie. Dit leidt tot de conclusie dat een niet-ontvankelijkheid van het OM in deze situatie niet aan de orde is.

De rechtbank overweegt als volgt.

Vooropgesteld zij dat de rechtbank rekening dient te houden met de uit het opportuniteitsbeginsel voortvloeiende beleidsvrijheid van het OM in die zin dat het zich daarbij dient te beperken tot een marginale toetsing. De vraag die derhalve voorligt, is of het OM in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de Aanwijzing, die moet worden beschouwd als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Volgens de Aanwijzing is het uitgangspunt van het OM bij de bestrijding van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten dat handhaving door de rechthebbende zelf (de civielrechtelijke weg) voorop staat, tenzij het algemeen belang in het geding is. De Aanwijzing noemt een aantal gevallen waarbij dit laatste het geval is, waaronder de situatie waarin sprake is van grootschalige namaak en piraterij, gepleegd in beroep of bedrijf die de markt verstoren en het bestaan van aanwijzingen van betrokkenheid van criminele organisaties of georganiseerde criminaliteit. Uit het dossier volgt dat het een verdenking betrof van het te koop aanbieden van (in ieder geval) 436 emmers verf met een vals merk. Medeverdachten hebben verklaard dat het zou gaan om in totaal 10.000 liter verf. Daarnaast volgt uit het dossier dat er onderzoek is gedaan naar het bestaan van een criminele organisatie. In dit licht kan worden vastgesteld dat er aanknopingspunten waren dat vanwege de verdenking van het op grote schaal vervalsen van emmers merkverf het algemeen belang in het geding was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het OM, gelet op de in de Aanwijzing vermelde criteria voor strafrechtelijke handhaving, in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen. Het OM is ontvankelijk in de strafvervolging van verdachte.

3.2

De overige voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 primair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 3 stelt de raadsman zich op het standpunt dat de tekst zoals ten laste gelegd niet bewezen kan worden. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman - subsidiair - vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de feiten 5 en 6 heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

4.3.1

Vrijspraak ten aanzien van de feiten 1 en 2 primair en subsidiair

Anders dan de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan. De betrokkenheid van verdachte bij de hem tenlastegelegde feitelijkheden voor afpersing en dwang blijkt – behoudens de bij het tweede feit bij wijziging toegevoegde feitelijkheid – niet of onvoldoende. Uit het dossier komt weliswaar naar voren dat verdachte op een aantal momenten een rol heeft gespeeld ter ondersteuning van de handelingen van de medeverdachte [medeverdachte 1] , maar de rechtbank overweegt dat deze omstandigheden van onvoldoende gewicht zijn om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Nu de rechtbank het onder 1 (primair en subsidiair) en 2 (primair en subsidiair) ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht, dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

4.3.2

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank leest daarbij in de tenlastelegging verbeterd in: “gelijke” vóór de zinsnede “dreigende aard of strekking”. Verdachte heeft dit feit, voor zover bewezen, bekend en er is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- Proces-verbaal van aangifte met bijlagen (sms-berichten)2;

- Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 september 20143.

4.3.3

Ten aanzien van feit 4

Bewijsmiddelen

Proces-verbaal van aangifte 4

Ik ben werkzaam bij PPG Coatings Nederland BV, hieronder valt het merk Sigma Coatings.

[bedrijfsnaam 1] , gelegen aan de [vestigingsadres] , heeft zich medio 2014 bij ons ingeschreven met de bedoeling om verf van ons af te nemen. [bedrijfsnaam 1] heeft vervolgens nooit verf bij ons afgenomen.

Vorige week is ons bedrijf door de politie Midden-Nederland benaderd met de mededeling dat een bedrijf Sigma Coatings verf verkoopt en gebruik maakt van stickers met hetzelfde naam en logo als dat van ons bedrijf genaamd Sigma Coatings. Daarbij werd mij verteld dat er een aantal pallets emmers met daarin verf is aangetroffen met ons logo Sigma Coatings.

U toont mij stickers met daarop “Sigma coatings, Sigma tex Semi-Gloss Hoogwaardige schrobvaste latex muurverf. Peinture latex lessivable haut de gamme. Colour Base L, contents 10L” die aangetroffen is waar de verf emmers stonden.

Ik kan u zeggen dat de getoonde stickers vals zijn en nagemaakt. Zo zie ik dat de kleuren van deze stickers niet overeenkomen met de labels die wij gebruiken. Wel zie ik dat het Sigma logo en het merk overeenkomen met de ons originele tekst. Wij maken geen gebruik van stickers op de emmers, maar printen het gelijk op de emmers verf.5

Een geschrift, te weten een uitdraai uit het merkenregister

Uit een uitdraai van het merkenregister d.d. 14 februari 2017 blijkt dat het merk Sigma in de ten laste gelegde periode is in geschreven in dit register en aldus door PPG Coatings Nederland BV gedeponeerd is volgens het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom.6

Een geschrift, te weten een brief (met bijlagen) van advocaat Brouwer van Bird&Bird behorende bij het proces-verbaal van aangifte 7

PPG is houdster van een groot aantal Sigma-merken, waaronder het Gemeenschapswoordmerk SIGMA met registratienummer 000048181 en het Gemeenschapsbeeldmerk zoals hieronder afgebeeld met registratienummer 000050815, allen ingeschreven voor onder meer verven en lakken (klasse 2). [Afbeelding van het beeldmerk Sigma Coatings] Als rechthebbende op deze merkrechten is PPG exclusief gerechtigd om deze rechten te gebruiken en om derden, die daartoe geen toestemming van PPG hebben gekregen, dit gebruik te verbieden.

