Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:1144

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
16/701039-14 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 8, 6 en 2 maanden. Een vierde 42-jarige man uit Waardenburg is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701039-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 maart 2017.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] , op [1974] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 7 juli 2016, 7 december 2016, 13 februari 2017 en 14 februari 2017. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 13 en 14 februari 2017. Ter zitting van 23 februari 2017 is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie en van hetgeen mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, namens verdachte naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 13 februari 2017 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt, kort en feitelijk weergegeven, neer op het volgende:

1. Primair, medeplegen van het verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren, dan wel het voorhanden hebben van 1090 hennepplanten in de periode van 21 april 2014 tot en met 28 augustus 2014 te Siddeburen;

Subsidiair, medeplichtigheid aan het verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren, dan wel het voorhanden hebben van 1090 hennepplanten;

2. Medeplegen van oplichting van de [bedrijf 1] B.V. in de periode van 02 september 2013 tot en met 27 april 2014 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Waardenburg;

3. Primair, medeplegen van opzetheling van een personenauto (merk Mercedes) in de periode van 2 september 2013 tot en met 27 april 2014 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Waardenburg;

Subsidiair, medeplegen van verduistering;

4. Medeplegen van oplichting van de [bedrijf 1] B.V. in de periode van 05 november 2013 tot en met 07 mei 2014 te Eindhoven en/of Leerdam en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Waardenburg;

5. Primair, medeplegen van opzetheling van een personenauto (merk Range Rover) in de periode van 05 november 2013 tot en met 07 mei 2014 te Eindhoven en/of Leerdam en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Waardenburg;

Subsidiair, medeplegen van verduistering.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officieren van justitie zijn ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde niet kan worden bewezen vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs dat verdachte betrokken was bij de opgerolde hennepkwekerij in Siddeburen. Het kan niet anders dan dat er sprake is geweest van identiteitsfraude.

Ten aanzien van de feiten 2 tot en met 5 wijst de raadsman er allereerst op dat de bewijsconstructie zoals door de officieren van justitie gebruikt, in belangrijke mate steunt op de voor verdachte belastende verklaring van [getuige 3] . Die verklaring kan op grond van de Vidgen-jurisprudentie niet voor het bewijs worden gebruikt. Voorts is geen sprake van “het bewegen tot afgifte”, zodat oplichting niet kan worden bewezen. Als [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ) al zou zijn opgelicht, dan is dat niet gebeurd door verdachte, maar door [getuige 3] . Hij is degene die de auto namelijk niet heeft teruggegeven aan [bedrijf 1] . Ook is geen sprake van heling, dan wel verduistering van de auto’ s door verdachte.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Vrijspraak feit 1 primair
De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij is primair ten laste gelegd in de vorm van medeplegen. Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat daarvoor wettig en overtuigend bewijs in het dossier ontbreekt. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair

Bewijsmiddelen 1

Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen 2

Op 28 augustus 2014 waren wij verbalisanten ter plaatse aan de [adres] te [vestigingsplaats] .3 Nadat wij verbalisanten beide toegangsdeuren hadden verbroken zagen wij daarachter twee ruimtes die waren ingericht als zijnde hennepkwekerijen.4 In beide ruimtes stonden meerdere hennepplanten. Uit eigen waarneming herkende ik, verbalisant [verbalisant 1] , deze aangetroffen planten en/of plantendelen qua vorm, kleur en geur, als zijnde een hennepplant(en) en /of delen van een hennepplant(en). Ik verbalisant [verbalisant 1] zag dat het hier om de vrouwelijke hennepplant ging. Ik verbalisant zag dat aan de toppen van de hennepplant. Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. Tevens zagen wij verbalisanten meerdere assimilatielampen en ventilatoren in beide ruimtes.

