Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6616

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-12-2016
Datum publicatie
13-01-2017
Zaaknummer
5191168 en 5191278
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Art. 4:149 lid 1 en 2 BW. Verzoek strekkende tot ontslag van een executeur afgewezen, omdat de executeur zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2017-0014
JERF 2018/40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummers: 5191168 UT 16-14110 en 5191278 UT 16-14112

Beschikking van 12 december 2016

inzake

1 [verzoeker 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: [verzoeker 1] ,

2. [verzoeker 2],

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: [verzoeker 2] ,

3. [verzoeker 3],

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: [verzoeker 2] ,

hierna samen te noemen: verzoekers,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder, hierna ook te noemen: de executeur of [verweerder] ,

advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans.

Belanghebbenden:

1. [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats] ,

2. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [belanghebbende 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [belanghebbende 5],

wonende te [woonplaats] ,

6. [belanghebbende 6],

wonende te [woonplaats] ,

7. [belanghebbende 7],

wonende te [woonplaats] .

1 Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, gedateerd 22 juni 2016, ter griffie ingekomen op 24 juni 2016;

  • -

    de brief van verzoekers van 20 september 2016, ter griffie ingekomen op 20 september 2016;

  • -

    de brief van [belanghebbende 5] van 23 september 2016, ter griffie ingekomen op 27 september 2016;

  • -

    de brief van [belanghebbende 4] , mede namens [belanghebbende 3] en [belanghebbende 1] , gedateerd 26 september 2016, ter griffie ingekomen op 28 september 2016;

  • -

    het verweerschrift van de executeur, ter griffie ingekomen op 2 november 2016;

  • -

    de brief van [belanghebbende 7] van 30 oktober 2016, ter griffie ingekomen op 1 november 2016;

  • -

    de ongedateerde brief van [belanghebbende 6] , ter griffie ingekomen op 2 november 2016;

  • -

    de brief van [belanghebbende 5] van 5 november 2016, ter griffie ingekomen op 8 november 2016.

De zaak is behandeld ter zitting van 10 november 2016. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    [verzoeker 1] ;

  • -

    [verzoeker 2] ;

  • -

    [verweerder] met zijn advocaat en partner;

  • -

    de belanghebbende sub 1, sub 3 en 4 en sub 6 en 7;

  • -

    mevrouw [A] .

Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

2 Feiten

Partijen en belanghebbenden zijn allen erfgenamen, ieder voor een gelijk deel, van:

[erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [1928] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] verder te noemen: erflaatster.

Erflaatster is nooit gehuwd of als partner geregistreerd geweest en heeft geen afstammelingen achtergelaten.

Erflaatster heeft voor het laatst over haar nalatenschap beschikt bij testament, opgemaakt op 29 oktober 2010. Daarin heeft zij tot haar erfgenamen benoemd: verzoekers, de execteur en de belanghebbenden. Ook benoemde zij in haar testament tot erfgenamen [belanghebbende 8] , die op [2014] is vooroverleden en [belanghebbende 9] , die op [2011] is vooroverleden.

Verder heeft erflaatster [verweerder] tot executeur benoemd. Hij heeft zijn benoeming aanvaard en hij heeft verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

[verzoeker 1] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. De andere erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

Op 22 juli 2010 heeft erflaatster bij notariële akte een algehele volmacht, behoudens het doen van schenkingen, gegeven aan [verweerder] .

3 Geschil

Verzoekers hebben de kantonrechter verzocht:

1. de executeur te ontslaan en een vervanger te benoemen;

2. aan de executeur op te dragen de gehele administratie van erflaatster inclusief relevante onderliggende stukken aan zijn vervanger over te dragen;

3. te bepalen dat de executeur zijn advocaatkosten voor eigen rekening dient te nemen, maar mocht de kantonrechter anders beslissen, dan verzoeken zij om de door verzoekers gemaakte kosten te betrekken bij de beslissing.

