Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:6022

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
5101383 / MC EXPL 16-5988
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de hoogte van vergoeding ex artikel 7:220 jo.7:207 BW in het kader van uitvoering van noodzakelijke reparatiewerkzaamheden. Huurder maakt aanspraak op vermindering van de huurprijs ten gevolge van vermindering van huurgenot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Vonnis van 12 oktober 2016

Toevoeging eiser: 4LR5577

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 5101383 / MC EXPL 16-5988 van

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser, hierna ook te noemen: [eiser] ,
gemachtigde mr. R. Zwiers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde mr. K.J. van Bergenhenegouwen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de brief van 30 augustus aan de zijde van gedaagde

  • -

    het tussenvonnis van 13 juli 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 september 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is sedert 1 oktober 2006 huurder van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . De woning betreft een appartement. De huidige huurprijs bedraagt € 1.009,33 per maand.

2.2.

Eind februari 2005 is een lekkage ontdekt in het wooncomplex die mogelijk afkomstig zou zijn van het waterleidingnetwerk behorende bij het appartement van [eiser] . De woning van [eiser] beschikt over een aparte doucheruimte, een apart toilet en een badkamer met bad wastafel en toilet.

2.3.

[gedaagde] heeft aan aannemersbedrijf [naam aannemersbedrijf] opdracht gegeven de oorzaak van de lekkage te achterhalen en naar aanleiding daarvan de noodzakelijke maatregelen te treffen om de lekkage te verhelpen. [naam aannemersbedrijf] heeft op 23 februari 2015 in eerste instantie onderzoek gedaan in de doucheruimte en daartoe de doucheruimte afgekoppeld van de leidingen, de leidingen blootgelegd en de mengkraan en een deel van het tegelwerk verwijderd. [naam aannemersbedrijf] maakt op 2 maart 2015 melding van het volgende:

“Bovenstaand adres heeft flinke lekkage, waar de lekkage zich precies bevind is niet te traceren. Onze service afdeling heeft meerdere pogingen gedaan om de lekkage te vinden/op te lossen.

Van [voornaam] hebben we de opdracht gekregen om de badkamer/doucheruimte en toilet te renoveren. (..)”

Zou er vanuit [gedaagde] in korte tijd contact opgenomen kunnen worden met bewoner?”

2.4.

Bij brief van 3 maart 2015 deelt [gedaagde] aan [eiser] mede dat aan de woning (badkamer/toilet) dringende werkzaamheden moeten worden verricht, welke werkzaamheden een maand in beslag zal nemen. [gedaagde] biedt een huurcompensatie aan van 1 maand huur.

2.5.

Bij brief van 9 maart 2015 deelt [eiser] aan [gedaagde] mede dat hij niet akkoord is met het voorstel. [eiser] maakt ofwel aanspraak op interne verhuizing ofwel aanspraak op drie maanden huurcompensatie. [eiser] is eerst bereid medewerking te verlenen als partijen tot overeenstemming zijn gekomen, terwijl hij ook aanspraak maakt op huurprijsvermindering zolang de douchruimte niet bruikbaar is.

2.6.

Partijen bereiken na verdere correspondentie geen overeenstemming, hetgeen [gedaagde] aanleiding geeft over te gaan tot dagvaarding in kort geding om medewerking van [eiser] af te dwingen. Tijdens de behandeling van het kort geding op 4 juni 2015 hebben partijen met elkaar nadere afspraken gemaakt:

“Mr. Van Bergenhenegouwen en verklaart:

We hebben afgesproken dat een huurkorting van 1 maand van € 1.009.33 wordt verleend aan [eiser] door ‘verrekening ‘van dat bedrag met de thans bestaande huurachterstand. [eiser] verleent dan zijn volledige medewerking aan de werkzaamheden

[eiser] verklaart:

Maar als de werkzaamheden langer dan 2 weken duren? Dan wil ik een hogere vergoeding dan die maand huurkorting.