Alle goederen, waaronder de 1090 hennepplanten, met betrekking tot de aangetroffen hennepkwekerij zijn in beslag genomen dan wel vernietigd.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] met bijlagen 5

Ik ben sinds 2001-2002 eigenaar van de loods aan de [adres] in [vestigingsplaats] .6 De huurder was ene [verdachte] .7 Ik heb een schriftelijke huurovereenkomst via de [naam makelaar] uit [vestigingsplaats] . De ondertekening van de huurovereenkomst hebben wij gedaan bij ons thuis aan de [adres] . Ik heb het pand vanaf ongeveer 1 april of 1 mei van dit jaar (2014) verhuurd. Ik heb een kopie van het huurcontract en voorwaarden, kopie paspoort van [verdachte] en uittreksel van de Kamer van Koophandel met betrekking tot de handelsonderneming van [verdachte] bij me.8 Al deze stukken kunt u houden en gebruiken voor uw onderzoek. [verdachte] was bij het ondertekenen van het huurcontract aanwezig. Hij had een paspoort bij zich. Ik denk nog steeds dat het [verdachte] betreft. De foto kwam overeen met de man die zei dat hij [verdachte] heette. Ik heb het paspoort niet gecontroleerd, maar later kreeg ik wel kopieën van zijn identiteitsbewijs en de foto daarop kwam wel overeen met de persoon die het contract heeft ondertekend.

Ik ga ervan uit dat ik de man zou herkennen indien ik hem zie.9

Proces-verbaal van bevindingen met bijlage 10

Op 29 oktober 2014 spraken wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in de woning gelegen aan de [adres] met betrokkene [getuige 1] .11 Tijdens dit gesprek toonden wij verbalisanten aan [getuige 1] de foto’ s van de identiteit-staat van [verdachte] .

Terwijl [getuige 1] de foto’ s bekeek hoorden wij verbalisanten hem zeggen dat de man op de foto van het paspoort leek op de man die ook tezamen met hem het huurcontract had ondertekend.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2] met bijlagen 12

Het klopt dat bij het ondertekenen van het huurcontract [verdachte] aanwezig was.13 Ik heb een kopie van zijn ID-bewijs gezien en de foto die daarop stond kwam wel overeen met de persoon welke tesamen met mij het contract heeft ondertekend.

[verdachte] vertelde ons dat hij graag met auto’ s bezig had.

Proces-verbaal van bevindingen 14

Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn op woensdag 29 oktober 2014 in gesprek gegaan met [getuige 2] .15 Tijdens dit gesprek toonden wij, verbalisanten, aan [getuige 2] de foto’ s van de identiteit-staat waarop [verdachte] staat afgebeeld. Op het moment dat wij verbalisanten de foto aan [getuige 2] toonden hoorde wij haar zeggen dat zij ‘de kriebels’ kreeg bij het zien van de foto’ s en dat zij nagenoeg zeker was dat de man, welke op de identiteit-staat stond afgebeeld, inderdaad de man betrof welke het huurcontract had ondertekend.

Procesverbaal van bevindingen met bijlagen 16

Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] Whatsapp contact had met verdachte [verdachte] over de locatie Siddeburen.17

+ [nummer] is het nummer van [medeverdachte]

+ [nummer] is het nummer van [verdachte] .

Een geschrift, extraction report, zijnde de letterlijke weergave van een whatsapp gesprek 18

From + [nummer] ([verdachte]): “Zaak gesloten?”

From + [nummer] ([medeverdachte]): “wat bedoel je?”

From + [nummer] ([verdachte]): [jpg-afbeelding]

Proces-verbaal van bevindingen 19

In de letterlijke weergave (Extraction Report) met paginanummer 7374 is een JPG afbeelding te zien. Ik heb deze afbeelding geopend en als paginanummer 7375 gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen 7373.

Een geschrift, zijnde een afbeelding van telefoonboek.nl 20

[getuige 1 en 2]

[adres] , [woonplaats]

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig is voor de betrokkenheid van verdachte bij de hennepteelt en dat er slechts vermoedens zijn. In dit kader wijst de verdediging op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] afgelegd bij de rechter-commissaris. Daaruit volgt dat getuigen er niet meer zo zeker van zijn dat het verdachte is geweest die bij hen het huurcontract heeft getekend. Niet verdachte, maar iemand die gebruik heeft gemaakt van de papieren van verdachte zou het huurcontract hebben getekend. Er is aldus sprake geweest van identiteitsfraude.

