Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7144

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
02-01-2017
Zaaknummer
16/701384-14 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vijf mannen die in maart van dit jaar veroordeeld zijn voor hun betrokkenheid bij hennepteelt moeten in totaal €1,24 miljoen terugbetalen aan de Staat, zo oordeelt de rechtbank Midden-Nederland. De hennepteelt vond plaats in zes kwekerijen in onder andere Hilversum en Veenendaal en liep door tot februari 2015.

De 47-jarige man uit Utrecht die leiding gaf aan de criminele organisatie moet het grootste deel van het bedrag terugbetalen aan de Staat. De rechtbank bepaalt op basis van het dossier dat de man met de strafbare feiten een winst van €1.085.761,37 heeft gemaakt. Daarbij is onder andere gekeken naar het aantal oogsten, de opbrengsten en de kosten van de hennepkwekerijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701384-14 (ontneming)

vonnis van de rechtbank d.d. 25 oktober 2016

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [1989] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] ,

raadsman mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering ten bedrage van € 735.982,00 die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

  • -

    het strafdossier onder parketnummer 16/701384-14;

  • -

    het veroordelend vonnis van 10 maart 2016 waaruit blijkt dat veroordeelde door de meervoudige strafkamer in deze rechtbank is veroordeeld tot de in die uitspraak vermelde straf ter zake van (voor zover thans relevant):

feit 1:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid en artikel 11 vijfde lid van de Opiumwet;

feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven

verbod;

  • -

    het rapport financieel onderzoek van 7 juli 2015;

  • -

    de conclusie van eis van het openbaar ministerie van 19 april 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord van de raadsman (ongedateerd);

  • -

    de conclusie van repliek van het openbaar ministerie van 30 juni 2016;

  • -

    de conclusie van dupliek van de raadsman (ongedateerd);

  • -

    de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de overige stukken in het dossier.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2016. De officieren van justitie en de raadsman zijn daarbij aanwezig geweest.

De veroordeelde is op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen en is eveneens aanwezig geweest op de terechtzitting van 13 september 2016.

2 Het wederrechtelijk verkregen voordeel

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering van 11 augustus 2015 strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter terechtzitting bijgesteld naar een bedrag van

€ 549.780,05.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie in de berekening ten onrechte uitgaat van het voordeel dat genoten had kunnen worden in plaats van een onderbouwing te geven van daadwerkelijk door veroordeelde genoten voordeel. Uit het dossier is niet gebleken van voordeel dat [veroordeelde] in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. De raadsman heeft voorts verschillende stellingen naar voren gebracht. Deze zullen hierna worden besproken, voor zover de stellingen van belang zijn voor de beoordeling door de rechtbank.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

Het uitgangspunt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel vormt het onder 1 genoemde vonnis van deze rechtbank van 10 maart 2016.

Uit dit vonnis volgt dat [veroordeelde] (verder: veroordeelde) is veroordeeld voor (kortweg) deelname aan een criminele organisatie met [A] , [B] , [C] ,

[D] , [E] en [F] in de periode van 1 april 2012 tot en met 17 februari 2015 en het opzettelijk telen en opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in de hennepkwekerijen Hilversum I, Hilversum II, Alkmaar, De Bilt en Lede (België) in de periode van 1 april 2012 tot en met 17 februari 2015.

De kosten voor hennepkwekerijen Alkmaar en Lede

De rechtbank stelt voorop dat de hennepkwekerijen in Alkmaar en Lede geen rol spelen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze hennepkwekerijen zijn ontdekt en geruimd nog voordat er een eerste oogst had plaatsgevonden. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden alleen die hennepkwekerijen betrokken ten aanzien waarvan daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel is genoten. Er wordt bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook geen rekening gehouden met de kosten die ten behoeve van de hennepkwekerijen in Alkmaar en Lede zijn gemaakt. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat bovendien niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk kosten heeft gemaakt in verband met de hennepkwekerijen in Alkmaar en Lede.

