Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1184

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
06-04-2017
Zaaknummer
5052509
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onderhoudswerkzaamheden, wanprestatie ontslaat schuldeiser niet van zijn betalingsverplichtingen, schadevergoeding, verzuim, onmiddellijke (productie)schade, nakoming blijvend onmogelijk, eigen schuld, schending schadebeperkingsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5052509 AC EXPL 16-1944 MEH/1029

Vonnis van 22 maart 2017

in de zaak tussen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder te noemen [eiseres] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Vezekeringmaatschappij N.V.,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nederland Isoleert bv,

gevestigd in Amersfoort,

verder te noemen Nederland Isoleert,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

procederend bij haar directeur [A] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 15 juni 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseres] ;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 november 2016;

  • -

    de conclusie na comparitie van Nederland Isoleert;

  • -

    de antwoordconclusie na comparitie van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[eiseres] is een onderneming die zich bezighoudt met het verkopen en onderhouden van inblaasmachines voor isolatiewerkzaamheden. Nederland Isoleert is een onderneming die woningen isoleert.

2.2.

Sinds enkele jaren onderhoudt [eiseres] de machines van Nederland Isoleert. Voor diverse werkzaamheden in november tot en met 9 december 2014 heeft [eiseres] op 22 december 2014 een factuur gestuurd van € 2.307,59 (inclusief btw).

Voor de werkzaamheden op 11 december en 30 december 2014 heeft zij Nederland Isoleert op 31 december 2014 gefactureerd voor een bedrag van € 2.429,24 (inclusief btw). Nederland Isoleert heeft de facturen niet betaald.

2.3.

Op 20 februari, 24 en 28 maart, 3, 11 en 13 april 2015 heeft [eiseres] weer onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de machines van Nederland Isoleert verricht. Bij factuur van 22 april 2015 brengt zij een bedrag van € 9.564,11 (inclusief btw) aan Nederland Isoleert in rekening. Ook deze factuur wordt niet betaald.

2.4.

Op 22 april 2015 stuurt [A] , de directeur van Nederland Isoleert, een e-mail aan [B] , de directeur van [eiseres] , waarin hij schrijft:

“Ik zou graag morgen even met jou willen bellen over het onderhoud dat gepleegd is en de materialen die zijn gebruikt.

Het is niet goed.”

2.5.

Op 23 april 2015 (16:09 uur) stuurt [A] een e-mail aan [eiseres] :

“Ik heb je vandaag zoals gisteren besproken meerdere keren proberen te bereiken, helaas tevergeefs. Wij ondervinden met alle machines waar jullie zeer recent onderhoud hebben gepleegd problemen. En de problemen zijn vrijwel identiek en een aanwijsbare fout van jullie kant. Verschillende onderdelen die vervangen zijn tijdens de laatste periodieke onderhoudsbeurt verschillen van de andere onderdelen. Hiervan heb ik inmiddels ook Stewart op de hoogte gesteld.

We hebben de afgelopen 4 weken te maken gehad met extreme tegenslagen omdat de machines na afgelopen onderhoud “niet lekker liepen”. Deze week blijkt wat het probleem is. Nadat bepaalde onderdelen vervangen zijn lopen de de machines ook weer goed.

(…)”

Bij e-mail van dezelfde dag om 16:47 uur reageert [eiseres] als volgt:

“Ben momenteel in het buitenland

Heb aan de werkplaats doorgegeven per direct geen werkzaamheden meer voor jullie uit te voeren”

Om 16:50 uur schrijft [A] :

“Ik denk dat dit belangrijk genoeg is om hier even contact over te hebben nietwaar?

Ik begrijp je reactie dan ook even niet.”

2.6.

Op 28 april 2015 schrijft [B] in zijn e-mail aan [A] :

“wij zijn door U niet op de hoogte gebracht van het feit dat het laatste uitgevoerde periodieke onderhoud niet goed gedaan zou zijn.

U heeft daar een maand de tijd voor gehad.

Hierdoor zijn wij door U dus niet in de gelegenheid gesteld om ook maar iets op te kunnen lossen, laat staan de oorzaak te kunnen achterhalen.

Daarom moet ik elke vorm van garantie en aansprakelijkheid dan ook afwijzen.

Nogmaals wil ik bij deze duidelijk maken absoluut niet meer voor jullie te kunnen en willen werken.

Ook wensen wij niet, nog langer door iemand van jullie benaderd te willen worden op welke manier dan ook.”

2.7.

Bij factuur van 19 mei 2015 brengt [eiseres] nog een bedrag van € 438,56 (inclusief btw) bij Nederland Isoleert in rekening voor werkzaamheden op 21 april 2015. Deze factuur wordt evenmin betaald.

