Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6819

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-12-2016
Datum publicatie
03-01-2017
Zaaknummer
5383853 16-7594
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wahv, mulder, milieuzone, bebording, vooraankondigingsborden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 5383853 UM VERZ 16-7594

CJIB-nummer: 194756505

beslissing van de kantonrechter van 12 december 2016

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.

De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.

Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 28 november 2016 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en heden uitspraak gedaan.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 90,00. Het gaat om een gedraging, verricht op 24 december 2015 om 17:49 uur te Utrecht ( Nachtegaalstraat [nummer] ) met de personenauto, kenteken [kenteken] : rijden in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990.

Betrokkene voert – kort weergegeven – de volgende gronden aan. Er is ter plaatse op de Nachtegaalstraat geen bord C6 waargenomen. Het bord milieuzone en het door de gemeente Utrecht gebruikte onderbord is niet omschreven in de bijlage 1 van het RVV. Het desbetreffende voertuig voldoet aan de gestelde normen en mag gebruik maken van het openbare wegennet. De desbetreffende motor zit ook in modellen van na 1 januari 2001 en die mogen wel zonder problemen milieuzone in. Er is geen sprake van milieuvoordeel. Verder is het, met name tijdens de spits, onmogelijk om nog van route te kunnen veranderen. De (vooraankondigings-) borden waren niet duidelijk genoeg, aldus betrokkene.

De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel:

In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de aanvulling daarop van de officier van justitie ter zitting.

De officier heeft in deze aanvulling te kennen gegeven dat de milieuzone van de gemeente Utrecht wordt aangeduid door de borden C22a en C6 met onderbord met daarop de tekst ‘geldt voor dieselauto’s van voor 1-1-2001. Op iedere toegangsweg van de milieuzone wordt de grens aangegeven door een dergelijk C22a en C6 bord met onderbord. Iedere bestuurder die de milieuzone inrijdt zal langs een C22a en C6 bord komen. Gelet op de plek waar de gedraging is geconstateerd is betrokkene volgens de officier van justitie de borden op de hoek met de Maliebaan en de Nachtegaalstraat gepasseerd. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet aannemelijk geworden dat de desbetreffende borden niet waren aangebracht dan wel dat die onvoldoende duidelijk waren. Dat betrokkene die borden heeft gemist, dient voor zijn rekening en risico te blijven.

Verder heeft de officier van justitie erop gewezen dat op de toegangswegen van de gemeente Utrecht vanaf 4 december 2015 aankondigingsborden zijn geplaatst. De borden geven aan dat de bestuurder een milieuzone nadert. De aankondigingsborden staan vóór de zonegrens, zodat bestuurders nog tijdig een alternatieve route kunnen kiezen. Naar het oordeel van de kantonrechter, bezien in het licht wat betrokkene daarover heeft aangevoerd, is aannemelijk geworden dat betrokkene na die vooraankondigingsborden C6 en voordat de gedraging is vastgesteld op de Nachtegaalstraat voldoende gelegenheid heeft gehad om nog van route te wijzigen en buiten de milieuzone te blijven.

Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Over de beroepsgrond dat het onderbord niet is omschreven in bijlage 1 van het RVV, overweegt de kantonrechter als volgt. Het staat niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften - daaronder te begrijpen: overeenkomstig een geldig verkeersbesluit - en terecht is geplaatst. Dat is slechts anders in het geval de situatie klaarblijkelijk zo afwijkend is van die waarop het verkeersteken betrekking heeft dat bij gevolg geven aan dat teken de veiligheid op de weg in gevaar zou worden gebracht (vgl. HR 4 december 1984, VR 1985, 39 en Hof Leeuwarden 14 oktober 2003, WAHV 03/00637, www.rechtspraak.nl, LJN AO0697). Niet gesteld noch gebleken is dat daarvan in het onderhavige geval sprake is. Betrokkene had zich aan de geplaatste borden moeten houden.

Voor zover de beroepsgronden van betrokkene de rechtmatigheid van het instellen van milieuzone raken (zoals het type dieselmotor en het betwiste milieuvoordeel), overweegt de kantonrechter het volgende. Bij besluit 4 november 2014, gewijzigd op 11 november 2014 (verder: het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (verder: het college) verkeersmaatregelen vastgesteld, inhoudende het plaatsen van waarschuwingsborden vanaf 1 januari 2015 en het plaatsen van verkeersborden C6 vanaf 1 mei 2015, ter vaststelling van een milieuzone voor een groot aantal, in het verkeersbesluit genoemde straten in de gemeente Utrecht. In bezwaar heeft het college dit verkeersbesluit gehandhaafd. Een aantal betrokkenen heeft tegen dit verkeersbesluit beroep in gesteld bij de rechtbank Midden-Nederland. Dit beroep is bij uitspraak van 22 januari 2016 (www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBMNE:2016:339) ongegrond verklaard. In deze uitspraak is de bestuursrechter ingegaan op de diverse inhoudelijke beroepsgronden over de effecten van het instellen van de milieuzone en heeft geconcludeerd dat al deze gronden niet slagen. De kantonrechter sluit zich bij deze uitspraak aan en maakt deze overwegingen tot de zijne.

Verder zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde sanctie.

In wat betrokkene verder nog heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat de bestreden beslissing van de officier van justitie onrechtmatig is.

Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. drs. M.P. Glerum, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

G.Z. Bont mr. drs. M.P. Glerum

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal: