Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5957

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-11-2016
Datum publicatie
09-11-2016
Zaaknummer
C/16/423995 / KL ZA 16-337
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Betreft artikel 7:271 lid 8 BW.

Omdat een schriftelijke verklaring van partijen ter zake de huurbeëindiging ontbreekt, moet worden beoordeeld of uit de WhatsApp berichten een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de huurster blijkt dat zij instemt met de huurbeëindiging. Dit is niet het geval. Verder speelt de kwestie dat door onjuiste inschrijving in de gemeentelijke Basisregistratie Personen (verhuurder had zich ook ingeschreven op woonadres huurster) de huurster het kindgebonden budget en de zorgtoeslag misloopt. Verhuurder niet veroordeelt tot betaling van deze bedragen, omdat het niet zonder meer onwaarschijnlijk wordt geacht, zoals door huurster wel was betoogd, dat de belastingdienst de ingehouden bedragen niet alsnog aan huurster zal betalen in het geval huurster, mede aan de hand van het vonnis, de onjuiste inschrijving corrigeert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2016/59 met annotatie van mr. E. de Bie
TvPP 2017, afl. 1, p. 32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/423995 / KL ZA 16-337

Vonnis in kort geding van 3 november 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R. Vleugel te Utrecht,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S. Ikiz te Vaals.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 oktober 2016 met producties,

  • -

    de brief van 18 oktober 2016 van [gedaagde] met producties en een aankondiging van een
    tegenvordering,

  • -

    de mondelinge behandeling op 20 oktober 2016, waarbij [gedaagde] de tegenvordering heeft
    ingesteld en deze vervolgens verminderd heeft,

  • -

    de pleitnota van [eiser] .

  • -

    de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft per 1 september 2015 de hem in eigendom toebehorende woning in [woonplaats] aan de [adres] in gemeubileerde staat verhuurd aan [gedaagde] voor een bedrag van € 900,-- per maand, exclusief de kosten van gas, water en elektra. De in juli 2015 gesloten huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar.

2.2.

Bij brief van 13 november 2015 is [eiser] door de advocaat van [gedaagde] aangeschreven, waarbij onder meer het verzoek is gedaan zich op het woonadres van [gedaagde] uit te schrijven. Doordat [eiser] ook op het woonadres van [gedaagde] stond ingeschreven en de belastingdienst [eiser] daardoor beschouwde als toeslagpartner van [gedaagde] , heeft [gedaagde] enige tijd het kindgebonden budget en de zorgtoeslag misgelopen.

2.3.

[eiser] heeft zich per 18 november 2015 laten uitschrijven op het woonadres van [gedaagde] en partijen hebben onderling de financiële gevolgen geregeld van de door [gedaagde] misgelopen kindgeboden budget en zorgtoeslag, door deze met de huur te verrekenen.

2.4.

Bij uitspraak van 24 maart 2016 van de huurcommissie Den Haag is, ingevolge een door [gedaagde] op 24 november 2015 ingediend verzoek, de huurprijs bepaald op € 850,-- en is het voorschotbedrag voor de servicekosten vastgesteld op € 50,--.

2.5.

Bij brieven van 25 mei 2016 en 14 juni 2016 heeft [eiser] de huurovereenkomst opgezegd per 31 augustus 2016.

2.6.

Partijen hebben elkaar WhatsApp berichten verstuurd.

2.6.1.

De door [eiser] overgelegde WhatsApp berichten van omstreeks 23 juni 2016 tot en met 26 juni 2016 luiden:

“Mevrouw [gedaagde] dat moet een wederzijds afspraak zijn! En ik ga het niet verlengen. Ik stop met u als huurder 16:20

Het is duidelijk als brief naar u verstuurd dat ik geen verdere , samenwerkingsverband met u qua huurder aanga 16:21

Alleen als beide partijen het eens zijn kon een contract een vervolg krijgen 16:21

