Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6956

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
5283483 UC EXPL 16-11371
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Plaatsing zonder toestemming maker van auteursrechtelijk beschermd kerklied in kerkblad en op website is inbreuk op auteursrecht. Dat lied is ontleend aan databank van 'Liedboek Online' maakt dit niet anders. Kerkgemeente veroordeeld tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5283483 UC EXPL 16-11371 ID/963

Vonnis van 28 december 2016

inzake

[eiser] , tevens h.o.d.n. [eiser] en [bedrijfsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. D.J. van den Bosch,

tegen:

het rechtspersoonlijkheid bezittend kerkgenootschap Protestantse Gemeente Bilthoven,

gevestigd te Bilthoven,

verder ook te noemen PGB,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door de heer Th. van Woerden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 september 2016,

  • -

    de akte houdende producties tevens vermeerdering van eis van [eiser] ,

  • -

    de comparitie van 24 november 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is pianist, componist, kerkmusicus en tekstschrijver. Hij drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak onder de handelsnamen [eiser] en [bedrijfsnaam] .

2.2.

PGB is een kerkgenootschap, dat (een zelfstandig) onderdeel is van het kerkgenootschap Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

2.3.

[eiser] is auteursrechthebbende op een door hem gecomponeerd en geschreven lied met de titel: “Wij trekken maar verder” (hierna: het werk).

2.4.

In 2013 heeft [eiser] Liedboek toestemming gegeven tot het opnemen en publiceren van het werk in alle (huidige en toekomstige, papieren en digitale) uitgaven van “Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk.” (hierna: het liedboek), tegen betaling van een licentievergoeding.

2.5.

PGB heeft een abonnement op Liedboek Online van BV Liedboek, waarmee zij toegang heeft tot een database waarin alle circa 1000 liederen uit het liedboek zijn opgenomen.

2.6.

PGB heeft het werk zonder toestemming van [eiser] en zonder vermelding van zijn naam als maker geplaatst in haar kerkblad van 29 oktober 2015 (hierna: het kerkblad). Het kerkblad is verschenen in een gedrukte oplage van 450 exemplaren en in digitale vorm (pdf-bestand) op de website van PGB, www.pknbilthoven.nl, (hierna: de website).

2.7.

Bij brief van 7 december 2015 heeft Freeze-Media namens [eiser] PGB onder meer gesommeerd het kerkblad, in papieren en in digitale vorm, uiterlijk vóór 10 december 2015 te verwijderen en verwijderd te houden en uiterlijk op 14 december 2015 € 898,50 aan schadevergoeding te betalen wegens schending van het auteursrecht van [eiser] . Het kerkblad is binnen de gestelde termijn van de website verwijderd. Ook de nog onder PGB berustende schriftelijke exemplaren heeft zij toen verwijderd. Betaling van schadevergoeding is uitgebleven.

2.8.

Bij brief van 4 april 2016 heeft mr. Van den Bosch namens [eiser] PGB gesommeerd tot betaling van € 2.293,00 aan schadevergoeding wegens schending van de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] . PGB is niet tot enige betaling overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I voor recht verklaart dat PGB inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten door het in de dagvaarding genoemde werk in de gedrukte en digitale (online) versie van het Kerkblad van 29 oktober 2015 op te nemen,

II PGB beveelt om met onmiddellijke ingang iedere inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] ten aanzien van het werk te staken en gestaakt te houden,

III PGB veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 200,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan, zulks ter keuze van [eiser] , voor iedere overtreding van PGB van het hiervoor onder II gevorderde, althans een door de kantonrechter te bepalen dwangsom,

IV PGB veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van

€ 1.777,00, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] ,

V PGB veroordeelt in de redelijke en evenredige proceskosten en andere kosten, die [eiser] heeft gemaakt, waaronder in ieder geval begrepen de volledige advocaatkosten en de verschotten, althans in de kosten van het geding op grond van artikel 1019h Rv, die terzake de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] worden begroot op een bedrag van € 8.592,53, dan wel in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 322,53 en de proceskosten,

VI PGB veroordeelt in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv ten bedrage van

€ 100,00.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen - kort gezegd - het volgende ten grondslag. [eiser] stelt dat PGB inbreuk heeft gemaakt op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten door het werk zonder zijn toestemming en zonder naamsvermelding in haar kerkblad te publiceren en aldus gehouden is tot vergoeding van de schade die [eiser] als gevolg van de inbreuk heeft geleden. Nu PGB deze inbreuk niet erkent en geen schadevergoeding aan [eiser] voldoet, vordert [eiser] een verklaring voor recht dat PGB inbreuk heeft gemaakt op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten en veroordeling van PGB om iedere inbreuk daarop te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom. [eiser] vordert verder onder verwijzing naar de door hem gehanteerde licentievoorwaarden een bedrag van € 431,00 aan gederfde inkomsten, zijnde de vergoeding die hij zou hebben gevraagd voor het gebruik van het werk in de 450 gedrukte exemplaren van het kerkblad ad € 81,00 (450 x € 0,18) en voor het gebruik van het werk in de digitale versie van het kerkblad ad € 350,00. [eiser] maakt daarnaast aanspraak op schadevergoeding vanwege de inbreuk op zijn auteursrecht en het ontbreken van de naamsvermelding ter grootte van tweemaal het verschuldigde licentietarief, zijnde € 862,00. [eiser] vordert tevens vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken om zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten te handhaven en zijn schade vergoed te krijgen ad € 484,00. [eiser] vordert ten slotte veroordeling van PGB in de volledige proceskosten en andere kosten ex artikel 1019h Rv ad € 8.592,53, dan wel in de proceskosten en in de buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 lid 2 sub c BW ad € 322,53, en in de nakosten ex artikel 237 lid 4 Rv ad € 100,00.

3.3.

PGB voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.4.

PGB betwist de gestelde inbreuk alsmede de verschuldigdheid en de omvang van de gevorderde schadevergoeding. PGB voert aan dat zij met haar abonnement op Liedboek Online een gebruiksrecht heeft verkregen op grond waarvan zij gerechtigd is om alle liederen uit het liedboek binnen haar gemeente te verspreiden en op haar website en in haar kerkblad te gebruiken. In het liedboek staat bij de verantwoording ook geen naam of rechthebbende bij het werk vermeld. Gelet daarop ging PGB er vanuit dat het werk door haar vrij te gebruiken was. PGB stelt dat zij uitsluitend gebruik maakt van haar website en kerkblad om de leden van haar gemeente te informeren. Dit gebruik dient geen commercieel doel. De informatie op de website is bedoeld en daarmee ook alleen relevant voor haar leden, zodat er geen gevaar bestaat dat die informatie door derden zal worden gebruikt of gekopieerd. PGB acht het gevorderde bedrag aan schadevergoeding onredelijk hoog, temeer nu de omvang van het gebruik zeer beperkt was en het ging om niet-commercieel gebruik. PGB stelt dat de door [eiser] gehanteerde tarieven onredelijk zijn, omdat de economische waarde van liederen uit het liedboek nagenoeg nihil is te achten, en dat zij niet bereid zou zijn geweest om die tarieven te betalen. PGB betwist dat er grond is voor additionele verhoging van de schadevergoeding op basis van de licentievergoeding. Zij voert daartoe aan dat naamsvermelding voor liederen uit het liedboek zeer ongebruikelijk is en dat het gevorderde bedrag niet in verhouding is. PGB stelt voorts dat niet is onderbouwd dat de opgevoerde kosten van Freeze Media daadwerkelijk zijn voldaan en dat deze voor vergoeding in aanmerking komen. PGB betwist ten slotte de verschuldigdheid en de omvang van de opgevoerde advocaatkosten, onder meer omdat deze volgens haar onredelijk hoog zijn en nodeloos zijn gemaakt.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of PGB jegens [eiser] schadeplichtig is op grond van een aan PGB toe te rekenen inbreuk op een auteursrecht van [eiser] .