De grondslag voor het opleggen van de ontnemingsmaatregel

Het openbaar ministerie heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Op grond hiervan is het mogelijk om de ontnemingsmaatregel op te leggen voor feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld en voor andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door veroordeelde zijn begaan.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd om aan veroordeelde de ontnemingsmaatregel op te leggen in verband met zijn betrokkenheid bij:

  • -

    hennepkwekerijen Hilversum I, Hilversum II en De Bilt, op grond van de veroordeling in de strafzaak;

  • -

    hennepkwekerij Utrecht, nu er voldoende aanwijzingen bestaan voor de betrokkenheid van veroordeelde bij deze hennepkwekerijen.

De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of er voldoende aanwijzingen bestaan voor de betrokkenheid van veroordeelde bij de hennepkwekerij in Utrecht. De term “voldoende aanwijzingen” betekent dat slechts aannemelijk hoeft te zijn dat veroordeelde deze feiten heeft begaan (NJ 2002, 55).

Andere strafbare feiten

Hennepkwekerij [adres] in [woonplaats]

Op 29 januari 2015 is het pand aan de [adres] in [woonplaats] doorzocht. In het pand zijn resten van cannabisplanten gevonden1 en ook boobytraps (zoals doorgezaagde traptreden), vernielde wandcontactdozen en leidingen en sporen van getimmerde tussenwanden die inmiddels ook al weer waren verwijderd.2 Bij onderzoek aan de elektriciteitsinstallatie werd gezien dat diverse zegels van de meterbehuizing en de hoofdzekeringenkast waren verbroken en dat deze elders in de meterkast lagen.3

Op 12 november 2014 is een man wiens postuur sterk lijkt op dat van veroordeelde het pand aan de [adres] in [woonplaats] binnengegaan. Er is niet gezien dat deze man het pand die avond nog heeft verlaten.4

Op 14 november 2014 zijn warmtebeelden gemaakt van de panden aan de [adres] in [woonplaats] . Uit deze warmtebeelden is gebleken dat het bovenste deel van het pand aan de [adres] meer warmte uitstraalde dan de omringende panden.5

Op 25, 26 en 28 november 2014 en op 3 december 2014 zijn goederen uit het pand gehaald. Het gaat hierbij om hout, ventilatiebuizen en ventilatieslangen. Bij het verplaatsen van deze goederen waren veroordeelde, [F] en [E] betrokken.6

Op 28 november 2014 is er een tapgesprek tussen [A] en de man die de roldeur op de [adres] komt maken. [A] legt in dit gesprek de route naar de loods uit. Veroordeelde had eerder daarvoor met de reparateur van de roldeuren en [A] gebeld over de roldeuren die door hem en [E] met een auto en aanhanger was aangereden en daardoor niet meer dicht ging.7

[F] heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres] in [woonplaats] heeft leeggehaald. Volgens [F] heeft er een hennepkwekerij in het pand gezeten.8

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank het aannemelijk dat in het pand aan de [adres] in [woonplaats] een hennepkwekerij heeft gezeten. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat veroordeelde betrokkenheid heeft gehad bij de hennepkwekerij aan de [adres] in [woonplaats] en ook dat hij daaruit wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.

Aantal oogsten in hennepkwekerij Utrecht

Het pand aan de [adres] in [woonplaats] is op 29 januari 2015 doorzocht. Op dat moment werd geen hennepkwekerij in het pand aangetroffen.9

Afgaand op metingen via de elektriciteitsmeter wordt uitgegaan van hennepteelt in het pand aan de [adres] in de periode van 1 januari 2013 tot en met 20 november 2014.10

Op 14 november 2014 zijn warmtebeelden gemaakt van de panden aan de [adres] in [woonplaats] . Uit deze warmtebeelden is gebleken dat het bovenste deel van het pand aan de [adres] meer warmte uitstraalde dan de omringende panden.11

In de periode van 13 tot en met 18 november 2014 heeft [E] in het pand aan de [adres] in [woonplaats] overnacht.12

Volgens een verklaring van [B] werd er in hennepkwekerijen overnacht als er oogstrijpe hennepplanten stonden.13 Volgens een verklaring van [F] moest in de hennepkwekerijen worden geslapen om te voorkomen dat er inbrekers zouden komen.14

Zoals hiervoor reeds omschreven is veroordeelde in november 2014 gezien in en bij het pand aan de [adres] . Het kan dan ook niet anders dan dat veroordeelde in het pand aan de [adres] is geweest op het moment dat er een in werking zijnde hennepkwekerij in dat pand aanwezig was.

