Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7534

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-10-2016
Datum publicatie
24-02-2017
Zaaknummer
C/16/423579 / KG ZA 16-714
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Toetsingskader bij vordering staken van parate executie.

Er is al jaren sprake van een betalingsachterstand. De bank heeft schuldenaar verschillende keren de gelegenheid gegeven de achterstand te voldoen. Niet in geschil is dat de bank bevoegd was de lening op te zeggen. De schuldenaar biedt thans aan slechts een deel van de achterstand te voldoen, terwijl uit de administratie van de bank blijkt dat de achterstand groter is. De bank heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van de schuldenaar. Executie door de bank levert geen misbruik van recht op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/423579 / KG ZA 16-714

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2016

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

2. [eiseres sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. E.W.M. Aalsma te Zaandam,

tegen

naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.E.G. Murris te Utrecht.

Eisers zullen hierna [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] worden genoemd en gezamenlijk [eisers c.s.] Gedaagde zal hierna SNS Bank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met bewijsstukken;

  • -

    de brief van 30 september 2016 van mr. E.W.M. Aalsma met bewijsstukken;

  • -

    de brief van 5 oktober 2016 van mr. M.E.G. Murris met bewijsstukken;

  • -

    de brief van 6 oktober 2016 van mr. M.E.G. Murris met één bewijsstuk;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van SNS Bank.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers c.s.] is eigenaar van het woonhuis met schuur, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] (hierna: de woning).

2.2.

SNS Bank heeft ten behoeve van de aankoop van de woning een hypothecaire geldlening aan [eisers c.s.] verstrekt ten bedrage van € 252.500,00. Bij notariële akte van 28 april 2003 (hierna: de hypotheekakte) is ten behoeve van SNS Bank een recht van hypotheek gevestigd op de woning.

2.3.

Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn de Algemene Bankvoorwaarden (hierna: de ABV) en de Algemene Voorwaarden van Geldlening en Hypotheekverlening 1995 (hierna: de AVGH) van toepassing. In 2009 zijn de ABV uit 1995 vervangen door een nieuwe versie (hierna: ABV 2009). Artikel 18 en 27 van de ABV 2009 luidt voor zover van belang als volgt:

Artikel 18 Bewijskracht en bewaartermijn bankadministratie
Tegenover de cliënt strekt een uittreksel uit de administratie van de bank tot volledig bewijs, behoudens door de cliënt geleverd tegenbewijs. (…)

Artikel 27 Onmiddellijke opeisbaarheid

Als de cliënt in verzuim is met de nakoming van enige verplichting jegens de bank, mag de bank haar vorderingen op de cliënt door opzegging onmiddellijk opeisbaar maken, tenzij dit gelet op de geringe betekenis van het verzuim niet gerechtvaardigd is. Een dergelijke opzegging geschiedt schriftelijk met vermelding van de reden.”.

2.4.

In 2009/2010 is tussen partijen een verschil van inzicht ontstaan over de door [eisers c.s.] gedane betalingen en een door SNS Bank opgesteld mutatieoverzicht.

2.5.

Bij brief van 24 augustus 2010 heeft de SNS Bank [eisers c.s.] onder meer geschreven dat de achterstand op dat moment € 2.871,48 bedroeg, dat [eisers c.s.] ondanks eerdere herinneringen niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, dat zij daarom de kredietfaciliteiten tot een bedrag van in totaal € 255.871,48 zal opeisen en dat indien dit bedrag niet binnen zeven dagen is voldaan de woning zal worden geveild.

2.6.

Vervolgens heeft SNS Bank [eisers c.s.] bij brief van 20 september 2010 onder meer de executie van de woning aangekondigd.

2.7.

Bij brief van 7 april 2011 heeft SNS Bank [eisers c.s.] wederom de executie van de woning aangekondigd.

2.8.