4.2.

Dat [eiser] het auteursrecht heeft op het werk staat niet ter discussie. Op grond van artikel 1 Auteurswet heeft [eiser] als auteursrechthebbende het uitsluitend recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van [eiser] , tenzij zij zich op een beperking van de Auteurswet kunnen beroepen, maar dat laatste is in dit geval niet gesteld of gebleken. Voorts komt [eiser] als auteursrechthebbende op grond van artikel 25 lid 1 sub a Auteurswet in beginsel het recht toe op vermelding van zijn naam als maker bij het werk.

inbreuk

4.3.

Tussen partijen staat vast dat PGB het werk zonder toestemming van [eiser] en zonder vermelding van zijn naam als maker in het kerkblad heeft geplaatst, dat zowel in papieren als in digitale vorm is verschenen, en daarmee openbaar is gemaakt. Dit levert in beginsel een schending op van de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] . Dat het werk in het liedboek en de online databank van Liedboek Online is opgenomen, doet aan deze inbreuk niets af. Uit de door [eiser] overgelegde correspondentie van de heer [A] , directeur van BV Liedboek, (producties 15 en 19) blijkt dat [eiser] alleen toestemming heeft gegeven aan BV Liedboek voor opname van het werk in de online database van Liedboek Online ter ontsluiting van het werk ten behoeve van raadpleging en presentatie (beameren) en dat [eiser] Liedboek geen toestemming heeft gegeven om een (sub)licentie aan derden te verstrekken tot verdere verveelvoudiging en/of openbaarmaking van het werk door die derden. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat dit kenbaar is via de website van Liedboek Online (zie productie 18), waar staat vermeld:

“Database inhoud uitsluitend te gebruiken binnen eigen wijkgemeente voor beameren en liturgie. Overname op internet, website, kerkbode enz is binnen dit abonnement niet voorzien. Indien wel gewenst, kunt u daartoe het recht aanvragen. Indien men liever de sheets voor projectie of liturgie zelf samenstelt kan dan onder de volgende voorwaarden:

- Vergoeding volgens bovenstaand model

- Geen gebruik bestaand zetwerk (niet scannen, niet kopiëren)

- Niet verhandelbaar en niet verspreidbaar aan derden

- Registratie door aanmelding bij Liedboek Online ”

De kantonrechter volgt PGB niet in haar betoog dat uit de e-mail van mevrouw [B] van de klantenservice van Liedboek Online (productie 23) volgt dat het gebruiksrecht dat PGB met haar abonnement op Liedboek Online heeft verkregen ook de mogelijkheid omvat om alle liederen uit het liedboek binnen haar gemeente te verspreiden en om deze op de website en in het kerkblad te gebruiken. In die e-mail staat vermeld:

“Als u een abonnement op Liedboek.Online afsluit, dan heeft u automatisch de auteursrechten afgekocht van alle liederen uit het nieuwe Liedboek.

Uiteraard zijn hier bepaalde regels aan verbonden zodat er geen misbruik van gemaakt kan worden.

Gebruik en verspreiding van de liederen mag alleen binnen uw gemeente.

U mag de teksten dus wel gebruiken voor uw website en kerkbode, mits dit niet te kopiëren en gebruiken is door derden.

Het plaatsen van teksten op een openbare website is dus niet toegestaan.”