Gelet hierop en rekening houdend met de periode waarin veroordeelde in en bij het pand aan [adres] is gezien, acht de rechtbank het aannemelijk dat veroordeelde betrokken is geweest bij één oogst in het pand aan de [adres] in [woonplaats] .

Feiten waarvoor een veroordeling is gevolgd

Hennepkwekerij Hilversum I – aantal oogsten

Op 18 maart 2014 is een ontmantelde hennepkwekerij aangetroffen in het pand aan de [adres] te [woonplaats] . De hennepplanten waren kennelijk geoogst.15

Op 23 februari en 26 februari 2014 is veroordeelde gezien terwijl hij het pand aan de [adres] binnenging of terwijl hij het pand verliet.16

Op 2 maart 2014 kwam er een zeer sterke lucht van getopte hennepplanten uit de schoorsteen van een bedrijfspand op de [adres] .17 Op 4 maart 2014 is veroordeelde nog gezien terwijl hij het pand aan de [adres] binnenging.18

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat veroordeelde betrokken is geweest bij één oogst in de hennepkwekerij Hilversum I.

Er zijn geen aanwijzingen voor betrokkenheid van veroordeelde bij deze hennepkwekerij gedurende een langere periode.

Hennepkwekerij Hilversum II – aantal oogsten

Op 3 februari 2015 is in een bedrijfspand aan de [adres] in [woonplaats]19 een hennepkwekerij aangetroffen met een kweekruimte met 1204 hennepplanten. Deze hennepplanten waren op dat moment acht weken oud.20 Het pand aan de [adres] in [woonplaats] werd sinds 1 juni 2014 gehuurd.21 Voor het opbouwen van een hennepkwekerij wordt rekening gehouden met een opbouwperiode van acht weken.22

De periode van 1 augustus 2014 (de rechtbank begrijpt: het moment waarop na de opbouwperiode kon worden begonnen met de hennepteelt) tot 3 februari 2015 omvat 18 weken.23

Het is een feit van algemene bekendheid dat de kweekcyclus van hennepplanten een periode van tien weken bedraagt.

Op grond van het voorgaande is aannemelijk dat in hennepkwekerij Hilversum II één (1) oogst heeft plaatsgevonden.24

Hennepkwekerij De Bilt – aantal oogsten

Op 29 januari 2015 is in een woning aan de [adres] in [woonplaats] een hennepkwekerij aangetroffen25 met 290 hennepplanten.26 Er zijn zeker twee eerdere oogsten in deze hennepkwekerij geweest.27

Het is een feit van algemene bekendheid dat de kweekcyclus van hennepplanten een periode van tien weken bedraagt.

De op 29 januari 2015 aangetroffen hennepplanten waren ongeveer zeven weken oud.28

De periode van eind juli 2014 tot en met 29 januari 2015 omvat 27 weken.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat er op zijn minst genomen sinds eind juli 2014 een hennepkwekerij in het pand aan de [adres] in [woonplaats] heeft gezeten. Uit het vonnis in de onderliggende strafzaak kan worden afgeleid dat veroordeelde (in elk geval) sinds 6 augustus 2014 bij de hennepkwekerij in het pand aan de [adres] in [woonplaats] betrokken is geweest.

Op grond van het voorgaande is het aannemelijk dat in hennepkwekerij De Bilt twee oogsten hebben plaatsgevonden.

Telen levert voordeel op

Namens veroordeelde is aangevoerd dat hij is vrijgesproken van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hennep. Het openbaar ministerie is bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van de opbrengst per kilo verkochte hennep. De ontnemingsmaatregel kan niet worden opgelegd voor feiten waarvan veroordeelde is vrijgesproken (Geerings). Nu het dossier verder geen aanknopingspunten biedt voor een andere wijze van vaststellen van daadwerkelijk verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel, is verzocht om het voordeel op nihil te stellen.

