Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6533

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-12-2016
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
5012258 / UC EXPL 16-6454
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tekortkoming in reisovereenkomst. Omvang schade. Derving reisgenot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5012258 UC EXPL 16-6454 FHU/284345

Vonnis van 14 december 2016

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] (Koninkrijk Bahrein),

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.W.C. Bruins,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Wereldcontact Reizen B.V., tevens handelend onder de naam Inspiration Travel,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

verder ook te noemen Wereldcontact,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.A. Tersteeg.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de akte overlegging producties van de zijde van [eiser] ;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van 29 juni 2016, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- de brief aan de zijde van [eiser] van 29 september 2016, met producties;

- de comparitie van 13 oktober 2016, van welke zitting aantekeningen zijn gemaakt en aan welke aantekeningen de door Wereldcontact overgelegde producties 17 tot en met 19 alsmede het door [eiser] overgelegde e-mailbericht van 26 juli 2015 zijn gehecht.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft zich in 2015 tot VakantieXperts gewend in verband met een door hem gewenste reis naar Thailand voor hem en zijn kinderen in de periode 22 juli 2015 tot en met 9 augustus 2015. VakantieXperts heeft vervolgens op 28 april 2015 een e-mailbericht aan Wereldcontact gezonden met daarin – voor zover relevant – het volgende:

“(…) Hierbij willen wij graag voor het onderstaande [een] voorstel opvragen.

Vertrek 22 juli naar Bangkok met een verblijf van ca. 3/4 dgn in de stad, hierna voor 3 dagen verblijf bij de River Kwai. Hierna terug naar Bangkok voor een vlucht richting bv. Koh Samui. Hier willen de klanten 1 week verblijven bij een goede duiklocatie, ze willen nl. met z’n allen gaan duiken. Hierna op 3 augustus weer terug naar Bangkok waar vandaan 2 personen terugvliegen naar Amsterdam en de overige 3 personen nog een paar dagen in Hua Hin verblijven voordat zij op 9 augustus weer terugvliegen naar Amsterdam.

Verblijf het liefst in 4/5* hotels, (…). Budget bedraagt ca. € 10.000,- totaal. (…)”

2.2.

Wereldcontact heeft op basis van de wensen van [eiser] (inclusief een wijziging van het aantal personen naar vier) een tweetal reisvoorstellen aan VakantieXperts verzonden. Op 27 mei 2015 heeft VakantieXperts namens [eiser] verzocht om de laatst door Wereldcontact voorgestelde reis ten bedrage van € 11.279,00 (exclusief bemiddelingskosten) te boeken, waarna VakantieXperts dit op 28 mei 2015 aan [eiser] heeft bevestigd. In deze bevestiging is vermeld dat de ANVR-reisvoorwaarden van toepassing zijn op de door ANVR reisorganisatoren aangeboden reizen en diensten. De ANVR-reisvoorwaarden hebben – voor zover relevant – de volgende inhoud:

“(…) Artikel 14 Wijzigingen door de reisorganisator

1. a. De reisorganisator heeft het recht de overeengekomen dienstverlening te wijzigen wegens gewichtige omstandigheden als nader omschreven in artikel 13 lid 2. (…)

(…)

2. a. In geval van wijziging doet de reisorganisator de reiziger indien mogelijk een alternatief aanbod. (…)

b. Het alternatieve aanbod dient minstens gelijkwaardig te zijn. De gelijkwaardigheid van alternatieve accommodatie moet worden beoordeeld naar objectieve maatstaven en dient te worden bepaald naar de volgende omstandigheden die uit het vervangende aanbod moeten blijken:

- de situering van de accommodatie in de plaats van bestemming;

- de aard en klasse van de accommodatie;

- de faciliteiten die de accommodatie verder biedt.

