Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6732

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
16-12-2016
Zaaknummer
16/707711-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt acht mannen tot een werkstraf van 120 uur voor openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden. Zeven andere verdachten worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voor samenscholing en hebben daarmee bijgedragen aan de grimmige sfeer. De drie overgebleven verdachten zijn vrijgesproken van openlijk geweld en bedreiging.

Relsituatie

Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan die veel angst heeft opgeroepen bij de vluchtelingen, beveiligers en vrijwilligers. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid. In totaal werden er 18 mannen verdacht van openlijke geweldpleging en bedreiging.

Openlijk geweld en bedreiging

Als er vanuit een groep geweld is gepleegd, betekent dit op zichzelf niet dat iedereen die tot die groep behoort ook strafrechtelijk kan worden veroordeeld voor openlijk geweld. De rechtbank concludeert dat van acht verdachten vastgesteld kan worden dat zij een wezenlijke bijdrage aan het geweld hebben geleverd. Deze acht verdachten worden dan ook veroordeeld voor bedreiging en krijgen een werkstraf opgelegd van 120 uur.

Samenscholing

Voor tien verdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij openlijk geweld hebben gepleegd, of gedreigd hebben met openlijk geweld. De rechtbank oordeelt dat zeven van deze tien verdachten wel hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer en veroordeelt deze verdachten wegens samenscholing tot een werkstraf van 40 uur.

Schadevergoeding

De acht mannen die veroordeeld zijn voor openlijk geweld en bedreiging moeten samen een schadevergoeding betalen van €2.578,00 aan een beveiliger. Vlakbij de man ontplofte zwaar vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/707711-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 februari 2016.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 en 28 januari 2016. De verdachte is niet verschenen. Ter terechtzitting is als gemachtigd raadsvrouw verschenen mr. C. van Oort, advocaat te Amersfoort.

Tijdens de zitting van 28 januari 2016, waarbij alleen het onderzoek is gesloten, is niemand verschenen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: op 9 oktober 2015 openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd.

Feit 1 subsidiair: op 9 oktober de APV van de gemeente Woerden heeft overtreden.

Feit 2: al dan niet samen met anderen op 9 oktober 2015 beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiertoe heeft de raadsvrouw -onder meer- het volgende aangevoerd:

Uit het dossier volgt niet dat verdachte op 9 oktober 2015 bij het AZC in Woerden is geweest. Hij maakte dus ook geen deel uit van de groep die de geweldshandelingen heeft gepleegd. De telecomrapportage is belangrijk op dit punt. Daaruit volgt namelijk dat de telefoon van verdachte een zendmast heeft aangestraald in Woerden die niet vanaf de locatie van het AZC aangestraald kan worden. Dit is sterk ontlastend.

De enige getuige die ten nadele van verdachte verklaart, getuige [getuige] , is een ongeloofwaardige getuige. Uit de eigen verklaring [getuige] volgt dat hij die dag GHB en cocaïne had gebruikt en amper uit zijn ogen kon kijken en dat zijn geheugen slecht is door de drugs.

Verdachte dient van het aan hem ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier, niet vastgesteld kan worden dat verdachte in de avond van 9 oktober 2015 bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden is geweest op het moment dat een groep personen daar ongeregeldheden veroorzaakte. Om die reden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank spreekt verdachte daarvan vrij.

De vordering van benadeelde partij [A] zal, gelet op de vrijspraak, niet-ontvankelijk worden verklaard.

5 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- Verklaart het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Benadeelde partij

- Verklaart de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Frieling, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

primair:

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te

weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e)

(drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te weten

[A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk

geweld bestond uit

- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of

- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of

dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde

beveiligingsmedewerkers en/of [naam locatie] (waarin 148 vluchtelingen

en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of

- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen

in de [naam locatie] ;

subsidiair:

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een

ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft

opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot

ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van

ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:

- verzamelden nabij [naam locatie] en/of

- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun

hoofd in de richting van [naam locatie] renden/liepen en/of

- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in

de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben

gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie]

geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of

"niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking

waardoor een dreigende situatie ontstond;

Art. 2.1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers

en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd

met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in

de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie]

geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of

"niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht