Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:649

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
10-02-2016
Zaaknummer
16/661973-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man wordt primair verdacht van het vervaardigen/in bezit hebben van afbeeldingen waarop seksuele gedragingen zichtbaar zijn van zijn minderjarige dochter in 2014 in Vianen. Daarnaast wordt de man verdacht van het stiekem maken van opnames van zijn dochter en/of een ander persoon in de badkamer.

De rechtbank oordeelt dat verdachte gedurende een half jaar heimelijk opnames heeft gemaakt van zijn minderjarige dochter en haar vriend in de badkamer. Verdachte deed dit door een videocamera verdekt op te stellen achter de badkamerspiegel.

De rechtbank acht de feiten bewezen en legt een gevangenisstraf op van 63 dagen, waarvan 60 voorwaardelijk plus een taakstraf van 180 uur met een proeftijd van 2 jaar. Daarbij legt de rechtbank bijzondere voorwaarden op zoals een verplichte behandeling bij een forensisch psychiatrische instelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/35, UDH:IR/13080 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661973-14

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1955] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] te [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2016. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. C.H.J. Dooijeweert, advocaat te Veenendaal.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: in de periode van 1 maart 2014 tot en met 23 oktober 2014 in Vianen afbeeldingen en/of een gegevensdrager met afbeeldingen heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, betrokken was;

onder 2: in de periode van 1 maart 2014 tot en met 23 oktober 2014 in Vianen gebruik makend van een camera en/of een dvd-recorder en/of een dvd-speler, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , aanwezig in de badkamer, afbeeldingen/films heeft vervaardigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft gepleegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het onder 1 tenlastegelegde niet kan worden bewezen, aangezien geen sprake is van afbeeldingen met seksuele gedragingen. Verder is de verdediging van mening dat het onder 2 tenlastegelegde niet kan worden bewezen, aangezien het slachtoffer moet hebben geweten dat er een camera achter de spiegel in de badkamer was bevestigd en er dus geen sprake is van heimelijk filmen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 23 oktober 2014 kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de melding dat een jongen en zijn vriendin een camera ontdekt hadden in de badkamer. Ter plaatse kregen zij een dvd overhandigd van de melder, [slachtoffer 2] .2

[slachtoffer 1] (geboren op [1997] ) heeft aangegeven dat zij en [slachtoffer 2] achter de spiegel in de badkamer een camera zagen zitten en dat deze verbonden bleek te zijn met de dvd-speler in de kamer van haar vader, verdachte.3 Vervolgens heeft aangeefster verklaard dat zij op een paar knoppen drukte, dat toen het beeld van de badkamer verscheen en dat zij [slachtoffer 2] op de beelden zag.4 Aangeefster heeft ook verklaard dat verdachte zei dat het een fantasie van hem was, dat hij haar naakt wilde zien.5 Aangeefster wist niet dat er gefilmd werd.6 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij geen toestemming heeft gegeven voor het filmen.7

De verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben de dvd die door [slachtoffer 2] aan de politie was overhandigd, onderzocht8 en beoordeeld als kinderpornografisch.9

De op de dvd aangetroffen films worden als volgt omschreven:

Film 02

Ik zie dat een jonge vrouw zich uitkleedt in een badkamer. Zij staat daarna geheel naakt in beeld.

Film 03

Ik zie dezelfde jonge vrouw als beschreven in film 02 in dezelfde badkamer. Ik zie dat zij zich uitkleedt en naakt in beeld is. Ik zie een man de badkamer binnenkomen en ik zie dat hij zich geheel uitkleedt en naakt uit beeld verdwijnt. Na enige tijd komen zij weer in beeld en zijn beiden geheel naakt.10

Film 04

Ik zie dezelfde badkamer en dezelfde jonge vrouw geheel naakt voor de camera staan. Ook zie ik de jonge vrouw geheel naakt en nat kennelijk uit de doucheruimte komen.

Film 05

Ik zie dezelfde badkamer en dezelfde jonge vrouw geheel naakt en nat voor de camera staan.