Bij brief van 23 mei 2011 heeft SNS Bank [eisers c.s.] onder meer geschreven dat zij van de taxateur heeft vernomen dat deze geen contact met [eisers c.s.] kon krijgen inzake de taxatie van de woning, dat [eisers c.s.] contact met SNS Bank moet opnemen. Verder heeft zij geschreven dat - indien geen contact wordt opgenomen - zij de taxateur opdracht zal geven een geveltaxatie van de woning te maken en dat de veiling van de woning zal worden opgestart.

2.9.

In 2012 wordt de WSNP op [eisers c.s.] van toepassing verklaard. Naar aanleiding daarvan heeft SNS Bank haar vordering van € 254.409,56 op [eisers c.s.] bij de bewindvoerder ingediend ter verificatie. In april 2013 is de WSNP van [eisers c.s.] beëindigd zonder schone lei.

2.10.

Omstreeks januari 2012 zijn de eerder ontstane betalingsachterstanden door [eisers c.s.] voldaan.

2.11.

Vanaf februari 2012 is opnieuw een achterstand in de betaling van de hypotheektermijnen ontstaan.

2.12.

Bij brief van 16 april 2014 heeft SNS Bank [eisers c.s.] onder meer het volgende geschreven:

“(…) U heeft betalingsachterstand. Hierover hebben we u eerder herinneringen gestuurd. Helaas hebben we tot nu toe geen volledige betaling ontvangen. We bieden u nog één keer de gelegenheid om uw achterstand te betalen. Doet u dat niet, dan moeten wij incassomaatregelen nemen. Dat kan betekenen dat we een deurwaarder beslag laten leggen op uw loon. (…)

Op dit moment heeft u de volgende betalingsachterstand: (…) € 5.866,40. (…)”.

2.13.

Bij brief van 13 oktober 2014 heeft de SNS Bank [eisers c.s.] onder meer geschreven dat sprake is van een betalingsachterstand en heeft zij een bedrag van in totaal
€ 258.951,13 aan restant hoofdsom, achterstand en administratiekosten opeisbaar gesteld. Voorts heeft SNS Bank in haar brief vermeld dat als [eisers c.s.] dit bedrag niet binnen zeven dagen zal voldoen, aan de notaris opdracht zal worden gegeven om de woning te veilen en dat een veiling bijna altijd minder opbrengt dan een verkoop op de vrije markt.

2.14.

In 2015 is tussen [eisers c.s.] en SNS Bank wederom een verschil van inzicht omtrent (het bestaan van) een betalingsachterstand ontstaan.

2.15.

Bij brief van 29 juni 2015 heeft de SNS Bank [eisers c.s.] onder meer geschreven dat zij op korte termijn tot een structurele oplossing voor de betalingsachterstand wil komen en [eisers c.s.] verzocht een bijgevoegd inkomsten/uitgavenformulier in te vullen.

2.16.

Bij brief van 21 juli 2015 heeft SNS BANK de totale schuld (van op dat moment
€ 258.915,79) nogmaals opgeëist. Voorts heeft SNS Bank in haar brief vermeld dat als [eisers c.s.] dit bedrag niet binnen zeven dagen zal voldoen, de notaris opdracht zal worden gegeven om de woning te veilen en dat een veiling bijna altijd minder opbrengt dan een verkoop op de vrije markt.

2.17.

Bij brief van 26 augustus 2015 heeft SNS Bank [eisers c.s.] onder meer het volgende geschreven:

“(…) Wij hebben uw hypothecaire geldlening opgeëist. Tot nu toe heeft u de openstaande schuld niet voldaan. (…) Daarom heeft SNS Bank besloten rechtsmaatregelen te treffen. Wij hebben [gerechtsdeurwaarder] gerechtsdeurwaarder de opdracht gegeven om loonbeslag te leggen bij uw werkgever of uitkerende instantie. (…) Alle kosten, die uit dit loonbeslag voortkomen, worden aan u doorberekend. (…)”.

2.18.