De rechtbank volgt de raadsman hierin niet.

Het telen van hennep levert een product op dat als zodanig vermogenswaarde heeft. Deze vermogenswaarde moet als daadwerkelijk behaald voordeel worden aangemerkt en komt dan ook voor ontneming van voordeel in aanmerking (NJ 2016, 10).

Uitgangspunten berekening voordeel

De rechtbank stelt voorop dat de uitgangspunten voor de berekening van het voordeel, afgezien van verdachtes betrokkenheid, niet door de raadsman zijn betwist. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding van de in de financiële rapportages opgenomen uitgangspunten af te wijken.

Kosten onderhoud hennepkwekerij

[B] ontving voor werkzaamheden in de hennepkwekerijen, welke werkzaamheden bestonden in het verrichten van reparaties, het bijhouden, water geven en het komen met knippers, een bedrag van € 10.000 per oogst.29 Op grond van deze omstandigheid en de overige inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting acht de rechtbank het aannemelijk dat ook in gevallen waarin [B] wellicht niet bij een kwekerij/oogst was betrokken, voor alle kwekerijen/oogsten het economisch model werd gehanteerd dat per oogst een bedrag van € 10.000,00 werd uitbetaald aan degene die de hennepkwekerij onderhield.

De rechtbank gaat er bij de berekening van het voordeel dat per oogst per hennepkwekerij is behaald van uit dat deze vergoeding telkens is uitgekeerd aan de persoon die verantwoordelijk was voor “het bijhouden” van de hennepkwekerij. Dit bedrag zal dan ook telkens op de totale opbrengst per oogst in mindering worden gebracht.

Hennepkwekerij Hilversum I – berekening voordeel

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank onderstaande uitgangspunten:

- de opbrengst per kilo hennep is een bedrag van € 4.000,00;30

- de opbrengst per hennepplant bedraagt 28,2 gram;31

- in de hennepkwekerij moeten 2454 hennepplanten hebben gestaan;32

- de totale opbrengst van de oogst bedroeg (2454 x 28,2 is) 69,20 kilogram;33

- de kosten voor afschrijving van investeringen zijn bepaald op € 2.500,00 per oogst;34

- de variabele kosten per hennepplant zijn bepaald op een bedrag van € 9,08;35

- de personele kosten zijn geraamd op € 760,00 per oogst.36

De totale opbrengst van één oogst in deze hennepkwekerij is een bedrag van € 276.811,20 minus € 10.000,00 is € 266.811,20.37

De totale investeringen en kosten (afschrijvingskosten, personele kosten en variabele kosten per hennepplant) voor deze hennepkwekerij komen neer op een bedrag van € 25.542,32 per oogst.38 Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst.

Er zijn geen kosten voor elektriciteit gemaakt.39 De kosten voor de huur van het pand per oogst komen neer op € 7.500,00 (zijnde de huurkosten voor de totale periode waarin het pand is gehuurd / het totaal aantal oogsten dat in dit pand is geweest).40Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst.

De netto opbrengst van een oogst in hennepkwekerij Hilversum I komt daarmee neer op een bedrag van € 233.768,88.

De rechtbank bepaalt het met hennepkwekerij Hilversum I behaalde voordeel per oogst dan ook op een bedrag van € 233.768,88.

Hennepkwekerij Hilversum II – berekening voordeel per oogst

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank onderstaande uitgangspunten:

- de opbrengst per kilo hennep is een bedrag van € 4.000,00;41

- de opbrengst per hennepplant bedraagt 29,6 gram;42

- de totale opbrengst van de oogst bedroeg (1204 x 29,6 is) 35,63 kilogram;43

- de kosten voor afschrijving van de investeringen zijn bepaald op € 1.400,00 per oogst;44

- de variabele kosten per hennepplant zijn bepaald op een bedrag van € 9,08;45

- de personele kosten zijn geraamd op € 760,00 per oogst.46

De totale opbrengst van één oogst in deze hennepkwekerij is een bedrag van € 142.553,6047 minus € 10.000,00 is € 132.553,60.

