Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7735

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
15-06-2017
Zaaknummer
5048967 / ME VERZ 16-106
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking in een verzoekschrift tot toekenning transitievergoeding ex artikel 7:673 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0730
AR 2017/3101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Zaak- en rekestnummer: 5048967 / ME VERZ 16-106

Datum beslissing: 20 juni 2016

Beschikking in de zaak van

[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde mr. E.D. van Tellingen,

en

de stichting
ZORGGROEP ALMERE,
gevestigd te Almere,
verweerster, hierna ook te noemen: Zorggroep Almere,
gemachtigde mr. E. Unger.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift van [verzoekster] , ter griffie ingekomen op 2 mei 2016;

- het verweerschrift van Zorggroep Almere, ter griffie ingekomen op 27 mei 2016.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 6 juni 2016. Verschenen zijn [verzoekster] met mr. Van Tellingen en Zorggroep Almere (vertegenwoordigd door mevrouw [A] ) met mr. Unger.

1.3.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] , geboren op [1957] , is op 1 januari 1998 in dienst getreden bij Zorggroep Almere.

2.2.

[verzoekster] was werkzaam in de (drie afzonderlijke) functies van regiosecretaresse, van medewerker bewonerssecretariaat en van roosterplanner.

2.3.

In de functie van regiosecretaresse verdiende [verzoekster] een salaris van € 1.678,02 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

2.4.

In de arbeidsovereenkomst is met betrekking tot de functie regiosecretaresse de cao Verpleeg-, verzorgingshuizen en Thuiszorg, Kraamzorg en Jeugdgezondheidszorg (hierna: CAO VVT) geïncorporeerd. De cao is ingegaan op 1 november 2014 en nog steeds geldend.

2.5.

Zorggroep Almere heeft de arbeidsovereenkomst, met voorafgaande toestemming van het UWV, opgezegd tegen 31 mei 2016 vanwege bedrijfseconomische redenen en [verzoekster] een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden voor de functies van medewerker bewonerssecretariaat en van roosterplanner.

2.6.

Op grond van de CAO VVT heeft [verzoekster] , vanwege haar ontslag, recht op wachtgeld in de vorm van een aanvulling op een WW-uitkering.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt (samengevat) dat de kantonrechter, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Zorggroep Almere veroordeelt:

a. tot betaling van de verschuldigde transitievergoeding conform artikel 7:673 BW van

€ 33.886,00 bruto, althans tot een in goede justitie te bepalen bedrag;

tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel WIK;

tot betaling van de wettelijke rente over sub a of sub b vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten vanaf

14 dagen na dagtekening van de beschikking.

3.2.

Zorggroep Almere voert verweer.

3.3.

Op de standpunten van partijen wordt bij de beoordeling, voor zover relevant, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat [verzoekster] haar verzoekschrift, gelet op de in artikel 7:686a lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde vervaltermijnen, tijdig heeft ingediend.

4.2.

Artikel 7:673 lid 1 aanhef en onder a en sub 2 BW bepaalt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding is verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever niet is voorgezet. Artikel 7:673b bepaalt dat artikel 7:673 BW niet van toepassing is, indien in (onder meer) een collectieve arbeidsovereenkomst een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. De artikelen zijn per 1 juli 2015 in werking getreden en hebben directe werking.

4.3.

Artikel XXII lid 7 van d WWZ bepaalt dat, in afwijking van de artikelen 7:673 en 673a BW, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de transitievergoeding geheel of gedeeltelijk niet verschuldigd is gedurende een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden, indien de werknemer wegens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst recht heeft op een vergoeding of voorziening, op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en werknemer of verenigingen van werknemers vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen V en W, van deze wet gemaakte afspraken. Het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding (hierna: het Besluit) is de uitwerking van het in artikel XXII lid 7 WWZ bepaalde. Het Besluit bepaalt in artikel 2 lid 1 dat indien de werknemer op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII lid 7 WWZ, de transitievergoeding niet verschuldigd is, tenzij overeengekomen is dat de werknemer recht heeft op die vergoeding of voorziening, in aanvulling op de transitievergoeding.

4.4.