Proces-verbaal van bevindingen 8

Op 4 november 2014 hebben wij, verbalisanten, bij de doorzoeking in perceel [vestigingsadres] een telling gehouden van de daar aangetroffen pallets met emmers, die gevuld waren met een witte vloeistof. De pallet met emmers zijn genummerd van 1 t/m 13.

Opsomming van de aangetroffen verf:

Pallet 3: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 4: 41 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Semi-Gloss, 10 liter base L.

Pallet 5: 41 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigma Pearl-Clean, 10 liter mat wit.

Pallet 7: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 11: 42 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 12: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 13: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Proces-verbaal sporenonderzoek met bijlagen 9

Op 4 november 2014 werd door mij, verbalisant, als forensisch onderzoeker een forensisch onderzoek naar sporen verricht tijdens een doorzoeking van een bedrijfspand aan de [vestigingsadres] .

In de bedrijfshal stonden diverse pallets met emmers verf. (foto 1 t/m 3). Op de pallets stond een kartonnen doos met opschrift ‘126 X’. 10

In deze doos zaten losse etiketstickers met opdruk ‘Sigma Coatings, Sigmatex, semi-glos, hoogwaardige schrobvaste latex muurverf’ (foto 4 t/m 6).

De eerste twee pallets aan de rechterzijde waren niet voorzien van etiketten.

Op de pallets ernaast stonden nagenoeg identieke verfemmers echter met een etiket van Sigma Coatings (foto 10 & 11). In de kamer links naast de bar stonden diverse verf emmers op een wagentje (foto 13 t/m 15). Hierbij viel op dat de emmers opnieuw nagenoeg identiek leken, maar dat er 2 verschillende etiketten op de emmers zaten; een van het merk Sigma Coatings en een van het merk Ralston (foto 16). Tevens viel direct op dat onder het sigma Coatings etiket een aftekening zat van een onderliggend etiket. Bij loshalen van het sigma etiket bleek ook een ander etiket te zitten (foto 17 & 18).

Proces-verbaal van verhoor aangever

U toont mij enkele foto’s die door de Forensische Opsporing van de politie Midden-Nederland werden gemaakt van onder andere de bij de doorzoeking aangetroffen emmers met verf. Aan de hand van de door u getoonde foto’s kan ik u verklaren dat de door u bij de doorzoeking aangetroffen emmers met verf niet bij ons zijn geproduceerd. Ik kan dat zien omdat er op de door u aangetroffen emmers een aantal afwijkingen zichtbaar zijn ten opzichte van de door ons geproduceerde emmers met verf.

U toont mij een etiketsticker die door u in beslag werd genomen. De door u getoonde sticker is niet afkomstig van ons bedrijf. 11

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlage d.d. 15 januari 2015

Ik ben eigenaar van [bedrijfsnaam 2] gevestigd [vestigingsadres] .12 Enkele dagen voor 28 augustus 2014 zijn er mannen in mijn zaak geweest.

Een van hen had een schilderszaak of zoiets in Utrecht.

Ze wilden witte verf hebben.

Ik ben gaan rondbellen en toen ik een partij verf had bemachtigd bij [bedrijfsnaam 3] in [vestigingsplaats] hebben ze die bij mij opgehaald.

De verf werd betaald door de grote kale man. Hij heeft mij 12.000,- contant betaald en vervolgens heb ik de rekening die u mij heeft getoond opgemaakt.

De partij verf bestond in ieder geval uit een grote hoeveelheid blanco emmers met verf. In totaal 8000 liter verf. Er zat beslist geen verf tussen met het opschrift Sigma. De verf stond op pallets met folie daar omheen. 13

Bijlage: factuur d.d. 28 augustus 2014 van [bedrijfsnaam 2] voor [bedrijfsnaam 1] , [vestigingsadres] , 8000 liter à 1,50, € 12.000,-.14

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015 15

De man afgebeeld op foto 1 is de man die het geld betaald heeft voor de partij verf.

De mannen op foto 2 en foto 4 waren samen met de man van foto 1 voor de verf.

Foto1, [medeverdachte 2]

Foto 2, [medeverdachte 1] .16

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2]

Ik ben algemeen directeur van [bedrijfsnaam 3] . Deze BV heeft een winkel/verkooppunt in [vestigingsplaats] . Het is juist dat ik op of omstreeks 28 augustus 2014 een partij verf heb verkocht aan [getuige 1] te [vestigingsplaats] . Deze partij bestond uit:

- witte emmers verf met een inhoud van 10 liter, die afkomstig waren van de verffabriek Global te Beneden-Leeuwen. Op de deksel van deze emmers stond het woord “superdek” geprint;

- witte emmers verf met een blauwe deksel van het merk Ralston.

Het kan juist zijn dat de partij een hoeveelheid had van 8.000 liter.

