Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5749

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2016
Datum publicatie
31-10-2016
Zaaknummer
16/659124-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man uit Utrecht heeft zich in 2016 midden in de nacht samen met anderen schuldig gemaakt aan een ramkraak. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659124-16

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2016 en 17 oktober 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij, te weten AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 9 februari 2016 te Utrecht samen met een ander of anderen sigaretten en flesjes parfum heeft gestolen uit een filiaal van het Kruidvat waarbij de toegang tot dit filiaal is verkregen door met een personenauto op de pui in te rijden.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een ramkraak in vereniging bij het Kruidvat te Utrecht. De officier van justitie voert daartoe aan dat verdachte en zijn medeverdachten een uur voor de ramkraak door de politie zijn gecontroleerd in de Volkswagen Polo van verdachte. Na de ramkraak wordt de buit aangetroffen in diezelfde Volkswagen Polo. Vlak na de ramkraak worden verdachte en zijn medeverdachten vervolgens gecontroleerd in een Seat Ibiza komend uit de richting waar de Volkswagen Polo geparkeerd is. In de middenconsole van de Seat Ibiza wordt een Coca-Cola flesje aangetroffen, afkomstig uit het Kruidvat waar de ramkraak heeft plaatsgevonden, met daarop DNA van verdachte. In de Volkswagen Polo worden bivakmutsen aangetroffen met het DNA van verdachte op één daarvan, alsmede een breekijzer. Op de beelden van de ramkraak zijn twee mannen te zien die beiden een legergroene bivakmuts dragen. Een kast in de winkel wordt met een breekijzer opengebroken. Verdachte geeft geen openheid van zaken, terwijl er zo veel feiten liggen die vragen om tekst en uitleg.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken in verband met het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdediging voert daartoe aan dat de verklaring van cliënt over de betreffende nacht niet wordt weerlegd door de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen. Daarnaast bevat het dossier geen bewijs waaruit blijkt dat verdachte in de bij de inbraak gebruikte Toyota Aygo heeft gezeten.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat ten aanzien van het DNA-onderzoek aan het Coca-Cola flesje en de bivakmutsen zeer onzorgvuldige dossiervorming heeft plaatsgevonden, nu niet kan worden vastgesteld dat het NFI de goederen, zoals deze zijn aangetroffen in de Volkswagen Polo en Seat Ibiza, heeft onderzocht. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim op en de verdediging verzoekt dan ook die goederen uit te sluiten van het bewijs. Indien de rechtbank dit verweer niet volgt stelt de verdediging dat het niet vreemd is dat het DNA van verdachte op het Coca-Cola flesje is aangetroffen aangezien verdachte is aangehouden in de auto waarin het flesje zich bevond. Verdachte wist niet en had ook niet hoeven weten dat dit flesje van diefstal afkomstig was. Ten aanzien van de bivakmuts voert de verdediging aan dat er slechts één plek op de bivakmuts bemonsterd is zodat niet uitgesloten kan worden dat er op de bivakmuts meerdere DNA-sporen (van andere personen) zitten. Verder kan het onderzoek volgens een door de heer Dientjes telefonisch gegeven toelichting niet uitsluiten dat het onderzochte monster nog DNA van iemand anders dan verdachte bevat. Het aangetroffen DNA-profiel op de bivakmuts kan daarom niet worden gebruikt voor het bewijs. Verdachte dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan wettig en meer in het bijzonder overtuigend bewijs. Indien de rechtbank niet meegaat in dit verweer doet de verdediging een voorwaardelijk verzoek tot het horen van de rapporteur van het NFI dhr. Ing. J.L.W. Dientjes.

