Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7740

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-11-2016
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
4880112 AC EXPL 16-1100 CD/942
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eenzijdig verzoek doorhaling procedure, intrekking vordering, procesbelang wp ivm kostenveroordeling, salaris gemachtigde in geval van familielid als gemachtigde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 4880112 AC EXPL 16-1100 CD/942

Vonnis van 16 november 2016

inzake

het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid CAK,

gevestigd te 's-Gravenhage,

verder ook te noemen het CAK,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: [gemachtigde] , verder ook te noemen [gemachtigde]

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 23 februari 2016,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met 11 producties,

  • -

    de namens het CAK ingediende akte houdende een verzoek tot doorhaling op de rol,

  • -

    de namens [gedaagde] ingediende antwoordakte houdende weigering akkoord met doorhaling,

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,

  • -

    de conclusie van (dupliek in conventie en) repliek in reconventie,

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Het CAK is ingevolge artikel 49 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) belast is met de vaststelling en inning van eigen de bijdrage(n), die is of zijn verschuldigd voor ontvangen zorg, hulpmiddel(en) en/of voorziening(en), verstrekt in het kader van de uitvoering van de AWBZ en/of de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Het CAK heeft [gedaagde] facturen gestuurd, omdat [gedaagde] dergelijke zorg, hulpmiddel(en) en/of voorziening(en) zou hebben ontvangen. Die facturen zijn onbetaald gebleven.

2.2.

Het CAK heeft vervolgens bij dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zou veroordelen tot betaling aan CAK van € 385,73 (bestaande uit € 314,07 aan hoofdsom, € 14,66 aan rente tot 23 februari 2016 en € 57,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 23 februari 2016 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.3.

[gemachtigde] heeft zich namens [gedaagde] bij conclusie van antwoord gemotiveerd tegen deze vordering verweerd, waarna het CAK in zijn conclusie van repliek in conventie heeft vermeld dat zij haar vordering intrekt.

2.4.

[gemachtigde] heeft uiteengezet dat zijn zoon [gedaagde] vanwege aangeboren verstandelijke en fysieke beperkingen is aangewezen op continue zorg en begeleiding, om welke reden hij in een instelling verblijft. Omdat [gedaagde] niet in staat is om zijn belangen te behartigen en zijn financiële huishouding te voeren, doet [gemachtigde] dit voor hem. [gemachtigde] heeft in verband daarmee in 2012 aan het CAK verzocht om correspondentie aan hem te zenden in plaats van aan [gedaagde] waarna het CAK hem bij brief van 19 juli 2012 heeft bevestigd dat hij het adres van [gemachtigde] als correspondentieadres in zijn administratie had verwerkt. Toch is daarna nog herhaaldelijk post naar het adres van [gedaagde] verstuurd. Zo heeft [gemachtigde] post van het CAK en diens gemachtigde aangetroffen bij [gedaagde] toen deze in juni 2015 verhuisde naar een andere kamer binnen de instelling waar hij verblijft. Desgevraagd heeft het CAK op 19 juli 2015 wederom bevestigd dat hij het adres van [gemachtigde] als correspondentieadres in zijn administratie had verwerkt, maar desalniettemin is de dagvaarding in de onderhavige procedure toch aan het adres van [gedaagde] betekend, zodat [gemachtigde] niet veel vertrouwen heeft in die toezeggingen van het CAK.

2.5.

De in juni 2015 bij [gedaagde] aangetroffen post zag op beweerdelijk verschuldigde eigen bijdragen voor zorg zonder verblijf (zzv) over de periode tot en met 2014. Volgens [gemachtigde] is [gedaagde] die eigen bijdrage niet verschuldigd, omdat hij continu verblijft in een instelling en daarvoor een eigen bijdrage zorg mét verblijf (zmv) betaalt. Dat [gedaagde] niet gehouden is tot de in rekening gebrachte (en in de onderhavige procedure gevorderde) eigen bijdrage zzv, blijkt ook uit de omstandigheid dat het CAK bij conclusie van repliek in conventie zijn daarop ziende vordering heeft ingetrokken, aldus [gemachtigde] Het CAK weigert volgens hem echter ten onrechte om zijn beweerdelijke vordering op [gedaagde] te schrappen, waardoor niet kan worden uitgesloten dat die ten onrechte zal worden verrekend met aan [gedaagde] toekomende toekomstige uitkeringen, waardoor [gedaagde] zal worden benadeeld.

2.6.

[gemachtigde] vordert daarom namens [gedaagde] in reconventie dat de kantonrechter het CAK zal veroordelen tot:

  • -

    het zodanig inrichten van haar administratie, dat alle correspondentie aan [gedaagde] zal worden gezonden naar [gemachtigde] ,

  • -

    het verwijderen van alle beweerdelijke vorderingen op [gedaagde] over de jaren tot en met 2014,

  • -

    betaling van de proceskosten, waaronder een gemachtigdensalaris.

2.7.

Het CAK voert gemotiveerd verweer, concluderend tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in conventie

3.1.

De kantonrechter overweegt dat ingevolge artikel 7.2 van het toepasselijke Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton een procedure slechts kan worden doorgehaald indien blijkt dat de wederpartij instemt met een daartoe gedaan verzoek. In deze zaak is namens [gedaagde] niet ingestemd met een dergelijk verzoek van het CAK, waardoor voort diende te worden geprocedeerd. Het CAK heeft vervolgens gesteld dat de vordering in conventie wordt ingetrokken. De kantonrechter begrijpt deze stelling aldus, dat de vordering in hoofdsom, alsmede de daaraan gerelateerde vorderingen tot vergoeding van rente en buitengerechtelijke incassokosten, worden ingetrokken (dan wel verminderd tot nihil), zodat de kantonrechter alleen nog een oordeel dient te geven over de proceskosten. Als de intrekking anders zou moeten worden begrepen, zou zij immers feitelijk tot gevolg hebben dat de procedure in conventie zou worden doorgehaald, maar dan zonder toestemming van de wederpartij, die nog wel belang heeft bij een uitspraak ten aanzien van de proceskosten.

