Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6978

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
05-01-2017
Zaaknummer
16/109891-15, 16/092356-15 en 16/659311-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor diefstal in vereniging dmv inklimming, opzetheling, tweemaal (medeplegen van) kraken en voorbereiding van diefstal met geweld dan wel afpersing in vereniging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummers: 16/109891-15, 16/092356-15 en 16/659311-15

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 december 2016

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [1958] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres] , [postcode] te [woon- of verblijfplaats]

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Zeilstra.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 16/109891-15:

1.

hij op of omstreeks 20 mei 2013 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 200 kilogram, althans een hoeveelheid zink, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op een of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 30 december 2014 tot en met 19 januari 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens vanaf een dak heeft weggenomen 157 kilogram, althans een hoeveelheid lood, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 30 december 2014 tot en met 19 januari 2015 te Hilversum, althans in Nederland, 157 kilogram, althans een hoeveelheid lood, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze hoeveelheid lood wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 10 november 2014 tot en met 13 november 2014 te Laren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [straatnaam] ) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid voedingskabels en/of drie boilers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 10 november 2014 tot en met 13 november 2014 te Laren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [straatnaam] ) weg te nemen een (grote) hoeveelheid voedingskabels en/of drie boilers en/of een of meerdere goederen van zijn, verdachte's, gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot het

bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen voedingskabels en/of boilers en/of goederen van zijn, verdachte's, gading onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, verdachte naar voornoemd bedrijfspand is gegaan en/of (vervolgens) het (elektronische) hek heeft open gemaakt en/of door een gat in het hek is geklommen en/of een schuifpui heeft opengebroken en/of (vervolgens) via een luik de woning in is geklommen en/of (vervolgens) een (grote) hoeveelheid kabels heeft losgeknipt

en/of losgetrokken uit de meterkast en/of kabelgoten en/of een lamp heeft vernield en/of buizen van het aircosysteem heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer 16/092356-15:

1.

hij op of omstreeks 20 oktober 2014 te Eemnes tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een stal heeft weggenomen meerdere, in ieder geval een - fiets(en) (merk Gazelle en/of Mercedes Streetbike) en/of

- een radio (merk Sony) en/of

- een servies (merk Edelstein bavaria) en/of

- een kettingzaag en/of

- een waadpak en/of

- een hogedrukreiniger (merk Kärcher),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2014 te Bussum, althans in Nederland, uit winstbejag (een) door misdrijf verkregen kettingzaag voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2014 tot en met 28 november 2014 te Laren in een woning/gebouw, gelegen aan de [adres] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

art 138a lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 21 november 2014 te Bussum opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ephedrine, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 10 lid 3 Opiumwet

5.

hij op of omstreeks 30 november 2014 te Huizen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning/gebouw gelegen aan de [adres] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

art 138a lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 138a lid 3 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer 16/659311-15:

hij op of omstreeks 16 november 2014 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere ander(en), althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld of bedreiging met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing in vereniging (artikel 317 Wetboek van Strafrecht),

opzettelijk

- donkere kleding

- een (vlucht) auto

- een of meerdere donkere (bivak) muts(en)

- een vouwmes (met een lemmet van 8 cm)

- een of meerdere handschoen(en)

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het bij parketnummer 16/109891-15 onder 1 en onder 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie is van mening dat er voor het onder 2 primair en 3 tenlastegelegde geen wettig en overtuigend bewijs is en dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De officier van justitie acht het bij parketnummer 16/092356-15 onder 1, 3 en 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie is van mening dat er voor het onder 4 tenlastegelegde geen wettig en overtuigend bewijs is en dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Uit het NFI rapport blijkt immers dat het geen verboden middel betrof. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is de officier van justitie van mening dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hij kan worden veroordeeld voor de diefstal.