Tot slot verzoekt de verdediging de rechtbank het feit te kwalificeren als een (bedrijfs)inbraak en niet als een ramkraak. Uit de beelden volgt op basis van de uiterlijke verschijningsvormen niet dat de personen die uit de Toyota Aygo stappen opzet hadden op een ramkraak. Het is zeer waarschijnlijk dat de personen de bedoeling hadden om met de koevoet de deur van het Kruidvat open te breken. Een Toyota Aygo kan daarnaast op het eerste oog worden aangemerkt als een ondeugdelijk middel om een ramkraak mee te plegen, omdat het geen zware auto betreft.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Rechtmatigheid van het verkregen bewijs

De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat het NFI de goederen, zoals aangetroffen in de Volkswagen Polo en de Seat Ibiza, heeft onderzocht. Er ontbreekt een ‘Aanvraag onderzoek NFI’ in het dossier. De raadsman stelt dat hij daarom niet kan vaststellen en controleren op welke wijze de sporendragers op de bivakmutsen en het Coca-Cola flesje door de politie zijn veiliggesteld en of überhaupt de juiste sporendragers zijn veiliggesteld. De raadsman stelt dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Nu het bewijsmateriaal door dit verzuim is verkregen, dienen bovengenoemde goederen te worden uitgesloten van het bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat de goederen op de juiste manier met de daarvoor bestemde (hulp)middelen zijn veiliggesteld. De verbalisant verklaart dat hij de tassen ter plekke niet heeft bekeken, deze verpakt heeft en overgebracht heeft naar het DNA-laboratorium van de Forensische Opsporing. In het DNA-laboratorium zijn de goederen gefotografeerd en per stuk verpakt. In het proces-verbaal is tevens opgenomen dat de sporen/sporendragers op de daartoe geëigende wijze zijn veiliggesteld. De sporen/sporendragers zijn vervolgens zo spoedig mogelijk voor vervolgonderzoek aangeboden bij de daarvoor bestemde instanties en/of deskundigen (zie proces-verbaal sporenonderzoek van 22 februari 2016, blz. 95 en 96). De rechtbank heeft opgemerkt dat in het dossier inderdaad een ‘Aanvraag onderzoek NFI’ ontbreekt, maar zij is van oordeel dat daarmee nog geen sprake is van een vormverzuim. Niet aannemelijk is geworden dat het NFI de desbetreffende sporen/sporendragers op onjuiste wijze heeft getest dan wel dat anderszins tekortkomingen kleven aan de inbeslagname, de wijze van verzending, de testen en uitslagen van de goederen. Vast staat dat de door de politie/de Forensische Opsporing geteste goederen op rechtmatige wijze in beslag zijn genomen en aan het NFI zijn toegezonden voor onderzoek.

Uit het rapport van het NFI van 10 maart 2016 blijkt dat het (relevante) onderzochte monster van een van de bivakmutsen, door het NFI aangeduid als AAEN9165NL#01 het door de politie aangetroffen en als AAJM 3437NL aangeduide monster betreft.

Het verweer wordt dan ook verworpen

Nu het monster van het Coca-Cola flesje en het monster van de andere bivakmuts niet voor het bewijs zullen worden gebruikt, zal aan het verweer op dit punt voorbij worden gegaan.

4.3.2.

De bewijsmiddelen

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.1

Op 9 februari 2016 te 03:35 uur kregen verbalisanten de melding dat er mogelijk een inbraak bezig zou zijn bij het Kruidvat aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Ter plaatse gekomen zagen zij dat er bij het Kruidvat veel schade was aan de voorkant van het pand. Zij zagen dat de rechterhelft van de deur openstond. Zij zagen dat het glas van de deur en van de ramen ernaast kapot en gebroken was. Zij zagen dat de vloer vol lag met parfumflesjes en doosjes. Zij zagen dat er veel parfumflesjes misten. Het schap naast de parfum was ook leeg. Zij zagen dat dit om sigaretten ging.2 Op 9 februari 2016 is namens het Kruidvat aan de [adres] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan.3