Anders dan de verdediging acht de rechtbank op grond van voornoemde bewijsmiddelen de medeplichtigheid van verdachte bij het aanwezig hebben van de hennepplanten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank heeft niet de verklaringen bij de rechter-commissaris maar de door [getuige 1] en [getuige 2] bij de politie afgelegde verklaringen tot het bewijs gebezigd. Reden daarvoor is dat de verklaringen bij de politie een half jaar nadat getuigen de huurder hebben ontmoet, zijn afgelegd. De verklaringen bij de rechter-commissaris daarentegen zijn twee en een half jaar na deze ontmoeting afgelegd. Na dit tijdsverloop van twee jaar hebben de getuigen over de gebeurtenissen minder stellig verklaard bij de rechter-commissaris. Nu de getuigen bij de politie destijds hebben verklaard er (nagenoeg) zeker van te zijn verdachte op de foto te herkennen, hecht de rechtbank aan de verklaringen bij de rechter-commissaris minder waarde. Bij de politie wijzen zowel [getuige 1] als [getuige 2] – onafhankelijk van elkaar – verdachte aan als huurder van de loods. Het verweer van de raadsman dat sprake moet zijn geweest van identiteitsfraude kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet slagen. Dat verdachte de huurder was van de loods in Siddeburen en op de hoogte was van de hennepkwekerij daarin blijkt (voorts) uit een door hem verstuurde afbeelding aan medeverdachte [medeverdachte] met het adres van de loods van [getuige 1] in Siddeburen met daarvoor de vraag “zaak gesloten?”. Geconfronteerd met deze afbeelding bij de rechter-commissaris heeft verdachte hier geen aannemelijke verklaring voor afgelegd, sterker nog, hij zegt dat hij de afbeelding nooit eerder heeft gezien.

Vrijspraak feiten 2 en 4

Voor de bewezenverklaring van de verdachte onder feit 2 en 4 ten laste gelegde feiten moet kunnen worden bewezen dat het oogmerk van verdachte was gericht op het oplichten van [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ).

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat bij verdachte dit oogmerk aanwezig was. Uit de verklaringen van getuige [getuige 3] volgt dat het op voorhand duidelijk was dat de leasetermijnen aan [bedrijf 1] niet zouden worden voldaan. Het was nimmer de bedoeling van verdachte dat de auto’ s daadwerkelijk eigendom werden van [bedrijf 1] . Het idee was namelijk om de auto’ s door te verkopen om daarmee geld te kunnen verdienen.

De rechtbank overweegt als volgt.

[getuige 3] verklaart bij de politie dat verdachte en hij een leaseconstructie hebben bedacht. Deze leaseconstructie is volgens [getuige 3] opgezet omdat verdachte deze auto’ s had ingekocht, maar vanwege het feit dat het dure (exclusieve) auto’ s betrof, deze niet van het ene op het andere moment konden worden verkocht. Het is moeilijk om voor dergelijke auto’ s een koper te vinden. Door de auto voor een bepaald bedrag in de lease te doen, kon er op dat moment echter geld worden gebeurd. Vervolgens stonden de auto’ s bij het bedrijf van verdachte om ze voor een goede prijs te verkopen. Het voordeel was volgens de verklaring van [getuige 3] dat de auto niet onder druk verkocht hoefde te worden en dus uiteindelijk voor een goede prijs kon worden verkocht, waarna het contract met [bedrijf 1] tegen betaling zou worden verbroken. [getuige 3] verklaart dat de constructie aldus was bedacht om op korte termijn aan geld te komen. Het liep mis, omdat de leasetermijnen op een gegeven moment niet betaald werden.

Noch uit de verklaring van [getuige 3] noch uit de overige stukken in het dossier kan worden afgeleid dat verdachte van meet af aan wist dat de leasetermijnen niet betaald zouden worden en dat het opzet van verdachte was gericht om [bedrijf 1] te benadelen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte [bedrijf 1] heeft opgelicht. Aldus spreekt de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde onder 2 en 4.

Ten aanzien van feiten 3 en 5

Vrijspraak feiten 3 primair en 5 primair
Nu de rechtbank van oordeel is dat geen sprake is van oplichting, kan niet worden bewezen dat verdachte wist dat de Mercedes, alsook de Range Rover een ‘uit misdrijf verkregen goed’ betrof. Aldus spreekt de rechtbank verdachte vrij van de hem ten laste gelegde opzetheling.

Feit 3 subsidiair en 5 subsidiair

Bewijsoverweging ten aanzien van het beroep op Vidgen-jurisprudentie

Ten aanzien van de feiten 2 tot en met 5 heeft de verdediging er allereerst op gewezen dat de bewijsconstructie zoals door de officieren van justitie gebruikt, in belangrijke mate steunt op de voor verdachte belastende verklaring van de getuige [getuige 3] . Nu de verdediging deze verklaring niet heeft kunnen toetsen, zou deze verklaring van het bewijs moeten worden uitgesloten.

