Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6172

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
22-11-2016
Zaaknummer
16/661688-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:11289, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 54-jarige vrouw uit Amersfoort heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting in een woning in Amersfoort in 2015. In de woning lag een bewoner te slapen. Door het handelen van de vrouw is een levensgevaarlijke situatie ontstaan. Het is niet aan haar te danken dat de schade voor personen en goederen uiteindelijk relatief beperkt is gebleven.

De rechtbank veroordeelt de vrouw tot een gevangenisstraf van 18 maanden en tbs met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661688-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 22 november 2016.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1962] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 december 2015, 8 maart 2016, 31 mei 2016, 23 augustus 2016 en 8 november 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting van 8 november 2016 laten bijstaan door

mr. J.R.A. Röschlau, advocaat te Zeist.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting van 31 mei 2016 nader omschreven.

De nadere omschrijving van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair

Op 18 september 2015 in Amersfoort samen met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in een woning gelegen aan de [adres 1] waardoor gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen te duchten was.

Subsidiair

Op 18 september 2015 in Amersfoort heeft geprobeerd om samen met een ander opzettelijk brand te stichten in een woning gelegen aan de [adres 1] waardoor gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen te duchten was.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het tenlastegelegde medeplegen en heeft zich daarbij gebaseerd op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, aangezien – zakelijk weergegeven – sprake was van een absoluut ondeugdelijke poging tot brandstichting.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Op 18 september 2015 omstreeks 07.00 uur is bij de politie een melding binnengekomen dat sprake zou zijn van brandstichting op het adres [adres 1]

(verder: de woning) te Amersfoort. Verbalisant [verbalisant] is naar aanleiding van deze melding ter plaatse gegaan. Hij constateerde – zakelijk weergegeven – dat er een gat was aangebracht in de onder ruit van de voordeur van de woning, dat er voor de deur twee wijnflessen lagen, dat rondom de flessen vloeistof lag, dat er uit een van de flessen papierresten staken en dat ditzelfde papier ook uit de brievenbus van de woning stak. [verbalisant] rook de geur van alcoholhoudende drank en een brandlucht en hij zag dat de verf van de voordeur rond de brievenbus zwartgeblakerd was. Na herhaaldelijk bonzen op de voordeur werd er opengedaan door de heer [aangever] .2 [aangever] was op 17 september 2015 om ongeveer 22:30 uur naar bed gegaan.3 Toen verbalisant [verbalisant] de woning betrad rook hij wederom een brandlucht en in de woonkamer zag hij blauwe rook.4

Uit het sporenonderzoek dat in de woning is verricht, is het volgende gebleken.

De woning betreft een flatwoning, gesitueerd op de eerste verdieping van een twee hoog flatgebouw.5 Het trappenhuis van de flat geeft toegang tot vier woningen.6

Rondom de brievenbus is roetafzetting en verbrande verf geconstateerd. In de brievenbus zijn een prop papier en een prop kunststof doek aangetroffen, die beide deels verbrand zijn. Op de deurmat in de woning zijn aangetroffen een waxine kaarsje, een roze stompkaars

(die deels gesmolten was aan de bovenzijde) en een wijnfles. Deze fles was aan een zijde beroet en het glas was gebroken. De glasbreuken betroffen zogenoemde warmtebreuken.

De deurmat was tevens beroet en verbrand.7 In de gehele woning hing een rooklaag.8

Op twee glasscherven bovenin het gat in de ruit zaten bloedvlekken.9 Op het trottoir voor de woning zijn meerdere bloeddruppels aangetroffen die liepen naar een woning gelegen aan de [adres 2] . In de woning werd verdachte aangehouden.10 Op de [adres 2] woont en staat ingeschreven [medeverdachte] .11 Op de voordeurruit en de trapleuning, alsmede op een traphekje in de woning gelegen aan de [adres 2] zijn bloedmonsters aangetroffen. De bemonsteringen zijn getest door het NFI en uit het onderzoek is gebleken dat het DNA-profiel overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte.12