Mr. Van Bergenhenegouwen verklaart:

De korting van € 1.009,33 is maximaal. Ook als de werkzaamheden langer dan 2 weken duren. We gaan gewoon uit van 2 weken, maar binnen een maand zijn de werkzaamheden in elk geval afgerond.

[A] (komt weer binnen na telefonisch overleg met [naam aannemersbedrijf] ) verklaart:

[naam aannemersbedrijf] kan de werkzaamheden verrichten in week 26 en week 27. Dan is het 3 juli gereed.”

2.7.

Op vrijdag 3 juli 2015 heeft [naam aannemersbedrijf] de werkzaamheden bestaande uit de renovatie van bad- en doucheruimte + toilet opgeleverd, welke oplevering voor akkoord is getekend door [eiser] .

2.8.

Na de oplevering maakt [eiser] bij brief van 5 juli 2015 melding van het feit dat de werkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd. Volgens [eiser] is het schilderwerk aan de plafonds in de doucheruimte, badkamer en het toilet niet dekkend; is de wastafel in de badkamer scheef geplaatst; is het separate toilet niet gekit en staat die niet rechtstandig op de afvoer; is de fontein niet dan wel onvoldoende gekit; en zijn de kitnaden in de doucheruimte, badkamer en toilet in het algemeen onvoldoende gevuld.

2.9.

Bij mail van 6 juli 2015 heeft [naam aannemersbedrijf] naar [gedaagde] gereageerd op de klachten van [eiser] en aangegeven dat een groot deel van de klachten zijn opgelost, maar tevens aangegeven bereid te zijn de plafonds nogmaals te sausen en het kitwerk na te lopen.

2.10.

Op 9 juli 2015 is de schilder van [naam aannemersbedrijf] bij [eiser] langs geweest om de laatste werkzaamheden alsnog uit te voeren. De schilder heeft de werkzaamheden niet kunnen uitvoeren. [naam aannemersbedrijf] schrijft daarover het volgende:
“Vandaag hadden we een afspraak voor de schilder op de [adres] voor het sausen van de wanden /plafonds.

De schilder is zojuist zonder verrichte zaken weer vertrokken.

De bewoner dreigde met een juridische brief die de schilder moest ondertekenen.

In de brief zou staan dat de schilder verantwoordelijk is voor latere eventuele lekkages, dit omdat hij het kitwerk niet vertrouwd,

De bewoner geeft niet de intentie mee te werken om de nog open zaken op te lossen en wil gewoon een hak zetten tegen de werkzaamheden die nog moeten gebeuren.

Volgens ons zijn de kitnaden waterdicht en is hier niks mis mee.

(de kitnaden langs het plafond zijn door het warme weer ietjes uitgezakt welke we wel willen vervangen, maar niet op deze manier)

Wij ( [naam aannemersbedrijf] ) geven hier gewoon garantie op welke via [gedaagde] loopt.

Ondertussen zijn we nu uitgemaakt voor dieven, wordt er gelogen en worden we bedreigt met juridische stappen.

Ik ben van mening dat we hier nu klaar zijn.”

2.11.

Uiteindelijk stelt [eiser] [gedaagde] aansprakelijk bij brief van 15 september 2015:

“Op 22 juni is er begonnen met werkzaamheden aan onze doucheruimte, badkamer en toilet. Wij zijn deze werkzaamheden overeengekomen tijdens het door u aangespannen kort geding d.d 4 juni 2015.

Deze werkzaamheden zouden 2 weken in beslag nemen en derhalve op vrijdag 3 juli zijn afgerond. Heden ruim 3 maanden na het beëindigen van deze werkzaamheden moet ik helaas constateren dat deze, ondanks intensief (email) contact met technische zaken (dhr. [A] / dhr. [B] ), niet althans onvoldoende zijn uitgevoerd en dus nog niet zijn afgerond. Ook zijn er significante versoberingen doorgevoerd in onder andere tegelwerk, sanitair en bad alsook garnituur. Dit concluderend is er sprake van wanprestatie uwerzijds met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst waarvoor ik u bij deze aansprakelijk stel.