De executeur heeft verweer gevoerd en aan de kantonrechter verzocht:

1. te bepalen dat het 1% executeursloon aan de executeur kan worden voldaan uit het bij de notaris berustende saldo van de nalatenschapsgelden en dat een voorschot daarop aan de execteur kan worden voldaan;

2. te bepalen dat de executeur recht heeft op loon voor de tijd die hij moet aanwenden voor zijn verdediging in rechte van zijn positie als executeur en dat dit loon dient te worden voldaan door verzoekers, althans door de nalatenschap, van een bedrag van € 6.325,- aan de executeur;

3. te bepalen dat de gemaakte en nog te maken kosten van de advocaat die de executeur heeft ingeschakeld om zijn positie als executeur te verdedigen en hem daarbij te adviseren voor rekening komen van verzoekers en subsidiair voor rekening van de nalatenschap;

4. veroordeling van verzoekers in de kosten van deze procedure.

4 Overwegingen van de kantonrechter

Verzoeken van verzoekers

4.1.

De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 Burgerlijk Wetboek (verder BW) de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. De executeur moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving opmaken op grond van artikel 4:146 lid 2 BW en aan de erfgenamen alle door hen gewenste inlichtingen geven over de uitoefening van zijn taak op grond van artikel 4:148 BW. Erflaatster heeft de executeur de testamentaire last opgelegd haar uitvaart te regelen, maar heeft overigens geen testamentaire lasten aan de executeur opgelegd. Erflaatster heeft geen beschikkingen gemaakt die afwijken van de wettelijke taakomschrijving van de executeur.

4.2.

De taak van de executeur eindigt op grond van artikel 4:149 lid 1 BW onder meer wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid en door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Het ontslag wordt hem ingevolge artikel 4:149 lid 2 BW verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.

4.3.

De executeur heeft in zijn verweerschrift en ter zitting gesteld dat de nalatenschap nagenoeg is afgewikkeld. Slechts nog enkele sieraden moeten worden geveild en een aantal aanpassingen aan het grafmonument moeten worden verricht. Over deze nog te verrichten werkzaamheden en de kosten daarvan bestaat unaniem overeenstemming tussen de erfgenamen. Na de veiling van de resterende sieraden bestaat de nalatenschap alleen nog uit liquide middelen, die dan gereed is voor verdeling door de erfgenamen. De executeur heeft alle schulden van de nalatenschap, inclusief de aanslag erfbelasting, voldaan.

Verzoekers en belanghebbenden hebben de stelling van de executeur dat de nalatenschap nagenoeg is afgewikkeld, niet weersproken. De vraag is of de nog te verrichten werkzaamheden in de nalatenschap van erflaatster behoren tot de werkzaamheden van de executeur. Omdat de schulden van de nalatenschap zijn voldaan, is de tegeldemaking van de sieraden niet nodig voor de voldoening van de schulden, zodat de executeur daartoe niet meer (exclusief) bevoegdheid is als bedoeld in artikel 4:147 lid 1 BW. Verder behoort de tegeldemaking van de sieraden niet tot de beheerstaak van de executeur. Ook het laten verrichten van aanpassingen aan het graf van erflaatster behoort naar het oordeel van de kantonrechter niet tot de beheerstaak van de executeur. Dit alles maakt dat de kantonrechter constateert dat de executeur zijn uit de wet voortvloeiende werkzaamheden als zodanig heeft voltooid en dus dat de taak van de executeur van rechtswege is geëindigd op grond van artikel 4:149 lid 1 sub a BW. Verzoekers hebben daarom geen belang meer bij hun verzoeken tot ontslag van de executeur en benoeming van een nieuwe executeur. De kantonrechter zal het onder 1. omschreven verzoek van verzoekers daarom afwijzen.

Overigens houdt het einde van de taak van de executeur niet automatisch het einde in van het beheer van de executeur, gelet op artikel 4:150 lid 1 BW. Verder dient de executeur nog rekening en verantwoording af te leggen (4:151 BW).

