Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6758

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
16-12-2016
Zaaknummer
16-659706-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt acht mannen tot een werkstraf van 120 uur voor openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden. Zeven andere verdachten worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voor samenscholing en hebben daarmee bijgedragen aan de grimmige sfeer. De drie overgebleven verdachten zijn vrijgesproken van openlijk geweld en bedreiging.

Relsituatie

Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan die veel angst heeft opgeroepen bij de vluchtelingen, beveiligers en vrijwilligers. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid. In totaal werden er 18 mannen verdacht van openlijke geweldpleging en bedreiging.

Openlijk geweld en bedreiging

Als er vanuit een groep geweld is gepleegd, betekent dit op zichzelf niet dat iedereen die tot die groep behoort ook strafrechtelijk kan worden veroordeeld voor openlijk geweld. De rechtbank concludeert dat van acht verdachten vastgesteld kan worden dat zij een wezenlijke bijdrage aan het geweld hebben geleverd. Deze acht verdachten worden dan ook veroordeeld voor bedreiging en krijgen een werkstraf opgelegd van 120 uur.

Samenscholing

Voor tien verdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij openlijk geweld hebben gepleegd, of gedreigd hebben met openlijk geweld. De rechtbank oordeelt dat zeven van deze tien verdachten wel hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer en veroordeelt deze verdachten wegens samenscholing tot een werkstraf van 40 uur.

Schadevergoeding

De acht mannen die veroordeeld zijn voor openlijk geweld en bedreiging moeten samen een schadevergoeding betalen van €2.578,00 aan een beveiliger. Vlakbij de man ontplofte zwaar vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16-659706-15 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. De verdachte is op deze terechtzitting niet in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J. Visscher (gemachtigd), advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair:

op 9 oktober 2015 openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd;

Feit 1 subsidiair:

op 9 oktober de APV van de gemeente Woerden heeft overtreden;

Feit 2:

al dan niet samen met anderen op 9 oktober 2015 beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd;

Feit 3:

op 9 oktober 2015 niet voldaan heeft aan zijn identificatieplicht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde gevorderd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte niet een significante bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde geweldpleging en bedreiging en meent dat verdachte daarom van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is verder geen sprake van medeplegen.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde bepleit dat verdachte zijn identiteitsbewijs bij zich had en zich dus kon identificeren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De vrijspraken

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd en zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De verdachte zal worden veroordeeld voor feit 1 subsidiair, en zal worden vrijgesproken voor de onder feit 2 tenlastegelegde bedreiging.

Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

In de dagvaarding is omschreven op welke wijze de bedreigingen hebben plaatsgevonden. Er zou sprake zijn geweest van dreigende gedragingen van de verdachte en/of zijn mededaders en van verbale uitingen. Het verwijt is dat deze gedragingen een strafbare bedreiging opleveren met openlijk geweld tegen personen en/of goederen.

De gedragingen omvatten het omgooien van dranghekken, het gooien van vuurwerk en/of het gooien van eieren en/of flessen in de richting van de beveiligingsmedewerkers.

De verbale uitingen omvatten het roepen en joelen naar de vluchtelingen in de sporthal, waarbij onder meer teksten als “oprotten” en/of “niet welkom” zijn geuit. Uit het dossier blijkt echter onvoldoende concreet of de genoemde teksten als “oprotten” en/of “niet welkom” daadwerkelijk letterlijk zijn geuit en vervolgens of de vluchtelingen deze uitingen hebben gehoord.

Het omgooien van dranghekken en het gooien van vuurwerk en andere voorwerpen hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer ter plaatse, en maakten ook onderdeel uit van de feitelijke gedragingen die gepaard konden gaan met de overtreding van de APV van Woerden, waarvoor verdachte wordt veroordeeld. Ondanks het feit dat de verdachte hiervoor wordt veroordeeld staat echter onvoldoende vast of hij met anderen, door middel van een bewuste en nauwe samenwerking, ook de gedragingen heeft gepleegd, die als bedreiging met openlijk geweld kunnen worden beschouwd.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op de fouilleringslijsten van verdachten wordt genoteerd wat een verdachte ten tijde van zijn insluiting op het arrestantencomplex in Houten bij zich heeft. Verdachte had een identiteitsbewijs in zijn fouillering. Hij was dus in staat om zich bij zijn aanhouding te identificeren. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

4.3.2

De bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde

[A] was op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur werkzaam als beveiliger bij de [naam locatie] , gelegen aan de [adres] te Woerden. In de sporthal verbleven tijdelijk vluchtelingen. Hij zat samen met zijn collega [B] (de rechtbank begrijpt: [B] ) in zijn voertuig. Hij zag dat een groep mensen de parkeerplaats op kwam lopen. Het waren 20 tot 25 personen. De personen waren in het donker gekleed en hadden hun gezicht beschermd met hoodies. Hij kon van niemand het gezicht zien. De voorste persoon moedigde de groep aan. Vervolgens gooide een aantal personen uit deze groep eieren in de richting van zijn voertuig. Hij zag dat uit de groep met vuurwerk werd gegooid. Hij hoorde een knal op het dak van zijn voertuig. Hij zag dat de groep langs de sporthal in de richting van de ingang liepen. Hij zag dat het hek dat daar stond ter afscherming opzij werd gegooid.2