De emmers die u mij toonde, maakten inderdaad deel uit van die partij verf. Ik moet er wel bij opmerken dat de stickers van het merk Sigma niet op de emmers geplakt waren toen ik deze aan [getuige 1] verkocht.

De partij werd vervoerd op ongeveer 20 pallets.17

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] 18

[medeverdachte 3] verklaart kort gezegd dat hij in opdracht van [verdachte] en [D] en [E] stickers heeft gemaakt met het Sigma logo.19 Hij kreeg hiervoor bestanden aangeleverd op een usb stick.20

De kartonnen doos met opschrift ‘126 X’ komt bij hem, [medeverdachte 3] , vandaan.21

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3]

Omstreeks juni 2014 kwam die [verdachte] weer bij mij in de zaak en bood mij verf aan van de merken Sigma en Ralston.22

Tapgesprek d.d. 10 september 2014

[medeverdachte 2] belt verdachte. [medeverdachte 2] zegt dat ze [F ] nog moeten bellen over de verf. Verdachte zegt dat ze gestickerd en gedaan zijn.23

Proces-verbaal van verhoor verdachte 24

Mijn bedrijf [bedrijfsnaam 1] is gevestigd op de [vestigingsadres] .25

De verf die bij de doorzoeking [vestigingsadres] werd aangetroffen, was van mij.

Die verf is eigenlijk door mij gekocht bij [getuige 1] in [vestigingsplaats] .26

[D] is met [G] , [medeverdachte 2] en [H] daar geweest om die verf te kopen.27

Ik ben twee tot drie keer bij [getuige 3] geweest samen met [medeverdachte 2] . Wij wilden proberen om die Sigma verf aan hem te verkopen.28

De stickers met het opschrift Sigma Coatings zijn op de emmers geplakt. Ik heb stickers laten bijmaken voor de emmers waar nog geen sticker opzat.

[medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) zou voor mij kopers voor die verf zoeken. Hij probeerde ook wat te verdienen aan mijn verf.29

Ik heb op Ralston verf, stickers over het etiket heen laten plakken van Sigma. Dit liet ik doen omdat Ralston niet werd verkocht, omdat het een onbekend merk is. Ik wilde doen voorkomen dat die verf echte Sigma verf was. Het klopt dat ik daar dan met merkvervalsing bezig ben geweest.30

OVC gesprekken 31

28 augustus 2014, 1912, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] , [G] en [D] :

[medeverdachte 2] : Wij moeten gewoon echt die stickertjes nou laten maken vast eigenlijk hee, het zijn witte emmers hebben we gezien, dus waarom zouden we het niet doen, is beter, verkoopt echt lekker hoor, oh, [naam] .

[G] : O die wat je verleden keer heb gedaan die stickers.

[medeverdachte 2] : Ja, tuurlijk, doe je stickers er op (…)

(…)

[G] : Dat is mooi sticker er af en die andere sticker erop.

(…)

[medeverdachte 2] : Ja.32

3 september 2014, 2691, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1] (terwijl [medeverdachte 1] eerst een telefoongesprek voert met ene [I] ):

[medeverdachte 1] : Ja hallo, ja ik hoor je beter, luister [I] het is latex verf, dekkend één keer dekkend, is van Sigma, ja, (…) kijk je eens effe of jij mensen interesse hebben die voor de latex voor de verkoop, we hebben tienduizend, (…) ja tienduizend liter hebben wij leggen, op dit moment in, ga je het effe rond delen? (..) drie euro liter een ex. Yes maar het is van sig, het is Sigma he. Sigma he (…) emmertje kost gewoon tussen de honderd zeventig euro en de tweehonderd euro he (…)

[medeverdachte 1] : (…) En de prijs. Moeten we wel die stickers erop doen, snap je?

(…)

[medeverdachte 1] : zo ken je het niet verkopen, als Sigma erop staat dan ken je het verkopen.

[medeverdachte 2] : ja dan verkoop je het.

[medeverdachte 1] : ik ken niet foto maken ook niks, ik durf geen foto’s te maken, om te laten zien, ja.

(…)

[medeverdachte 1] : die andere heb ik wel een foto gemaakt heb ik een emmertje een foto van gegeven

[medeverdachte 2] : Gewone dingen joh als er Sigma, als je dat erop hebt is het klaar.33

3 september 2014, 2712, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1] :

[medeverdachte 2] : (..) ik zei gelijk je moet gewoon die stickers gelijk doen, dan laat je pas mensen zien. Stiekem naar binnen gaan, nou hebben ze lege emmers gezien. Hadden ze niet moeten laten zien.

[medeverdachte 1] : Nee

[medeverdachte 2] : Hun zouden die stickers doen en ik zou ze gelijk erop plakken,

[medeverdachte 1] : Ja

[medeverdachte 2] : Voordat iedereen ze gezien had, dus staat voor, dan denkt iedereen gewoon hee dat is echt. Nou denken ze o dus ze hebben weer lopen kloten.

(…)

[medeverdachte 1] : maar nu zijn die stickers er?

(…)

[medeverdachte 2] : nee, hij gaat ze, krijgt ze morgen binnen. Onder op. Allemaal plakken, die Richard en die andere gek. Gaan de hele dag zitten alles plakken, er overheen, gaan ze ook over die grijze heen plakken.