De officier van justitie acht het onder parketnummer 16/659311-15 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van 16/109891-15: 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij eigenaar is van een installatiebedrijf te Loosrecht. Het terrein van het bedrijf was afgesloten middels een hek. Op het terrein, direct naast het hek, lag een stapel met zink. Hij dacht dat het ongeveer 200 kilo was. Op 16 mei 2013 heeft hij de stapel zink nog zien liggen. Op 27 mei 2013 omstreeks 12:00 uur zag hij dat de stapel zink weg was. Op zijn camerabeelden zag hij dat er op 20 mei tussen 22:00 uur en 22:15 uur 2 mensen, zink over het hek heen tilden.2

Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat zij op de beelden van 20 mei 2013 zag dat verdachte 1 over het hoge hek klom. Verdachte 1 had platen zink in zijn handen en gaf deze over het hek aan verdachte 2 die dit aanpakte en toen even uit beeld verdween. Deze handelingen werden een keer of 40 herhaald. Verdachte 1 klom terug over het hek en verdween samen uit beeld met verdachte 2.3

Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard dat zij de afbeeldingen bekeek van een persoon die werd verdacht van het ontvreemden van platen zink. Zij herkende de persoon als verdachte. Zij kent de verdachte van ontmoetingen op straat, eerdere aanhoudingen en zijn zwervende bestaan in het centrum van Hilversum.4

Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde:

Vrijspraak

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte degene is geweest die het lood heeft weggenomen. Hieruit volgt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is en daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 2 primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde:

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

[benadeelde 3] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf 2] . Hij heeft verklaard dat er op 7 januari 2015 boven op het dak van het perceel aan de [adres] te [woonplaats] dakplaten van lood waren weggenomen. Op 14 januari 2015 kwam [bedrijf 4] om het lood te vervangen. Toen zij bovenop het dak kwamen, constateerden zij dat er in de tussentijd meer lood was weggenomen.5

Verbalisant [verbalisant 3] heeft verklaard dat hij op 19 januari 2015 te woord werd gestaan door een medewerker van de [bedrijf 3] BV te [vestigingsplaats] .6 De verbalisant zag dat er op aankoop bon 11961 vermeld stond dat [verdachte] op 17 januari 2015, 86 kilo lood aan het bedrijf had verkocht. Deze partij lood was nog aanwezig.7 Verbalisant heeft de partij lood in beslag genomen. Getuige [getuige 1] herkende het lood op 20 januari 2015 als afkomstig van het gebouw [adres] te [woonplaats] . Hij wist zeker dat deze stukken lood afkomstig waren van het dak van dit gebouw. Hij herkende de stukken aan de afmetingen, de kleurstelling en de teerresten.8

Verdachte heeft verklaard dat hij een hoeveelheid lood heeft verkocht aan de ijzerboer.9

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt dat verdachte bij de politie een onaannemelijk verklaring heeft afgelegd over de wijze waarop hij aan het lood is gekomen. Gelet hierop en gelet op de grote hoeveelheid lood die verdachte heeft aangeboden is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het lood de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door misdrijf verkregen was. Dit temeer omdat het een feit van algemene bekendheid is dat er vaak lood uit/van bedrijfspanden wordt gestolen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het lood heeft geheeld.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

Vrijspraak feit 3

De rechtbank is van oordeel dat het scenario dat verdachte het pand aan de [adres] te [woonplaats] enkel gekraakt heeft, niet valt uit te sluiten. Verdachte heeft immers wel vaker panden gekraakt en er is ook een melding geweest dat verdachte het pand aan de [adres] te [woonplaats] had gekraakt. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde, gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien 16/092356-15:

Ten aanzien van het onder 2 en 4 tenlastegelegde

Vrijspraak feit 2

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte schuldig wordt bevonden aan hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, verdachte niet tevens voor heling kan worden veroordeeld. Het goed betreft immers niet een door misdrijf van een ander verkregen goed. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

Vrijspraak feit 4

De rechtbank is van oordeel dat het onder 4 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu er geen sprake was van een verboden middel in de zin van de Opiumwet. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van het onder 4 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde: 10