Gelet op het bovenstaande vorder ik van u dan ook het volgende;

1- Per direct de werkzaamheden naar behoren af te maken en te herstellen en dit onder dwangsom van € 150,- per dag met een maximum van € 10000 vanaf het moment van ingebrekestelling,

II- een bedrag van € 750,- voor het door u vernietigde schilder en stuc-werk (oude staat),

III- een bedrag van €2000,- als tegemoetkoming in de versoberingen,

IV- een bedrag van € 600,- ter dekking van juridische bijstand tot heden,

V- een bedrag van € 15.000,- als schadevergoeding ten gevolge van diverse (onnodig) ongemakken en werkzaamheden daaruit voortvloeiend (reeds meerdere malen).

Mocht u binnen 2 weken na dagtekening dezes of voor 29 september 2015 hieraan geen of onvoldoende gehoor geven stel ik u hier en voor alsdan ingebreke en zal ik zonder verdere mededeling u doen dagvaarden voor de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, sector Kanton Civiel afdeling Huurzaken.”

2.12.

[gedaagde] wijst bij brief van 17 september 2015 elke aansprakelijkheid af.

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert:

Primair:

1. Gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser een bedrag van € 3.027,99 zijnde drie maanden huurprijsvermindering; althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag; althans € 3.027,99 ten titel van schadevergoeding;

II. Gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser een bedrag van € 3.600,- zijnde gederfd huurgenot van € 400,- per maand vanaf juli 2015 tot op heden; althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag; althans € 3.600,- ten titel van

schadevergoeding

III. Gedaagde te veroordelen tot betaling van schadevergoeding van € 750,- aan eiser ter vergoeding van door eiser geleden gevolgschade.

Subsidiair:

1. Gedaagde te bevelen de gebrekkige werkzaamheden zoals genoemd in par. 8 van deze dagvaarding alsnog deugdelijk uit te voeren;

ll.Gedaagde te bevelen de doucheruimte, badkamer en toilet terug te brengen in de staat waarin deze zich bevond voor februari 2015 zoals omschreven in par. 7 van deze dagvaarding.

Met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding en de nakosten.

3.2.

[eiser] stelt daartoe het volgende. Van eind februari 2015 tot en met juli 2015 heeft eiser enorme overlast ondervonden van een gebrek dat aan zijn woning kleeft. Op 23 februari 2015 heeft [naam aannemersbedrijf] in opdracht van [gedaagde] de doucheruimte onklaar gemaakt in verband met lekkages. Vanaf dat moment is sprake van derving van het huurgenot. Op grond van art. 7:220 lid 1 jo. 7:207 BW maakt [eiser] thans aanspraak op vermindering van de huurprijs ten gevolge van vermindering van huurgenot. Het is aan [gedaagde] te wijten dat de werkzaamheden later hebben plaatsgevonden nu zij niet bereid was verder te onderhandelen over compensatie en zij eerst pas op 21 mei 2015 een kort geding dagvaarding heeft uitgebracht. [eiser] heeft minimaal vier maanden geen gebruik kunnen maken van een, specifiek voor hem, cruciaal onderdeel van zijn huurwoning, namelijk de doucheruimte. Die vermindering staat gelijk aan drie maanden huur, derhalve € 3.027,99.

3.3.

Na 3 juli 2015 blijkt dat de door [naam aannemersbedrijf] in opdracht van gedaagde uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk zijn verricht én dat eiser een totaal andere doucheruimte, badkamer en toilet heeft gekregen. De ondeugdelijke afwerking van de badkamer, doucheruimte en toilet alsmede de versobering beperkt immers (wederom) het huurgenot. De werkzaamheden door [naam aannemersbedrijf] , in opdracht van [gedaagde] zijn niet volledig dan wel ondeugdelijk verricht:

- Het schilderwerk aan de plafonds in de doucheruimte, badkamer en separate toilet, is niet dekkend;

- De wastafel in de badkamer is scheef geplaatst;

- Het separate toilet is, na nota bene drie maal plaatsen, niet gekit en staat niet rechtstandig op de afvoer;

- De fontein is niet dan wel onvoldoende gekit;

- De kitnaden in de doucheruimte, badkamer en separate toilet, zijn in het algemeen onvoldoende gevuld.