(…)

[medeverdachte 1] : dan mag hij wel zijn deur dicht gooien (…)

(…)

[medeverdachte 1] : als die Sigma stickers erop gaan. Snap je?

(…)

[medeverdachte 1] : kom je weer met die copywrite dingen (lacht)

[medeverdachte 2] : ja nou (lacht)34

15 september 2014, 3885, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en [J] :

[medeverdachte 2] : de verf gaat hard. (…) Ik pak toch 25 euro op een emmer. (…) Dit is toch veel makkelijker dan een baan.35

Conclusie

Op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en dat hij dat heeft gedaan samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De medeverdachten hebben met geld van verdachte de verf ingekocht. Verdachte heeft vervolgens samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] deze verf proberen te verkopen. Dat volgens verdachte op een deel van de ingekochte verf reeds Sigma-etiketten zaten, wordt weersproken door de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen.

4.3.4

Ten aanzien van de feiten 5 en 6

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte heeft deze feiten bekend en er is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming36;

- Proces-verbaal sporenonderzoek37;

- Proces-verbaal van bevindingen38;

- Proces-verbaal van verhoor verdachte39;

- Proces-verbaal van verhoor verdachte40;

- Kennisgeving van inbeslagneming41;

- Proces-verbaal van bevindingen42.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat

3.

hij op meer tijdstippen in de periode van 14 augustus 2014 tot en met 04 september 2014 in Nederland, [C] heeft bedreigd met gijzeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend sms berichten met de volgende teksten

- " Ik zie je wel even." en

- " Dat gaat niet goed komen op de manier hoe jij dit hebt gedaan he en naar

[naam] gaan eerst op gesprek komen [C] ." en

- " Als ik niks hoor geef ik opdracht om je op te halen [C] je ermee naar de

wouten gaan, interesseert me geen kanker en pak ik je auto af." en "Geloof

dat jij denkt van zal wel bluve zijn kom goed he we zien elkaar eerder dan jij

zelf ooit denkt." en

- " Ik hoorde dat jij bij [naam] was geweest en bij [naam] ik zou er bij zijn ik

kijk vrijdag op de KVK of jij nog op die kanke vrouwe taxi staat als nog ben

in het weekend bij je in België.",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

aan het telefoonnummer in gebruik bij die [C] , verzonden;

4.

hij op meer tijdstippen in de periode van 28 augustus 2014 tot en met 04 november 2014 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

- valse en wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten etiketten

of stickers met het opschrift Sigma coatings met bijbehorend logo van Sigma Coatings in voorraad heeft gehad en

- waren waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te weten

(ongeveer) 436 emmers verf, met daarop etiketten met het opschrift Sigma coatings en/of

Sigmatex superlatex met bijbehorend logo van Sigma Coatings

te koop heeft aangeboden en in voorraad heeft gehad;

5.

hij op 04 november 2014 te Utrecht, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten

een werpster, voorhanden heeft gehad;

6.

hij in de periode van 04 november 2014 tot en met 12 mei 2015 te Utrecht drie wapens van categorie II, te weten

telkens een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Feit 3: bedreiging met gijzeling

Feit 4: medeplegen van het opzettelijk valse of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben en van het opzettelijk waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te koop aanbieden en in voorraad hebben

Feit 5: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie I

Feit 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II onder 5

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede de omstandigheid dat de redelijke termijn in deze zaak geschonden is.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging hetgeen voor het slachtoffer blijkens de aangifte beangstigend is geweest. Bovendien versterkt een feit als het onderhavige de in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid.

De raadsman van verdachte heeft nog betoogd dat bij het bepalen van de strafmaat in het kader van dit feit rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte een groot geldbedrag van het slachtoffer tegoed heeft en dat het daarom voorstelbaar is dat hij boos was. De rechtbank passeert dit verweer. Nog daargelaten dat deze verklaring van verdachte op geen enkele wijze wordt ondersteund in het dossier, doet dit aan de ernst van het gepleegde feit niets af.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan merkenvervalsing door het in vereniging in voorraad hebben, te koop aanbieden en verkopen van ‘gewone’ verf voor Sigma verf. Hiermee heeft verdachte gehandeld in strijd met het merkenrecht van PPG Coatings Nederland BV en daarmee het vertrouwen beschaamd dat gesteld moet kunnen worden in het beschermde merk. Er is door verdachte misbruik gemaakt van de goede naam van Sigma met als doel snel geld te verdienen. Tevens is door het handelen van verdachte aan bonafide bedrijven die zich wel aan hun verplichtingen houden oneerlijke concurrentie aangedaan. Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en lijkt de ernst van de situatie niet in te zien.

Verder heeft verdachte een werpster en 3 stroomstootwapens voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens moet vanwege de dreiging en het gevaar die van het bezit van dergelijke wapens uitgaan, worden bestreden.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 4 mei 2016 waaruit blijkt dat eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten.