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 20 oktober 2014 omstreeks 16:30 uur zijn stal in [woonplaats] ( [adres] ) in goede staat en deugdelijk afgesloten had achtergelaten. Op 21 oktober 2014 omstreeks 12:30 uur zag hij dat de bovenkant van de staldeuren open stonden. De staldeur was van buiten nog steeds afgesloten door middel van een hangslot. De staldeuren waren van binnenuit geopend.11 Hij zag dat het linker luikje van de stal open stond en dat de scharnier kapot getrokken was. Hij zag dat de volgende goederen waren weggenomen:

  • -

    Mercedes Benz streetbike full-suspension;

  • -

    Gazelle Allure herenfiets;

  • -

    kettingzaag;

  • -

    hoge druk spuit;

  • -

    waterpak,

  • -

    div. service stukken.12

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 22 oktober 2014 een kettingzaag, merk Stihl, met serienummer [...] heeft gekocht van een man.13 Hij wist zeker dat de man [verdachte] heette.14

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij de door verbalisant getoonde kettingzaag van het merk Stihl met serienummer [...] herkende als zijn kettingzaag die tussen 20 oktober 2014 16:30 uur en 21 oktober 2014 12.30 uur uit zijn stal was gestolen. Hij toonde verbalisant het aankoopbewijs van de kettingzaag met daarop het serienummer [...] .15 Hij verklaarde dat er nog meer goederen tijdens de inbraak waren weggenomen, onder meer het volgende:

  • -

    ontbijtservice van het merk Edelstein, Agaath, Bavaria 1870;

  • -

    een waadpak;

  • -

    een hoge druk spuit van het merk Larcher;16

- een radio van het merk Sony.17

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben verklaard dat zij op 23 oktober 2014 verdachte hebben aangehouden voor het in bezit hebben van een inbrekerswerktuig. Zij troffen hem aan in een personenauto.18

Verbalisant [verbalisant 6] op 28 oktober 2014 bij een stal aan de [adres] te [woonplaats] een forensisch onderzoek naar sporen verricht. Hij zag dat de staldeur door middel van een beugel-hangslot was afgesloten. Boven het beugel-hangslot zag hij werktuigsporen in de deur. De dader heeft het breekwerktuig tussen de deur en de beugel van het hangslot geplaatst en gewrikt.19 Verbalisant heeft het aangetroffen werktuigspoor veiliggesteld met nummer SIN: [...] .20

Brigadiers [brigadier 1] en [brigadier 2] selecteerden onder meer het volgende voor vergelijkingsonderzoek:

(A)Een breekijzer, merk Skandia,

(1) Een afvorming van werktuigsporen, SIN [...] .21

Zij concludeerden na een vergelijkend werktuigsporenonderzoek dat de afgevormde indruksporen (1) ( [adres] te [woonplaats] ) mogelijk zijn veroorzaakt met breekijzer (A).22 Uit de vakbijlage vergelijkend werktuigsporenonderzoek volgt dat de conclusie ‘mogelijk’ een bevestigende conclusie is.

Bewijsoverweging

De rechtbank merkt op dat zij ervan uit gaat dat het breekijzer van het merk Skandia dat gebruikt is voor het vergelijkend onderzoek hetzelfde breekijzer is dat op 23 oktober 2014 in de auto van verdachte is aangetroffen. Gelet op het feit dat de inbraak op 20 of 21 oktober 2014 is gepleegd, verdachte kort daarna op 22 oktober 2014 de gestolen zaag verkoopt en dat op 23 oktober 2014 een breekijzer in de auto van verdachte wordt aangetroffen waar de braaksporen op de staldeur mogelijk mee zijn veroorzaakt, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de inbraak heeft gepleegd. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze inbraak samen met een ander heeft gepleegd, zodat verdachte van het bestanddeel medeplegen zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde: 23