En ik ga daar niet mee akkoord 16:22

31 08 2016 is de laatste dag 16:23

Met vriendelijke groet [eiser] 16:23

23 JUNI 2016

Goedenavond De Heer [eiser] , als je klaar bent om de brief samen gaan tekenen 20:3/

voor de woning 20:37

Kunnen wij wel afsprak maken 20:37

En komt u zelf langs maar met papier dat ik geen schuld aan u heb en ook netjes de huur heb ik betaalt iedere mand 20:39

Als u mee eens bent 20:38

Kunnen wij nu wekend alles regelen 20:39

Mak ik je woning leg 20:39

Ik heb aan andere thuis gevonden ben is hartstikke blij mee 20:40

Denk goed aan 20:40

Dan kunnen wij alles regelen en netjes tekenen 20:40

Zo heb je me belooft en als je wilt moetje doorgeven meteen anders als je niet voor 1 juli alles regelt kan ik helaas niet meer u woning leg maken. Ik ben zwanger dan ken Ik niet meer helaas?! 20:41

24 JUNI 2016

Dag mevrouw [gedaagde] goedemiddag, ik vind het heel fijn dat u een andere woning heeft gevonden. Dan zullen we zo snel mogelijk de start geven. Het enige wat u hoeft te doen een brief opstellen dat u uit mijn woning vertrekt! Als u daarin

aangeeft dat u mijn aangetekende brief heeft ontvangen en dat we de huurovereenkomst naar onderlinge overeenstemming beëindigen. En het naar mij per post opstuurt is alles in orde. Met vriendelijke groet [eiser] 14:43

26 JUNI 2016

Dag mevrouw [gedaagde] goedemiddag! Mevrouw ik ben aan het werk! Zou u mij kunnen berichten, dan reageer ik erop zo snel mogelijk! Dank u wel 16:31”

2.6.2.

De door [gedaagde] overgelegde WhatsApp berichten luiden:

“Goedenavond De heer [eiser] ,sorry als ik u stoor? 19:12

In mand juli ga ik met vakantie 7 weken,ik weter niet wat zijn je plannen? 19:13 uur

Mag ik nog blijven hier wonen of wilt u niet? 19:14

Ik zout het graag nog hier blijven wonen allen als je zegt niet?! Dan wil Ik weten want moet ik wel dingen regelen en verhuizing heeft vel tijd nodig! 19:15

Als i mag blijven wonen wij kunnen samen nieuwe huur contract maken Zonder enkele problemen graag hor ik van jou? 19:16

Met vriendelijke groet, [gedaagde] 19:17

Vrijdag

Dag mevrouw [gedaagde] goedemiddag, sorry voor m’n late reactie! Ik was enorm druk met m’n werk. Mevrouw [gedaagde] ik ben van plan om het huis in de verkoop te zetten. Daarom wil ik stoppen met huurders! En u heeft gelijk dat u alvorens moet weten om verder te kijken waar u aan toe bent. Ik stuur u binnenkort ook een brief waarin het officieel vermeld staat. Met vriendelijke groet [eiser] 12:31

Dag De Heer [eiser] eerlijk zegen had u eerder tegen mee kunnen zegen 12:32

Het is nu betje lastig tijd 12:32

Ik wet echt niet of iet zo snel kan vinden 12:33

Dat moet u ook rekening me hauden 12:33

Ik ga mij best doen 12:33

Ja mevrouw [gedaagde] , de laatste keer aan de telefoon hebben wij dat samen al besproken dat we eind augustus afscheid van elkaar zouden nemen 12:33

Maar of ik per 1 september is heb dat kan ik niet beloften 12:34
Ik ga mij best doen 12:34
Hop ik dat ik een thuis kan vinden 12:34

Ik hoop het ook voor u 1:34

Ook 12:34

Want ik kan ook njet zomaar in de weg gaan 12:34
Als nog geen woning tot eind augustus 12:35”

2.7.

Bij brief van 27 juni 2016 heeft de advocaat van [gedaagde] aan [eiser] gemeld dat [gedaagde] de bij brief van 14 juni 2016 gedane huuropzegging niet accepteert alsook dat, wegens schending van de dwingendrechtelijke huurbeschermingsbepalingen, de opzegging nietig is.

