Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6317

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-11-2016
Datum publicatie
22-12-2016
Zaaknummer
5132702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geslaagd beroep op dwaling bij aankoop auto, vanwege teruggedraaide kilometerstand. Dit volgt uit het uitlezen van de autosleutels en uit het onderhoudsboekje. Verkoper heeft dit vervolgens onvoldoende betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3997
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5132702 UC EXPL 16-8729 KdM/1151

Vonnis van 2 november 2016

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

procederend in persoon,

tegen:

[gedaagde] , h.o.d.n. [naam],

zaakdoende te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.C.M. Maas-Holla

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 juli 2016,

  • -

    de akte van [eiser] met producties van 10 oktober 2016,

  • -

    de comparitie van partijen van 10 oktober 2016, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] handelt in auto’s. Partijen hebben op 26 augustus 2015 een overeenkomst gesloten waarbij [gedaagde] aan [eiser] een BMW (kenteken [kenteken] ) verkocht met een kilometerstand van 107.000, gebouwd in november 2004. De verkoopprijs was € 6.750,-. Genoemde kilometerstand is op de verkoopfactuur vermeld.

2.2.

Partijen zijn daarbij niet overeengekomen dat [gedaagde] garantie zou verlenen op het functioneren van de auto. Daarover staat op de factuur: “De koper gaat ermee akkoord dat dit een meeneemprijs is zonder garantie.

2.3.

De BMW is in ieder geval tussen 2006 en 2011 vijf keer onderhouden door een BMW-dealer in [vestigingsplaats] , die dat met stempels heeft bijgehouden in het bij de auto behorende boekje.

2.4.

Voordat hij de auto aan [eiser] verkocht had [gedaagde] de BMW op 22 juni 2016 in België aangekocht en in Nederland ingevoerd. Volgens de verkoopovereenkomst tussen [gedaagde] en de Belgische verkoper was de kilometerstand toen [gedaagde] de auto kocht 106.000.

2.5.

Naar aanleiding van storingen aan de auto zijn de twee autosleutels uitgelezen. Uit een door BMW-dealer [bedrijf] uit [vestigingsplaats] in dat kader opgesteld overzicht blijkt dat de autosleutels in totaal veertien keer zijn uitgelezen door een BMW-dealer: voor het eerst op 3 april 2007 en voor het laatst op 22 oktober 2015. Verder blijkt uit het overzicht dat één van de sleutels op 21 april 2015 een kilometerstand van 146.649 heeft geregistreerd en dat één van de sleutels op 25 augustus 2015 een kilometerstand van 106.439 heeft geregistreerd.

2.6.

[A] , service-adviseur bij BMW-dealer [bedrijf] heeft op 5 augustus 2015 het volgende aan [eiser] ge-e-maild:
Bijgaand het overzicht van de kilometerstanden. Deze standen kunnen niet anders dan echt zijn, dit is omdat BMW een intern systeem gebruikt waarbij we de sleutels uit kunnen lezen. Dit wordt vervolgens opgeslagen in een database en kunnen niet meer aangepast worden. Hier kan absoluut niet mee gefraudeerd worden. Mocht je het op prijs stellen dat ik dit systeem toelicht hoor ik het graag. BMW gebruikt dit systeem wereldwijd, alleen de dealers hebben toegang tot dit systeem.

2.7.

Bij brief van 19 november 2015 heeft [eiser] [gedaagde] te kennen gegeven dat zij de tussen hen gesloten overeenkomst vernietigt.

2.8.

Bij brief van 14 december 2015 heeft [eiser] [gedaagde] gemaand om tot terugbetaling van de koopprijs over te gaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

­ een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd, dan wel vernietiging daarvan door de kantonrechter, dan wel ontbinding daarvan door de kantonrechter;

­ veroordeling van [gedaagde] om aan [eiser] te voldoen € 7.758,19, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2015 tot de voldoening;

­ veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de kilometerstand van de BMW aanzienlijk afwijkt van wat partijen overeen zijn gekomen. Primair stelt zij zich op het standpunt dat sprake is van bedrog van de zijde van [gedaagde] , subsidiair dat zij heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst, meer subsidiair dat bij de auto sprake is van non-conformiteit en nog meer subsidiair dat [gedaagde] jegens haar een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. Hij voert daartoe aan dat geen sprake is van een kilometerstand die afwijkend is van wat partijen zijn overeengekomen en daarnaast dat als al sprake zou zijn van zo’n afwijking, dit in het licht van de afspraken tussen partijen niet kan leiden tot vernietiging of ontbinding van de overeenkomst.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bedrog of dwaling?
4.1. De kantonrechter stelt voorop dat [eiser] niet voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van bedrog door [gedaagde] . Bedrog kan namelijk alleen aan de orde zijn als [gedaagde] opzettelijk een auto heeft willen verkopen die een veel hogere kilometerstand had dan wat hij aan [eiser] als koper voorhield. Zelfs als in deze zaak komt vast te staan dat van een aanzienlijk hogere kilometerstand sprake was, is daarmee nog niet gegeven dat er bij [gedaagde] een dergelijk opzet aanwezig was. [eiser] heeft verder ook niets aangevoerd waaruit dat opzet zou kunnen blijken.

4.2.

Als in deze zaak vast komt te staan (waarover hierna meer) dat de auto op 21 april 2015 inderdaad een kilometerstand had van 146.649, is dat wél voldoende voor het oordeel dat [eiser] de overeenkomst op grond van dwaling heeft mogen vernietigen. Er is dan immers sprake van een afwijking van minimaal 39.649 kilometer ten opzichte van de kilometerstand van 107.000 die partijen op 26 augustus 2015 waren overeengekomen. Als er sprake is geweest van zo’n hoge kilometerstand gaat de kantonrechter er vanuit dat daarmee al (in België) is geknoeid vóórdat de auto door [gedaagde] is gekocht. Er is in ieder geval niet gebleken dat [gedaagde] ergens vanaf wist. Dat betekent in dat geval dat zowel [eiser] (als koper) als [gedaagde] (als verkoper) bij het sluiten van de koopovereenkomst is uitgegaan van dezelfde onjuiste veronderstelling over de kilometerstand van de auto. Er is dan sprake van wederzijdse dwaling zoals bedoeld in artikel 6:228, eerste lid, aanhef en onder c van het Burgerlijk Wetboek (BW), op grond waarvan de overeenkomst vernietigbaar is. Dat is, zo volgt uit datzelfde wetsartikel, alleen anders als [gedaagde] niet had hoeven te begrijpen dat [eiser] door die hogere kilometerstand van de koop zou afzien. Maar die uitzondering doet zich hier niet voor: door [gedaagde] is niet gesteld dat [eiser] de auto voor hetzelfde bedrag had willen kopen als de kilometerstand 146.649 zou hebben bedragen. De kantonrechter acht dat ook niet waarschijnlijk, omdat juist de kilometerstand van een tweedehandsauto bepalend is voor de waarde en voor de verkoopprijs ervan.

4.3.

[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat is afgesproken dat hij op de BMW geen garantie zou geven, maar dat betekent nog niet dat [eiser] vervolgens genoegen moet nemen met een auto die een veel hogere kilometerstand blijkt te hebben dan de stand waarover [gedaagde] haar heeft geïnformeerd. Het is vaste rechtspraak dat de kilometerstand over het algemeen essentieel is bij de koop van een auto en dat een verkopende autohandelaar stilzwijgend garandeert dat de door de teller aangegeven kilometerstand in overeenstemming is met de werkelijkheid; indien dat niet het geval is, komt dat geheel voor zijn risico. In dit geval is de kilometerstand ook nog vermeld op de verkoopfactuur. Dat de auto voor een ‘meeneemprijs’, zonder garantie is verkocht maakt onder deze omstandigheden niet dat [eiser] geen geslaagd beroep meer kan doen op dwaling. De Hoge Raad heeft dit in een vergelijkbare zaak al bepaald in zijn arrest van 25 juni 1993, dat partijen op www.rechtspraak.nl kunnen lezen onder het nummer ECLI:NL:HR:1993:ZC1016.

4.4.

Als het klopt dat de kilometerstand heeft afgeweken is dus sprake van dwaling. Daarom hoeft niet meer te worden gekeken naar wat [eiser] heeft aangevoerd over non-conformiteit en onrechtmatige daad.