2.8.

Vervolgens is tussen partijen gecorrespondeerd. Partijen hebben ook nog in persoon een bespreking gehad die niet heeft geleid tot een oplossing van het probleem.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis veroordeling van Nederland Isoleert tot betaling van een bedrag van € 14.739,50, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de respectieve vervaldata van de facturen en buitengerechtelijke kosten van € 922,40, alsmede veroordeling van Nederland Isoleert in de proceskosten en rente over de proceskosten.

3.2.

Nederland Isoleert voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

In reconventie

3.4.

Begrijpt de kantonrechter het goed, dan vordert Nederland Isoleert op haar beurt veroordeling van [eiseres] tot betaling van schadevergoeding van € 13.200,- en de proceskosten.

3.5.

[eiseres] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Nederland Isoleert in haar vorderingen, althans tot het afwijzen van die vorderingen met veroordeling van Nederland Isoleert in de proceskosten.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

[eiseres] vordert betaling van vier facturen. Alle facturen kennen een betalingstermijn van 14 dagen. Het is de kantonrechter niet geheel duidelijk waarom Nederland Isoleert geen van de facturen betaalt. In haar conclusie na comparitie stelt zij zich op het standpunt dat er wat betreft de eerste twee facturen (die van 22 en 30 december 2014) geen dispuut is. Zij lijkt zich ook op het standpunt te stellen dat zij de eerste twee facturen, die van 22 en 30 december 2014 heeft betaald. Het verweer dat facturen betaald zijn, is een bevrijdend verweer. Dat betekent dat de debiteur moet stellen en, zo nodig, moet bewijzen dat betaald is. Dat Nederland Isoleert deze facturen betaald heeft, blijkt niet uit het door haar als bijlage 1 bij de conclusie na comparitie in het geding gebrachte overzicht. Dit leidt ertoe dat Nederland Isoleert in het eindvonnis zal worden veroordeeld tot betaling van deze facturen (in totaal € 4.736,83 inclusief btw).

4.2.

Ziet de kantonrechter het goed, dan vindt Nederland Isoleert dat zij de derde factuur (die van 22 april 2015) niet hoeft te betalen, omdat [eiseres] haar werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Hiermee miskent Nederland Isoleert dat een tekortkoming van een schuldeiser de schuldenaar niet van zijn betalingsverplichtingen ontslaat. Dit is anders als de schuldenaar de overeenkomst heeft ontbonden (waarvan hier geen sprake is), omdat partijen in dat geval van hun verbintenissen zijn bevrijd. De enkele door Nederland Isoleert gestelde ondeugdelijkheid van de uitgevoerde werkzaamheden door [eiseres] vormt – indien al juist – dus op zichzelf genomen geen grond om Nederland Isoleert van haar betalingsverplichting te bevrijden.

Verder is gesteld noch gebleken dat Nederland Isoleert haar betalingsverplichting heeft opgeschort, zodat zij daarin evenmin grond kan vinden voor het achterhouden van de betaling van de factuur.

Nederland Isoleert zal in het eindvonnis dan ook veroordeeld worden tot betaling van deze factuur van € 9.564,11 (inclusief btw).

4.3.

In reconventie ‘vordert’ Nederland Isoleert creditering van de laatste factuur van 19 mei 2015. Nog los van de vraag of creditering wel gevorderd kan worden, heeft zij niet uitgelegd wat de rechtsgrond hiervan is. In elk geval is gesteld noch gebleken dat deze factuur niet klopt, bijvoorbeeld omdat de gestelde werkzaamheden niet zijn verricht of het in rekening gebrachte tarief onjuist is.

Evenmin heeft Nederland Isoleert toegelicht of deze factuur verband houdt met werkzaamheden die volgens haar niet goed zijn uitgevoerd. Mocht zij dat wel bedoelen, dan geldt ook hier dat wat hierboven is overwogen.

Dit alles leidt ertoe dat Nederland Isoleert in het eindvonnis zal worden veroordeeld ook deze factuur ten bedrage van € 438,56 (inclusief btw) te betalen.

4.4.

Nederland Isoleert heeft op zichzelf geen verweer gevoerd tegen de gevorderde handelsrente. Daarom – en mede omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig voorkomt – zal deze in het eindvonnis worden toegewezen.

4.5.

[eiseres] maakt ten slotte aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter/rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (het Besluit) van toepassing is. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal in het eindvonnis worden toegewezen.

In reconventie

4.6.

