Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:741

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-02-2016
Datum publicatie
04-03-2016
Zaaknummer
4647152 UT VERZ 15-21093
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Onvoldoende gewichtige redenen om executeur te ontslaan. Artikel 4:149 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2016-0069
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4647152 UT VERZ 15-21093

Beschikking van 18 februari 2016

inzake

1 [verzoeker sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [verzoeker sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [verzoeker sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [verzoeker sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat mr. L.J. Haarsma,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder, hierna ook te noemen: de executeur,

advocaat mr. J.G.J. Elslo.

Belanghebbenden:

1 [belanghebbende sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [belanghebbende sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. mr. [belanghebbende sub 3],

notaris te [vestigingsplaats] .

1 Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 2 december 2015;

  • -

    de brief van [verzoeker sub 3] van 2 december 2015, ter griffie ingekomen op 3 december 2015;

  • -

    de fax van verweerder van 8 december 2015;

  • -

    het aanvullende verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 11 december 2015;

  • -

    de producties 10 tot en met 21 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 5 januari 2016;

  • -

    de producties 22 tot en met 31 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 8 januari 2016;

  • -

    de producties 1 tot en met 6, ingediend door verweerder, ter griffie ingekomen op 13 januari 2016;

  • -

    de producties 32 tot en met 36 bij het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 13 januari 2016;

  • -

    het verweerschrift, ter griffie ingekomen op 14 januari 2016.

De zaak is behandeld ter zitting van 14 januari 2016. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    verzoekers met hun advocaat en mr. J. Hanus, kantoorgenoot van mr. Haarsma;

  • -

    de executeur met zijn advocaat;

  • -

    de belanghebbenden.

2 Feiten

Partijen en belanghebbenden 1 en 2 zijn allen erfgenamen van:

[A] , geboren te [geboorteplaats] op [1930] , overleden te [woonplaats] op [2014] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen: erflaatster.

Erflaatster was gehuwd met [B] . Uit dit huwelijk zijn zeven kinderen geboren, de hiervoor genoemde partijen en belanghebbenden 1 en 2. De heer [B] is overleden op [1994] .

Erflaatster heeft voor het laatst over haar nalatenschap beschikt bij testament, opgemaakt op 9 januari 2013. Daarin heeft zij haar kinderen tot haar enige erfgenamen benoemd, ieder voor een gelijk deel. Alle kinderen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

Erflaatster heeft verweerder en mevrouw [verzoeker sub 1] samen tot executeur benoemd. Zij hebben deze benoeming allebei aanvaard. De kantonrechter te Utrecht heeft bij beschikking van 18 juli 2014 aan mevrouw [verzoeker sub 1] op haar verzoek haar ontslag als executeur verleend.

De executeur heeft mr. [belanghebbende sub 3] tot boedelnotaris benoemd op grond van artikel 4:146 lid 1 Burgerlijk Wetboek (verder BW).

De voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland heeft de executeur bij vonnis van 13 januari 2016 veroordeeld tot betaling van een voorschot aan [verzoeker sub 3] .

3 Geschil

Het verzoek strekt tot:

  • -

    ontslag van de executeur;

  • -

    schorsing van de executeur voor de periode die nodig is voor het onderzoek naar de vraag of gewichtige redenen aanwezig zijn die maken de executeur moet worden ontslagen;

  • -

    benoeming van een nieuwe executeur;

  • -

    benoeming van een boedelnotaris of vervanging van de door de executeur benoemde boedelnotaris;

  • -

    het bevelen van een boedelbeschrijving;

  • -

    veroordeling van verweerder in de kosten van onderhavige procedure.

Het verweer strekt tot afwijzing van de verzoeken en tot verlenging van de termijn als bedoeld in artikel 4:150 lid 2 sub b BW.

4 Overwegingen van de kantonrechter

4.1.

De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap op dit moment wordt beheerd door de executeur. Hij is beheersbevoegd met uitsluiting van de erfgenamen op grond van artikel 4:145 lid 2 BW.

Verzoekers hebben gesteld dat de afwikkeling van de nalatenschap in een impasse raakt als de executeur wordt ontslagen. De kantonrechter volgt verzoekers in deze stelling. Daarom zal de kantonrechter eerst de verzoeken beoordelen die zien op de situatie die zou ontstaan als de executeur zou zijn ontslagen.

Verzoek benoeming nieuwe executeur

4.2.

De kantonrechter zal allereerst het verzoek tot benoeming van een nieuwe executeur beoordelen.

Verzoekers stellen dat na een ontslag van verweerder als executeur de afwikkeling van de nalatenschap in een impasse zal raken en dat deze impasse alleen kan worden doorbroken door benoeming van een nieuwe executeur op grond van artikel 4:142 BW.