Hieruit is duidelijk op te maken dat het gebruik van een lied uit het liedboek voor een website of kerkbode alleen is toegestaan als het betreffende werk niet is te kopiëren of gebruiken door derden. De informatie op de website en in het kerkblad van PGB is, hoewel gericht op de leden van PGB, voor een ieder toegankelijk en daarmee door derden te gebruiken en te kopiëren. Het door PGB plaatsen van het werk op de website en in het kerkblad valt dus niet onder het toegestane gebruik. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] en daarmee van onrechtmatig handelen van PGB jegens [eiser] op grond waarvan PGB schadeplichtig is. De vermeende onwetendheid van PGB ter zake maakt dit niet anders, nu ook het onbewust schenden van het auteursrecht voor rekening en risico komt van de inbreukmaker en aan diens schadeplichtigheid niet afdoet.

schade

4.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat als gevolg van de geconstateerde inbreuk schade is geleden. [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat hij inkomsten genereert met het componeren en schrijven van liederen en dat hij aan gebruik van zijn werken licentietarieven verbindt, zoals opgenomen in het als productie 12 overgelegde document “Licentietarieven [eiser] per 1 januari 2015” (hierna: de licentievoorwaarden). Dit is door PGB onvoldoende gemotiveerd bestreden, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade.

schadevergoeding

4.5.

De kantonrechter neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat [eiser] ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de gebruikelijke licentievergoeding die PGB verschuldigd zou zijn geweest indien PGB voorafgaand aan de plaatsing in de papieren en digitale versie van het kerkblad toestemming had gevraagd. Partijen twisten over de vraag of het gebruik van het werk in het kerkblad als commercieel gebruik kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat niet het geval. PGB heeft gemotiveerd gesteld dat zij haar website en kerkblad uitsluitend gebruikt om haar leden te informeren en niet uit winstoogmerk. Het kerkblad vormt voor haar een kostenpost en de daarin opgenomen advertenties dienen slechts ter verlaging van die kosten. Dit is door [eiser] niet weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter maakt het feit dat er uit kostenoverwegingen advertenties zijn opgenomen niet dat de overige inhoud van het kerkblad ook een commercieel karakter heeft verkregen. Het werk is in het kerkblad geplaatst bij een impressie van de predikant, die is bedoeld voor de leden van PGB. Dergelijk gebruik heeft een informerend karakter en is niet commercieel van aard. Voorts kan [eiser] in dit verband geen argumenten ontlenen aan de door Buma-Stemra gehanteerde “Speciale voorwaarden”, nu PGB niet aan die voorwaarden is gebonden. De kantonrechter gaat dan ook uit van het in de licentievoorwaarden genoemde tarief van € 0,18 per stuk voor gebruik van het werk in een gedrukt exemplaar van het kerkblad en het daarin genoemde tarief van

€ 35,00 voor niet commercieel gebruik van het werk in de digitale versie van het kerkblad op de website. Uitgaande van die tarieven komt de gederfde licentievergoeding op een bedrag van € 116,00 (450 x € 0,18 + € 35,00).

4.6.

Met betrekking tot de overig gevorderde schadevergoeding overweegt de kantonrechter als volgt.

4.7.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan [eiser] tevens aanspraak maken op schadevergoeding wegens het niet vermelden door PGB van de naam van [eiser] als maker bij het werk. Het ontbreken van naamsvermelding is immers aan te merken als een inbreuk op het persoonlijkheidsrecht van [eiser] en dit vormt een aparte grondslag voor schadevergoeding. De kantonrechter acht het in dit geval redelijk om ter zake een opslag van 25% van de gederfde licentievergoeding te hanteren, zijnde een bedrag van € 29,00 (25% van € 116,00). De kantonrechter ziet geen aanleiding om meer toe te wijzen. Daartoe is redengevend dat het werk in het liedboek is opgenomen en daardoor - gelet op de doelgroep en het aantal verkochte exemplaren van het liedboek - in brede kring bekend kan worden verondersteld, waaronder bij de leden van PGB. De kantonrechter ziet evenmin aanleiding tot verhoging van de verschuldigde licentievergoeding vanwege de inbreuk op het auteursrecht zelf. De daardoor geleden vermogensschade is reeds verdisconteerd in de verschuldigde licentievergoeding en [eiser] heeft niet onderbouwd dat hij daarnaast nog ander nadeel heeft geleden dat voor vergoeding in aanmerking komt.

4.8.