Aangezien de rechtbank de verklaring van [getuige 3] niet voor de bewezenverklaringen van de feiten 3 en 5 zal gebruiken, kan dit verweer onbesproken blijven.

Bewijsmiddelen feit 3 subsidiair

Proces-verbaal van aangifte [bedrijf 1] met bijlagen 21

Door de heer [getuige 3] werd onder contractnummer [… ] op 2 september 2013 een huurkoopovereenkomst gesloten ten behoeve van een personenauto, merk Mercedes-Benz, kenteken [kenteken] .22 De leverancier, met wie [bedrijf 1] een overeenkomst tot contractovername aanging, betrof “Handelsonderneming [verdachte] ”, met als eigenaar: de heer [verdachte] .

Bij niet-nakoming van de betalingsverplichtingen door de heer [getuige 3] op grond van deze huurkoopovereenkomst, zoals het niet (tijdig) voldoen van de betalingstermijnen, kon [bedrijf 1] haar eigendomsrecht uitoefenen door de personenauto op te eisen en tot verkoop over te gaan.

Nadat diverse malen tevergeefs was verzocht om betaling van de (achterstallige) termijnen, werd de overeenkomst middels een schrijven van 17 december 2013 aan contractant beëindigd.23

Op 24 januari 2014 werd door [bedrijf 1] aan een deurwaarder, welke werd vergezeld door een medewerker van [bedrijf 2] BV, opdracht verstrekt om na verleende toestemming van de rechtbank beslag te leggen op het betreffende object.

Akte contract overneming, mede ondertekend door verdachte 24

Client ([getuige 3] Holding BV) draagt bij deze haar rechtsverhouding als koper uit hoofde van de koopovereenkomst jegens leverancier (Handelsonderneming [verdachte]) als verkoper over aan [bedrijf 1] , doch beperkt tot de essentiële rechten en verplichtingen voor de verkrijging van de eigendom van het object (de Mercedes met kenteken [kenteken]) door [bedrijf 1] .25

Proces-verbaal verhoor verdachte 26

Ik heb die Mercedes aan [getuige 3] verkocht. Met een bijbetaling en een inruil van een Audi A4. En de leasemaatschappij heeft 48.000 euro betaald. Aan mij. Dat was in feite het restantbedrag. [getuige 3] kon de auto niet meer betalen en heeft de auto, de Mercedes, netjes bij mij terug gebracht.27

Een geschrift, zijnde een verklaring van [B] (directeur van [bedrijf 2] BV) 28

Op vrijdag 24 januari 2014 werd ik door de heer [verdachte] gebeld.29 Ik vertelde hem dat wij de verblijfplaats van de Mercedes van hem wilden weten. [verdachte] gaf aan dit niet te zullen mededelen omdat hij de auto niet zou inleveren.

Proces-verbaal verhoor verdachte [A] 30

Ik heb de Mercedes met het kenteken [kenteken] van [verdachte] gekregen. Die heb ik eind vorig jaar in mijn bezit gekregen. Ik kreeg van meneer [verdachte] een bepaald geld bedrag van hem. In overleg met hem kreeg ik de auto in mijn bezit zolang hij mij niet betaald had. De auto diende als een soort van onderpand.31

Conclusie

Verdachte heeft de Mercedes verkocht aan [getuige 3] , waarna de eigendom door de contract overname is verkregen door [bedrijf 1] . Door vervolgens deze auto ter beschikking te stellen aan [A] als onderpand voor een lening, terwijl hij niet de rechtmatige eigenaar was, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering.

Dat verdachte bij de verduistering van de auto nauw en bewust heeft samengewerkt met (een) ander(en), zoals hem ten laste is gelegd, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank spreekt verdachte van dat onderdeel vrij.

Bewijsmiddelen feit 5 subsidiair

Proces-verbaal van aangifte [bedrijf 1] met bijlagen 32

Door de heer [E] namens [bedrijf 3] BV werd onder contractnummer [… ] op 5 november 2013 een huurkoopovereenkomst gesloten ten behoeve van een personenauto, merk Range Rover, kenteken [kenteken] .33 De leverancier, met wie [bedrijf 1] een overeenkomst tot contractsovername aanging, betrof “Handelsonderneming [verdachte] ”, met als eigenaar: de heer [verdachte] .