Bij brief van 21 maart 2016 heeft SNS Bank [eisers c.s.] wederom onder meer geschreven dat sprake is van een betalingsachterstand, dat daarover eerder herinneringen zijn gestuurd en dat nog steeds geen volledige betaling is ontvangen. Bij genoemde brief heeft SNS Bank de totale schuld (van op dat moment € 257.634,13) opgeëist en [eisers c.s.] gesommeerd dit bedrag binnen zeven dagen te voldoen. Voorts heeft SNS Bank in haar brief vermeld dat als [eisers c.s.] dit bedrag niet op tijd betaalt, de notaris opdracht zal worden gegeven om de woning te veilen en dat een veiling bijna altijd minder opbrengt dan een verkoop op de vrije markt.

2.19.

Op 11 mei 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen SNS Bank, [eisers c.s.] en de raadsvrouw van [eisers c.s.] In een daarvan opgemaakt gespreksdocument is onder meer het volgende geschreven:

“(…) Klanten geven aan dat zij geen duidelijke overzichten van SNS Bank hebben ontvangen inzake hoe de achterstand is opgebouwd en wat er aan boeterente in rekening is gebracht. Een overzicht van alle betalingen is in het verleden meerdere malen aan klanten verstrekt. Klant baseert zich tevens op het ontvangen jaaroverzicht van 2015 van zijn hypotheek waaruit niet blijkt wat wij aan boeterente in rekening hebben gebracht. Weet alleen zeker dat het niet klopt. Gezien de historie van het dossier en de afgewikkelde klachten uit het verleden heeft het geen zin om hier opnieuw met klanten over in discussie te treden. (…)”.

2.20.

Naar aanleiding van het onder 2.19 bedoelde gesprek heeft SNS Bank bij e-mailbericht van 12 mei 2016 onder meer het volgende geschreven aan de raadsvrouw van [eisers c.s.] :

“(…) Naar aanleiding van ons gesprek gistermorgen zend ik u hierbij het inkomsten- en uitgavenformulier toe.
Tevens heb ik bijgevoegd het mutatieoverzicht met de betalingen op de hypotheek van cliënten. Het overzicht is vanaf de periode mei 2009 tot en met heden.

Hier kunt u uit opmaken wanneer de achterstand die is ontstaan in 2009 en 2010, in 2011 is voldaan. Na deze periode is er een nieuwe achterstand ontstaan. Deze achterstand is in januari 2012 voldaan.

Per februari 2012 is er een nieuwe achterstand ontstaan welke tot op heden nog niet is voldaan.

De bedragen die rond de 18e van de maand in rekening zijn gebracht is de boeterente. Zoals u uit het overzicht kunt opmaken is de boeterente voor cliënten per september 2014 stopgezet.

Sinds die periode is er dus ook geen nieuwe boeterente meer in rekening gebracht. Op het jaaroverzicht 2015 welke cliënten hebben ontvangen is dus alleen de verschuldigde hypotheekrente in rekening gebracht.

De huidige achterstand van de heer [eiser sub 1] en mevrouw [eiseres sub 2] op hun hypothecaire geldlening bedraagt per heden € 5.054,55.

Tijdens mijn bezoek heb ik namens SNS Bank aangegeven dat u een realistisch voorstel kunt doen namens uw cliënten om de gehele achterstand te voldoen. (…)

Indien uw cliënten geen mogelijkheden hebben of niet bereid zijn tot het voldoen van de betalingsachterstand ziet SNS Bank geen andere mogelijkheden dan het opstarten van het verkooptraject van de woning. (…)”.

2.21.

Hierop heeft de raadsvrouw van [eisers c.s.] SNS Bank bij e-mailbericht van 23 mei 2015 onder meer het volgende geantwoord:

“(…) Er blijft tussen partijen een verschil van mening over de hoogte van de achterstand.

Volgens mijn cliënten is er door SNS totaal € 42.258,16 in rekening gebracht waarvan er door cliënten € 38.930,00 is voldaan. Op dit moment staat er € 3.394,86 open.