De rechtbank is – alles overwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden ten aanzien van feit 4 een passende en geboden reactie vormt. Ten aanzien van feit 3 acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur 1 week passend, nu verdachte eerder al een geldboete opgelegd heeft gekregen voor eenzelfde feit. Ten aanzien van het voorhanden hebben van de wapens acht de rechtbank een geldboete van € 500,- passend en geboden. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de omstandigheid dat in deze zaak de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Immers, tussen de datum van de doorzoeking op 4 november 2014 – zijnde het moment dat verdachte bekend werd met het feit dat tegen hem een strafrechtrechtelijk onderzoek liep – en de datum van het eindvonnis van heden zit ruim twee jaar en vier maanden. De rechtbank zal daarom, in aanmerking genomen de ouderdom van de bewezen verklaarde feiten, op de overwogen totale gevangenisstraf van 2 maanden en een week, 1 week in mindering brengen, zodat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden resteert.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 14 februari 2017 een beslaglijst overgelegd en gevorderd tot onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen onder 7, 10, 12 en 13 genoemd op de beslaglijst en verbeurdverklaring van de voorwerpen onder 6, 8, 9 en 11 genoemd op de beslaglijst.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen.

De rechtbank zal de onder 7, 10, 12 en 13 op de beslaglijst genoemde voorwerpen die aan verdachte toebehoren onttrekken aan het verkeer, nu met betrekken tot deze voorwerpen het onder feiten 5 en 6 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, te weten:

  • -

    Mes, werpster (nr. 7)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 10)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 12)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 13)

De rechtbank zal de onder 6, 8, 9 en 11 op de beslaglijst genoemde voorwerpen die aan verdachte toebehoren verbeurd verklaren, nu met betrekking tot deze voorwerpen het onder feit 4 bewezen geachte is begaan, te weten:

  • -

    Administratieve bescheiden (nr. 6)

  • -

    3.00 STK Emmer (nr. 8)

  • -

    13.00 STK Emmer (nr. 9)

o Doos met stickers Sigma Coatings (nr. 11)

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 33, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 285 en 337 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 3: bedreiging met gijzeling

Feit 4: medeplegen van het opzettelijk valse of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben en van het opzettelijk waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te koop aanbieden en in voorraad hebben

Feit 5: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie I

Feit 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II onder 5

Strafbaarheid

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte voorts tot een geldboete van € 500,- (zegge vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen.

Beslissingen ten aanzien van het beslag

Verklaart verbeurd:

  • -

    Administratieve bescheiden (nr. 6)

  • -

    3.00 STK Emmer (nr. 8)

  • -

    13.00 STK Emmer (nr. 9)

  • -

    Doos met stickers Sigma Coatings (nr. 11)

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    Mes, werpster (nr. 7)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 10)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 12)

  • -

    Stroomstootwapen (nr. 13)

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.A. Bos, voorzitter,

mrs. A.C. van den Boogaard en J.A. Spee, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 maart 2017.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

1.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door (telkens) geweld en/of

bedreiging met geweld [A] heeft gedwongen tot (telkens)

- de afgifte van een motorfiets (merk Zelfbouw, type Bobber, althans een op een Harley Davidson gelijkend merk of type), welk goed geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

- de afgifte van (een deel van) zijn aande(e)l(en) in [bedrijfsnaam 4] ,

althans [bedrijfsnaam 4] , welke aande(e)l(en) geheel of ten dele

toebehoorden aan voornoemde [A] en/of

- de afgifte van een of meerdere geldbedragen van in totaal (tenminste) 9.500,- Euro, althans een geldbedrag en/of

- het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld ter hoogte

van een bedrag van (ongeveer) 40.000,-,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit (telkens)

- het zich (visueel en/of verbaal) presenteren en/of bekendmaken als lid of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op of noemen van een (criminele) schuld die voornoemde [A]

zou hebben en/of problemen die voornoemde [A] met (een) derde(n) zou

hebben en/of

- het refereren aan klappen die voornoemde [A] (mede) in verband met die

(een) schuld en/of problemen had gehad en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte van [bedrijfsnaam 4] (waar voornoemde [A]

zijn bedrijf hield) in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van

motorclub No Surrender en/of

- het aandringen op en/of mededelen van (een) ontmoeting(en) met voornoemde

[A] (op (een) openbare locatie(s)) en/of

- het mededelen op agressieve en/of dwingende toon dat de oplossing voor de

schuld en/of de problemen van die [A] is dat hij, die [A] , gaat betalen of de zaak moet overdragen en/of

- het mededelen aan voornoemde [A] : " Hoe is het (...) Niet goed he, dat

klopt. Luister kunnen wij met z'n tweetjes ff gaan zitten bij Van der Valk of

bij MacDonalds om een en ander uit de wereld te helpen (...) Kom jij alleen

eerst. Ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en dan komen wij er wel

uit. En ga nou niet in je koppie dingen bedenken en voelen die er niet zijn.

de rust op dit moment is gewoon, de rust is er, dat geef ik je nu heel

duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er wel is. (...) Maar

maandag wil ik je wel spreken. (...) Ik heb de rust in de tent gegooid op dit

moment. (...) Ik ben nou hier, de rust, de lul is rustig, die anderen zijn

rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig maar er moeten

een paar dingen geregeld worden." althans woorden van dreigende aard of

strekking en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [A] te creëren waardoor voornoemde [A] (telkens) gedwongen werd tot

bovengenoemde afgifte(s) en/of aangaan en/of teniet doen van bovengenoemde

(in)schuld;