[verzoekster] betoogt dat het Besluit buiten toepassing moet worden gelaten omdat toepassing van het artikel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [verzoekster] stelt dat zij door de toepassing van het overgangsrecht in een substantieel ongunstiger positie terechtkomt. De wachtgeldregeling komt volgens [verzoekster] neer op een bedrag van € 5.910,00 bruto, terwijl de transitievergoeding volgens [verzoekster] € 33.886,00 bedraagt. [verzoekster] stelt dat de wetgever een dergelijke situatie onvoldoende heeft onderkend. [verzoekster] stelt voorts dat het niet toekennen van een transitievergoeding niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Uit artikel 7:673 BW volgt volgens [verzoekster] dat van een transitievergoeding bij CAO mag worden afgeweken indien de voorziening in de CAO gelijkwaardig is, hetgeen volgens [verzoekster] in haar geval niet aan de orde is.

4.5.

Zorggroep Almere is het oneens met [verzoekster] en betwist dat het Besluit buiten toepassing moet blijven. Lopende collectieve afspraken gaan voor op de transitievergoeding, aldus Zorggroep Almere. Zorggroep Almere wijst er op dat de wetgever oog heeft gehad voor de situatie waarbij de transitievergoeding hoger uitvalt dan de vergoeding op grond van de toepasselijke cao. Dat de wachtgeldvoorziening (volgens Zorggroep Almere € 6.148,00) ongunstiger uitvalt voor [verzoekster] dan de transitievergoeding (volgens Zorggroep Almere € 31.861,89) is volgens Zorggroep Almere op zichzelf geen grond voor de conclusie dat sprake is van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare situatie. Zorggroep Almere meent dat het in strijd is met de rechtszekerheid om af te wijken van de bepalingen in het Besluit.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat in de wetsgeschiedenis rond de totstandkoming van het Besluit het navolgende is opgenomen.

4.6.1.

In de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit (Staatscourant 2015 nr. 12727) heeft de minister, voor zover hier van belang, geschreven:

1. Algemeen

Dit besluit betreft een overgangsregeling voor de transitievergoeding, gebaseerd op artikel XXII,

zevende lid, van de Wet werk en zekerheid (Wwz), en heeft tot doel om dubbele betalingen te voorkomen. Op het moment dat de artikelen 673 en 673a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (7:673 en 7:673a BW) in werking treden (per 1 juli 2015) is de werkgever, als is voldaan aan de voorwaarden, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding verschuldigd. Tegelijkertijd kan hij gebonden zijn aan afspraken die vóór 1 juli 2015 zijn gemaakt over vergoedingen of voorzieningen waarop de werknemer recht heeft wegens het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

(…)

Partijen hebben bij het aangaan van deze lopende afspraken veelal nog geen rekening kunnen houden met de introductie van het recht op een transitievergoeding per 1 juli 2015. Om te voorkomen dat de werkgever de werknemer zowel een transitievergoeding moet betalen als vergoedingen of voorzieningen moet bieden op grond van lopende afspraken, wordt in dit besluit geregeld onder welke voorwaarden in deze situatie de transitievergoeding verschuldigd is.

(…)

2. Lopende collectieve afspraken met verenigingen van werknemers

(…)

Met betrekking tot lopende collectieve afspraken met verenigingen van werknemers is in dit Besluit geregeld dat deze voorgaan op de transitievergoeding. Wanneer de werknemer recht heeft op vergoedingen of voorzieningen op grond van dergelijke lopende collectieve afspraken, is de transitievergoeding dus niet verschuldigd.

4.6.2.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft in haar advies over het ontwerpbesluit van 12 maart 2015 (Staatscourant 2015 nr. 12727) geadviseerd om het ontwerpbesluit aan te passen en daarbij het volgende, voor zover hier van belang, geschreven:

Ziet de Afdeling het goed, dan heeft de overgangsregeling zoals deze is opgenomen in het ontwerpbesluit, voor zover het gaat om in een cao neergelegde afspraken alleen effect als in de cao vergoedingen of voorzieningen zijn opgenomen die niet (minstens) gelijkwaardig zijn aan de transitievergoeding. Bij gelijkwaardige (of betere) voorzieningen is immers de wet (7:673b BW) van toepassing en heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding. Door het ontbreken van dit recht op een transitievergoeding, wordt aan toepassing van artikel XXII, zevende lid, Wwz en het ontwerpbesluit derhalve niet toegekomen en kan de bedoelde vergoeding of voorziening ook niet geheel of gedeeltelijk niet verschuldigd zijn overeenkomstig het voorgestelde overgangsrecht. Een en ander zou meebrengen dat artikel 2 van het ontwerpbesluit voor de werknemer ongunstiger is dan de wet, omdat deze regel, voor zover het in de cao neergelegde afspraken betreft, toelaat dat op grond van de cao een ongunstiger voorziening wordt geboden dan de transitievergoeding.

