Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6729

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
16-12-2016
Zaaknummer
16/707713-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt acht mannen tot een werkstraf van 120 uur voor openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden. Zeven andere verdachten worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voor samenscholing en hebben daarmee bijgedragen aan de grimmige sfeer. De drie overgebleven verdachten zijn vrijgesproken van openlijk geweld en bedreiging.

Relsituatie

Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan die veel angst heeft opgeroepen bij de vluchtelingen, beveiligers en vrijwilligers. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid. In totaal werden er 18 mannen verdacht van openlijke geweldpleging en bedreiging.

Openlijk geweld en bedreiging

Als er vanuit een groep geweld is gepleegd, betekent dit op zichzelf niet dat iedereen die tot die groep behoort ook strafrechtelijk kan worden veroordeeld voor openlijk geweld. De rechtbank concludeert dat van acht verdachten vastgesteld kan worden dat zij een wezenlijke bijdrage aan het geweld hebben geleverd. Deze acht verdachten worden dan ook veroordeeld voor bedreiging en krijgen een werkstraf opgelegd van 120 uur.

Samenscholing

Voor tien verdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij openlijk geweld hebben gepleegd, of gedreigd hebben met openlijk geweld. De rechtbank oordeelt dat zeven van deze tien verdachten wel hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer en veroordeelt deze verdachten wegens samenscholing tot een werkstraf van 40 uur.

Schadevergoeding

De acht mannen die veroordeeld zijn voor openlijk geweld en bedreiging moeten samen een schadevergoeding betalen van €2.578,00 aan een beveiliger. Vlakbij de man ontplofte zwaar vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/707713-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 februari 2016.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. De verdachte is niet verschenen. Wel is ter terechtzitting als gemachtigd raadsman verschenen mr. E. Kok, advocaat te Rotterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: op 9 oktober 2015 openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd.

Feit 1 subsidiair: op 9 oktober de APV van de gemeente Woerden heeft overtreden.

Feit 2: al dan niet samen met anderen op 9 oktober 2015 beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiertoe heeft de raadsman -onder meer- het volgende aangevoerd:

Verdachte ontkent te hebben samengeschoold of op een andere wijze betrokken te zijn geweest bij de aan hem ten laste gelegde strafbare handelingen. Hij maakte geen deel uit van de Whatsapp-groep en hij was niet bij het AZC toen de politie daar ingreep. Betrokkenheid van verdachte bij de groep en de gepleegde geweldshandelingen kan niet worden vastgesteld op basis van de inhoud van het dossier. Van een rolverdeling of significante bijdrage aan de groep geweldsplegers blijkt niets. Verdachte dient vrij te worden gesproken van het openlijk geweld.

Datzelfde geldt ten aanzien van de ten laste gelegde samenscholing. Voor een bewezenverklaring dient vastgesteld te worden dat verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan de (dreigende) ordeverstoring. Van zo’n bijdrage is pas sprake als men zich als duidelijk lid van een groep met kwade bedoelingen manifesteert. Verdachte heeft zich niet als duidelijk lid van de groep met kwade bedoelingen gemanifesteerd. Verdachte heeft zich niet schuldig gemaakt aan samenscholing.

In het dossier zit geen enkel bewijs waaruit volgt dat verdachte de gedraging zoals opgenomen onder feit 2 heeft begaan. Het medeplegen kan evenmin wettig en overtuigend bewezen worden.

Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De vrijspraak van feit 1 primair en 2

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd en zal verdachte daarom van feit 1 primair vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De verdachte zal worden veroordeeld voor feit 1 subsidiair, en zal worden vrijgesproken voor de onder feit 2 tenlastegelegde bedreiging.

Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

In de dagvaarding is omschreven op welke wijze de bedreigingen hebben plaatsgevonden. Er zou sprake zijn geweest van dreigende gedragingen van de verdachte en/of zijn mededaders en van verbale uitingen. Het verwijt is dat deze gedragingen een strafbare bedreiging opleveren met openlijk geweld tegen personen en/of goederen.

De gedragingen omvatten het omgooien van dranghekken, het gooien van vuurwerk en/of het gooien van eieren en/of flessen in de richting van de beveiligingsmedewerkers.

De verbale uitingen omvatten het roepen en joelen naar de vluchtelingen in de sporthal, waarbij onder meer teksten als “oprotten” en/of “niet welkom” zijn geuit. Uit het dossier blijkt echter onvoldoende concreet of de genoemde teksten als “oprotten” en/of “niet welkom” daadwerkelijk letterlijk zijn geuit en vervolgens of de vluchtelingen deze uitingen hebben gehoord.