Op 01 juni a.s. word er € 984,03 overgemaakt, na betaling daarvan staat er volgens cliënte nog precies € 3.000,00 open. Cliënten hebben op de derdengelden rekening van Asta Advocaten € 3.000,- overgemaakt. Dit bedrag is bij mij ontvangen.

Cliënten zijn bereid om mij opdracht te geven om dit bedrag aan SNS bank in 1 termijn over te maken, indien SNS bank de voorgenomen executie van de woning stopzet en het huidige geschil wordt beëindigd. Cliënten zullen daarna voldoen aan hun betalingsverplichtingen aan de SNS op grond van de hypotheekakte (…).”.

2.22.

Vervolgens heeft SNS Bank de raadsvrouw van [eisers c.s.] bij e-mailbericht van 27 mei 2016 geantwoord dat zij niet akkoord gaat met het door de raadsvrouw namens [eisers c.s.] gedane betalingsvoorstel.

2.23.

Bij brief van 8 juli 2016 heeft SNS Bank [eisers c.s.] onder meer het volgende geschreven:

“(…) U heeft betalingsachterstand. Ondanks meerdere betalingsverzoeken en het opeisen van uw schuld hebben wij geen volledige betaling ontvangen. (…) Wij geven de notaris opdracht om uw woning te veilen.

De kosten voor een veiling zijn ongeveer € 6.000. Deze kosten komen geheel voor uw rekening. U kunt een veiling nog voorkomen als u direct contact met ons opneemt. We kunnen dan samen met u een oplossing bespreken. Stuur daarom binnen zeven dagen na de datum van deze brief het inkomsten- /uitgavenformulier volledig ingevuld terug. (…)”.

2.24.

Bij brief van 7 september 2016 heeft Van Lenning Notariaat (hierna ook: de notaris) [eisers c.s.] onder meer geschreven dat zij van SNS Bank opdracht heeft gekregen de woning in het openbaar te verkopen, dat een betalingsregeling niet meer aan de orde is en dat de veiling zal worden gehouden op 24 oktober 2016 om 13.30 uur.

2.25.

De veilingkosten worden door SNS Bank tot op heden begroot op een bedrag van

€ 5.183,52, waaronder € 3.529,89 ter zake notariskosten.

3 Het geschil

3.1.

[eisers c.s.] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven:

primair:

  1. SNS Bank verbiedt om binnen 24 uur na betekening aan haar van het onderhavige vonnis de door haar aangezegde executoriale verkoop ten uitvoer te leggen;

  2. SNS Bank verbiedt uit hoofde van haar vorderingen nogmaals enig beslag/executieverkoop op te leggen,

een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 50.000,-- voor iedere dag dat SNS Bank in gebreke blijft om aan het te wijzen vonnis te voldoen, althans

subsidiair:

SNS Bank gebiedt alsnog aan [eisers c.s.] zelf de gelegenheid te gunnen het pand onderhands te verkopen

SNS Bank veroordeelt in alle kosten van het geding.

3.2.

[eisers c.s.] legt aan zijn vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat SNS Bank met het doorzetten van de aangekondigde veiling en ontruiming van de woning misbruik maakt van haar bevoegdheid om tot executoriale verkoop over te gaan. Daartoe stelt [eisers c.s.] allereerst dat sprake is van een geringe betalingsachterstand. [eisers c.s.] verwijst in dit verband naar (zijn opmerkingen bij) het door SNS Bank opgestelde mutatieoverzicht overgelegd als productie 5 bij dagvaarding.

Verder stelt [eisers c.s.] dat de woning bij een executoriale verkoop veel minder zal opleveren waardoor [eisers c.s.] met een restschuld blijft zitten. Tot slot stelt [eisers c.s.] dat [eiseres sub 2] gezien haar ziekte in niet elke woning kan wonen. Gelet op het voorgaande heeft [eisers c.s.] er belang bij dat de executoriale verkoop niet doorgaat, aldus nog steeds [eisers c.s.]