De kantonrechter zal het door [eiser] gevorderde bedrag van € 484,00 als vergoeding voor de door Freeze-Media in zijn opdracht gemaakte onderzoeks- en claimkosten toewijzen. [eiser] heeft voldoende onderbouwd dat deze kosten zijn gemaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter stond het [eiser] ook vrij om Freeze-Media voor deze werkzaamheden in te schakelen en is de omvang van de opgevoerde kosten redelijk te achten.

4.9.

Gelet op het vorenstaande bepaalt de kantonrechter de door PGB te vergoeden schade op een bedrag van € 629,00 (€ 116,00 + € 29,00 + € 484,00). De vordering is in zoverre toewijsbaar.

verklaring voor recht

4.10.

De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen. Uit de veroordeling tot betaling van voornoemde schadeposten volgt al dat PGB inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] . [eiser] heeft niet gesteld dat hij in verband met de auteursrechtinbreuk meer schade heeft geleden of dreigt te lijden dan hij in deze procedure heeft gevorderd. Gelet daarop is niet komen vast te staan dat [eiser] bij de gevorderde verklaring voor recht nog een voldoende rechtens te respecteren belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 BW.

staken inbreuk, dwangsom

4.11.

Het gevorderde gebod tot het staken en gestaakt houden van iedere inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] ten aanzien van het werk op straffe van een dwangsom zal eveneens worden afgewezen. PGB heeft aangevoerd dat zij het kerkblad na de eerste sommatie direct van de website en uit de kerk heeft verwijderd en heeft aangegeven dat zij het werk in de toekomst op geen enkele manier meer zal gaan gebruiken. Dit is door [eiser] niet weersproken en staat daarmee vast. Onder die omstandigheden is er geen grond voor het opleggen van het gevorderde gebod met een dwangsombepaling.

proceskosten

4.12.

[eiser] maakt, onder verwijzing naar de door hem als producties 14 en 25 overgelegde specificaties, aanspraak op betaling van de door hem gemaakte proceskosten van in totaal € 8.893,28, zijnde € 8.592,53 inclusief btw aan (deels geschatte) advocaatkosten, € 77,75 aan explootkosten en € 223,00 aan griffierecht. Nu deze procedure de handhaving van auteursrechten tot inzet heeft, is artikel 1019h Rv van toepassing. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De kantonrechter gaat voorbij aan het betoog van PGB dat de gevorderde kosten nodeloos zijn gemaakt. Het stond [eiser] vrij om een gemachtigde in te schakelen. PGB heeft naar aanleiding van de sommaties geen enkele schadevergoeding aan [eiser] betaald, zodat [eiser] in redelijkheid tot dagvaarden heeft kunnen overgaan met alle kosten van dien. De opgevoerde kosten zijn ook in lijn met het binnen de rechtspraak vastgestelde indicatietarief voor een IE-(bodem)zaak als de onderhavige en daarmee niet onredelijk hoog. De kantonrechter houdt echter wel rekening met het gegeven dat een groot deel van de (schade)vorderingen wordt afgewezen. Tot de redelijke en evenredige kosten van de procedure behoort namelijk niet dat deel van de gemaakte advocaatkosten, dat moet worden toegerekend aan het afgewezen deel van de vorderingen. De door [eiser] ingediende specificaties zijn door PGB op zichzelf niet weersproken, zodat daarvan kan worden uitgegaan. De kantonrechter zal van de opgevoerde advocaatkosten naar rato een bedrag van afgerond € 2.400,00 inclusief btw toewijzen en het overig gevorderde op dit punt afwijzen. PGB zal aldus als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 2.700,75, zijnde € 2.400,00 inclusief btw aan advocaatkosten, € 77,75 aan explootkosten en € 223,00 aan griffierecht.

4.13.

De nakosten, waarvan [eiser] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt PGB om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 629,00,

5.2.

veroordeelt PGB tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.700,75,

5.3.

veroordeelt PGB, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde,

5.4.

verklaart dit tot zover vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 december 2016.