De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 4:142 lid 1 BW de kantonrechter alleen een opvolgend executeur kan benoemen als erflater deze bevoegdheid in zijn testament heeft opgenomen. Erflaatster heeft niet in haar testament beschikt dat de kantonrechter bevoegd is een opvolgend executeur te benoemen. De kantonrechter is daarom niet bevoegd een nieuwe executeur te benoemen en zal dit verzoek daarom afwijzen.

Verzoek benoeming boedelnotaris

4.3.

Voor het geval dat de kantonrechter niet overgaat tot benoeming van een opvolgend executeur, wordt verzocht een (opvolgend) boedelnotaris aan te wijzen op grond van artikel 4:197 BW. Dit verzoek wordt ook ingediend omdat artikel 4:204 BW er niet in voorziet dat een erfgenaam in een zuiver aanvaarde boedel de rechtbank kan verzoeken een vereffenaar te benoemen.

De kantonrechter overweegt dat artikel 4:197 BW is opgenomen in Afdeling 3 van Titel 6 van Boek 4 BW over de wettelijke vereffening. Alle erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard, zodat Afdeling 4.6.3 BW en dus ook artikel 4:197 BW in dit geval toepassing mist. Er bestaat dus geen wettelijke grondslag om een (opvolgend) boedelnotaris te benoemen. De kantonrechter zal het verzoek tot benoeming van een (opvolgend) boedelnotaris daarom afwijzen.

Beheersbevoegdheid

4.4.

Uit het hiervoor in 4.2 en 4.3 overwogene volgt dat als de kantonrechter tot het oordeel komt dat de executeur wegens gewichtige redenen moet worden ontslagen, het gevolg is dat de nalatenschap alleen door alle zeven erfgenamen samen kan worden beheerd. Tot de nalatenschap behoren diverse onroerende goederen, deels in verhuurde staat. Gezien de verdeeldheid binnen de familie, zal een eenduidig beheer van die zaken erg moeilijk zijn. Het ontbreken van een beheersbevoegde persoon zal ertoe leiden dat de afwikkeling van de nalatenschap vertraging oploopt, terwijl het juist in het belang is van alle partijen dat de nalatenschap zo snel mogelijk wordt afgewikkeld en verdeeld. Het stappenplan van de door de executeur op grond van artikel 4:146 lid 1 BW aangewezen boedelnotaris mr. [belanghebbende sub 3] is daartoe een goede aanzet.

Verzoek ontslag executeur

4.5.

Verzoekers verzoeken de kantonrechter om verweerder op grond van artikel 4:149 lid 1 sub f juncto lid 2 BW per direct als executeur te ontslaan. Op grond van dat artikel kan de kantonrechter de executeur ontslaan om gewichtige redenen op verzoek van onder andere een erfgenaam. Omdat verzoekers erfgenamen zijn van erflaatster, zijn zij bevoegd tot dit verzoek.

Verzoekers stellen dat sprake is van gewichtige redenen. Ter onderbouwing daarvan wordt, kort samengevat, het volgende aangevoerd:

  • -

    de executeur verstrekt aan de erfgenamen niet de gewenste inlichtingen, waartoe hij verplicht is op grond van artikel 4:148 BW;

  • -

    de executeur verstrekt niet de uitkomsten van taxaties van tot de nalatenschap behorend onroerend goed;

  • -

    de executeur heeft geen boedelbeschrijving opgesteld;

  • -

    de executeur gaat in sommige aangelegenheden met betrekking tot de nalatenschap verder dan zijn taak van beheren van de nalatenschap toelaat;

waardoor het vertrouwen in de executeur volledig zoek is.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat een executeur kan worden ontslagen, wanneer hij in ernstige mate tekort is geschoten in de vervulling van zijn taak, maar ook als van één of meer erfgenamen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot zijn nog langer wordt beheerd door de executeur. Van een gewichtige reden voor ontslag kan ook sprake zijn als door ernstig wantrouwen de persoonlijke vertrouwensrelatie tussen een erfgenaam en een executeur ernstig is verstoord. Het wantrouwen moet dan wel van voldoende omvang en gewicht, langdurig aan de gang en niet aanstonds van grond ontbloot zijn.

4.7.

Als eerste gewichtige reden voor het ontslag wordt aangevoerd dat de executeur niet de gewenste inlichtingen verstrekt aan de erfgenamen. De executeur bestrijdt dit door te wijzen op de door verzoekers in het geding gebrachte correspondentie, waaruit blijkt dat veelvuldig is gecommuniceerd tussen partijen. Verder stelt verweerder dat hij alle mogelijke inlichtingen heeft verstrekt.

De kantonrechter overweegt dat in artikel 4:148 BW een uitgebreide informatieplicht van de executeur is neergelegd. Een executeur moet aan een erfgenaam alle gewenste inlichtingen geven.