Nederland Isoleert stelt dat [eiseres] haar (onderhouds)werkzaamheden, die ten grondslag liggen aan de factuur van 22 april 2015, ondeugdelijk heeft verricht. Daardoor heeft zij schade geleden. Deze schade bestaat uit enerzijds kosten voor personeel en herplannen en anderzijds uit “opportunity cost” (gederfde winst). In de e-mail van 10 mei 2016 aan [eiseres] schrijft [eiseres] hierover:

“(…) Dit bestaat uit gederfde inkomsten en onnodig gemaakte kosten. (…)

  • -

    Uitval: 4 bussen a 3 dagen

  • -

    Vaste kosten per busdag a 600 euro

  • -

    Opportunity cost a 500 euro

  • -

    Totale schade: 12 x 600 + 12 * 500 = 13.200 euro

  • -

    Kosten reparaties / onderhoud”

In haar conclusie na comparitie stelt Nederland Isoleert dat de vaste kosten per busdag € 575,- bedragen. Zij stelt verder dat de “opportunity cost” (waarmee zij kennelijk het oog heeft op gederfde winst) enerzijds € 500,- per dag bedraagt en anderzijds € 503,50.

4.7.

Volgens Nederland Isoleert heeft onderzoek door de fabrikant van de machines, Stewart Energy, uitgewezen dat [eiseres] de verkeerde rubbers voor het airlock-systeem heeft gebruikt. [eiseres] heeft niet de originele rubbers gebruikt, maar rubbers met afwijkende maten, aldus Nederland Isoleert. Het gebruik van verkeerde rubbers leidt in bijna 100% van de gevallen tot uitval van de machines. Dat is ook bij haar machines gebeurd.

4.8.

[eiseres] betwist dat zij ondeugdelijke rubbers heeft gebruikt. Volgens haar heeft Nederland Isoleert nagelaten haar stellingen te onderbouwen.

Verder voert [eiseres] aan dat zij niet door Nederland Isoleert in de gelegenheid is gesteld eventuele gebreken te herstellen. Immers, uit de e-mail van 23 april 2015 (16:09 uur) blijkt dat Nederland Isoleert onderdelen zelf heeft (laten) vervangen (zie 2.5. hierboven) nog voordat er contact is geweest over de gestelde problemen. In dit licht voert [eiseres] aan dat zij niet door Nederland Isoleert in gebreke is gesteld, waardoor zij niet in verzuim is komen te verkeren en niet gehouden is schade te vergoeden.

Tot slot betwist [eiseres] de hoogte van de schade. Niet duidelijk wordt gemaakt of de machines werkelijk zijn uitgevallen (Nederland Isoleert schrijft alleen dat de machines “niet lekker liepen”) en hoe lang zij zouden zijn uitgevallen. [eiseres] betwijfelt sterk dat Nederland Isoleert schade als gevolg van maar liefst 12 dagen stilstand zou hebben geleden. In dit verband stelt [eiseres] ook dat Nederland Isoleert de op haar rustende schadebeperkingsplicht heeft geschonden.

Wat betreft de geclaimde reparatiekosten wijst [eiseres] erop dat Nederland Isoleert heeft nagelaten facturen in het geding te brengen die deze kosten onderbouwen.

4.9.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Aannemend dat de onderhoudswerkzaamheden ondeugdelijk door [eiseres] zijn uitgevoerd en dat dit tot schade heeft geleid, dan is het – anders dan [eiseres] kennelijk meent – niet zonder meer zo dat een ingebrekestelling nodig is, althans verzuim vereist is. Op grond van het bepaalde in artikel 6:74 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is relevant of nakoming nog mogelijk is. In het geval van uitval van machines ligt het voor de hand dat er gedurende enige tijd (mogelijk enkele dagen) onmiddellijke productieschade optreedt, die niet kan worden weggenomen door alsnog deugdelijk te presteren, dat wil zeggen door deugdelijk onderhoud te verrichten. Voor vergoeding van dergelijke schade is verzuim niet nodig. Wat de omvang van deze schade is, is op dit moment nog niet vast te stellen.

4.10.

Dit neemt niet weg dat stilzitten aan de kant van degene die schade lijdt tot gevolg kan hebben dat die schade oploopt, wat niet het geval geweest zou zijn als de aansprakelijke partij in de gelegenheid gesteld was geweest alsnog deugdelijk na te komen. In dit licht is van belang dat zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet is in te zien waarom Nederland Isoleert de machines ongeveer 12 dagen niet heeft kunnen gebruiken. Dat zij de machines zo lang niet heeft kunnen gebruiken, wordt niet ondersteund door het door [eiseres] aangehaalde e-mailbericht van 23 april 2015 (16:09 uur). Daarin schrijft Nederland Isoleert dat de machines niet lekker liepen (wat niet betekent dat ze zijn uitgevallen). Verder geeft zij aan dat de problemen verholpen waren toen bepaalde onderdelen waren vervangen. Tijdens de zitting heeft Nederland Isoleert toegelicht dat Stewart Energy de onderdelen heeft vervangen. Als de hulp van Stewart Energy gevraagd kon worden, rijst de vraag waarom Nederland Isoleert [eiseres] niet heeft ingeschakeld om herstelwerkzaamheden te verrichten en of dat niet eerder had gekund dan op 23 april 2015.

Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat een – mogelijk zelfs substantieel – deel van de gevorderde schade voorkomen had kunnen worden als [eiseres] tijdig in de gelegenheid was gesteld de eventuele gebreken te herstellen. Die kans heeft zij niet gekregen, zodat dat deel van de schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.

4.11.

Nederland Isoleert vordert ook vergoeding van de reparatiekosten, zonder de omvang van deze kosten te onderbouwen. Voor vergoeding van dergelijke kosten is in beginsel verzuim nodig. Vaststaat dat [eiseres] niet door Nederland Isoleert in gebreke is gesteld. Van omstandigheden die het verzuim zonder ingebrekestelling doen intreden is niet gebleken. Dit leidt ertoe dat de vordering tot vergoeding van reparatiekosten zal worden afgewezen.

4.12.

Op grond van het voorgaande is de kantonrechter op voorhand van oordeel dat mogelijk een (klein) deel van de gevorderde schade voor vergoeding in aanmerking kan komen. Daarvoor moet in elk geval wel vast komen te staan dat [eiseres] de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan de factuur van 22 april 2015, gebrekkig heeft uitgevoerd. Daarover bestaat tussen partijen discussie. De kantonrechter is van oordeel dat partijen hun stellingen op dit punt in voldoende mate hebben onderbouwd, zodat het tot bewijslevering kan komen. Hij zal daarom Nederland Isoleert – de partij op wie de bewijslast rust – in de gelegenheid stellen te bewijzen dat [eiseres] bedoelde onderhoudswerkzaamheden gebrekkig heeft uitgevoerd.

Voor de volledigheid voegt de kantonrechter hieraan toe dat als Nederland Isoleert in dit bewijs slaagt, dit niet betekent dat zonder meer enige schadevergoeding zal worden toegewezen. Immers moet de omvang van deze schade nog worden vastgesteld (zie hierboven onder 4.9.).

4.13.

Gelet op de tijd en de kosten die voor partijen gepaard zullen gaan met het door Nederland Isoleert te leveren bewijs en de gevorderde schade mogelijk slechts ten dele zal kunnen worden toegewezen, geeft de kantonrechter partijen uitdrukkelijk in overweging (nogmaals) met elkaar in overleg te treden om te bezien of (op een of meer punten) alsnog overeenstemming kan worden bereikt.

4.14.

Als Nederland Isoleert het bewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, dient zij deze afzonderlijk bij akte in het geding te brengen. Als zij het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, moet zij dit in de akte vermelden en de verhinderdata op te geven van alle partijen en van de op te roepen getuigen in de maanden mei tot en met juli 2017. De rechtbank zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor bepalen.

4.15.

Partijen moeten bij de getuigenverhoren rechtsgeldig vertegenwoordigd aanwezig zijn. Als een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.

4.16.

De kantonrechter verwacht dat het verhoor per getuige ongeveer 60 minuten zal duren en ongeveer 90 minuten voor een partijgetuige. Als Nederland Isoleert verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren dan de hiervoor vermelde duur, dient zij dat in de te nemen akte te vermelden.

In conventie en in reconventie

4.17.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

laat Nederland Isoleert toe te bewijzen dat wat is weergegeven onder r.o. 4.12,

5.2.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 19 april 2017 om Nederland Isoleert in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze zij bewijs wil leveren,

5.3.

bepaalt dat, als Nederland Isoleert (mede) bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken op die rolzitting in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat, als Nederland Isoleert bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, zij op die rolzitting:

- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven;

- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun (eventuele) advocaten/gemachtigden en de getuigen in de maanden mei tot en met juli 2017 verhinderd zijn; zij dient bij die opgave ten minste vijftien dagdelen vrij te laten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden,

5.5.

bepaalt dat:

- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend;

- als Nederland Isoleert geen gebruik maakt van de mogelijkheid verhinderdata op te geven, de rechter eenzijdig een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer mogelijk is;

- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, als bij de opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen zijn vrijgelaten,

5.6.

bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd, nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2017.