4.4.

Verzoekers hebben ten tweede verzocht de gehele administratie van erflaatster, inclusief relevante onderliggende stukken, aan de door de kantonrechter benoemde vervanger van de executeur over te dragen. Omdat de kantonrechter blijkens 4.3 niet zal overgaan tot benoeming van een opvolgend executeur, komt de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dit verzoek.

4.5.

Verzoekers hebben ten derde verzocht te bepalen dat de executeur zijn advocaatkosten voor eigen rekening dient te nemen. Artikel 4:7 lid 1 sub d BW bepaalt dat de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur, schulden van de nalatenschap zijn. De kantonrechter overweegt dat kosten die de executeur in redelijkheid heeft gemaakt of heeft doen maken, gelet op de hem door de wet of erflater toegedachte taak, behoren tot de kosten van executele. Het door verzoekers primair verzochte, te weten het ontslag en vervanging van de executeur, richt zich tegen [verweerder] in zijn hoedanigheid van executeur. De kantonrechter is van oordeel dat de kosten van de door de executeur ingeschakelde advocaat, van wie haar werkzaamheden erop gericht zijn de positie als executeur staande te houden, zijn aan te merken zijn als kosten die de executeur in redelijkheid heeft gemaakt. Dat maakt dat deze kosten schulden van de nalatenschap zijn.

De vraag is vervolgens of de door de executeur als zodanig opgevoerde advocaatkosten voortkomen uit werkzaamheden gericht op het staande houden van de posititie van de executeur. De executeur heeft drie declaraties van zijn advocaat overgelegd, te weten over de periodes:

i. 29 februari 2016 tot en met 1 maart 2016 € 654,01;

ii. 14 juli 2016 tot en met 29 juli 2016 € 199,05;

iii. 1 september 2016 tot en met 30 september 2016 € 1.080,53.

Ten aanzien van de eerste declaratie (i) overweegt de kantonrechter als volgt. Het verzoek tot ontslag en vervanging van de executeur is ter griffie ingekomen op 24 juni 2016. Deze declaratie ziet dus op een periode die ligt vier maanden voordat het verzoekschrift is ingediend. Blijkens de specificatie zijn de kosten gemaakt voor een bespreking op kantoor en voor correspondentie met [B] , de voormalige boedelnotaris. Uit het verzoek van [verzoeker 1] blijkt dat [verzoeker 1] op 11 januari 2016 aan [verweerder] gevraagd heeft openheid te geven over het door [verweerder] gevoerde financieel beheer over de periode vanaf 2010 tot aan het overlijden van erflaatster. Deze vraag richt zich op [verweerder] werkzaamheden in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van erflaatster en niet op [verweerder] werkzaamheden als executeur. Verder blijkt uit de door verzoekers overgelegde beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2016 dat in die periode ook sprake was van een klacht van [verzoeker 1] tegen de voormalige boedelnotaris. Gelet op de verstreken tijd tussen de gedeclareerde werkzaamheden en de indiening van het verzoekschrift, de omschrijving van de werkzaamheden en het feit dat bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster ook andere kwesties dan in onderhavige procedure aan de orde zijn, een rol spelen, is de kantonrechter zonder nadere motivering van de onder i. genoemde declaratie er niet van overtuigd dat die werkzaamheden van de advocaat erop gericht waren de positie van de executeur staande te houden. Daarom zal de kantonrechter deze kosten niet aanmerken als kosten van de nalatenschap.

De kantonrechter acht het wel aannemelijk dat de onder ii. en iii. genoemde advocaatkosten gemaakt zijn om de positie van de executeur staande te houden. Daarom zal de kantonrechter, gelet op het derde verzoek van de executeur, bepalen dat de gemaakte kosten van de advocaat voor een bedrag van € 1.279,58, alsmede de nog niet gedeclareerde advocaatkosten in het kader van onderhavige procedure, ten laste van de nalatenschap komen.