Is er met de kilometerstand gesjoemeld?
4.5. Waar het in deze zaak vervolgens over gaat is of de kilometerstand van de auto inderdaad heeft afgeweken en of dat in deze procedure komt vast te staan. In het voorgaande is daar veronderstellenderwijs vanuit gegaan, maar de kantonrechter zal nu beoordelen wat hierover door partijen over en weer is gezegd. Daarbij is van belang dat [eiser] zich op het rechtsgevolg (dwaling en vernietiging van de overeenkomst) van de hogere kilometerstand beroept. Dat betekent dat zij daarover voldoende moet stellen en dit zo nodig moet bewijzen.

4.6.

[eiser] heeft haar stellingen over de kilometerstand onderbouwd met de uitdraai van de uitgelezen sleutels, de toelichting van [A] van de BMW-dealer daarop en met de onderhoudsoverzichten. Hoewel daarover bij [gedaagde] eerst onduidelijkheid bestond, is op de comparitie met partijen vastgesteld dat de uitdraai van het uitlezen van de sleutels een logische opbouw van kilometerstanden laat zien, met uitzondering van de terugval in kilometers tussen 21 april en 25 augustus 2015, zoals die is beschreven is overweging 2.5. Van belang daarbij is dat moet worden gekeken naar de data waarop de sleutels door de auto zijn geüpdatet en niet naar de (daarvan soms afwijkende) data waarop de sleutels door de BMW-dealer vervolgens daadwerkelijk zijn uitgelezen. Op de comparitie is met partijen ook vastgesteld dat de jaartallen van de stempels van de dealer in [vestigingsplaats] van de onderhoudsbeurten en de daarbij vermelde kilometerstanden overeenkomen met de data waarop de sleutels zijn geüpdatet en de daarbij behorende kilometerstanden. Daarbij is het wel opvallend dat bij de laatste twee onderhoudsbeurten, de bij de stempel geschreven data afwijken van het jaartal van de dealerstempel zelf.

4.7.

Uit het voorgaande volgt dat de uitdraai van het uitlezen van de autosleutels deels wordt ondersteund door wat in het onderhoudsboekje van de auto staat. Daarbij gaat de kantonrechter uit van de gestempelde jaartallen, omdat niet duidelijk is wie de handgeschreven data daarbij heeft geschreven. [eiser] heeft op deze manier in ieder geval goed kunnen onderbouwen dat sprake is van het terugdraaien van de kilometerstand. Daarbij weegt ook mee dat de kilometerstand van na dat terugdraaien (106.439 op 25 augustus 2015) logischerwijs past bij de kilometerstand die de auto bij de verkoop aangaf (107.000 op 26 augustus 2015), maar ook bij de kilometerstand op het moment waarop [gedaagde] de auto heeft aangekocht (106.000 op 22 juni 2015). [eiseres'] stellingen worden dus door de andere stukken niet tegengesproken, ook niet door die van [gedaagde] . Als het klopt wat [eiser] zegt, lijkt het erop dat [gedaagde] de auto heeft gekocht vlak nadat er met de kilometerstand is geknoeid. De kantonrechter zal beoordelen wat [gedaagde] verder nog heeft aangevoerd om te betwisten dat de kilometerstand is teruggedraaid.

4.8.

Om te beginnen vindt [gedaagde] dat de kilometerstanden die van de sleutels zijn uitgelezen niet betrouwbaar zijn. Hij wijst erop dat dit geen gesloten systeem is en dat daaraan niet dezelfde waarde kan worden toegekend als aan de kilometerregistratie van de Nationale Autopas. Op de comparitie heeft hij er daarnaast op gewezen dat de kilometerstanden bij BMW’s ook rechtstreeks vanaf de motor kunnen worden uitgelezen. [gedaagde] zegt dat hij heeft gebeld met [A] en dat die hem heeft verteld dat dit niet is gebeurd. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Uit de door [eiser] ingebrachte verklaring van [A] blijkt dat met betrekking tot het uitlezen van de autosleutels sprake is van een intern systeem, dat wereldwijd door BMW wordt gehanteerd en waar niet mee gefraudeerd kan worden. Dat heeft [gedaagde] ook bevestigd op de comparitie. In dat licht ligt het niet voor de hand dat [A] op de vragen van [eiser] niets heeft gezegd over andere manieren om de kilometerstand vast te kunnen stellen. Gelet op de onderbouwing door [eiser] met de verklaring van [A] had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt ook goed te onderbouwen, bijvoorbeeld door aan [A] ook een schriftelijke verklaring te vragen. Door dat na te laten heeft hij de stellingen van [eiser] niet voldoende betwist. Pas op de comparitie heeft hij gezegd dat hij [A] heeft gebeld en dat is niet voldoende.