De doucheruimte en badkamer in de woning zijn bovendien thans niet volledig naar wens en smaak van [eiser] ingericht. [eiser] maakt derhalve ook aanspraak op een huurprijsvermindering over de periode juli tot en met heden van € 400,- per maand. [eiser] vordert verder nog vermogenschade begroot op € 750,00. Subsidiair vordert [eiser] herstel en vervanging van de douche-, bad- en toiletruimte in de oorspronkelijke staat.

3.4.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft aannemersbedrijf [naam aannemersbedrijf] na het ontdekken van de lekkage de opdracht verstrekt om de oorzaak te achterhalen en naar

aanleiding daarvan de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren om de lekkage te verhelpen. [eiser] wilde echter zijn medewerking niet verlenen aan het controleren en repareren van het in/onder de badkamer en het toilet gelegen leidingwerk. Hij verlangde eerst een toezegging compensatie gelijk aan drie maanden huur. [gedaagde] heeft [eiser] uiteindelijk een maand huurkorting aangeboden, terwijl de werkzaamheden maar twee weken in beslag zouden nemen en [eiser] de overige ruimtes in de woning, waaronder die van de badkamer met toilet, nog kon gebruiken tijdens de werkzaamheden, die twee weken in beslag zou nemen. Een tegemoetkoming, gelijk aan één maal de maandelijkse huurprijs, was daarom dus meer evenredig als bedoeld in artikel 7:207 lid 1 BW. [gedaagde] en [eiser] zijn er uiteindelijk niet zonder procedure uitgekomen, met name vanwege de houding van [eiser] . De vertraging is volledig toe te rekenen aan de weigerachtige houding van [eiser] . Enkel in de periode dat [naam aannemersbedrijf] in juni 2015 aan het werk is geweest aan de doucheruimte én de badkamer en het toilet heeft [eiser] geen gebruik kunnen maken van

sanitaire voorzieningen in zijn woning. Daarvoor is [eiser] gecompenseerd middels afspraken die zijn gemaakt tijdens de zitting in kort geding. Voor verdere vergoeding over de periode februari tot en met juni 2015 is dan ook geen reden. Er is uiteindelijk een volledig nieuwe badkamer, doucheruimte en toiletruimte gerealiseerd. [gedaagde] heeft die

kosten volledig voor haar rekening genomen. De klachten in juli 2015 zijn door [naam aannemersbedrijf] grotendeels verholpen. Daarna heeft [eiser] al zijn verdere medewerking geweigerd. Van nieuwe gebreken is geen sprake, die enige compensatie of huurvermindering rechtvaardigen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.2.

[eiser] stelt dat hij vanaf februari 2015 schade heeft geleden door de handelwijze van [gedaagde] . Over de periode februari 2015 tot en met juli 2015 maakt [eiser] aanspraak op huurprijsvermindering gelijk aan drie maanden huur gebaseerd op artikel 7:220 lid 1 jo. artikel 7:207 5W, dan wel een schadevergoeding gelijk aan dat bedrag. [eiser] legt daaraan ten grondslag dat hij gedurende die periode geen gebruik heeft kunnen maken van de doucheruimte en vanaf het moment van aanvang van de werkzaamheden door [naam aannemersbedrijf] geen gebruik heeft kunnen maken van zowel de doucheruimte als de badkamer en het aparte toilet.

4.3.