Bij de hier bedoelde beoordeling moet rekening worden gehouden met:

- de samenstelling van het reisgezelschap;

- de aan de reisorganisator bekendgemaakte en door hem schriftelijk bevestigde bijzondere eigenschappen of omstandigheden van de betrokken reiziger(s) die door de reiziger(s) als van wezenlijk belang zijn opgegeven;

(…)

5. a. Indien de oorzaak van de wijziging aan de reisorganisator kan worden toegerekend, komt de hieruit voortvloeiende schade van de reiziger voor rekening van de reisorganisator. Of zulks het geval is, wordt bepaald aan de hand van artikel 15.

b. Indien de oorzaak van de wijziging aan de reiziger kan worden toegerekend, komt de hieruit voortvloeiende schade van de reiziger voor rekening van de reiziger.

(…)

Artikel 15 Aansprakelijkheid en overmacht

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 13 en 14 is de reisorganisator verplicht tot uitvoering van de overeenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben.

2. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de in lid 1 bedoelde verwachtingen is de reiziger verplicht daarvan zo spoedig mogelijk mededeling te doen aan de betrokkenen als bedoeld in artikel 19 lid 1.

3. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de in lid 1 bedoelde verwachtingen, is de reisorganisator onverminderd het bepaalde in de artikelen 16, 17 en 18 verplicht de eventuele schade van de reiziger te vergoeden, tenzij de tekortkoming in de nakoming niet aan de reisorganisator is toe te rekenen noch aan de persoon van wiens hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt, omdat:

a. de tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst is toe te rekenen aan de reiziger;

(…)

Artikel 16 Hulp en bijstand

1. a. De reisorganisator is naar gelang de omstandigheden verplicht de reiziger hulp en bijstand te verlenen indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben. De daaruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de reisorganisator indien de tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst hem overeenkomstig artikel 15 lid 3 is toe te rekenen.

b. Indien de oorzaak aan de reiziger is toe te rekenen, is de reisorganisator tot verlening van hulp en bijstand slechts verplicht voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. De kosten zijn in dat geval voor rekening van de reiziger.

(…)

Artikel 19 Klachten tijdens de reis

1. Een tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst als bedoeld in artikel 15 lid 2 dient ter plaatse zo spoedig mogelijk gemeld te worden zodat naar een oplossing kan worden gezocht. Daarvoor moet de reiziger zich – in deze volgorde – melden bij: de betrokken dienstverlener, de reisleiding of, als deze niet aanwezig of bereikbaar is, de reisorganisator. Indien de tekortkoming niet wordt opgeheven en afbreuk doet aan de kwaliteit van de reis moet deze in ieder geval onverwijld worden gemeld bij de reisorganisator in Nederland.

(…)”

2.3.

Op 8 juni 2015 heeft Wereldcontact aan VakantieXperts bericht dat de volledige reis is geboekt met uitzondering van een in de bevestiging genoemde accommodatie, te weten Hotel Peace Resort Bophut op Koh Samui (hierna: Peace Resort), vanwege overboeking. Gelet daarop heeft Wereldcontact in hetzelfde bericht een alternatieve accommodatie voorgesteld. Op 11 juni 2015 heeft Wereldcontact nog drie andere alternatieve accommodaties aangeboden. Nadat VakantieXperts op 13 juni 2015 aan Wereldcontact heeft meegedeeld dat volgens [eiser] geen van de aangeboden alternatieven van dezelfde kwaliteit zijn, heeft Wereldcontact nog vijf andere accommodaties voorgesteld, waaronder Hotel Kanok Buri Resort op Koh Samui (hierna: Kanok Buri). Op diezelfde dag heeft VakantieXperts aan [eiser] het volgende bericht:

“(…) Het Code Samui is in een rustiger gedeelte (idyllischer) van Koh Samui gelegen, terwijl het Kanok Buri weer wat centraler gelegen is mocht u er op uit willen trekken.