4.9.

[gedaagde] heeft ook aangevoerd dat de BMW in België was geregistreerd bij het Belgische equivalent van de Nationale Autopas. Uit de daarbij behorende papieren zou blijken dat geen sprake is van gesjoemel met de kilometerstand, maar die papieren heeft [gedaagde] volgens hem meegegeven aan [eiser] . [eiser] zegt echter dat zij dergelijke papieren nooit heeft gekregen en dat ze het nooit hebben gehad over een Belgische Nationale Autopas. De kantonrechter vindt dat het voor risico van [gedaagde] komt dat hij zelf geen kopieën van de stukken heeft gemaakt, als hij zich nu op (het bestaan van) die stukken wil beroepen. Hij heeft verder ook niet toegelicht wat er precies uit die registratie zou blijken en hoe dat zich verhoudt tot bijvoorbeeld het onderhoudsboekje. Ook hier heeft [gedaagde] de stellingen van [eiser] daarom niet goed betwist.

4.10.

[gedaagde] heeft ten slotte – ook in de eerdere correspondentie met [eiser] – steeds gewezen op het onderhoudsboekje van de auto. Uit het voorgaande blijkt echter al dat de kantonrechter voorbij gaat aan de daarin genoteerde handgeschreven data, voor zover die afwijken van de door de [...] dealer gestempelde jaartallen. Die jaartallen komen immers steeds overeen met de data van het uitlezen van de kilometerstand en [gedaagde] heeft geen verklaring gegeven voor de afwijking tussen jaartallen en handgeschreven data. Hiervoor (in overweging 4.7.) is al geoordeeld dat de kilometerregistratie in het onderhoudsboekje de stellingen van [eiser] juist ondersteunt. Het wijzen op die registratie is voor [gedaagde] dus ook niet voldoende om die stellingen te betwisten.

4.11.

Uit het voorgaande volgt kort gezegd dat [eiser] haar stellingen voldoende heeft onderbouwd en dat [gedaagde] deze niet voldoende heeft betwist. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. Het gevolg hiervan is dat de kantonrechter als vaststaand aanneemt dat de auto op 21 april 2015 een kilometerstand had van 146.649, die daarna is teruggedraaid tot onder de 106.439. In overwegingen 4.2. en 4.3. is al geoordeeld dat dit reden is om de overeenkomst op grond van dwaling te kunnen vernietigen. Dat heeft [eiser] ook gedaan met haar brief van 19 november 2015, waarvan door [gedaagde] op de comparitie is erkend dat hij die heeft ontvangen. De kantonrechter zal de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd dan ook toewijzen. Dit wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat een verklaring voor recht naar haar aard niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging.

Gevolgen van de vernietiging
4.12. Nu moet worden beoordeeld wat de gevolgen van de vernietiging zijn, in het licht van wat [eiser] verder vordert. De vernietiging van de koopovereenkomst heeft terugwerkende kracht. Dat betekent dat [gedaagde] steeds de eigenaar van de BMW is gebleven maar ook dat [eiser] de koopprijs van € 6.750,- onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald. [gedaagde] moet dat bedrag aan [eiser] terugbetalen en [eiseres'] daartoe strekkende vordering zal worden toegewezen. [gedaagde] is door geen gevolg te geven aan de brief van [eiser] van 14 december 2015, per die datum in verzuim geraakt. De wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van deze datum.

4.13.