Film 06

Ik zie dezelfde badkamer. Ik zie een naakte man en een jonge vrouw in beeld komen.11

De seksuele gedragingen worden als volgt omschreven:

Poseren door minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door:

  • -

    geheel naakt

  • -

    gedeeltelijk naakt

  • -

    camerastandpunt

Overige gegevens:

- leeftijd 16 tot 18.12

Verbalisant [verbalisant 5] heeft de dvd die door [slachtoffer 2] aan de politie was overhandigd, ook onderzocht. Zij ziet een meisje op de films in de ogenschijnlijke leeftijd tussen de 15 en 17 jaar oud. Verder ziet zij op een filmpje dat het meisje zich ontdoet van haar bovenkleding, bh en onderbroek en dat haar gezicht en naakte lichaam close-up in beeld zijn, zo ook haar borsten en vagina.13 Op de andere filmpjes ziet de verbalisant ook dat het meisje zich ontdoet van haar bovenkleding, bh en onderbroek en dat haar naakte lichaam steeds close-up in beeld is, zo ook haar borsten en vagina.14

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een camera heeft opgehangen in de badkamer van zijn woonruimte aan de [adres] in [woonplaats] , waar zijn dochter en [slachtoffer 2] regelmatig gebruik van maakten. Verdachte heeft verklaard dat de camera er sinds maart 2014 hing en dat op 23 oktober 2014 ontdekt was dat de camera er hing. Ook heeft verdachte verklaard dat hij opnames heeft gemaakt van zijn dochter en [slachtoffer 2] . Verder heeft verdachte verklaard dat zijn dochter in die tijd 17 jaar was en dat hij haar heimelijk filmde, omdat hij wel snapt dat zij niet wil dat hij haar naakt ziet.15

Verdachte heeft verder bij de politie verklaard dat hij de camera zo heeft proberen te richten dat zijn dochter in beeld zou zijn en dat hij misschien wel twee of drie keer naar boven is gelopen om te kijken of het goed was.16 Ook heeft verdachte verklaard dat zijn dochter van haar hoofd tot haar knieën in beeld was en dat hij haar rug en billen zag als ze de douche in ging.17

Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij regelmatig via de camera naar de beelden heeft gekeken.18

Seksuele gedragingen

Bij de beoordeling van het strafbare karakter van de in de tenlastelegging opgenomen afbeeldingen stelt de rechtbank voorop dat de Hoge Raad in het arrest van 7 december 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BO6446), gesteld voor de vraag wat moet worden verstaan onder een ‘afbeelding van een seksuele gedraging’ als bedoeld in artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, mede tegen de achtergrond van internationale regelgeving, heeft geoordeeld dat:

“(…) moet worden aangenomen dat art. 240b Sr vooreerst ziet op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Voorts ziet art. 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is totstandgekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden ‘onschuldig’ zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.”.

De rechtbank overweegt dat de onderhavige beeldopnames geen afbeeldingen betreffen van gedragingen die reeds door het karakter strekken tot het opwekken van seksuele prikkeling. Het gaat met andere woorden niet om ‘klassieke kinderpornografie’. Wel geldt dat bij de opnamen sprake is van op slinkse wijze gemaakte afbeeldingen van een zich -kennelijk- onbespied wanende minderjarige die zich uitkleedde en zich naakt bevond in de normale, veilige omgeving van de badkamer van de woning van haar vader. Gelet op de plaats waar gefilmd werd, de slinkse wijze waarop dit geschiedde en het duidelijk zichtbaar in beeld brengen van het naakte lichaam van de minderjarige dochter van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de opnamen, gezien deze wijze van totstandkomen waarbij verdachte de camera heeft verplaatst zodat een voor hem wenselijk beeld verscheen, strekten tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Dat de afbeeldingen in dit concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking hadden, leidt de rechtbank bovendien mede af uit de verklaring van verdachte dat hij nieuwsgierig was naar hoe zijn dochter er naakt uitzag en uit de verklaring van het slachtoffer dat zij verdachte hoorde zeggen dat het zijn fantasie was om haar naakt te zien.