Bij beide accommodaties kan in de buurt gesnorkeld en gedoken worden. (…)”

Nadat [eiser] heeft meegedeeld dat hij naar Kanok Buri wil en VakantieXperts dit aan Wereldcontact heeft doorgegeven, heeft Wereldcontact deze accommodatie voor [eiser] geboekt. De totale reissom exclusief bemiddelingskosten kwam daarmee op € 11.165,00.

2.4.

Bij aankomst in Kanok Buri op 25 juli 2015 heeft [eiser] aan de reisagent van Wereldcontact en aan VakantieXperts meegedeeld dat deze accommodatie niet aan zijn verwachtingen voldoet. Om die reden verzocht [eiser] om een ander hotel voor hem en zijn kinderen te regelen. De reisagent van Wereldcontact heeft vervolgens contact gelegd met Hotel Santiburi, waarna [eiser] en zijn kinderen naar dit hotel zijn vervoerd.

2.5.

Op 26 juli 2015 heeft Hotel Santiburi aan [eiser] meegedeeld dat de reisagent van Wereldcontact heeft bericht dat [eiser] zelf de rekening van het hotel moest voldoen. Dit is telefonisch diezelfde dag door Wereldcontact aan [eiser] bevestigd. [eiser] heeft vervolgens een bedrag van € 11.734,98 aan verblijfkosten aan Hotel Santiburi betaald. [eiser] heeft per e-mailbericht van 26 juli 2015 Wereldcontact en VakantieXperts voor deze kosten aansprakelijk gesteld en onder meer het volgende over Kanok Buri meegedeeld:

“Zoals telefonisch medegedeeld op zaterdag 25 juli voldoet het hotel niet aan de vooraf gegeven specificaties, vier sterren plus accommodaties en duikfaciliteiten in de buurt. Het betreft een backpackers hotel. Er zijn geen faciliteiten noch kan er gedoken worden in de buurt. (…)”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Wereldcontact om aan [eiser] te voldoen:

- € 11.734,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2015 tot aan de voldoening;

- € 11.279,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het vonnis tot de voldoening;

- € 1.986,02 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- de kosten van dit geding.

3.2.

Wereldcontact heeft gemotiveerd verweer tegen de vordering gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

De zaak heeft een internationaal karakter, nu [eiser] woonachtig is in Bahrein.

Aan de rechtbank komt rechtsmacht toe op grond van het bepaalde in artikel 4 van de Herschikte EEX-Verordening. Verder zijn partijen het erover eens dat op hun geschil Nederlands recht van toepassing is en hebben zij ter comparitie expliciet voor dit recht gekozen.

Non-conformiteit

4.2.

[eiser] vordert van Wereldcontact onder meer de door hem betaalde kosten van Hotel Santiburi en een bedrag van € 11.279,- aan gederfd reisgenot. Primair legt [eiser] hieraan ten grondslag dat Wereldcontact is tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens hem. Nu Wereldcontact dit heeft betwist, zal in de eerste plaats beoordeeld worden of sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Wereldcontact.

4.3.

Op basis van de door partijen gestelde feiten stelt de kantonrechter vast dat tussen [eiser] als reiziger en Wereldcontact als reisorganisatie op 27 mei 2015 een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot stand is gekomen. Verder is tussen partijen niet in geschil dat hierop de ANVR-reisvoorwaarden van toepassing zijn.

4.4.

De vraag die beantwoord moet worden is of Wereldcontact de reisovereenkomst heeft uitgevoerd overeenkomstig de verwachtingen die [eiser] op grond van die overeenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Mocht dit niet het geval zijn en de tekortkoming in de nakoming aan Wereldcontact of aan de persoon van wiens hulp zij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakte kunnen worden toegerekend, is Wereldcontact op grond van artikel 7:507 BW en artikel 15 lid 3 van de ANVR-reisvoorwaarden schadeplichtig.

4.5.