In de keuken van de [adres 2] stond een prullenbak waarin een bijna roze opgebrande kaars werd aangetroffen. Op de salontafel in de woonkamer stond een kaars van het merk H&S en een leeg glaasje, kennelijk bedoeld voor een waxine kaarsje. In de woonkamer stond een kast met in de onderste lade een zak waxine kaarsjes. Het merk van de aangetroffen kaarsen (H&S), was dezelfde als de kaars aangetroffen bij het pd onderzoek op de [adres 1] . De aangetroffen waxine kaarsjes in de woning komen qua uiterlijk overeen met het waxine kaarsje aangetroffen bij het pd onderzoek. 13

Verdachte was omstreeks 20.00 uur bij [medeverdachte] en heeft vervolgens samen met [medeverdachte] bier gedronken tot de volgende dag.14 Verdachte heeft verklaard dat het idee om brand te stichten afkomstig was van haar vriendin [medeverdachte] en dat zij – verdachte – met een dumbell het onderste raam van de voordeur van de woning heeft ingeslagen waardoor een gat is ontstaan.15 Vervolgens heeft zij een fles wijn, met een lont erin, door het gat gedaan en de lont aangestoken.16 Volgens verdachte lukte het haar niet om brand te stichten en heeft [medeverdachte] vervolgens daadwerkelijk brand gesticht. Verdachte heeft ter zitting van 22 december 2015 verklaard dat zij heeft gezien dat [medeverdachte] de stompkaars op de deurmat heeft gezet.17

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte] bij het tenlastegelegde het volgende af.

De rechtbank acht de - uiteindelijk afgelegde bekennende - verklaring van verdachte betrouwbaar. Deze wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Verdachte heeft op instigatie van [medeverdachte] met een dumbell de ruit van de voordeur van de aangever stuk geslagen. Verdachte heeft vervolgens de lont, die in de wijnfles zat, aangestoken en de fles door de ruit gedaan. Enige tijd later heeft [medeverdachte] een kaars door de ruit gedaan, op de deurmat gezet en deze aangestoken.

Verdachte en [medeverdachte] hebben de hele nacht verbleven in de woning van [medeverdachte] en bloed van verdachte is aangetroffen in de woning [medeverdachte] . De kaars en het waxinelichtje die zijn aangetroffen op de plaats waar brand is gesticht zijn gelijksoortig aan de kaars en waxinelichtjes die in de woning van [medeverdachte] aanwezig waren.

Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] .

Het verweer van de raadsman betreffende de ondeugdelijke poging wordt weersproken door de bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat daadwerkelijk brand is gesticht en levensgevaar voor personen te duchten was nu vaststaat dat de aangever in de woning aanwezig was en er gevaar was voor de omringende woningen en bewoners.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander brand heeft gesticht in een woning gelegen aan de

[adres 1] .

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

op 18 september 2015 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning gelegen aan [adres 1] , immers hebben verdachte en haar mededader toen aldaar opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met (de brievenbus van) de voordeur en de deurmat van voornoemde woning, ten gevolge waarvan voornoemde voordeur en deurmat van voornoemde woning gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en de belendende woningen en levensgevaar voor de bewoner van voornoemde woning, te weten [aangever] en de bewoners van belendende woningen, te duchten was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

In het dossier bevindt zich onder andere de verdachte betreffende Pro Justitia triple rapportage van 20 oktober 2016 opgesteld door M.D. van Ekeren, psychiater,

en A.H. Bouwman, GZ-psycholoog.