[B] heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur als beveiliger werkzaam was bij [naam locatie] , gelegen aan de [adres] te Woerden. Ze was hier werkzaam voor de beveiliging van de daar opgevangen vluchtelingen. Zij was samen met collega [A] en zaten in zijn voertuig die geparkeerd stond op de parkeerplaats tegenover de fietsenstalling voor de sporthal. Zij hoorden dat er dranghekken omgegooid werden. Vervolgens zagen zij dat er een groep van ongeveer 20 personen aan kwam lopen. Zij gooiden de dranghekken om die je als eerste aan de linkerkant tegenkomt na het passeren van het bruggetje over de sloot vanaf de [adres] . Ze zag dat ze donkere kleding droegen. Ze zag ook dat ze capuchons en sjaaltjes voor hun mond droegen. Zij hebben de hekken rechts van hun omgegooid. De groep benaderde hen vanaf de passagierskant waar zij zat. Ze zag en hoorde dat zij eieren en vuurwerk naar hen toe gooiden. Ze hoorde ongeveer drie à vier hele harde knallen. Ze zag dat de eieren tegen de voorruit kwamen.3 Ze zag dat de groep eieren en vuurwerk bleef gooien op de auto waarin ze zaten. Ze waren luidruchtig. Ze zag dat er drie mannen vooruit liepen in de richting van de ingang van de sporthal. Ze hoorde sirenes van de politie en zag dat de groep aanvallers verdwenen was. Op de parkeerplaats zag ze een stuk vuurwerk op de grond liggen waarop de tekst “Cobra 6” stond.4

Op 10 oktober 2015 omstreeks 00.25 uur is forensisch onderzoek verricht naar sporen op de openbare weg te [adres] 3 in Woerden.5

Aan de voorzijde van het perceel, nabij de parkeerplaats, werd een vlinderbom, type Cobra 6, merk Elio di Blasio, aangetroffen. Een tweede vlinderbom, eveneens type Cobra 6, merk Elio di Blasio, werd aangetroffen ter hoogte van de ingang in het vaste hekwerk rondom het plein aan de voorzijde.

Op het pad rechts naast de sporthal werd een deel van een rookkaars van het merk Jorge, type Smoke Fountain White, aangetroffen.

Langs een groenstrook, rechts van de inrit, lag een doos eieren. Dit betrof een voordeelpak van 20 eieren. Er ontbraken drie eieren uit dit pak.6

Het vuurwerk dat afkomstig is uit het onderzoek in de gemeente Woerden naar aanleiding van de onregelmatigheden bij het gebouw waarin tijdelijk vluchtelingen waren ondergebracht, is bij Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk niet aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Het onderzochte vuurwerk voldeed aan de omschrijving van professioneel vuurwerk.7

Het onderzochte vuurwerk betreft bangers (knalvuurwerk) (bijvoorbeeld vlinders).8 Op de verpakking staat Cobra 6.9

Verdachte kwam op een feest in De Meern. Daar werd geopperd dat er een demonstratie zou zijn in Woerden. Daar zijn ze naartoe gegaan. Verdachte hoorde dat het bij zijn oude school was en is daar heen gereden. Hij heeft zijn auto geparkeerd en ze zijn daar heen gelopen. Toen ze daar aan kwamen stond er al een hele groep jongens. Zij waren met vuurwerk bezig. Verdachte wist dat ze wat eieren zouden gaan gooien en schreeuwen en zo.10 Verdachte liep met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de school. Ze werden aangesproken door een jongen die vroeg of ze eieren wilden hebben. Ze liepen verder en zagen een hele groep jongens staan bij het bruggetje. Toen ze in de buurt kwamen zagen ze dat die hele groep het terrein op rende. Ze hoorden al vrij snel knallen.

Verdachte is niet omgedraaid toen hij die eieren zag. Ze stonden bij het bruggetje bij die andere groep jongens. Verdachte hoorde dat die jongens iets zeiden over dat ze iets gingen gooien en toen gingen ze het terrein op.11

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] bij een kroegje in Montfoort is geweest. Het zou kunnen dat het café [café] was.12

De politie heeft [medeverdachte 3] een foto van verdachte laten zien waarop [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij hem in café [café] heeft gezien.13

4.3.3

De bewijsoverwegingen

Van een samenscholing als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Woerden 2011 is sprake als personen groepsgewijs bij elkaar komen en die personen een dreigende houding aannemen of kwade bedoelingen hebben.

Om tot een veroordeling ter zake van samenscholing te kunnen komen is nodig dat kan worden vastgesteld dat verdachte aanwezig is geweest in de groep die op 9 oktober 2015 een dreigende situatie veroorzaakte en daarbij met het doel om te rellen dan wel “los te gaan” zich nabij de Snellerpoort verzamelde. Voor bewezenverklaring moet verdachte hebben geweten van de kwade bedoelingen van de groep en moet hij zich als lid van deze groep hebben gemanifesteerd.