Op 9 februari 2016 omstreeks 02:26 uur zagen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] een auto met verhoogde snelheid wegrijden in de richting van de Elbedreef. Het voertuig betrof een paarse Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken] . Het voertuig werd staande gehouden en de inzittenden werden ambtshalve herkend als [verdachte] (verdachte), [medeverdachte 1] (medeverdachte) en [medeverdachte 2] (medeverdachte). Vervolgens kregen de verbalisanten omstreeks 03:32 uur de melding dat er werd ingebroken bij het Kruidvat op de [adres] . Drie personen waren in een donkerkleurige auto weggereden via de Atlasdreef de Centaurusdreef op. Op de Eykmanlaan hadden collega’s een zwarte Seat, voorzien van kenteken [kenteken] staande gehouden. Verbalisant [verbalisant 1] is naar de Eykmanlaan gereden en zag daar [medeverdachte 1] naast die auto en [verdachte] en [medeverdachte 2] in die auto. [medeverdachte 2] en [verdachte] hadden nog steeds hetzelfde signalement als bij de controle een uur daarvoor.4

Verbalisant [verbalisant 3] reed vanaf de Centaurusdreef in de richting van de Apollodreef. Op de Apollodreef zag hij vervolgens links van hem een hem ambtshalve bekend voertuig staan. Het is hem ambtshalve bekend dat dit voertuig in gebruik is bij verdachte. Hij zag dat de hoedenplank van het voertuig omhoog stak en dat er een grote geruite tas in de kofferbak lag. Hij voelde aan de motorkap dat de motor nog warm was. Hij zag aan de achterzijde rechts op het wegdek een vochtig bandenspoor vanuit een plas richting de auto lopen. Hij had hierdoor het vermoeden dat de auto net geparkeerd was.5

Verdachte haalde bij zijn fouillering een autosleutel met het merkteken van Volkswagen uit zijn rechter broekzak. Hierop zijn verbalisant [verbalisant 4] en [verbalisant 5] naar de aangetroffen Volkswagen Polo op de Apollodreef gereden en hebben de sleutel gepast op de auto. Zij zagen dat met de Volkswagen sleutel de kofferbak geopend kon worden. In de kofferbak zagen zij een grote BIG-shopper staan met daarin een zeer grote hoeveelheid parfums.6

Er is onderzoek gedaan naar de herkomst van de aangetroffen parfums en sigaretten. Tijdens het tellen van de goederen kwam verbalisant een wit stuk papier tegen met daarop: “Kruidvat”. Uit de telling bleek dat er 150 flesjes parfum en 81 pakjes Marlborosigaretten in de tas zaten. De filiaalmanager, mevrouw [A] , herkende de goederen als de goederen die weggenomen waren uit de winkel.7

Op de camerabeelden, die op 9 februari 2016 tussen 03:28:56 uur en 03:32:45 uur zijn opgenomen, afkomstig van het Kruidvat, zijn beelden te zien van de ramkraak en de daders.8 De auto ramt met de achterzijde de deur/pui van de winkel. De ramen van de toegangsdeur barsten. De auto rijdt een stukje naar voren en rijdt dan weer achteruit en ramt de pui voor de tweede maal. Direct hierna zwaait een van de toegangsdeuren open.9 Dader NN2 draagt een legergroene bivakmuts met camouflage motief. In zijn handen houdt hij een grote wit/grijze tas (zogenaamd big-shopper). Dader NN2 pakt spullen en doet deze in de bigshopper. Dader NN1 pakt pakjes sigaretten uit de schappen,10 die hij in de bigshopper gooit. Dader NN2 pakt goederen uit de schappen achter de toonbank en doet deze in de bigshopper.11 Te zien is het merkteken op de achterzijde van de auto (Toyota) en het kenteken [kenteken] .12 Te zien is dat NN1 ook een legergroene bivakmuts draagt.13 De Toyota is weggenomen bij een auto-inbraak in Zeist en wordt op 9 februari 2016 aangetroffen op de Agamemnondreef.14

In de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] wordt in de achterbak een Albert Heijn tas aangetroffen met daarin twee camouflage mutsen.15 Bij verdachte werd wangslijmvlies afgenomen.16 Door het NFI zijn beide bivakmutsen (AAEN9164NL en AAEN9165NL) bemonsterd en onderworpen aan een DNA-onderzoek.17 De bemonstering van de bivakmuts met nummer AAEN9165NL heeft een DNA-match met verdachte.18

4.3.3.