Bij niet-nakoming van de betalingsverplichtingen door de heer [getuige 3] op grond van deze huurkoopovereenkomst, zoals het niet (tijdig) voldoen van de betalingstermijnen, kon [bedrijf 1] haar eigendomsrecht uitoefenen door de personenauto op te eisen en tot verkoop over te gaan.

Nadat diverse malen tevergeefs was verzocht om betaling van de (achterstallige) termijnen, werd de overeenkomst middels een schrijven van 29 april 2014 aan contractant beëindigd.

Akte contract overneming, mede ondertekend door verdachte 34

Client ([bedrijf 3] BV) draagt bij deze haar rechtsverhouding als koper uit hoofde van de koopovereenkomst jegens leverancier (Handelsonderneming [verdachte]) als verkoper over aan [bedrijf 1] , doch beperkt tot de essentiële rechten en verplichtingen voor de verkrijging van de eigendom van het object (de Range Rover met kenteken [kenteken]) door [bedrijf 1] .35

Proces-verbaal verhoor verdachte 36

Ik heb die Range Rover zelf ingevoerd en doorverkocht aan [bedrijf 3] B.V.

Proces-verbaal van bevindingen 37

Op 7 mei 2014 wordt in Utrecht de Range Rover met kenteken [kenteken] aangehouden. In de auto worden aangetroffen: verdachte [C] en de vrouw van verdachte: [D] .

Tijdens de insluiting hoorden wij verdachte zeggen: “De Range Rover heb ik gekocht van [verdachte] . Ik heb 20.000 euro betaald voor deze auto.(..)”38

Proces-verbaal verhoor verdachte [C] 39

Over de Range Rover met kenteken [kenteken] kan ik verklaren dat wij deze auto hebben gekocht bij [verdachte] . Ongeveer 7 maanden geleden was ik bij [verdachte] in zijn bedrijf.

Conclusie

Verdachte heeft de Range Rover verkocht aan [bedrijf 3] B.V., waarna de eigendom door de contractovername is verkregen door [bedrijf 1] . Door dezelfde auto vervolgens aan [C] te verkopen, terwijl hij niet de rechtmatige eigenaar was, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering.

Dat verdachte bij de verduistering van de auto nauw en bewust heeft samengewerkt met (een) ander(en), zoals hem ten laste is gelegd, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank spreekt verdachte van dat onderdeel vrij.

5 Bewezenverklaring

De 1Parketnummer: 10//751059-15

1.

Subsidiair

N.N. omstreeks 28 augustus 2014

te Siddeburen opzettelijk aanwezig heeft gehad, een

hoeveelheid van 1090 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

tot welk voren omschreven misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is

geweest door de huurovereenkomst met betrekking tot de

loods aan [adres] aldaar met [getuige 1] en [getuige 2]

af te sluiten en ondertekenen in welke loods die

hennepplant(en) werd(en) geteeld en aangetroffen;

3.

Subsidiair

hij op een tijdstip in de periode van 02 september 2013 tot

en met 27 april 2014 te Waardenburg,

althans in Nederland, opzettelijk

een personenauto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ) welke auto geheel of ten

dele aan een ander toebehoorde en welke auto hij anders dan door misdrijf onder zich

had, te weten als verkoper, althans als (feitelijk) bezitter, zich wederrechtelijk heeft

toegeëigend.

5.

Subsidiair

hij op een tijdstip in de periode van 5 november 2013 tot en met 7 mei 2014 in Nederland opzettelijk een personenauto (merk Range Rover kenteken [kenteken] ) welke

auto geheel of ten dele aan een ander toebehoorde en welke auto hij anders dan door

misdrijf onder zich had, te weten als verkoper, althans (feitelijk)bezitter, zich

wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Feit 1 subsidiair: medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feiten 3 subsidiair en 5 subsidiair: telkens: verduistering.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 primair en 5 subsidiair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om verdachte vrij te spreken van alle feiten, wat zou betekenen dat er geen straf wordt opgelegd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is behulpzaam geweest bij de aangetroffen hennepkwekerij in Siddeburen door een loods te huren en vervolgens ter beschikking te stellen. Gezien de grote hoeveelheid aangetroffen planten kan het niet anders dan dat de hennep voor de verspreiding bedoeld was. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van gebruikers. Daarnaast leidt de teelt van hennep tot negatieve maatschappelijke effecten en overlast voor de buurtbewoners met een serieus risico dat er brand uitbreekt.