3.2.

Uit de omstandigheid dat het CAK de procedure na kennisneming van het verweer van [gedaagde] niet wenste voort te zetten, volgt dat het CAK als de in het ongelijk gestelde partij in conventie moet worden beschouwd, die in de in conventie verschenen proceskosten moet worden veroordeeld. Aangezien [gedaagde] als gedaagde in een kantonprocedure, geen griffierecht verschuldigd is en gesteld noch gebleken is dat aan hem andere kosten en/of verschotten in rekening zijn gebracht, kan de proceskostenveroordeling slechts bestaan uit een salaris voor zijn gemachtigde. Het CAK heeft in dat verband, op zichzelf terecht, betoogd dat in de regel alleen aan professionele gemachtigden, die hun werkzaamheden bij de rechtzoekende in rekening brengen, een gemachtigdensalaris wordt toegekend. In beginsel hebben familieleden die voor elkaar optreden geen recht op salaris. Anders dan het CAK is de kantonrechter echter van oordeel dat [gemachtigde] , die onweersproken heeft gesteld dat hij altijd alle belangen van [gedaagde] behartigt en ook altijd zijn financiën beheert, niet is te beschouwen als een doorsnee familielid dat incidenteel als gemachtigde optreedt. Om die reden zal in deze zaak aan [gemachtigde] een gemachtigdensalaris worden toegewezen, dat (gelet op de omvang van de oorspronkelijke vordering van het CAK) wordt begroot op € 120,00 (2 punten x tarief € 60,00).

in reconventie

3.3.

Namens [gedaagde] wordt gevorderd dat het CAK zijn administratie zodanig inricht, dat alle correspondentie aan [gedaagde] zal worden gezonden naar het adres van [gemachtigde] De kantonrechter overweegt in dat verband dat het CAK laatstelijk op 9 juli 2015 heeft bevestigd dat het adres van [gemachtigde] in zijn administratie als correspondentieadres is vermeld en dat gesteld noch gebleken is dat daarna op het adres van [gedaagde] nog post is ontvangen, althans andere post dan de dagvaarding. Met betrekking tot de dagvaarding had het CAK geen keuze, omdat artikel 45 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dwingend voorschrijft hoe en waar de betekening daarvan dient plaats te vinden. Nu na 9 juli 2015 niet is gebleken van andere post, verzonden aan het adres van [gedaagde] moet als vaststaand worden aangenomen dat het CAK reeds aan deze vordering van [gedaagde] heeft voldaan. Om die reden, en ook omdat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet goed valt in te zien hoe de vordering bij toewijzing daarvan geëxecuteerd zou moeten worden, ontbreekt het [gedaagde] thans aan voldoende belang bij zijn vordering als bedoeld in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek. Daarom moet deze vordering worden afgewezen.

3.4.

Namens [gedaagde] wordt voorts gevorderd dat het CAK al zijn beweerdelijke vorderingen op [gedaagde] over de jaren tot en met 2014 verwijdert, omdat bij gebreke daarvan niet kan worden uitgesloten dat die beweerdelijke vorderingen ten onrechte zullen worden verrekend met aan [gedaagde] toekomende uitkeringen, waardoor hij zal worden benadeeld. Het CAK heeft hiertegen aangevoerd dat het niet mogelijk is om tot verwijdering over te gaan. Naar de kantonrechter uit de conclusies van antwoord en dupliek in reconventie begrijpt, heeft dat er onder meer mee te maken dat het CAK nog steeds meent recht te hebben op een vergoeding, zij het niet meer van [gedaagde] maar van het zorgkantoor, en wenst het CAK zich voor de voldoening van de facturen nu ook tot het zorgkantoor te wenden. Volgens het CAK zal een en ander echter hoe dan ook niet kunnen leiden tot benadeling van [gedaagde] omdat na voldoening van de facturen door het zorgkantoor van verrekening geen sprake meer kan zijn.

3.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter ontbreekt het [gedaagde] gelet op de intrekking van de in conventie gevorderde hoofdsom, ook bij deze vordering aan voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW. Bovendien heeft het CAK aangevoerd nog steeds recht te hebben op vergoeding van de facturen, en wel door het zorgkantoor. Dat is niet door [gedaagde] betwist. Ook om die reden kan het CAK niet worden veroordeeld tot verwijdering van de facturen uit de administratie. Daar komt nog bij dat ter zake mogelijk een wettelijke bewaarplicht geldt en ook overigens niet valt in te zien waarom het aan [gedaagde] of aan de kantonrechter zou zijn om te bepalen hoe het CAK zijn administratie voert. De enkele omstandigheid dat in de toekomst mogelijk ten onrechte verrekeningen zullen plaatsvinden is daartoe in ieder geval onvoldoende, omdat ( [gemachtigde] namens) [gedaagde] zich daar in voorkomend geval met succes tegen zal kunnen verzetten, gelet op de in deze procedure gedane toezegging dat van verrekening met aan [gedaagde] toekomende uitkeringen geen sprake zal zijn.

3.6.

[gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de procedure in reconventie te worden veroordeeld. Gelet op de samenhang van de procedures in conventie en reconventie zullen de in reconventie verschenen kosten aan de zijde van het CAK worden begroot op nihil.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

4.1.

veroordeelt CAK tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde;

in reconventie

4.2.

wijst de vordering af,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van het CAK, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 november 2016.