Zij komen tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan zowel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens als aan een ziekelijke stoornis. Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met borderline, theatrale- en antisociale trekken, van alcoholafhankelijkheid (thans door detentie in remissie), cocaïneafhankelijkheid in langdurige volledige remissie, benzodiazepine-afhankelijk en van (ten hoogste) zwakbegaafdheid. De antisociale trekken komen tot uiting in het zich niet kunnen conformeren aan de maatschappelijke norm, impulsiviteit en prikkelbaarheid en voorts manifesteert de theatrale kant zich vooral in het met heftige (verbale) uitingen en somatiserend gedrag vestigen van aandacht op zichzelf. Ook speelt suggestibiliteit en over-identificatie met het heftig leed van anderen, dat zij als het ware tot haar eigen leed maakt, hierbij een rol, waarbij zij haar eigen afgeweerde zorgbehoefte vertaalt in het grenzeloos bieden van zorg aan anderen, zelfs in zodanige zin dat het betrokkene zelf schade brengt.

De geconstateerde persoonlijkheidsstoornis, alcoholafhankelijkheid, benzodiazepine-afhankelijkheid en de beperkte intellectuele vermogens waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Het onderzoekend team acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar voor het plegen van het tenlastegelegde.

De rechtbank neemt de conclusies van de rapporterende psycholoog en psychiater over en maakt die tot de hare.

Er is dus geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder primair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens heeft de officier van justitie oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden gevorderd, met oplegging van de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft een beperkt aandeel gehad. Daarnaast was zij onder invloed van medicijnen en alcohol en was zij makkelijk beïnvloedbaar. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte heeft meegewerkt aan de observatie in het Pieter Baan Centrum en dat zij spijt heeft betuigd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting in een woning. De aangever was, ten tijde van de brand, aan het slapen in de woning. Door het handelen van verdachte is aldus een levensgevaarlijke situatie ontstaan, zowel voor de bewoner van de desbetreffende woning, als ook voor de bewoners van de belendende woningen. Daarnaast is ook schade toegebracht aan de voordeur en deurmat van de bewoner. Gelet erop dat in de hal van de desbetreffende woning een gordijn hing en een kapstok met jassen had de brand hiertoe kunnen overslaan waarna de gevolgen een stuk ernstiger waren geweest. Het is geenszins aan verdachte te danken dat de schade voor personen en goederen uiteindelijk relatief beperkt is gebleven. Brandstichting dient als een zeer ernstig strafbaar feit gekwalificeerd te worden. Het veroorzaakt maatschappelijke onrust en kan leiden tot psychische, emotionele en ook financiële schade bij slachtoffers daarvan.

De rechtbank houdt rekening met de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat zij eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Voorts houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd voor het bewezenverklaarde feit.

Victas heeft op 4 november 2016 en 4 december 2015 over verdachte gerapporteerd en hierbij geconstateerd dat er sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Er is sprake van een patroon waarbij excessief alcoholgebruik in relatie staat tot het plegen van ernstige delicten. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert tot oplegging van de maatregel ter beschikkingstelling met voorwaarden.

Mevrouw [reclasseringsmedewerker] van Reclassering Nederland heeft ter terechtzitting van

8 november 2016 het rapport toegelicht en bevestigd. Zij heeft aangegeven dat verdachte is aangemeld bij en zal gaan verblijven bij Wier+. Mocht er geen plek zijn bij Wier+ als verdachte uit detentie komt, dan kan worden gezorgd voor een tijdelijke overbrugging.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het eens is met de voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering.

Zoals hiervoor overwogen volgt uit de triple rapportage Pro Jusititia van 20 oktober 2016 dat verdachte lijdende is aan zowel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens als aan een ziekelijke stoornis.

Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met borderline, theatrale- en antisociale trekken, van alcoholafhankelijkheid (thans door detentie in remissie), cocaïneafhankelijkheid in langdurige volledige remissie, benzodiazepine-afhankelijk en van (ten hoogste) zwakbegaafdheid. dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, alcoholafhankelijkheid, benzodiazepine-afhankelijkheid. De beperkte intellectuele vermogens waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht voor het plegen van het tenlastegelegde.