De kantonrechter constateert dat partijen veel per e-mail hebben gecorrespondeerd en dat drie uitgebreide gesprekken zijn gevoerd. Het is de kantonrechter niet gebleken dat de executeur hem beschikbare informatie heeft achtergehouden voor verzoekers. De informatie over eventuele leningen van erflaatster aan een kind of de uitkomsten van de taxaties van het onroerend goed lijken ook bij de executeur niet aanwezig te zijn. Wel had de executeur op vragen van erfgenamen expliciet moeten antwoorden of hij over de gewenste informatie beschikt en zo nee, of hij de gevraagde informatie zal opvragen en zo nee, waarom niet. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt dat de executeur vragen van erfgenamen onbeantwoord heeft gelaten, hetgeen het al aanwezige wantrouwen bij diverse erfgenamen heeft aangewakkerd. Een executeur dient duidelijk en ondubbelzinnig te communiceren, ook als een executeur niet aan een verzoek van een erfgenaam kan of wil voldoen. Dat de executeur dat niet altijd heeft gedaan, rekent de kantonrechter de executeur aan. De kantonrechter is echter van oordeel dat deze handelwijze van de executeur geen gewichtige reden is voor het ontslag van de executeur, omdat niet is gebleken dat de executeur hem wel beschikbare informatie heeft achtergehouden voor de andere erfgenamen.

4.8.

Een tweede gewichtige reden voor het ontslag van de executeur is volgens verzoekers erin gelegen dat de executeur de uitkomsten van taxaties van tot de nalatenschap behorend onroerend goed niet aan de erfgenamen heeft verstrekt. De executeur geeft daarvoor als verklaring dat de gewenste informatie bij de makelaar verloren is gegaan door een computercrash. Een nieuwe taxatie zal moeten worden verricht. Dat lukte volgens de executeur niet, omdat verzoekers niet aan een nieuwe taxatie wilden meewerken. Wat daar ook van zij, de kantonrechter leest in het stappenplan dat alle onroerende goederen (opnieuw) zullen worden getaxeerd. De kantonrechter gaat ervan uit dat de uitkomsten direct door de executeur zullen worden verstrekt aan alle erfgenamen. De kantonrechter is daarmee van oordeel dat deze kwestie geen gewichtige reden is voor het ontslag van de executeur.

4.9.

Een andere gewichtige reden voor het ontslag van de executeur is volgens verzoekers gelegen in het feit dat de executeur geen boedelbeschrijving heeft opgesteld. Op 13 januari 2016 is ter griffie een voorlopige boedelbeschrijving ingekomen. Verweerder heeft geen verklaring gegeven voor het feit dat hij niet eerder een boedelbeschrijving heeft opgemaakt. De executeur heeft naar het oordeel van de kantonrechter op dit punt te lang stilgezeten; hij had veel eerder een boedelbeschrijving op moeten (laten) stellen. Overigens zijn aan verzoekers wel uitgebreide lijsten, inclusief foto’s, van de roerende goederen en de aangifte erfbelasting, ter beschikking gesteld . Hiermee hebben verzoekers zich een goed beeld van de omvang van de nalatenschap kunnen vormen. Omdat verzoekers wel over informatie over de nalatenschap beschikten, inmiddels een voorlopige boedelbeschrijving is opgesteld en de executeur in het verweerschrift heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen het verzoek tot het bevelen van een boedelbeschrijving, is de kantonrechter van oordeel dat dit stilzitten van de executeur geen gewichtige reden oplevert tot ontslag.

4.10.

Tot slot hebben verzoekers als gewichtige reden voor ontslag aangevoerd dat de executeur verder gaat dan zijn taak van beheren van de nalatenschap toelaat. De executeur bestrijdt deze stelling.

De kantonrechter begrijpt uit de overgelegde stukken dat verzoekers met deze stelling doelen op de wijze van verdeling van de roerende goederen en de verdeling van de onroerende goederen, in het bijzonder het café. Uit de stukken blijkt dat pogingen om met alle erfgenamen samen in onderling overleg tot een verdeling te komen, zijn gestrand, waarvoor naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke schuldige is aan te wijzen. Doordat partijen ook niet op andere wijze nader tot elkaar kwamen, is de afwikkeling op deze punten gestagneerd.

De kantonrechter neemt in aanmerking dat de executeur geen deskundige is op het gebied van de afwikkeling van een nalatenschap. De executeur had er goed aan gedaan zich in een eerder stadium door een onafhankelijke deskundige te laten bijstaan.