3.3.

SNS Bank concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers c.s.] in de kosten van de procedure.

SNS Bank voert aan dat zij op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden (artikel 21 van de ABV uit 1995, artikel 27 uit de ABV uit 2009 en artikel 2 van de AVGH) bevoegd is om de totale schuld (onmiddellijk) op te eisen. Gelet op het bepaalde in artikel 3:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is SNS Bank bevoegd om gebruik te maken van haar recht op parate executie. SNS Bank betwist dat de opeising naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. SNS Bank betwist ook dat zij misbruik maakt van haar executiebevoegdheid. [eisers c.s.] heeft sinds februari 2012 niet voldaan aan zijn verplichtingen om de maandelijkse termijnen tijdig en volledig te voldoen. Verder weigert [eisers c.s.] inzicht te geven in zijn financiële situatie, zodat onduidelijk is of [eisers c.s.] in de toekomst zal kunnen voldoen aan zijn verplichtingen. Van enig misbruik van recht is dan ook geen sprake, aldus nog steeds SNS Bank.

3.4.

Op de (overige) stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van [eisers c.s.] wordt, gelet op de aard van de vordering, voldoende aannemelijk geacht. Daarbij is van belang dat de openbare verkoop van de woning is aangezegd tegen 24 oktober 2016. Bovendien heeft SNS Bank het spoedeisend belang niet betwist.

4.2.

[eisers c.s.] heeft primair gevorderd SNS Bank te verbieden om de door haar aangezegde executoriale verkoop ten uitvoer te leggen.

4.3.

In een executiegeschil waarin het recht van parate executie als bedoeld in artikel 3:268 lid 1 BW in het geschil is, kan staking van de uitvoering worden bevolen, indien niet aannemelijk is dat aan de vereisten voor het uitoefenen van het recht van parate executie is voldaan. Daarnaast is eveneens grond voor staking, indien wordt geoordeeld dat de executant (SNS Bank) misbruik maakt van recht door haar recht uit te oefenen (artikel 3:13 BW). Hiervan kan slechts onder bijzondere omstandigheden sprake zijn. Misbruik van recht kan onder meer worden aangenomen als SNS Bank geen redelijk te respecteren belang heeft bij de parate executie, mede gelet op de belangen aan de zijde van de schuldenaar, die door de executie zullen worden geschaad, of als er aan de zijde van de schuldenaar een noodsituatie zou ontstaan. Ook kan hiervan sprake zijn als SNS Bank het recht uitoefent met geen ander doel dan het schaden van geëxecuteerde ( [eisers c.s.] ), of als zij haar recht uitoefent met een ander doel dan waarvoor het is verleend. Het uitgangspunt van de wet is derhalve de bevoegdheid van een hypotheekhouder om gebruik te maken van een aan hem verleend recht van parate executie, en om zich voor de openstaande vorderingen te kunnen verhalen op het onderpand. Gezien dit uitgangspunt mag niet snel worden aangenomen dat sprake is van misbruik van recht.

4.4.

Artikel 3:268 BW bepaalt dat indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, de hypotheekhouder bevoegd is het verbonden goed in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te verkopen. De hypotheekhouder is in beginsel vrij om te bepalen op welk moment en op welke wijze hij tot executoriale verkoop overgaat. Dit laat echter onverlet dat, zoals reeds hiervoor is overwogen, de hypotheekhouder geen misbruik mag maken van die bevoegdheid en bij de uitoefening van zijn bevoegdheid de nodige zorgvuldigheid in acht moet nemen.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat vanaf februari 2012 een achterstand in de betaling van de hypotheektermijnen is ontstaan. Wel verschillen partijen van mening over de precieze omvang van die betalingsachterstand.

4.6.