2.8.

[eiser] heeft zich per 16 september 2016 bij de gemeente [woonplaats] (opnieuw) ingeschreven op het woonadres van [gedaagde] , waarna hij zich per 18 oktober 2016 weer heeft uitgeschreven.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser] vordert samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis van de woning aan de [adres] te [woonplaats] , alsmede veroordeling van [gedaagde] om de woning binnen 24 uur na betekening van dit vonnis ter beschikking te stellen aan [eiser] , een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] stelt dat [gedaagde] gehouden is de woning te ontruimen, nu [gedaagde] heeft ingestemd met de door [eiser] voorgestelde huurbeëindiging en [eiser] , mede gelet op zijn aanstaande huwelijk, de woning zelf wilt gaan bewonen. Volgens [eiser] staat het [gedaagde] niet vrij om eenzijdig op deze afspraak tot beëindiging van de huur per 1 september 2016 terug te komen. In het geval [gedaagde] alsnog bereid is de woning te verlaten, kan er gesproken worden over een ruimere ontruimingstermijn.

3.3.

[gedaagde] voert verweer, met conclusie tot afwijzing van het gevorderde en veroordeling van [eiser] in de kosten van het geschil, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert, na vermindering van eis samengevat - veroordeling van [eiser] tot betaling van € 836,--, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

[gedaagde] houdt [eiser] aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden schade tengevolge van de herinschrijving van [eiser] op het woonadres van [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat, net als bij het begin van de huurperiode, zij door de herinschrijving van [eiser] per maand een bedrag van € 78,-- aan zorgtoeslag en € 340,-- aan kindgeboden budget misloopt. Voor twee maanden is dit in totaal € 836,--.

4.3.

[eiser] voert verweer met conclusie tot afwijzing van het gevorderde en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Het spoedeisend belang vloeit uit de aard van de vordering voort.

5.2.

De vordering is toewijsbaar indien met voldoende mate van zekerheid kan worden aangenomen dat een bodemrechter, later oordelende, zal beslissen dat de onder 2.1 bedoelde huurovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd.

5.3.

De onder 2.1 bedoelde huurovereenkomst is gesloten in juli 2015. Dit betekent dat voormelde vraag moet worden beantwoord aan de hand van het recht dat vóór 1 juli 2016 in werking is getreden (zie art. 208ha Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het oude artikel 7:271 lid 8 BW gelijkluidend is aan het nieuwe artikel 7:271 lid 8 BW.

5.4.

[eiser] heeft zijn stelling dat er sprake is van een wilsovereenstemming over de beëindiging van de huurovereenkomst onderbouwd met een beroep op de onder 2.6.1 en 2.6.2. weergegeven WhatsApp berichten. Volgens [eiser] blijkt uit de door [gedaagde] overgelegde berichten dat [gedaagde] (ook) van mening was dat zij in beginsel per eind september 2016 uit de woning zou moeten vertrekken. In combinatie met de door [eiser] overgelegde berichten waarin [gedaagde] op enig moment meedeelde dat zij zicht had op een ander huis en daarvoor een verklaring omtrent haar betalingsgedrag wilde, volgens [eiser] kennelijk bedoeld voor de nieuwe verhuurder, zou volgen dat zij vrijwillige instemde met de huurbeëindiging per eind augustus 2016.

5.5.

De voorzieningenrechter volgt [eiser] niet in zijn standpunt en overweegt daartoe het volgende.

5.6.

Aangezien een schriftelijke verklaring van partijen ter zake de huurbeëindiging ontbreekt, moet uit de WhatsApp berichten een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [gedaagde] blijken dat zij instemt met de huurbeëindiging.

5.7.