Gelet op de klachten van [eiser] dient in dit verband beoordeeld te worden of Kanok Buri al dan niet aan de redelijke verwachtingen van [eiser] voldeed. Hierbij is van belang dat [eiser] Wereldcontact blijkens het e-mailbericht van VakantieXperts van 28 april 2015 onder meer heeft verzocht om een verblijf van één week bij een goede duiklocatie, omdat [eiser] en zijn kinderen wilden gaan duiken. Hierop heeft Wereldcontact een verblijf van een week in het Peace Resort in Bophut aangeboden. Tussen partijen is niet in geschil dat op deze locatie goede duikmogelijkheden waren. Nadat [eiser] dit aanbod had aanvaard en er een reisovereenkomst tot stand was gekomen, wenste Wereldcontact de overeenkomst te wijzigen vanwege overboeking van Peace Resort. Vervolgens heeft Wereldcontact conform artikel 14 van de ANVR-reisvoorwaarden diverse alternatieve aanbiedingen aan [eiser] gedaan, waaronder een verblijf in Kanok Buri. Blijkens artikel 14 van de ANVR-reisvoorwaarden mocht [eiser] verwachten dat Kanok Buri minstens gelijkwaardig aan Peace Resort zou zijn, ook op het vlak van de gewenste duikmogelijkheden.

4.6.

Volgens [eiser] waren er echter geen duikmogelijkheden in de buurt van Kanok Buri. Voor het bereiken van de dichtstbijzijnde duiklocatie was een busrit van een half uur en vervolgens een boottocht noodzakelijk. Wereldcontact heeft dit niet betwist en ter comparitie erkend dat Kanok Buri op een grotere afstand van de duiklocatie lag. Uitgaande van een dergelijke bereikbaarheid is de kantonrechter van oordeel dat Kanok Buri in elk geval wat betreft de duikmogelijkheden niet aan de redelijke verwachtingen van [eiser] voldeed en niet gelijkwaardig was aan Peace Resort.

4.7.

Wereldcontact heeft nog aangevoerd dat [eiser] diverse andere alternatieve accommodaties had afgewezen, waardoor Wereldcontact genoodzaakt was om een accommodatie op een andere locatie op Koh Samui aan te bieden waaronder Kanok Buri. Dat had volgens Wereldcontact automatisch tot gevolg dat de afstand tot de duiklocatie werd vergroot en één van de wensen van [eiser] niet vervuld kon worden. [eiser] heeft desondanks ingestemd met een verblijf in Kanok Buri.

4.8.

Voor zover Wereldcontact hiermee heeft betoogd dat [eiser] op basis van zijn aanvaarding van Kanok Buri niet mocht verwachten dat deze accommodatie bij een goede duiklocatie gelegen zou zijn, wordt dit verworpen. Uit het verzoek van [eiser] op 28 april 2015 kan worden afgeleid dat een verblijf op een goede duiklocatie van wezenlijk belang was en dat duiken (één van) de hoofdactiviteit(en) van hem en zijn kinderen zou zijn. Wereldcontact heeft niet gesteld dat zij [eiser] ondanks deze expliciete wens heeft gewaarschuwd dat Kanok Buri hieraan niet voldeed en niet was gelegen in de buurt van een goede duiklocatie. Dit volgt ook niet uit de door Wereldcontact overgelegde correspondentie. Het feit dat hieruit kan worden afgeleid dat Kanok Buri niet in Bophut was gelegen, maakt dit niet anders. Immers, zonder nadere informatie van Wereldcontact kon [eiser] hieruit redelijkerwijs niet afleiden dat er bij Kanok Buri geen goede duikmogelijkheden waren. Overigens lijkt ook VakantieXperts dit niet te hebben afgeleid uit de mededelingen van Wereldcontact, nu zij blijkens het overgelegde e-mailbericht van 13 juni 2015 over Kanok Buri heeft geschreven dat er in de buurt van Kanok Buri kan worden gedoken. Gelet op het ontbreken van een expliciete waarschuwing van Wereldcontact mocht [eiser] redelijkerwijs verwachten dat er in de buurt van Kanok Buri een goede duiklocatie was. Nu hiervan geen sprake was, is Wereldcontact tekortgeschoten in haar verplichtingen. De overige klachten van [eiser] over Kanok Buri en de reactie daarop van Wereldcontact kunnen daarom onbesproken blijven.