Verdachte heeft zich bevonden in de groep die zich op 9 oktober 2015 enkele minuten na 22:30 uur heeft verplaatst richting de ingang van het terrein waarop de vluchtelingenopvang zich bevindt. Hij wist dat de groep niet van plan was vreedzaam te demonstreren. Dit blijkt uit het volgende.

Verdachte is vooraf in café [café] in Montfoort geweest waar de groep zich heeft verzameld. Toen verdachte in Woerden kwam, was er al een groep jongens bezig met vuurwerk. Verdachte wist van tevoren dat ze met eieren zouden gaan gooien en zouden gaan schreeuwen. Nadat hem eieren werden aangeboden, is verdachte doorgelopen in de richting van de sporthal.

4.3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.2 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. subsidiair

op 9 oktober 2015 te Woerden met anderen, heeft deelgenomen aan een samenscholing, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, welke personen:

- verzamelden nabij [naam locatie] en

- met capuchons en donkere kleding op hun hoofd in de richting van [naam locatie] liepen en

- dranghekken hebben omgegooid en

- (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren in de richting van beveiligingsmedewerkers hebben gegooid,

- geroepen en/of gejoeld, waardoor een dreigende situatie ontstond;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1 subsidiair

Overtreding van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder feit 1 primair en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede een werkstraf van 180 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen, met aftrek van voorarrest.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij genaamd [A] ter grootte van € 3.170,72 volledig toe te wijzen, inclusief wettelijke rente berekend vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag der algehele vergoeding, waarbij verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor het te betalen bedrag. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij een eventuele strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte geen deel heeft genomen aan een whatsapp groep waarin werd opgeroepen om tot ongeregeldheden over te gaan.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een samenscholing van personen die zich hebben verzameld bij de [naam locatie] te Woerden en die vervolgens in de richting van de sporthal zijn gerend en daarbij dranghekken hebben omgegooid. Vervolgens is vanuit deze groep geroepen en gejoeld en is vuurwerk gegooid evenals eieren. Verdachte heeft hiermee deelgenomen aan een groep die aanleiding gaf tot ongeregeldheden en zelfs openlijk geweld. Verdachte heeft zich hier niet tijdig van gedistantieerd. De omstandigheid dat verdachte niet heeft deelgenomen aan de app-groep “Ons Montfoort Vluchtelingen Vrij” maakt dit – ook wat betreft de strafmaat – niet anders. Door deze samenscholing is een dreigende situatie ontstaan en heeft verdachte bijgedragen aan de grimmige sfeer ter plaatse en de gevoelens van angst en onrust bij de beveiligingsmedewerkers en de vluchtelingen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om bij het bepalen van de strafsoort en strafmaat ten voordele van verdachte rekening te houden met de media-aandacht die deze zaak teweeg heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het algemeen aanvaardbaar dat strafzaken, gelet op hun aard en inhoud, een zekere vorm van media-aandacht met zich mee kunnen brengen. Dat over deze strafzaak door de media is gepubliceerd, is een gevolg van de maatschappelijke en politieke context waarbinnen het feit zich heeft afgespeeld. Niet is gesteld of gebleken dat sprake is van onevenredige media-aandacht ten opzichte van de persoonlijke situatie van deze specifieke verdachte, enkel is er duidelijke mediabelangstelling geweest voor het feitencomplex als zodanig, zodat de rechtbank hiermee geen rekening zal houden bij de strafmaat.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 december 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder strafrechtelijk is veroordeeld maar niet wegens soortgelijke feiten.

De rechtbank acht, alles afwegende, een werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis passend en geboden.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [A] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank is van oordeel dat de schade die de benadeelde partij geleden heeft, het gevolg is van openlijke geweldpleging die op 9 oktober 2015 plaats heeft gevonden. Nu verdachte wordt vrijgesproken van de openlijke geweldpleging, zoals onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd, en - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22 en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2:1 en 6:1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2011.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.3.4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 subsidiair

Overtreding van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 40 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Verklaart [A] niet ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.G. van Ommeren, voorzitter,

mrs. H.A. Gerritse en J.W. Frieling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

primair:

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e) (drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te weten [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk geweld bestond uit

- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of

- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers en/of [naam locatie] (waarin 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of

-het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] ;

subsidiair:

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:

- verzamelden nabij [naam locatie] en/of

- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun hoofd in de richting van [naam locatie] renden/liepen en/of

- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking waardoor een dreigende situatie ontstond;

2.

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, die is opgelegd bij artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht.

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, genummerd 2015306195F, van 24 november 2015, met bijlagen, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1212.

2 Proces-verbaal van aangifte van [A] doorgenummerde pagina 841.

3 Proces-verbaal van aangifte van [B] , doorgenummerde pagina 850.

4 Proces-verbaal van aangifte van [B] , doorgenummerde pagina 851.

5 Proces-verbaal sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 919.

6 Proces-verbaal sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 920.

7 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 945.

8 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 944.

9 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 942.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde pagina 633.

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde pagina 634.

12 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , doorgenummerde pagina 663.

13 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] , doorgenummerde pagina 277.