De Afdeling merkt op dat de werknemer waar het gaat om cao-voorzieningen overeenkomstig de bedoeling van de Wet werk en zekerheid recht heeft op ten minste een gelijkwaardige voorziening die niet lager mag zijn dan de transitievergoeding. Dit zou kunnen worden bereikt door een regeling waarbij de transitievergoeding mag worden verminderd met de (waarde van) de rechten die de werknemer kan baseren op de toepasselijke collectieve afspraak met verenigingen van werknemers. Met een dergelijke regeling wordt eveneens dubbele betaling voorkomen.

4.6.3.

De minister heeft vervolgens in het Nader Rapport van 21 april 2015 (Staatscourant 2015 nr. 12727) , voor zover hier van belang, geschreven:

De Afdeling adviseert om te regelen dat de transitievergoeding mag worden verminderd met de (waarde van de) vergoedingen en voorzieningen waar de werknemer recht op heeft op grond van de toepasselijke collectieve afspraak met verenigingen van werknemers. Op deze wijze zou worden voorkomen dat de werknemer een ongunstigere voorziening wordt geboden dan de transitievergoeding en dat werknemers voor wie een collectieve afspraak met een vereniging van werknemers geldt worden benadeeld ten opzichte van degenen voor wie op 1 juli 2015 andere afspraken gelden.

Dit advies is niet overgenomen. De Afdeling gaat eraan voorbij dat afspraken uit lopende cao’s en sociale plannen vaak niet te kwantificeren zijn. (…) Omdat het kan voorkomen dat een cao of een met een vereniging van werknemers afgesloten sociaal plan een ongunstiger regeling biedt voor de werknemer dan de transitievergoeding, is bepaald dat deze overgangsregeling geldt tot maximaal 1 juli 2016 (of eerder, als de cao of het sociaal plan eerder wordt gewijzigd of verlengd). Sociale partners worden zo gestimuleerd om de door hen afgesloten cao’s en sociale plannen binnen een jaar na inwerkingtreding van het nieuwe ontslagrecht aan te passen, om dubbele betaling door werkgevers te voorkomen.

Overwogen is om te bepalen dat wanneer de afspraken in een dergelijke cao of sociaal plan wél te kwantificeren zijn (bijvoorbeeld wanneer er alleen een eenduidige ontslagvergoeding is afgesproken), dit bedrag moet worden aangevuld tot het niveau van de transitievergoeding. (…) Dat maakt dus ook het kwantificeren van dergelijke afspraken lastig werkbaar. Bovendien is de hoogte van de ontslagvergoeding waar de werknemer recht op heeft op grond van een cao of sociaal plan slechts bij hoge uitzondering minder waard dan de transitievergoeding, waarbij de outplacementvoorziening niet is meegerekend. Daarnaast zou het tijdelijke overgangsrecht dan drie regimes kennen en te complex worden.

4.7.

De kantonrechter overweegt dat uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de wetgever de situatie dat een lopende collectieve afspraak een ongunstiger regeling biedt dan de nieuw geregelde transitievergoeding wel degelijk heeft onderkend. Desondanks is ervoor gekozen om te bepalen dat gedurende de periode van de overgangsregeling (tot maximaal

1 juli 2016) een dergelijke voorziening voorgaat op de transitievergoeding. Hoewel vaststaat dat de wachtgeldregeling aanzienlijk ongunstiger uitpakt voor [verzoekster] dan de transitievergoeding, kan niet worden aangenomen dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In het door [verzoekster] gestelde ziet de kantonrechter dan ook onvoldoende grond om het Besluit in haar geval buiten toepassing te laten. Het verzoek van [verzoekster] zal worden afgewezen.

4.8.

[verzoekster] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzoek van [verzoekster] af;

5.2.

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, aan de zijde van Zorggroep Almere tot op heden begroot op € 400,00 aan gemachtigdensalaris;

5.3.

verklaart voormelde proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2016.