4.9.

De tekortkoming in de nakoming van de reisovereenkomst aan de zijde van Wereldcontact, te weten het ontbreken van goede duikmogelijkheden, kan niet aan [eiser] worden toegerekend. Wereldcontact heeft ook niet gesteld dat er sprake was van overmacht aan haar zijde. Dat betekent dat Wereldcontact de schade die [eiser] daardoor heeft geleden, dient te vergoeden.

4.10.

Wat betreft de hoogte van de schade geldt het volgende. [eiser] heeft in de eerste plaats de kosten van Hotel Santiburi ten bedrage van € 11.734,98 gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten een rechtstreeks gevolg zijn van de tekortkoming van Wereldcontact en aan haar kunnen worden toegerekend.

[eiser] heeft naar eigen zeggen op de dag van aankomst bij Kanok Buri geklaagd over deze accommodatie en daarbij onder meer gewezen op het ontbreken van duikmogelijkheden. Dit blijkt ook uit het e-mailbericht van 26 juli 2015 en is door Wereldcontact niet betwist. Niet is gesteld dat deze tekortkoming op andere wijze kon worden weggenomen dan door verplaatsing naar een accommodatie dichtbij een goede duiklocatie. [eiser] mocht dan ook verwachten dat Wereldcontact zou zorgdragen voor een dergelijke accommodatie voor hem en zijn kinderen. [eiser] hoefde geen genoegen te nemen met een verblijf in Kanok Buri dan wel aan Wereldcontact gelegenheid te bieden om een andersoortige oplossing te zoeken. Wereldcontact heeft vervolgens contact gezocht met Hotel Santiburi en [eiser] en zijn kinderen naar dit hotel vervoerd. Hierbij kan in het midden blijven of dit moet worden aangemerkt als oplossing in de zin van artikel 19 van de ANVR-reisvoorwaarden of als hulp en bijstand in de zin van artikel 16 van diezelfde voorwaarden. Immers, ook als sprake was van hulp en bijstand komen de kosten hiervan blijkens laatstgenoemd artikel gezien de toerekenbare tekortkoming van Wereldcontact voor haar rekening.

4.11.

Wereldcontact heeft nog aangevoerd dat Hotel Santiburi niet gelijkwaardig aan Kanok Buri was, omdat het hierbij ging om een poolvilla in een vijfsterrenresort met een aanzienlijke meerprijs. Dit is de reden waarom zij meteen heeft meegedeeld dat de kosten voor rekening van [eiser] zouden komen. Los van de discussie over het tijdstip van deze mededeling, brengt een dergelijke mededeling echter niet mee dat Wereldcontact niet langer aansprakelijk is voor schade die zij op grond van de ANVR-reisvoorwaarden en artikel 7:507 BW dient te dragen. Ook is in dit geval niet relevant of Hotel Santiburi al dan niet gelijkwaardig is aan Kanok Buri. Immers, Wereldcontact diende op basis van de overeenkomst een andere accommodatie op een goede duiklocatie aan te bieden. Vaststaat dat Wereldcontact na de klacht van [eiser] over Kanok Buri geen andere (goedkopere) accommodaties dan Hotel Santiburi aan [eiser] heeft voorgesteld. Dat betekent dat zij alle door [eiser] betaalde kosten van Hotel Santiburi dient te voldoen en deze schade redelijkerwijs aan de tekortkoming van Wereldcontact kan worden toegerekend. De stelling van Wereldcontact dat [eiser] zich op een onplezierige manier heeft opgesteld en heeft geëist dat Wereldcontact een ander (beter) hotel zou regelen, maakt een en ander niet anders. Van een professionele reisorganisatie als Wereldcontact mag verwacht worden dat zij, ook indien een klant zich zo zou opstellen, zich bewust blijft van de rechten en verplichtingen over en weer onder de reisovereenkomst en dienovereenkomstig handelt.