De kantonrechter stelt vast dat als gevolg van geconstateerde lekkages in het wooncomplex het noodzakelijk was werkzaamheden uit te voeren in de woning van [eiser] , eerst om vast te stellen wat de oorzaak van de lekkages was en vervolgens om de nodige werkzaamheden te verrichten om die lekkages definitief te verhelpen. Indien aan het gehuurde dringende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd is de huurder verplicht de verhuurder daartoe de gelegenheid te bieden onverminderd zijn aanspraken op vermindering van de huurprijs of schadevergoeding. Dit betekent dat de huurder niet het recht heeft om toegang voor uitvoering van die werkzaamheden te weigeren, vanwege het feit dat nog geen overeenstemming is bereikt over de huurprijsvermindering c.q. compensatie. [eiser] heeft [gedaagde] die toegang wel ontzegd met als gevolg dat [gedaagde] uiteindelijk genoodzaakt was in kort geding medewerking van [eiser] te verlangen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het niet kunnen gebruiken van de doucheruimte in de periode van eind februari tot en met juni 2015 voor rekening en risico van [eiser] dient te blijven. Indien [eiser] wel direct zijn medewerking had verleend, was het niet kunnen gebruiken van de doucheruimte beperkt geweest tot maximaal twee tot drie weken. Hij had zich dan aansluitend kunnen wenden tot de rechter ter vaststelling van de huurprijsvermindering c.q. compensatie. Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] geenszins verstoken was van elementaire sanitaire voorzieningen nu hij wel nog steeds de beschikking had over het gebruik van de badkamer en toilet. De kantonrechter ziet dan ook geen enkele aanleiding de vordering tot compensatie c.q. schadevergoeding voor een bedrag van € 3.027,99 toe te wijzen.

4.4.

De kantonrechter is van oordeel dat de, overigens ook ter zitting in kort geding overeengekomen, vergoeding van een maand huur voor de in juni/juli 2015 verrichtte werkzaamheden een passende vergoeding betreft.

4.5.

[eiser] stelt vervolgens dat [naam aannemersbedrijf] de werkzaamheden die in juni/juli 2015 hebben plaatsgevonden, ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Volgens [eiser] is het schilderwerk aan de plafonds in de doucheruimte, badkamer en het toilet niet dekkend; is de wastafel in de badkamer scheef geplaatst; is het separate toilet niet gekit en staat die niet rechtstandig op de afvoer; is de fontein niet dan wel onvoldoende gekit; en zijn de kitnaden in de doucheruimte, badkamer en in het toilet in het algemeen onvoldoende gevuld. [eiser] vordert onder II (primair) een huurprijsvermindering of schadevergoeding, omdat de werkzaamheden volgens [eiser] niet goed zijn uitgevoerd door [naam aannemersbedrijf] en omdat de badkamer de doucheruimte en het toilet er niet meer hetzelfde uitzien en soberder is uitgevoerd als voor februari 2015. [eiser] vordert een bedrag van € 3.600,00 wegens gederfd huurgenot.

4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] de gestelde gebreken onvoldoende heeft onderbouwd in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] . In de eerste week van juli 2015 heeft [eiser] een lijst aan punten doorgegeven die volgens hem niet goed waren afgewerkt (zie productie 10 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft die lijst doorgezet naar [naam aannemersbedrijf] . Een uitvoerder van [naam aannemersbedrijf] heeft vervolgens in een e-mail van 6 juli 2015 punt voor punt aangegeven wat daaraan noodzakelijkerwijze nog moest gebeuren (productie 7 bij conclusie van antwoord). Daarin staat onder meer vermeldt:

het schilderwerk aan de plafonds in de doucheruimte, badkamer en het toilet is niet dekkend;

“De bewoner heeft zijn plafonds in het verleden donkergrijs gesausd, normaal met twee keer sauzen zou je hiervan af zijn, helaas is dit blijkbaar niet het geval. Met jullie goedkeuring zullen we het plafond voor de derde keer sauzen.”