Tevens blijkt uit de triple rapportage dat de kans op herhaling op korte termijn beperkt kan worden geacht maar op de langere termijn als reëel dient te worden gezien. De rapporteurs geven de rechtbank het advies om verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, die ten uitvoer dient te worden gelegd in een klinische start van de behandeling bij Trajectum of een soortgelijke instelling. Bij deze behandeling dienen emotieregulatie, agressie-regulatie en impulscontrole speerpunt van de behandeling te zijn. Ook dient bezien te worden of traumaverwerking nog tot de mogelijkheden behoord, en dient er aandacht te komen voor het middelengebruik van verdachte en afbouw van benzodiazepine. Op termijn dient te worden toegewerkt naar een beschermende woonvorm.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over. De rechtbank acht, gelet op met name de risico’s en gevolgen die brandstichting met zich meebrengt een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. Uit de over verdachte opgemaakte rapportages komt de noodzaak van behandeling en begeleiding duidelijk naar voren. Ter vermindering van het recidiverisico is de rechtbank van oordeel dat verdachte, aansluitend op de huidige detentie, behandeld en begeleid dient te worden.

De rechtbank acht, gelet op de inhoud van de rapporten, de ernst van het feit en het strafblad van verdachte, een terbeschikkingstelling met -in de beslissing nader uitgewerkte- voorwaarden noodzakelijk. De terbeschikkingstelling met voorwaarden biedt naar het oordeel van de rechtbank het meest geëigende kader waarbinnen verdachte kan worden behandeld en begeleid. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van de voorwaarden.

In de ernst van het bewezenverklaarde en de persoon van verdachte ziet de rechtbank aanleiding te bevelen dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Het gepleegde misdrijf, namelijk brandstichting, is een misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen maakt het opleggen van de maatregel noodzakelijk.

Voor het geval de voorwaarden worden overtreden en alsnog dwangverpleging wordt bevolen, overweegt de rechtbank reeds nu het volgende:

De maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14e, 37a, 38, 38a, 38e, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van, opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Oplegging van straf

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Maatregel

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

Algemene voorwaarden:

  • -

    verdachte stelt zich onder toezicht van de reclassering en zal zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen door of namens deze instelling aan hem te geven;

  • -

    verdachte pleegt gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling met voorwaarden geen strafbare feiten;

  • -

    verdachte verleent medewerking aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van tbs-gestelden.

Bijzondere voorwaarden:

- Verdachte dient zich te conformeren aan het door de behandelaren voorgestelde behandeling door Wier+ of soortgelijke instelling, en zij dient mee te werken aan het door de behandelaren en de reclassering voorgestelde vervolgtraject;

- Verdachte dient zich te conformeren aan het door de behandelaren voorgestelde behandeling door een forensische polikliniek of een soortgelijke instelling;

- Verdachte verblijft in Wier+ of een soortgelijke instelling. Bij afronding van de behandeling dient betrokkene zich te conformeren aan het door de behandelaren en de reclassering voorgestelde vervolgtraject, ook als dit inhoudt wonen in een (beschermd) begeleide woonvorm;

-Verdachte maakt, indien de reclassering het nodig acht, haar financiën inzichtelijk aan de reclassering. Indien externe begeleiding op gebied van financiën door de reclassering nodig wordt geacht, dan dient verdachte hieraan haar medewerking te verlenen en zich begeleidbaar op te stellen ten aanzien van een door de reclassering nader aan te wijzen externe partij;

-Verdachte zal zich houden aan het, door de behandelaren van verdachte, voorgeschreven medicatiebeleid;

- Verdachte mag geen drugs en alcohol gebruiken. Zij dient medewerking te verlenen aan urinecontroles en blaastesten.