Daarnaast heeft verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan verduistering van (dure) personenauto’ s . Door verduistering van personenauto’ s heeft de leasemaatschappij beslag moeten leggen op deze auto’ s . Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en lijkt de ernst van de situatie niet in te zien.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 6 juli 2016 waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank is – alles overwegende – van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 200 uren met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden ten aanzien van feit 1 subsidiair, feit 3 subsidiair en feit 5 subsidiair een passende en geboden reactie vormt. Het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank, gelet op het strafblad van verdachte passend en moet hem ervan weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank de algemene voorwaarden verbinden. Met het opleggen van deze straf wijkt de rechtbank af van de vordering van de officieren van justitie, omdat zij ten aanzien van de feiten 2 tot en met 5 tot een andere bewezenverklaring is gekomen.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de omstandigheid dat in deze zaak de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Immers, tussen de datum van het eerste verhoor van verdachte met betrekking tot de feiten 2 tot en met 5 (17 juni 2014 – zijnde het moment dat verdachte bekend werd met het feit dat tegen hem een strafrechtrechtelijk onderzoek liep – en de datum van het eindvonnis van heden zit ruim twee jaar en negen maanden. De rechtbank zal met deze overschrijding rekening houden in de strafmaat, met dien verstande dat de rechtbank er ook rekening mee houdt dat er daarna nog een verdenking is gerezen tegen verdachte (feit 1) waarnaar onderzoek is gedaan en waarover verdachte voor het eerst is gehoord op 28 oktober 2014. De rechtbank zal, in aanmerking genomen de ouderdom van de bewezen verklaarde feiten, op de overwogen totale werkstraf van 200 uren, 20 uren in mindering brengen, zodat een geheel onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 180 uren resteert.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 49 en 321 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 3 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

- Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 primair, ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

- Feit 1 subsidiairmedeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

- Feiten 3 subsidiair en 5 subsidiairverduistering.

- Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

- Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- Legt aan verdachte voorts op een werkstraf voor de duur van 180 uren.

- Beveelt dat voor het geval de werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht de werkstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf.

- Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht naar de maatstaf van twee uur per dag bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter,

mrs. A.C. van den Boogaard en J.A. Spee, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. S . Wijkstra, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 maart 2017.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2014 tot en met 28 augustus 2014

te Siddeburen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een

hoeveelheid van (ongeveer) 1090 hennepplanten,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair

N.N. in of omstreeks de periode van 21 april 2014 tot en met 28 augustus 2014

te Siddeburen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een

hoeveelheid van (ongeveer) 1090 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid

van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

tot welk vorenomschreven misdijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is

geweest en/of

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte opzettelijk gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door de huurovereenkomst

kantoorruimte/loods aan [adres] aldaar met [getuige 1] en/of

[getuige 2] af te sluiten en ondertekenen in welke kantoorruimte/ loods die

hennepplant(en) werd(en) geteeld en aangetroffen;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 september

2013 tot en met 27 april 2014 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Nieuwegein

en/of Waardenburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer) listige

kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, de

[bedrijf 1] B.V. heeft bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten een huurkoopovereenkomst met

betrekking tot de personenauto, merk Mercedes (kenteken [kenteken] ) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten een akte contractsoverneming met

betrekking tot de personenauto Mercedes (kenteken [kenteken] ),

- de afgifte van een personenauto Mercedes ( kenteken [kenteken] ) en/of

- de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 60.000,- Euro (exclusief btw)

(door girale overboeking), in elk geval van enig goed,

hebbende/zijnde verdachte en / of zijn mededader( s )

- voorgewend dat handelsonderneming [verdachte] en [getuige 3] Holding B. V.