De totale investeringen en kosten (afschrijvingskosten, personele kosten en variabele kosten per hennepplant) voor deze hennepkwekerij komen neer op een bedrag van € 13.092,32 per oogst.48 Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

De kosten voor elektriciteit gedurende de totale huurperiode komen neer op € 8.008,00.49 De kosten voor huur van het pand gedurende de totale huurperiode van vier maanden komt neer op € 14.000,00.50 Deze bedragen worden in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

De netto opbrengst van een oogst in hennepkwekerij Hilversum II komt daarmee neer op een bedrag van € 97.453,28.

De rechtbank bepaalt het met hennepkwekerij Hilversum II behaalde voordeel per oogst dan ook op een bedrag van € 97.453,28.

Hennepkwekerij De Bilt – berekening voordeel per oogst

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank onderstaande uitgangspunten:

- de opbrengst per kilo hennep is een bedrag van € 4.000,00;51

- de opbrengst per hennepplant bedraagt 28,6 gram;52

- de totale opbrengst van de oogst bedroeg (290 x 28,6 is) 8,294 kilogram;53

- de kosten voor afschrijving van investeringen zijn bepaald op € 400,00 per oogst;54

- de variabele kosten per hennepplant zijn bepaald op een bedrag van € 9,08;55

- de personele kosten zijn geraamd op € 760,00 per oogst.56

De totale opbrengst van één oogst in deze hennepkwekerij is een bedrag van € 33.176,0057 minus € 10.000,00 is € 23.176,00.

De totale investeringen en kosten (afschrijvingskosten, personele kosten en variabele kosten per hennepplant) voor deze hennepkwekerij komen neer op een bedrag van € 3.793,20.58 Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

De kosten voor elektriciteit per oogst komen neer op € 273,7159 (zijnde de totale kosten voor elektriciteit / het totaal aantal oogsten dat in dit pand is geweest). De kosten voor huur van het pand per oogst komen neer op € 1.889,2960 (zijnde de huurkosten voor de totale periode waarin het pand is gehuurd / het totaal aantal oogsten dat in dit pand is geweest). Deze bedragen worden in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

De netto opbrengst van een oogst in hennepkwekerij De Bilt komt daarmee neer op een bedrag van € 17.219,80.

De rechtbank bepaalt het met hennepkwekerij De Bilt behaalde voordeel dan ook op een bedrag van 2 oogsten x € 17.219,80 = € 34.439,60.

Hennepkwekerij Utrecht – berekening voordeel per oost

Bij de berekening van het voordeel hanteert de rechtbank onderstaande uitgangspunten:

- de opbrengst per kilo hennep is een bedrag van € 4.000,00;61

- de opbrengst per hennepplant bedraagt 28,2 gram;62

- in de hennepkwekerij moeten 750 hennepplanten hebben gestaan;63

- de totale opbrengst van de oogst bedroeg (750 x 28,2 is) 21,15 kilogram;64

- de kosten voor afschrijving van investeringen zijn bepaald op € 900,00 per oogst;65

- de variabele kosten per hennepplant zijn bepaald op een bedrag van € 9,08;66

- de personele kosten zijn geraamd op € 760,00 per oogst.67

De totale opbrengst van één oogst in deze hennepkwekerij is een bedrag van € 84.600,0068 minus € 10.000,00 is € 74.600,00.

De totale investeringen en kosten (afschrijvingskosten, personele kosten en variabele kosten per hennepplant) voor deze hennepkwekerij komen per oogst neer op een bedrag van

€ 8.470,00.69 Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

Er zijn geen kosten voor elektriciteit gemaakt.70 De kosten voor huur van het pand per oogst komen neer op € 1.427,96 (zijnde de huurkosten voor de totale periode waarin het pand is gehuurd / het totaal aantal oogsten dat in dit pand is geweest).71 Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de totale opbrengst per oogst.

De netto opbrengst van een oogst in hennepkwekerij Utrecht komt daarmee neer op een bedrag van € 64.702,04.

De rechtbank bepaalt het met hennepkwekerij Utrecht behaalde voordeel dan ook op een bedrag van € 64.702,04.

Verdeelsleutel/ hoofdelijkheid/ criminele organisatie

Het is niet duidelijk geworden op welke wijze de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel over de verschillende leden van de criminele organisatie heeft plaatsgevonden.

Het openbaar ministerie heeft ten behoeve van het standpunt omtrent de verdeling van het voordeel een Excelbestand gebruikt. Dit Excelbestand is aangetroffen op de laptop van [E] . Geen van de bij dit onderzoek betrokken verdachten/ veroordeelden heeft een verklaring afgelegd over de betekenis van het Excelbestand of de cijfers die in dit Excelbestand staan opgenomen.

De inhoud van dit Excelbestand duidt wellicht op een bepaalde verdeelsleutel, maar is op zichzelf onvoldoende duidelijk om daarop een verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel te kunnen baseren.

De rechtbank zal daarom op basis van onderstaande verdeelsleutel het behaalde voordeel per hennepkwekerij verdelen tussen de personen die, hetzij op basis van een veroordeling, hetzij op basis van voldoende aanwijzingen, bij die betreffende hennepkwekerij betrokken zijn geweest.

Dat leidt tot de volgende verdeelsleutel:

  • -

    niet uit te sluiten is dat er nog anderen dan de thans bekende veroordeelden delen in de netto opbrengst van de hennepkwekerijen;

  • -

    op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting is aannemelijk dat [A] een leidinggevende rol binnen de criminele organisatie heeft vervuld; Vanwege deze leidinggevende rol wordt [A] beschouwd als investeerder in de hennepkwekerijen. Het is om die reden ook aannemelijk dat [A] uit elke hennepkwekerij voordeel heeft genoten. De rechtbank schat dit voordeel op 30% van de netto opbrengst van elke hennepkwekerij;

  • -

    gelet op de gebleken andere rol die veroordeelde binnen de organisatie heeft ingenomen, schat de rechtbank het voordeel dat veroordeelde per hennepkwekerij heeft genoten op 15% van de netto opbrengst van de hennepkwekerijen Hilversum I, Hilversum II, De Bilt en Utrecht.

Dit betekent dat aan veroordeelde een wederrechtelijk verkregen voordeel van 15% van de netto opbrengst per oogst wordt toegerekend.

Wederrechtelijk verkregen voordeel

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op een bedrag van € 64.554,57.

Hilversum I: € 35.065,33 (15% van de netto opbrengst van 1 oogst)

Hilversum II: € 14.617,99 (15% van de netto opbrengst van 1 oogst)

De Bilt: € 5.165,94 (15% van de netto opbrengst van 2 oogsten)

Utrecht: € 9.705,31 (15% van de netto opbrengst van 1 oogst)

Draagkracht

Namens veroordeelde is een draagkrachtverweer gevoerd. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat veroordeelde arbeidsongeschikt is en daarvoor een-uitkering ontvangt.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (NJ 2007, 195) heeft een draagkrachtverweer alleen dan kans van slagen als aanstonds duidelijk is dat de veroordeelde op dat moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Deze situatie doet zich in het geval van veroordeelde niet voor.

Betalingsverplichting

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van omstandigheden gebleken die aanleiding zijn om het door veroordeelde te betalen bedrag op de voet van artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht lager vast te stellen dan het geschatte voordeel.

Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank aan veroordeelde de verplichting opleggen om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 64.554,57 aan de Staat te voldoen.

3 De beslissing.

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 64.554,57;

- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 64.554,57 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. J.M. Eelkema en

mr. J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 oktober 2016.

De griffier is buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 23 februari 2015, pagina 1417 en 1418, zaaksdossier Utrecht.

2 Het proces-verbaal van relaas van 9 juli 2015, pagina 1294, zaaksdossier Utrecht.

3 Het proces-verbaal van relaas van 9 juli 2015, pagina 1297, zaaksdossier Utrecht.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2014, zaaksdossier Utrecht.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2014, pagina 1370.

6 De processen-verbaal van bevindingen van 26, 27 en 28 november 2014 en 3 december 2014, pagina 1339 tot en met 1369, zaaksdossier Utrecht.