[gedaagde] heeft vervolgens akkoord gegeven voor een derde keer sauzen.

de wastafel in de badkamer is scheef geplaatst;

[eiser] heeft eerder geschreven: “de afvoer pijp van de fontein is bij de grond niet sluitend”. Daar heeft de aannemer vervolgens over gezegd:“Opgelost”.

het separate toilet is niet gekit en staat niet rechtstandig op de afvoer;

“(opgelost) het is inderdaad waar dat de toiletpotten op een andere manier gemonteerd zijn, maar dit gebeurt vaker, dit heeft te maken met de hoogte van de afvoer uit de muur. Lekkage is opgelost.”

de fontein is niet dan wel onvoldoende gekit;

“Fontein van toilet en ‘kier’ (gok bovenlicht) van het kozijn wordt nooit gekit, maar als de bewoner dit persee wil, kan dat”.

de kitnaden in de doucheruimte, badkamer en in het toilet zijn in het algemeen onvoldoende gevuld.

“Er is hier niet anders gekit dan normaal, we gaan er ook vanuit dat het in orde is. Wil als we hier gaan sauzen zullen we dit nogmaals oordelen. En wanneer nodig vervangen.”

Uit de e-mail van de uitvoerder volgt dus dat [naam aannemersbedrijf] heeft aangeboden de kitnaden nog een keer na te kijken en de muren en plafonds nog een keer extra te sausen om [eiser] tegemoet te komen. Daartoe is een afspraak gemaakt op 9 juli 2015. De schilder heeft volgens [gedaagde] de werkzaamheden niet kunnen uitvoeren, omdat [eiser] daaraan zijn medewerking niet heeft verleend, zoals verwoord in de mail van 9 juli 2015 van [naam aannemersbedrijf] .

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] er alles aan heeft gedaan [eiser] tegemoet te komen. De verklaring van [eiser] dat de schilder op 9 juli 2015 na een discussie uit eigener beweging is weggegaan acht de kantonrechter gelet op bovengenoemde omstandigheden, waaronder de inspanningen van [naam aannemersbedrijf] om [eiser] zoveel mogelijk tegemoet te komen, ongeloofwaardig. Het uitblijven van een derde keer sausen van de muren en plafonds dient dan ook voor rekening en risico van [eiser] te komen. Voor zover al vast zou komen te staan dat het kitwerk niet voldoende zou zijn geldt daarvoor hetzelfde. Ten aanzien van de overige gebreken had het gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] op de weg van [eiser] gelegen deze gebreken aan te tonen middels een verklaring van een deskundige en of aannemer. Het algemeen gestelde bewijsaanbod wordt dan ook gepasseerd. De kantonrechter ziet dan ook geen grond een huurprijsvermindering toe te kennen op basis van de vermeende gebreken.

4.8.

Het tegelwerk is volgens [eiser] versoberd, doordat de siertegels zijn verwijderd. Daarnaast is het door [eiser] zelf aangebrachte stuc- en schilderwerk vervangen. Het sanitair is volgens [eiser] kleiner en van mindere kwaliteit. [eiser] stelt dat hem mede daarom een huurprijsvermindering of schadevergoeding toekomt. De kantonrechter is van oordeel dat de gestelde versobering van de douche- en badruimte en het toilet niet is aangetoond en bovendien een kwestie is van smaak. De verouderde badkamer/douche en toilet is volledig vernieuwd, zodat aangenomen mag worden dat sprake is van een verbetering. Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] als eigenaar van de woning gerechtigd is te bepalen welke basisvoorziening is geboden. Van een gebrek is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen sprake, zodat geen grond bestaat voor huurprijsvermindering nog voor schadevergoeding. De vordering van [eiser] dient te worden afgewezen.

4.9.

[eiser] heeft verder nog gevorderd betaling van gevolgschade begroot op € 750,00. [eiser] heeft die vordering ter comparitie ingetrokken, zodat deze geen verdere bespreking behoeft.

4.10.

Gelet op het bovenstaande komt ook de subsidiaire vordering van [eiser] tot herstel van de gebreken niet voor toewijzing in aanmerking. [eiser] vordert verder nog van [gedaagde] dat zij de doucheruimte, de badkamer en het toilet terug moet brengen in de staat waarin deze zich bevond voor februari 2015. Daarvoor ontbreekt een juridische grondslag.

4.11.

De vorderingen van [eiser] worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

5 De beslissing

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2016.