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf 5] . Zij was op 28 november 2014 bij het pand aan de [adres] te [woonplaats] .24 Het pand staat al sinds enige tijd leeg. Toen zij de voordeur probeerde te openen, bleek de sleutel niet te werken en kreeg ze de voordeur niet open. Zij heeft via de achterzijde de woning betreden. In de woning lagen diverse spullen. Er stonden enkele tassen met daarin papieren, gereedschap en andere spullen. Ook stonden er gereedschapskoffers. In één van de tassen zat een papiertje van de belastingdienst, geadresseerd aan [verdachte] . Ook bevond zich in een gereedschapskoffer een kentekenbewijs voor een personenauto. Achter in het plastic hoesje waar het kentekenbewijs in zat, bevond zich een bekeuring. Deze was uitgeschreven op de naam van [verdachte] . Een van de mensen van de technische staf vertelde haar dat hij op 15 november 2014 een ronde om de woning wilde maken en zag dat er een auto op de oprit van de woning stond geparkeerd. Het zou gaan om een Opel voorzien van kenteken [kenteken] .25

Verbalisant [verbalisant 7] heeft in het relaasproces-verbaal vermeld dat uit zowel het politiesysteem BVH als de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) bleek dat de Opel Corsa voorzien van het kenteken [kenteken] vanaf 22 oktober 2014 tot in ieder geval 3 februari 2015 op naam van verdachte heeft gestaan.26

Getuige [getuige 3] verklaarde dat zij op 28 november 2016 op de [adres] te [woonplaats] was om wat spullen af te geven bij een vriend. Die vriend was binnen in de woning.27 Hij heet ‘ [bijnaam verdachte] ’.28 Verdachte heeft verklaard dat hij (onder andere) [bijnaam verdachte] als bijnaam heeft.29

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde: 30

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Aangever [benadeelde 2] heeft verklaard dat hij eigenaar is van een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . Het is een leegstaande woning die verbouwd gaat worden. Hij zag op 30 november 2014 twee onbekende personen in de woning.31 Hij heeft de twee personen geen toestemming gegeven om de woning te betreden.32

Verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] hebben verklaard dat zij zich op 30 november 2014 in de woning aan de [adres] in [woonplaats] bevonden. Zij zagen dat de woning leeg stond.33 Op de eerste etage van de woning bevonden zich twee personen. Eén hiervan betrof verdachte.34

Ten aanzien van 16/659311-15: 35

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij op 16 september 2014 omstreeks 00.15 uur te Hilversum zag dat er op de parkeerplaats twee donker geklede mannen stonden. Toen er een auto door de straat reed zag hij dat de twee mannen wegdoken achter een auto. Na een tijdje kwamen ze weer omhoog. Ze keken de parkeerplaats af richting de Rabobank. Toen er weer een auto langs reed doken ze weer weg. Na een tijdje liepen ze van de parkeerplaats af en gingen ze de [straatnaam] in.36

Verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] hebben verklaard dat zij op 16 november 2014 omstreeks 00.29 uur in de [straatnaam] te Hilversum twee jongens zagen die in het donker gekleed waren.37 In totaal hebben zij bij beide verdachten de volgende goederen aangetroffen

  • -

    1 x bivakmuts;

  • -

    1 x muts

  • -

    2 x handschoenen

  • -

    1 x mes.38

De verdachten bleken te zijn: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .39

Verbalisant [verbalisant 7] heeft verklaard dat het onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen mes een lemmet had met een lengte van 8 cm en een wapen is in de zin van artikel 2 lid 1, categorie IV onder 7 van de Wet Wapens en Munitie.40