Verder begrijpt de voorzieningenrechter uit de stellingen van partijen dat tussen hen niet in geschil is dat SNS Bank als hypotheekhouder, gelet op de betalingsachterstand, op grond van de hypothecaire geldlening en de bijbehorende algemene voorwaarden bevoegd was om de lening op te zeggen. Tussen hen is immers niet in geschil dat er sprake is en was van een betalingsachterstand. Verder heeft SNS Bank ter zitting voorop gesteld dat zij bevoegd was de lening op te zeggen en [eisers c.s.] heeft dat niet betwist. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat SNS Bank in beginsel bevoegd was het volledige aan [eisers c.s.] geleende bedrag op te eisen en, nu [eisers c.s.] de opgeëiste lening niet kon terugbetalen, de woning conform artikel 3:268 lid 1 BW executoriaal te verkopen.

4.7.

Het debat van partijen spitst zich derhalve toe op de vraag of in het onderhavige geval sprake is van omstandigheden die maken dat SNS Bank niet van haar bevoegdheid tot parate executie gebruik zou mogen maken en of er sprake is van misbruik van recht als bedoeld in artikel 3:13 BW.

4.8.

De voorzieningenrechter begrijpt uit de stellingen van [eisers c.s.] dat hij zich op het standpunt stelt dat er slechts sprake is van een geringe betalingsachterstand en dat hij bovendien heeft aangeboden om de (volgens hem bestaande) achterstand te betalen.

De voorzieningenrechter acht in dit kader allereerst van belang dat sinds februari 2012 sprake is van een structurele betalingsachterstand. De voorzieningenrechter gaat daarbij uit van de door SNS Bank per oktober 2016 berekende achterstand van € 5.156,57 (zie productie 24 van SNS Bank) en niet van het door [eisers c.s.] bij dagvaarding genoemde bedrag van ongeveer € 3.000,00. De voorzieningenrechter volgt [eisers c.s.] namelijk niet in zijn stelling dat de bankadministratie van SNS Bank onvolledig en onjuist is. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.9.

Op grond van artikel 18 van de AVB 2009 strekt de bankadministratie van SNS Bank tot volledig bewijs, behoudens tegenbewijs van [eisers c.s.] Dit betekent dat van de juistheid van de gegevens uit de administratie van de bank wordt uitgegaan, tenzij [eisers c.s.] er in slaagt de juistheid van deze administratie te ontzenuwen. [eisers c.s.] heeft gesteld dat de administratie van SNS Bank niet juist is en daarbij verwezen naar zijn opmerkingen in de kantlijn bij het mutatieoverzicht van SNS Bank, overgelegd als productie 5 bij dagvaarding. Ter zitting heeft de heer [eiser sub 1] een paar plaatsen in het overzicht aangewezen, waarin volgens hem een mutatie niet of niet juist zou zijn verwerkt. Hiertegenover heeft SNS Bank ter zitting verduidelijkt hoe het mutatieoverzicht moet worden gelezen. Daaruit werd duidelijk dat de mutaties die door de heer [eiser sub 1] waren aangewezen, wel degelijk in het overzicht waren verwerkt. Naar SNS Bank heeft uitgelegd is een in de tweede kolom genoemd te muteren bedrag, steeds één regel lager verwerkt in het saldo dat is genoemd in de derde kolom. [eisers c.s.] leek er tijdens de zitting van uit te gaan dat het te muteren bedrag op dezelfde regel in de derde kolom moest zijn verwerkt. [eisers c.s.] heeft geen mutaties in het overzicht kunnen aanwijzen waarin een in de tweede kolom genoemd te muteren bedrag niet één regel lager in het saldo waren verwerkt. Verder is niet gebleken dat er (andere) betalingen zouden hebben plaatsgevonden die niet op het overzicht zouden zijn verwerkt.