Uit de berichten van [gedaagde] blijkt vooralsnog niet meer dan [eiser] van zijn kant de huurovereenkomst wilde beëindigen, dat [gedaagde] wist dat [eiser] de huurovereenkomst wilde beëindigen, [gedaagde] er kennelijk van uit ging dat [eiser] daartoe gerechtigd was en dat zij heeft toegezegd te zullen gaan verhuizen als zij de beschikking had over een nieuwe woning.

5.8.

De door partijen in het geding gebrachte WhatsApp berichten leveren dan ook niet een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [gedaagde] op dat zij instemt met de huurbeëindiging. Dit geldt te meer nu [eiser] diverse keren [gedaagde] tevergeefs verzocht heeft een schriftelijke verklaring ter beëindiging van de huurovereenkomst te ondertekenen en [gedaagde] in de WhatsApp berichten ook heeft aangegeven graag in de woning te willen blijven wonen.

5.9.

De slotsom is dat de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.

5.10.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden, de nakosten uitgezonderd, begroot op:

- griffierecht € 79,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 895,00

5.11.

De vordering tot vergoeding van nakosten zal worden toegewezen op de wijze zoals hieronder vermeld.

5.12.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de in de beslissing te bepalen termijn.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

De in reconventie gevorderde veroordeling van [eiser] om zich met betrekking tot het woonadres van [gedaagde] uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen van de gemeente [woonplaats] is ter zitting ingetrokken, zodat alleen de vordering tot betaling van € 836,-- resteert.

6.2.

Met betrekking tot de resterende voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

6.3.

Bij de beoordeling van deze vordering moet er van uit worden gegaan dat [eiser] gedurende de periode van 16 september 2016 tot 18 oktober 2016 in de Basisregistratie Personen van de gemeente [woonplaats] ingeschreven gestaan heeft op het woonadres van [gedaagde] , terwijl hij daar niet woonachtig was.

6.4.

[eiser] heeft niet betwist dat [gedaagde] schade kan leiden door zijn herinschrijving op het woonadres van [gedaagde] per 16 september 2016 doordat de belastingdienst hem alsdan als fiscale partner van [gedaagde] aanmerkt waardoor het kindgebonden budget en de zorgtoeslag niet meer aan [gedaagde] wordt uitgekeerd. Anders dan [gedaagde] heeft gesteld is echter niet zonder meer onwaarschijnlijk dat de belastingdienst de ingehouden bedragen niet alsnog aan [gedaagde] zal betalen in het geval [gedaagde] , mede aan de hand van dit vonnis, de onder 6.3 bedoelde onjuiste herinschrijving van [eiser] bij de gemeente corrigeert.

6.5.

Dit laatste betekent dat voorshands niet van de door [gedaagde] gestelde definitieve aard van de geleden schade kan worden uitgegaan en dat er vooralsnog geen grond is voor toewijzing van deze vordering in kort geding.

6.6.

Met betrekking tot de kostenveroordeling wordt opgemerkt dat er aanleiding is om op grond van het navolgende deze te compenseren.

6.6.1.

Daags voor het kort geding heeft [eiser] zich uitgeschreven uit de gemeentelijke Basisregistratie Personen. Dit heeft [eiser] pas tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding kenbaar gemaakt, waarna [gedaagde] dit deel van de oorspronkelijke tegenvordering heeft ingetrokken. Indien [eiser] niet reeds vrijwillig aan dit onderdeel van de oorspronkelijke tegenvordering had voldaan, was dit deel van de tegenvordering toewijsbaar geacht. In conventie is immers overwogen dat de huurovereenkomst niet vrijwillig beëindigd is en voorts geldt dat [eiser] zich niet heeft ingeschreven omdat hij daadwerkelijk op het woonadres van [gedaagde] is gaan wonen, maar vond - aldus [eiser] ter zitting dat hij daartoe gerechtigd was nu hij zelf van de beëindiging van de huurovereenkomst per 1 september 2016 is uitgegaan. Alsdan waren partijen met betrekking tot de gehele tegenvordering als op enig punt in het ongelijk gesteld en waren de proceskosten om die reden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 895,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.4.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.5.

wijst de vorderingen af,

7.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2016.