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam verdachte] was.41 [voornaam verdachte] had zijn auto aan het eind van de straat van de pinautomaat geparkeerd. Dat was zo’n 500 meter van de pinautomaat verwijderd.42 [voornaam medeverdachte 2] en hij zijn aan de overkant van de pinautomaat achter een auto gaan staan. Daar hielden zij zich schuil totdat er iemand bij de pinautomaat zou gaan pinnen.43 Als hij en [voornaam medeverdachte 2] dan iemand beroofd hadden konden zij gelijk naar de auto van [voornaam verdachte] rennen en dan kon [voornaam verdachte] direct wegrijden.44 Het plan was dat [voornaam medeverdachte 2] de persoon die zou pinnen zou wegduwen, nadat die de pincode had ingetoetst. Vervolgens zouden ze het geld uit het pinautomaat pakken en naar de auto van [voornaam verdachte] rennen.45 [voornaam medeverdachte 2] had een zakmes, met dit mes zou hij eventueel die persoon bedreigen. Hij droeg een zwarte jas van [voornaam verdachte] omdat die donker was en minder opviel in het donker. Hij had een zwarte muts op en [voornaam medeverdachte 2] had een bivakmuts op, omdat [voornaam medeverdachte 2] niet herkend wilde worden. Zij hadden handschoenen bij zich zodat zij geen vingerafdrukken achter zouden laten. [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam verdachte] zouden de buit verdelen.46

Verdachte heeft verklaard dat hij op 16 november 2016 [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam medeverdachte 2] met zijn auto om de hoek bij de [straatnaam] in Hilversum had afgezet.47

Conclusie

De rechtbank komt op grond van het hiervoor overwogene tot de conclusie dat verdachte het bij parketnummer 16/109891-15 onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde, het bij parketnummer 16/092356-15 onder 1, 3 en 5 tenlastegelegde en het onder parketnummer 16/659311-15 tenlastegelegde heeft begaan.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 16/109891-15:

1.

op 20 mei 2013 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 200 kilogram, althans een hoeveelheid zink, toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

2.

Subsidiair

in de periode van 30 december 2014 tot en met 19 januari 2015 in Nederland, een hoeveelheid lood, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze hoeveelheid lood wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Ten aanzien van parketnummer 16/092356-15:

1.

op of omstreeks 20 oktober 2014 te Eemnes, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een stal heeft weggenomen meerdere fietsen (merk Gazelle en Mercedes Streetbike) en

- een radio (merk Sony) en

- een servies (merk Edelstein bavaria) en

- een kettingzaag en/of

- een waadpak en/of

- een hogedrukreiniger (merk Kärcher),

toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

3.

in de periode van 15 november 2014 tot en met 28 november 2014 te [woonplaats] in een woning, gelegen aan de [adres] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

5.

op 30 november 2014 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, in een woning gelegen aan de [adres] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

Ten aanzien van parketnummer 16/659311-15:

op 16 november 2014 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld of bedreiging met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing in vereniging (artikel 317 Wetboek van Strafrecht),

opzettelijk

- donkere kleding

- een (vlucht) auto

- een of meerdere donkere (bivak) mutsen

- een vouwmes (met een lemmet van 8 cm)

- meerdere handschoenen

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 KWALIFICATIE

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

ten aanzien van 16/109891-15 onder 1:

diefstal door twee of verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

ten aanzien van 16/109891-15 onder 2 subsidiair tenlastegelegde:

opzetheling;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 1

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 3:

kraken;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 5:

medeplegen van kraken;

ten aanzien van 16/659311-15:

voorbereiding van diefstal met geweld, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een schuur en heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een diefstal door middel van inklimming. Met zijn handelen heeft verdachte blijk gegeven van gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer en eigendommen van anderen. Inbraken/diefstallen zijn bovendien bijzonder ergerlijk omdat zij inbreuk maken op het veiligheidsgevoel van de slachtoffers en hen overlast bezorgen. Verdachte heeft ook tweemaal een woning gekraakt. Kraken is een hinderlijk en strafbaar feit, waarbij inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van anderen. Bovendien heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een grote hoeveelheid lood en heeft daarmee bijgedragen aan de instandhouding van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van diefstal met geweld in vereniging, dan wel afpersing in vereniging. Een diefstal met geweld dan wel een afpersing hebben een grote impact op de slachtoffers en slachtoffers kunnen nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid ervaren.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 september 2016 waaruit blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 12 mei 2016. De reclassering heeft geadviseerd om verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een meldplicht, een behandelverplichting en een verplichting om mee te werken aan urinecontroles. Gelet op de onbereikbaarheid van verdachte kan de rechtbank echter niet beoordelen of verdachte bereid is mee te werken aan de bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat het hier gaat om relatief oude feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

9 DE BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 200,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente voor het bij parketnummer 16/109891-15 onder 1 bewezenverklaarde feit.

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen en vraagt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het oordeel van de rechtbank

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bij parketnummer 16/109891-15 onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 200,00 (tweehonderd euro), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering kan dan ook voor dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 DE BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 2400,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente voor het bij parketnummer 16/092356-15 onder 1 bewezenverklaarde feit.

10.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen en vraagt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.2

Het oordeel van de rechtbank

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bij parketnummer 16/092356-15 onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2400,00 (tweeduizendvierhonderd euro), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 24c, 37f, 46, 47, 57, 63, 136a, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

De rechtbank:

Vrijspraak
- Verklaart het bij parketnummer 16/109891-15 onder 2 primair, 3 primair en subsidiair en het bij parketnummer 16/092356-15 onder 2 en 4 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring
- Verklaart bewezen dat verdachte het bij parketnummer 16/109891-15 onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde, het bij parketnummer 16/092356-15 onder 1, 3 en 5 tenlastegelegde en het onder parketnummer 16/659311-15 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het feit
- Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van 16/109891-15 onder 1:

diefstal door twee of verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

ten aanzien van 16/109891-15 onder 2 subsidiair tenlastegelegde:

opzetheling;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 1

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 3:

kraken;

ten aanzien van 16/092356-15 onder 5:

medeplegen van kraken;

ten aanzien van 16/659311-15:

voorbereiding van diefstal met geweld, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.


- Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte
- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Straf
- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.
- Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij ( [slachtoffer 1] )
- Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot € 200,00 (zegge tweehonderd euro), bestaande uit materiële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.
- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.
- Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 200,00 (zegge tweehonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 4 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
- Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij ( [slachtoffer 2] )
- Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot € 2400,00 (zegge tweeduizendvierhonderd euro), bestaande uit materiële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd.
- Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2400,00 (zegge tweeduizend vierhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 34 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
- Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter, mrs. M.J.A.L. Beljaars en P.K. van Riemsdijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. van der Vegte, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2016.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2015191623, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 110) bevinden. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 52.

3 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 57.

4 Proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar pagina 68 – 70.

5 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 74.

6 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 79.

7 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 80.

8 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 81.

9 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, doorgenummerde pagina 45.

10 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2014299917, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 200 tot en met 253) bevinden. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

11 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 217.

12 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 217.

13 Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 212.

14 Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 213.

15 Proces-verbaal verhoor aangever, doornummerde pagina 219 en pagina 225 (aankoopbewijs).

16 Proces-verbaal verhoor aangever, doornummerde pagina 220.

17 Bijlage bij proces-verbaal verhoor aangever, doornummerde pagina 224.

18 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 238.

19 PV Sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 239.

20 PV Sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 240.

21 Proces-verbaal, doorgenummerde pagina 242.

22 Proces-verbaal, doorgenummerde pagina 245.

23 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900- 2014348291, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 301 tot en met 339). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

24 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 303.

25 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 304.

26 Proces-verbaal Relaas nr, PL0900-2015013462, pagina 7.

27 Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 317.

28 Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 318.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 117.

30 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2014344692, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 101 tot en met 133) bevinden. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

31 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 103.

32 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 104.

33 Proces-verbaal aanhouding, doorgenummerde pagina 107.

34 Proces-verbaal aanhouding, doorgenummerde pagina 108.

35 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900-2014328094, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 82). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

36 Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 63.

37 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 72.

38 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 73.

39 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 74.

40 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 76.

41 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 30.

42 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 31.

43 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 31.

44 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 30 - 31.

45 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 31

46 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 32.

47 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 60.