Het omgooien van dranghekken en het gooien van vuurwerk en andere voorwerpen hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer ter plaatse, en maakten ook onderdeel uit van de feitelijke gedragingen die gepaard konden gaan met de overtreding van de APV van Woerden, waarvoor verdachte wordt veroordeeld. Ondanks het feit dat de verdachte hiervoor wordt veroordeeld staat echter onvoldoende vast of hij met anderen, door middel van een bewuste en nauwe samenwerking, ook de gedragingen heeft gepleegd, die als bedreiging met openlijk geweld kunnen worden beschouwd.

4.3.2

Het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het aan hem onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

[A] was op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur werkzaam als beveiliger bij de [naam locatie] , gelegen aan de [adres] te Woerden. In de sporthal verbleven tijdelijk vluchtelingen. Hij zat samen met zijn collega [B] (de rechtbank begrijpt: [B] ) in zijn voertuig. Hij zag dat een groep mensen de parkeerplaats op kwam lopen. Het waren 20 tot 25 personen. De personen waren in het donker gekleed en hadden hun gezicht beschermd met hoodies. Hij kon van niemand het gezicht zien. De voorste persoon moedigde de groep aan. Vervolgens gooide een aantal personen uit deze groep eieren in de richting van zijn voertuig. Hij zag dat uit de groep met vuurwerk werd gegooid. Hij hoorde een knal op het dak van zijn voertuig. Hij zag dat de groep langs de sporthal in de richting van de ingang liepen. Hij zag dat het hek dat daar stond ter afscherming opzij werd gegooid.2

[B] heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur als beveiliger werkzaam was bij [naam locatie] , gelegen aan de [adres] te Woerden. Ze was hier werkzaam voor de beveiliging van de daar opgevangen vluchtelingen. Zij was samen met collega [A] en zaten in zijn voertuig die geparkeerd stond op de parkeerplaats tegenover de fietsenstalling voor de sporthal. Zij hoorden dat er dranghekken omgegooid werden. Vervolgens zagen zij dat er een groep van ongeveer 20 personen aan kwam lopen. Zij gooiden de dranghekken om die je als eerste aan de linkerkant tegenkomt na het passeren van het bruggetje over de sloot vanaf de [adres] . Ze zag dat ze donkere kleding droegen. Ze zag ook dat ze capuchons en sjaaltjes voor hun mond droegen.

Zij hebben de hekken rechts van hun omgegooid. De groep benaderde hun vanaf de passagierskant waar zij zat. Ze zag en hoorde dat zij eieren en vuurwerk naar hun toe gooiden. Ze hoorde ongeveer drie à vier hele harde knallen. Ze zag dat de eieren tegen de voorruit kwamen.3 Ze zag dat de groep eieren en vuurwerk bleef gooien op de auto waarin ze zaten. Ze waren luidruchtig. Ze zag dat er drie mannen vooruit liepen in de richting van de ingang van de sporthal. Ze hoorde sirenes van de politie en zag dat de groep aanvallers verdwenen was. Op de parkeerplaats zag ze een stuk vuurwerk op de grond liggen waarop de tekst “Cobra 6” stond.4

Op 10 oktober 2015 omstreeks 00.25 uur is forensisch onderzoek verricht naar sporen op de openbare weg te [adres] in Woerden.5 Aan de voorzijde van het perceel, nabij de parkeerplaats, werd een vlinderbom, type Cobra 6, merk Elio di Blasio, aangetroffen. Een tweede vlinderbom, eveneens type Cobra 6, merk Elio di Blasio, werd aangetroffen ter hoogte van de ingang in het vaste hekwerk rondom het plein aan de voorzijde.

Langs een groenstrook, rechts van de inrit, lag een doos eieren. Dit betrof een voordeelpak van 20 eieren.. Er ontbraken drie eieren uit dit pak.6

Het vuurwerk dat afkomstig is uit het onderzoek in de gemeente Woerden naar aanleiding van de onregelmatigheden bij het gebouw waarin tijdelijk vluchtelingen waren ondergebracht, is bij Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk niet aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Het onderzochte vuurwerk voldeed aan de omschrijving van professioneel vuurwerk.7 Het onderzochte vuurwerk betreft bangers (knalvuurwerk) (bijvoorbeeld vlinders).8 Op de verpakking staat Cobra 6.9

In het proces-verbaal van verhoor van verdachte is het navolgende opgenomen:

Vraag: Heb je er wat mee te maken of niet?

