Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:7071

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-12-2016
Datum publicatie
02-01-2017
Zaaknummer
C/16/16/110 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking op grond van artikel 332 lid 4 Fw.

Rechter-commissaris heeft aangeboden akkoord in schuldsanering als aangenomen beschouwd. Er was 1 weigerachtige schuldeiser.

Zie ook C/16/16/110 R 10-1-2017 voorstel tussentijdse beëindiging schuldsanering ECLI:NL:RBMNE:2017:105 en vonnis C/16/16/110 R 10-1-2017 ECLI:NL:RBMNE:2017:102.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

Locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/16/110 R

Beschikking op grond van artikel 332 lid 4 Fw d.d. 27 december 2016

in de zaak van

[schuldenares] ,

geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [woonplaats] ,

schuldenares,

hierna: [schuldenares] .

Tijdens de verificatievergadering heeft de bewindvoerder in bedoelde schuldsaneringsregeling verzocht het akkoord vast te stellen als ware het aangenomen. Bij deze verificatievergadering waren aanwezig [schuldenares] , de bewindvoerder, de heer [schuldeiser] – schuldeiser – (hierna: [schuldeiser] ) en zijn raadsman mr. J.E. Huard.

In het onderhavige geval is er alleen sprake van acht concurrente schuldeisers. Zeven van de ter vergadering, door middel van een gevolmachtigde, verschenen schuldeisers hebben voor het aangeboden akkoord gestemd. [schuldeiser] is de enige die tijdens de raadpleging en stemming tegen het aangeboden akkoord heeft gestemd. Dit betekent dat drievierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd, zodat aan het bepaalde in artikel 332 lid 4 onder a van de Faillissementswet (Fw ) is voldaan.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of [schuldeiser] in redelijkheid tot zijn stemgedrag heeft kunnen komen. De rechter-commissaris overweegt als volgt.

Op basis van het aangeboden akkoord ontvangt [schuldeiser] slechts een gedeelte van zijn vordering en verleent hij voor het overige kwijting. Het akkoord, in het geval dat wordt aangenomen door een bepaalde meerderheid van schuldeisers en daarmee verbindend is voor de minderheid, maakt derhalve inbreuk op het beginsel dat [schuldeiser] volledige voldoening van zijn vordering kan verlangen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het doel van een akkoord is “eene buitengerechtelijke voldoening der schuldeisers met bevrijding des schuldenaars te stellen in de plaats van de gerechtelijke liquidatie met blijvende aansprakelijkheid des schuldenaars voor het tekortkomende”. Het akkoord vormt daarmee een uitzondering op de wettelijk voorgeschreven wijze van vereffening. Het belang van [schuldeiser] bij verwerping van het akkoord is hiermee in beginsel gegeven.

Tegenover het belang van [schuldeiser] staan de belangen van [schuldenares] en de schuldeisers die voor het akkoord hebben gestemd. Bij het laten voortduren van de schuldsaneringsregeling zal er gelet op het bedrag dat [schuldenares] in de resterende reguliere looptijd nog zou kunnen afdragen en de nog te maken kosten voor de bewindvoering minder geld beschikbaar zijn voor de schuldeisers dan bij aanvaarding van het akkoord. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat bij voortduring van de regeling – rekening houdend met het hogere salaris van [schuldenares] – naar verwachting 17,41% van de vorderingen op [schuldenares] kan worden betaald, terwijl het akkoord een betaling van 26,19% inhoudt. Gelet hierop, geldt dat [schuldeiser] in redelijkheid niet tot zijn stemgedrag heeft kunnen komen.

De bezwaren die [schuldeiser] heeft tegen aanname van het akkoord zullen mogelijk door de rechtbank in het kader van een homologatie nader kunnen worden beoordeeld. In de ter vergadering gestelde omstandigheden ziet de rechter-commissaris onvoldoende aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Gelet op artikel 332 lid 4 van de Faillissementswet;

Beschikkende:

- stelt het aangeboden akkoord vast als ware het aangenomen;

- bepaalt dat de homologatie van het akkoord zal worden behandeld op 6 januari 2017 te 10.45 uur.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, rechter-commissaris, op 27 december 2016.