[eiser] wil verder dat [gedaagde] de reparatiekosten die zij heeft gemaakt vergoedt. In de wet staat dat de rechthebbende op een goed, die van een bezitter te goeder trouw zijn goed terug krijgt, verplicht is om de ten behoeve van het goed gemaakte kosten te vergoeden, voor zover de bezitter niet al schadeloos is gesteld door de voordelen ervan (artikel 3:120, tweede lid, van het BW). [gedaagde] moet de kosten die [eiser] ten behoeve van de auto heeft gemaakt dus vergoeden, als die kosten groter zijn dan het voordeel dat [eiser] heeft gehad doordat zij de auto een tijd lang heeft kunnen gebruiken. De kantonrechter gaat er bij de waardering van dat voordeel vanuit dat [eiser] de auto in beginsel steeds heeft kunnen gebruiken. Zij heeft de auto namelijk steeds tot haar beschikking gehad en dat de auto in het geheel niet te gebruiken was is door haar niet voldoende onderbouwd. Dat volgt in ieder geval niet uit de reparaties op zichzelf en ook niet uit haar keuze om de auto ergens te stallen en niet meer te gebruiken. Tegenover het gebruik dat zo dus van de auto gemaakt kon worden, staan de kosten die daarbij horen. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor wegenbelasting en verzekering, maar ook de kosten die voor het normale onderhoud van de auto te verwachten zijn. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet voldoende heeft onderbouwd dat de reparaties die zij heeft laten uitvoeren verder gaan dan dit normale onderhoud. Daarbij is van belang dat bij iedere auto van bijna twaalf jaar oud onverwachte en soms kostbare reparaties aan de orde kunnen zijn. [eiser] heeft er bovendien zelf voor gekozen om na de vernietiging van de koopovereenkomst nog een dure reparatie te laten uitvoeren. De gemaakte kosten moeten dus worden weggestreept tegen het voordeel dat [eiser] van de auto heeft gehad of had kunnen hebben.

4.14.

[eiser] heeft nog aangevoerd dat de auto door de uitgevoerde reparaties meer waard is geworden en dat [gedaagde] ongerechtvaardigd wordt verrijkt als hij de auto terugkrijgt. Ook dat volgt de kantonrechter niet: hiervoor is al overwogen dat niet is gebleken dat de reparatiekosten verder gaan dan kosten voor normaal onderhoud en door het laten uitvoeren daarvan wordt een auto over het algemeen niet opeens meer waard. [gedaagde] hoeft de reparatiekosten niet te vergoeden en de vordering van [eiser] zal op dit punt worden afgewezen.

4.15.

De kantonrechter overweegt ten overvloede nog het volgende, naar aanleiding van wat op de comparitie is besproken toen werd getracht om tot een minnelijke regeling te komen. De vernietiging van de koopovereenkomst heeft ook tot gevolg dat [eiser] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven, en wel in dezelfde staat als bij de aankoop, dus uitgaande van de hoge kilometerstand die in deze procedure is komen vast te staan. Dat de auto in de tussentijd meer waard is geworden is, zo blijkt hiervoor, niet gebleken. Als de auto minder waard is geworden dan moet [eiser] dat aan [gedaagde] vergoeden. Dat volgt allemaal rechtstreeks uit de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst: partijen hebben hierover niets gevorderd van de kantonrechter. Zij zullen dit dus samen moeten oplossen. De kantonrechter geeft partijen wel mee dat afgezien van de hiervoor besproken reparaties in het kader van normaal onderhoud niet is gebleken van waardeverminderende schade of gebreken aan de auto. Een gering aantal extra kilometers en een jaar tijdsverloop zullen bovendien over het algemeen niet van grote invloed zijn op de waarde van een auto van zo’n twaalf jaar oud. Voor een extra vergoeding door [eiser] aan [gedaagde] – naast de teruggave van de auto – lijkt daarom geen aanleiding te zijn.

4.16.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 322,53 (€ 99,53 voor de dagvaarding + € 223,00 voor het griffierecht). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst met betrekking tot de BMW met het kenteken [kenteken] is vernietigd;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 6.750,- met de wettelijke rente daarover vanaf 14 december 2015 tot de voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 322,53, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de onderdelen 5.2. en 5.3. betreft;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 november 2016.