Antwoord: Ja ik ben daar geweest, (…) ik wilde een beetje sensatiezoeken.

Vraag: Met daar bedoel je dat asielzoekerscentrum waar die andere gasten zijn aangehouden?

Antwoord: Ja.

Vraag: We willen je een foto laten zien. Wie zie je hier? (noot rechtbank: het betreft een foto waarop twee personen in een auto zitten)

Antwoord: Ik ben links. Ik zeg niet wie rechts is. Ik ga geen namen noemen.10

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de andere persoon is op de getoonde foto.11 Deze foto stuurde medeverdachte [medeverdachte 1] op 9 oktober 2015 omstreeks 20:15 uur naar medeverdachte [medeverdachte 2] . In het daarbij behorende gesprek vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] ‘Ben je met [medeverdachte 3] ?’. Waarop [medeverdachte 1] antwoordt ‘Ja, haha’, waarop [medeverdachte 1] de betreffende foto verzendt.12 Op 9 oktober 2015 omstreeks 20.19 uur voert medeverdachte [medeverdachte 2] nog een Whatsapp-gesprek met medeverdachte [medeverdachte 4] .13 [medeverdachte 2] zegt: ‘Rond 10 Woerden he’, waarop [medeverdachte 4] zegt: ‘Ja. [medeverdachte 3] is nu hier met groepje. Kom je ook nog [café] nu?’.14

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft verklaard over een heel erg lange jongen, van wel twee meter die hij in café [café] heeft gezien. De jongen had een tatoeage op zijn rechterhand. [medeverdachte 6] verkocht cobra’s aan deze jongen. De cobra’s had [medeverdachte 6] van [medeverdachte 7] . 15 Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij 2.05 meter lang is. De rechter-commissaris heeft gezien, blijkens het proces-verbaal, dat verdachte een tatoeage op zijn rechterhand heeft.16

4.3.2

Aanvullende bewijsoverwegingen

Samenscholing

Van een samenscholing als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Woerden 2011 is sprake als personen groepsgewijs bij elkaar komen en die personen een dreigende houding aannemen of kwade bedoelingen hebben.

Om tot een veroordeling ter zake van samenscholing te kunnen komen is nodig dat kan worden vastgesteld dat verdachte aanwezig is geweest in de groep die op 9 oktober 2015 een dreigende situatie veroorzaakte en welke groep met het doel om te rellen dan wel “los te gaan”, zich nabij de [naam locatie] verzamelde. Voor bewezenverklaring moet verdachte hebben geweten van de kwade bedoelingen van de groep en moet hij zich als lid van deze groep hebben gemanifesteerd.

Verdachte heeft zich bevonden in de groep die zich op 9 oktober 2015 enkele minuten na 22:30 uur heeft verplaatst richting de ingang van het terrein waarop de vluchtelingenopvang zich bevindt. Hij wist dat de groep niet van plan was vreedzaam te demonstreren. Dit blijkt uit het volgende:

- verdachte was in café [café] op 9 oktober 2015;

- in café [café] kocht verdachte cobra’s van medeverdachte [medeverdachte 6] ;

- vervolgens is verdachte naar het asielzoekerscentrum in Woerden gegaan om – naar eigen zeggen - sensatie te zoeken.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen onder feit 1 subsidiair aan hem ten laste is gelegd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

subsidiair:

op 9 oktober 2015 te Woerden met anderen, heeft deelgenomen aan een samenscholing, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, welke personen:

- verzamelden nabij [naam locatie] en

- met capuchons en donkere kleding op hun hoofd in de richting van [naam locatie] liepen en

- dranghekken hebben omgegooid en

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren in de richting van beveiligingsmedewerkers hebben gegooid,

- geroepen en/of gejoeld, waardoor een dreigende situatie ontstond.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1 subsidiair: Overtreding van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder feit 1 primair en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van voorarrest, alsmede een werkstraf van 180 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen en de gevangenhouding te bevelen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de beperkte draagkracht van verdachte.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een samenscholing van personen die zich hebben verzameld bij de [naam locatie] te Woerden en die vervolgens in de richting van de sporthal zijn gerend en daarbij dranghekken hebben omgegooid. Vervolgens is vanuit deze groep geroepen en gejoeld en is vuurwerk gegooid evenals eieren. Verdachte heeft hiermee deelgenomen aan een groep die aanleiding gaf tot ongeregeldheden en zelfs openlijk geweld. Verdachte heeft zich hier niet tijdig van gedistantieerd. Door deze samenscholing is een dreigende situatie ontstaan en heeft verdachte bijgedragen aan de grimmige sfeer ter plaatse en de gevoelens van angst en onrust bij de beveiligingsmedewerkers en de vluchtelingen.