De bewijsoverweging

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling (tijds-)verband en samenhang bezien met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een ramkraak bij het Kruidvat te Utrecht waarbij meerdere pakjes sigaretten en flesjes parfum zijn weggenomen. Dat geen sprake zou zijn van opzet op een ramkraak acht de rechtbank niet aannemelijk, nu de Toyota gebruikt is om de pui van het Kruidvat te vernielen als gevolg waarvan de toegang werd verkregen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer om het ten laste gelegde feit als bedrijfsinbraak te kwalificeren.

Het alternatieve scenario dat verdachte zijn Volkswagen Polo aan iemand anders zou hebben uitgeleend is niet aannemelijk geworden. Het enkele feit dat op de bivakmuts mogelijk meer DNA-sporen zouden zitten, sluit het bewijs dat verdachtes DNA op deze bivakmuts is aangetroffen niet uit. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van de deskundige af.

De rechtbank is van oordeel dat de combinatie van de tijdstippen en locaties waarop de verdachte in bijzijn van de medeverdachte wordt staande gehouden, het feit dat in de Volkswagen van verdachte de buit van de ramkraak wordt aangetroffen en zijn DNA gevonden is op een bij de ramkraak gebruikte bivakmuts, maakt dat verdachte schuldig wordt bevonden aan de ramkraak in vereniging.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 9 februari 2016 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen,, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het filiaal van Kruidvat, gevestigd aan de [adres] , heeft weggenomen meerdere pakjes sigaretten en flesjes parfum, toebehorende aan Kruidvat [adres] te [vestigingsplaats] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten door met behulp van een personenauto in te rijden tegen de pui van voornoemd filiaal.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 240 uren, met aftrek van voorarrest, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht – indien zij tot een bewezenverklaring komt – rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte, zijn opleiding, de zorg voor zijn zieke moeder en zijn werk als pakkettenbezorger bij PostNL. De verdediging heeft daarnaast de rechtbank verzocht rekening te houden met de zeer beperkte documentatie van verdachte, waar bovendien geen soortgelijke feiten op staan. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat indien wordt gekomen tot een bewezenverklaring, volstaan kan worden met oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, een voorwaardelijke gevangenisstraf of een werkstraf.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een sanctie en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich midden in de nacht samen met anderen schuldig gemaakt aan een ramkraak op een filiaal van het Kruidvat. Zij hebben hierbij planmatig gehandeld. Er is gebruik gemaakt van drie verschillende personenauto’s, waaronder een gestolen auto waarmee de deur van het Kruidvat is geforceerd. De daders droegen bivakmutsen en de buit is in één van de drie genoemde personenauto’s gestald.

Door het plegen van deze ramkraak hebben verdachte en zijn mededaders grote schrik en financiële schade veroorzaakt. Het plegen van dit feit op de openbare weg getuigt van brutaliteit en gebrek aan respect voor andermans eigendom. Het mag als bekend worden verondersteld dat het plegen van een dergelijk feit grote gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving in het algemeen en bij direct betrokkenen in het bijzonder, zoals de medewerkers van de getroffen winkel en de omwonenden van wie er een aantal is wakker geschrokken door het lawaai waarmee de ramkraak gepaard ging.

Voor het verschaffen van toegang tot de winkel is met een gestolen auto tegen de voorgevel gereden. Dit levert volgens de rechtbank een ramkraak op.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 september 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delict. De rechtbank weegt dit ten voordele van de verdachte mee.