Verstrekt aan Reclassering Nederland de opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden, als bedoeld in artikel 38, tweede lid, van het Wetboek van Stafrecht.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter,

mrs. E.M. de Stigter, O.P. van Tricht, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.S. Benschop, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

zij op of omstreeks 18 september 2015 in de gemeente Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht in en/of aan een

woning (gelegen aan [adres 1] ), immers heeft/hebben verdachte en/of

haar mededader(s) toen aldaar opzettelijk

een brandende molotovcocktail en/of één of meerdere brandende kaars(en) door

(een gat in) een ruit van de voordeur van voornoemde woning naar binnen gegooid

en/of gestoken/gedaan en/of

één of meerdere brandende molotovcocktail(s) tegen de voordeur van

voornoemde woning gegooid en/of

één of meerdere molotovcocktails voor de voordeur van voornoemde woning

gelegd en vervolgens met een aansteker aangestoken en/of

één of meerdere stuk(ken) stof en/of papier met een vloeistof bevattende alcohol

en/of motorbenzine, althans een brandbare vloeistof, overgoten en vervolgens in de

brievenbus in de voordeur van voornoemde woning gedaan en vervolgens die stuk(ken)

stof en/of papier met een aansteker aangestoken,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met de (brievenbus van de)

voordeur en/of de deurmat en/of de inboedel en/of stoffering van voornoemde woning,

althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde voordeur en/of

deurmat en/of inboedel en/of stoffering van voornoemde woning geheel of gedeeltelijk

is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor

voornoemde woning en/of de belendende woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor

goederen en/of levensgevaar voor de bewoner(s) van voornoemde woning, te weten [aangever]

en/of de bewoner(s) van belendende woning(en), in elk geval levensgevaar voor

een ander of anderen, te duchten was;

subsidiair:

zij op of omstreeks 18 september 2015 in de gemeente Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door haar voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand te stichten in en/of aan een woning (gelegen aan de [adres 1]

, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor

voornoemde woning en/of de belendende woningen en/of levensgevaar voor de

bewoner van voornoemde woning te weten [aangever] en/of de bewoner(s) van de

belendende woningen te duchten was, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet

- één of meerdere molotovcocktail(s) heeft/hebben gemaakt en/of

- één of meerdere malen naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of (daarbij)

één of meerdere molotovcocktail(s) en/of een dumbell en/of een aansteker

heeft/hebben meegenomen en/of

- met een dumbell, althans een stomp en/of zwaar voorwerp, een gat in een ruit

van de voordeur van voornoemde woning heeft/hebben geslagen en/of

- een brandende molotovcocktail door het gat in de ruit van de voordeur van

voornoemde woning naar binnen heeft/hebben gegooid en/of een

molotovcocktail door het gat in de ruit van de voordeur van voornoemde woning

heeft/hebben gedaan en vervolgens heeft/hebben aangestoken met een aansteker

en/of heeft/hebben getracht aan te steken met een aansteker en/of

- één of meerdere brandende kaars(en) door het gat in de ruit van de voordeur van

voornoemde woning naar binnen heeft/hebben gegooid en/of

- een stuk stof en/of een stuk papier met een vloeistof bevattende alcohol en/of

motorbenzine heeft/hebben overgoten en/of vervolgens in de brievenbus van de

voordeur van voornoemde woning heeft/hebben gedaan en/of vervolgens

heeft/hebben aangestoken met een aansteker en/of heeft/hebben getracht aan te

steken met een aansteker en/of

- één of meerdere brandende molotovcocktails tegen de voordeur van voornoemde

woning heeft/hebben gegooid en/of

- één of meerdere (brandende) molotovcocktails voor de voordeur van voornoemde

woning heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangestoken met

een aansteker,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer 2015282922, onderzoek 031SARA bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2015, p. 30.

3 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] van 19 september 2015, p. 26.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2015, p. 31

5 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 185

6 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] van 19 september 2015, p. 27.

7 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 187.

8 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 186.

9 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 186.

10 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 187.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] , met bijlage, van 13 november 2015 p. 142.

12 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015, p. 188.

13 Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlagen, van 6 november 2015. p. 219.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 september 2015, p. 19.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 24 oktober 2015, p. 176 en 181.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 24 oktober 2015, p. 175 en 176 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

17 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 22 december 2015, p. 2.