De rechtbank is aldus van oordeel dat op de afbeeldingen seksuele gedragingen in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht zichtbaar zijn.

Gewoonte

Gelet op de pleegperiode en het aantal films dat verdachte heeft gemaakt is de rechtbank van oordeel dat verdachte geen gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen en in het bezit hebben van afbeeldingen van seksuele gedragingen.

Conclusie

De rechtbank komt op grond van het hiervoor overwogene tot de conclusie dat verdachte films heeft gemaakt waarop seksuele gedragingen te zien zijn van zijn dochter die toen nog geen 18 jaar was en dat hij zijn dochter en haar vriend heimelijk in de badkamer heeft gefilmd.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 23 oktober 2014, te Vianen, meermalen, (telkens) afbeeldingen, te weten meerdere films - en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een DVD) - heeft vervaardigd en in bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten zijn, verdachtes, minderjarige dochter [slachtoffer 1] ), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon zich in opeenvolgende filmfragmenten van kleding ontdoet waarna door het camerastandpunt en pose en de uitsnede van de

afbeeldingen/films nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en borsten en billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (films 02, 03, 04, 05 en 06 zoals omschreven op p. 109-110 van het dossier);

2.

op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 23 oktober 2014 te Vianen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een camera en een DVD-recorder en een DVD-speler, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van meerdere personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , aanwezig in de badkamer van een woning (gelegen aan de [adres] ), meerdere films heeft vervaardigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

onder 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen of in bezit hebben, meermalen gepleegd;

onder 2: Gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met de bijzondere voorwaarden:

  • -

    meldplicht;

  • -

    behandelverplichting, ambulante behandeling;

- een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, in het geval de rechtbank tot strafoplegging komt, rekening gehouden moet worden met het aantal filmpjes, de omstandigheid dat de filmpjes niet verspreid zijn, het gegeven dat verdachte geen contact meer heeft met zijn dochter en het feit dat verdachte niet eerder veroordeeld is geweest. De verdediging is van mening dat volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en dat daarnaast een werkstraf kan worden opgelegd. Verder heeft de verdediging aangegeven dat verdachte bereid is mee te werken aan reclasseringstoezicht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft gedurende een half jaar heimelijk opnames gemaakt van zijn minderjarige dochter en haar vriend in de badkamer. Verdachte deed dit door een videocamera verdekt op te stellen achter de badkamerspiegel.

Het heimelijk filmen van verdachtes dochter en haar vriend levert een onaanvaardbare inbreuk op van de privacy van verdachtes dochter en haar vriend. Verdachte heeft hiermee geen enkele rekening gehouden, maar kennelijk ter bevrediging van zijn eigen behoeften filmopnames gemaakt. Wanneer deze opnames verspreid zouden worden via bijvoorbeeld het internet, zou dit grote gevolgen voor verdachtes dochter en haar vriend hebben. De ervaring leert immers dat wanneer bestanden eenmaal op het internet gepubliceerd worden, deze niet zomaar meer te verwijderen zijn.

Verdachte heeft door zijn handelen ook misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie die hij met zijn dochter had. Verdachte heeft bij zijn handelen louter en alleen oog gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging en heeft zich op geen enkele wijze bekommerd om de gevoelens van zijn dochter. De feiten zijn des te ernstiger nu verdachte als vader het vertrouwen dat zijn dochter in hem mag stellen en de veiligheid die zij bij hem had mogen verwachten, heeft beschaamd en veronachtzaamd.