De kantonrechter overweegt dat uit het stappenplan blijkt dat deze kwesties door de executeur, daarin geadviseerd en bijgestaan door de boedelnotaris, formeel en voortvarend zullen worden aangepakt. Daarbij zal het ontslag van de executeur niet bijdragen aan een oplossing op deze punten. Daarom zal de kantonrechter ook op deze grond niet overgaan tot het verzochte ontslag.

4.11.

Een ander geschilpunt tussen partijen was de uitkering van een voorschot van beperkte omvang aan [verzoeker sub 3] . De executeur en twee erfgenamen waren tegen het uitkeren van een voorschot aan [verzoeker sub 3] . Uiteindelijk is hierover een kort geding procedure gevoerd. Dat de executeur dit geschil dusdanig heeft laten escaleren dat het tot die procedure is gekomen, waarin de vordering van [verzoeker sub 3] is toegewezen en met name dat de executeur ook nog overwogen heeft om – ondanks het beperkte belang in verhouding tot de te maken kosten – tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 13 januari 2016 in hoger beroep te gaan en dat de executeur pas op het allerlaatste moment, te weten ter zitting, heeft aangegeven van dit hoger beroep af te zullen zien, geeft ervan blijk dat de executeur niet in staat was de nalatenschap op een zakelijke manier af te wikkelen. Dit bestempelt de kantonrechter als een ernstige tekortkoming van de executeur. Mede omdat de executeur ter zitting heeft aangegeven geen hoger beroep te zullen instellen, de executeur zich nu laat bijstaan door een boedelnotaris en de afwikkeling van de nalatenschap niet gebaat is bij het ontslag van de executeur, rechtvaardigt deze tekortkoming niet het verzochte ontslag.

4.12.

De kantonrechter komt tot de slotsom dat onvoldoende gewichtige redenen aanwezig zijn voor ontslag. De kantonrechter zal het verzoek tot ontslag van de executeur daarom afwijzen.

4.13.

Verzoekers verzochten tevens een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat de executeur wordt geschorst voor de periode van beoordeling van het ontslagverzoek voor het geval de kantonrechter enige tijd nodig zou hebben om over het verzoek tot ontslag te oordelen. De kantonrechter heeft op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting geen noodzaak tot schorsing gezien.

Verzoek bevelen boedelbeschrijving

4.14.

Verzoekers verzoeken de kantonrechter op grond van artikel 672 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een boedelbeschrijving te bevelen door een bij dit bevel aan te wijzen notaris. Ook verweerder is van mening dat een boedelbeschrijving dienstbaar kan zijn aan de verdeling van de nalatenschap. Omdat partijen het op dat punt eens zijn, zal de kantonrechter dit verzoek toewijzen.

Verzoekers hebben aangegeven in mr. [belanghebbende sub 3] geen vertrouwen te hebben, maar hebben dit niet concreet onderbouwd. Het enkele feit dat de executeur mr. [belanghebbende sub 3] heeft aangewezen, is onvoldoende reden om mr. [belanghebbende sub 3] uit te sluiten als mogelijke notaris die de boedelbeschrijving zou kunnen opmaken. Mr. [belanghebbende sub 3] kent de nalatenschap en de pijnpunten inmiddels en heeft een stappenplan opgesteld om tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. Ook ter zitting heeft hij verklaard zich te willen richten op de toekomst en een spoedige afwikkeling. Van eventuele partijdigheid is niet gebleken. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen gegronde bezwaren tegen mr. [belanghebbende sub 3] en is het juist met het oog op een spoedige afwikkeling praktisch dat mr. [belanghebbende sub 3] de boedelbeschrijving zal opstellen. De kantonrechter zal mr. [belanghebbende sub 3] daarom aanwijzen.

Verzoek verlening termijn

4.15.

Verweerder heeft op grond van artikel 4:150 lid 2 sub b BW verzocht de termijn te verlengen tot 36 maanden. De kantonrechter overweegt dat verlenging van de termijn van een jaar en zes maanden als bedoeld in dat artikel alleen nodig is, als alle erfgenamen het erover eens zijn dat de beheersbevoegdheid van de executeur beëindigd moet worden. Dat is niet het geval. De executeur kan zijn beheer dus voortzetten zonder dat de kantonrechter overgaat tot verlenging van de termijn. De kantonrechter zal dit verzoek dus afwijzen.

Kostenveroordeling

4.16

Tot slot hebben verzoekers verzocht de executeur te veroordelen in de kosten van deze procedure. Gelet op de aard van de procedure ziet de kantonrechter daar geen aanleiding toe.

5 Beslissing

De kantonrechter:

beveelt tot het opmaken van een boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflaatster, in de vorm van een notariële akte;

wijst aan als notaris door wie de boedelbeschrijving dient te geschieden:

mr. [belanghebbende sub 3] , notaris te [vestigingsplaats] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2016.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.