Voorts heeft de rechtbank gelet op het de verdachte betreffende reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 12 oktober 2016, opgemaakt door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker, waaruit blijkt dat verdachte bij de politie vermeld staat als lid van een overlast gevende groep in Overvecht, maar dat hij al geruime tijd niet meer in beeld komt bij de politie. De reclassering stelt vast dat verdachte niet beïnvloedbaar lijkt te zijn en zijn eigen keuzes maakt, waardoor het delictgedrag een bewuste keuze zou zijn. De reclassering ziet het sociale netwerk en het ontbreken van een diploma en een structureel inkomen als grootste risicofactoren voor delictgedrag. Verdachte ziet geen aanleiding voor een reclasseringstoezicht met interventies. De reclassering acht een reclasseringstoezicht weinig zinvol, omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om een plan van aanpak op te maken en verdachte over voldoende capaciteiten lijkt te beschikken om zelf de juiste keuzes te maken. De rechtbank neemt dit advies mee in haar overweging.

Op 15 juni 2016 is medeverdachte [medeverdachte 2] veroordeeld voor hetzelfde feit. De officier van justitie heeft toen een gevangenisstraf geëist van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Door de rechtbank is [medeverdachte 2] , gelet op enerzijds zijn jonge leeftijd maar anderzijds zijn forse strafblad, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop en alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan, aansluiting gezocht bij voornoemd vonnis in de zaak van de medeverdachte, gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en rekening gehouden met het feit dat verdachte een first offender is. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Door [B] is namens AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V. een vordering tot schadevergoeding ingediend. Gevorderd wordt in totaal € 110,40 als schadevergoeding als gevolg van het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd.

De officier van justitie vordert de hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering en de proceskosten met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging de vordering af te wijzen gelet op het feit dat de opgesomde goederen in de vordering niet in de aangifte zijn terug te vinden en ook niet ten laste zijn gelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van de vordering van AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V., geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 110,40 (zegge: honderdtien euro en veertig eurocent) aan immateriële schade. De hoogte van de schade is onderbouwd. Nu het gevorderde bedrag de rechtbank ook anderszins niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt de vordering dan ook tot een bedrag van € 110,40 hoofdelijk toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, te weten 5 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beslissing en aanzien van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V., van een bedrag van 110,40 euro (zegge honderdtien euro en veertig eurocent), bestaande uit materiële schade. Het bedrag wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat veroordeelde van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door de mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V., van een bedrag van 110,40 euro (zegge honderdtien euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer AS Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V., daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. Eelkema, voorzitter,

mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Völkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 oktober 2016.

mr. drs. Van Lieshout is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 februari 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het filiaal van Kruidvat, gevestigd aan de [adres] , heeft weggenomen een of meerdere pakje(s) sigaretten en/of flesjes parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat ( [adres] te [vestigingsplaats] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door met (behulp van) een (personen)auto in te rijden tegen/op de pui van voornoemd filiaal))

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0900-2016042361A, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 176), het aanvullende proces-verbaal nr. PL0900-2016042361, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 9) en het aanvullend proces-verbaal uitslag vergelijkend werktuigsporenonderzoek (ongenummerd) bevinden, tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van 9 februari 2016, onderzoek ter plaatste na melding, blz. 20.

3 Proces-verbaal van 9 februari 2016, aangifte, blz. 15.

4 Proces-verbaal van 10 februari 2016, controle verdachten, blz. 22.

5 Proces-verbaal van 9 februari 2016, aantreffen Volkswagen Polo, blz. 28.

6 Proces-verbaal van 9 februari 2016, fouillering verdachte, blz. 37.

7 Proces-verbaal van 10 februari 2016, onderzoek gestolen goederen Kruidvat, blz. 39.

8 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 41.

9 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 43.

10 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 47.

11 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 48.

12 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 46.

13 Proces-verbaal van 10 februari 2016, camerabeelden Kruidvat, blz. 48.

14 Proces-verbaal van 23 februari 2016, aantreffen Toyota, blz. 52.

15 Proces-verbaal van 22 februari 2016, sporenonderzoek Volkswagen Polo, blz. 97.

16 Proces-verbaal van 11 februari 2016, afname DNA celmateriaal verdachte, blz. 136

17 Een geschrift van 10 maart 2016, rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Utrecht op 9 februari 2016, blz. 140.

18 Een geschrift van 10 maart 2016, rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Utrecht op 9 februari 2016, blz. 141.