een koopovereenkomst hadden gesloten betreffende de personenauto Mercedes

(kenteken [kenteken] ) waarbij die Mercedes gekocht zou worden door

[getuige 3] Holding B.V. en aan deze geleverd zou worden voor een bedrag van 60.000,- Euro

waarvan een deel betaald zou worden door inruil van een AudiA 4 en/of

- voorgewend dat [getuige 3] Holding B.V. en/of [getuige 3] de personenauto

Mercedes (kenteken [kenteken] ) zelf zou gaan gebruiken en/ of voorgedaan dat

[getuige 3] Holding B.V. die personenauto (al dan niet tegen betaling) aan (een)

derde(n) ter beschikking zou stellen en/of

- voorgewend dat [getuige 3] Holding B.V. in staat en bereid was tot betaling

van de aflossingstermijn(en) en/of de leasetermijn(en) voor die personenauto

Mercedes (kenteken [kenteken] ) aan [bedrijf 1] B.V . en/of

- zich aldus heeft voorgedaan als bonafide contractspartij te weten als

leverancier van die personenauto (Mercedes kenteken [kenteken] ) in de akte

contractsoverneming tussen [getuige 3] Holding B .V. (cliënt) en de

[bedrijf 1] B.V. (verhuurder) welke vooromschreven koopovereenkomst aan

de akte contractsoverneming was gehecht en daarmee een onverbrekelijk geheel

vormde,

waardoor die de [bedrijf 1] B.V. en/of die de

[bedrijf 1] B.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte( s ) en/of

bovenomschreven aangaan van een schuld en/of akte contractsoverneming;

3.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 september

2013 tot en met 27 april 2014 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Nieuwegein

en/of Waardenburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk Mercedes kenteken

[kenteken] ) heeft verworden, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

(personen)auto (merk Mercedes kenteken [kenteken] ) wist dat het een door

misdrijf (oplichting) verkregen goed (eren) betrof;

Subsidiair

Hij op een of meer tijdstip(pen_) in of omstreeks de periode van 02 september 2013 tot

en met 27 april 2014 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Waardenburg,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk

een (personen) auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ) welke auto geheel of ten

dele aan een ander toebehoorde en welke auto hij anders dan door misdrijf onder zich

had, te weten als verkoper, althans als (feitelijk) bezitter, zich wederrechtelijk heeft

toegeëigend.

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 november

2013 tot en met 07 mei 2014 te Eindhoven en/of Leerdam en/of Utrecht en/of

Nieuwegein en/of Waardenburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of

(een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer) listige

kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, de

[bedrijf 1] B.V. heeft bewogen tot

- het aangaan van een schuld , te weten een huurkoopovereenkomst betreffende

een personenauto (merk Range Rover kenteken [kenteken] ) en/of

- het aangaan van een akte contractsoverneming met betrekking tot de

personenauto (merk Range Rover kenteken [kenteken] ),

- de afgifte van een geldbedrag van ( ongeveer) 40.000,- Euro (exclusief btw)

(door girale overboeking) en/of

- de afgifte van de personenauto merk Range Rover (kenteken [kenteken] ), in elk

geval van enig goed,

hebbende/ zijnde verdachte en / of zijn mededader( s )

- voorgewend/zich voorgedaan als bonafide leverancier van de personenauto

(merk Range Rover kenteken [kenteken] ) in/van de (huur)koopovereenkomst tussen

[bedrijf 3] B .V. (cliënt/ondergetekende) en [E] ( mede-ondergetekende) en

[bedrijf 1] B.V. ( [bedrijf 1] /ondergetekende) en/of

- voorgewend dat [bedrijf 3] B . V. de personenauto (merk Range Rover kenteken

[kenteken] ) zelf zou gaan gebruiken en/ of voorgedaan dat [bedrijf 3] B . V. die

personenauto (merk Range Rover kenteken [kenteken] ) (al dan niet tegen betaling )

aan (een ) derde(n ) ter beschikking zou stellen en/of

- voorgewend als bonafide leverancier/contractspartij van die personenauto

(merk Range Rover kenteken [kenteken] ) in/van de akte contractsoverneming tussen

[bedrijf 3] B. V. (cliënt ) en Handelsonderneming [verdachte] ( leverancier ) en

[bedrijf 1] B .V. ( [bedrijf 1] ) welke vooromschreven

( huur) koopovereenkomst aan die akte contractsoverneming was gehecht en daarmee

een onverbrekelijk geheel vormde en/of

- voorgewend dat [bedrijf 3] B.V. in staat en bereid was tot betaling van de

aflossingstermijn ( en ) en/of de leasetermijn(en) voor die personenauto (merk

Range Rover kenteken [kenteken] ) aan [bedrijf 1]