7 Het proces-verbaal van relaas van 9 juli 2015, pagina 1295, zaaksdossier Utrecht.

8 De verklaring van [F] van 19 maart 2015, pagina 11.

9 FIN/RAPP?005, pagina 506 en 507.

10 FIN/RAPP/005, pagina 508.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2014, pagina 1370.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2014, pagina 1333 tot en met 1338, zaaksdossier Utrecht.

13 De verklaring van [B] van 15 juli 2015, pagina’s 6 en 7.

14 De verklaring van [F] van 8 mei 2015, pagina 5251, persoonsdossier [F] .

15 Het proces-verbaal van aantreffen van hennepkwekerij [adres] te [woonplaats] van 24 maart 2014, pagina 72.

16 Proces-verbaal observeren van 23 februari 2014, pagina 188, zaaksdossier Hilversum I en het proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2014, pagina 198 en het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2014, pagina 194.

17 Proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2014, pagina 59, zaaksdossier Hilversum I.

18 Proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2014, pagina 182, zaaksdossier Hilversum I en het proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2014, pagina 221, zaaksdossier Hilversum I en het proces-verbaal restinformatie van 4 maart 2014, pagina 245, zaaksdossier Hilversum I.

19 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 591, zaaksdossier Hilversum II.

20 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 592, zaaksdossier Hilversum II.

21 FIN/RAPP/004, pagina 486.

22 FIN/RAPP/004, pagina 489.

23 FIN/RAPP/004, pagina 489.

24 FIN/RAPP/004, pagina 489.

25 Proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2015, pagina 773, zaaksdossier De Bilt.

26 Proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2015, pagina 774, zaaksdossier De Bilt.

27 Proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2015, pagina 776, zaaksdossier De Bilt.

28 Proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2015, pagina 775, zaaksdossier De Bilt.

29 De verklaring van [B] bij de rechter-commissaris van 17 december 2015, pagina 4.

30 FIN/RAPP/000, pagina 391.

31 FIN/RAPP/003, pagina 471.

32 FIN/RAPP/003, pagina 471.

33 FIN/RAPP/003, pagina 484.

34 FIN/RAPP/003, pagina 471.

35 FIN/RAPP/000, pagina 395.

36 FIN/RAPP/000, pagina 396.

37 FIN/RAPP/003, pagina 484.

38 FIN/RAPP/003, pagina 484.

39 FIN/RAPP/003, pagina 484.

40 FIN/RAPP/003, pagina 484.

41 FIN/RAPP/000, pagina 391.

42 FIN/RAPP/004, pagina 487.

43 FIN/RAPP/004, pagina 504.

44 FIN/RAPP/004, pagina 487.

45 FIN/RAPP/000, pagina 395.

46 FIN/RAPP/000, pagina 396.

47 FIN/RAPP/004, pagina 504.

48 FIN/RAPP/004, pagina 504.

49 FIN/RAPP/004, pagina 487.

50 FIN/RAPP/004, pagina 487.

51 FIN/RAPP/000, pagina 391.

52 FIN/RAPP/001, pagina 427.

53 FIN/RAPP/001, pagina 427.

54 FIN/RAPP/001, pagina 427.

55 FIN/RAPP/000, pagina 395.

56 FIN/RAPP/000, pagina 396.

57 FIN/RAPP/001, pagina 429.

58 FIN/RAPP/001, pagina 429.

59 FIN/RAPP/004, pagina 487.

60 FIN/RAPP/004, pagina 487.

61 FIN/RAPP/000, pagina 391.

62 FIN/RAPP/005, pagina 507.

63 FIN/RAPP/005, pagina 532.

64 FIN/RAPP/005, pagina 532.

65 FIN/RAPP/005, pagina 507.

66 FIN/RAPP/000, pagina 395.

67 FIN/RAPP/000, pagina 396.

68 FIN/RAPP/005, pagina 532.

69 FIN/RAPP/005, pagina 532.

70 FIN/RAPP/005, pagina 487.

71 FIN/RAPP/005, pagina 532.