De rechtbank houdt er wel rekening mee dat de films die verdachte heeft vervaardigd niet op één lijn te stellen zijn met films waarop kinderen te zien zijn die daadwerkelijk seksueel worden misbruikt en daarmee wat verder afstaan van hetgeen in het normale spraakgebruik onder “kinderporno” wordt verstaan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 14 december 2015, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van 13 februari 2015, waaruit blijkt dat het vermoeden bestaat dat er meer problemen spelen dan verdachte (al dan niet bewust) doet voorkomen en dat therapeutische hulpverlening geïndiceerd is. Ook blijkt uit genoemd advies dat, zolang verdachte geen inzicht geeft in de achtergronden van zijn gedrag en daar op een andere manier mee om leert gaan, er een kans is dat verdachte recidiveert. Therapeutische hulpverlening zal dit risico op herhaling doen verminderen.

Uit het aanvullend rapport van de reclassering van 5 november 2015 blijkt dat verdachte inmiddels is aangemeld bij De Waag, maar dat het contact zich nog in de intakefase bevindt, en dat verdachte eerst nog psychiatrisch onderzocht zal worden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 63 dagen noodzakelijk is. Een gedeelte van deze straf, te weten 60 dagen, zal zij voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Hierbij zal de rechtbank voor de noodzakelijk geachte begeleiding van verdachte als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht opleggen.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 180 uren noodzakelijk is.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 5.040,- in verband met door het onder 1 tenlastegelegde geleden schade, waarvan € 2.040,- in verband met geleden materiële schade en € 3.000,- in verband met geleden immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.000,- in verband met door het onder 1 tenlastegelegde geleden immateriële schade.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden toegewezen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet voor toewijzing vatbaar zijn, aangezien de vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 1] is de rechtbank van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 750,- een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Voor wat betreft het overige deel is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende onderbouwd is, waardoor de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan desgewenst haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 2] is de rechtbank van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 250,- een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Voor wat betreft het overige deel is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende onderbouwd is, waardoor de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan desgewenst zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 57, 139f en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd;

onder 2: Gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 63 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 60 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ten inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft en zich daartoe binnen één werkdag nadat het vonnis onherroepelijk is, meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich therapeutisch laat behandelen bij een forensisch psychiatrische instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Wijst ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] .

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 15 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 250,- (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] € 250,- (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 5 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.G. Bakker, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en G.V.M. Veldhoen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 februari 2016.

Mr. Veldhoen is buiten staat mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014

tot en met 23 oktober 2014, te Vianen, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) afbeelding(en), te weten één of

meerdere (6) film(s) - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een)

afbeelding(en) (te weten een DVD) - heeft vervaardigd en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt (te weten zijn, verdachtes, minderjarige dochter [slachtoffer 1]

), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit

(onder meer):

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze

persoon zich in opeenvolgende filmfragmenten van kleding ontdoet waarna door

het camerastandpunt en/of pose en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of

borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus)

een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(films 02, 03, 04, 05 en 06 zoals omschreven op p. 109-110 van het dossier)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014

tot en met 23 oktober 2014 te Vianen, in elk geval in arrondissement

Midden-Nederland, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een

camera en/of een DVD-recorder en/of een DVD-speler, waarvan de aanwezigheid

niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk

van één of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

aanwezig in de badkamer van een woning (gelegen aan de [adres] ) of op

een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, één of meerdere

afbeelding(en)/film(s) heeft vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij de in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal van de politie, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme Midden-Nederland, genummerd 20150602.1000.5417.AMB van 2 juni 2015, doorgenummerde pagina's 1 tot en met 153.

2 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 71.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pagina 133.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pagina 133.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pagina 136.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pagina 130.

7 Proces-verbaal van verhoor aangever, doorgenummerde pagina 144.

8 Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, doorgenummerde pagina 108.

9 Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, doorgenummerde pagina 106.

10 Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, doorgenummerde pagina 109.

11 Proces-verbaal Beschrijving Kinderpornografisch materiaal, doorgenummerde pagina 110.

12 Bijlage bij proces-verbaal Beschrijving Kinderpornografisch materiaal, doorgenummerde pagina 113.

13 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina’s 86 en 87.

14 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 87.

15 Proces-verbaal ter terechtzitting van 26 januari 2016.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 62.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 64.

18 Verhoor van verdachte, doorgenummerde pagina 48.