Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:967

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-02-2016
Datum publicatie
25-02-2016
Zaaknummer
16/701121-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Strafzaak. De rechtbank veroordeelt een 22-jarige man voor medeplichtigheid aan oplichting in Emmeloord in 2012. Daarnaast is hij medeplichtig aan witwassen. De rechtbank veroordeelt de man tot een taakstraf van 40 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701121-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 25 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1993] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting dat heeft plaatsgevonden op 15 september 2015, 16 november 2015, 12 januari 2016 en 12 februari 2016. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 12 januari 2016 en 12 februari 2016, waarbij steeds zijn verschenen verdachte en zijn raadsman, mr. B. Bijlsma, advocaat te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

De zaak is gelijktijdig – maar niet gevoegd – ter terechtzitting behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (16/659330-14), [medeverdachte 2] (16/701913-13), [medeverdachte 3] (16/701193-13) en [medeverdachte 4] (16/700690-13).

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. in de periode van 30 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord medeplichtig is geweest aan het in vereniging witwassen van een bedrag van € 11.291,44, subsidiair medeplichtig is geweest aan het opzethelen van dat bedrag;

  2. in de periode van 5 november 2012 tot en met 9 november 2012 te Emmeloord medeplichtig is geweest aan een poging tot het in vereniging witwassen van een bedrag van € 2.140,78, subsidiair medeplichtig is geweest aan een poging tot opzetheling van dat bedrag;

  3. in de periode van 24 oktober 2012 tot en met 7 november 2012 te Emmeloord in vereniging [bedrijf] B.V. heeft opgelicht.

Ad info: in de periode van 8 november 2012 tot en met 6 februari 2013 te Noordoostpolder valse aangifte heeft gedaan.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van alle (primair) ten laste gelegde feiten en baseert zich daarbij op in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden, nu verdachte niet begreep wat de gevolgen waren van zijn handelen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

De rechtbank spreek verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit. De rechtbank heeft immers de medeverdachte [medeverdachte 3] vrijgesproken van het plegen van dit feit. Nu verdachte vervolgd wordt voor medeplichtigheid aan dit feit kan zulks alleen daarom al niet bewezen worden.

4.3.2

Het bewijs

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Feit 1

[aangever 1] heeft verklaard dat er een aantal overboekingen heeft plaatsgevonden, waar geen opdracht toe was gegeven. Op 1 november 2012 is vanaf de rekening van [winkel 1] een bedrag van € 727,84 overgeboekt naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Diezelfde dag is vanaf de rekening van [winkel 2] BV een bedrag van € 955,33 overgeboekt naar de rekening van [verdachte] . Op 2 november 2012 is vanaf de rekening van [winkel 3] BV een bedrag van € 728,76 overgeboekt naar de rekening van [verdachte] .2

[aangever 2] heeft verklaard dat er op 1 november 2012 twee transacties waren klaargezet om te worden overgemaakt. Op 4 november 2012 zijn de twee bedragen – in totaal € 1.768,63 – overgeboekt naar de rekening van [verdachte] , in plaats van naar de eigenlijke begunstigden.3

[aangever 3] heeft verklaard dat er op 1 november 2012 een aantal bedragen is overgeboekt.4 Op 2 november 2012 zijn deze bedragen – in totaal € 4.071,02 – overgemaakt naar de rekening van [verdachte] , in plaats van naar de eigenlijke begunstigden.5 Ook blijkt er op 1 november 2012 een bedrag van € 847,16 te zijn overgemaakt naar [verdachte] .6

[aangever 4] heeft verklaard dat hij op 1 november 2012 een bedrag van € 343,38 wilde overmaken naar een leverancier.7 Het bedrag blijkt te zijn gestort op de rekening van [verdachte] .8

[aangever 5] heeft verklaard dat hij op 30 oktober 2012 een betaling had klaargezet.9 Op 2 november 2012 hoort [aangever 5] van de Rabobank dat er op 30 oktober 2012 en 1 november 2012 drie betalingen – in totaal € 1.849.32 – zijn gedaan aan [verdachte] . [aangever 5] heeft verklaard dat hij geen betalingen heeft gedaan aan [verdachte] .10

Verdachte heeft verklaard dat hij – vermoedelijk op 19 of 20 oktober 2012 – zijn bankpas en pincode heeft afgegeven aan [medeverdachte 3] . [verdachte] was op dat moment met verdachte bij een café in Marknesse. [medeverdachte 3] had verdachte benaderd en gevraagd of hij geld kon gebruiken. Verdachte zou 10% krijgen van wat er over zijn rekening zou gaan.11 Verdachte kreeg op 4 november 2012 zijn bankpas terug van [medeverdachte 3] .12