B.V . ( [bedrijf 1] ) en na betaling van de overeengekomen koopprijs 40 . 000,- Euro in de akte

contractsoverneming de eigendom van die personenauto (merk Range Rover

kenteken [kenteken] ) zou verkrijgen,

waardoor die de [bedrijf 1] B. V. of die [bedrijf 1]

B.V . werd bewogen tot bovenomschreven afgifte( s ) en /of bovenomschreven aangaan

van een schuld en/of akte contractsoverneming;

5.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 november

2013 tot en met 7 mei 2014 te Eindhoven en/of Leerdam en/of Utrecht en/of

Nieuwegein en/of Waardenburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk

Range Rover kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of

heeft overgedragen, terwijl hij en/ of zijn mededader( s ) ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het

(een) door misdrijf (oplichting) verkregen goed(eren) betrof;

Subsidiair

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 novembér 2013 tot en

met 7 mei 2014 te Eindhoven en/of Leerdam en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of

Waardenburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, opzettelijk een (personen) auto (merk Range Rover kenteken [kenteken] ) welke

auto geheel of ten dele aan een ander toebehoorde en welke auto hij anders dan door

misdrijf onder zich had, te weten als verkoper, althans (feitelijk)bezitter,zich

wederrechtelijk heeft toegeëigend.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier Onderzoek 09SARGAS bevinden, volgens de in dat dossier (bovenin) toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 oktober 2014, blz. 7282 t/m 7290.

3 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 oktober 2014, blz. 7282.

4 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 oktober 2014, blz. 7283.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 28 oktober 2014, blz. 7291 t/m 7351.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 28 oktober 2014, blz. 7292.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 28 oktober 2014, blz. 7292.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 28 oktober 2014, blz. 7297.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 28 oktober 2014, blz. 7299.

10 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7363 t/m 7365.

11 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7363.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7351 t/m 7360.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7355.

14 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7361 t/m 7362.

15 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 oktober 2014, blz. 7361.

16 Proces-verbaal van bevindingen, d.d.19 maart 2015, blz. 7373 t/m 7375.

17 Proces-verbaal van bevindingen, d.d.19 maart 2015, blz. 7373.

18 Extraction Report, blz. 7374

19 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 26 oktober 2016, blz. 7373A.

20 Een geschrift, blz. 7375.

21 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens [bedrijf 1] B.V. , d. d. 8 april 2014, blz. 5811 t/ m 5843

22 Proces -verbaal van aangifte door [aangever] namens [bedrijf 1] B.V. , d. d. 8 april 2014, blz. 5812.

23 Proces -verbaal van aangifte door [aangever] namens [bedrijf 1] B.V. , d. d. 8 april 2014, blz. 5813.

24 Een geschrift , te weten een akte contract overneming d.d. 2 september 2013, blz. 5825-5826.

25 Een geschrift, te weten een akte contract overneming d.d. 2 september 2013, blz. 5825.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 17 juni 2014, blz. 5890 t/m 5893.

27 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 17 juni 2014, blz. 5891.

28 Een geschrift, zijnde een verklaring van [B] , d .d. 27 januari 2014, blz. 5833-5834.

29 Een geschrift, zijnde een verklaring van [B] , d .d. 27 januari 2014, blz. 5833.

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [A] d. d . 27 april 2014, blz. 5849 t/m 5851.

31 Proces-verbaal verhoor verdachte [A] d. d . 27 april 2014, blz. 5850.

32 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens [bedrijf 1] B.V. , d. d. 2 mei 2014, blz. 5911 t/ m 5931.

33 [bedrijf 1]Proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens [bedrijf 1]. B.V. , d. d. 2 mei 2014 , blz . 5912 .

34 Een geschrift , te weten een akte contract overneming , blz . 5918-5919 .

35 Een geschrift, te weten een akte contract overneming, blz. 5918.

36 Proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 17 juni 2014, blz. 5986 t/m 5989.

37 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 mei 2014, blz. 5936 t/m 5937.

38 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 mei 2014, blz. 5936.

39 Proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 8 mei 2014, blz. 5949 t/m 5951.