[eisers c.s.] heeft verder nog aangevoerd dat er bij sommige betalingen “BETALING HYP” is vermeld bij de opmerkingen en bij andere betalingen niet. Volgens hem is ook hier uit af te leiden dat de administratie van SNS Bank niet klopt. SNS Bank heeft ter zitting gesteld dat de woorden “BETALING HYP” alleen zijn opgenomen bij de betalingen die [eisers c.s.] handmatig heeft gedaan, en waarbij hij dit zelf als omschrijving heeft ingevuld. [eisers c.s.] heeft dat niet betwist. Ook heeft hij niet nader onderbouwd hoe uit het wel of niet voorkomen van deze woorden zou kunnen worden afgeleid dat de administratie van SNS Bank onjuist zou zijn.

Ten slotte kan – anders dan door [eisers c.s.] is gesteld – uit de enkele omstandigheid dat de hoogte van de betalingsachterstand in de verschillende aanzeggingen van SNS Bank verschilt, niet de conclusie worden getrokken dat de administratie van SNS Bank niet juist is. Het ligt immers voor de hand dat telkens sprake is van een momentopname en dat de hoogte van de betalingsachterstand onder meer door tussentijds verrichte betalingen kan verschillen.

Nu [eiser sub 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de administratie van SNS Bank niet klopt, gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid en volledigheid van de administratie van SNS Bank. Dat betekent dat de betalingsachterstand hoger is dan het bedrag dat is genoemd in de onder 2.21 geciteerde e-mail van de raadsvrouw van [eisers c.s.]

4.10.

De stelling van [eisers c.s.] dat SNS Bank gelet op de geringe hoogte van de betalingsachterstand geen redelijk te respecteren belang heeft bij de parate executie, treft geen doel. Allereerst gaat de voorzieningenrechter er met SNS Bank van uit dat de betalingsachterstand van [eisers c.s.] in oktober 2016 € 5.156,57 bedroeg. Voor zover dit bedrag al zou moeten worden gekwalificeerd als een geringe betalingsachterstand brengt dit op zichzelf niet mee dat SNS Bank geen te respecteren belang bij executie heeft. Uitgangspunt is immers dat SNS Bank ingeval van een betalingsachterstand – ongeacht de hoogte daarvan – haar recht op parate executie mag inroepen. Daar komt in dit geval nog bij dat de betalingsachterstand al jaren (in ieder geval vanaf 2012) bestond en dat [eisers c.s.] tijd en gelegenheid is gegeven om de betalingsachterstand aan te zuiveren. Gelet daarop kan niet worden gezegd dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van [eisers c.s.] Dat [eisers c.s.] thans wel aan zijn maandelijkse verplichtingen voldoet maakt dit niet anders, nu hierdoor de achterstand niet wordt aangezuiverd.

4.11.

Voor zover [eisers c.s.] heeft aangevoerd dat SNS Bank geen belang heeft bij de executie nu hij heeft aangeboden het nog verschuldigde bedrag te voldoen, volgt de voorzieningenrechter hem daarin niet. Naar blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, moet het er immers voor worden gehouden dat de schuld van [eisers c.s.] aan SNS Bank hoger is dan het bedrag van € 3.000,00 dat [eisers c.s.] bereid is te betalen. SNS Bank is niet gehouden in te stemmen met het aanbod van [eisers c.s.] om (slechts) dit bedrag aan SNS Bank te betalen. De werkelijke vordering van SNS Bank op [eisers c.s.] is immers hoger. Desgevraagd heeft [eisers c.s.] bovendien ter zitting aangegeven niet bereid en in staat te zijn meer dan het bedrag van € 3.000,00 aan SNS Bank te betalen.

4.12.

Anders dan door [eisers c.s.] is betoogd, rechtvaardigt de enkele omstandigheid dat [eisers c.s.] na de executoriale verkoop een restschuld zal overhouden niet de conclusie dat SNS Bank misbruik maakt van haar bevoegdheid tot parate executie. Dat SNS Bank het recht van parate executie uitoefent met geen ander doel dan om [eisers c.s.] te schaden, is niet aannemelijk geworden. Zoals reeds hiervoor is overwogen heeft SNS Bank als hypotheekhouder, gelet op de betalingsachterstand, het recht om tot openbare verkoop van de woning over te gaan. Het is zeer wel mogelijk dat [eisers c.s.] daardoor geconfronteerd zal worden met een restschuld, maar een executie als de onderhavige leidt nu eenmaal vaak tot schade voor degene ten laste van wie de executie wordt uitgevoerd. Indien de uitoefening van het recht van executie slechts zou mogen worden uitgeoefend indien daardoor geen schade voor de geëxecuteerde ontstaat, zou het recht van parate executie voor de hypotheekhouder illusoir zijn. Het is in beginsel aan SNS Bank om te bepalen of en wanneer zij tot executoriale verkoop overgaat.