Verdachte heeft ter terechtzitting (op 12 januari 2016) verklaard dat hij zijn rekening ter beschikking heeft gesteld en dat hij daar 10% voor zou krijgen.13

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het witwassen van een bedrag van € 11.291,44. Verdachte heeft op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 3] zijn bankpas en pincode afgegeven en daardoor zijn rekening ter beschikking gesteld aan die [medeverdachte 3] . Verdachte heeft zijn rekening ter beschikking gesteld en het voor [medeverdachte 3] mogelijk gemaakt om geld wit te wassen. Verdachte wist dat daar geld mee verdiend kon worden, omdat er was afgesproken dat hij 10% zou krijgen van wat er over zijn rekening zou gaan. Verdachte had kunnen en moeten weten dat deze manier van geld verdienen niet legaal was.

Feit 3

[aangever 6] heeft namens [bedrijf] B.V. aangifte gedaan van oplichting.14 Op 24 oktober 2012 is er een klantnummer aangemaakt op naam van mevrouw [A] , geboren op [1973] , en met het adres [adres] in [woonplaats] . Diezelfde dag is er kleding, waaronder een paar schoenen, besteld. Deze bestelling is geleverd en gefactureerd, maar niet betaald.15

Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 3] bij hem thuis was en dat die hem vroeg welke schoenen hij mooi vond. Verdachte en [medeverdachte 3] hebben samen een paar schoenen uitgezocht voor verdachte. [medeverdachte 3] heeft die schoenen toen besteld. De schoenen zijn op het adres van verdachte bezorgd. Verdachte heeft verder verklaard dat [medeverdachte 3] begin november 2012 heeft gevraagd of hij pakketjes mocht laten bezorgen op het adres van verdachte. Verdachte vond dit goed. Er is een aantal pakketjes bezorgd bij verdachte in Emmeloord. Op de pakketjes stond een andere naam, zoals [A] . De pakketjes waren onder andere van [bedrijf] . Verdachte bewaarde de pakketjes, stuurde [medeverdachte 3] bericht dat er een pakketje binnen was en [medeverdachte 3] kwam het pakketje dan ophalen.16

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het oplichten van [bedrijf] . Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] hebben samen een paar schoenen uitgezocht. [medeverdachte 3] heeft deze schoenen – samen met nog een aantal kledingstukken – besteld en laten bezorgen op het adres van verdachte. Er was afgesproken dat pakketjes op het adres van verdachte konden worden bezorgd. Verdachte heeft diverse pakketjes aangenomen voor [medeverdachte 3] – terwijl op de pakketjes een andere naam stond – deze opgeslagen en [medeverdachte 3] bericht gestuurd dat er iets was bezorgd. Verdachte heeft het [medeverdachte 3] gemakkelijk gemaakt om de oplichting te plegen, door pakketjes met een valse naam erop aan te nemen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat

1.

Primair

[medeverdachte 3] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (van) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 11.291,44 euro, althans enig geldbedrag)

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of

gebruik heeft gemaakt,

terwijl die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door meermalen, in ieder geval éénmaal, aan die [medeverdachte 3] , althans aan een ander dan verdachte, zijn, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer mee te geven en/of ter beschikking te stellen;

3.

[medeverdachte 3] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2012 tot en met 7 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] B.V. heeft bewogen tot de afgifte van vier kledingstukken, althans (een) goed(eren) hebbende verdachte met voornoemd oogmerk – zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde kledingstukken/goed(eren) een valse of vervalste naam en/of een valse of vervalste geboortedatum ingevuld, waaruit zou moeten blijken, dat [A] een koopovereenkomst met deze [bedrijf] B.V. aanging, zulks terwijl deze [A] hier niet van op de hoogte was, waardoor [bedrijf] B.V. (telkens) werd bewogen tot voornoemde afgifte, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2012 tot en met 7 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, meermalen, in ieder geval éénmaal, voor die [medeverdachte 3]

  • -

    (een) pakket(ten) heeft aangenomen, en/of

  • -

    dat/die pakket(ten) heeft opgeslagen/op laten slaan in zijn, verdachtes, schuur, en/of

  • -

    die [medeverdachte 3] op de hoogte heeft gebracht dat (een) pakket(ten) voor hem was/waren aangekomen, en/of