Verzoekers hebben de kantonrechter ook nog verzocht om de door verzoekers gemaakte kosten te betrekken bij de beslissing. Ter zitting is gebleken dat het gaat om kosten van door verzoekers ingeschakelde adviseurs en deskundigen. Deze kosten van verzoekers komen voor hun eigen rekening en niet voor rekening van de nalatenschap, nog afgezien van het feit dat deze kosten niet verder onderbouwd of bepaald zijn. De kantonrechter zal dit deel van het verzoek van verzoekers dus afwijzen.

Verzoeken van de executeur

4.6.

De executeur heeft ten eerste verzocht vast te stellen dat het 1% executeursloon aan de executeur kan worden voldaan uit het bij de notaris berustende saldo van de nalatenschapsgelden en dat een voorschot daarop aan de execteur kan worden voldaan. De executeur wijst daarbij op artikel 4 onder j. van het testament van erflaatster, waarin erflaatster onder andere heeft bepaald dat de executeur na verloop van een jaar een voorschot op het executeursloon mag opnemen. Verzoekers hebben dit verzoek niet betwist, zodat de kantonrechter dit verzoek zal toewijzen voor zover het loon uit de nalatenschap kan worden voldaan.

4.7.

De executeur heeft ten tweede verzocht vast te stellen dat de executeur recht heeft op loon voor de tijd die hij moet aanwenden voor zijn verdediging in rechte van zijn positie als executeur. Ter onderbouwing van zijn verzoek verwijst de executeur naar het arrest van het Hof Den Haag van 25 maart 2014 (FJR 2016/30.15), rechtsoverweging 11, waarin het hof aangeeft dat de executeur in beginsel loon in rekening kan brengen voor de tijd die hij moet aanwenden voor zijn verdediging in rechte van zijn positie als executeur. De kantonrechter overweegt dat het gerechtshof aldaar aangeeft dat aan een executeur een uurloon kan toekomen, indien zijn beloning is gebaseerd op te maken uren. Deze laatste voorwaarde maakt dat de redenering van het hof niet op onderhavige casus kan worden toegepast. Erflaatster heeft aan de executeur namelijk geen beloning toegekend die gebaseerd is op te maken uren; zij heeft de executeur een loon toegekend van 1% van de waarde van haar nalatenschap berekend naar de dag van haar overlijden. Daarom zal de kantonrechter dit verzoek van de executeur afwijzen.

4.8.

De executeur heeft ten derde verzocht vast te stellen dat de gemaakte en nog te maken kosten van de advocaat die de executeur heeft ingeschakeld om zijn positie als executeur te verdedigen en te adviseren voor rekening komt van verzoekers. Gelet op het overwogene in 4.5., komt een bedrag van € 1.279,58, alsmede de nog niet gedeclareerde advocaatkosten in het kader van onderhavige procedure, ten laste van de nalatenschap van erflaatster. De overige kosten van de advocaat die [verweerder] heeft ingeschakeld, blijven naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening van [verweerder] , gelet op de aard van de onderhavige procedure.

4.9.

Tot slot heeft de executeur verzocht verzoekers te veroordelen in de kosten van deze procedure. Gelet op de aard van de onderhavige procedure, zal de kantonrechter dit verzoek afwijzen.

5 Beslissing

De kantonrechter:

bepaalt dat € 1.279,58, alsmede de nog niet gedeclareerde kosten van de door de executeur ingeschakelde advocaat in het kader van onderhavige procedure, ten laste van de nalatenschap van erflaatster komen;

bepaalt dat het 1% executeursloon aan de executeur kan worden voldaan uit het bij de notaris berustende saldo van de nalatenschapsgelden en dat een voorschot daarop aan de executeur kan worden voldaan, voor zover het loon uit de nalatenschap kan worden voldaan;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Hofman, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 december 2016.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.