4.12.

Wereldcontact heeft de hoogte van de door [eiser] betaalde verblijfkosten overigens niet (langer) betwist, zodat in elk geval een bedrag van € 11.734,98 als materiële schade van de tekortkoming van Wereldcontact zal worden toegewezen. Ook de daarover gevorderde wettelijke rente zal op grond van artikel 6:119 BW worden toegewezen. Deze is vanaf de gevorderde datum van 21 augustus 2015 verschuldigd, nu [eiser] Wereldcontact bij brief van 17 augustus 2015 heeft gesommeerd om het bedrag voor 21 augustus 2015 te betalen en Wereldcontact daarom vanaf die datum in verzuim is.

4.13.

Daarnaast heeft [eiser] nog een bedrag van € 11.279,- aan gederfd reisgenot van Wereldcontact gevorderd. [eiser] en zijn kinderen hebben namelijk door toedoen van Wereldcontact een uiterst onplezierig verblijf op Koh Samui gehad, omdat hij door Hotel Santiburi als wanbetaler is behandeld. Bovendien is er gederfd reisgenot ontstaan door de wijziging van het hotel wegens overboeking van Peace Resort en de teleurstelling over Kanok Buri.

4.14.

Op grond van artikel 7:510 BW verplicht een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis die haar kan worden toegerekend de reisorganisator tot vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade, voor zover door die tekortkoming derving van reisgenot is veroorzaakt. De kantonrechter is echter van oordeel dat de door [eiser] genoemde gevoelens geen vergoeding van € 11.279,- aan gederfd reisgenot rechtvaardigen. Vaststaat immers dat [eiser] al enkele uren na zijn klacht over Kanok Buri naar Hotel Santiburi is vervoerd, welke accommodatie voldeed aan de verwachtingen die [eiser] redelijkerwijs mocht hebben. Bovendien betreft het hier slechts een deel van de reis van 19 dagen die onder meer bestond uit een verblijf in diverse accommodaties en vliegreizen. Wel gaat de kantonrechter er vanuit dat [eiser] minder reisgenot heeft gehad, doordat hij tijdens zijn vakantie van hotel moest wisselen en Wereldcontact ondanks haar plicht weigerde om de kosten van Hotel Santiburi te voldoen met alle gevolgen van dien (zoals de daaruit voortvloeiende opstelling van Hotel Santiburi). De kantonrechter zal de vergoeding voor dit gederfde reisgenot naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 750,-. Verder zal de gevorderde wettelijke rente over de vergoeding als op de wet gegrond en niet betwist vanaf de gevorderde datum, te weten de datum van het vonnis, worden toegewezen.

4.15.

Tot slot heeft [eiser] nog een bedrag van € 1.986,02 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Gelet op de aard van de gevorderde hoofdsom, te weten schadevergoeding wegens wanprestatie, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal. Hoewel [eiser] heeft gesteld dat hij vermogensschade in de vorm van buitengerechtelijke incassokosten heeft geleden, heeft hij deze stelling niet nader onderbouwd of gespecificeerd. Hierdoor kan de kantonrechter niet vaststellen dat [eiser] daadwerkelijk kosten heeft gemaakt, die dienen te worden beschouwd als buitengerechtelijke kosten en betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan die waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten (artikel 241 Rv). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.

4.16.

Wereldcontact zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,08

- griffierecht € 471,00

- salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00)

Totaal € 1.165,08

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Wereldcontact om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 11.734,98, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2015 tot de voldoening;

5.2.

veroordeelt Wereldcontact om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2016 tot de voldoening;

5.3.

veroordeelt Wereldcontact tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.165,08, waarin begrepen € 600,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 december 2016.