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, [A] , (telkens)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of (telkens) door bedreiging met

geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [A]

wederrechtelijk heeft gedwongen (telkens) iets te doen, niet te doen en/of te

dulden, te weten het

- afgeven, althans afpakken van een motorfiets (merk Zelfbouw, type Bobber, althans een op een Harley Davidson gelijkend merk of type), welk goed geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

- afgeven, althans overdragen, van (een deel van) zijn aande(e)l(en) in [bedrijfsnaam 4] , welke aande(e)l(en) geheel of ten dele

toebehoorden aan voornoemde [A] en/of

- afgeven, althans betalen van een of meerdere geldbedragen van in totaal (tenminste) 9.500,- Euro, althans een geldbedrag en/of

- aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld ter hoogte van

een bedrag van (ongeveer) 40.000,-,

bestaande (telkens) dat geweld en/of die enige andere feitelijkheid en/of

(telkens) die bedreiging met geweld en/of die enige andere feitelijkheid uit

(telkens)

- het zich (visueel en/of verbaal) presenteren en/of bekendmaken als lid van

of betrokken bij motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op of noemen van een (criminele) schuld die voornoemde [A]

zou hebben en/of problemen die voornoemde [A] met (een) derde(n) zou

hebben en/of

- het refereren aan klappen die voornoemde [A] (mede) in verband met die

(een) schuld en/of die problemen had en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van die

bedrijfsruimte van [bedrijfsnaam 4] , waar voornoemde [A]

zijn bedrijf hield, in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen

van motorclub No Surrender en/of

- het mededelen op agressieve en/of dwingende toon dat de oplossing voor de

schuld en/of de problemen van die [A] is dat hij, die [A] , gaat betalen of de zaak moet overdragen en/of

- het aandringen op en/of mededelen van (een) ontmoeting(en) met voornoemde [A] (op (een) openbare locatie(s)) en/of

- het mededelen aan/zeggen tegen voornoemde [A] : " Hoe is het (...) Niet

goed he, dat klopt. Luister kunnen wij met z'n tweetjes ff gaan zitten bij Van

der Valk of zo of bij de Macdonalds om een en ander uit de wereld te helpen.

(...) Kom jij alleen eerst. Ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en

dan komen wij wij er wel uit. en ga nou niet in je koppie dingen bedenken en

voelen die er niet zijn. De rust op dit moment is gewoon, de rust is er, dat

geef ik je nu heel duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er

wel is.(...) Maar maandag wil ik je spreken. Ik heb de rust in de tenst

gegooid op dit moment (...) Ik ben nou hier,(...) de lul is rustig, die

anderen zijn rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig

maar er moeten een paar dingen geregeld worden." althans woorden van dreigende

aard of strekking, en/of

(aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [A] te creëren,

waardoor voornoemde [A] (telkens) wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

niet te doen en/of te dulden zoals hierboven omschreven;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

en/of Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door (telkens) geweld

en/of bedreiging met geweld [B] heeft gedwongen tot

- de afgifte van (een deel van) zijn aandelen in [bedrijfsnaam 4]

, welke aandelen, geheel of ten dele toebehoorde aan

voornoemde [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; en/of

- het aangaan van een schuld ( [bedrijfsnaam 4]

) te weten een (creditcard)schuld van totaal (ongeveer) Euro

8.600,-, althans de afgifte van een geldbedrag van in totaal Euro 8.600,-; en/of

- afgifte van een contant geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.000,-; en/of

- afgifte van een motorfiets (merk Harley Davidson of daarop gelijkend) ter waarde van ongeveer Euro 12.000,-

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het zich (visueel en verbaal) presenteren of bekend maken als lid van of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op een (criminele) schuld en/of problemen die [A] , zijnde de

zakenpartner van voornoemde [B] , had met (een) derde(n) en/of

- het refereren aan de klappen die de zakenpartner, te weten [A] , had

gehad en/of

- het aandringen op (een) ontmoeting(en) met voornoemde [B] en/of [A] en/of het

mededelen/aanbieden dat hij, verdachte, de problemen zou oplossen en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte waarin [bedrijfsnaam 4] was gevestigd (waar

die [A] en voornoemde [B] hun bedrijf hielden) in aanwezigheid van twee

personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en/of

- het zeggen of het mededelen aan voornoemde [B] : "Dus ja jij trekt je (...)

die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij je

heb." en/of "Ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen:

"Nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?" en/of "Dan weet hij

wie ik ben. Wie erachter zit. Ja, dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al

doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen." en/of "Je hebt het dan

afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A]

afhandelen." en/of "Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem eruit.

Hoef je niks, hoef je niks aan te doen. Doe ik helemaal zelf. Zeg ik: "kom

pik, afspraakje maken. FF naar de notaris zet het terug. Ja?. Op naam he. wat

van hem is, is van hem, he [B] ." en/of "Ik ben gewoon daar en er zijn ook

twee jongens bij van mijn club dan zijn allemaal security (...) sla hem

helemaal de kanker en die komt nooit meer terug" en/of "Ik heb om 11 uur

in Vianen afgesproken dat je er zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken

"hé luister, hij heeft het van mij overgenomen (...) en ik wil met jou niets

te maken hebben meer." Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. En dan kan hij

gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. Ik heb hier een bekentenis voor me en

die moet hij tekenen en dan kan hij mij iedere keer betalen. Ik kom bij jou in

de zaak. De anderen hadden ook plannen met jou maar dat gaat ook niet door

want dan moeten ze over mij.", althans soortgelijke woorden van bedreigende

aard of strekking en/of

- Het zeggen tegen [B] dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) woedend zijn op [B] en/of zeggen tegen [B] “maar je had je hele toko, je spullen en thuis, had je alles kwijt geweest. (…) en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan dan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen; en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende situatie voor voornoemde [B] te

creëren waardoor voornoemde [B] (telkens) werd gedwongen tot bovengenoemde

afgifte en/of het aangaan van bovengenoemde inschuld;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [B] , (telkens) door geweld

of enige andere feitelijkheid en/of (telkens) door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid gericht tegen voornoemde [B] (telkens)

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te

weten het

- afgeven van (een deel van) zijn aandelen in [bedrijfsnaam 4]

, welke aandelen, geheel of ten dele toebehoorden aan

voornoemde [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

- aangaan van een schuld (via [bedrijfsnaam 4]

), althans het overnemen van een schuld, te weten een (creditcard)schuld van totaal (ongeveer) Euro 8.600,-,

althans de afgifte van een geldbedrag van in totaal Euro 8.600,-; en/of

-afgifte, althans het betalen van een geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.000,-; en/of

-afgifte, althans overdacht van een motorfiets (merk Harley Davidson of daarop gelijkend) ter waarde van ongeveer Euro 12.000,-,

bestaande (telkens) dat geweld en/of die enige andere feitelijkheid en/of

(telkens) die bedreiging met geweld en/of die enige andere feitelijkheid uit

- het zich (visueel en verbaal) presenteren of bekend maken als lid van of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op een (criminele) schuld en/of problemen die [A] , zijn de

de zakenpartner van voornoemde [B] , had met (een) derde(n) en/of

- het refereren aan de klappen die de zakenpartner, te weten [A] , had

gehad en/of

- het aandringen op (een) ontmoeting(en) met voornoemde [B] en/of [A] en/of het

mededelen/aanbieden dat hij, verdachte de problemen zou oplossen en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte waarin [bedrijfsnaam 4] (waar die [A] en voornoemde [B] hun bedrijf hielden) was gevestigd in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en/of

- het mededelen aan voornoemde [B] : “Dus ja jij trekt je (…) die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij je heb.” en/of

“Ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen: “Nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?”” en/of “Dan weet hij wie ik ben. Wie erachter zit. Ja, dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen.” en/of “Je hebt het dan afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A] afhandelen.” en/of “Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem eruit.

Hoef je niks, hoef je niks aan te doen. Doe ik helemaal zelf. Zeg ik: "kom

pik, afspraakje maken. FF naar de notaris zet het terug. Ja?. Op naam he. wat

van hem is, is van hem, he [B] ." en/of "Ik ben gewoon daar en er zijn ook

twee jongens bij van mijn club dan zijn allemaal security (...) sla hem

helemaal de kanker en die komt nooit meer terug" en/of "Ik heb om 11 uur

in Vianen afgesproken dat je er zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken

"hé luister, hij heeft het van mij overgenomen (...) en ik wil met jou niets

te maken hebben meer." Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. En dan kan hij

gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. Ik heb hier een bekentenis voor me en

die moet hij tekenen en dan kan hij mij iedere keer betalen. Ik kom bij jou in

de zaak. De anderen hadden ook plannen met jou maar dat gaat ook niet door

want dan moeten ze over mij.", althans soortgelijke woorden van bedreigende

aard of strekking en/of

- Het zeggen tegen [B] dat hij, verdachte en/of zijn mededaders(s) woedend zijn op [B] en/of zeggen tegen [B] “maar je had je hele toko, je spullen en thuis, had je alles kwijt geweest. (…) en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan dan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen; en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [B] te creëren,

waardoor voornoemde [B] (telkens) wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

niet te doen en/of te dulden zoals hierboven omschreven;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus

2014 tot en met 04 september 2014 te Utrecht en/of Maarn, althans in

Nederland, en/of te Hoogstraten, althans in België, [C] heeft bedreigd

met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene vrijheid van personen en/of

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling

en/of met gijzeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een of meer

sms bericht(en) met de volgende tekst(en)

- " Ik zie je wel even." en/of

- " Dat gaat niet goed komen op de manier hoe jij dit hebt gedaan he en naar

[naam] gaan eerst op gesprek komen [C] ." en/of

- " Als ik niks hoor geef ik opdracht om je op te halen [C] je ermee naar de

wouten gaan, interesseert me geen kanker en pak ik je auto af." en/of "Geloof

dat jij denkt van zal wel bluve zijn kom goed he we zien elkaar eerder dan jij

zelf ooit denkt." en/of

- " Ik hoorde dat jij bij [naam] was geweest en bij [naam] ik zou er bij zijn ik

kijk vrijdag op de KVK of jij nog op die kanke vrouwe taxi staat als nog ben

in het weekend bij je in België.", althans woorden van dreigende aard of

strekking,

aan het telefoonnummer in gebruik bij die [C] , verzonden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus

2014 tot en met 04 september 2014 te Utrecht en/of Maarn en/of Maarssen,

althans Nederland en/of te Hoogstraten, althans in België, ter uitvoering van

het door hem, verdachte voorgenomen misdrijf om [C] , door geweld of

enige andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld of enige andere

feitelijkheid gericht tegen die [C] wederrechtelijk te dwingen iets te

doen, niet te doen of te dulden, namelijk

- het beëindigen van diens werkzaamheden bij een taxi-bedrijf genaamd [bedrijfsnaam 5] te

[vestigingsplaats] , althans een bedrijf van [K] en/of

- het uitschrijven bij de Kamer van Koophandel en/of

- het betalen van een geldbedrag van (ongeveer) 4.500,- Euro, althans een

geldbedrag en/of

die [C] meer, althans een, sms-bericht(en) aan het telefoonnummer in

gebruik bij die [C] heeft verzonden en

bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met

geweld en/of die andere feitelijkheid hierin dat die/dat sms-bericht(en) de

volgende inhoud had(den):

- " Ik zie je wel even." en/of

- " Dat gaat niet goed komen op de manier hoe jij dit hebt gedaan he en naar

[naam] gaan eerst op gesprek komen [C] ." en/of

- " Als ik niks hoor geef ik opdracht om je op te halen [C] je ermee naar de

wouten gaan, interesseert me geen kanker en pak ik je auto af." en/of "Geloof

dat jij denkt van zal wel bluve zijn kom goed he we zien elkaar eerder dan jij

zelf ooit denkt." en/of

- " Ik hoorde dat jij bij [naam] was geweest en bij [naam] ik zou er bij zijn ik

kijk vrijdag op de KVK of jij nog op die kanke vrouwe taxi staat als nog ben

in het weekend bij je in België.", althans woorden van bedreigende aard of

strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 augustus

2014 tot en met 04 november 2014 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

- valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten etiketten

of stickers met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of Sigma

superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings en/of

- waren die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waar een ander recht op heeft, te

weten (ongeveer) 436 emmers verf, althans een groot aantal emmers verf, met

daarop etiketten met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of Sigmatex

superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings en/of

- waren waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe

afwijking, is nagebootst, te weten

(ongeveer) 436 emmers verf, althans een groot aantal emmers verf, met daarop

etiketten met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of

Sigmatex superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings

heeft/hebben ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop

heeft/hebben aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad

heeft/hebben gehad;

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 04 november 2014 te Utrecht, een wapen van categorie I,

onder 3°, te weten een werpster, heeft overgedragen en/of vervoerd en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

6.

hij in of omstreeks de periode van 04 november 2014 tot en met 12 mei 2015 te

Utrecht drie, althans een of meer, wapen(s) van categorie II, te weten

(telkens) een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier Onderzoek [onderzoek] bevinden, volgens de in dat dossier (bovenin) toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De inhoud van de processtukken wordt steeds zakelijk weergegeven. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van aangifte [C] met bijlagen (sms-berichten) d.d. 21 augustus 2014, blz. 6990-6994.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 september 2014, blz. 6995-7000.

4 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] (namens PPG Coatings Europe) met bijlagen d.d. 27 november 2014, blz. 5419-5433.

5 Aangifte, blz. 5420.

6 Een geschrift, te weten een uitdraai uit het merkenregister d.d. 14 februari 2017, door het OM ter terechtzitting van 14 februari 2017 overgelegd.

7 Een geschrift, te weten een brief (met bijlagen) van advocaat Brouwer van Bird&Bird, opgenomen bij het voornoemde proces-verbaal van aangifte, blz. 5422-5433.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 november 2014, blz. 5398-5399.

9 Proces-verbaal Sporenonderzoek met bijlagen d.d. 14 november 2014, blz. 5480-5492.

10 Proces-verbaal Sporenonderzoek, blz. 5480.

11 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever] d.d. 8 januari 2015, blz. 5471-5473 en 5473A.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlage d.d. 15 januari 2015, blz. 5517-5519.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , blz. 5518.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , blz. 5519.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015, blz. 5520-5527.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015, blz. 5520, 5521 en 5523.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 19 januari 2015, blz. 5528-5530:

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 16 februari 2015, blz. 5563-5584.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 16 februari 2015, blz. 5579.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , blz. 5571.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , blz. 5581-5582.

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 8 januari 2015 (blz. 5501-5503), blz. 5502.

23 Tapgesprek, blz. 5270.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 maart 2015, blz. 5605-5615.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5606.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5607-5608.

27 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , blz. 5607-5608.

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5609.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5610.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5614.

31 Proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 17 december 2014 met bijlagen, blz. 5279-5280, proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 december 2014, blz. 5301-5320, proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014, blz. 5321-5335, proces-verbaal van bevindingen d.d. 5347-5349 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2014, blz. 5350-5369.

32 Blz. 5308-5309.

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014 OVC-gesprek, blz. 5325.

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014 OVC-gesprek, blz. 5334.

35 Blz. 5348.

36 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 5 november 2014, blz. 7049-7054.

37 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 14 november 2014 met bijlagen (foto’s), blz. 7055-7063.

38 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2014, blz. 7064-7065.

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 april 2015 met bijlagen (foto’s), blz. 7077-7085.

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 mei 2015, blz. 7095-7101.

41 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 12 mei 2015, blz. 7102-7103.

42 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 mei 2015 met bijlagen (foto’s), blz. 7104-7110.