  • -

    dat/die pakket(ten) aan die [medeverdachte 3] heeft overhandigd en/of

  • -

    die [medeverdachte 3] in de gelegenheid heeft gesteld om dat/die pakket(ten) bij hem, verdachte, op te halen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

feit 1 medeplichtigheid aan witwassen;

feit 3 medeplichtigheid aan oplichting.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toepassing van het volwassenstrafrecht gevorderd. Hij heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 30 uren wordt opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft toepassing van het jeugdstrafrecht bepleit. De verdediging heeft primair vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat een werkstraf passend is en dat een voorwaardelijke gevangenisstraf achterwege dient te blijven. De verdediging acht de geëiste 30 uur taakstraf voldoende.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Op de dagvaarding is aan verdachte medegedeeld dat het ad informandum gevoegde strafbare feit ter bepaling van de strafmaat ter kennis van de rechtbank wordt gebracht en dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk zal worden vervolgd indien de rechtbank met dit feit rekening houdt. Nu de verdachte dit feit heeft bekend, zal de rechtbank rekening houden met het ad informandum gevoegde feit, zoals vermeld in de bijlage. Kort gezegd gaat het om het doen van valse aangifte.

Verdachte is medeplichtig geweest aan witwassen. Door de opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken, zonder dat die illegale herkomst daarvan zichtbaar wordt, wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert het witwassen door de verdachte het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. Verdachte is daarnaast ook medeplichtig geweest aan oplichting.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 4 augustus 2015, is verdachte niet eerder veroordeeld voor vermogensdelicten.

De rechtbank heeft kennis genomen van de pro justitie rapportage van H. Scharft, GZ-psycholoog. Scharft schrijft in het rapport van 24 januari 2016 dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). Door zijn gebrekkige ontwikkeling kan verdachte de gevolgen van zijn handelen moeilijk overzien en is hij makkelijk beïnvloedbaar. Geadviseerd wordt om verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Ook wordt aangegeven dat er argumenten aanwezig zijn om het minderjarigenstrafrecht toe te passen, nu er tekorten zijn in de handelingsvaardigheden en er nauwelijks contra-indicaties zijn voor toepassing van het minderjarigenstrafrecht.

De rechtbank ziet in het bovenstaande onvoldoende aanleiding over te gaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht. Verdachte is inmiddels 22 jaar en begrijpt wat hij met zijn handelen mogelijk gemaakt heeft. De rechtbank vindt het passend om verdachte daar op een volwassen manier op aan te spreken. De rechtbank houdt in de strafmaat echter wel rekening met de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte.

In beginsel acht de rechtbank een forse taakstraf passend voor de bewezenverklaarde feiten. Gelet op het tijdsverloop, de licht verminderde toerekenbaarheid, en de houding van verdachte – hij heeft steeds meegewerkt aan het onderzoek en openheid van zaken gegeven – acht de rechtbank een deels voorwaardelijke straf passend. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf van 40 uren op, met aftrek van het voorarrest, waarvan 20 uren voorwaardelijk. De rechtbank acht, gelet op het tijdsverloop, een proeftijd van 1 jaar passend.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 48, 57, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 zowel primair als subsidiair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart de onder 1 primair en 3 ten laste gelegde feiten bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1 medeplichtigheid aan witwassen;

feit 3 medeplichtigheid aan oplichting;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, te vervangen door 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;

- stelt daarbij als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden, naar de maatstaf van 2 uren taakstaf per dag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J.P Schotman, voorzitter,

mr. P. Bender en mr. S.B. Smit-Colenbrander, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 februari 2016.

Mr. S.B. Smit-Colenbrander is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

[medeverdachte 3] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (van) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 11.291,44 Euro, althans enig geldbedrag)

 de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of

 heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of

 heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of

 gebruik heeft gemaakt,

terwijl die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door meermalen, in ieder geval éénmaal, aan die [medeverdachte 3] , althans aan een ander dan verdachte, zijn, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer mee te geven en/of ter beschikking te stellen;

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 3] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 11.291,44 Euro, althans enig geldbedrag) heeft verworven, (opzettelijk uit winstbejag) voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat geldbedrag(en) (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 oktober 2012 tot en met 4 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door meermalen, in ieder geval éénmaal, aan die [medeverdachte 3] , althans aan een ander dan verdachte, zijn, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer (mee) te geven en/of ter beschikking te stellen;

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

[medeverdachte 3] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 9 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door die [medeverdachte 3] voorgenomen misdrijf om (van) (een) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), te weten één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 2140,78 Euro, althans enig geldbedrag)

 de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of te verhullen en/of

 te verbergen en/of te verhullen wie de rechthebbende is/was en/of

 te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of over te dragen en/of om te zetten en/of

 gebruik te maken,

terwijl die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 9 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door meermalen, in ieder geval éénmaal, aan die [medeverdachte 3] , althans aan een ander dan verdachte, zijn, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer mee te geven en/of ter beschikking te stellen;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 3] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 9 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door die [medeverdachte 3] voorgenomen misdrijf om één of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 2140,78 Euro, althans enig geldbedrag) te verwerven, (opzettelijk uit winstbejag) voorhanden te hebben en/of over te dragen, terwijl die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat geldbedrag(en) (telkens)

wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 9 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door meermalen, in ieder geval éénmaal, aan die [medeverdachte 3] , althans aan een ander dan verdachte, zijn, verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer (mee) te geven en/of ter beschikking te stellen;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

[medeverdachte 3] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2012 tot en met 7 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] B.V. heeft bewogen tot de afgifte van vier kledingstukken, althans (een) goed(eren) hebbende verdachte met voornoemd oogmerk – zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde kledingstukken/goed(eren) een valse of vervalste naam en/of een valse of vervalste geboortedatum ingevuld, waaruit zou moeten blijken, dat [A] een koopovereenkomst met deze [bedrijf] B.V. aanging, zulks terwijl deze [A] hier niet van op de hoogte was, waardoor [bedrijf] B.V. (telkens) werd bewogen tot voornoemde afgifte, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2012 tot en met 7 november 2012 te Emmeloord, in elk geval in Nederland, meermalen, in ieder geval éénmaal, voor die [medeverdachte 3]

  • -

    (een) pakket(ten) heeft aangenomen, en/of

  • -

    dat/die pakket(ten) heeft opgeslagen/op laten slaan in zijn, verdachtes schuur, en/of

  • -

    die [medeverdachte 3] op de hoogte heeft gebracht dat (een) pakket(ten) voor hem was/waren aangekomen, en/of

  • -

    dat/die pakket(ten) aan die [medeverdachte 3] heeft overhandigd en/of

  • -

    die [medeverdachte 3] in de gelegenheid heeft gesteld om dat/die pakket(ten) bij hem, verdachte, op te halen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

AD INFORMANDUM GEVOEGDE STRAFBARE FEITEN

701112-13 8 november 2012 tot en met 6 februari 2013, Noordoostpolder, Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

valse aangifte doen.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code 2012079679 (sluitingsdatum 12 februari 2014) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 345. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal aangifte [aangever 1] d.d. 14 november 2012, opgenomen op p. 68.

3 Proces-verbaal aangifte [aangever 2] d.d. 12 november 2012, opgenomen op p. 82.

4 Proces-verbaal aangifte [aangever 3] d.d. 6 november 2012, opgenomen op p. 88.

5 Proces-verbaal aangifte [aangever 3] d.d. 6 november 2012, opgenomen op p. 89.

6 Proces-verbaal aangifte [aangever 3] d.d. 6 november 2012, opgenomen op p. 89 en 101.

7 Proces-verbaal aangifte [aangever 4] d.d. 7 november 2012, opgenomen op p. 109.

8 Proces-verbaal aangifte [aangever 4] d.d. 7 november 2012, opgenomen op p. 110.

9 Proces-verbaal aangifte [aangever 5] d.d. 3 november 2012, opgenomen op p. 115.

10 Proces-verbaal aangifte [aangever 5] d.d. 3 november 2012, opgenomen op p. 116.

11 Proces-verhaal verhoor [verdachte] d.d. 7 februari 2013, opgenomen op p. 33 van de persoonsdossiers bij onderzoek 2012079679.

12 Proces-verbaal verhoor [verdachte] d.d. 7 februari 2013, opgenomen op p. 34 van de persoonsdossiers bij onderzoek 2012079679.

13 Proces-verbaal van de terechtzitting, d.d. 12 januari 2016.

14 Proces-verbaal aangifte [aangever 6] d.d. 24 mei 2013, opgenomen op p. 185.

15 Proces-verbaal aangifte [aangever 6] d.d. 24 mei 2013, opgenomen op p. 186.

16 Proces-verbaal verhoor [verdachte] d.d. 7 februari 2013, opgenomen op p. 34 van de persoonsdossiers bij onderzoek 2012079679.