Ambtshalve merkt de rechtbank op dat zij geen aanleiding ziet om bij het bepalen van de strafsoort en strafmaat ten voordele van verdachte rekening te houden met de media-aandacht die deze zaak teweeg heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het algemeen aanvaardbaar dat strafzaken, gelet op hun aard en inhoud, een zekere vorm van media-aandacht met zich mee kunnen brengen. Dat over deze strafzaak door de media is gepubliceerd, is een gevolg van de maatschappelijke en politieke context waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld. Niet is gesteld of gebleken dat sprake is van onevenredige media-aandacht ten opzichte van de persoonlijke situatie van deze specifieke verdachte, enkel is er duidelijke mediabelangstelling geweest voor het feitencomplex als zodanig, zodat de rechtbank hiermee geen rekening zal houden bij de strafmaat.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 16 december 2015, waaruit volgt dat verdachte recentelijk, namelijk op 2 oktober 2015 is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis wegens openlijke geweldpleging.

Namens verdachte zijn geen persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die moeten leiden tot matiging van de bij dit soort delicten gebruikelijk op te leggen straf.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, en het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van de openlijke geweldpleging, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 40 uur passend en geboden.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij genaamd [A] , ter grootte van € 3.170,72 volledig toe te wijzen, inclusief wettelijke rente berekend vanaf 9 oktober 2015 tot aan de dag der algehele vergoeding, waarbij verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor het te betalen bedrag. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de hoogte van het gevorderde schadebedrag wegens materiële schade heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het opgevoerde bedrag wegens immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. Indien tot een veroordeling wordt gekomen, dient verdachte slechts voor een deel van de schade verantwoordelijk te worden gehouden. Hoofdelijke veroordeling dient niet plaats te vinden, aldus de raadsman.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [A] , levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank is van oordeel dat de schade die de benadeelde partij geleden heeft, het gevolg is van openlijke geweldpleging die op 9 oktober 2015 plaats heeft gevonden. Nu verdachte wordt vrijgesproken van de openlijke geweldpleging, zoals onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd, en - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

- Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 subsidiair: Overtreding van artikel 2:1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011.

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 40 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Benadeelde partij

- Verklaart [A] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

primair:

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te

weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e)

(drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te

weten [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers)

welk geweld bestond uit

- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of

- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of

dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde

beveiligingsmedewerkers en/of [naam locatie] (waarin 148 vluchtelingen

en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of

- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen

in de [naam locatie] ;

subsidiair:

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een

ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft

opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot

ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van

ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:

- verzamelden nabij [naam locatie] en/of

- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun

hoofd in de richting van [naam locatie] renden/liepen en/of

- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in

de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben

gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de sporthal

[naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of

"niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking

waardoor een dreigende situatie ontstond;

Art. 2.1 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers

en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd

met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in

de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie]

geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of

"niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden (PV-einddossier [X] , dossiernummer 2015306195G), volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van aangifte van [A] , doorgenummerde pagina 841.

3 Proces-verbaal van aangifte van [B] , doorgenummerde pagina 850.

4 Proces-verbaal van aangifte van [B] , doorgenummerde pagina 851.

5 Proces-verbaal sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 919.

6 Proces-verbaal sporenonderzoek, doorgenummerde pagina 920.

7 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 945.

8 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 944.

9 Proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, doorgenummerde pagina 942.

10 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 405.

11 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 479 i.c.m. p. 482.

12 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 479 & 480; proces-verbaal van bevindingen van [C] , p. 1137.

13 Het proces-verbaal WhatsApp-gesprekken onderzoek [X] van [D] , p. 1112; het proces-verbaal van bevindingen van [C] , p. 1138.

14 Het proces-verbaal van bevindingen van [C] , p. 1138.

15 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] , p. 50.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 5 november 2015.