De persoonlijke gevolgen die de executieverkoop voor [eisers c.s.] heeft, maken dit niet anders en wegen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in ieder geval niet onevenredig op tegen het belang van SNS Bank om thans tot executie over te gaan.

4.13.

Het hiervoor overwogene geldt evenzeer voor de door [eisers c.s.] aangevoerde omstandigheid dat [eiser sub 1] door haar ziekte niet in iedere woning kan wonen. Daarbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat [eisers c.s.] er reeds geruime tijd rekening mee heeft kunnen en moeten houden dat het tot een executieverkoop zou (kunnen) komen. Uit de hiervoor onder 2 weergegeven feiten blijkt dat de lening door SNS Bank in het verleden immers al diverse malen is opgeëist (voor het eerst in 2010) en dat [eisers c.s.] in het verleden herhaaldelijk door SNS Bank is gesommeerd zijn betalingsachterstanden te voldoen. Dat [eisers c.s.] thans nog geen passende vervangende woonruimte heeft gevonden, levert, hoe vervelend ook voor [eiseres sub 2] , echter geen misbruik van recht op.

4.14.

Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat [eisers c.s.] op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat door de executieverkoop voor [eisers c.s.] een noodsituatie zou ontstaan die afgewend zou kunnen worden door die verkoop uit te stellen.

4.15.

Bij dit alles acht de voorzieningenrechter van belang dat met de tussen partijen gevoerde (e-mail)correspondentie, hiervoor weergegeven onder rechtsoverweging 2.12 tot en met 2.23) voldoende aannemelijk is geworden dat SNS Bank sinds februari 2012 de nodige inspanningen heeft verricht om het executietraject te voorkomen. Zo heeft SNS Bank [eisers c.s.] diverse keren in de gelegenheid gesteld de betalingsachterstand te voldoen dan wel de woning onderhands te verkopen. Verder blijkt uit genoemde (e-mail)correspondentie dat SNS Bank [eisers c.s.] er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat een veiling mogelijk minder oplevert dan een verkoop op de vrije markt. Zelfs op

8 juli 2016 heeft de SNS Bank [eisers c.s.] nog uitdrukkelijk geschreven dat een veiling kon worden voorkomen door binnen zeven dagen het inkomsten/uitgavenformulier terug te zenden, hetgeen [eiser sub 1] heeft nagelaten. Verder heeft SNS Bank ruim
2 maanden (tot 7 september 216) laten verstrijken alvorens daadwerkelijk tot executie over te gaan.

4.16.

Nu geen andere feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die tot een ander voorlopig oordeel zouden kunnen leiden, en mede gelet op het belang van SNS Bank bij de parate executie, is op grond van het voorgaande onvoldoende aannemelijk geworden dat SNS Bank misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door tot parate executie over te gaan.

4.17.

Bij deze stand van zaken dient de primaire vordering van [eisers c.s.] te worden afgewezen.

4.18.

Ook de subsidiaire vordering moet worden afgewezen. De voorzieningenrechter volstaat daarbij met een verwijzing naar hetgeen hiervoor ten aanzien van het primair gevorderde is overwogen.

4.19.

[eisers c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SNS Bank worden begroot op een bedrag van:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat € 527,00

Totaal € 1.146,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eisers c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van SNS Bank tot op heden begroot op € 1.146,00;

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2016.1

1 type: JH (4069) coll: