Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7765

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-12-2016
Datum publicatie
18-09-2017
Zaaknummer
16/659892-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

schennis en bezit kinderporno. Verweer dat het materiaal niet als kipo kan worden aangemerkt verworpen. Verweer dat de ouderdom van het materiaal afdoet aan de aard en strafbaarheid verworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659892-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 december 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1985] te [geboorteplaats]

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 november 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie en van hetgeen verdachte en mr. J. Bredius, advocaat te Zeist, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 zich op 21 mei 2015 in Nieuwegein en/of Utrecht opzettelijk oneerbaar met ontbloot geslachtsdeel in een tram heeft bevonden, terwijl [slachtoffer] daarbij aanwezig was;

feit 2 in de periode van 7 juli 2013 tot en met 21 mei 2015 in [woonplaats] /Nieuwegein/Utrecht kinderporno heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, van welk misdrijf hij een gewoonte heeft gemaakt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2016. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de officier van justitie gesteld dat een tram een openbare plaats is, nu deze voor iedereen toegankelijk is.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de raadsman gesteld dat een tram niet aangemerkt kan worden als een openbare plaats.

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat veel van de bestanden ‘deleted items’ betroffen. Voorts betoogt de raadsman dat het zich in toonmap 1 bevindende materiaal geen kinderporno, maar erotische afbeeldingen van geklede meisjes betreft. Vorenstaande levert geen strafbare feiten op en verdachte dient hiervan vrijgesproken te worden.

De ouderdom van de foto’s kan niet worden vastgesteld, hetgeen volgens de raadsman de vraag oproept of het bezit dan wel aan te merken is als strafbaar. Daarnaast is dergelijk materiaal via internet toegankelijk en is er makkelijk aan te komen, waarbij de vraag gesteld kan worden of de bezitter strafbaar is of degene die het op internet zet. Indien de rechtbank vaststelt dat de foto’s van vóór 2000 zijn, is er sprake van vervagende strafbaarheid en dient verdachte vrijgesproken te worden.

Tot slot heeft de raadsman gesteld dat op basis van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het downloaden en in het in bezit hebben van kinderporno.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

feit 1

[slachtoffer] zat op 21 mei 2015 in de tram van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] . Naast haar, aan de andere kant van het gangpad, zag zij een man zitten. Zij zag dat de man zijn penis uit zijn broek en in zijn hand had. Zij zag dat de man met zijn penis speelde.2 Bij de eerst volgende halte, het transferium [naam] , was zij uitgestapt en had de machinist gewaarschuwd. De machinist had de politie gebeld en de politie had vervolgens de man aangehouden.3

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 21 mei 2015 in de tram zat. Naast hem zat een vrouw. Verdachte had zijn penis uit zijn broek gehaald en filmde zichzelf met zijn telefoon. Hij filmde het zo dat de vrouw ook op de achtergrond zichtbaar was. Even later werd hij door de politie in de tram aangehouden.4

feit 2

Op 21 mei 2015 werden bij een doorzoeking in de woning van verdachte in [woonplaats] een laptop en een losse harde schijf in beslag genomen.5

Op de telefoon, laptop en harde schijf van verdachte werden in totaal 9929 kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. De afbeeldingen bevonden zich in bestanden welke voor verdachte toegankelijk en zichtbaar waren.6

De kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen op de laptop hadden een aanmaakdatum in de periode van 16 september 2014 tot en met 13 mei 2015.

De kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen op de externe harde schijf hadden een aanmaakdatum in de periode van 7 juli 2013 tot en met 7 januari 2015.

Onder de afbeeldingen bevonden zich meer dan 100 series en waren vaak gemaakt in kleurrijke studio’s en/of aan zee/op strandlocaties. Op al deze afbeeldingen waren alleen maar meisjes te zien in de leeftijd tussen de 6 en 14 jaar. De meisjes werden vaak eerst geheel gekleed gefotografeerd en trokken dan, gezien andere foto’s, in fases langzaam al hun kleding uit. De meisjes droegen ook kleding die niet bij hun leeftijd paste, bijvoorbeeld zwarte hoge panty’s en grote verentooien. De meisjes namen op alle afbeeldingen een poserende houding aan. Op een groot aantal afbeeldingen werd de camera ingezoomd op de blote vagina van de meisjes en namen deze meisjes een onnatuurlijke houding aan.

Zowel de accessible afbeeldingen als de temporary internet afbeeldingen op alle gegevensdragers hadden allemaal bovenstaand karakter.7

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 21 mei 2015 foto’s van naakte kinderen op zijn telefoon had staan. Ook op zijn computer en harde schijf in zijn woning stonden foto’s en filmpjes van naakte kinderen. Hij had op zijn computer via een […] naar kinderporno gezocht, dit gedownload en ook bekeken. Ook had hij de kleine icoontjes (de rechtbank begrijpt dat verdachte hier bedoelt: “ […] ”) open geklikt. Hij deed dit al geruime tijd. De laatste drie maanden voor zijn aanhouding was hij heel actief met het zoeken naar en downloaden van dergelijke foto’s. Hij categoriseerde de foto’s voor zichzelf en zette deze ook op een harde schijf en op zijn telefoon.8

Te bespreken standpunten en verweer/verweren

Openbare plaats

De rechtbank is van oordeel dat een tram, gelet op de geldende jurisprudentie en het feit dat men voor het betreden van een tram dient te beschikken over een geldig vervoersbewijs, geen openbare plaats betreft.

Fotomateriaal

De rechtbank heeft tijdens een onderbreking van de terechtzitting kennisgenomen van het door de officier van justitie beschikbaar gestelde fotomateriaal in toonmap 1 en toonmap 2. De rechtbank heeft daarbij waargenomen dat het zich in deze mappen bevindende materiaal voldoet aan de beschrijvingen zoals vermeld in het proces-verbaal van politie en de tenlastelegging en dat het om afbeeldingen met een kinderpornografisch karakter gaat.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman dat het materiaal zoals dit zich in toonmap 1 bevindt niet aangemerkt kan worden als kinderpornografisch materiaal.

Ouderdom fotomateriaal

De rechtbank is van oordeel dat de mogelijke ouderdom niet af doet aan de aard en strafbaarheid van het aangetroffen fotomateriaal.

Gewoonte

Ten laste is gelegd dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven van en zich de toegang verschaffen tot kinderporno. Gelet op de grote hoeveelheid aangetroffen afbeeldingen en de bewezenverklaarde periode acht de rechtbank dit tevens bewezen.

De rechtbank acht, gelet op voormelde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op 21 mei 2015 in het arrondissement Midden-Nederland, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in de tram komende uit de richting van [plaatsnaam] en gaande in de richting van [plaatsnaam] , met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [slachtoffer] haars ondanks tegenwoordig was;

feit 2

in de periode van 7 juli 2013 tot en met 21 mei 2015 te [woonplaats] en/of Nieuwegein en/of Utrecht, meermalen, afbeeldingen, te weten foto's - en (een) gegevensdrager(s) bevattende afbeeldingen, te weten: een mobiele telefoon en een laptop en een harde schijf - heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)foto's nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling, (toonmap 1, (serie) nr. 7 en toonmap 2, foto nummer 02 ( […] .jpg) en toonmap 2, foto nummer 05 ( […] .jpg),

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, niet voor het openbaar verkeer bestemd, terwijl een ander daar haars ondanks tegenwoordig is;

feit 2 een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

  • -

    een gevangenisstraf van drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

  • -

    een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat, gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting, voor het onder 1 tenlastegelegde een geldboete passend is. De verdediging heeft verzocht bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de houding van verdachte, het gegeven dat verdachte niet betaald heeft voor het gedownloade materiaal en de gevolgen voor de toekomst van verdachte. De verdediging heeft verzocht verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van drie weken.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven van en zich toegang schaffen tot kinderporno en dat hij daar een gewoonte van heeft gemaakt. Hiermee heeft verdachte de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers in ernstige mate aangetast. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor dit seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderpornografisch materiaal te verwerven, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Verdachte heeft hierbij kennelijk niet stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging voorop gesteld.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die kinderporno bekijken.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan openbare schennis van de eerbaarheid waarbij verdachte zichzelf en [slachtoffer] heeft gefilmd. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voor getuigen een nare ervaring kan zijn wanneer zij volkomen onverwacht met een dergelijk handelen worden geconfronteerd. Dat blijkt ook uit de verklaring van [slachtoffer] in deze zaak. Daarnaast wordt dergelijk gedrag in het algemeen als onfatsoenlijk en aanstootgevend beschouwd.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het reclasseringsadvies van de reclassering Nederland van 12 november 2016. Uit het rapport volgt dat verdachte sinds jonge leeftijd veel bezig is met seksualiteit en exhibitionisme. Verdachte is in februari 2016 gestart met een behandeling bij [naam instelling 1] . Verdachte erkent zijn problematiek en zet zich goed in voor de behandeling. In praktische zin heeft verdachte zijn leven op orde. Hij volgt een praktijkopleiding en doet vrijwilligerswerk. [naam instelling 2] biedt verdachte ondersteuning bij zijn medicatie en dagbesteding. Het recidiverisico op het downloaden van kinderporno wordt als laag ingeschat. Het recidiverisico op exhibitionisme wordt, zonder behandeling, ingeschat als hoog. Een reclasseringstoezicht zal gelet op de reeds vrijwillig ingezette behandeling niet bijdragen aan het verder beperken van de recidiverisico’s.

De reclassering adviseert verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarnaast kan aan verdachte een taakstraf worden opgelegd, zolang de uitvoering hiervan de dagbesteding en behandeling van verdachte niet belemmert.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaart verder te gaan met zijn begeleiding en behandeling.

Bij de oplegging van een straf zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS. Deze oriëntatiepunten schrijven voor het verwerven en in bezit hebben van kinderporno een werkstraf voor van 240 uren, met daarnaast een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk en bijzondere voorwaarden. Uitgangspunt bij dit oriëntatiepunt is dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dat is bij de verdachte ook het geval, zo blijkt uit zijn justitiële documentatie van 14 oktober 2016.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf er rekening mee dat verdachte – voor zover dit ziet op de periode gelegen vóór 23 juni 2014 - na het plegen van het onder 2 bewezenverklaarde, op 23 juni 2014 is veroordeeld door de politierechter. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

De rechtbank houdt er tevens in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij vanaf het begin af aan open kaart heeft gespeeld en meegewerkt heeft aan het onderzoek. Voorts heeft verdachte uit eigen beweging hulp gezocht en is thans nog onder behandeling.

Uit artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht volgt dat aan verdachte geen taakstraf kan worden opgelegd tenzij daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd.

De rechtbank ziet echter, gelet op voornoemde strafverminderende factoren, redenen om daar vanaf te wijken en acht het niet passend en noodzakelijk aan verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen. Voorts is een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noch in het belang van de maatschappij, noch in het belang van de verdachte omdat een dergelijke straf de lopende behandeling en begeleiding van verdachte zou doorkruisen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een straf zoals door de officier van justitie is geëist, passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf van drie weken geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar opleggen en daarnaast een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Gelet op het feit dat verdachte reeds op vrijwillige basis hulp en behandeling heeft gezocht en ondergaat, ziet de rechtbank geen aanleiding tot het opleggen van bijzondere voorwaarden bij het voorwaardelijke strafdeel.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 818,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 200,00 met daarbij de gevorderde wettelijk rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering te worden verklaard.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard. De benadeelde partij is in deze geen slachtoffer, maar getuige en derhalve is er geen sprake van rechtstreekse schade. Voorts is er geen sprake van rechtstreekse schade nu de gevorderde schade voortvloeit uit het gegeven dat verdachte haar gefilmd heeft, hetgeen niet is tenlastegelegd. Daarnaast is de vordering onvoldoende onderbouwd.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de vordering, gelet op de aard, ernst en omstandigheden van het feit en de in de vordering gegeven toelichting, voldoende onderbouwd.

De benadeelde partij is rechtstreeks blootgesteld aan de handelingen van verdachte en heeft hierdoor schade opgelopen. Het standpunt van de verdediging dat zij enkel getuige is en niet aangemerkt kan worden als slachtoffer en dat de vordering derhalve niet ontvankelijk dient te worden verklaard, vindt geen steun in het recht.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op

€ 200,00 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 mei 2015.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank hiervoor heeft toegewezen. Dat deel van de vordering zou nader onderzocht moeten worden. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal in het belang van voornoemde benadeelde partij als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het bewezen geachte feit heeft toegebracht.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 63, 239 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, niet voor het openbaar verkeer bestemd, terwijl een ander daar haars ondanks tegenwoordig is;

feit 2 een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

veroordeelt verdachte tot:

- een gevangenisstraf van 3 weken;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 200,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 21 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 200,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, voorzitter, mr. H.A. Gerritse en mr. A.R. Creutzberg, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2016.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 21 mei 2015 te Nieuwegein en/of Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd en/of op een niet openbare plaats, te weten in de tram komende uit de richting van [plaatsnaam] en gaande in de richting van [plaatsnaam] , met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [slachtoffer] ondanks tegenwoordig was;

art 239 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 juli 2013 tot en met 21 mei 2015 te [woonplaats] en/of Nieuwegein en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) film(s) - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten: een mobiele telefoon en/of een laptop en/of een harde schijf - heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)foto's/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling, (toonmap 1, (serie) nr. 7 en/of toonmap 2, foto nummer 02 ( […] .jpg) en/of toonmap 2, foto nummer 05 ( […] .jpg),

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van de afbeeldingen/ filmfragmenten is samengesteld, die ter voorkoming van strafbare feiten en verdere verspreiding, niet in het dossier is gevoegd en ook niet in afschrift zal worden verstrekt. De officier van justitie zal deze collectie als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2015155351, opgemaakt door Team bestrijding kinderporno en Kindersekstoerisme Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pagina 290.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pagina 30.

4 Verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2016.

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 32.

6 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, pagina 45.

7 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, pagina 46.

8 Verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2016.